Verkeersbesluit N214 - Wijngaardsesteeg

PZH-2026-885348643 / DOS-2025-0003005

Inleiding

De provincie Zuid-Holland gaat werkzaamheden uitvoeren aan N214 tussen de aansluiting van de A15 en de aansluiting op de A27. Naast het asfaltonderhoud van het gehele wegdek van de N214 worden op diverse locaties verbetermaatregelen uitgevoerd die bijdragen aan een vlotte en veilige doorstroming van het verkeer.

Eén van de locaties waar verbetermaatregelen worden uitgevoerd is rondom het kruispunt N214 – Wijngaardsesteeg (hectometer 6,0) in Wijngaarden. Bij dit kruispunt wordt onder andere een aparte fietsoversteek aangelegd, waardoor fietsers in twee fasen de N214 kunnen kruisen. Ter bevordering van de verkeersveiligheid en de oversteekbaarheid van het langzaam verkeer wordt op de hoofdrijbaan van de N214 in beide rijrichtingen ook een snelheidsbeperking ingesteld tot 50 km/u. Deze snelheidsbeperkingen worden ondersteund met snelheidsremmende plateaus.

Verder wordt aan de noordzijde van het kruispunt, tussen de N214 en de parallel gelegen Elzenweg, een landbouwsluis aangebracht. Door de landbouwsluis zal het niet meer mogelijk zijn voor gemotoriseerd verkeer om vanaf de hoofdrijbaan van de N214 in noordelijke richting af te slaan en de Wijngaardseweg in te rijden. Voor landbouwverkeer heeft de nieuwe situatie geen gevolgen.

Voor deze verkeersmaatregelen is een verkeersbesluit verplicht.

Bevoegdheid

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben de bevoegdheid om op grond van artikel 18, eerste lid, sub b van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW) en artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) verkeersbesluiten te nemen voor wegen die bij haar in beheer zijn.

Krachtens het Besluit van de secretaris van de provincie Zuid-Holland van 14 maart 2025, PZH-2025-870791008, tot wijziging van het Ondermandaatbesluit van de provinciesecretaris van Zuid-Holland voor de opgavengerichte organisatie 2024, is deze bevoegdheid ondergemandateerd aan de Ambtelijke Opdrachtgever van Domein Uitvoering.

Overwegingen ten aanzien van het besluit

Krachtens artikel 15, eerste lid, van de WVW dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het BABW inzake het wegverkeer opgenomen verkeerstekens, evenals voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd.

Daarnaast moet een verkeersbesluit worden genomen krachtens artikel 15, tweede lid, van de WVW voor maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of tot het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer, indien de maatregelen leiden tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken.

Motivering

Uit het oogpunt van (zoals genoemd in artikel 2 lid 1 van de WVW):

  • het verzekeren van de veiligheid op de weg;

  • het beschermen van weggebruikers en passagiers;

  • het instandhouden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

  • het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer;

is het gewenst om diverse maatregelen in te stellen bij het kruispunt N214 – Wijngaardsesteeg, waaronder een nieuw (brom)fietspad, een snelheidsbeperking op de hoofdrijbaan en ten noorden van het kruispunt een geslotenverklaring voor voertuigen anders dan landbouwverkeer.

Belangenafweging

Op het kruispunt N214 – Wijngaardsesteeg geldt een snelheidslimiet van 80 km/u op de hoofdrijbaan van de N214. Ter bevordering van de verkeersveiligheid is het gewenst om bij dit kruispunt een snelheidsbeperking in te stellen tot 50 km/u. Deze snelheidsbeperking wordt ondersteund met verkeersplateaus op de hoofdrijbaan van de N214, waardoor de snelheid van het verkeer dat het kruispunt nadert geremd wordt. Door deze maatregelen verbetert de oversteekbaarheid en verkeersveiligheid van het langzaam verkeer. Daarnaast is het in- en uitrijden voor verkeer vanaf de zijweg op een veiligere en comfortabelere wijze mogelijk door de snelheidsverlaging.

Verder is het vanwege een nieuwe landbouwsluis tussen het kruispunt N214 – Wijngaardsesteeg en de Elzenweg, voor ander verkeer dan landbouwverkeer, niet meer mogelijk om vanaf het kruispunt in noordelijke richting de Wijngaardseweg in te rijden en andersom. Alleen voor landbouwverkeer blijft deze beweging toegestaan. Aanleiding voor het aanbrengen van deze landbouwsluis is dat het huidige linksafvak aan de westzijde van het kruispunt komt te vervallen ten behoeve van de nieuwe fietsoversteek met verhoogde middengeleider. Het in standhouden van de mogelijkheid om linksaf te slaan is niet gewenst, omdat dit verkeer bij tegenliggers (die voorrang hebben) stil komt te staan op de rijbaan. Dat leidt tot verhoogde risico’s op kop-staartongevallen en het belemmert de doorstroming van het verkeer.

Verkeer dat in de huidige situatie gebruik maakt van de Wijngaardseweg dient via een andere route deze straat te bereiken. Dit is mogelijk door de hoofdrijbaan van de N214 bij de rotonde ten westen of ten oosten van het kruispunt N214 – Wijngaardsesteeg te verlaten. Vanaf daar kan van de parallel gelegen Elzenweg gebruik gemaakt worden. Het verlies aan reistijd voor verkeer op de provinciale weg wordt hiermee tot een minimum beperkt en ook de bruikbaarheid van de weg en de vrijheid van het verkeer wordt gewaarborgd. Het algemene belang van de verkeersveiligheid weegt zwaarder dan het individuele belang van gemotoriseerd verkeer dat om moet rijden.

Overleg

Overeenkomstig artikel 24 van het BABW is er overleg gepleegd met de korpschef. Deze heeft ingestemd met de maatregelen.

Besluit

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, gelet op het voorgaande, besluiten:

  • 1.

    Alle eerder genomen verkeersbesluiten in te trekken die strijdig of gelijk zijn met de hieronder beschreven verkeersmaatregelen die betrekking hebben op het instellen c.q. aanwijzen van verkeersmaatregelen aan desbetreffende wegen of weggedeelten opgenomen in dit besluit;

  • 2.

    Voor het in de gemeente Molenlanden buiten de bebouwde kom gelegen kruispunt N214 – Wijngaardsesteeg de volgende verkeersmaatregelen vast te stellen overeenkomstig bijgaande tekening met tekeningnummer 7405:

    • a.

      Door plaatsing van borden A1-50 uit bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) een snelheidsbeperking tot 50 km/u in te stellen op de N214 (in oostelijke rijrichting) vanaf hectometer 5,85 tot hectometer 6,2;

    • b.

      Door plaatsing van bord A1-50 uit bijlage I van het RVV 1990 een snelheidsbeperking tot 50 km/u in te stellen op de N214 (in westelijke rijrichting) vanaf hectometer 6,2 tot hectometer 6,0;

    • c.

      Door plaatsing van bord A2-50 uit bijlage I van het RVV 1990 ter hoogte van hectometer 6,2 de snelheidsbeperking weer te beëindigen;

    • d.

      Door plaatsing van borden B6 uit bijlage I van het RVV 1990 en door het aanbrengen van haaientanden op het wegdek, zoals bedoeld in artikel 80 van het RVV, aan te geven dat verkeer vanaf de zijwegen (Wijngaardsesteeg / Wijngaardseweg) van de N214 voorrang dient te verlenen aan het kruisende verkeer op de hoofdrijbaan van de N214;

    • e.

      Door plaatsing van borden B6 uit bijlage I van het RVV 1990 en door het aanbrengen van haaientanden op het (brom)fietspad, zoals bedoeld in artikel 80 van het RVV, aan te geven dat (brom)fietsers voorrang moeten verlenen aan het kruisende verkeer;

    • f.

      Door plaatsing van borden C1 uit bijlage I van het RVV 1990, in combinatie met onderbord "uitgezonderd landbouwverkeer”, het wegvak tussen de N214 en Elzenweg gesloten te verklaren voor voertuigen anders dan landbouwverkeer.

      Vanuit de noordzijde wordt met onderbord “uitgezonderd fietsers en bromfietser” aangeduid dat ook fietsers en bromfietsers zijn uitgezonderd van deze geslotenverklaring verklaring, zodat zij het verplichte (brom)fietspad te kunnen bereiken;

    • g.

      Door plaatsing van borden D2 uit bijlage I van het RVV 1990 op de middengeleiders van de toeleidende wegen van het kruispunt, alle weggebruikers te verplichten het bord voorbij te gaan aan de rechterzijde;

    • h.

      Door plaatsing van borden D6 uit bijlage I van het RVV 1990 aan te geven dat het verkeer de verplichting heeft de op het bord aangegeven rijrichtingen te volgen;

    • i.

      Door plaatsing van bord D7 uit bijlage I van het RVV 1990, in combinatie met onderbord "uitgezonderd landbouwverkeer”, aan te geven dat het verkeer (uitgezonderd landbouwverkeer) de verplichting heeft de op het bord aangegeven rijrichtingen te volgen;

    • j.

      Door plaatsing van borden G12a uit bijlage I van het RVV 1990 het vrijliggende pad aan te wijzen als verplicht (brom-)fietspad.

  • 3.

    Te bepalen dat dit besluit in werking treedt met ingang van de dag, nadat een termijn van zes weken waarop het besluit is gepubliceerd in de Staatscourant is verstreken.

Bezwaar en voorlopige voorziening

Tegen dit besluit kunnen belanghebbenden ingevolge artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij ons een gemotiveerd bezwaarschrift indienen. Dit bezwaarschrift moet binnen zes weken na de dag van bekendmaking van dit besluit worden toegezonden, onder vermelding van “Awb-Bezwaar” in de linkerbovenhoek van enveloppe en bezwaarschrift. Het bezwaar moet worden gericht aan: Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, t.a.v. het Awb-secretariaat, Postbus 90602, 2509 LP Den Haag.

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en het volgende te bevatten:

  • naam en adres van de indiener;

  • dagtekening;

  • omschrijving van het besluit waar tegen het bezwaar is gericht;

  • gronden van het bezwaar.

U kunt ook digitaal bezwaar maken. Dat kunt u doen door uw bezwaarschrift te sturen aan rechtsbescherming@pzh.nl. Meer informatie vindt u op deze webpagina: https://www.zuid-holland.nl/online-regelen/bezwaar/bezwaar-beslissing/.

Krachtens artikel 6:16 van de Awb schorst het bezwaar de werking van dit besluit niet. Gelet hierop kan – als tegen dit besluit bezwaar wordt gemaakt – ingevolge artikel 8:81 van de Awb bij de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag, sector Bestuursrecht, Postbus 20302, 2500 EH Den Haag (bezoekadres: Prins Clauslaan 60 te Den Haag), een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening worden ingediend. Voor het verzoek zal griffierecht worden geheven.

Wij verzoeken u een kopie van dit verzoek om een voorlopige voorziening toe te zenden aan: Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, Postbus 90602, 2509 LP Den Haag.

U kunt een voorlopige voorziening ook digitaal indienen. Voor informatie daarover verwijzen wij u naar deze webpagina van de rechtspraak: https://www.rechtspraak.nl/organisatie-en-contact/rechtsgebieden/bestuursrecht/procedures/voorlopig-voorziening.

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland

Naar boven