Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 1 juni 2026 tot wijziging van de Subsidieregeling economie, kennis en talentontwikkeling Noord-Brabant 2022 in verband met het toevoegen van een nieuwe paragraaf Opschaling plantbased biotechnologie (Tiende wijziging Subsidieregeling economie, kennis en talentonwikkeling Noord-Brabant 2022)

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;

 

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

 

Overwegende dat het wenselijk is de Subsidieregeling economie, kennis en talentontwikkeling Noord-Brabant 2022 te wijzigen in verband met het toevoegen van een nieuwe paragraaf teneinde opschaling richting de markt, van ingrediënten en materialen die zijn ontwikkeld via biotechnologie en afkomstig zijn uit niet fossiele bronnen, te stimuleren;

 

Besluiten vast te stellen:

Artikel I Wijziging Subsidieregeling economie, kennis en talentontwikkeling Noord-Brabant 2022

De Subsidieregeling economie, kennis en talentontwikkeling Noord-Brabant 2022 wordt als volgt gewijzigd:

 

Onder vernummering van paragraaf 7 tot paragraaf 8 en vernummering van de artikelen 7.1 tot en met 7.4 tot de artikelen 8.1 tot en met 8.4 wordt na paragraaf 6 een paragraaf ingevoegd luidende:

 

§ 7 Opschaling plantbased biotechnologie

 

Artikel 7.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);

Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

MKB-onderneming: kleine, middelgrote of micro-onderneming die voldoet aan de criteria, bedoeld in bijlage I van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

open faciliteit: locatie gelegen in Noord-Brabant waar laboratoriumontwikkelingen kunnen worden opgeschaald naar een productie gerede fase, die op 1 mei 2026 als zodanig is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel;

plantbased food en non-food ingrediënten en materialen: ingrediënten en materialen die zijn ontwikkeld via biotechnologie en afkomstig zijn uit niet fossiele bronnen;

scale up support package: pakket waarmee opschaling wordt bewerkstelligd bij een open faciliteit door de inzet van apparatuur en expertise voor tests;

TRL level: Technology Readiness Level, waarin de mate van ontwikkeling van een technologie wordt aangegeven en waarbij de ontwikkelingsfase van een project plaatsvindt binnen TRL 4,5,6 en de demonstratiefase binnen TRL 7 en 8.

 

Artikel 7.2 Doel

Deze paragraaf heeft als doel het stimuleren van biotechnologische ontwikkelingen op het gebied van plantbased food & non-food ingrediënten en materialen afkomstig uit een niet-fossiele bron, gericht op het opschalen naar de fase van TRL 4-8 bij bestaande open faciliteiten in de provincie Noord-Brabant.

 

Artikel 7.3 Doelgroep

Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door MKB-ondernemingen.

 

Artikel 7.4 Subsidievorm

Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.

 

Artikel 7.5 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor een scale up support package ter ondersteuning van projecten gericht op de opschaling van biotechnologische ontwikkelingen op het gebied van plantbased food & non-food ingrediënten en materialen afkomstig uit een niet-fossiele bron, naar een TRL-niveau hoger dan 3.

 

Artikel 7.6 Europees toetsingskader

Gedeputeerde Staten passen op de subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 7.5, de vrijstellingsbepaling van artikel 28 van de algemene groepsvrijstellingsverordening toe.

 

Artikel 7.7 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

    reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de uitvoering van het project als bedoeld in artikel 6 van de AGVV;

  • b.

    voor het project reeds subsidie of een bijdrage is verstrekt op grond van de paragrafen van deze regeling of een andere provinciale regeling;

  • c.

    de subsidieaanvrager:

    • 1°.

      niet over rechtspersoonlijkheid beschikt; of

    • 2°.

      een vereniging, een stichting of een coöperatie is;

  • d.

    de aanvraag betrekking heeft op een TRL 4-8 waarvoor reeds eerder een test bij een faciliteit is uitgevoerd;

  • e.

    de biotechnologische ontwikkeling waarvoor subsidie wordt aangevraagd, al beschikbaar is op de markt;

  • f.

    ten aanzien van de subsidieaanvrager een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • g.

    de subsidieaanvrager een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 2, onder 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel 7.8 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 7.5 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant;

  • b.

    de MKB-onderneming is gevestigd in Nederland en staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel;

  • c.

    het project is gericht op de biotechnologische ontwikkeling vanaf TRL 3 die aanvrager wil opschalen naar validatie en demonstratie, TRL 4 tot en met TRL 8, in een open faciliteit;

  • d.

    de aanvrager overlegt een offerte van een open faciliteit voor een scale up supportpackage waaruit ten-minste het volgende blijkt:

    • 1°.

      een specificatie van het te doorlopen technologisch traject bij de open faciliteit;

    • 2°.

      een all-in tarief per dag of dagdeel voor het gebruik van de open faciliteit waarbij afzonderlijke kosten voor afschrijving, huur en personeel niet als losse elementen zijn opgenomen;

    • 3°.

      een tijdvak en einddatum van het onderzoek zoals beschreven in de aanvraag.

  • e.

    het project kan binnen 3 maanden na verlening van de subsidie starten;

  • f.

    het project kan uiterlijk binnen 12 maanden na verlening van de subsidie worden afgerond.

Artikel 7.9 Subsidiabele kosten

Voor subsidie komen de kosten voor een scale-up support package in aanmerking genoemd in de offerte als bedoeld in artikel 7.8, onder d.

 

Artikel 7.10 Vereisten subsidieaanvraag

  • 1.

    Subsidieaanvragen worden ingediend van 1 juli 2026 tot en met 30 juni 2027.

  • 2.

    De subsidieaanvraag bevat de volgende bijlagen:

    • a.

      een projectplan, waaruit blijkt dat aan de vereisten, genoemd in artikel 7.8 wordt voldaan;

    • b.

      een offerte van een open faciliteit als bedoeld in artikel 7.8, onder d;

    • c.

      een verklaring waaruit blijkt dat per onderneming het maximum van € 220.000 dat op grond van artikel 28 AGVV aan steun kan worden ontvangen over de voorbije 3 kalenderjaren, niet wordt overschreden.

Artikel 7.11 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode, genoemd in artikel 7.10 vast op € 350.000.

 

Artikel 7.12 Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 7.5, bedraagt 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 24.999.

 

Artikel 7.13 Verdelingswijze

  • 1.

    Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2.

    Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3.

    Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.

  • 4.

    De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen worden gerangschikt op volgorde van trekking en de eerst getrokken aanvraag als eerstvolgende in aanmerking komt voor subsidie en de laatst getrokken aanvraag als laatste.

  • 5.

    De subsidie wordt verdeeld over aanvragen die:

    • a.

      opeenvolgend zijn in de rangschikking; en

    • b.

      die volledig gehonoreerd kunnen worden.

Artikel 7.14 Verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1.

    De subsidieontvanger:

    • a.

      start het project binnen 3 maanden na verlening van de subsidie;

    • b.

      rondt het project uiterlijk 12 maanden na verlening van de subsidie af;

    • c.

      zorgt voor communicatie over het project waarbij in publicaties door of namens de subsidieontvanger wordt vermeld dat de te financieren activiteit geheel of gedeeltelijk met financiële steun van de provincie Noord-Brabant wordt of is gerealiseerd;

    • d.

      de subsidieontvanger houdt ingevolge artikel 7, eerste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening een administratie bij van de gerealiseerde kosten en bewaart de daarbij behorende bewijsstukken gedurende 10 jaar na de vaststelling van de subsidie ingevolge artikel 12 van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

  • 2.

    Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn genoemd in het eerste lid, onder b, kan de subsidieontvanger uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal zes maanden

Artikel 7.15 Verantwoording

  • 1.

    De subsidieontvanger toont desgevraagd aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van:

    • a.

      facturen van de open faciliteit; en

    • b.

      de aan de facturen gerelateerde betaalbewijzen.

  • 2.

    De bewijsstukken, waaruit de gerealiseerde kosten blijken, dienen duidelijk, gespecificeerd en actueel te zijn als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel 7.16 Bevoorschotting en betaling

  • 1.

    Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag.

  • 2.

    Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt in een keer uitbetaald.

Artikel 7.17 Subsidievaststelling

De subsidie wordt op grond van artikel 20, eerste lid, onder b, van de Asv ambtshalve vastgesteld.

 

Artikel 7.18 Evaluatie

Gedeputeerde Staten zenden in 2028 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze paragraaf in de praktijk.

Artikel II Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

’s-Hertogenbosch, 1 juni 2026

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter,

mr. I.R. Adema

de secretaris,

drs. G.H.E. Derks MPA

Toelichting behorende bij de Tweede wijziging van de Subsidieregeling economie, kennis en talentontwikkeling Noord-Brabant 2022

I. Algemeen

 

Inleiding

De provincie Noord-Brabant ontwikkelt samen met het bedrijfsleven, kennisinstellingen, de BOM en REWIN het ecosysteem Scale Up Plan Brabant. Binnen dit ecosysteem richten de partners zich op biotechnologische opschaling van plantbased food ingredients en non-food (biobased) materialen richting de markt. Gedeputeerde Staten spelen hiermee flexibel in op toekomstige (markt)ontwikkelingen en trends op het gebied van de grondstoffen-, voedsel- en eiwittransitie. De subsidie biedt MKB-ondernemingen kans om toegang te krijgen tot bestaande faciliteiten en apparatuur om innovatieve technologieën op te schalen naar validatie en demonstratie. De subsidie betreft een tegemoetkoming in de kosten voor de inzet van apparatuur en expertise binnen bestaande open faciliteiten gelegen in Noord-Brabant.

 

Juridisch kader

Deze subsidieregeling is vastgesteld op grond van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant (Asv). Dit betekent dat een aantal aspecten van de verstrekking van subsidies niet in de subsidieregeling is vastgelegd, maar in de Asv. In de Asv staat onder meer wat de termijnen zijn voor het nemen van een beslissing op een aanvraag en ook bevat de Asv algemene verplichtingen voor de subsidieontvanger, zoals de meldingsplicht in geval van het niet, niet tijdig of niet geheel verrichten van de activiteiten of het nakomen van de verplichtingen. Daarnaast hebben Gedeputeerde Staten in de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant (Ras) nog diverse algemene bepalingen met betrekking tot subsidie vastgelegd. Ook de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat algemene bepalingen die onverkort van toepassing zijn op subsidies die worden verstrekt op grond van deze subsidieregeling.

Voor een goed begrip van deze subsidieregeling zijn dus ook de Awb en de Asv in combinatie met de Ras relevant.

 

Staatssteun

Bij toepassing van deze paragraaf 7 Opschaling plantbased biotechnologie is sprake van staatssteun als bedoeld in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Van staatssteun is sprake wanneer wordt voldaan aan de vijf cumulatieve criteria:

  • 1.

    de steun wordt verleend aan een onderneming die een economische activiteit verricht;

  • 2.

    de steun wordt bekostigd met staatsmiddelen;

  • 3.

    de maatregel verschaft een economisch voordeel dat niet onder normale marktvoorwaarden zou zijn verkregen;

  • 4.

    de maatregel is selectief, doordat deze slechts geldt voor bepaalde ondernemingen, sectoren of regio’s;

  • 5.

    de maatregel vervalst of dreigt de mededinging te vervalsen en heeft een ongunstige beïnvloeding van het handelsverkeer binnen de Europese Unie tot gevolg.

De onderhavige subsidieregeling voldoet aan deze criteria. De subsidie wordt gefinancierd uit provinciale middelen en ondersteunt ondernemingen bij onderzoeksactiviteiten. Hiermee worden kosten gedragen die anders voor rekening van de onderneming zelf zouden komen, waardoor sprake is van een economisch voordeel. De regeling is uitsluitend van toepassing in de provincie NoordBrabant, wat de selectiviteit van de maatregel bevestigt. De ondernemingen die gebruik kunnen maken van de regeling opereren bovendien op markten met een (potentieel) grensoverschrijdend karakter, zodat aan de voorwaarden met betrekking tot mededinging en handelsverkeer wordt voldaan.

 

Omdat staatssteun in beginsel verboden is, dient te worden beoordeeld of de steun onder een vrijstelling kan worden gebracht. Voor deze regeling wordt gebruikgemaakt van de Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV), in het bijzonder artikel 28 (Innovatiesteun voor kmo’s). Door toepassing van de AGVV wordt de steun geacht verenigbaar te zijn met de interne markt, mits aan de daarin gestelde algemene voorwaarden wordt voldaan. Dit houdt onder meer in dat:

  • sprake moet zijn van ‘stimulerende werking’: de gesubsidieerde activiteit mag niet zijn gestart vóór de indiening van de subsidieaanvraag;

  • de aanvrager ‘geen onderneming in moeilijkheden’ mag zijn;

  • er ‘geen bevel tot terugvordering’ van eerdere onrechtmatige staatssteun van kracht mag zijn.

II. Artikelsgewijs

 

Artikel 7.1 Begripsbepalingen

De begripsbepalingen zoals zijn opgenomen in dit artikel, zijn de omschrijvingen van begrippen die gehanteerd worden bij de beoordeling van subsidieaanvragen onder paragraaf 7 van de subsidieregeling economie, kennis en talentontwikkeling. Als voor een begrip in de regel meerdere omschrijvingen worden gebruikt, geldt slechts de omschrijving zoals opgenomen in de begripsbepaling.

 

Artikel 7.2 Doel

Het gebruik van fossiele materialen voor food en non-food ingredients wil het college van Gedeputeerde Staten in haar beleid zoveel mogelijk vervangen door plantaardige materialen. Biotechnologische ontwikkelingen waarbij gebruik gemaakt wordt van fossiele materialen worden om deze reden uitgesloten van subsidie.

 

Artikel 7.6 Europees toetsingskader

Bij de uitvoering van deze subsidieregeling is sprake van staatssteun in de zin van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Om deze steun rechtmatig te kunnen verlenen, wordt gebruikgemaakt van de vrijstelling op grond van artikel 28 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV), inzake Innovatiesteun voor kmo’s.

 

De toepassing van deze vrijstelling is toereikend en passend, omdat aan de daarvoor gestelde voorwaarden wordt voldaan:

  • Doelgroep

    De regeling staat uitsluitend open voor kleine en middelgrote ondernemingen. Hiermee sluit de doelgroep volledig aan bij de reikwijdte van artikel 28 AGVV, dat specifiek innovatiesteun voor kmo’s mogelijk maakt.

  • Aard van de activiteiten

    De subsidie voorziet in toegang tot faciliteiten, apparatuur en deskundige ondersteuning bij het gebruik daarvan. Deze activiteiten kwalificeren als innovatieondersteuningsdiensten in de zin van artikel 28 AGVV. Hieronder vallen onder meer het beschikbaar stellen van laboratoria, test- en experimenteerfaciliteiten, certificeringsdiensten en overige aan innovatie gerelateerde ondersteunende diensten. Ook diensten verricht door organisaties voor onderzoek en kennisverspreiding, onderzoeksinfrastructuren en test- en experimenteerinfrastructuren worden hieronder begrepen. Deze ondersteuning is gericht op de ontwikkeling van efficiëntere of technologisch geavanceerde producten, processen of diensten, waaronder de toepassing van innovatieve technologieën en oplossingen.

  • Maximaal subsidiebedrag

    In artikel 7.10 van de regeling is bepaald dat de subsidie maximaal € 220.000 over een periode van drie jaar bedraagt. Dit bedrag blijft binnen de plafonds zoals toegestaan onder artikel 28 AGVV.

Door te voldoen aan de voorwaarden van de AGVV wordt de staatssteun geacht verenigbaar te zijn met de interne markt. De toepassing van deze vrijstelling waarborgt dat de steunverlening binnen de kaders van het Europese staatssteunrecht blijft.

 

Artikel 7.7 Weigeringsgronden

De weigeringsgronden gelden onverminderd de weigeringsgronden in artikel 7:11 (subsidieplafond) en 4:35 van de Awb.

 

onder d

Met deze paragraaf Opschaling plantbased biotechnologie stimuleert de provincie Noord-Brabant onderzoeken naar markttoetreding van plantaardige food en non-food ingrediënten. De eerste testen die nodig zijn om op te schalen van laboratoriumniveau naar validatie (groter volume) is de eerste stap tot markttoetreding. Deze weigeringsgrond maakt duidelijk dat een aanvrager maar één keer subsidie kan ontvangen voor een opschalingsproject. Als een aanvrager bijvoorbeeld al eerder een aanvraag heeft ingediend voor een opschalingstest voor hetzelfde opschalingsonderzoek, is deze weigeringsgrond van toepassing.

 

onder g

In artikel 2 onderdeel 18 van de algemene groepsvrijstellingsverordening is aangegeven in welke gevallen een onderneming in financiële moeilijkheden verkeert. Bij het indienen van een aanvraag dient hiervoor een verklaring te worden gevoegd waarin wordt verklaard dat de aanvrager niet in financiële moeilijkheden verkeert.

 

Artikel 7.8 Subsidievereisten

De vereisten (zowel algemeen als specifiek) gelden voor alle aanvragen op grond van deze paragraaf en onverminderd de algemene vereisten die in de subsidieregeling economie, kennis en talentontwikkeling Noord-Brabant 2022, de Asv en de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant zijn opgenomen.

 

onder c

In dit onderdeel ligt vast dat het project gericht is op de opschaling van laboratoriumonderzoek naar validatie en demonstratie.

 

onder d

In dit onderdeel ligt vast dat de subsidie die toegekend kan worden aan het project gebaseerd is op de kosten gebaseerd op een offerte van een support package afgegeven door een open faciliteit in Brabant. Projecten waarvoor offertes zijn ontvangen die bestaan uit afzonderlijke componenten of van open faciliteiten buiten Brabant, kunnen volgens deze subsidievereiste worden geweigerd.

 

Artikel 7.11 Subsidieplafond

Het subsidieplafond voor deze regeling is vastgesteld op € 350.000. Dit houdt in dat op het moment dat dit subsidieplafond is bereikt, subsidieaanvragen die na het bereiken van het subsidieplafond worden ingediend, worden geweigerd.

 

Artikel 7.13 Verdelingswijze

De maximale subsidiehoogte is vastgesteld op € 24.999. Dit betekent dat indien een de kosten voor een project waarvoor subsidie is aangevraagd minder zijn dan € 24.999, de werkelijke kosten als subsidie worden uitgekeerd. Als de kosten meer zijn dan € 24.999 keert de subsidie maximaal € 24.999 uit. Voor de overige kosten dient subsidieaanvrager zelf financiële dekking te vinden.

 

Artikel 7.14 Verplichtingen van de subsidieontvanger 

De provinciale regelgeving geeft het college van Gedeputeerde Staten de bevoegdheid om de verplichtingen uit de Asv aan te vullen.

 

Artikel 7.18 Evaluatie

Dit is een nieuwe paragraaf binnen de Subsidieregeling economie, kennis en talentontwikkeling Noord-Brabant 2022. De evaluatie van deze paragraaf zal aan moeten tonen of het doel en beoogde resultaten via de openstelling van deze regeling worden gehaald. De resultaten van de evaluatie op de regeling zijn bepalend in het besluit tot al dan niet voortzetten van de regeling.

 

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

 

de voorzitter,

mr. I.R. Adema

 

de secretaris,

drs. G.H.E. Derks MPA

Naar boven