Aanwijzingsbesluit buitengewoon opsporingsambtenaar als toezichthouder Flora en Fauna activiteiten in de zin van artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht

Gedeputeerde Staten van Drenthe;

 

gelet op artikel 18.6 van de Omgevingswet, in samenhang met het convenant ‘Groene Handhaving’;

 

overwegende:

  • Gedeputeerde Staten van Drenthe bevoegd gezag zijn voor toezicht en handhaving van de bij of krachtens de Omgevingswet gestelde regels omtrent de bescherming van flora en fauna- en jachtgeweeractiviteiten;

  • het voor een doelmatige uitvoering van dit toezicht en deze handhaving en van het convenant ‘Groene Handhaving’ wenselijk is dat buitengewoon opsporingsambtenaren uit samenwerkende organisaties, werkzaam in Domein II (Milieu, welzijn en infrastructuur), worden aangewezen als toezichthouder;

  • die aanwijzing betrekking heeft op buitengewoon opsporingsambtenaren, die niet werkzaam zijn bij de provincie Drenthe, maar wel binnen de provincie, die beschikken over een geldige akte van opsporingsbevoegdheid voor Domein II als bedoeld in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering en beschikken over de vereiste kennis en ervaring op het terrein van flora en fauna- en jachtgeweeractiviteiten;

BESLUITEN:

Artikel 1 Aanwijzing

Als personen belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, waarvoor op grond van paragraaf 18.1.1 van die wet de bestuursrechtelijke handhavingstaak berust bij Gedeputeerde Staten, worden aangewezen diegenen werkzaam zijn voor de werkgevers Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Stichting het Drentse Landschap, Maatschappij van Weldadigheid, Sportvisunie en Stichting Heidehof in de functie van toezichthouder die tevens zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 2 Werkingsgebied

De toezichthouder is bevoegd binnen het grondgebied van de Provincie Drenthe.

Artikel 3 Bevoegdheden

De toezichthouder beschikt over de bevoegdheden, bedoeld onder titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 4 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dag van bekendmaking in het Provinciaal blad.

Gedeputeerde Staten voornoemd,

drs. A.H. Mulder, voorzitter

W.F. Brenkman MSc, secretaris

Assen, 2 juni 2026

Kenmerk 4.1/2026000751

Toelichting bij het aanwijzingsbesluit buitengewoon opsporingsambtenaar domein II in de zin van artikel 142, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering als toezichthouder in de zin van artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 18.6 van de Omgevingswet

Recent heeft de minister van Justitie en Veiligheid, kenbaar gemaakt dat op basis van de Omgevingswet, Buitengewoon opsporingsambtenaren domein II, in de zin van artikel 142, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering (verder: boa’s) alleen handhavend mogen optreden op natuuractiviteiten indien zij door Gedeputeerde Staten zijn aangewezen als toezichthouder. Tot 1 januari 2024 was deze bevoegdheid geregeld door de minister op grond van artikel 7.1 van de Wet natuurbescherming. Voorliggende aanwijzing voorziet in de benodigde bevoegdheid. De aanwijzing beoogt geen verruiming maar behoud van bevoegdheden van boa’s zoals die bestond op grond van de Wet natuurbescherming en geldt alleen voor boa’s in dienst van de deelnemende partijen van het convenant ‘Groene Handhaving’. De werkgever van de boa bepaalt of gebruik gemaakt wordt van voorliggende aanwijzing. Alleen wanneer handhaving van activiteiten die de natuur betreffen is opgenomen in de taakomschrijving, is de boa bevoegd om mede op basis van deze aanwijzing handhavend op te treden bij deze activiteiten.

Naar boven