Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 19 mei 2026, nr. UTSP-8141755331-2016 tot wijziging van de Subsidieregeling Leefomgeving landelijk gebied provincie Utrecht en intrekking van de Subsidieregeling tegemoetkoming kosten kennisnetwerken landbouw 2025-2027

Gedeputeerde Staten van Utrecht;

 

Gelet op artikel 1.4 van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022;

 

Overwegende dat het wenselijk is om de Subsidieregeling Leefomgeving Landelijk gebied te wijzigen door:

  • -

    onder intrekking van de Subsidieregeling tegemoetkoming kosten kennisnetwerken landbouw 2025-2027 deze subsidieregeling met een aantal wijzigingen op te nemen als hoofdstuk 22 Thematische kennisnetwerken landbouw in de Subsidieregeling Leefomgeving landelijk gebied provincie Utrecht;

  • -

    hoofdstuk 2 Aankoop en ontpachting NNN-gronden aan te laten sluiten op de Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap;

  • -

    het subsidieplafond voor hoofdstuk 5 Beleefbare natuur op te hogen;

  • -

    de maximale projectperiode voor hoofdstuk 8 Verplaatsing landbouwbedrijven te verlengen;

  • -

    de titel van hoofdstuk 8 te corrigeren;

Besluiten:

Artikel I  

De Subsidieregeling Leefomgeving landelijk gebied provincie Utrecht wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

 

Artikel 2.1 wordt komt te luiden:

 

  • 1.

    In het kader van het provinciale meerjarendoel 2.1.1 “het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is verder gerealiseerd (groter van oppervlakte)” kan subsidie worden verstrekt voor projecten met activiteiten die zijn gericht op:

    • a.

      de verwerving van grond voor te ontwikkelen natuur en het vestigen van een kwalitatieve verplichting als bedoeld in artikel 2.5, derde lid, onder e;

    • b.

      de beëindiging van een pachtovereenkomst of erfpacht op grond voor te ontwikkelen natuur of reeds aanwezige natuur en het vestigen van de kwalitatieve verplichting als bedoeld in artikel 2.5, derde lid, onder e;

  • 2.

    Subsidie op de grond, bedoeld in het eerste lid onder a en b, wordt slechts verstrekt als de (toekomstige) eigenaar duurzaam natuurbeheer verricht of voldoende aannemelijk kan maken dat hij duurzaam natuurbeheer kan en zal verrichten.

  • 3.

    Ontpachting of erfpachtvrij maken is niet subsidiabel indien de huidige eigenaar de (erf)pacht zelf heeft gevestigd.

  • 4.

    In afwijking van het derde lid is subsidie wel mogelijk indien de (erf)pacht vóór 1 januari 1990 is gevestigd.

B.

 

Artikel 5.5 komt te luiden:

 

Artikel 5.5 Subsidieplafond

Het subsidieplafond bedraagt in het jaar 2026 € 170.000,-.

 

C.

 

‘8 Hoofdstuk Verplaatsing landbouwbedrijven’ wordt gewijzigd in: Hoofdstuk 8 Verplaatsing landbouwbedrijven

 

D.

 

Artikel 8.5 eerste lid onderdeel b. komt te luiden:

 

  • b.

    de hervestiging van een volwaardig landbouwbedrijf op de hervestigingslocatie binnen 36 maanden na de datum van het besluit tot subsidieverlening te realiseren.

E.

 

Na Hoofdstuk 20 Aanjagen gemeentelijk voedselbeleid wordt ingevoegd:

 

Hoofdstuk 21

 

[gereserveerd]

 

Hoofdstuk 22 Thematische kennisnetwerken landbouw

 

Artikel 22.1 Subsidiecriteria

  • 1.

    In het kader van het provinciale meerjarendoel 2.4.1 “De landbouw is meer circulair, natuurinclusief, klimaatneutraal en economisch rendabel” kan subsidie worden verstrekt aan kennisnetwerken in de landbouwsector, voor onderstaande activiteiten die in samenhang worden uitgevoerd in de provincie Utrecht:

    • a.

      de voorbereiding en organisatie van en aanwezigheid bij bijeenkomsten, georganiseerd door een kennisnetwerk, dat zich uitsluitend richt op kennisuitwisseling met het doel een transitie naar een duurzame en rendabele landbouw te bewerkstelligen zoals geformuleerd in de landbouwvisie ‘Toekomst landbouw en voedsel provincie Utrecht’, zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Utrecht op 4 maart 2025;

    • b.

      het bedenken en formuleren van handelingsperspectieven;

    • c.

      het geven van advies aan overheidsinstanties over de wijze waarop bestaand en komend landbouwbeleid verbeterd zou kunnen worden vanuit het perspectief en de praktijk van het desbetreffende kennisnetwerk;

    • d.

      verslaglegging van de bijeenkomsten en rapportage in de vorm van een activiteiten- en evaluatieverslag voor de provincie; en

    • e.

      het breed communiceren van opgedane kennis naar agrariërs die geen deel uitmaken van het kennisnetwerk via nieuwsberichten op LaMi en op minimaal één ander platform.

  • 2.

    Subsidie wordt slechts verstrekt als de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, voldoen aan de volgende criteria:

    • a.

      het kennisnetwerk bestaat uit minimaal 15 leden;

    • b.

      het kennisnetwerk organiseert minimaal vier bijeenkomsten over een periode van 24 maanden;

    • c.

      het kennisnetwerk organiseert in samenwerking met LaMi een bijeenkomst over een periode van 24 maanden; en

    • d.

      opgedane kennis uit bijeenkomsten wordt aan eenieder online beschikbaar gesteld via LaMi en ook op minimaal één ander platform.

Artikel 22.2 Subsidieontvangers (doelgroep)

Subsidie kan worden verstrekt aan een penvoerder van een kennisnetwerk landbouw in de provincie Utrecht. Hiertoe behoren de kennisnetwerken als vermeld in artikel 22.7 lid 1, en toegelicht in de begripsbepalingen in de bijlage bij hoofdstuk 1, artikel 1.1. De penvoerder is onderdeel van het desbetreffende kennisnetwerk landbouw.

 

Artikel 22.3 Aanvraag

  • 1.

    Subsidieaanvragen kunnen tot en met 31 maart 2027 worden ingediend. De subsidie wordt maximaal één keer per kennisnetwerk verstrekt.

  • 2.

    De verdeling van het beschikbare budget vindt plaats op basis van volgorde van ontvangst met inachtneming van artikel 2.2 AsvpU.

  • 3.

    Bij de subsidieaanvraag worden de volgende gegevens en stukken gevoegd:

    • a.

      een projectplan volgens het format op de website van de provincie Utrecht;

    • b.

      een ingevulde Samenwerkingsovereenkomst Kennisnetwerken Landbouw volgens het format op de website van de provincie Utrecht, getekend door alle leden van het kennisnetwerk;

    • c.

      een begroting volgens het format op de website van de provincie Utrecht;

    • d.

      indien van toepassing een machtiging voor een externe penvoerder, volgens het format op de website van de provincie Utrecht.

Artikel 22.4 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd als het aangevraagde subsidiebedrag minder bedraagt dan € 5.000,-.

 

Artikel 22.5 Verplichtingen

  • 1.

    De subsidieontvanger is verplicht:

    • a.

      om de activiteiten zoals genoemd onder 22.1, eerste lid uiterlijk 24 maanden na de start af te ronden;

    • b.

      bij elke kennisbijeenkomst te zorgen voor verslaglegging waarin wordt opgenomen: opgedane of gedeelde kennis, de geformuleerde handelingsperspectieven, en advies over de wijze waarop bestaand en komend landbouwbeleid verbeterd zou kunnen worden;

    • c.

      de verslaglegging op overzichtelijk wijze openbaar beschikbaar te maken en actief te delen met agrariërs in dezelfde deelsector of aanverwante deelsectoren die geen deel uitmaken van het kennisnetwerk. Dit dient te gebeuren via een nieuwsbericht op LaMi volgens het format op de website van de provincie Utrecht en via minimaal één ander platform. Dit maximaal drie maanden nadat de bijeenkomst heeft plaatsgevonden; en

    • d.

      in de 13e maand van de projectperiode en maximaal 1 maand na afloop van de projectperiode een evaluatie- en activiteitenverslag met presentielijsten per bijeenkomst, volgens het format op de website van de provincie Utrecht te overleggen aan de provincie Utrecht, met daarin:

      • i.

        een overzicht van het aantal daadwerkelijk georganiseerd bijeenkomsten;

      • ii.

        een presentielijst met alle deelnemers van elke bijeenkomst, waaruit tevens blijkt dat minstens 60% van de leden van het desbetreffende kennisnetwerk aanwezig was;

      • iii.

        de verslagen per bijeenkomst of een link naar een webpagina waar deze te raadplegen zijn;

      • iv.

        een overzicht van de uitgevoerde communicatie buiten het kennisnetwerk;

      • v.

        een evaluatie van de uitgevoerde activiteiten om leerpunten over de werking van kennisnetwerken te verzamelen.

Artikel 22.6 Subsidieplafond

Het subsidieplafond bedraagt € 380.000,- voor de periode tot en met 31 maart 2027.

 

Artikel 22.7 Hoogte van de subsidie

  • 1.

    Het te verlenen subsidiebedrag is minimaal € 5.000,- en maximaal het bedrag in deze tabel:

     

    Kennisnetwerk

    Maximum subsidiebedrag

    Grondgebonden Utrecht West

    €80.000

    Grondgebonden Utrecht Oost

    €60.000

    Fruitteelt

    €40.000

    Hokdieren

    €40.000

    Biologische landbouw

    €40.000

    Gemeenschapslandbouw

    €40.000

    Jonge agrariërs

    €40.000

    Boerinnen

    €40.000

  • 2.

    Indien van toepassing worden de in het eerste lid genoemde maximale bedragen verminderd met het voor het kalenderjaar 2026 toegekende subsidiebedrag voor het betreffende kennisnetwerk op grond van de ‘Subsidieregeling tegemoetkoming kosten kennisnetwerken landbouw provincie Utrecht 2025-2027’.

  • 3.

    De totale vergoeding per bijeenkomst, bedraagt maximaal € 6.000, waarbij:

    • a.

      de vacatievergoeding per fysiek aanwezige deelnemer per bijeenkomst maximaal € 160,- bedraagt;

    • b.

      alle overige subsidiabele kosten zoals genoemd onder artikel 22.8 opgeteld gemiddeld per bijeenkomst maximaal € 3.200 bedragen.

Artikel 22.8 Subsidiabele kosten

  • 1.

    De volgende kosten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 22.1 zijn subsidiabel, mits deze aantoonbaar zijn en voldoen aan artikel 4.8 van de AsvpU en de Beleidsregel subsidiabele kosten projectsubsidies:

    • a.

      kosten voor de instandhouding van het kennisnetwerk, daaronder begrepen de organisatie en coördinatie, het opzetten en beheren van de activiteiten, alsmede de verslaglegging van de bijeenkomsten;

    • b.

      zaalhuur en catering;

    • c.

      kosten voor het openbaar publiceren van kennis en handelingsperspectieven uit de bijeenkomsten via LaMi en minimaal één ander platform;

    • d.

      vergoeding voor de kosten van presentaties door gastsprekers;

    • e.

      vergoeding voor deelname aan bijeenkomsten van het kennisnetwerk (vacatievergoeding);

    • f.

      kosten voor een procesbegeleider/voorzitter.

Artikel 22.9 Bevoorschotting

Bij toekenning van de subsidie wordt direct ambtshalve een voorschot van 50% verleend. De overige 50% wordt 12 maanden na de start van het project ambtshalve als voorschot verleend.

 

Artikel 22.10 Staatssteun

De activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend op grond van dit hoofdstuk worden aangemerkt als niet-economische activiteiten. Daarmee is bij subsidie voor deze activiteiten geen sprake van staatssteun zoals bedoeld in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

 

Artikel 22.11 Looptijd

Dit hoofdstuk vervalt op 31 maart 2027.

 

F.

 

Aan de Bijlage bij hoofdstuk 1, artikel 1.1 worden de volgende begripsbepalingen op alfabetische volgorde ingevoegd:

  • -

    kennisnetwerken landbouw: zelforganisatie van Utrechtse agrariërs in groepsverband in een deelsector binnen de agrarische sector of een gebied (zie begripsbepaling Kennisnetwerk Grondgebonden Utrecht West en Kennisnetwerk Grondgebonden Utrecht Oost) die als doel hebben om kennis en ervaringen uit te wisselen over landbouwtransitie en landbouwbeleid in de desbetreffende sector of het betrokken gebied en die een Samenwerkingsovereenkomst Kennisnetwerken Landbouw hebben getekend (zoals te vinden op de website van de provincie Utrecht);

  • -

    Kennisnetwerk Grondgebonden Utrecht West: kennisnetwerk dat zich richt op de grondgebonden landbouw in de provincie Utrecht, met een focus op de volgende werkgebieden zoals gedefinieerd in de Gebiedsgerichte Aanpak van de provincie: Oostelijke Vechtplassen, Utrechtse Venen, Veenweide de Meije, Utrechtse Waarden en Vijfheerenlanden;

  • -

    Kennisnetwerk Grondgebonden Utrecht Oost: kennisnetwerk dat zich richt op de grondgebonden landbouw in de provincie Utrecht, met een focus op de volgende werkgebieden zoals gedefinieerd in de Gebiedsgerichte Aanpak van de provincie: Eemvallei, Utrechtse Heuvelrug, Kromme Rijnstreek, Vallei Utrecht;

  • -

    Kennisnetwerk Biologische landbouw: kennisnetwerk dat zich richt op biologische landbouw in brede zin maar in ieder geval de grondgebonden landbouw;

  • -

    Kennisnetwerk Hokdieren: kennisnetwerk dat zich richt op de hokdiersectoren, waaronder in ieder geval de grootste sectoren in Utrecht: varkenshouderij en pluimveehouderij;

  • -

    Kennisnetwerk Gemeenschapslandbouw: kennisnetwerk dat zich richt op coöperatieve landbouw waarbij burgers betrokken zijn bij de productie van voedsel, ook wel Community Supported Agriculture (CSA) genoemd. Kenmerken hiervan zijn verbinding en samenwerking tussen boer en burger met lokale, korte ketens. Duurzaamheid en voedseleducatie spelen hierbij vaak een belangrijke rol;

  • -

    Kennisnetwerk Fruitteelt: kennisnetwerk dat zich richt op het telen van fruit;

  • -

    Kennisnetwerk Jonge agrariërs: kennisnetwerk dat zich richt op de specifieke uitdagingen die deze doelgroep ervaart, bij bijvoorbeeld bedrijfsovername en verduurzaming. De maximale leeftijd voor deelname aan dit kennisnetwerk is 40 jaar;

  • -

    Kennisnetwerk Boerinnen: kennisnetwerk dat zich specifiek richt op Boerinnen, omdat zij een belangrijke rol spelen bij de bedrijfsontwikkeling en betrokkenheid bij de omgeving. Hun kennis en kijk op zaken is belangrijk voor de ontwikkelingen in de agrarische sector;

  • -

    handelingsperspectieven: concrete acties en strategieën, bedacht door kennisnetwerken landbouw, die agrariërs individueel of met collega-agrariërs in dezelfde deelsector of dezelfde regio kunnen inzetten om duurzame en toekomstbestendige landbouwpraktijken te realiseren, zowel milieutechnisch als financieel;

G.

 

De toelichting wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    De tekst in de toelichting onder Hoofdstuk 2 Aankoop en ontpachting NNN-gronden Algemene toelichting “Daarnaast heeft dit hoofdstuk betrekking op de verwerving van gronden buiten de terreinen die op kaart 1 van het Natuurbeheerplan zijn aangeduid als ‘te ontwikkelen natuur’, ‘te ontwikkelen natuur zoekgebied (Groene contour)’, of te ontwikkelen natuur zoekgebied (NNN)’, die op basis van een ecologische onderbouwing en na advies van de Kopgroep Akkoord van Utrecht geschikt zijn om op voorzienbare termijn toe te voegen aan het NNN. “ wordt verwijderd.

     

  • 2.

    Onder de toelichting op hoofdstuk 20 wordt toegevoegd:

Hoofdstuk 22 Thematische kennisnetwerken Landbouw

 

Algemeen

Het behalen van de Europese, nationale en provinciale doelen voor natuur, water en klimaat zijn voor een groot deel afhankelijk van de verduurzaming van de agrarische sector. De provincie Utrecht wil de gewenste transitie naar een duurzame én rendabele landbouw ondersteunen. Een belangrijk onderdeel hierbij is het gesprek over en kennisuitwisseling tussen agrariërs over verduurzamingsmethoden, goede landbouwpraktijk maatregelen op het boerenerf en hoe die in te passen, en hoe dit alles zich verhoudt tot een bedrijfseconomisch perspectief en mogelijke ontwikkelpaden.

In verschillende gremia vindt dit gesprek al plaats en wordt dit ook al door de provincie Utrecht gefaciliteerd. Maar het gaat hier met name om gesprekken met en tussen bestuurders. De twee regionale stuurgroepen (RSG) in het kader van de Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) zijn hier voorbeelden van. De subsidie voor kennisnetwerken in de landbouw is in de eerste plaats bedoeld om het gesprek tussen agrariërs onderling te faciliteren. We zien waarde in deze onderlinge samenwerking en uitwisseling omdat men van elkaar kan leren en samen efficiënter kan zoeken naar oplossingen dan alleen. Zo hoeft niet iedere agrariër zelf uit te vinden hoe om te gaan met de huidige uitdagingen binnen zijn/haar specifieke situatie. Deze subsidieregeling biedt daarom ondersteuning voor netwerken van agrariërs met een vergelijkbare bedrijfsvoering of positie in het bedrijf. Om het effect van de kennisnetwerken verder te vergroten, communiceren deze netwerken ook naar buiten toe. Ze richten zich daarbij specifiek op hun collega's binnen hun deelsector of groep die voor dezelfde uitdagingen staat.

Naast het belang van de onderlinge uitwisseling en samenwerking, zijn deze kennisnetwerken voor de provincie ook zeer waardevol omdat er bij deze agrarische groepen goed opgehaald kan worden wat er speelt in bepaalde deelsectoren/bedrijven.

 

Subsidieplafond

De maximale vergoeding is niet voor alle kennisnetwerken hetzelfde. Het aantal agrariërs in Utrecht met een grondbonden bedrijf, en dan met name een melkveehouderij, is groter dan de andere genoemde deelsectoren. Om deze reden is de maximale vergoeding voor Kennisnetwerken Grondgebonden Utrecht West en Grondgebonden Utrecht Oost hoger dan voor de andere kennisnetwerken.

 

Staatssteun

Doel van dit hoofdstuk is het stimuleren van kennisdeling binnen kennisnetwerken in de landbouwsector zodat een transitie naar een duurzame en rendabele landbouw gerealiseerd kan worden. De subsidiabele activiteiten betreffen cumulatief het 1) het bijwonen van bijeenkomsten uitsluitend gericht op kennisdeling, 2) het bedenken en formuleren van handelingsperspectieven, 3) kennisdeling met overheidsinstanties ten behoeve van bestaand en komend landbouwbeleid, 4) rapportage over de uitgevoerde activiteiten en het opstellen van kennisverslagen die vervolgens 5) breed en om niet verspreid worden onder agrariërs in dezelfde deelsector of aanverwante deelsectoren die geen deel uitmaken van het kennisnetwerk. Deze activiteiten hebben geen betrekking op het aanbieden van goederen of diensten op een markt waardoor er sprake is van niet-economische activiteiten. Daarmee is er geen sprake is van staatssteun zoals bedoeld in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Desalniettemin heeft de Europese Commissie als enige instantie de bevoegdheid om te bepalen of er wel of geen sprake is van staatssteun. Daarnaast is de aanvrager, wanneer er ook economische activiteiten worden verricht, verplicht een strikte scheiding in de boekhouding aan te brengen tussen de gesubsidieerde niet-economische activiteiten en de economische activiteiten om kruissubsidiëring te voorkomen.

 

Evaluatie

Het aanleveren van een tussentijdse en eindrapportage met een activiteiten- en evaluatieverslag is verplicht gesteld. Het doel hiervan is om de werking van de regeling en kennisnetwerken goed in beeld te krijgen met het oog op een eventuele voortzetting van de subsidiëring van kennisnetwerken na 2027.

 

H.

 

Hoofdstuk 21 Slotbepalingen wordt vernummerd tot Hoofdstuk 22 Slotbepalingen.

 

[Onderdeel H bevat een kennelijke verschrijving, hier wordt bedoeld: Hoofdstuk 21 Slotbepalingen wordt vernummerd tot Hoofdstuk 23 Slotbepalingen.]

Artikel II Inwerkingtreding en intrekking

  • 1.

    De Subsidieregeling tegemoetkoming kosten kennisnetwerken landbouw provincie Utrecht 2025-2027 wordt ingetrokken.

  • 2.

    Dit besluit treedt in werking op de dag na publicatie in het Provinciaal blad.

Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 19 mei 2026,

Gedeputeerde Staten van Utrecht,

Voorzitter,

mr. J.H. Oosters

Secretaris,

mr. drs. A.G. Knol-van Leeuwen

Naar boven