Provinciaal blad van Utrecht
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrecht | Provinciaal blad 2026, 9390 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrecht | Provinciaal blad 2026, 9390 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 19 mei 2026, nr. UTSP-8141755331-2016 tot wijziging van de Subsidieregeling Leefomgeving landelijk gebied provincie Utrecht en intrekking van de Subsidieregeling tegemoetkoming kosten kennisnetwerken landbouw 2025-2027
De Subsidieregeling Leefomgeving landelijk gebied provincie Utrecht wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 2.1 wordt komt te luiden:
Het subsidieplafond bedraagt in het jaar 2026 € 170.000,-.
‘8 Hoofdstuk Verplaatsing landbouwbedrijven’ wordt gewijzigd in: Hoofdstuk 8 Verplaatsing landbouwbedrijven
Artikel 8.5 eerste lid onderdeel b. komt te luiden:
Na Hoofdstuk 20 Aanjagen gemeentelijk voedselbeleid wordt ingevoegd:
Hoofdstuk 22 Thematische kennisnetwerken landbouw
In het kader van het provinciale meerjarendoel 2.4.1 “De landbouw is meer circulair, natuurinclusief, klimaatneutraal en economisch rendabel” kan subsidie worden verstrekt aan kennisnetwerken in de landbouwsector, voor onderstaande activiteiten die in samenhang worden uitgevoerd in de provincie Utrecht:
de voorbereiding en organisatie van en aanwezigheid bij bijeenkomsten, georganiseerd door een kennisnetwerk, dat zich uitsluitend richt op kennisuitwisseling met het doel een transitie naar een duurzame en rendabele landbouw te bewerkstelligen zoals geformuleerd in de landbouwvisie ‘Toekomst landbouw en voedsel provincie Utrecht’, zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Utrecht op 4 maart 2025;
Artikel 22.2 Subsidieontvangers (doelgroep)
Subsidie kan worden verstrekt aan een penvoerder van een kennisnetwerk landbouw in de provincie Utrecht. Hiertoe behoren de kennisnetwerken als vermeld in artikel 22.7 lid 1, en toegelicht in de begripsbepalingen in de bijlage bij hoofdstuk 1, artikel 1.1. De penvoerder is onderdeel van het desbetreffende kennisnetwerk landbouw.
Artikel 22.4 Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd als het aangevraagde subsidiebedrag minder bedraagt dan € 5.000,-.
De subsidieontvanger is verplicht:
de verslaglegging op overzichtelijk wijze openbaar beschikbaar te maken en actief te delen met agrariërs in dezelfde deelsector of aanverwante deelsectoren die geen deel uitmaken van het kennisnetwerk. Dit dient te gebeuren via een nieuwsbericht op LaMi volgens het format op de website van de provincie Utrecht en via minimaal één ander platform. Dit maximaal drie maanden nadat de bijeenkomst heeft plaatsgevonden; en
Het subsidieplafond bedraagt € 380.000,- voor de periode tot en met 31 maart 2027.
Artikel 22.7 Hoogte van de subsidie
Artikel 22.8 Subsidiabele kosten
Bij toekenning van de subsidie wordt direct ambtshalve een voorschot van 50% verleend. De overige 50% wordt 12 maanden na de start van het project ambtshalve als voorschot verleend.
De activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend op grond van dit hoofdstuk worden aangemerkt als niet-economische activiteiten. Daarmee is bij subsidie voor deze activiteiten geen sprake van staatssteun zoals bedoeld in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).
Dit hoofdstuk vervalt op 31 maart 2027.
Aan de Bijlage bij hoofdstuk 1, artikel 1.1 worden de volgende begripsbepalingen op alfabetische volgorde ingevoegd:
kennisnetwerken landbouw: zelforganisatie van Utrechtse agrariërs in groepsverband in een deelsector binnen de agrarische sector of een gebied (zie begripsbepaling Kennisnetwerk Grondgebonden Utrecht West en Kennisnetwerk Grondgebonden Utrecht Oost) die als doel hebben om kennis en ervaringen uit te wisselen over landbouwtransitie en landbouwbeleid in de desbetreffende sector of het betrokken gebied en die een Samenwerkingsovereenkomst Kennisnetwerken Landbouw hebben getekend (zoals te vinden op de website van de provincie Utrecht);
Kennisnetwerk Grondgebonden Utrecht West: kennisnetwerk dat zich richt op de grondgebonden landbouw in de provincie Utrecht, met een focus op de volgende werkgebieden zoals gedefinieerd in de Gebiedsgerichte Aanpak van de provincie: Oostelijke Vechtplassen, Utrechtse Venen, Veenweide de Meije, Utrechtse Waarden en Vijfheerenlanden;
Kennisnetwerk Gemeenschapslandbouw: kennisnetwerk dat zich richt op coöperatieve landbouw waarbij burgers betrokken zijn bij de productie van voedsel, ook wel Community Supported Agriculture (CSA) genoemd. Kenmerken hiervan zijn verbinding en samenwerking tussen boer en burger met lokale, korte ketens. Duurzaamheid en voedseleducatie spelen hierbij vaak een belangrijke rol;
handelingsperspectieven: concrete acties en strategieën, bedacht door kennisnetwerken landbouw, die agrariërs individueel of met collega-agrariërs in dezelfde deelsector of dezelfde regio kunnen inzetten om duurzame en toekomstbestendige landbouwpraktijken te realiseren, zowel milieutechnisch als financieel;
De toelichting wordt als volgt gewijzigd:
De tekst in de toelichting onder Hoofdstuk 2 Aankoop en ontpachting NNN-gronden Algemene toelichting “Daarnaast heeft dit hoofdstuk betrekking op de verwerving van gronden buiten de terreinen die op kaart 1 van het Natuurbeheerplan zijn aangeduid als ‘te ontwikkelen natuur’, ‘te ontwikkelen natuur zoekgebied (Groene contour)’, of te ontwikkelen natuur zoekgebied (NNN)’, die op basis van een ecologische onderbouwing en na advies van de Kopgroep Akkoord van Utrecht geschikt zijn om op voorzienbare termijn toe te voegen aan het NNN. “ wordt verwijderd.
Hoofdstuk 22 Thematische kennisnetwerken Landbouw
Het behalen van de Europese, nationale en provinciale doelen voor natuur, water en klimaat zijn voor een groot deel afhankelijk van de verduurzaming van de agrarische sector. De provincie Utrecht wil de gewenste transitie naar een duurzame én rendabele landbouw ondersteunen. Een belangrijk onderdeel hierbij is het gesprek over en kennisuitwisseling tussen agrariërs over verduurzamingsmethoden, goede landbouwpraktijk maatregelen op het boerenerf en hoe die in te passen, en hoe dit alles zich verhoudt tot een bedrijfseconomisch perspectief en mogelijke ontwikkelpaden.
In verschillende gremia vindt dit gesprek al plaats en wordt dit ook al door de provincie Utrecht gefaciliteerd. Maar het gaat hier met name om gesprekken met en tussen bestuurders. De twee regionale stuurgroepen (RSG) in het kader van de Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) zijn hier voorbeelden van. De subsidie voor kennisnetwerken in de landbouw is in de eerste plaats bedoeld om het gesprek tussen agrariërs onderling te faciliteren. We zien waarde in deze onderlinge samenwerking en uitwisseling omdat men van elkaar kan leren en samen efficiënter kan zoeken naar oplossingen dan alleen. Zo hoeft niet iedere agrariër zelf uit te vinden hoe om te gaan met de huidige uitdagingen binnen zijn/haar specifieke situatie. Deze subsidieregeling biedt daarom ondersteuning voor netwerken van agrariërs met een vergelijkbare bedrijfsvoering of positie in het bedrijf. Om het effect van de kennisnetwerken verder te vergroten, communiceren deze netwerken ook naar buiten toe. Ze richten zich daarbij specifiek op hun collega's binnen hun deelsector of groep die voor dezelfde uitdagingen staat.
Naast het belang van de onderlinge uitwisseling en samenwerking, zijn deze kennisnetwerken voor de provincie ook zeer waardevol omdat er bij deze agrarische groepen goed opgehaald kan worden wat er speelt in bepaalde deelsectoren/bedrijven.
De maximale vergoeding is niet voor alle kennisnetwerken hetzelfde. Het aantal agrariërs in Utrecht met een grondbonden bedrijf, en dan met name een melkveehouderij, is groter dan de andere genoemde deelsectoren. Om deze reden is de maximale vergoeding voor Kennisnetwerken Grondgebonden Utrecht West en Grondgebonden Utrecht Oost hoger dan voor de andere kennisnetwerken.
Doel van dit hoofdstuk is het stimuleren van kennisdeling binnen kennisnetwerken in de landbouwsector zodat een transitie naar een duurzame en rendabele landbouw gerealiseerd kan worden. De subsidiabele activiteiten betreffen cumulatief het 1) het bijwonen van bijeenkomsten uitsluitend gericht op kennisdeling, 2) het bedenken en formuleren van handelingsperspectieven, 3) kennisdeling met overheidsinstanties ten behoeve van bestaand en komend landbouwbeleid, 4) rapportage over de uitgevoerde activiteiten en het opstellen van kennisverslagen die vervolgens 5) breed en om niet verspreid worden onder agrariërs in dezelfde deelsector of aanverwante deelsectoren die geen deel uitmaken van het kennisnetwerk. Deze activiteiten hebben geen betrekking op het aanbieden van goederen of diensten op een markt waardoor er sprake is van niet-economische activiteiten. Daarmee is er geen sprake is van staatssteun zoals bedoeld in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Desalniettemin heeft de Europese Commissie als enige instantie de bevoegdheid om te bepalen of er wel of geen sprake is van staatssteun. Daarnaast is de aanvrager, wanneer er ook economische activiteiten worden verricht, verplicht een strikte scheiding in de boekhouding aan te brengen tussen de gesubsidieerde niet-economische activiteiten en de economische activiteiten om kruissubsidiëring te voorkomen.
Het aanleveren van een tussentijdse en eindrapportage met een activiteiten- en evaluatieverslag is verplicht gesteld. Het doel hiervan is om de werking van de regeling en kennisnetwerken goed in beeld te krijgen met het oog op een eventuele voortzetting van de subsidiëring van kennisnetwerken na 2027.
Hoofdstuk 21 Slotbepalingen wordt vernummerd tot Hoofdstuk 22 Slotbepalingen.
[Onderdeel H bevat een kennelijke verschrijving, hier wordt bedoeld: Hoofdstuk 21 Slotbepalingen wordt vernummerd tot Hoofdstuk 23 Slotbepalingen.]
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-9390.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.