Provinciaal blad van Utrecht
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrecht | Provinciaal blad 2026, 8735 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrecht | Provinciaal blad 2026, 8735 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 12 mei 2026 UTSP-2075818508-9967 houdende nadere regels op grond van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022 (Subsidieregeling Klimaatmitigatie en Circulaire samenleving provincie Utrecht 2026)
Gedeputeerde Staten van Utrecht;
Gelet op artikel 1.4 van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022 en de Beleidsregel projectsubsidies;
deze subsidieregeling twee beleidsgrondslagen heeft: de Middellangetermijnstrategie Circulaire Samenleving 2025-2035 en De Utrechtse Klimaataanpak: Naar Netto Nul (2024-2027), waarbij in de strategie vermindering van de milieudruk, meer leveringszekerheid en een toekomstgerichte regionale economie voorop staan en bij de klimaataanpak CO2e-reductie, CO2e-verwijdering/-vastlegging en de aantoonbaarheid van klimaatimpact speerpunten vormen.
In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:
circulaire samenleving: een circulaire samenleving is een samenleving die binnen de planetaire grenzen leeft en daarbij grondstoffen, natuur en hulpbronnen niet uitput, zodat ook toekomstige generaties toegang houden tot dezelfde kwaliteit van leven. Deze samenleving minimaliseert het gebruik van primaire abiotische grondstoffen (niet-hernieuwbare grondstoffen uit de aarde), en sluit materiaalstromen waar mogelijk;
nature-based solution: een maatregel om natuurlijke of veranderde terrestrische, zoetwater-, kust- en mariene ecosystemen te beschermen, in stand te houden, te herstellen, duurzaam te gebruiken en te beheren, die een doeltreffend en adaptief antwoord biedt voor sociale, economische en ecologische uitdagingen en tegelijkertijd het menselijk welzijn, de ecosysteemdiensten, de veerkracht en de biodiversiteit ten goede komt;
primaire abiotische grondstoffen: primaire abiotische grondstoffen zijn onbewerkte materialen afkomstig uit niet-levende, natuurlijke bronnen. Ze worden direct uit de aarde gewonnen en zijn grotendeels niet-hernieuwbaar, zoals metalen, mineralen en fossiele brandstoffen. Voorbeelden zijn erts, zand, grind, steenkool, olie en gas;
regionaal circulair netwerk: een regionaal samenwerkingsnetwerk van bedrijven, maatschappelijke organisaties en/of overheden dat zich richt op het versnellen van de circulaire transitie, door onder andere kennis te delen, pilots en projecten uit te voeren en op te schalen, initiatieven te verbinden en gezamenlijk oplossingen te ontwikkelen en realiseren;
Artikel 1.2 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten in de provincie Utrecht:
Subsidie kan alleen worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan één of meer van de volgende doelen van De Utrechtse Klimaataanpak: Naar netto nul (door de Provinciale Staten van Utrecht vastgesteld op 13 november 2024) en de Middellangetermijnstrategie Circulaire Samenleving (door de Provinciale Staten van Utrecht vastgesteld op 18 december 2024):
Artikel 1.5 Algemene weigeringsgronden
In aanvulling op artikel 4.6 van de AsvpU 2022, wordt subsidie in ieder geval geweigerd indien:
De subsidie kan worden geweigerd indien:
Artikel 1.6 Algemene subsidieverplichtingen
Indien een vergunning, ontheffing of toestemming nog niet onherroepelijk verleend is bij de aanvraag, is de onherroepelijke vergunning, ontheffing of toestemming aanwezig op het moment van de start van de activiteit en wordt deze opgestuurd naar de provincie Utrecht via klimaatcentraal@provincie-utrecht.nl.
Artikel 2.1 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor uitvoering of opschaling van een project waarin met nature-based solutions verdere klimaatverandering wordt voorkomen. Deze activiteit versterkt of beschermt de biodiversiteit en verbetert de kwaliteit van de leefomgeving.
Voor de in artikel 2.1 bedoelde activiteiten gelden naast de algemene criteria genoemd in artikel 1.3 de volgende aanvullende criteria:
Artikel 2.5 Bij de aanvraag te overleggen gegevens
In aanvulling op de te overleggen informatie bij een aanvraag zoals bedoeld in artikel 4.4 van de AsvpU, worden de volgende gegevens en stukken meegestuurd:
Artikel 2.7 Subsidieverplichting
De subsidieontvanger is verplicht binnen 24 maanden na verlening van de subsidie de activiteiten te hebben afgerond.
Indien subsidie wordt verleend op grond van deze paragraaf, geldt dat de activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 subsidieverlening plaatsvindt met inachtneming van artikel 45, tweede lid, onder c en d van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.
Artikel 3.1 Subsidiabele activiteiten
In aanvulling op de in het tweede lid bedoelde planvorming voert de ketenregisseur daarnaast twee of meer van de volgende activiteiten uit:
procesbegeleiding, zoals het ophalen van behoeften en wensen, het faciliteren van samenwerking, activeren en inspireren van ketenpartners, het uitbreiden van het consortium, oplossen van knelpunten tussen consortiumdeelnemers, het creëren van een gezamenlijk gevoel van urgentie, of begeleiding van een aanvraagtraject van nationale of Europese financiering;
programmamanagement, zoals overkoepelende sturing en aanpak op de doelen, planning en voortgang, kennisdeling mogelijk maken tussen partners, bijvoorbeeld door middel van monitoring van resultaten en het vastleggen van best practices, communicatiemiddelen ontwikkelen en verspreiden, bijeenkomsten of netwerkactiviteiten organiseren, borging en bestuurlijk draagvlak creëren bij consortiumpartners;
Artikel 3.4 Subsidiabele kosten
Subsidiabel zijn uitsluitend de direct aan de uitvoering toe te rekenen uren van de circulaire ketenregisseur.
Artikel 3.5 Bij de aanvraag te overleggen gegevens
In aanvulling op de te overleggen informatie bij een aanvraag zoals als bedoeld in artikel 4.4 van de AsvpU, worden de volgende gegevens en stukken meegestuurd:
Artikel 3.7 Subsidieverplichting
De subsidieontvanger is verplicht binnen 24 maanden na verlening van de subsidie de activiteiten te hebben afgerond.
Indien subsidie wordt verleend op grond van deze paragraaf, vindt subsidieverlening plaats met inachtneming van artikel 49 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.
Artikel 4.1 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten gericht op het ontwikkelen, toepassen, opschalen of versterken van praktische oplossingen, voorzieningen, diensten of samenwerkingen binnen de regio die bijdragen aan de doelen genoemd in artikel 1.3, uitgevoerd door een regionaal circulair netwerk of een regionaal actief netwerk klimaatmitigatie.
Voor de in artikel 4.1 bedoelde activiteiten gelden naast de algemene criteria genoemd in artikel 1.3 de volgende aanvullende criteria:
De subsidie kan worden aangevraagd door regionale circulaire netwerken of regionale netwerken klimaatmitigatie, dan wel de rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de coördinatie, organisatie en uitvoering van de activiteiten van een dergelijk netwerk.
Artikel 4.5 Bij de aanvraag te overleggen gegevens
In aanvulling op de te overleggen informatie bij een aanvraag zoals als bedoeld in artikel 4.4 van de AsvpU, worden de volgende gegevens en stukken meegestuurd:
Artikel 4.6 Hoogte van de subsidie
Voor de subsidiabele activiteit als bedoeld in artikel 4.1 geldt dat de hoogte van de subsidie bedraagt maximaal 70% procent van de subsidiabele kosten bedraagt, met een minimum van € 25.000 tot een maximum van € 50.000.
Artikel 4.7 Subsidieverplichting
De subsidieontvanger is verplicht binnen 24 maanden na verlening van de subsidie de activiteiten te hebben afgerond.
Indien subsidie wordt verleend op grond van deze paragraaf, en er sprake is van staatssteun, vindt subsidieverlening plaats met inachtneming van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening of De-minimis verordening.
Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na publicatie in het Provinciaal Blad en vervalt op 1 januari 2028, met dien verstande dat deze regeling van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn aangevraagd of verstrekt.
Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 12 mei 2026.
Gedeputeerde Staten van Utrecht,
Voorzitter,
mr. J.H. Oosters
Secretaris,
mr. drs. A.G. Knol - van Leeuwen
Voor en na het indienen van de aanvraag kan op vrijwillige basis een gesprek plaatsvinden tussen aanvrager en provincie waarin een toelichting wordt gegeven op de activiteiten, doelstellingen, het tijdspad, de te bereiken resultaten en eventuele toepasbare staatssteunregels.
Artikel 2.1 Subsidiabele activiteiten
De subsidiabele activiteiten beschreven in dit artikel zijn intentioneel breed omschreven. Ter inspiratie is deze lijst opgenomen, om aanvragers op weg te helpen. Deze lijst dient als toelichting van mogelijk activiteiten, die zich dus niet hoeven te beperken tot hetgeen dat is opgesomd. Inschrijver wordt uitdrukkelijk uitgenodigd een eigen voorstel in te dienen dat voldoet aan de in deze regeling opgenomen eisen.
Subsidiabele activiteiten zijn bijvoorbeeld:
Om de door ons verstrekte middelen een zo groot mogelijke impact te geven, hechten wij waarde aan projecten met een voorbeeldfunctie of projecten met potentie tot opschaling. Om anderen te laten leren van opgedane ervaringen en deze breed toepasbaar te maken, kan de provincie subsidieontvangers vragen deze kennis actief te delen bijvoorbeeld met een presentatie of publicatie.
Mocht het project een officiële start kennen, dan verzoeken wij de subsidieontvanger de provincie Utrecht hiervan vooraf op de hoogte te brengen via klimaatcentraal@provincie-utrecht.nl, zodat voldoende publiciteit aan de activiteiten kan worden gegeven.
Een activiteit draagt op een effectieve manier bij aan de doelen zoals genoemd in artikel 1.3 wanneer de aanvrager inzichtelijk maakt waarom en hoe de voorgestelde interventie bijdraagt aan de doelen. Omdat het gaat om relatief kleinschalige initiatieven vragen wij geen kwantitatieve berekeningen van CO₂e reductie. Wel wordt verwacht dat de aanvrager:
Voor eenvoudige aanvragen met bijvoorbeeld weinig samenwerkende partijen of met een eenvoudig procesbeschrijving en een duidelijk eindresultaat hoeven deze aspecten niet uitgebreid onderbouwd te worden.
Hierbij wordt getoetst of het aannemelijk is dat de aanvrager erin zal slagen een activiteit te voltooien. Bij een samenwerking zal ook het procesmatige aspect van de samenwerking zoals onderlinge taakverdeling, planning en inzet van menskracht wordt hierbij beoordeeld. Uitvoerbaarheid wordt getoetst aan de hand van de kwaliteit van het projectplan; gecontroleerd wordt of de geraamde kosten en tijd in verhouding staan tot de uit te voeren activiteiten, en of er een duidelijke omschrijving is bijgevoegd van beheersmatige aspecten zoals een tijdsplanning en risico’s.
Voor eenvoudige aanvragen met bijvoorbeeld weinig samenwerkende partijen of met een eenvoudig procesbeschrijving en duidelijk eindresultaat hoeven deze aspecten niet uitgebreid onderbouwd te worden.
Artikel 2.6 Hoogte van de subsidie
De provincie Utrecht beoogt regionale samenwerking tussen Utrechtse decentrale overheden te stimuleren. Daarom krijgen subsidieaanvragen waarbij twee of meer overheden samenwerken een hogere vergoeding.
De afbakening in sectoren sluit aan bij de sectoren waarin Utrecht veel werkgelegenheid heeft en waar, volgens het geactualiseerde Nationaal Programma Circulaire Economie, grote circulaire impact kan worden bereikt: de zorgsector, bouw en consumptiegoederen (ICT, textiel, meubels). Dit zijn sectoren met omvangrijke materiaalstromen én waar al veel energie en beweging zit in Utrecht op het gebied van circulariteit. Daarnaast speelt de maakindustrie een belangrijke rol in de circulaire transitie, ondanks haar relatief kleine omvang in Utrecht. Tot slot is er ook veel potentieel voor bedrijven die niet specifiek in dezelfde sector opereren, maar vanwege fysieke nabijheid ook als een keten kunnen fungeren.
Artikel 3.4 Subsidiabele kosten
De subsidie wordt enkel verstrekt voor de uren voor de inzet van de ketenregisseur verstrekt. Met behulp van de subsidie kan een ketenregisseur worden ingehuurd die verantwoordelijk is voor de uitvoering en coördinatie van de beoogde activiteiten zoals bedoeld in artikel 4.1. Inhuur is mogelijk op basis van een opdracht aan een ZZP’er of via detachering, een tijdelijke arbeidsovereenkomst, het (deels) vrijmaken van een bestaande medewerker die momenteel een andere functie vervult, of in een samenwerkingsconstructie met een andere partij. Hierbij wordt gewerkt met een vast uurtarief-systematiek, zoals opgenomen in de beleidsregel subsidiabele kosten.
Paragraaf 4 Regionale circulaire netwerken en regionale netwerken klimaatmitigatie
Artikel 4.1 Subsidiabele activiteiten
De subsidiabele activiteiten beschreven in dit artikel zijn intentioneel breed omschreven. Ter inspiratie is deze lijst opgenomen, om aanvragers op weg te helpen. Deze lijst dient als toelichting van mogelijk activiteiten, die zich dus niet hoeven te beperken tot hetgeen dat is opgesomd. Inschrijver wordt uitdrukkelijk uitgenodigd een eigen voorstel in te dienen dat voldoet aan de in deze regeling opgenomen eisen.
Subsidiabel zijn bijvoorbeeld activiteiten ten behoeve van:
Een activiteit draagt op een effectieve manier bij aan de doelen zoals genoemd in artikel 1.3 wanneer de aanvrager inzichtelijk maakt waarom en hoe de voorgestelde interventie bijdraagt aan de doelen. Omdat het gaat om relatief kleinschalige initiatieven vragen wij geen kwantitatieve berekeningen van CO₂e reductie of grondstoffengebruik. Wel wordt verwacht dat de aanvrager:
Voor eenvoudige aanvragen met bijvoorbeeld weinig samenwerkende partijen of met een eenvoudig procesbeschrijving en een duidelijk eindresultaat hoeven deze aspecten niet uitgebreid onderbouwd te worden.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-8735.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.