Wijziging Regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Overijssel

Gedeputeerde Staten van Overijssel,

 

BESLUITEN

 

De Regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Overijssel als volgt te wijzigen.

In Artikel 1.1 Begripsbepalingen worden in de alfabetische de volgende begripsbepalingen ingevoegd:

agrarisch collectief: vereniging met volledige rechtsbevoegdheid bestaande uit landbouwers en andere grondgebruikers van landbouwgrond;

landbouworganisatie: organisatie in de agrarische sector die aantoonbaar zowel de economische als de sociale belangen van de ondernemers in de agrarische sector behartigt;

 

In Artikel 1.14 Beslistermijn wordt de bestaande tekst volledig vervangen door onderstaande:

Gedeputeerde Staten beslissen:

  • a.

    binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag bij de verdelingswijze op volgorde van binnenkomst van de aanvragen;

  • b.

    binnen 22 weken na afloop van de periode waarbinnen de aanvraag ontvangen moet zijn bij de verdelingswijze op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

In Artikel 2.1.3 Aanvrager wordt de bestaande tekst volledig vervangen door onderstaande:

Subsidie kan worden verstrekt aan:

  • a.

    een landbouwer;

  • b.

    een samenwerkingsverband van landbouwers;

  • c.

    een agrarisch collectief ten behoeve van landbouwers die eindbegunstigde zijn;

  • d.

    een landbouworganisatie ten behoeve van landbouwers die eindbegunstigde zijn.

In Artikel 2.1.4 Aanvraagvereisten wordt de bestaande tekst volledig vervangen door onderstaande:

In aanvulling op artikel 1.6 bevat de aanvraag:

  • a.

    een erkend certificaat of kwaliteitskeurmerk waaruit de biologische bedrijfsvoering blijkt, als deze wordt ingediend door een landbouwer met een biologische bedrijfsvoering;

  • b.

    het inschrijfnummer en documentatie van een certificerende instantie ter onderbouwing dat de bedrijfsomschakeling is gestart, als deze wordt ingediend door een landbouwer die in omschakeling is naar biologische landbouw;

  • c.

    voor elke eindbegunstigde de gegevens bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onder c, als deze wordt ingediend door een agrarisch collectief of een landbouworganisatie.

In de Toelichting wordt ‘eerste lid’ gewijzigd in ‘onderdeel a.’ en de tekst vanaf ‘Vierde lid’ verwijderd.

 

In Artikel 2.2.3 Aanvrager lid 1 wordt ‘landbouwers of’ vervangen door ‘landbouwers,’ en na ‘samenwerkingsverband van landbouwers’ de tekst ‘een agrarisch collectief ten behoeve van landbouwers die eindbegunstigde zijn, of een landbouworganisatie ten behoeve van landbouwers die eindbegunstigde zijn’ ingevoegd.

 

In Artikel 2.2.4 Aanvraagvereisten wordt de bestaande tekst volledig vervangen door onderstaande:

In aanvulling op artikel 1.6 bevat de aanvraag:

  • a.

    een erkend certificaat of kwaliteitskeurmerk waaruit de biologische bedrijfsvoering blijkt, als deze wordt ingediend door een landbouwer met een biologische bedrijfsvoering,

  • b.

    het inschrijfnummer en documentatie van een certificerende instantie ter onderbouwing dat de bedrijfsomschakeling is gestart, als deze wordt ingediend door een landbouwer die in omschakeling is naar biologische landbouw;

  • c.

    voor elke eindbegunstigde de gegevens bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onder c, als deze wordt ingediend door een agrarisch collectief of een landbouworganisatie.

In de Toelichting wordt ‘eerste lid’ gewijzigd in ‘onderdeel a.’ en de tekst vanaf ‘Vierde lid’ verwijderd.

 

In Artikel 2.3.1 Subsidiabele activiteit wordt een nieuw lid 2 ingevoegd en het oude lid 2 hernoemd in lid 3

  • Subsidie kan worden verstrekt voor niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven, passend binnen de kaders van de contourenbrief ANB.

De Toelichting wordt volledig vervangen door onderstaande

Toelichting

eerste lid

Niet-productieve investeringen zoals genoemd in lid 1 betreffen activiteiten die geen aanmerkelijke stijging van de waarde of rentabiliteit van een bedrijf tot gevolg hebben.

Voorbeelden van investeringen die voor steun in aanmerking kunnen komen onder lid 1 zijn:

  • Herstel en aanleg singels, houtwallen, heggen, hagen, bosjes, solitaire bomen, pingo’s, dobben en drenkpoelen;

  • Waterlopen, (op)vaarten en cultuurlandschappelijk slotenpatroon;

  • Herstel en aanleg akkerranden, struweelranden, vogelakkers;

  • Herstel en aanleg natuurvriendelijke oevers;

  • Aanleg plas-drassen als leef-, foerageer- en broedgebied voor weidevogels, inclusief benodigde waterbronnen en pompen om plas-drassen op peil te houden;

  • Predatie beperkende maatregelen voor weidevogels, zoals b.v. aanschaf rasters, vallen, materiaal voor monitoring, zoals b.v. drones

  • Kwaliteitsverbetering leefgebied weide- en/of akkervogels.

tweede lid

Niet-productieve investeringen zoals genoemd in lid 2 betreffen activiteiten die geen aanmerkelijke stijging van de waarde of rentabiliteit van een bedrijf tot gevolg hebben.

 

Hieronder wordt ingezet op het verbeteren en veiligstellen van leefgebieden voor de grutto door gerichte maatregelen op en rondom kerngebieden.

Daarnaast wordt ingezet op maatregelen in een directe zone rondom Natura 2000‑gebieden om met name stikstofdruk te verlagen, met specifieke aandacht voor aanliggende grondwaterbeschermingsgebieden en beekdalen (zie kaart).

  • Het beschermen en verbeteren van grondwaterkwaliteit en -kwantiteit in grondwaterbeschermingsgebieden door maatregelen die verdroging, uitspoeling en verstoring beperken.

  • Het herstellen en robuust maken van beekdalen, met aandacht voor natuurlijke waterafvoer, bodemkwaliteit en biodiversiteit.

Zoals opgenomen in: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2024/11/29/contourenbrief-agrarisch-natuurbeheer

 

De subsidie wordt ingezet voor noodzakelijke materiële kosten voor inrichting ten behoeve van het ANLb en die samenhangen met predatieschadepreventie, uitvoering, inrichting percelen en monitoring van maatregelen binnen deze gebieden. Hiermee wordt geborgd dat de middelen doelmatig en transparant worden besteed en maximaal bijdragen aan het realiseren van de natuur-, water- en biodiversiteitsdoelen in de genoemde zones.

 

Voorbeelden van investeringen die voor steun in aanmerking kunnen komen onder lid 2 zijn:

  • Aanleg plas-drassen als leef-, foerageer- en broedgebied voor de grutto, inclusief benodigde waterbronnen en pompen om plas-drassen op peil te houden;

  • Predatie beperkende maatregelen voor de grutto, zoals b.v. aanschaf rasters, vallen, materiaal voor monitoring, zoals b.v. drones

  • Kwaliteitsverbetering rondom N2000, aanliggende beekdalen en grondwaterbeschermingsgebieden (verlagen drukfactoren op N2000).

derde lid

Onder matiging van klimaatverandering wordt onder meer het verlagen van drukfactoren op stikstofgevoelige N2000 gebieden aanliggende beekdalen en grondwaterbeschermingsgebieden gerekend.

Met “ecosysteemdiensten” wordt bedoeld: de diensten die het ecosysteem levert aan de mens en de omgeving, zoals klimaatregulering, natuurlijke waterzuivering, natuurlijke bescherming tegen overstroming, bestuiving door wilde insecten, natuurgebonden recreatie, enz.

Deze investeringen dienen wel plaats te vinden op landbouwgronden. Voor deze investeringen op andere gronden dan landbouwgronden kan paragraaf 2.4 worden gebruikt.

De investeringen kunnen leiden tot een verandering op percelen. Deze veranderingen dienen in het perceelsregister verwerkt te worden, vanwege mogelijke gevolgen voor de steun die op grond van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 ontvangen wordt.

 

Artikel 2.3.2 Aanvrager wordt vervangen door onderstaande:

Artikel 2.3.2 Aanvrager

  • 1.

    Voor aanvragen zoals genoemd onder artikel 2.3.1 lid 1 kan subsidie worden verstrekt aan:

    • a.

      een agrarisch collectief;

    • b.

      een landbouworganisatie;

    • c.

      een organisatie voor landschapsbeheer, te weten een organisatie die aantoonbaar gericht is op het beheer van natuur of landschap; of

    • d.

      een samenwerkingsverband van landbouwers.

  • 2.

    Voor aanvragen zoals genoemd onder artikel 2.3.1. lid 2 kan subsidie worden verstrekt aan een agrarisch collectief.

Artikel 2.3.6 Hoogte subsidie wordt inclusiefToelichtingvervangen door onderstaande:

Artikel 2.3.6 Hoogte subsidie

  • 1.

    De hoogte van de subsidie voor aanvragen zoals benoemd onder artikel 2.3.1 lid 1 bedraagt bij verlening minimaal € 25.000,-

  • 2.

    De hoogte van de subsidie voor aanvragen zoals benoemd onder artikel 2.3.1 lid 2 bedraagt bij verlening minimaal € 165.000,-.

  • 3.

    De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten.

  • 4.

    In afwijking van het derde lid bedraagt de subsidie 70% van de subsidiabele kosten voor investeringen in het watersysteem.

Toelichting

vierde lid

Doordat de investeringen op landbouwgrond moeten worden uitgevoerd, heeft bij investeringen in het watersysteem de landbouwer profijt van een betere beschikbaarheid van water. Hierom wordt de investering niet voor 100% gesubsidieerd, maar voor 70% van de subsidiabele kosten.

 

De aanleg van plas-drassen of peilverandering ten behoeve van weidevogels wordt niet gerekend tot investeringen aan het watersysteem, aangezien de landbouwer geen profijt heeft van deze maatregelen.

 

In Artikel 2.3.7 Voorschot/deelbetalingen wordt onderstaand lid 3 toegevoegd:

  • 3.

    Als een omgevingsvergunning nodig is voor de activiteit als bedoeld in artikel 2.3.1, lid 1 of lid 2 wordt het voorschot of de deelbetaling van de subsidie uitsluitend betaalbaar gesteld nadat de omgevingsvergunning is ontvangen door Gedeputeerde Staten. Om tot uitbetaling van een voorschot over te gaan, dient de omgevingsvergunning uiterlijk 10 weken na sluiting van de openstelling door Gedeputeerde Staten te zijn ontvangen.

In Artikel 2.3.9 Rangschikking wordt lid 6 gewijzigd in onderstaande:

  • 6.

    Aanvragen met een totale score van 33 punten of meer komen voor subsidie in aanmerking. Vervolgens worden de bepalingen in artikel 1.12 lid 6 en 7 toegepast.

In de Toelichting a. De mate van effectiviteit wordt het derde aandachtspunt gewijzigd in onderstaande:

In de Toelichtingderde lid wordt ‘door een samenwerkingsverband’ vervangen door ‘door een aanvrager’.

 

In Artikel 2.5.8 Weigeringsgronden wordt ‘tenzij de activiteit’ vervangen door ‘tenzij het innovatieve samenwerkingsproject’

 

In Artikel 2.6b.4 Samenwerkingsverband wordt lid 1 vervangen door onderstaande:

  • 1.

    Een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2.6b.3 bestaat ten minste uit twee actoren waarvan ten minste één landbouwer, agrarisch collectief, landbouworganisatie, of gebiedsspecifieke stichting die landbouwers vertegenwoordigt.

Dit besluit treedt in werking 1 dag na publicatie van dit provinciaal blad.

Gedeputeerde Staten voornoemd.

Naar boven