Provinciaal blad van Noord-Brabant
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noord-Brabant | Provinciaal blad 2026, 8579 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noord-Brabant | Provinciaal blad 2026, 8579 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 19 mei 2026 tot wijziging van de regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant in verband met een aanpassing van hoofdstuk 1 en hoofdstuk 2, paragrafen 2, 5, 6 en 7 (Twaalfde wijziging regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant)
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;
Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
Overwegende dat het wenselijk is de regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant te wijzigen in verband met enkele wijzigingen in hoofdstuk 1 en hoofdstuk 2, paragrafen 2, 5, 6 en 7;
Artikel I Wijziging regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant
De regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant wordt als volgt gewijzigd:
Gedeputeerde Staten beslissen:
In artikel 2.2.1 vervalt in de alfabetische volgorde de begripsbepaling ‘kleinschalige windmolens’.
Artikel 2.2.3, eerste lid, komt te luiden:
In artikel 2.2.4, tweede lid, wordt ‘eerste lid, onder a, b of d’ vervangen door ‘eerste lid, onder a’.
Artikel 2.2.5 Weigeringsgronden
Onverminderd artikel 1.5 wordt subsidie geweigerd indien:
Artikel 2.2.6 Aanvraagvereisten
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.2.3 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
Aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 2.2.3 worden ingediend van 28 mei 2026, 9:00 uur, tot en met 31 augustus 2026, 17:00 uur.
Artikel 2.2.10 komt te luiden:
Artikel 2.2.10 Subsidieplafond
Artikel 2.2.11 komt te luiden:
In artikel 2.2.12, eerste lid, wordt ‘bijlage 1’ vervangen door ‘bijlage 1a, 1b, 1c, 1d of 1e’.
Artikel 2.2.12a komt te luiden:
Artikel 2.2.12a Verplichtingen
Indien de aanvraag tot vaststelling wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden ingediend binnen de termijn, genoemd in het eerste of tweede lid, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten de termijn eenmalig met maximaal één jaar en tot uiterlijk 31 december 2028 te verlengen.
In artikel 2.2.13 wordt ‘bijlage 1’ vervangen door ‘bijlage 1a, 1b, 1c, 1d of 1e’.
Artikel 2.2.14 komt te luiden:
In afwijking van artikel 1.19 en artikel 1.20 wordt de aanvraag tot vaststelling van een subsidie als bedoeld in artikel 2.2.3, eerste lid, die geen productieve investeringen gericht op agroforestry omvat, ingediend binnen één jaar na dagtekening van de beschikking tot subsidieverlening.
Artikel 2.5.10 komt te luiden:
Artikel 2.5.10 Weigeringsgronden
Onverminderd artikel 1.5 wordt subsidie geweigerd indien de aanvraag wordt gedaan door een reeds bestaand samenwerkingsverband, tenzij het innovatieve samenwerkingsproject waarvoor subsidie wordt aangevraagd nieuw is voor het reeds bestaande samenwerkingsverband.
In artikel 2.6.5, tweede lid, onder i, wordt ‘tweede lid, onder g of i,’ vervangen door ‘tweede lid, onder e of g,’.
Artikel 2.6.9 wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 2.6.10, tweede lid, wordt ’26 mei 2026’ vervangen door ‘9 juni 2026’.
Artikel 2.7.9 Selectie van aanvragen en verdeling van het subsidieplafond
Bijlage 1, behorende bij de regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant, wordt vervangen door bijlagen I tot en met V behorende bij deze regeling.
’s-Hertogenbosch, 19 mei 2026
Gedeputeerde Staten voornoemd,
de voorzitter,
mr. I.R. Adema
de secretaris,
drs. G.H.E. Derks MPA
Bijlage I bij de twaalfde wijziging regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant
Bijlage 1a behorende bij artikel 2.2.3 van de regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant
|
Materieel voor bewerking van percelen gericht op vermindering perceelafspoeling |
|
||
|
|||
|
|||
|
Bijlage II bij de twaalfde wijziging regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant
Bijlage 1b behorende bij artikel 2.2.3 van de regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant
Bijlage III bij de twaalfde wijziging regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant
Bijlage 1c behorende bij artikel 2.2.3 van de regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant
Bijlage IV bij de twaalfde wijziging regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant
Bijlage 1d behorende bij artikel 2.2.3 van de regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant
Bijlage V bij de twaalfde wijziging regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant
Bijlage 1e behorende bij artikel 2.2.3 van de regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant
Toelichting behorende bij de twaalfde wijziging regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant
In 2024 is paragraaf 2 voor het eerst opengesteld. Naar aanleiding van de ervaringen met deze openstelling is paragraaf 2 op enkele plekken gewijzigd. Daarnaast bevat deze wijzigingsregeling een technische aanpassing in paragraaf 6.
Artikel I (Wijziging regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant)
Dit artikel bepaalde eerder dat Gedeputeerde Staten binnen 22 weken na de aanvraagperiode beslissen. De aanpassing zorgt ervoor dat een aanvrager niet te lang hoeft te wachten op een beslissing bij een lange aanvraagperiode.
In artikel 2.2.5, onderdeel b, ligt vast dat een aanvraag om productieve investeringen gericht op agroforestry wordt geweigerd als deze uitsluitend de investeringscategorie waterbesparende precisieberegening en irrigatie betreft. Zulke aanvragen zijn onwenselijk, aangezien deze categorie ook kan worden aangevraagd onder het deelplafond voor productieve investeringen gericht op water of biodiversiteit & biologische bestrijding.
Onder A, F en H (artikelen 2.2.3, 2.2.6 en 2.2.10)
De productieve investeringen waarvoor een (jonge) landbouwer subsidie kan aanvragen, zijn in artikel 2.2.3 specifieker gemaakt, omdat een aantal investeringen onvoldoende aansluiten op het beleid van de provincie Noord-Brabant.
Voor landbouwers betreft de subsidie nu investeringen in water of biodiversiteit & biologische bestrijding, veehouderij, precisielandbouw, of agroforestry.
Voor jonge landbouwers betreft de subsidie nu investeringen in veehouderij.
In artikel 2.2.6, onderdeel a, is duidelijk gemaakt dat een aanvraag betrekking heeft op een of meer investeringen die onder een bepaald deelplafond passen. Als een onderneming bijvoorbeeld een investering wil aanvragen die past in een investeringscategorie gericht op veehouderij, en een investering die past in een investeringscategorie gericht op precisielandbouw, dan moet deze twee aanvragen indienen. Hierbij geldt dat de subsidie op grond van artikel 2.2.5 wordt geweigerd indien de aanvrager in hetzelfde aanvraagtijdvak al een aanvraag om subsidie heeft ingediend op grond van deze paragraaf. De laatst ingediende aanvraag zal in dit voorbeeld worden afgewezen. Dit geldt ook als de eerst ingediende aanvraag wordt afgewezen omdat het subsidieplafond is bereikt.
De verdeling in specifieke hoofdstukken in artikel 2.2.3 komt terug in de subsidieplafonds in artikel 2.2.10.
In het eerste lid staan vier deelplafonds voor landbouwers (a. water of biodiversiteit & biologische bestrijding, b. veehouderij, c. precisielandbouw, d. agroforestry).
In het tweede lid staat een plafond voor jonge landbouwers. Het deelplafond betreft enkele specifieke investeringen in veehouderij. Hiermee ondersteunen Gedeputeerde Staten jonge landbouwers gericht in het reduceren van ammoniakemissies. Een aanvraag van een jonge landbouwer komt ten laste van dit deelplafond. Dit ligt alleen anders als een samenwerkingsverband bestaat uit niet-jonge landbouwers en jonge landbouwers. In dat geval vallen de activiteiten onder artikel 2.2.3, eerste lid, onder a. Daaruit volgt dat deze hele aanvraag onder een van de vier deelplafonds voor landbouwers valt.
Als het budget voor aanvragen voor projecten gericht op water/biodiversiteit & biologische bestrijding, op veehouderij, op precisielandbouw, of op agroforestry ontoereikend is om alle in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, wordt dat budget op grond van het derde lid aangevuld met de onaangesproken middelen die zijn gereserveerd voor aanvragen die de andere budgetten betreffen. Het vierde lid bevat een regeling voor het geval dat een of meer budgetten ontoereikend zijn, en een of meer budgetten niet zijn uitgeput. In dat geval geldt een verdelingsvolgorde die voortvloeit uit de doelen van Gedeputeerde Staten: 1. veehouderij, 2. precisielandbouw, 3. agroforestry, 4. water of biodiversiteit & biologische bestrijding.
Als er middelen resteren in het deelplafond voor agroforestry, dan gaan die middelen eerst naar het deelplafond voor veehouderij. Zijn alle in aanmerking komende aanvragen voor veehouderij toegekend en resteren er dan nog middelen, dan gaan deze naar het deelplafond voor precisielandbouw. Zijn ook bij precisielandbouw alle in aanmerking komende aanvragen toegekend, dan gaan eventueel resterende middelen naar het deelplafond voor water of biodiversiteit & biologische bestrijding.
Als er middelen resteren in twee deelplafonds, dan gaan deze middelen samen naar het deelplafond dat ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen.
Zijn alle in aanmerking komende aanvragen voor precisielandbouw en water of biodiversiteit & biologische bestrijding toegekend en resteren in beide deelplafonds nog middelen, dan gaan deze gezamenlijke middelen naar het deelplafond voor veehouderij. Zijn ook bij veehouderij alle in aanmerking komende aanvragen toegekend, dan gaan eventueel resterende middelen naar het deelplafond voor agroforestry.
Op deze wijze is verzekerd dat de subsidieplafonds voor de verschillende aanvragen zo efficiënt mogelijk kunnen worden gebruikt.
Het thema ‘Agroforestry’ bedoeld in bijlage 1d bestaat uit twee investeringscategorieën: de investeringscategorie agroforestry, en de investeringscategorie waterbesparende precisieberegening en irrigatie.
In het tweede lid ligt vast dat de subsidie alleen 70% van de subsidiabele kosten bedraagt als de investering is gericht op de investeringscategorie agroforestry. Als dit anders zou zijn, zou de investeringscategorie waterbesparende precisieberegening en irrigatie bij dit thema een hoger steunpercentage ontvangen dan bij het thema Water. Dit is onwenselijk.
Uit artikel 2.2.4, tweede lid, en 2.2.11, eerste lid, volgt logisch dat de subsidie 40% van de subsidiabele kosten bedraagt als de aanvraag is ingediend door een samenwerkingsverband van landbouwers en jonge landbouwers. Daarom ligt dit, anders dan in eerdere versies van deze paragraaf, niet langer expliciet vast in artikel 2.2.11.
Onder J en L (artikelen 2.2.12 en 2.2.13)
Deze artikelen zijn aangepast aan de vervanging van bijlage 1 door bijlagen 1a tot en met 1e.
De einddatum voor afronden van projecten met (een of meer) investeringen gericht op agroforestry is aangepast naar 30 juni 2028. De uiterste termijn voor het kunnen verlengen van de projectperiode is aangepast naar 31 december 2028. Deze termijnen sluiten aan bij die in andere paragrafen.
Artikel 2.2.14 bevat regels die op zich uit hoofdstuk 1 van de regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant voortvloeien. Voor de duidelijkheid is dit artikel gehandhaafd. Voor een subsidie die productieve investeringen gericht op agroforestry omvat, dient de subsidieontvanger de aanvraag uiterlijk 13 weken na 30 juni 2028 in (of zoveel eerder als het project voor 30 juni 2028 klaar is).
Het project dient innovatief te zijn, waarbij de innovativiteit kan bestaan uit nieuwe praktijken of uit bestaande praktijken in een nieuwe milieu- of geografische context. Een project komt niet voor subsidie in aanmerking als de aanvraag wordt gedaan door een reeds bestaand samenwerkingsverband. Deze weigeringsgrond geldt niet als het innovatieve samenwerkingsproject een nieuwe activiteit is voor het samenwerkingsverband. Het is daarnaast mogelijk dat hetzelfde samenwerkingsverband meer dan één keer voor subsidie in aanmerking komt, als het project nieuw is ten opzichte van eerdere gesubsidieerde projecten. Hierbij is het van belang dat een aanvrager goed uitwerkt dat het project zich in voldoende mate onderscheidt van eerdere projecten van het samenwerkingsverband. Dit gezien het rangschikkingscriterium 'mate van innovatie'.
Onder P en Q (artikelen 2.6.9 en 2.6.10)
In het tweede lid van artikel 2.6.9 is een splitsing aangebracht tussen de maximale subsidiehoogte voor projecten binnen GGA-gebieden en projecten buiten GGA-gebieden. De hoogte voor projecten buiten GGA-gebieden stijgt van € 1 miljoen naar € 1,5 miljoen. De reden voor deze aanpassing is het inzicht dat een hoger subsidiemaximum passend is bij de projecten onder het subsidieplafond voor projecten buiten GGA-gebieden. Daarnaast is de openstellingsperiode met twee weken verlengd. Dit vanwege de complexiteit van de aanvragen.
Deze aanpassing verduidelijkt dat selectie van aanvragen en verdeling van het subsidieplafond plaatsvindt door de lokale actiegroep als bedoeld in artikel 33 van verordening 2021/1060.
Sommige investeringscategorieën sluiten niet voldoende aan bij het beleid van de provincie Noord-Brabant, zijn niet erg innovatief, of scoren weinig punten waardoor de kans laag is dat de aanvraag kan worden gehonoreerd. Gelet hierop is de lijst met investeringscategorieën aangepast.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-8579.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.