Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 19 mei 2026 tot wijziging van de regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant in verband met een aanpassing van hoofdstuk 1 en hoofdstuk 2, paragrafen 2, 5, 6 en 7 (Twaalfde wijziging regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant)

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;

 

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

 

Overwegende dat het wenselijk is de regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant te wijzigen in verband met enkele wijzigingen in hoofdstuk 1 en hoofdstuk 2, paragrafen 2, 5, 6 en 7;

 

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Artikel I Wijziging regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant

De regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

 

Artikel 1.14 komt te luiden:

Artikel 1.14 Beslistermijn

Gedeputeerde Staten beslissen:

  • a.

    binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag bij de verdelingswijze op volgorde van binnenkomst van de aanvragen;

  • b.

    binnen 22 weken na afloop van de periode waarbinnen de aanvraag ontvangen moet zijn bij de verdelingswijze op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

B.

 

In artikel 2.2.1 vervalt in de alfabetische volgorde de begripsbepaling ‘kleinschalige windmolens’.

 

C.

 

Artikel 2.2.3, eerste lid, komt te luiden:

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor:

    • a.

      productieve investeringen groen- blauw of dierenwelzijn door landbouwers, of een samenwerkingsverband van landbouwers en jonge landbouwers, gericht op:

      • i.

        water of biodiversiteit & biologische bestrijding als bedoeld in bijlage 1a;

      • ii.

        veehouderij als bedoeld in bijlage 1b;

      • iii.

        precisielandbouw als bedoeld in bijlage 1c; of

      • iv.

        agroforestry als bedoeld in bijlage 1d;

    • b.

      productieve investeringen groen- blauw of dierenwelzijn door jonge landbouwers, gericht op veehouderij als bedoeld in bijlage 1e.

D.

 

In artikel 2.2.4, tweede lid, wordt ‘eerste lid, onder a, b of d’ vervangen door ‘eerste lid, onder a’.

 

E.

 

Artikel 2.2.5 komt te luiden:

Artikel 2.2.5 Weigeringsgronden

Onverminderd artikel 1.5 wordt subsidie geweigerd indien:

  • a.

    de aanvrager in hetzelfde aanvraagtijdvak al een aanvraag om subsidie heeft ingediend op grond van deze paragraaf; of

  • b.

    een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 2.2.3, eerste lid, onder a, subonderdeel iv, uitsluitend investeringen in de investeringscategorie waterbesparende precisieberegening en irrigatie betreft.

F.

 

Artikel 2.2.6 komt te luiden:

Artikel 2.2.6 Aanvraagvereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.2.3 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 2.2.3, eerste lid, onder a, betreft een of meer investeringen die kunnen worden gesubsidieerd onder één deelplafond als bedoeld in artikel 2.2.10, eerste lid;

  • b.

    een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 2.2.3, eerste lid, onder b, betreft een of meer investeringen die kunnen worden gesubsidieerd onder het deelplafond als bedoeld in artikel 2.2.10, tweede lid;

  • c.

    in afwijking van artikel 1.6, derde lid, bevat de aanvraag geen projectplan;

  • d.

    als de aanvraag wordt ingediend door een landbouwer met een biologische bedrijfsvoering wordt, in aanvulling op artikel 1.6, de aanvraag vergezeld van een erkend certificaat of kwaliteitskeurmerk waaruit dit blijkt;

  • e.

    als de aanvraag wordt ingediend door een landbouwer die in omschakeling is naar biologische landbouw wordt, in aanvulling op artikel 1.6, de aanvraag vergezeld van het inschrijfnummer en documentatie van een certificerende instantie ter onderbouwing dat de bedrijfsomschakeling is gestart.

G.

 

Artikel 2.2.9 komt te luiden:

Artikel 2.2.9 Aanvraagtijdvak

Aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 2.2.3 worden ingediend van 28 mei 2026, 9:00 uur, tot en met 31 augustus 2026, 17:00 uur.

 

H.

 

Artikel 2.2.10 komt te luiden:

Artikel 2.2.10 Subsidieplafond

  • 1.

    Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 2.2.3, eerste lid, onder a, voor de periode, genoemd in artikel 2.2.9, vast op:

    • a.

      € 1.267.470 voor projecten die zijn gericht op investeringscategorieën als bedoeld in bijlage 1a;

    • b.

      € 1.267.470 voor projecten die zijn gericht op investeringscategorieën als bedoeld in bijlage 1b;

    • c.

      € 1.267.470 voor projecten die zijn gericht op investeringscategorieën als bedoeld in bijlage 1c;

    • d.

      € 1.007.014 voor projecten die zijn gericht op de investeringscategorie bedoeld in bijlage 1d.

  • 2.

    Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 2.2.3, eerste lid, onder b, voor de periode, genoemd in artikel 2.2.9, vast op € 2.271.647.

  • 3.

    Indien een subsidieplafond als bedoeld in eerste lid ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld met de onaangesproken middelen gereserveerd op grond van de andere subsidieplafonds.

  • 4.

    Bij toepassing van het derde lid geldt voor toedeling van onaangesproken middelen uit subsidieplafonds aan ontoereikende subsidieplafonds de volgende volgorde:

    • a.

      veehouderij;

    • b.

      precisielandbouw;

    • c.

      agroforestry;

    • d.

      water of biodiversiteit & biologische bestrijding.

I.

 

Artikel 2.2.11 komt te luiden:

Artikel 2.2.11 Subsidiehoogte

  • 1.

    Voor subsidies als bedoeld in artikel 2.2.3, eerste lid, onder a, bedraagt de subsidie 40% van de subsidiabele kosten.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie 70% van de subsidiabele kosten als de investering is gericht op de investeringscategorie agroforestry als bedoeld in bijlage 1d.

  • 3.

    Voor subsidies als bedoeld in artikel 2.2.3, eerste lid, onder b, bedraagt de subsidie 55% van de subsidiabele kosten.

  • 4.

    De subsidie bedraagt maximaal € 50.000.

  • 5.

    Geen subsidie wordt verstrekt indien het subsidiebedrag lager is dan € 10.000.

J.

 

In artikel 2.2.12, eerste lid, wordt ‘bijlage 1’ vervangen door ‘bijlage 1a, 1b, 1c, 1d of 1e’.

 

K.

 

Artikel 2.2.12a komt te luiden:

Artikel 2.2.12a Verplichtingen

  • 1.

    In aanvulling op artikel 1.15 is de subsidieontvanger verplicht het project binnen één jaar na dagtekening van de beschikking tot subsidieverlening af te ronden.

  • 2.

    Indien de subsidie productieve investeringen gericht op agroforestry omvat, is de subsidieontvanger in afwijking van het eerste lid verplicht het project uiterlijk 30 juni 2028 af te ronden.

  • 3.

    Indien de aanvraag tot vaststelling wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden ingediend binnen de termijn, genoemd in het eerste of tweede lid, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten de termijn eenmalig met maximaal één jaar en tot uiterlijk 31 december 2028 te verlengen.

L.

 

In artikel 2.2.13 wordt ‘bijlage 1’ vervangen door ‘bijlage 1a, 1b, 1c, 1d of 1e’.

 

M.

 

Artikel 2.2.14 komt te luiden:

In afwijking van artikel 1.19 en artikel 1.20 wordt de aanvraag tot vaststelling van een subsidie als bedoeld in artikel 2.2.3, eerste lid, die geen productieve investeringen gericht op agroforestry omvat, ingediend binnen één jaar na dagtekening van de beschikking tot subsidieverlening.

 

N.

 

Artikel 2.5.10 komt te luiden:

Artikel 2.5.10 Weigeringsgronden

Onverminderd artikel 1.5 wordt subsidie geweigerd indien de aanvraag wordt gedaan door een reeds bestaand samenwerkingsverband, tenzij het innovatieve samenwerkingsproject waarvoor subsidie wordt aangevraagd nieuw is voor het reeds bestaande samenwerkingsverband.

 

O.

 

In artikel 2.6.5, tweede lid, onder i, wordt ‘tweede lid, onder g of i,’ vervangen door ‘tweede lid, onder e of g,’.

 

P.

 

Artikel 2.6.9 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het tweede lid, onderdeel b, wordt ‘tweede lid, onder b of c.’ vervangen door ‘tweede lid, onder b;’.

  • 2.

    Aan het tweede lid wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

    • c.

      minimaal € 500.000 en maximaal € 1.500.000 voor aanvragen onder het subsidieplafond bedoeld in artikel 2.6.11, tweede lid, onder c.

  • 3.

    In het vierde en vijfde lid wordt ‘tweede lid’ telkens vervangen door ‘derde lid’.

Q.

 

In artikel 2.6.10, tweede lid, wordt ’26 mei 2026’ vervangen door ‘9 juni 2026’.

 

R.

 

Artikel 2.7.9 komt te luiden:

Artikel 2.7.9 Selectie van aanvragen en verdeling van het subsidieplafond

  • 1.

    In afwijking van artikel 1.12 vindt selectie van activiteiten die:

    • a.

      voor subsidie als bedoeld in artikel 2.7.2, aanhef en onder a, in aanmerking komen plaats door de LAG op basis van selectiecriteria als opgenomen in hoofdstuk 1 van bijlage 3;

    • b.

      voor subsidie als bedoeld in artikel 2.7.2, aanhef en onder b, in aanmerking komen plaats door de LAG op basis van selectiecriteria als opgenomen in hoofdstuk 2 van bijlage 3;

    • c.

      voor subsidie als bedoeld in artikel 2.7.2, aanhef en onder c, in aanmerking komen plaats door de LAG op basis van selectiecriteria als opgenomen in hoofdstuk 3 van bijlage 3.

  • 2.

    Verdeling van een subsidieplafond als bedoeld in artikel 2.7.7 vindt plaats door de LAG.

S.

 

Bijlage 1, behorende bij de regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant, wordt vervangen door bijlagen I tot en met V behorende bij deze regeling.

Artikel II Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

’s-Hertogenbosch, 19 mei 2026

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter,

mr. I.R. Adema

de secretaris,

drs. G.H.E. Derks MPA

Bijlage I bij de twaalfde wijziging regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant

 

Bijlage 1a behorende bij artikel 2.2.3 van de regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant

 

Water

Cat.

Investering

Wel/niet subsidiabel

Pnt

4

Materieel voor bewerking van percelen gericht op vermindering perceelafspoeling

Subsidiabel

Aanschaf van:

  • Drempelmachine voor ruggenteelten

  • Wafeltjesmachine

  • Gitterrollen

17

5

Waterbesparende precisieberegening en irrigatie

Subsidiabel

De aanschaf en aanleg van:

  • Dripirrigatie/druppelslangen, inclusief besturing voor beregening/irrigatie en fertigatiesystemen

  • Aanschaf vlaksproeiers (alleen in combinatie met beregeningsbomen)

  • Aanschaf beregeningsboom

  • RWS (Root Watering System)

  • Sub-surface druppelirrigatie

  • Flippers en vernevelaars

  • Laagvolume sproeier ten behoeve van nachtvorstbestrijding

  • Elektrische aansturing van deze beregeningsbevloeiingsapparatuur

  • Debietmeter voor pomp + telemetrie ten behoeve van het gebruik van bovenstaande investeringen

  • Software voor alle soorten sensor-gestuurde irrigatie, in combinatie met bovenstaande investeringen

Niet subsidiabel

  • Reguliere beregeningshaspels, inclusief slang

  • Pompen

  • Aggregaat

  • Sproeibomen voor gewasbescherming

  • Reservoir voor opslag van beregeningswater/bevloeiingswater

18

7

Bovengrondse wateropvang (inclusief hemelwateropvang)

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Waterbassins en silo’s ten behoeve van hemelwateropvang inclusief bijbehorende pijpleidingen en voorzieningen ten behoeve van de opvang van hemelwater van daken.

  • Bijbehorende kosten voor, hekwerk, taludbescherming en graafwerk

16

8

EC meters en monitoringssensoren

Subsidiabel:

Aanschaf en aanleg van:

  • EC meters en monitoringssystemen voor het bepalen van vocht-, zuur- en zoutgehalte

  • Continuemeters

  • Grondwatermeters

  • Oppervlaktewatermeters bij beregening uit oppervlaktewaters

  • Penetrometers

  • PH meters

  • Vochtsensoren

  • Monitoringssensoren voor nitraat en fosfaat voor zowel bodem als oppervlaktewater

16

 

Biodiversiteit & biologische bestrijding

Cat.

Investering

Wel/niet subsidiabel

Pnt

1

Autonome en semi-autonome niet-chemische bestrijding

Subsidiabel

Aanschaf van:

  • Autonome en Semi-autonome systemen die ziekten/plagen/onkruiden herkennen en op duurzame wijze bestrijden in het veld

    • o

      Thermisch

    • o

      Mechanisch

    • o

      Laser

    • o

      Elektrisch

  • Systemen ten behoeve van niet-chemische bestrijding van schadelijke insecten

Niet subsidiabel

  • Sorteermachines

16

2a

Strokenteelt en gewasdiversiteit

Subsidiabel

Aanschaf van:

  • Zaaimachines voor inzaaien voor "ondergewassen" zoals gras bij mais

  • Strokenfrees of strokenploeg

  • Zaai- en oogstmachines of andere aangepaste machines voor gewasmanagement, zoals onkruidbestrijding

  • Machines, hulpmiddelen of aanpassingskosten voor het overschakelen op een teeltsysteem met een vaste werkbreedte

  • Zelfrijdende machines voor strokenteelt

  • GPS/GIS of aanpassingen aan de apparatuur in combinatie met bovenstaande investeringen

16

2b

Vaste rijpaden

Subsidiabel

Aanschaf van:

  • Aanpassing van machines voor het werken met vaste rijpaden waarbij onbereden bedden ontstaan

  • GPS/GIS of aanpassingen aan de apparatuur in combinatie met bovenstaande investeringen

18

4

Vermindering bodemverdichting door brede banden en rupsbanden

Subsidiabel

Aanschaf van:

  • Rupsbanden voor onder tractor of zelfrijdende oogstmachine

  • Luchtdrukwisselsystemen met een zodanige capaciteit dat de banden binnen 5 minuten op 2 bar kunnen worden gebracht in combinatie met maximaal vier VF banden per aangeschaft systeem

16

5

Onkruid-, plaag- en ziektebestrijding

Subsidiabel

Aanschaf van:

  • Schoffeltuig

  • Mechanische loofsnijder of mechanische wortelsnijder of looftrekker

  • Vinger- of torsiewieders en wiedeggen

  • Maaiers voor paden in de fruitteelt

  • Doorzaaimachine voor blijvend grasland

  • Weed seed crusher

  • Beetle Eater

  • Colorado Beetle Catcher

15

6b

Verwerken bedrijfsgewassen tot meststoffen

Subsidiabel

Aanschaf van:

  • Apparatuur voor het verhakselen van materiaal

  • Toepassingen om (gras)klaver, andere eiwitrijke gewassen of groenbemesters te verwerken zodat deze bruikbaar is als kunstmest- en krachtvoervervanger, op voorwaarde dat dit gebeurt met hernieuwbare energie (bijvoorbeeld drogen, persen, pelleteren en opslaan)

16

7

Verwerken en toepassen van organisch restmateriaal

Omschrijving

Investeringen die specifiek bedoeld zijn voor de verwerking van organisch restmateriaal met als doel het verhogen van bodemkwaliteit, zoals materieel voor het maaien en ophalen van slootkanten, het verwerken en toepassen van gewasresten, maaisel van slootkanten, bermen of natuurterreinen, slootbagger of compost hiervan.

 

Subsidiabel

Aanschaf van:

  • Machines en werktuigen voor het inwerken, mulchen of onderwerken van gewasresten, ruige mest, vaste mest en groenbemester met behulp van schijven(eg), rollen, tanden of snijders

  • Eco-ploeg waarmee op 15 cm diep geploegd kan worden

  • Materiaal om specifiek voor het maaien van slootkanten maaisel op de kant te kunnen deponeren en ophalen voor verdere verwerking

  • Maai/blaas systemen voor het maaien van slootkanten

  • Materieel voor het verwerken van organisch restmaterieel zoals compostverwerkers

  • Baggerspuit voor het verspreiden van slootbagger over het perceel.

  • Lekvrije, emissie reducerende opslagplaatsen voor compost, champost en bokashi voor langere termijn (meer dan 9 maanden)

  • Werktuigen voor het snijden of hakselen en gelijkmatig uitstrooien van beheergras, bermmaaisel, slootmaaisel of gewasresten over landbouwgrond

  • GPS in combinatie met één van bovenstaande investeringen

  • Wildredder in combinatie met één van bovenstaande systemen/werktuigen

Niet subsidiabel

  • Mestverwerkingsinstallaties

  • Reguliere grasmaaiers

  • Afleverkosten en abonnementen.

  • Kiepwagens, silagewagens en opraapwagens

16

 

Bijlage II bij de twaalfde wijziging regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant

 

Bijlage 1b behorende bij artikel 2.2.3 van de regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant

 

Veehouderij

Cat.

Investering

Wel/niet subsidiabel

Pnt

1

Comfortabele ligplaatsen voor veehouderij

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Een mat, matras, waterbed, gelmatras voor koeien om op te rusten met voldoende indrukbaarheid conform DLG test (uitslag: blijvende elasticiteit ≥ 15 mm indrukking bij een belasting van 2000N per 75 cm2 of DLG test goed (++)).

  • Een diepstrooiselbox: dik ingestrooide ligbox met zaagsel, stro, zand of ander organisch materiaal, met uitzondering van dikke fractie uit mestscheiders. Met strooiselkering aan voor- en achterzijde van de box van minimaal 15 cm hoog, gemeten loodrecht vanaf de bodem. Indien boxen in een dubbele rij liggen en aan de kopkant op elkaar aansluiten dan is daar geen strooiselkering vereist

  • Een combinatie van mat of matras met diepstrooisel, waarbij indrukbaarheid mat/matras conform DLG test met uitslag goed (+) de hoogte strooiselkering loodrecht gemeten vanaf bovenkant mat/matras 8 cm

Niet subsidiabel

  • Alle andere varianten op rustmogelijkheden voor dieren

  • De stal of plek waar de matrassen of waterbedden in komen

18

2

Digitale voorzieningen voor weidegang

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Systemen ten behoeve van weidegang die diergerelateerde zaken kunnen registreren en monitoren

  • Trackers via een oormerk of band

  • Automatische weide-selectiepoorten voor toegang richting de weide

  • Aanschaf van software behorend bij een selectiepoort en/of GPS systeem

  • Monitoringssystemen t.b.v. weidegang, waarbij het aantal dieren dat buiten loopt kan worden gemonitord

18

3a

Monomestvergisters

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • monomestvergisters met een maximale omvang van 25.000m3 mest

Niet subsidiabel

  • Een aansluiting op een mestscheidingsinstallatie

Opmerkingen

  • Aanvragers komen slechts in aanmerking voor subsidie indien er niet ook een verleningsbeschikking is ontvangen voor de SDE++ regeling.

16

3b

Mestverwerkingssystemen

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Alle mestverwerkingsinstallaties al dan niet in combinatie met een monomestvergistingsinstallatie voor de verdere verwerking van de vergiste mest tot een hoogwaardige meststof zoals compost, korrels, vloeibare stikstofhoudende kunstmeststoffen.

  • Installaties voor het drogen, opschonen en comprimeren van het gas uit eigen installatie

  • Installaties voor het opslaan van gecomprimeerd biogas uit eigen installatie in flessen/containers voor mobiel transport, ten bate van eigen gebruik

Niet subsidiabel

  • Een aansluiting op een mestscheidingsinstallatie

Opmerkingen

  • Aanvragers komen slechts in aanmerking voor subsidie voor indien er niet ook een verleningsbeschikking is ontvangen voor de SDE++ regeling.

18

4

Mestscheidingsinstallaties

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Mechanische mestscheidingsapparatuur zodat de ruwe (drijf)mest door de mechanische bewerking wordt gescheiden in een dikke fractie en een dunne fractie

  • Stikstofkrakers

18

5a

Voorzieningen voor weidegang voor graasdieren

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Een oversteekplaats zoals een koetunnel, dam of brug

  • Veeroosters

  • Mobiele melkrobot en mobiele melksystemen

  • Schuilmogelijkheden

  • Voorzieningen ter voorkoming van hittestress

  • Drinkwatervoorzieningen

Niet subsidiabel

  • Kavel- en koepaden

17

5b

Wolfwerende voorzieningen

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Voorzieningen voor het beschermen van vee tegen wolven

18

6

Stalklimaat

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Koelsystemen voor dieren; water mistvernevelsystemen, PET-koeling en airco

  • Automatisch gecontroleerde natuurlijke ventilatie (ACNV)

  • Voor kraamstal zeug en biggen: Directe warmtebron, infrarood paneel, vloerverwarming en/of (vloer)koeling voor zeugen

  • Voor pluimvee: Infraroodpanelen en/of vloerverwarming voor het verwarmen van jonge kuikens

  • Voor pluimvee en varkens: Daglichtvoorzieningen die minstens 2% van het vloeroppervlak beslaan met lichtdoorlatende wand-of dakplaten

Niet subsidiabel:

  • Elektrische stalverlichting

17

8

Gedeeltelijk dichte vloer in hokken voor biggenopfok

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Minimaal 40% van de totale vloeroppervlakte met een dichte vloer voor biggenopfok

18

9

Technieken die uitkomst van eieren in vleeskuikenstallen mogelijk maken

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Systemen voor uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens met aparte vervolghuisvesting welke voldoen aan specificaties van Or-code HE 5

Niet subsidiabel

  • Bouw en verbouw van overige stalonderdelen

16

10

Vrijloopkraamhokken zeugen

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Vrijloopkraamhokken voor zeugen in plaats van gangbare huisvesting van kraamboxen

18

12

Gekartelde schoftboom en roterende borstel

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Gekartelde schoftboom inclusief bevestigingsmateriaal zoals beugelklemmen e.d.

  • Roterende borstel voor koeien, geiten of zeugen

Niet subsidiabel

  • Overige kosten voor onderdelen van ligboxafscheidingen, zoals de ligboxen zelf

  • Niet roterende koeborstel, bijvoorbeeld met een spiraalveer

17

13

Mechanische vliegenval voor rundvee

Subsidiabel

  • Mechanische vliegenval

Niet subsidiabel

  • Chemische vliegenbestrijding 

18

15

Uitloopvoorzieningen voor varkens en pluimvee

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Schuilplaatsen voor pluimvee

  • Schuilplaatsen voor varkens

17

 

Bijlage III bij de twaalfde wijziging regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant

 

Bijlage 1c behorende bij artikel 2.2.3 van de regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant

 

Precisielandbouw

Cat.

Investering

Wel/niet subsidiabel

Pnt

2

Precisiebemesting

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Systemen om vloeibare meststoffen via druppelslangen in de juiste dosering en op het juiste moment toe te dienen aan het gewas (fertigatie)

  • Systemen voor het meten van het stikstofgehalte van de toegediende mest met NIRS indien dit meteen wordt doorvertaald in het doseren van de meststoffen

  • Systemen voor het digitaal meten van opbrengsten voor opbrengstkaarten ten behoeve van plaats specifieke teeltoptimalisatie

  • GPS/GIS apparatuur, inclusief bodemkaart voor bovenstaande systemen (alleen in combinatie met aanschaf van bovenstaande systemen)

Niet subsidiabel

  • Zodenbemester

  • Systemen voor rijenbemesting met dierlijke mest

  • Systemen die plaatsspecifiek vloeibare stikstofhoudende (kunst)meststoffen in de bodem kunnen toepassen

18

3b

Plaatsspecifieke precisiegewasbescherming

Subsidiabel

Aanschaf van:

  • Machine bestemd voor plaatsspecifieke bestrijding van ziekten, plagen of onkruiden in de akkerbouw, bloembollen-, boom-, fruit-, vollegrondsteelt of bedekte teelt zonder gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen

  • Camerabesturing voor bestaande schoffelwerktuigen

  • Systemen die op basis een taakkaart kunnen spuiten, eventueel in combinatie met PWM doppen (pulse width modulation)

  • Spotspray toepassingen: herkenning van onkruid met behulp van camera’s waarna alleen het onkruid bespoten wordt (sterke middelreductie)

18

 

Bijlage IV bij de twaalfde wijziging regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant

 

Bijlage 1d behorende bij artikel 2.2.3 van de regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant

 

Agroforestry

Cat.

Investering

Wel/niet subsidiabel

Pnt

3

Agroforestry

Omschrijving

Teelt van houtige gewassen (bomen en struiken) gecombineerd met veeteelt, groenteteelt of akkerbouw op hetzelfde perceel landbouwgrond. De houtige gewassen zijn bedoeld voor de productie van fruit, noten of bessen.

 

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg/aanplant van:

  • Aangepaste machines voor gewasmanagement van houtige gewassen die gecombineerd worden met akkerbouw, groenteteelt of grasland (voor veehouderij), waaronder oogstmachines, snoeimachines en materiaal voor boombescherming

  • Plantgoed van houtige, meerjarige gewassen (bomen en struiken) ten behoeve van fruit- of nootproductie van het bedrijf die bewust gemengd worden met akkerbouw, groenteteelt of grasland (voor veehouderij) op hetzelfde landbouwperceel

  • Plantgoed van houtige, meerjarige gewassen (bomen en struiken) ten behoeve van een perceel voedselbos op landbouwgrond (gewascode 1940), waarbij bomen en struiken voor eetbare producten zorgen

  • Bomen, struiken en windsingels op bouwland.

  • Voederhaag en voederbomen

  • Kosten voor grondbewerking, aanplant/inzaaien ondergroei van boomstroken en boombescherming

Niet subsidiabel

  • Aanplant van houtige, meerjarige gewassen, bomen en struiken, ten behoeve van kweekgoed (o.a. kerstbomen).

  • Bomen met als enkel doel hakhout.

  • Snelgroeiende bomen voor energieproductie (biomassa).

  • Niet meer dan 40% van de oppervlakte van het landbouwperceel mag bomen of struiken van éénzelfde teelt bevatten

17

5

Waterbesparende precisieberegening en irrigatie

Subsidiabel

De aanschaf en aanleg van:

  • Dripirrigatie/druppelslangen, inclusief besturing voor beregening/irrigatie en fertigatiesystemen

  • Aanschaf vlaksproeiers (alleen in combinatie met beregeningsbomen)

  • Aanschaf beregeningsboom

  • RWS (Root Watering System)

  • Sub-surface druppelirrigatie

  • Flippers en vernevelaars

  • Laagvolume sproeier ten behoeve van nachtvorstbestrijding

  • Elektrische aansturing van deze beregeningsbevloeiingsapparatuur

  • Debietmeter voor pomp + telemetrie ten behoeve van het gebruik van bovenstaande investeringen

  • Software voor alle soorten sensor-gestuurde irrigatie, in combinatie met bovenstaande investeringen

Niet subsidiabel

  • Reguliere beregeningshaspels, inclusief slang

  • Pompen

  • Aggregaat

  • Sproeibomen voor gewasbescherming

  • Reservoir voor opslag van beregeningswater/bevloeiingswater

18

 

Bijlage V bij de twaalfde wijziging regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant

 

Bijlage 1e behorende bij artikel 2.2.3 van de regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant

 

Veehouderij

Cat.

Investering

Wel/niet subsidiabel

Pnt

2

Digitale voorzieningen voor weidegang

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Systemen ten behoeve van weidegang die diergerelateerde zaken kunnen registreren en monitoren

  • Trackers via een oormerk of band

  • Automatische weide-selectiepoorten voor toegang richting de weide

  • Aanschaf van software behorend bij een selectiepoort en/of GPS systeem

  • Monitoringssystemen t.b.v. weidegang, waarbij het aantal dieren dat buiten loopt kan worden gemonitord

18

5a

Voorzieningen voor weidegang voor graasdieren

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Een oversteekplaats zoals een koetunnel, dam of brug

  • Veeroosters

  • Mobiele melkrobot en mobiele melksystemen

  • Schuilmogelijkheden

  • Voorzieningen ter voorkoming van hittestress

  • Drinkwatervoorzieningen

Niet subsidiabel

  • Kavel- en koepaden

17

11

Emissiearme systemen voor stallen melkveehouderij en vleeskalverhouderij

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Vloerdelen en bijbehorende technieken van emissiearme stalsystemen (Or-code HA 1.38)

  • Koetoilet (Or-code HA 1.35)

Niet subsidiabel

  • Fundering waarop vloer ligt

  • Mestkelder

  • Muren en dak stal

  • Mestkanaal

  • Sloopkosten oude vloer

13

 

Toelichting behorende bij de twaalfde wijziging regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant

I. Algemeen

 

In 2024 is paragraaf 2 voor het eerst opengesteld. Naar aanleiding van de ervaringen met deze openstelling is paragraaf 2 op enkele plekken gewijzigd. Daarnaast bevat deze wijzigingsregeling een technische aanpassing in paragraaf 6.

 

II. Artikelsgewijs

 

Artikel I (Wijziging regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant)

 

Onder A (artikel 1.14)

 

Dit artikel bepaalde eerder dat Gedeputeerde Staten binnen 22 weken na de aanvraagperiode beslissen. De aanpassing zorgt ervoor dat een aanvrager niet te lang hoeft te wachten op een beslissing bij een lange aanvraagperiode.

 

Onder E (artikel 2.2.5)

 

In artikel 2.2.5, onderdeel b, ligt vast dat een aanvraag om productieve investeringen gericht op agroforestry wordt geweigerd als deze uitsluitend de investeringscategorie waterbesparende precisieberegening en irrigatie betreft. Zulke aanvragen zijn onwenselijk, aangezien deze categorie ook kan worden aangevraagd onder het deelplafond voor productieve investeringen gericht op water of biodiversiteit & biologische bestrijding.

 

Onder A, F en H (artikelen 2.2.3, 2.2.6 en 2.2.10)

 

De productieve investeringen waarvoor een (jonge) landbouwer subsidie kan aanvragen, zijn in artikel 2.2.3 specifieker gemaakt, omdat een aantal investeringen onvoldoende aansluiten op het beleid van de provincie Noord-Brabant.

Voor landbouwers betreft de subsidie nu investeringen in water of biodiversiteit & biologische bestrijding, veehouderij, precisielandbouw, of agroforestry.

Voor jonge landbouwers betreft de subsidie nu investeringen in veehouderij.

 

In artikel 2.2.6, onderdeel a, is duidelijk gemaakt dat een aanvraag betrekking heeft op een of meer investeringen die onder een bepaald deelplafond passen. Als een onderneming bijvoorbeeld een investering wil aanvragen die past in een investeringscategorie gericht op veehouderij, en een investering die past in een investeringscategorie gericht op precisielandbouw, dan moet deze twee aanvragen indienen. Hierbij geldt dat de subsidie op grond van artikel 2.2.5 wordt geweigerd indien de aanvrager in hetzelfde aanvraagtijdvak al een aanvraag om subsidie heeft ingediend op grond van deze paragraaf. De laatst ingediende aanvraag zal in dit voorbeeld worden afgewezen. Dit geldt ook als de eerst ingediende aanvraag wordt afgewezen omdat het subsidieplafond is bereikt.

 

De verdeling in specifieke hoofdstukken in artikel 2.2.3 komt terug in de subsidieplafonds in artikel 2.2.10.

In het eerste lid staan vier deelplafonds voor landbouwers (a. water of biodiversiteit & biologische bestrijding, b. veehouderij, c. precisielandbouw, d. agroforestry).

In het tweede lid staat een plafond voor jonge landbouwers. Het deelplafond betreft enkele specifieke investeringen in veehouderij. Hiermee ondersteunen Gedeputeerde Staten jonge landbouwers gericht in het reduceren van ammoniakemissies. Een aanvraag van een jonge landbouwer komt ten laste van dit deelplafond. Dit ligt alleen anders als een samenwerkingsverband bestaat uit niet-jonge landbouwers en jonge landbouwers. In dat geval vallen de activiteiten onder artikel 2.2.3, eerste lid, onder a. Daaruit volgt dat deze hele aanvraag onder een van de vier deelplafonds voor landbouwers valt.

 

artikel 2.2.10

 

derde en vierde lid

Als het budget voor aanvragen voor projecten gericht op water/biodiversiteit & biologische bestrijding, op veehouderij, op precisielandbouw, of op agroforestry ontoereikend is om alle in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, wordt dat budget op grond van het derde lid aangevuld met de onaangesproken middelen die zijn gereserveerd voor aanvragen die de andere budgetten betreffen. Het vierde lid bevat een regeling voor het geval dat een of meer budgetten ontoereikend zijn, en een of meer budgetten niet zijn uitgeput. In dat geval geldt een verdelingsvolgorde die voortvloeit uit de doelen van Gedeputeerde Staten: 1. veehouderij, 2. precisielandbouw, 3. agroforestry, 4. water of biodiversiteit & biologische bestrijding.

 

voorbeeld

  • 1.

    Als er middelen resteren in het deelplafond voor agroforestry, dan gaan die middelen eerst naar het deelplafond voor veehouderij. Zijn alle in aanmerking komende aanvragen voor veehouderij toegekend en resteren er dan nog middelen, dan gaan deze naar het deelplafond voor precisielandbouw. Zijn ook bij precisielandbouw alle in aanmerking komende aanvragen toegekend, dan gaan eventueel resterende middelen naar het deelplafond voor water of biodiversiteit & biologische bestrijding.

  • 2.

    Als er middelen resteren in twee deelplafonds, dan gaan deze middelen samen naar het deelplafond dat ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen.

    Zijn alle in aanmerking komende aanvragen voor precisielandbouw en water of biodiversiteit & biologische bestrijding toegekend en resteren in beide deelplafonds nog middelen, dan gaan deze gezamenlijke middelen naar het deelplafond voor veehouderij. Zijn ook bij veehouderij alle in aanmerking komende aanvragen toegekend, dan gaan eventueel resterende middelen naar het deelplafond voor agroforestry.

    Op deze wijze is verzekerd dat de subsidieplafonds voor de verschillende aanvragen zo efficiënt mogelijk kunnen worden gebruikt.

Onder I (artikelen 2.2.11)

 

tweede lid

Het thema ‘Agroforestry’ bedoeld in bijlage 1d bestaat uit twee investeringscategorieën: de investeringscategorie agroforestry, en de investeringscategorie waterbesparende precisieberegening en irrigatie.

In het tweede lid ligt vast dat de subsidie alleen 70% van de subsidiabele kosten bedraagt als de investering is gericht op de investeringscategorie agroforestry. Als dit anders zou zijn, zou de investeringscategorie waterbesparende precisieberegening en irrigatie bij dit thema een hoger steunpercentage ontvangen dan bij het thema Water. Dit is onwenselijk.

 

Uit artikel 2.2.4, tweede lid, en 2.2.11, eerste lid, volgt logisch dat de subsidie 40% van de subsidiabele kosten bedraagt als de aanvraag is ingediend door een samenwerkingsverband van landbouwers en jonge landbouwers. Daarom ligt dit, anders dan in eerdere versies van deze paragraaf, niet langer expliciet vast in artikel 2.2.11.

 

Onder J en L (artikelen 2.2.12 en 2.2.13)

 

Deze artikelen zijn aangepast aan de vervanging van bijlage 1 door bijlagen 1a tot en met 1e.

 

Onder K (artikel 2.2.12a)

 

De einddatum voor afronden van projecten met (een of meer) investeringen gericht op agroforestry is aangepast naar 30 juni 2028. De uiterste termijn voor het kunnen verlengen van de projectperiode is aangepast naar 31 december 2028. Deze termijnen sluiten aan bij die in andere paragrafen.

 

Onder M (artikel 2.2.14)

 

Artikel 2.2.14 bevat regels die op zich uit hoofdstuk 1 van de regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Noord-Brabant voortvloeien. Voor de duidelijkheid is dit artikel gehandhaafd. Voor een subsidie die productieve investeringen gericht op agroforestry omvat, dient de subsidieontvanger de aanvraag uiterlijk 13 weken na 30 juni 2028 in (of zoveel eerder als het project voor 30 juni 2028 klaar is).

 

Onder N (artikel 2.5.10)

 

Het project dient innovatief te zijn, waarbij de innovativiteit kan bestaan uit nieuwe praktijken of uit bestaande praktijken in een nieuwe milieu- of geografische context. Een project komt niet voor subsidie in aanmerking als de aanvraag wordt gedaan door een reeds bestaand samenwerkingsverband. Deze weigeringsgrond geldt niet als het innovatieve samenwerkingsproject een nieuwe activiteit is voor het samenwerkingsverband. Het is daarnaast mogelijk dat hetzelfde samenwerkingsverband meer dan één keer voor subsidie in aanmerking komt, als het project nieuw is ten opzichte van eerdere gesubsidieerde projecten. Hierbij is het van belang dat een aanvrager goed uitwerkt dat het project zich in voldoende mate onderscheidt van eerdere projecten van het samenwerkingsverband. Dit gezien het rangschikkingscriterium 'mate van innovatie'.

 

Onder P en Q (artikelen 2.6.9 en 2.6.10)

 

In het tweede lid van artikel 2.6.9 is een splitsing aangebracht tussen de maximale subsidiehoogte voor projecten binnen GGA-gebieden en projecten buiten GGA-gebieden. De hoogte voor projecten buiten GGA-gebieden stijgt van € 1 miljoen naar € 1,5 miljoen. De reden voor deze aanpassing is het inzicht dat een hoger subsidiemaximum passend is bij de projecten onder het subsidieplafond voor projecten buiten GGA-gebieden. Daarnaast is de openstellingsperiode met twee weken verlengd. Dit vanwege de complexiteit van de aanvragen.

 

Onder R (artikel 2.7.9)

 

Deze aanpassing verduidelijkt dat selectie van aanvragen en verdeling van het subsidieplafond plaatsvindt door de lokale actiegroep als bedoeld in artikel 33 van verordening 2021/1060.

 

Onder S (Bijlagen I-IV)

 

Sommige investeringscategorieën sluiten niet voldoende aan bij het beleid van de provincie Noord-Brabant, zijn niet erg innovatief, of scoren weinig punten waardoor de kans laag is dat de aanvraag kan worden gehonoreerd. Gelet hierop is de lijst met investeringscategorieën aangepast.

 

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

 

de voorzitter,

mr. I.R. Adema

 

de secretaris,

drs. G.H.E. Derks MPA

Naar boven