Uitvoeringsregeling subsidie lokale energie-initiatieven Noord-Holland 2026

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland;

 

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Holland 2011;

 

Overwegende dat het gewenst is om subsidie te verstrekken aan lokale energie-initiatieven om burgers te stimuleren te investeren in duurzaamheidsmaatregelen;

 

Overwegende dat Gedeputeerde Staten in het kader van rechtvaardiging van de staatssteun, de volgende steunmaatregelen van toepassing achten:

 

Verordening (EU) Nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU, L 352) (De-minimisverordening)

 

Besluiten vast te stellen:

 

Uitvoeringsregeling subsidie lokale energie-initiatieven Noord-Holland 2026

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    de-minimisverordening: Verordening (EU) Nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU, L 352);

  • b.

    lokaal energie-initiatief: een initiatief dat leidt tot de productie van duurzame energie, opslag van duurzame energie, energiebesparing of het gebruik van elektrische deelauto’s.

Artikel 2 Doelgroep

Subsidie wordt verstrekt aan een vereniging, coöperatie of stichting, gevestigd in Noord-Holland, die tot statutair doel heeft om lokale duurzaamheidsinitiatieven te realiseren.

Artikel 3 Activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor het verrichten van activiteiten die leiden tot concrete investeringen in energie-initiatieven door burgers in de provincie Noord-Holland.

Artikel 4 Aanvraagvereisten

  • 1.

    Een aanvraag om subsidie bevat ten minste:

    • a.

      een begroting van de kosten van de activiteiten;

    • b.

      een financieringsplan van de kosten van de activiteiten;

    • c.

      de statuten van de vereniging, coöperatie of de stichting; en

    • d.

      een inhoudelijke beschrijving van de activiteiten.

  • 2.

    Een aanvraag om subsidie wordt ingediend door middel van het voor deze uitvoeringsregeling op www.noord-holland.nl/Loket/Subsidies beschikbaar gestelde formulier.

Artikel 5 Openstellingsperiode

  • 1.

    Een aanvraag om subsidie is tijdig ingediend indien de aanvraag is ontvangen binnen de periode, bedoeld in artikel 6.

  • 2.

    Een aanvraag die buiten de in het eerste lid genoemde periode wordt ontvangen, wordt geweigerd.

  • 3.

    Gedeputeerde Staten beslissen binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag om subsidie.

Artikel 6 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond en de periode waarbinnen de aanvragen kunnen worden ingediend, vast.

Artikel 7 Volgorde van ontvangst

  • 1.

    Aanvragen om subsidie worden behandeld op volgorde van ontvangst.

  • 2.

    Wanneer een aanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag, de datum waarop de aanvraag volledig en compleet is ingediend.

  • 3.

    Indien meerdere aanvragen op dezelfde dag worden ontvangen en door honorering van deze aanvragen het subsidieplafond wordt overschreden, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting.

Artikel 8 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

    de activiteit financieel niet haalbaar is;

  • b.

    op grond van deze uitvoeringsregeling reeds twee aanvragen van de aanvrager zijn ingewilligd door Gedeputeerde Staten;

  • c.

    reeds subsidie is verstrekt aan de aanvrager voor dezelfde activiteiten; of

  • d.

    tegen de aanvrager een terugvorderingsbevel is gegeven omdat eerdere steun onrechtmatig en onverenigbaar is verklaard met de interne markt.

Artikel 9 Subsidiabele kosten

  • 1.

    Subsidie wordt verstrekt voor de rechtstreeks aan de activiteit gerelateerde kosten.

  • 2.

    Subsidie wordt niet verstrekt voor:

    • a.

      organisatie- of bestuurskosten van de aanvrager;

    • b.

      kosten van vrijwilligers, met uitzondering van kosten voor de training van vrijwilligers; en

    • c.

      kosten van de concrete investering in energie-initiatieven.

Artikel 10 Subsidiehoogte

  • 1.

    De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten tot maximaal €10.000,-.

  • 2.

    Indien toepassing van het eerste lid zou leiden tot het overtreden van het verbod op het geven van staatssteun in de zin van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, wordt het subsidiebedrag in afwijking van het eerste lid zodanig vastgesteld dat het totaal van alle subsidies voor de activiteit niet hoger is dan het bedrag dat op grond van de de-minimisverordening van de Europese Commissie verstrekt mag worden.

  • 3.

    Gedeputeerde Staten verstrekken geen subsidies van minder dan € 5.000,-.

  • 4.

    Bij subsidies van minder dan € 10.000,- wordt volstaan met subsidievaststelling zonder voorafgaande subsidieverlening.

Artikel 11 Subsidieverplichtingen

In de beschikking tot subsidieverlening wordt een termijn gesteld waarbinnen de activiteit moet zijn afgerond.

Artikel 12 Slotbepalingen

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin zij wordt geplaatst.

  • 2.

    Deze regeling vervalt met ingang van 31 december 2026.

  • 3.

    De Uitvoeringsregeling subsidie duurzaamheidsinitiatieven burgercollectieven Noord-Holland 2024 - 2025 wordt ingetrokken.

  • 4.

    Deze regeling wordt aangehaald als Uitvoeringsregeling subsidie lokale energie-initiatieven Noord-Holland 2026.

Haarlem, 4 november 2025

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland

A.Th.H. van Dijk, voorzitter.

M.J.H. van Kuijk, provinciesecretaris

Naar boven