Wijzigingsbesluit Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg

Gedeputeerde Staten van Limburg,

 

Overwegende dat de Europese Commissie op 13 december 2022 het Nederlands Nationaal Strategisch Plan in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid 2023-2027 heeft goedgekeurd;

 

Overwegende dat Gedeputeerde Staten bij de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023–2027 zijn aangewezen als intermediaire instantie als bedoeld in artikel 123, vierde lid, van verordening 2021/2115;

 

Overwegende dat het wenselijk is de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg te wijzigen in verband met enkele technische wijzigingen; Maken ter voldoening aan het bepaalde in de Provinciewet en het Delegatiebesluit van 26 september 2014 (Pb. 2015, 1900 bekend dat zij in hun vergadering van 5 mei 2026 het volgende besluit hebben genomen.

 

Wijzigingsbesluit Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg

Artikel I Wijziging Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg (PB. 6 september 2023, nr. 10391 en laatst gewijzigd bij PB. 9 juli 2025, nr. 11088)

De Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg (PB. 6 september 2023, nr. 10391 en laatst gewijzigd bij PB. 9 juli 2025, nr. 11088) wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

 

Artikel 1.1 (Begripsbepalingen) wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 1.1 worden in de alfabetische volgorde de volgende begripsbepalingen ingevoegd:

agrarisch collectief: vereniging met volledige rechtsbevoegdheid bestaande uit landbouwers en andere grondgebruikers van landbouwgrond;

 

landbouworganisatie: organisatie in de agrarische sector die aantoonbaar zowel de economische als de sociale belangen van de ondernemers in de agrarische sector behartigt.

 

B.

 

Artikel 1.14 (Beslistermijn), luidende:

 

“Gedeputeerde Staten beslissen binnen 22 weken na afloop van de periode waarbinnen een aanvraag om subsidie ontvangen moet zijn.”

 

Wordt gewijzigd in:

 

“Gedeputeerde Staten beslissen:

  • a.

    binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag bij de verdelingswijze op volgorde van binnenkomst van de aanvragen;

  • b.

    binnen 22 weken na afloop van de periode waarbinnen de aanvraag ontvangen moet zijn bij de verdelingswijze op volgorde van rangschikking van de aanvragen.”

C.

 

Artikel 2.1.3 (Aanvrager), luidende:

 

“Subsidie kan worden verstrekt aan landbouwers of een samenwerkingsverband van landbouwers.”

 

Wordt gewijzigd in:

 

“Subsidie kan worden verstrekt aan:

  • a.

    een landbouwer;

  • b.

    een samenwerkingsverband van landbouwers;

  • c.

    een agrarisch collectief ten behoeve van landbouwers die eindbegunstigde zijn; of

  • d.

    een landbouworganisatie ten behoeve van landbouwers die eindbegunstigde zijn.”

D.

 

Artikel 2.1.4 (Aanvraagvereisten), luidende:

 

  • 1.

    “Als de aanvraag wordt ingediend door een landbouwer met een biologische bedrijfsvoering wordt, in aanvulling op artikel 1.6, de aanvraag vergezeld van een erkend certificaat of kwaliteitskeurmerk waaruit dit blijkt.

  • 2.

    Als de aanvraag wordt ingediend door een landbouwer die in omschakeling is naar biologische landbouw wordt, in aanvulling op artikel 1.6, de aanvraag vergezeld van het inschrijfnummer en documentatie van een certificerende instantie ter onderbouwing dat de bedrijfsomschakeling is gestart.”

Wordt gewijzigd in:

 

“In aanvulling op artikel 1.6 bevat de aanvraag:

  • a.

    een erkend certificaat of kwaliteitskeurmerk waaruit de biologische bedrijfsvoering blijkt, als deze wordt ingediend door een landbouwer met een biologische bedrijfsvoering;

  • b.

    het inschrijfnummer en documentatie van een certificerende instantie ter onderbouwing dat de bedrijfsomschakeling is gestart, als deze wordt ingediend door een landbouwer die in omschakeling is naar biologische landbouw;

  • c.

    voor elke eindbegunstigde de gegevens bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onder c, als deze wordt ingediend door een agrarisch collectief of een landbouworganisatie.”

E.

 

Artikel 2.1.6 (Openstellingsbesluit), luidende:

 

“In aanvulling op artikel 1.2:

  • a.

    kunnen Gedeputeerde Staten een apart subsidieplafond vaststellen voor jonge landbouwers;

  • b.

    stellen Gedeputeerde Staten een minimum subsidiebedrag vast; en

  • c.

    bepalen Gedeputeerde Staten dat geen extra punten worden toegekend als bedoeld in artikel 2.1.8, onder 3, als biologische landbouw conflicteert met te bereiken doelen van het openstellingsbesluit.”

Wordt gewijzigd in:

 

“In aanvulling op artikel 1.2:

  • a.

    kunnen Gedeputeerde Staten een apart subsidieplafond vaststellen voor jonge landbouwers;

  • b.

    kunnen Gedeputeerde Staten een apart subsidieplafond vaststellen voor agrarische collectieven of landbouworganisaties;

  • c.

    stellen Gedeputeerde Staten een minimum subsidiebedrag vast; of

  • d.

    kunnen Gedeputeerde Staten bepalen dat geen extra punten worden toegekend als bedoeld in artikel 2.1.8, onder 3, als biologische landbouw conflicteert met te bereiken doelen van het openstellingsbesluit.”

F.

 

Artikel 2.2.3 (Aanvrager), luidende:

 

“Subsidie kan worden verstrekt aan landbouwers of een samenwerkingsverband van landbouwers.”

 

Wordt gewijzigd in:

 

“Subsidie kan worden verstrekt aan:

  • a.

    een landbouwer;

  • b.

    een samenwerkingsverband van landbouwers;

  • c.

    een agrarisch collectief ten behoeve van landbouwers die eindbegunstigde zijn; of

  • d.

    een landbouworganisatie ten behoeve van landbouwers die eindbegunstigde zijn.”

 

G.

 

Artikel 2.2.4 (Aanvraagvereisten), luidende:

 

  • 1.

    Als de aanvraag wordt ingediend door een landbouwer met een biologische bedrijfsvoering of landbouwer die in omschakeling is naar biologische landbouw wordt, in aanvulling op artikel 1.6, de aanvraag vergezeld van een erkend certificaat of kwaliteitskeurmerk waaruit dit blijkt;

  • 2.

    Als de aanvraag wordt ingediend door een landbouwer die in omschakeling is naar biologische landbouw wordt, in aanvulling op artikel 1.6, de aanvraag vergezeld van het inschrijfnummer en documentatie van een certificerende instantie ter onderbouwing dat de bedrijfsomschakeling is gestart;

  • 3.

    In aanvulling op het eerste en tweede lid kunnen Gedeputeerde Staten in het openstellingsbesluit bepalen dat de subsidie 70% van de subsidiabele kosten bedraagt, of 80% als de subsidie wordt verstrekt aan een jonge landbouwer, indien sprake is van investeringen in:

    • a.

      agroforestry, te weten landbouwsystemen en -praktijken die houtige meerjarige planten, te weten bomen en struiken, bewust combineren op hetzelfde stuk land waar ook andere landbouwgewassen worden geteeld of veehouderij plaatsvindt, waardoor een ecologische en economische wisselwerking plaats tussen houtige en niet-houtige onderdelen van landbouwsystemen; of

    • b.

      waterbeheervoorzieningen ter verlaging van risico’s van verontreiniging van oppervlaktewater door erfspoeling.

  • 4.

    Bij toepassing van het derde lid geven Gedeputeerde Staten in het openstellingsbesluit aan op welke specifieke categorieën uit de investeringslijst de investeringen betrekking kunnen hebben.

Wordt gewijzigd in:

In aanvulling op artikel 1.6 bevat de aanvraag:

  • a.

    een erkend certificaat of kwaliteitskeurmerk waaruit de biologische bedrijfsvoering blijkt, als deze wordt ingediend door een landbouwer met een biologische bedrijfsvoering;

  • b.

    het inschrijfnummer en documentatie van een certificerende instantie ter onderbouwing dat de bedrijfsomschakeling is gestart, als deze wordt ingediend door een landbouwer die in omschakeling is naar biologische landbouw;

  • c.

    voor elke eindbegunstigde de gegevens bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onder c, als deze wordt ingediend door een agrarisch collectief of een landbouworganisatie.

H.

 

Artikel 2.2.6 (Openstellingsbesluit), luidende:

 

“In aanvulling op artikel 1.2:

  • a.

    kunnen Gedeputeerde Staten een apart subsidieplafond vaststellen voor jonge landbouwers;

  • b.

    stellen Gedeputeerde Staten een minimum subsidiebedrag vast; en

  • c.

    bepalen Gedeputeerde Staten dat geen extra punten worden toegekend als bedoeld in artikel 2.1.8, onder 3, als biologische landbouw conflicteert met te bereiken doelen van het openstellingsbesluit.”

Wordt gewijzigd in:

 

“In aanvulling op artikel 1.2:

  • a.

    kunnen Gedeputeerde Staten een apart subsidieplafond vaststellen voor jonge landbouwers;

  • b.

    kunnen Gedeputeerde Staten een apart subsidieplafond vaststellen voor agrarische collectieven of landbouworganisaties;

  • c.

    stellen Gedeputeerde Staten een minimum subsidiebedrag vast; en

  • d.

    kunnen Gedeputeerde Staten bepalen dat geen extra punten worden toegekend als bedoeld in artikel 2.1.8, onder 3, als biologische landbouw conflicteert met te bereiken doelen van het openstellingsbesluit.”

I.

 

Artikel 2.3.2 (Aanvrager), luidende:

 

“Subsidie kan worden verstrekt aan:

  • a.

    een agrarisch collectief, te weten een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid bestaande uit landbouwers en andere grondgebruikers van landbouwgrond;

  • b.

    een landbouwer;

  • c.

    een landbouworganisatie, te weten een organisatie in de agrarische sector die aantoonbaar zowel de economische als de sociale belangen van de ondernemers in de agrarische sector behartigt;

  • d.

    een organisatie voor landschapsbeheer, te weten een organisatie die aantoonbaar gericht is op het beheer van natuur of landschap; of

  • e.

    een samenwerkingsverband van landbouwers.”

Wordt gewijzigd in:

 

“Subsidie kan worden verstrekt aan:

  • a.

    een agrarisch collectief;

  • b.

    een landbouwer;

  • c.

    een landbouworganisatie;

  • d.

    een organisatie voor landschapsbeheer; of

  • e.

    een samenwerkingsverband van landbouwers.”

J.

 

Artikel 2.5.8 (Weigeringsgronden), luidende:

 

“Onverminderd artikel 1.5 wordt subsidie geweigerd indien de aanvraag wordt gedaan door een reeds bestaand samenwerkingsverband, tenzij de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd nieuw is voor het reeds bestaande samenwerkingsverband.”

 

Wordt gewijzigd in:

 

“Onverminderd artikel 1.5 wordt subsidie geweigerd indien de aanvraag wordt gedaan door een reeds bestaand samenwerkingsverband, tenzij het innovatieve samenwerkingsproject waarvoor subsidie wordt aangevraagd nieuw is voor het reeds bestaande samenwerkingsverband”

 

K.

 

Artikel 2.6.4 (Samenwerkingsverband), luidende:

 

  • 1.

    “Een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2.6.3, tweede lid bestaat tenminste uit twee actoren waarvan tenminste één landbouwer;

  • 2.

    Indien bijeenkomsten voor kennisoverdracht onderdeel uitmaken van het gebiedsplan, bestaat het samenwerkingsverband in aanvulling op het eerste lid ook uit tenminste één kennisaanbieder als bedoeld in artikel 2.10.2;

  • 3.

    In aanvulling op het bepaalde in artikel 1.2, derde lid, kunnen Gedeputeerde Staten in een openstellingsbesluit nadere regels stellen omtrent:

    • a.

      de deelnemende partijen in het samenwerkingsverband;

    • b.

      het minimale aantal bij het samenwerkingsverband betrokken partijen.”

Wordt gewijzigd in:

 

  • 1.

    “Een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2.6.3, tweede lid, bestaat ten minste uit twee actoren waarvan ten minste één:

    • a.

      Landbouwer;

    • b.

      Agrarisch collectief;

    • c.

      Landbouworganisatie; of

    • d.

      Gebiedsspecifieke stichting die landbouwers vertegenwoordigt.

  • 2.

    Indien bijeenkomsten voor kennisoverdracht onderdeel uitmaken van het gebiedsplan, bestaat het samenwerkingsverband in aanvulling op het eerste lid ook uit tenminste één kennisaanbieder als bedoeld in artikel 2.10.2;

  • 3.

    In aanvulling op het bepaalde in artikel 1.2, derde lid, kunnen Gedeputeerde Staten in een openstellingsbesluit nadere regels stellen omtrent:

    • a.

      de deelnemende partijen in het samenwerkingsverband;

    • b.

      het minimale aantal bij het samenwerkingsverband betrokken partijen.”

L.

 

Artikel 2.7.8 (Selectie van aanvragen), luidende:

 

“In afwijking van artikel 1.12 vindt selectie van activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen plaats door de LAG, op basis van selectiecriteria als opgenomen in de door Gedeputeerde Staten goedgekeurde LOS.”

 

Wordt gewijzigd in:

 

“In afwijking van artikel 1.12 vindt selectie van activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen en verdeling van het subsidieplafond plaats door de LAG, op basis van selectiecriteria als opgenomen in de door Gedeputeerde Staten goedgekeurde LOS.”

 

M.

 

Artikel 2.10.1, lid 1 (Subsidiabele activiteit) luidende:

 

“Subsidie kan worden verstrekt voor:

  • c.

    trainingen, workshops, coaching, voorlichtingsacties of demonstratieactiviteiten aan groepen van landbouwers;

  • d.

    kennisoverdracht in de vorm van een demonstratieproject door een landbouwer op het eigen landbouwbedrijf.”

Wordt gewijzigd in:

 

“Subsidie kan worden verstrekt voor:

  • a.

    trainingen, workshops, coaching, voorlichtingsacties of demonstratieactiviteiten aan groepen van landbouwers;

  • b.

    kennisoverdracht in de vorm van een demonstratieproject door een landbouwer op het eigen landbouwbedrijf.”

Artikel II Overgangsrecht

  • 1.

    Voor besluiten die zijn genomen vóór de inwerkingtreding van deze wijzigingen blijven de bepalingen van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg (PB. 6 september 2023, nr. 10391 en laatst gewijzigd bij PB. 9 juli 2025, nr. 11088) van kracht zoals die golden vóór de inwerkingtreding van deze wijzigingen, ook voor de volgende stappen in het subsidietraject.

  • 2.

    Aanvragen die op basis van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg (PB. 6 september 2023, nr. 10391 en laatst gewijzigd bij PB. 9 juli 2025, nr. 11088) zijn ingediend en waarover bij inwerkingtreding van deze wijzigingen nog niet is beslist, worden geacht op basis van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg met inachtneming van deze wijzigingen te zijn ingediend, tenzij Gedeputeerde Staten van oordeel zijn dat de aanvrager in zijn belangen wordt geschaad. In dat laatste geval handelen Gedeputeerde Staten overeenkomstig de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg zoals deze golden voor de inwerkingtreding van deze wijzigingen (PB. 6 september 2023, nr. 10391 en laatst gewijzigd bij PB. 9 juli 2025, nr. 11088).

Artikel III Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Maastricht, 5 mei 2026.

Gedeputeerde Staten voornoemd

de voorzitter,

E.G.M. Roemer

secretaris,

D.F. Timmer

Toelichting behorende bij Wijzigingsbesluit van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg

Onderdelen A en I

 

Artikelen 1.1, 2.3.2

 

De termen ‘agrarisch collectief’ en ‘landbouworganisatie’ zijn toegevoegd aan paragrafen 1 en 2. Daarom zijn deze termen toegevoegd aan de begripsbepalingen. In artikel 2.3.2 is gelet hierop de omschrijving van deze begrippen geschrapt.

 

Onderdeel B

 

Artikel 1.14

 

Dit artikel bepaalde eerder dat Gedeputeerde Staten binnen 22 weken na de aanvraagperiode beslissen. De aanpassing zorgt ervoor dat een aanvrager niet te lang hoeft te wachten op een beslissing bij een lange aanvraagperiode.

 

Onderdelen C en F

 

Artikelen 2.1.3 en 2.2.3

 

2.1.3, 2.2.3: uitbreiding aanvragers

Artikelen 2.1.3 en 2.2.3 zijn aangepast, waardoor nu ook agrarische collectieven en landbouworganisaties subsidie kunnen aanvragen. Eerder gold dit alleen voor (jonge) landbouwers en samenwerkingsverbanden van (jonge) landbouwers.

 

De aanpassing vergroot de toepasbaarheid van de paragraaf. Hierbij geldt dat een collectieve aanvraag leidt tot vermindering van administratieve last voor de (eind)begunstigde.

Voor sommige productieve investeringen, zoals EC- of debietmeters, is vanwege het lage eenheidsbedrag per investering een collectieve aanvraag een oplossing. Een agrarisch collectief of landbouworganisatie kan de investeringen collectief aanvragen, zodat één grote aanvraag ontstaat. Het collectief of de landbouworganisatie draagt vervolgens zorg voor de verdeling van de aangeschafte productieve investeringen onder de deelnemende landbouwers.

 

Onderdelen D en G

 

Artikelen 2.1.4 en 2.2.4

 

Als een agrarisch collectief of een landbouworganisatie aanvraagt, geldt dat de eindbegunstigde een (jonge) landbouwer moet zijn. Om dit te waarborgen, is in artikelen 2.1.4 en 2.2.4, telkens onderdeel c, een aanvraagvereiste opgenomen. Dit houdt in dat voor elke (jonge) landbouwer die als eindbegunstigde geldt, de aanvrager het btw- of fiscaal identificatienummer overlegt en, indien van toepassing, de naam van de moedermaatschappij of iedere dochteronderneming met het daarbij behorende btw- of fiscaal identificatienummer. Dit vereiste waarborgt dat de steun uiteindelijk bij landbouwers terecht komt.

 

Onderdelen E en H

 

Artikelen 2.1.6 en 2.2.6

 

Aan deze artikelen is in onderdeel b de mogelijkheid toegevoegd een apart subsidieplafond vast te stellen voor agrarisch collectieven of landbouworganisaties. Dit geeft Gedeputeerde Staten meer mogelijkheden tot maatwerk.

 

In onderdeel d is verduidelijkt dat Gedeputeerde Staten een bevoegdheid hebben, het gaat niet om een verplichting.

 

Onderdeel J

 

Artikel 2.5.8

 

Het project dient innovatief te zijn, waarbij de innovativiteit kan bestaan uit nieuwe praktijken of uit bestaande praktijken in een nieuwe milieu- of geografische context. Een project komt niet voor subsidie in aanmerking als de aanvraag wordt gedaan door een reeds bestaand samenwerkingsverband. Deze weigeringsgrond geldt niet als het innovatieve samenwerkingsproject een nieuwe activiteit is voor het samenwerkingsverband. Het is daarnaast mogelijk dat hetzelfde samenwerkingsverband meer dan één keer voor subsidie in aanmerking komt, als het project nieuw is ten opzichte van eerdere gesubsidieerde projecten. Hierbij is het van belang dat een aanvrager goed uitwerkt dat het project zich in voldoende mate onderscheidt van eerdere projecten van het samenwerkingsverband. Dit gezien het rangschikkingscriterium 'mate van innovatie'.

 

Onderdeel K

 

Artikel 2.6.4

 

De aanpassing vergroot de toepasbaarheid van de paragraaf. Landbouwers gaven aan een hoge drempel te ervaren om deel te nemen aan een samenwerkingsverband. Een landbouworganisatie, agrarisch collectief of gebiedsspecifieke stichting kan een goede rol vervullen om landbouwers aan te laten sluiten bij een gebiedsproces.

Deelname van een landbouworganisatie, agrarisch collectief of gebiedsspecifieke stichting leidt daarnaast tot vermindering van administratieve last voor individuele landbouwers.

 

Onderdeel L

 

Artikel 2.7.8

 

Deze aanpassing verduidelijkt dat selectie van aanvragen en verdeling van het subsidieplafond plaatsvindt door de lokale actiegroep als bedoeld in artikel 33 van verordening 2021/1060.

Naar boven