Besluit van de directeur van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid tot vaststelling van ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging voor provinciale taken 2026

De directeur van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid,

 

Gelet op:

 

  • -

    het Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 14 april 2026, PZH-2026-888270079, houdende vaststelling van het Mandaatbesluit voor de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid 2026 (Mandaatbesluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland voor de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid 2026).

Besluit vast te stellen het:

 

Ondermandaatbesluit directeur Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid voor provinciale taken 2026.

Artikel 1 Ondermandaat

Onder verwijzing naar de mandaatlijst behorende bij het Mandaatbesluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland voor de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid 2026 stelt de directeur het volgende ondermandaat respectievelijk de volgende ondervolmacht en ondermachtiging vast:

 

  • 1.

    De volgende bevoegdheden worden uitgeoefend door de directeur:

    • a.

      § 2.1 de letters g en m.

    • b.

      § 2.4.

    • c.

      § 2.5.

    • d.

      § 2.7 behoudens de gevallen dat de overtreding blijvend is beëindigd.

    • e.

      § 2.11.

    • f.

      § 2.15 de letters g, i en j.

    • g.

      § 3.7 voor zover het betreft besluiten tot het opleggen van een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang en besluiten tot het intrekken van een omgevingsvergunning.

    • h.

      § 4.6.

    • i.

      § 4.7 voor zover het betreft besluiten tot het opleggen van een last onder dwangsom en tot het opleggen van een last onder bestuursdwang.

    • j.

      § 4.8.

    • k.

      § 4.12 voor zover het betreft besluiten die betrekking hebben op (grootschalige) op- en overslag van chemische stoffen die dienen als waterstof- of energiedrager (in het kader van de energietransitie).

    • l.

      § 4.25 voor zover het geen feitelijke handelingen betreft.

    • m.

      § 4.26 voor zover het betreft het vragen van advies aan het Landelijk Bureau Bibob.

    • n.

      § 4.27.

    • o.

      § 4.30.

    • p.

      § 5.4 voor zover het betreft besluiten tot het opleggen van een last onder dwangsom en tot het opleggen van een last onder bestuursdwang.

  • 2.

    De volgende bevoegdheden worden uitgeoefend door de medewerkers:

    • a.

      § 2.1 de letters b, c, e, f (met uitzondering van de toepassing van artikel 16.79, tweede lid, van de Omgevingswet), t en v.

    • b.

      § 2.2.

    • c.

      § 2.3.

    • d.

      § 2.9.

    • e.

      § 2.10.

    • f.

      § 2.14.

    • g.

      § 2.15 de letters b, c, d, f en h.

    • h.

      § 2.16 voor zover het feitelijke handelingen betreft.

    • i.

      § 2.17 voor zover het feitelijke handelingen betreft.

    • j.

      § 2.18.

    • k.

      § 3.5.

    • l.

      § 3.6.

    • m.

      § 3.7 voor zover het feitelijke handelingen betreft.

    • n.

      § 4.1 voor zover het procedurestappen betreft.

    • o.

      § 4.7 voor zover het feitelijke handelingen betreft.

    • p.

      § 4.11 voor zover het feitelijke handelingen betreft.

    • q.

      § 4.12 voor zover het feitelijke handelingen, toetsmomenten en procedurestappen betreft.

    • r.

      § 4.19 voor zover het feitelijke handelingen betreft.

    • s.

      § 4.24 voor zover het feitelijke handelingen betreft.

    • t.

      § 4.25 voor zover het feitelijke handelingen betreft.

    • u.

      § 5.4 voor zover het feitelijke handelingen betreft.

  • 3.

    De overige bevoegdheden worden uitgeoefend door de unitmanagers. Hiertoe behoren in elk geval het vaststellen van ontwerpbesluiten alsmede het nemen van besluiten voor zover deze niet zijn voorbehouden aan de directeur als genoemd in het eerste lid van dit artikel.

  • 4.

    Waar van toepassing wordt met ondermandaat tevens ondermachtiging en ondervolmacht bedoeld voor het verrichten van feitelijke handelingen en privaatrechtelijke rechtshandelingen.

Artikel 2 Reikwijdte en voorwaarden

Het ondermandaat geldt met inachtneming van de in het Mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid 2026 en de daarbij behorende mandaatlijst opgenomen bepalingen en voorwaarden.

Artikel 3 Overgangsrecht

Op de uitoefening van bevoegdheden op grond van het overgangsrecht bij de Omgevingswet, in samenhang met het recht zoals dit gold voor inwerkingtreding van de Omgevingswet, blijft voor de duur

van dat overgangsrecht, het Ondermandaatbesluit directeur Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid voor provinciale taken 2024 van toepassing.

Artikel 4 Intrekking

Het Ondermandaatbesluit directeur Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid voor provinciale taken 2024 wordt ingetrokken.

Artikel 5 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 mei 2026. Indien dit besluit wordt gepubliceerd na 30 april 2026 dan treedt het besluit in werking met ingang van de dag na de bekendmaking en werkt het terug naar 1 mei 2026.

Artikel 6 Slotbepalingen

  • 1.

    Dit besluit wordt bekendgemaakt in het provinciaal blad van Zuid-Holland.

  • 2.

    Dit besluit wordt aangehaald als: Ondermandaatbesluit directeur Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid voor provinciale taken 2026.

Aldus vastgesteld op 28 april 2026.

Naar boven