|
Taak/bevoegdheid
|
Toelichting en voorwaarden
|
|
Volledige proceslijn - Het voorbereiden en nemen van besluiten
|
|
|
§2.1 Het voorbereiden en nemen van de volgende besluiten:
|
|
- a.
het beslissen op de aanvraag;
|
|
- b.
het voorbereiden van de besluitvorming, waaronder het voeren van correspondentie daarover en het opvragen van gegevens en bescheiden;
|
|
- c.
aan de vergunningverlening verbonden overige uitvoerende werkzaamheden;
|
Hieronder valt ook financiële zekerheidsstelling.
|
- d.
het horen als bedoeld in artikelen 4:7, 4:8 en 4:11 van de Awb;
|
|
- e.
het ter inzage leggen van stukken;
|
|
- f.
het verzorgen van kennisgevingen en bekendmakingen van besluiten, waaronder begrepen:
- -
de bekendmaking door toezending of uitreiking als bedoeld in artikel 3:41 van de Awb;
- -
de bekendmaking door publicatie in het Provinciaal blad als bedoeld in artikel 3:42 van de Awb;
- -
het mogen toepassen van artikel 16.79 lid 2 Ow;
|
Ook de grondslag genoemd in artikel 19.3 Wm en artikel 13, vierde lid van de Bekendmakingswet is van toepassing.
|
- g.
de directeur is gemandateerd om besluiten te nemen tot:
- -
het aanwijzen van een voldoende betrouwbare en vertrouwelijke wijze van elektronische verzending voor ieder type bericht als bedoeld in artikel 2:13, eerste lid, van de Awb;
- -
het stellen van nadere eisen aan de wijze van elektronische verzending als bedoeld in artikel 2:13, derde lid, van de Awb;
|
Het mandaat heeft uitsluitend betrekking op besluiten die de directeur in mandaat namens Gedeputeerde Staten mag nemen.
Dit mandaat kan niet in ondermandaat worden gegeven.
|
- h.
het nemen van overige procedurele besluiten ter voorbereiding van een besluit;
|
|
- i.
het afdoen van herhaalde aanvragen, buiten behandeling stellen en het niet-ontvankelijk verklaren van aanvragen (artikel 4:5, 4:6 Awb en artikel 16.10 Ow), het buiten behandeling laten als bedoeld in artikel 16.49 Ow;
|
|
- j.
het verdagen van beslistermijnen (artikel 4:14 Awb jo. artikel 16.64 en 16.66 Ow; artikel 7:10 Awb);
|
|
- k.
het opschorten van beslistermijnen (artikel 4:15 en artikel 7:10 Awb);
|
|
- l.
inzake de verbeurte van dwangsommen bij niet-tijdig beslissen (paragraaf 4.1.3.2 Awb);
|
|
- m.
het nemen van beslissingen op bezwaar conform advies van de bezwarencommissie (art. 7:11 Awb) indien het primaire besluit genomen is door een onder de verantwoordelijkheid van de directeur Omgevingsdienst vallende leidinggevende;
|
Omvat mede besluiten in het kader van de voorbereiding, zoals toepassing van art. 2:2 (weigeren raadsman of vertegenwoordiger), art. 7:10 (verdagen beslistermijn), Awb.
Kan niet in ondermandaat worden gegeven.
Art. 5, derde lid, van het mandaatbesluit is niet van toepassing.
|
- n.
instemmen met het verzoek met rechtstreeks beroep (overslaan bezwaarfase) voor besluiten die in mandaat genomen zijn door de omgevingsdienst (artikel 7:1a Awb);
|
Op een verzoek om toepassing van rechtstreeks beroep kan op grond van artikel 10:3 Awb niet worden beslist door degene die het besluit waartegen een bezwaar zich richt in mandaat heeft genomen.
|
- o.
het van toepassing verklaren van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 Awb (artikel 3.10 Awb jo. artikel 16.65 Ow en artikel 10.24 Ob);
|
|
- p.
het buiten toepassing verklaren van afdeling 3.4 Awb bij een kennelijke verschrijving (artikel 16.24 lid 2 Ow);
|
|
- q.
het nemen van coördinatiebesluiten en het optreden als coördinerend bestuursorgaan (afdeling 3.5 Awb);
|
|
- r.
het actualiseren, wijzigen, intrekken en reviseren van (voorschriften van), maatwerkvoorschriften van een omgevingsvergunning;
|
Dit betreft ambtshalve bevoegdheid.
|
- s.
het intrekken van besluiten;
|
|
- t.
het verzamelen, verwerken, beheren, verstrekken, beschikbaar stellen, uitwisselen, doorzenden en publiceren van informatie, gegevens, aanvragen en (ontwerp)besluiten;
|
Hieronder wordt tevens verstaan: Het vullen van het REV op grond van artikel 10.27 van het Omgevingsbesluit.
|
- u.
het beoordelen van rapporten;
|
|
- v.
het behandelen van informatieplichten;
|
|
- w.
Het in verband met gemandateerde/gemachtigde taken aan andere bestuursorganen:
- -
verzoeken om advies (en instemming); en
- -
verstrekken van advies (en instemming).
|
Uitsluitend voor DCMR:
Voor DCMR betekent dit o.a. dat DCMR voor het gehele grondgebied van Zuid-Holland adviseert (en zo nodig instemt) op grond van art. 4.25 Ob betreffende:
- -
- -
het exploiteren van een ippc-installatie als bedoeld in categorie 4 van bijlage I van de richtlijn industriële emissies, en
- -
activiteiten in stiltegebieden, als bedoeld in de ZHOV.
Uitsluitend voor ODH:
Voor ODH betekent dit o.a. dat ODH voor het gehele grondgebied van Zuid-Holland -anders dan de andere omgevingsdiensten - adviseert (en zo nodig instemt) op grond van art. 4.25 Ob betreffende:
- -
een wateronttrekkingsactiviteit als bedoeld in art. 16.4 Bal;
- -
een ontgrondingsactiviteit in het winterbed van een tot de rijkswateren behorende rivier of buiten de rijkswateren;
- -
een milieubelastende activiteit als bedoeld in art. 3.19 lid 1 Bal (aanleggen of gebruiken van een open bodemenergiesysteem),
- -
een milieubelastende activiteit als bedoeld in art. 3.321 lid 1 Bal (het aanleggen en exploiteren van een mijnbouwwerk);
- -
een Natura 2000-activiteit of een flora- en fauna-activiteit die niet is aangewezen in art. 4.12 leden 2 en 3 Ob;
- -
een milieubelastende activiteit in een grondwaterbeschermingsgebied, waarvoor in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening is bepaald dat het verrichten daarvan zonder omgevingsvergunning is verboden.
Voor alle Omgevingsdiensten geldt: Betreft tevens advisering aan bevoegd gezag wateractiviteit in situaties als bedoeld in art. 16.11 Ow.
Geldt voor het gehele grondgebied van Zuid-Holland, indien dit ook geldt voor de samenhangende gemandateerde/gemachtigde taak.
|
|
|
|
|
Volledige proceslijn - Toezicht en handhaving
|
|
|
§2.2 Het uitoefenen van toezicht op de naleving van hetgeen waarvoor in hoofdstukken 3, 4 en 5 mandaat is verleend.
|
|
|
§2.3 Besluiten in het kader van toezicht en handhaving inzake:
- -
Natura 2000-activiteiten en activiteiten met mogelijke verslechterende of significant verstorende gevolgen voor een Natura 2000-gebied of een bijzonder nationaal natuurgebied;
- -
flora- en fauna-activiteiten;
- -
activiteiten om populaties van in het wild levende dieren te beheren of om schade door dieren te bestrijden, met uitzondering van de jacht;
- -
het gebruik en het onder zich hebben van middelen of installaties en het toepassen van methoden om dieren te vangen, doden, verwonden, bemachtigen of op te sporen;
- -
het vellen en beheren van houtopstanden;
- -
toegangsbeperkende besluiten zoals bedoeld in artikel 2.45 van de Omgevingswet.
|
Uitsluitend voor OZHZ: geldt voor het gehele grondgebied van Zuid-Holland.
|
|
§2.4 Het aanwijzen van personen, belast met het houden van toezicht (artikel 18.6 Ow), ter handhaving van de taken en bevoegdheden waarvoor in hoofdstukken 3, 4 en 5 mandaat is verleend.
|
|
|
§2.5 Het nemen van handhavingsbesluiten en bijbehorende besluitvorming, zoals bedoeld in hoofdstukken 4 en 5 van de Awb en titel 18.1.1 Ow, ter handhaving van de taken en bevoegdheden waarvoor in hoofdstukken 3, 4 en 5 mandaat is verleend.
|
Uitsluitend voor DCMR: geldt voor het gehele grondgebied van Zuid-Holland, indien het gaat om de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete in geval van Seveso-overtredingen (artikel 18.11 Ow).
Dit mandaat omvat niet: vordering en aanmaning of dwangbevel.
Het opleggen van een bestuurlijke boete kan niet in ondermandaat worden gegeven.
De Beleidsregel Bestuurlijke boete Zuid-Holland 2021 is van toepassing.
Het opleggen van een last onder dwangsom kan niet in ondermandaat worden gegeven.
Het opleggen van een bestuursdwang kan niet in ondermandaat worden gegeven.
|
|
§2.6 Besluiten op verzoeken van derden om bestuursrechtelijk handhavend op te treden.
|
|
|
§2.7 Het naar aanleiding van een kenbaar gemaakte zienswijze afzien van bestuursrechtelijk handhavend optreden.
|
Deze bevoegdheid kan niet in ondermandaat worden gegeven,
behoudens de gevallen dat de overtreding blijvend is beëindigd
|
|
§2.8 Het nemen van besluiten op grond van Titel 5.3 Awb (herstelsancties) in verband met:
- -
Luchthavenbesluiten en -regelingen (artikel 8.44 respectievelijk artikel 8.64 Wet luchtvaart);
- -
Ontheffingen voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik (artikel 8a.51 juncto artikel 8.1a, eerste lid Wet luchtvaart);
- -
Besluiten in verband met voorgeschreven maatregelen (artikel 8.45 Wet luchtvaart);
- -
Besluiten tot vrijstelling of vervanging van een grenswaarde (artikel 8.46 Wet luchtvaart).
Het opleggen van een bestuurlijke boete (artikel 18.14 Ow).
|
Uitsluitend voor DCMR: geldt voor het gehele grondgebied van Zuid-Holland.
Het opleggen van bestuurlijke boete kan niet in ondermandaat worden gegeven.
De Beleidsregel Bestuurlijke boete Zuid-Holland 2021 is van toepassing.
|
|
§2.9
- a.
Het uitoefenen van toezicht en de handhaving op het aanwezig hebben van een begeleidingsbrief bij het vervoer van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.
- b.
Het doen van vorderingen om informatie in het kader van de controle op de naleving van regelgeving t.a.v. het vervoer van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, alsmede de reacties op de in dit kader toegezonden informatie.
|
Dit mandaat berust op artikel 18.2c Wm (taak om zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens hoofdstuk 10 gestelde verplichtingen, voor zover zij betrekking hebben op het aanwezig hebben van een begeleidingsbrief bij het vervoer van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 10.44 Wm).
Dit mandaat heeft met name betrekking op vervoer tussen bedrijven.
|
|
§2.10 Het uitoefenen van administratief toezicht bij bedrijven ten behoeve van onderzoek naar de betrouwbaarheid, juistheid, volledigheid, actualiteit en tijdigheid van verstrekte getalsmatige gegevens, informatie en de afvalstoffenboekhouding van bedrijven.
|
De AT-poolleden zijn voor het gehele grondgebied van Zuid-Holland gemandateerd.
|
|
§2.11 Het doen van verzoeken aan een gemeente tot wijziging of intrekking van een omgevingsvergunning of tot handhavend optreden, alsmede het zo nodig in gebreke stellen van een gemeente indien niet tijdig wordt besloten op een handhavingsverzoek, voor zover provinciale belangen, waarvoor mandaat is verleend, in het geding zijn.
|
Voorafgaand aan het indienen van een formeel verzoek om handhaving bij een gemeente dient eerst een handhavingsadvies te worden verstrekt en ambtelijk/bestuurlijk overleg met de gemeente te zijn gevoerd.
Alvorens tot ingebrekestelling wordt overgegaan, dient eerst nog ambtelijk/bestuurlijk overleg plaats te vinden.
Kan niet in ondermandaat worden gegeven.
|
|
§2.12 Het afgeven van stankcodes.
Deze bevoegdheid geldt alleen voor het kerngebied van Rijnmond, zoals gedefinieerd in het gepubliceerde beleidsstuk Geurhinderbeleid Provincie Zuid-Holland Actualisatie.
|
Uitsluitend voor DCMR: geldt alleen voor het kerngebied van Rijnmond.
|
|
§2.13 Toezicht en handhaving van verplichtingen betreffende zwemwater, op grond van hetgeen is bepaald bij of krachtens de Ow en van de regels opgenomen in afdeling 3.10 (Gelegenheid bieden tot zwemmen en baden) van de ZHOV.
|
Uitsluitend voor ODMH: geldt voor het gehele grondgebied van Zuid-Holland.
|
|
§2.14 Besluiten in het kader van toezicht en handhaving inzake:
- -
Natura 2000-activiteiten;
- -
flora- en fauna-activiteiten, met uitzondering van de jacht;
- -
het vellen en beheren van houtopstanden.
|
Uitsluitend voor OZHZ: geldt voor het gehele grondgebied van Zuid-Holland.
|
|
Volledige proceslijn - Het voeren van procedures
|
|
|
§2.15 Het in rechte vertegenwoordigen van het bestuursorgaan in afstemming met de mandaatgever, en het nemen van besluiten inzake procedures voor een van hetgeen waarvoor in hoofdstukken 3, 4 en 5 mandaat is verleend, en handelingen in voorbereiding daarop.
Hieronder vallen in ieder geval, maar niet uitsluitend:
|
|
- a.
het instellen van (pro forma) beroep;
|
(pro forma) hoger beroep en verzet zijn uitgezonderd.
|
- b.
het indienen van andere stukken in het kader van bezwaar en beroep;
|
|
- c.
het voeren van verweer ter zitting en het indienen van verweerschriften;
|
|
- d.
het indienen van verzoeken om geheimhouding alsmede instemmen met opheffing als bedoeld in artikel 8:29 Awb;
|
|
- e.
Het verrichten van handelingen of het nemen van besluiten in het kader van een tussenuitspraak of bestuurlijke lus (artikelen 8:51a, 8:51b, 8:51c, 8:80a en 8:80b Awb;
|
|
- f.
het verzoeken van uitstel van de behandeling van een bezwaar- of beroepschrift en het verrichten van andere proceshandelingen;
|
|
- g.
het verlenen van een eenmalige of doorlopende machtiging voor het voeren van het woord ter zitting;
|
Kan niet in ondermandaat worden gegeven.
Art. 5, derde lid, van het mandaatbesluit is niet van toepassing.
|
- h.
het voeren van het woord (als derde belanghebbende) ter zitting;
|
|
- i.
het aanwijzen van functionarissen voor het voeren van mediationgesprekken en voor het aangaan en ondertekenen van mediationovereenkomsten;
- j.
het maken van afspraken en het aangaan en ondertekenen van vaststellingsovereenkomsten naar aanleiding van mediationgesprekken.
|
Vaststellingsovereenkomsten als resultaat van mediationgesprekken mogen alleen in mandaat worden aangegaan en ondertekend, indien het conflict zijn oorsprong vindt in een besluit dat is genomen door de directeur of een onder zijn verantwoordelijkheid vallende leidinggevende.
Kan niet in ondermandaat worden gegeven.
Art. 5, derde lid, van het mandaatbesluit is voor wat betreft het aanwijzen van functionarissen voor het voeren van mediationgesprekken niet van toepassing.
|
- k.
het verrichten van handelingen als bedoeld in artikel 158 lid 1 onder d en e van de Provinciewet.
|
|
|
|
|
|
Volledige proceslijn – Overig
|
|
|
§2.16 Het nemen van besluiten of het verrichten van handelingen op grond van of krachtens de Awb, ter uitvoering van de taken en bevoegdheden waarvoor in hoofdstukken 3, 4 en 5 mandaat verleend is.
|
|
|
§2.17 Het verrichten van (privaatrechtelijke) rechtshandelingen en feitelijke handelingen ter uitvoering van de taken en bevoegdheden waarvoor in hoofdstukken 3, 4 en 5 mandaat verleend is.
|
|
|
§2.18 Het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.
|
|