Provinciaal blad van Zuid-Holland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zuid-Holland | Provinciaal blad 2026, 7090 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zuid-Holland | Provinciaal blad 2026, 7090 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieverordening stimuleren lokale, regionale en provinciale journalistiek in Zuid-Holland
Provinciale staten van Zuid-Holland;
Gelezen het voorstel van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 23 maart 2026, PZH-2026-885478561;
Gelet op de artikelen 143, eerste lid, en 145 van de Provinciewet en 4:23, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en het eerste lid van artikel 1.2 van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;
Overwegende dat het wenselijk en in provinciaal belang is onderscheidende lokale, regionale en provinciale journalistiek te stimuleren en daarmee bij te dragen aan een betrokken, goed geïnformeerde samenleving in Zuid-Holland en een goed functionerende democratie;
Overwegende dat provinciale staten hiertoe in verband met motie 1717 van 9 juli 2025 het initiatief hebben genomen deze verordening op te stellen;
Besluiten vast te stellen de volgende verordening:
Subsidieverordening stimuleren lokale, regionale en provinciale journalistiek in Zuid-Holland
Subsidie als bedoeld in artikel 2 wordt uitsluitend verstrekt aan een natuurlijke persoon of een mediaorganisatie.
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2 eerste lid in aanmerking te komen, draagt de journalistieke productie bij aan beter geïnformeerde inwoners van Zuid-Holland over hetgeen speelt in hun omgeving.
Artikel 10 Subsidiabele kosten
Kosten worden vergoed voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie en hebben rechtsreeks betrekking op de realisatie van de journalistieke producties.
Artikel 11 Niet-subsidiabele kosten
De volgende kosten komen niet voor subsidie in aanmerking:
Een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 2 wordt door gedeputeerde staten om advies over artikel 9 voorgelegd aan een door provinciale staten ingestelde onafhankelijke, externe selectiecommissie.
Artikel 13 Verplichtingen voor de subsidieontvanger
Indien de activiteit wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder b, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek worden ingediend bij gedeputeerde staten tot verlenging van de termijn.
Subsidieontvanger toont desgevraagd aan dat de activiteiten zijn verricht door middel van een activiteitenverslag.
In aanvulling op artikel 7.3 van de Asv wordt voor het einde van 2027 een verslag gepubliceerd over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidies die zijn verstrekt.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin deze verordening wordt geplaatst.
Den Haag, 22 april 2026
Provinciale Staten van Zuid-Holland,
Griffier
drs. B.S.M. Sepers
Voorzitter
mr. A.W. Kolff
Toelichting behorende bij Subsidieregeling stimuleren lokale, regionale en provinciale journalistiek in Zuid-Holland
Voor een goed functionerende democratie en geïnformeerde samenleving is een goed functionerende journalistiek onontbeerlijk. Journalistiek informeert inwoners, controleert het bevoegd gezag en draagt in een samenleving bij aan debat, transparantie en betrokkenheid van inwoners (sociaal-bindende functie). Nu economische wetmatigheden de lokale en regionale journalistiek steeds verder onder druk zetten, zien GS een provinciaal belang om de Zuid-Hollandse journalistiek te ondersteunen vanuit de opgave "Samen werken aan Zuid-Holland".
De provincie daagt met deze verordening rechtstreeks lokale, regionale en provinciale mediaorganisaties uit om met projectvoorstellen te komen voor kwalitatief goede journalistiek in Zuid-Holland. De verordening wil verdiepende journalistiek aanmoedigen, vernieuwing en samenwerking. Voorts wil de verordening vooral de journalistiek in de kleinere gemeenten van Zuid-Holland ondersteunen waar de verschraling volgens onderzoek het hardst heeft toegeslagen.
Artikel 1A, toepasselijkheid Asv
Ter verduidelijking en ter voorkoming van misverstanden wordt met dit artikel bepaald dat op deze verordening de Asv van toepassing is indien en voor zover de verordening niet expliciet afwijkt van de Asv. Hiermee ligt tevens vast dat de bevoegdheid om besluiten te nemen omtrent subsidieverstrekking – ook in het kader van de onderhavige verordening – bij gedeputeerde staten ligt.
De subsidieverordening is bedoeld voor lokale en regionale mediaorganisaties die hun verspreidingsgebied of uitzendgebied in Zuid-Holland hebben. Zelfstandige journalisten, al dan niet woonachtig in Zuid-Holland, kunnen coproducties aangaan met deze media.
Als uitgangspunt is hier in zijn algemeenheid gesteld dat de journalistieke productie moet leiden tot beter geïnformeerde inwoners van Zuid-Holland. Dit geldt al snel voor de meeste journalistieke producties. De nadere eisen aan de producties worden uiteengezet onder artikel 9, Verdeling wijze.
Artikel 5, Weigeringsgronden, lid 1, onderdeel b en c
Er moet vooraf een garantie zijn en worden uitgesproken dat de mediaorganisatie de productie ook daadwerkelijk gaat publiceren of uitzendt, en tevens dat de productie voor iedereen gratis toegankelijk is.
Artikel 5, Weigeringsgronden, lid 1, onderdeel d
De verordening is niet bedoeld voor mediaorganisaties die financieel niet gezond zijn, waardoor er bijvoorbeeld een risico op surséance van betaling of faillissement bestaat. Het gesubsidieerde journalistieke project zou daarmee niet of gebrekkig tot realisatie komen. Om dit te voorkomen, kan de provincie bij de aanvraagprocedure daarom de solvabiliteit toetsen indien zij daar aanleiding toe ziet. In dit geval dient de mediaorganisatie(s) die bij de aanvraag betrokken is/zijn desgevraagd de laatste twee gepubliceerde dan wel bij de Kamer van Koophandel gedeponeerde jaarrekeningen te kunnen overleggen. Een weigering volgt als blijkt dat:
Artikel 5, Weigeringsgronden, lid 2
Een aanvraag kan tegelijk worden ingediend bij meerdere fondsen. Dat kan bijvoorbeeld ook het mediafonds van Leiden of Delft zijn. Wanneer bij meerdere fondsen een aanvraag wordt gedaan moet dat duidelijk blijken uit de aanvraag en de begroting. Er mag niet twee keer voor dezelfde activiteiten subsidie worden aangevraagd. Deze mogelijkheid is vanzelfsprekend vooral relevant als de aanvraag het maximum uit te keren subsidiebedrag overstijgt. Elk fonds maakt zijn eigen afweging of een aanvraag al dan niet wordt gehonoreerd. Dat geldt ook voor de selectiecommissie van de Subsidieverordening stimuleren lokale, regionale en provinciale journalistiek in Zuid-Holland. Wanneer een aanvraag voor activiteiten als bedoeld in artikel 9 Verdelingswijze op basis van de selectiecriteria meer dan 60 punten behaald, wordt de subsidie onder de voorwaarde toegekend dat de aangevraagde subsidie ook door de andere fondsen wordt toegekend. Is dat deels of niet het geval, dan wordt aan de aanvrager gevraagd toe te lichten wat op basis van de provinciale subsidie kan worden gerealiseerd en volgt een nieuwe beoordeling door de selectiecommissie. Wordt in het aangepast voorstel opnieuw tenminste 60 punten behaald, dan wordt aanvraag alsnog toegekend en de subsidie verstrekt.
Artikel 7, Subsidieplafond, lid 2
Het in het eerste lid genoemde subsidieplafond van €333.000 geldt voor beide aanvraagperioden in het betreffende jaar gezamenlijk. Dit betekent dat het subsidieplafond voor het betreffende jaar al in de eerste aanvraagperiode van dat jaar kan worden bereikt. De tweede aanvraagperiode komt in een dergelijk geval te vervallen.
Artikel 8, Subsidiehoogte, lid 1
Dit onderdeel verlangt ook van de aanvragende mediaorganisatie zelf een bijdrage van tenminste één vijfde deel van de begrote kosten van de journalistieke productie.
Dit onderdeel in de verordening wil ervoor zorgdragen dat journalistieke kwaliteitsproducties worden gehonoreerd die bij voorkeur in coproductie met andere mediaorganisaties tot stand komen en vernieuwend zijn in vorm en inhoud. Hieronder worden de criteria nader uiteengezet.
Criterium a: het onderwerp van de journalistieke productie betreft of speelt in een Zuid-Hollandse gemeente met ten hoogste 75.000 inwoners. Verschraling van de Zuid-Hollandse journalistiek heeft met name toegeslagen in de kleinere gemeenten van Zuid-Holland, zo blijkt uit het onderzoek van de Universiteit Leiden Regionale en Lokale Journalistiek in Zuid-Holland uit 2019. De verordening wil met name de vervaardiging van journalistieke kwaliteitsproducties aanmoedigen en stimuleren met onderwerpkeuzes uit de kleinere gemeenten in Zuid-Holland. Deze verordening definieert “kleine gemeente” als een gemeente met ten hoogste 75.000 inwoners. Hierbij wordt het inwoneraantal bij de jongste peildatum van het CBS bij datum van aanvraag gehanteerd.
Criterium b: er is sprake van een coproductie met andere partijen. Hierbij gaat om een inhoudelijke journalistieke samenwerking met als doel verdieping of verbreding van de journalistieke productie. Met coproductie wordt dus niet bedoeld de technische samenwerking zoals bijvoorbeeld camerawerk of editing. Een bijdrage aan de versterking van de Zuid-Hollandse journalistiek kan liggen bij het vinden van nieuwe of tijdelijke vormen van samenwerking tussen Zuid-Hollandse mediaorganisaties. Lokaal met regionaal bijvoorbeeld, print met audiovisueel. Het kan bijvoorbeeld ook gaan om een samenwerking met een kennisinstituut voor het doen van onderzoek. Bij de beoordeling van coproductie wordt gekeken naar een onderbouwing van de samenwerking, onderlinge afspraken en effectiviteit van de samenwerking.
Criterium c: mate van journalistieke vernieuwing.
Journalistiek vernieuwend heeft betrekking op producties die vernieuwend en/of origineel zijn in vorm, inhoud of aanpak en inspirerend, leerzaam zijn voor vakgenoten. Dit kan betrekking hebben op het inzetten van wezenlijk andere, nieuwe manieren van journalistiek bedrijven, maar ook de inzet van nieuwe technologie of software. Dit soort producties mogen experimenteel zijn in aard en omvang, maar dienen uiteindelijk wel te leiden tot een journalistiek product.
Criterium d: mate van kwaliteit en diepgang van de journalistiek productie.
Het project moet inhoudelijk of qua invalshoek en benadering uitstijgen boven de reguliere journalistiek en gaat verder dan het stellen van kritische journalistieke vragen. De aanvrager hanteert de normen van de journalistieke beroepsethiek en kwaliteit en werkt vanuit de journalistieke beginselen (onder andere hoor en wederhoor, onafhankelijk, betrouwbaar en deskundig in berichtgeving, analyse en opinie). Anonieme bronnen worden alleen gebruikt als het algemeen belang dat vraagt en als er meer bronnen zijn. Vraagstelling, onderzoek en resultaat moeten onderling samenhangend zijn.
Criterium e: mate van actualiteit of maatschappelijke relevantie.
Het onderwerp legt belangrijke en nieuwe feiten, samenhangen en verbanden bloot. Het geeft de inwoners van de bewuste gemeente en omgeving meer inzicht in een (nieuwe) maatschappelijke ontwikkeling of draagt bij aan de oplossing van een (nieuw) maatschappelijk probleem.
Impact zien wij als het product van bereik en aandacht. Impact kan ook gaan over het bereiken van doelgroepen die minder vanzelfsprekend in aanraking komen met journalistieke producties. Onderwerpkeuze en aanpak kunnen op voorhand iets vertellen over de te verwachten aandacht en bereik van een productie. Het gaat dan om vragen als: wat kan deze productie teweegbrengen? In welke mate gaat dit het denken in een gemeente veranderen? Ook kan bij de aanvraag worden onderbouwd hoe de aanvrager de impact of het bereik van de productie denkt te vergroten. Denk hierbij aan social-mediacampagnes of het actief betrekken van inwoners bij een productie.
Artikel 10, Subsidiabele kosten
Subsidiabele kosten zijn kosten die rechtstreeks betrekking hebben op de vervaardiging van de journalistieke productie en het succesvol finaliseren hiervan. Veelal zal dit gaan om loonkosten maar ook reis-, verblijf- en onderzoekskosten vallen hieronder. Bij de aanvraag dient beargumenteerd te worden welke tarieven zijn gebruikt voor het journalistiek werk. De provincie hanteert bij de beoordeling van realistische kostenbegroting de tarievencalculator van de Nederlandse Vereniging van Journalisten en verzoekt aanvragers in het aanvraagformulier hier zoveel mogelijk bij aan te sluiten.
Artikel 13, Verplichtingen voor de subsidieontvanger, lid 2
Onder onvoorziene omstandigheden wordt verstaan omstandigheden die buiten de (directe) macht van de subsidieontvanger zijn gelegen, waardoor de uiterlijke termijn waarbinnen de journalistieke productie gepubliceerd of uitgezonden dient te worden niet kan worden gehaald.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-7090.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.