Subsidieverordening stimuleren lokale, regionale en provinciale journalistiek in Zuid-Holland

Provinciale staten van Zuid-Holland;

 

Gelezen het voorstel van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 23 maart 2026, PZH-2026-885478561;

 

Gelet op de artikelen 143, eerste lid, en 145 van de Provinciewet en 4:23, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en het eerste lid van artikel 1.2 van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;

 

Overwegende dat het wenselijk en in provinciaal belang is onderscheidende lokale, regionale en provinciale journalistiek te stimuleren en daarmee bij te dragen aan een betrokken, goed geïnformeerde samenleving in Zuid-Holland en een goed functionerende democratie;

 

Overwegende dat provinciale staten hiertoe in verband met motie 1717 van 9 juli 2025 het initiatief hebben genomen deze verordening op te stellen;

 

Besluiten vast te stellen de volgende verordening:

 

Subsidieverordening stimuleren lokale, regionale en provinciale journalistiek in Zuid-Holland

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • -

    Asv: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;

  • -

    journalistieke productie: geschreven of audiovisuele productie over een met name genoemd inhoudelijk Zuid-Hollands onderwerp, waarbij het gaat om een eenmalige productie of een in tijd afgebakende reeks;

  • -

    kleine gemeente: Zuid-Hollandse gemeente met ten hoogste 75.000 inwoners gemeten op basis van de jongste peildatum door het Centraal Bureau voor de Statistiek bij datum van aanvraag;

  • -

    mediaorganisatie: rechtspersoon in Zuid-Holland met een redactiestatuut die handelt ten behoeve van natuurlijke personen die daardoor inhoudelijk onafhankelijk zijn in het verrichten van hun werkzaamheden;

  • -

    verdeelprocedure: beoordeling van subsidieaanvragen voor journalistieke producties die leidt tot de verdeling van subsidies over deze aanvragen.

Artikel 1A Schakelbepaling

Indien en voor zover in deze verordening niet anders is bepaald, is de Asv van toepassing.

Artikel 2 Subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor de totstandkoming van een journalistieke productie.

  • 2.

    Subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie.

  • 3.

    De activiteit, bedoeld in het eerste lid, draagt bij aan een betrokken, goed geïnformeerde samenleving in Zuid-Holland en daarmee aan een goed functionerende democratie.

Artikel 3 Doelgroep

Subsidie als bedoeld in artikel 2 wordt uitsluitend verstrekt aan een natuurlijke persoon of een mediaorganisatie.

Artikel 4 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2 eerste lid in aanmerking te komen, draagt de journalistieke productie bij aan beter geïnformeerde inwoners van Zuid-Holland over hetgeen speelt in hun omgeving.

Artikel 5 Weigeringsgronden

  • 1.

    In aanvulling op artikel 2.6 van de Asv wordt subsidie geweigerd indien:

    • a.

      het aangevraagde subsidiebedrag minder dan € 1.500,-- bedraagt;

    • b.

      niet kan worden gegarandeerd dat de journalistieke productie door een lokale mediaorganisatie zal worden gepubliceerd of uitgezonden;

    • c.

      niet kan worden gegarandeerd dat de journalistieke productie 12 uur na publicatie of uitzending vrij en zonder kosten digitaal openbaar wordt gemaakt;

    • d.

      de bij de aanvraag betrokken mediaorganisatie niet solvabel is; of

    • e.

      geen sprake is van een journalistieke productie.

  • 2.

    Onverminderd het eerste lid wordt dat gedeelte van de subsidie geweigerd voor zover daarvoor reeds subsidie is verleend of indien dat gedeelte reeds op andere wijze is gefinancierd.

Artikel 6 Aanvraagperiode

  • 1.

    In afwijking van artikel 2.3, eerste lid, van de Asv, worden subsidieaanvragen ingediend binnen de tenderperioden lopende:

    • a.

      van 1 mei tot en met 31 mei en van 1 september tot en met 30 september voor het jaar 2026;

    • b.

      van 1 maart tot en met 31 maart en van 1 september tot en met 30 september voor respectievelijk de jaren 2027 en 2028.

  • 2.

    Een aanvraag is tijdig ingediend indien deze binnen de betreffende periode is ontvangen.

Artikel 7 Subsidieplafond

  • 1.

    Het subsidieplafond bedraagt jaarlijks voor respectievelijk de jaren 2026, 2027 en 2028 € 333.333,--.

  • 2.

    Het in het eerste lid genoemde subsidieplafond is voor beide in het eerste lid van artikel 6 in het betreffende jaar genoemde perioden gezamenlijk.

Artikel 8 Subsidiehoogte

  • 1.

    De subsidie bedraagt ten hoogste 80% van de subsidiabele kosten tot € 25.000,--.

  • 2.

    Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat de subsidie, bedoeld in het eerste lid, minder bedraagt dan € 1500,-- wordt de subsidie niet verstrekt.

Artikel 9 Verdelingswijze

  • 1.

    Aanvragen voor activiteiten als bedoeld in artikel 2 die volledig zijn en voldoen aan de vereisten van deze verordening worden gerangschikt op basis van het advies van de adviescommissie als bedoeld in artikel 12.

  • 2.

    Aanvragen worden gehonoreerd op volgorde van rangschikking, beginnend met de aanvraag die het hoogst aantal punten heeft behaald.

  • 3.

    De rangschikking wordt gemaakt op basis van de volgende criteria:

    • a.

      criterium a: de journalistieke productie betreft een Zuid-Hollands onderwerp dat speelt:

      • i.

        in één of meer kleine gemeenten in Zuid-Holland: 20 punten;

      • ii.

        in één of meer gemeenten in Zuid-Holland waaronder tenminste één kleine gemeente en één gemeente met meer dan 75.000 inwoners: 10 punten;

      • iii.

        in één of meer gemeenten in Zuid-Holland met meer dan 75.000 inwoners: 0 punten;

    • b.

      criterium b: coproductie met andere partijen: ten hoogste 20 punten;

    • c.

      criterium c: de mate van journalistieke vernieuwing: ten hoogste 20 punten;

    • d.

      criterium d: de mate van kwaliteit en diepgang van de journalistiek productie: ten hoogste 20 punten;

    • e.

      criterium e: de mate van actualiteit of maatschappelijke relevantie: ten hoogste 20 punten;

    • f.

      criterium f: de mate van impact: ten hoogste 20 punten.

  • 4.

    Aanvragen waaraan in totaal minder dan 60 punten zijn toegekend, worden afgewezen.

  • 5.

    Als toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen en het vastgestelde subsidieplafond te boven gaan, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting, waarbij:

    • a.

      de eerst getrokken aanvraag als hoogste wordt gerangschikt;

    • b.

      de hoogst gerangschikte aanvraag het eerst in aanmerking komt voor subsidie;

    • c.

      subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen die volledig gehonoreerd kunnen worden.

Artikel 10 Subsidiabele kosten

Kosten worden vergoed voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie en hebben rechtsreeks betrekking op de realisatie van de journalistieke producties.

Artikel 11 Niet-subsidiabele kosten

De volgende kosten komen niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten voor het indienen van de aanvraag;

  • b.

    kosten voor de aanschaf van apparatuur;

  • c.

    onvoorziene kosten.

Artikel 12 Selectiecommissie

Een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 2 wordt door gedeputeerde staten om advies over artikel 9 voorgelegd aan een door provinciale staten ingestelde onafhankelijke, externe selectiecommissie.

Artikel 13 Verplichtingen voor de subsidieontvanger

  • 1.

    In aanvulling op de artikelen 3.1 tot en met 3.5 en 6.2 van de Asv heeft de subsidieontvanger in ieder geval de volgende verplichtingen:

    • a.

      met de journalistieke productie wordt gestart binnen een maand na bekendmaking van de subsidieverstrekking;

    • b.

      de journalistieke productie is uiterlijk 12 maanden na bekendmaking van de subsidieverstrekking gepubliceerd of uitgezonden;

    • c.

      de journalistieke productie wordt ten hoogste 12 uur na publicatie of uitzending vrij en zonder kosten digitaal openbaar gemaakt.

  • 2.

    Indien de activiteit wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder b, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek worden ingediend bij gedeputeerde staten tot verlenging van de termijn.

Artikel 14 Verantwoording

Subsidieontvanger toont desgevraagd aan dat de activiteiten zijn verricht door middel van een activiteitenverslag.

Artikel 15 Evaluatie

In aanvulling op artikel 7.3 van de Asv wordt voor het einde van 2027 een verslag gepubliceerd over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidies die zijn verstrekt.

Artikel 16 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin deze verordening wordt geplaatst.

Artikel 17 Werkingsduur en overgangsrecht

Deze verordening vervalt op 31 december 2028 met dien verstande dat de verordening van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn aangevraagd.

Artikel 18 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Subsidieverordening stimuleren lokale, regionale en provinciale journalistiek in Zuid-Holland.

Den Haag, 22 april 2026

Provinciale Staten van Zuid-Holland,

Griffier

drs. B.S.M. Sepers

Voorzitter

mr. A.W. Kolff

Toelichting behorende bij Subsidieregeling stimuleren lokale, regionale en provinciale journalistiek in Zuid-Holland

Algemeen deel

Voor een goed functionerende democratie en geïnformeerde samenleving is een goed functionerende journalistiek onontbeerlijk. Journalistiek informeert inwoners, controleert het bevoegd gezag en draagt in een samenleving bij aan debat, transparantie en betrokkenheid van inwoners (sociaal-bindende functie). Nu economische wetmatigheden de lokale en regionale journalistiek steeds verder onder druk zetten, zien GS een provinciaal belang om de Zuid-Hollandse journalistiek te ondersteunen vanuit de opgave "Samen werken aan Zuid-Holland".

 

De provincie daagt met deze verordening rechtstreeks lokale, regionale en provinciale mediaorganisaties uit om met projectvoorstellen te komen voor kwalitatief goede journalistiek in Zuid-Holland. De verordening wil verdiepende journalistiek aanmoedigen, vernieuwing en samenwerking. Voorts wil de verordening vooral de journalistiek in de kleinere gemeenten van Zuid-Holland ondersteunen waar de verschraling volgens onderzoek het hardst heeft toegeslagen.

 

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1A, toepasselijkheid Asv

Ter verduidelijking en ter voorkoming van misverstanden wordt met dit artikel bepaald dat op deze verordening de Asv van toepassing is indien en voor zover de verordening niet expliciet afwijkt van de Asv. Hiermee ligt tevens vast dat de bevoegdheid om besluiten te nemen omtrent subsidieverstrekking – ook in het kader van de onderhavige verordening – bij gedeputeerde staten ligt.

 

Artikel 3, Doelgroep

De subsidieverordening is bedoeld voor lokale en regionale mediaorganisaties die hun verspreidingsgebied of uitzendgebied in Zuid-Holland hebben. Zelfstandige journalisten, al dan niet woonachtig in Zuid-Holland, kunnen coproducties aangaan met deze media.

 

Artikel 4, Subsidievereisten

Als uitgangspunt is hier in zijn algemeenheid gesteld dat de journalistieke productie moet leiden tot beter geïnformeerde inwoners van Zuid-Holland. Dit geldt al snel voor de meeste journalistieke producties. De nadere eisen aan de producties worden uiteengezet onder artikel 9, Verdeling wijze.

 

Artikel 5, Weigeringsgronden, lid 1, onderdeel b en c

Er moet vooraf een garantie zijn en worden uitgesproken dat de mediaorganisatie de productie ook daadwerkelijk gaat publiceren of uitzendt, en tevens dat de productie voor iedereen gratis toegankelijk is.

 

Artikel 5, Weigeringsgronden, lid 1, onderdeel d

De verordening is niet bedoeld voor mediaorganisaties die financieel niet gezond zijn, waardoor er bijvoorbeeld een risico op surséance van betaling of faillissement bestaat. Het gesubsidieerde journalistieke project zou daarmee niet of gebrekkig tot realisatie komen. Om dit te voorkomen, kan de provincie bij de aanvraagprocedure daarom de solvabiliteit toetsen indien zij daar aanleiding toe ziet. In dit geval dient de mediaorganisatie(s) die bij de aanvraag betrokken is/zijn desgevraagd de laatste twee gepubliceerde dan wel bij de Kamer van Koophandel gedeponeerde jaarrekeningen te kunnen overleggen. Een weigering volgt als blijkt dat:

  • de solvabiliteitsratio van de betrokken mediaorganisatie(s) bij de aanvraag (eigen vermogen/totaal vermogen) gelijk is aan of lager is dan 7,5%;

  • de rentedekkingsgraad van de betrokken mediaorganisatie(s) bij de aanvraag op basis van de EBITDA (inkomsten vóór aftrek van interest, belastingen en afschrijvingen) lager is dan 1.0.

Artikel 5, Weigeringsgronden, lid 2

Een aanvraag kan tegelijk worden ingediend bij meerdere fondsen. Dat kan bijvoorbeeld ook het mediafonds van Leiden of Delft zijn. Wanneer bij meerdere fondsen een aanvraag wordt gedaan moet dat duidelijk blijken uit de aanvraag en de begroting. Er mag niet twee keer voor dezelfde activiteiten subsidie worden aangevraagd. Deze mogelijkheid is vanzelfsprekend vooral relevant als de aanvraag het maximum uit te keren subsidiebedrag overstijgt. Elk fonds maakt zijn eigen afweging of een aanvraag al dan niet wordt gehonoreerd. Dat geldt ook voor de selectiecommissie van de Subsidieverordening stimuleren lokale, regionale en provinciale journalistiek in Zuid-Holland. Wanneer een aanvraag voor activiteiten als bedoeld in artikel 9 Verdelingswijze op basis van de selectiecriteria meer dan 60 punten behaald, wordt de subsidie onder de voorwaarde toegekend dat de aangevraagde subsidie ook door de andere fondsen wordt toegekend. Is dat deels of niet het geval, dan wordt aan de aanvrager gevraagd toe te lichten wat op basis van de provinciale subsidie kan worden gerealiseerd en volgt een nieuwe beoordeling door de selectiecommissie. Wordt in het aangepast voorstel opnieuw tenminste 60 punten behaald, dan wordt aanvraag alsnog toegekend en de subsidie verstrekt.

 

Artikel 7, Subsidieplafond, lid 2

Het in het eerste lid genoemde subsidieplafond van €333.000 geldt voor beide aanvraagperioden in het betreffende jaar gezamenlijk. Dit betekent dat het subsidieplafond voor het betreffende jaar al in de eerste aanvraagperiode van dat jaar kan worden bereikt. De tweede aanvraagperiode komt in een dergelijk geval te vervallen.

 

Artikel 8, Subsidiehoogte, lid 1

Dit onderdeel verlangt ook van de aanvragende mediaorganisatie zelf een bijdrage van tenminste één vijfde deel van de begrote kosten van de journalistieke productie.

 

Artikel 9, Verdelingswijze

Dit onderdeel in de verordening wil ervoor zorgdragen dat journalistieke kwaliteitsproducties worden gehonoreerd die bij voorkeur in coproductie met andere mediaorganisaties tot stand komen en vernieuwend zijn in vorm en inhoud. Hieronder worden de criteria nader uiteengezet.

 

Criterium a: het onderwerp van de journalistieke productie betreft of speelt in een Zuid-Hollandse gemeente met ten hoogste 75.000 inwoners. Verschraling van de Zuid-Hollandse journalistiek heeft met name toegeslagen in de kleinere gemeenten van Zuid-Holland, zo blijkt uit het onderzoek van de Universiteit Leiden Regionale en Lokale Journalistiek in Zuid-Holland uit 2019. De verordening wil met name de vervaardiging van journalistieke kwaliteitsproducties aanmoedigen en stimuleren met onderwerpkeuzes uit de kleinere gemeenten in Zuid-Holland. Deze verordening definieert “kleine gemeente” als een gemeente met ten hoogste 75.000 inwoners. Hierbij wordt het inwoneraantal bij de jongste peildatum van het CBS bij datum van aanvraag gehanteerd.

 

Criterium b: er is sprake van een coproductie met andere partijen. Hierbij gaat om een inhoudelijke journalistieke samenwerking met als doel verdieping of verbreding van de journalistieke productie. Met coproductie wordt dus niet bedoeld de technische samenwerking zoals bijvoorbeeld camerawerk of editing. Een bijdrage aan de versterking van de Zuid-Hollandse journalistiek kan liggen bij het vinden van nieuwe of tijdelijke vormen van samenwerking tussen Zuid-Hollandse mediaorganisaties. Lokaal met regionaal bijvoorbeeld, print met audiovisueel. Het kan bijvoorbeeld ook gaan om een samenwerking met een kennisinstituut voor het doen van onderzoek. Bij de beoordeling van coproductie wordt gekeken naar een onderbouwing van de samenwerking, onderlinge afspraken en effectiviteit van de samenwerking.

 

Criterium c: mate van journalistieke vernieuwing.

Journalistiek vernieuwend heeft betrekking op producties die vernieuwend en/of origineel zijn in vorm, inhoud of aanpak en inspirerend, leerzaam zijn voor vakgenoten. Dit kan betrekking hebben op het inzetten van wezenlijk andere, nieuwe manieren van journalistiek bedrijven, maar ook de inzet van nieuwe technologie of software. Dit soort producties mogen experimenteel zijn in aard en omvang, maar dienen uiteindelijk wel te leiden tot een journalistiek product.

 

Criterium d: mate van kwaliteit en diepgang van de journalistiek productie.

Het project moet inhoudelijk of qua invalshoek en benadering uitstijgen boven de reguliere journalistiek en gaat verder dan het stellen van kritische journalistieke vragen. De aanvrager hanteert de normen van de journalistieke beroepsethiek en kwaliteit en werkt vanuit de journalistieke beginselen (onder andere hoor en wederhoor, onafhankelijk, betrouwbaar en deskundig in berichtgeving, analyse en opinie). Anonieme bronnen worden alleen gebruikt als het algemeen belang dat vraagt en als er meer bronnen zijn. Vraagstelling, onderzoek en resultaat moeten onderling samenhangend zijn.

 

Criterium e: mate van actualiteit of maatschappelijke relevantie.

Het onderwerp legt belangrijke en nieuwe feiten, samenhangen en verbanden bloot. Het geeft de inwoners van de bewuste gemeente en omgeving meer inzicht in een (nieuwe) maatschappelijke ontwikkeling of draagt bij aan de oplossing van een (nieuw) maatschappelijk probleem.

 

Criterium f: mate van impact.

Impact zien wij als het product van bereik en aandacht. Impact kan ook gaan over het bereiken van doelgroepen die minder vanzelfsprekend in aanraking komen met journalistieke producties. Onderwerpkeuze en aanpak kunnen op voorhand iets vertellen over de te verwachten aandacht en bereik van een productie. Het gaat dan om vragen als: wat kan deze productie teweegbrengen? In welke mate gaat dit het denken in een gemeente veranderen? Ook kan bij de aanvraag worden onderbouwd hoe de aanvrager de impact of het bereik van de productie denkt te vergroten. Denk hierbij aan social-mediacampagnes of het actief betrekken van inwoners bij een productie.

 

Artikel 10, Subsidiabele kosten

Subsidiabele kosten zijn kosten die rechtstreeks betrekking hebben op de vervaardiging van de journalistieke productie en het succesvol finaliseren hiervan. Veelal zal dit gaan om loonkosten maar ook reis-, verblijf- en onderzoekskosten vallen hieronder. Bij de aanvraag dient beargumenteerd te worden welke tarieven zijn gebruikt voor het journalistiek werk. De provincie hanteert bij de beoordeling van realistische kostenbegroting de tarievencalculator van de Nederlandse Vereniging van Journalisten en verzoekt aanvragers in het aanvraagformulier hier zoveel mogelijk bij aan te sluiten.

 

Artikel 13, Verplichtingen voor de subsidieontvanger, lid 2

Onder onvoorziene omstandigheden wordt verstaan omstandigheden die buiten de (directe) macht van de subsidieontvanger zijn gelegen, waardoor de uiterlijke termijn waarbinnen de journalistieke productie gepubliceerd of uitgezonden dient te worden niet kan worden gehaald.

Naar boven