Besluit van Provinciale Staten van Utrecht van 18 maart 2026, nr. UTSP-1399819799-18835, tot wijziging van het Reglement Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2008

Provinciale Staten van Utrecht;

 

Gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten van Utrecht 4 november 2025, nr. UTSP-1399819799-18835;

 

Gelet op artikel 2, 6 en 13 van de Waterschapswet;

 

Overwegende dat het op grond van de gewijzigde Waterschapswet noodzakelijk is om de samenstelling van het algemeen bestuur van het waterschap te wijzigen;

 

Overwegende dat er vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet enkele wijzigingen noodzakelijk zijn;

 

Overwegende dat er geen wettelijke verplichting geldt voor de dijkgraaf om zijn werkelijke woonplaats in het gebied van het waterschap te hebben, het uitgangspunt van ingezetenschap echter wel past bij het representatieve karakter van de dijkgraaf als voorzitter van de gekozen vertegenwoordiging, maar waarbij het wenselijk is dat het algemeen bestuur van het waterschap ontheffing kan verlenen van deze woonplicht;

 

Besluiten:

Artikel 1  

Het Reglement Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2008 wordt als volgt gewijzigd:

 

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

  • "categorie bedrijven" komt te vervallen;

  • In de tekst bij "categorie ingezetenen" komt de verwijzing naar artikel 11, tweede lid, van de wet te vervallen;

  • "overgaand gebied" komt te vervallen.

B

Artikel 5, tweede lid, komt te luiden:

 

  • 2.

    De taak, bedoeld in het eerste lid, omvat;

    • a.

      het beheer van watersystemen als bedoeld in artikel 2.17, eerste lid, onder a, onder 1o, van de Omgevingswet; en

    • b.

      de zuivering van stedelijk afvalwater als bedoeld in artikel 2.17, eerste lid, onder a, onder 2°, van de Omgevingswet hieronder mede begrepen het stedelijk afvalwater dat afkomstig is vanuit het beheersgebied van een aangrenzende waterbeheerder en dat om doelmatigheidsredenen wordt gezuiverd op een zuiveringstechnisch werk dat in beheer is bij het waterschap en de zuivering van stedelijk afvalwater dat wordt afgevoerd op een systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet dat wordt beheerd door of namens het waterschap.

C

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In onderdeel a wordt <drieëntwintig> vervangen door <zesentwintig>.

  • 2.

    In onderdeel b wordt <drie> vervangen door <twee>.

  • 3.

    Onderdeel d vervalt, onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel c door een punt.

D

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het eerste lid vervalt.

  • 2.

    Het tweede lid wordt vernummerd naar het eerste lid en komt te luiden:

    "Voor de categorie ongebouwd worden door de Land- en Tuinbouworganisatie Noord twee vertegenwoordigers benoemd."

  • 3.

    Het derde lid wordt vernummerd naar het tweede lid en komt te luiden:

    “Voor de categorie natuurterreinen worden door de Vereniging van Bos en Natuurterreineigenaren twee vertegenwoordigers benoemd."

E

Artikel 18 komt te luiden:

  • 1.

    De dijkgraaf heeft zijn werkelijke woonplaats in het gebied van het waterschap.

  • 2.

    Het algemeen bestuur kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid.

F

Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In het eerste lid, onderdeel d wordt de tekst <oprichtng> vervangen door de tekst <oprichting>.

  • 2.

    In het tweede lid wordt de tekst <artikel 5.29, eerste lid, van de Waterwet> vervangen door de tekst <artikel 19.14, eerste lid, van de Omgevingswet>.

G

In artikel 24 komt de zinsnede <tweede lid> te vervallen.

Artikel II  

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking op 1 april 2026 of wanneer het laatste uitgegeven provinciaal blad waarin dit besluit wordt geplaatst na die datum uitkomt dan treedt dit besluit in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het laatste uitgegeven provinciaal blad waarin dit besluit wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 april 2026.

Utrecht, 18 maart 2026,

Provinciale Staten van Utrecht

Voorzitter

Statengriffier

De toelichting behorende bij het besluit van Provinciale Staten van Utrecht van 18 maart 2026 met nummer UTSP-1399819799-18835.

 

Inleiding

 

Het Reglement Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2008 wordt gewijzigd op de volgende onderdelen:

 

  • aanpassingen in de samenstelling van het algemeen bestuur in verband met de gewijzigde Waterschapswet (schrappen van geborgde zetels bedrijven);

  • enkele tekstuele wijzigingen in verband met de Omgevingswet;

  • het opnemen van een ontheffingsmogelijkheid van de verplichting aan de dijkgraaf om zijn werkelijke woonplaats te hebben in het gebied van het waterschap.

De wijzigingen worden hieronder toegelicht.

 

Artikel 1 onder C en D Wijzigingen in de samenstelling van het algemeen bestuur in verband met de gewijzigde Waterschapswet

Eind 2022 is de Waterschapswet gewijzigd in verband met het afschaffen van de geborgde zetels voor de categorie bedrijven, het introduceren van een vaste verdeling van de geborgde zetels voor de categorieën natuurterreinen en ongebouwd, en het schrappen van de eis dat ten minste één lid van het dagelijks bestuur houder is van een geborgde zetel. Deze wetswijziging is aanleiding om in het reglement de samenstelling van het algemeen bestuur van het waterschap dienovereenkomstig te wijzigen.

 

Vanwege de waterschapsverkiezingen van maart 2023 heeft de wetgever voorzien in tijdelijk overgangsrecht, waardoor de wijzigingen voor de bestuurssamenstelling reeds in werking zijn getreden. Hierbij is het uitgangspunt gehanteerd dat de omvang van het algemeen bestuur niet wijzigt. De overgangsregeling eist echter dat vóór de nieuwe waterschapsverkiezingen van 2027 de waterschapsreglementen worden aangepast. Met deze reglementswijziging wordt het reglement in overeenstemming gebracht met de gewijzigde Waterschapswet.

 

In het afschaffen van de geborgde zetels voor de categorie bedrijven wordt geen aanleiding gezien om de omvang van het algemeen bestuur terug te brengen. Voorheen had de categorie bedrijven 3 geborgde zetels in het algemeen bestuur. Deze vrijgevallen zetels worden aan de categorie ingezetenen toebedeeld.

 

Voor het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden betekent de reglementswijziging dat het algemeen bestuur in totaal uit 30 leden zal blijven bestaan. Van deze leden zullen 26 leden uit de categorie ingezetenen afkomstig zijn. Voorheen bestond deze categorie uit 23 leden. De leden van de categorie ingezetenen worden verkozen via de waterschapsverkiezingen. De resterende vier zetels in het algemeen bestuur zullen worden ingenomen door de geborgde categorieën ongebouwd en natuurterreinen. De categorie ongebouwd (landbouw) heeft wettelijk 2 geborgde zetels gekregen in het algemeen bestuur (voorheen: 3 zetels). Ditzelfde geldt voor de categorie natuurterreinen (voorheen: 1 zetel).

 

Artikel 1 onder A, B en F Wijzigingen in verband met de Omgevingswet

Met de komst van de Omgevingswet is ook de formulering van artikel 1 Waterschapswet aangepast, waarin de taken die aan de waterschappen worden opgedragen worden benoemd. Daarbij zijn de woorden ‘de zorg voor’ telkens geschrapt, omdat ook in artikel 2.17 van de Omgevingswet deze woorden niet gebruikt worden. Artikel 2.17 beschrijft de taken die berusten bij het waterschapsbestuur. Om deze reden is artikel 5 'Taak van het waterschap' van het reglement aangepast aan de bewoordingen van artikel 1 Waterschapswet en artikel 2.17 Omgevingswet. Specifiek voor de taak van zuiveren van afvalwater werd in artikel 5 van het reglement nog verwezen naar een artikel uit de oude Wet verontreiniging oppervlaktewater. De nieuwe verwijzing is naar artikel 2.17 van de Omgevingswet.

 

Onderdeel F past artikel 23 van het reglement aan, dat gaat over besluiten die het dagelijks bestuur aan gedeputeerde staten moeten zenden ter kennisneming. In het tweede lid werd voor het calamiteitenplan verwezen naar de Waterwet. Dit is nu beschreven in artikel 19.14 van de Omgevingswet.

 

Artikel 1 onder E Ontheffingsmogelijkheid woonplicht van de dijkgraaf

Dit artikel regelt de verplichting voor de dijkgraaf om zijn werkelijke woonplaats te hebben in het beheergebied van het waterschap te hebben. Dit is echter geen wettelijke verplichting. Het waterschapsbestuur heeft aangegeven dat de woonplaats buiten het beheergebied in functioneel opzicht geen beletsel hoeft te vormen in het functioneren als voorzitter van het hoogheemraadschap. Er wordt daarom een mogelijkheid voor het algemeen bestuur opgenomen om ontheffing te verlenen aan de dijkgraaf voor deze woonplicht.

Naar boven