Provinciaal blad van Drenthe
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Drenthe | Provinciaal blad 2026, 6400 | gemeenschappelijke regeling |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Drenthe | Provinciaal blad 2026, 6400 | gemeenschappelijke regeling |
Wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling OV-Bureau Groningen en Drenthe
Gedeputeerde staten van Drenthe maken, met toepassing van artikel 52, eerste lid, onderdeel l, jo. artikel 26, eerste en vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, bekend dat Gedeputeerde Staten van Drenthe en Groningen en het college van Burgemeester en Wethouders van Groningen, de Gemeenschappelijke Regeling OV-Bureau Groningen en Drenthe gewijzigd hebben vastgesteld als volgt:
Gedeputeerde Staten van Drenthe en Groningen en het college van Burgemeester en Wethouders van Groningen;
de Gemeenschappelijke Regeling OV-bureau Groningen en Drenthe te wijzigen als volgt:
Onder verlettering van artikel 1, onderdelen b tot en met d tot c tot en met e, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
In artikel 13, derde lid, onderdeel e, wordt "artikel 30, lid 2" vervangen door "artikel 35, lid 2".
Artikel 22, tweede lid, komt te luiden:
De bepalingen van artikel 59, eerste, derde en vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn niet van toepassing op wijzigingen van de begroting, indien deze wijzigingen niet leiden tot verhoging van de door de deelnemende bestuursorganen verschuldigde bijdragen in de kosten van het Openbaar Lichaam OV-bureau.
Artikel 26 (oud artikel 27) komt gewijzigd te luiden:
Overeenkomstig de daartoe strekkende wettelijke bepalingen stelt het algemeen bestuur jaarlijks de jaarrekening over het daaraan voorafgaande kalenderjaar vast en het dagelijks bestuur verzendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli.
Artikel 27 (oud artikel 26) komt gewijzigd te luiden:
Totdat hierin door het algemeen bestuur wijziging wordt aangebracht, worden de kosten verbonden aan de uitvoering van de ingevolge deze regeling aan het OV-bureau overgedragen bevoegdheden, toegerekend en omgeslagen overeenkomstig de verdeelsleutel zoals deze door de deelnemende bestuursorganen is overeengekomen.
Na artikel 27 wordt een nieuw hoofdstuk ingevoegd, luidende: "Hoofdstuk IV. Zienswijze, inlichtingen en verantwoording".
Onder vernummering van de artikelen 28 tot en met 31 tot de artikelen 32, 33, 35 en 39 worden in hoofdstuk IV vier nieuwe artikelen ingevoegd, luidende:
Alvorens het algemeen bestuur besluiten met grote maatschappelijke of bestuurlijke gevolgen neemt, staat het de vertegenwoordigende bestuursorganen vrij hun zienswijze kenbaar te maken. Het algemeen bestuur informeert de vertegenwoordigende bestuursorganen over dergelijke besluiten en geeft daarbij aan op welke wijze en binnen welke termijn deze bestuursorganen hun zienswijze kunnen indienen.
Er is geen mogelijkheid tot participatie inzake de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling, met uitzondering van de advisering van het consumentenplatform conform het bepaalde in Wet personenvervoer 2000.
Het algemeen bestuur geeft aan de vertegenwoordigende bestuursorganen gevraagd of ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door hen gevoerde en te voeren beleid nodig zijn.
Het algemeen bestuur voert ieder vierde jaar met ingang van 1 juli 2022 een evaluatie uit naar de samenwerking of het functioneren van de Gemeenschappelijke Regeling Openbaar Lichaam OV-bureau van de gemeente Groningen en de provincies Groningen en Drenthe. Het algemeen bestuur legt zijn bevindingen voor aan de deelnemende en vertegenwoordigende bestuursorganen en aan de algemeen besturen van de later toegetreden bestuursorganen.
"Hoofdstuk IV Wijziging, toetreding, uittreding en opheffing" wordt vervangen door "Hoofdstuk V Wijziging, toetreding, uittreding en opheffing".
Deze gemeenschappelijke regeling kan op voorstel van het algemeen bestuur of op voorstel van een of meer deelnemende bestuursorganen worden gewijzigd bij gelijkluidend besluit van de deelnemende bestuursorganen.
Artikel 33, tweede lid, komt te luiden:
Artikel 34 (oud artikel 32) komt gewijzigd te luiden:
Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter van het openbaar lichaam OV-bureau Groningen Drenthe kunnen ieder voor zover zij voor het OV-bureau bevoegd zijn, besluiten tot het deelnemen aan een andere gemeenschappelijke regeling dan wel tezamen met de deelnemende en vertegenwoordigende bestuursorganen besluiten tot het treffen van een andere gemeenschappelijke regeling als bedoeld in artikel 93 onderscheidenlijk artikel 96 van de Wet of besluiten tot de oprichting van of deelneming aan een privaatrechtelijke rechtspersoon.
Indien het dagelijks bestuur of de voorzitter een gemeenschappelijke regeling treft of besluit tot oprichting van of deelneming aan een privaatrechtelijke rechtspersoon, behoeft zij toestemming van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur neemt geen besluit dan nadat Provinciale Staten onderscheidenlijk gemeenteraad van iedere deelnemer in de gelegenheid is gesteld om een zienswijze naar voren te brengen en nadat instemming is verkregen.
In dit artikel wordt onder het deelnemen aan een andere gemeenschappelijke regeling dan wel de oprichting van of deelneming aan een privaatrechtelijke rechtspersoon tevens verstaan het toetreden tot, uittreden uit of wijzigen van een andere gemeenschappelijke regeling of privaatrechtelijke rechtspersoon.
Artikel 35 (oud artikel 30) blijft ongewijzigd.
Na artikel 35 worden drie nieuwe artikelen ingevoegd, luidende:
De voorlopige respectievelijk de definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten en de waarde van de formatie die het uittredende deelnemende bestuursorgaan overneemt, als bedoeld in artikel 38, lid 1.
Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig, te maken dan wel te dragen door het openbaar lichaam die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding.
Het openbaar lichaam brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten en de waarde van de formatie die de uittredende deelnemer overneemt, als bedoeld in artikel 37, lid 1, in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom.
Het algemeen bestuur stelt binnen uiterlijk vierentwintig maanden gerekend vanaf de dag na bekendmaking van uittreding van deze gemeenschappelijke regeling het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 36 en op de jaarrekening van het Openbaar Lichaam OV-bureau over het meest recent verstreken begrotingsjaar.
Uiterlijk twaalf maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur de definitieve uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 36 en op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding.
De uittredende deelnemer is gehouden zich in te spannen om de formatie van het openbaar lichaam die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden. De waarde van de formatie die de uittredende deelnemer overneemt van het openbaar lichaam wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom.
Artikel 39 (oud artikel 31) komt gewijzigd te luiden:
Deze gemeenschappelijke regeling kan worden opgeheven bij gelijkluidend besluit van de deelnemende bestuursorganen. Het dagelijks bestuur is belast met de liquidatie van het Openbaar Lichaam OV-bureau door het opstellen van een liquidatieplan dat voorziet in de verplichting van de deelnemende bestuursorganen alle rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de deelnemende bestuursorganen te verdelen op een in het plan te bepalen wijze.
"Hoofdstuk V. Overgangs- en slotbepalingen" wordt vervangen door "Hoofdstuk VI. Overgangs- en slotbepalingen".
Artikel 40 (oud artikel 33) komt gewijzigd te luiden:
De wijziging van deze gemeenschappelijke regeling treedt in werking op de dag na publicatie.
Artikel 41 (oud artikel 34) komt gewijzigd te luiden:
De toelichting komt te luiden:
Op de gemeenschappelijke regeling openbaar lichaam OV-bureau van de gemeente Groningen en de provincies Groningen en Drenthe
De gemeente Groningen en de provincies Groningen en Drenthe werkten jarenlang samen op interregionaal niveau op het gebied van ruimtelijke ordening en verkeer en vervoer. Op basis van de opgedane ervaringen binnen het openbaar vervoer in het verleden hebben de opdrachtgevende overheden ervoor gekozen zelf een grotere sturende, voorwaardenscheppende en bepalende rol in de ontwikkeling van het openbaar vervoer te vervullen dan voorheen.
In dat kader hebben de colleges van Gedeputeerde Staten (GS) van Groningen en Drenthe en van Burgemeester en Wethouders (B&W) van Groningen ervoor gekozen de concessie voor het openbaar vervoer per bus en auto gezamenlijk aan te besteden.
Het Openbaar Lichaam als organisatievorm voor het OV-bureau
De Wet gemeenschappelijke regelingen heeft de colleges van GS van Groningen en Drenthe en B&W van Groningen de mogelijkheid gegeven hun samenwerking op het gebied van het openbaar vervoer gestalte te geven door een gemeenschappelijke regeling in het leven te roepen. Er bestaat op basis van artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen de mogelijkheid om een openbaar lichaam, gemeenschappelijk orgaan of een bedrijfsvoeringsorganisatie in te stellen.
Met name om de volgende redenen is destijds gekozen is voor het instellen van een openbaar lichaam.
Bij een openbaar lichaam is sprake van nagenoeg directe sturing vanwege de verplichting (artikel 12 van de wet) van een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur die direct voortkomen uit de colleges van GS en B&W. De Staten en de Raad moeten volgens de wet in de gelegenheid worden gesteld om hun zienswijze over de ontwerpbegroting van een openbaar lichaam te kunnen geven.
Het OV-bureau heeft in de vorm van een openbaar lichaam dus rechtspersoonlijkheid, eigen personeel in dienst, wordt door bestuurders aangestuurd en kan zich, doordat het de bevoegdheden op het gebied van het openbaar vervoer van de colleges overgedragen heeft gekregen, als hét aanspreekpunt voor het openbaar vervoer binnen de provincies Drenthe en Groningen presenteren. Deze juridische vorm leent zich goed voor het OV-bureau.
Het OV-bureau bestaat uit het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en uit de voorzitter. Blijkens artikel 21 behoort tot de bevoegdheden van de voorzitter o.m. de vertegenwoordiging in en buiten rechte. Overeenkomstig 18 is naast de normale taken van een dagelijks bestuur, zoals het voorbereiden en uitvoeren van door het algemeen bestuur vastgestelde beleid, een belangrijke taak voor het dagelijks bestuur neergelegd in de belangenbehartiging van de deelnemende bestuursorganen bij andere overheidsorganen, rechtspersonen en natuurlijke personen.
Voorbeelden van deze belangenbehartiging zijn te vinden in de contacten met de rijksoverheid om tot een goede verdeling van de overheidsbudgetten voor het openbaar vervoer in Noord-Nederland te komen.
Dit geldt zowel direct voor het openbaar vervoer als indirect door infrastructurele maatregelen te bepleiten. Ook in de contacten met consumentenorganisaties en concessiehouders dient het dagelijks bestuur als belangenbehartiger op te treden.
Het bestuur wordt nagenoeg direct gestuurd door de colleges van Gedeputeerde Staten en Burgemeester en Wethouders, welke elk verplicht zijn uit hun midden in ieder geval de portefeuillehouder belast met het openbaar vervoer aan te wijzen.
Verantwoordelijkheden, bevoegdheden en taken
Het OV-bureau heeft in navolging van bovenstaande de overheidstaken voor het uitoefenen van openbaar vervoer, die de drie bestuursorganen elk afzonderlijk verrichtten, overgedragen gekregen.
De belangenbehartiging is afgeleid van de maatschappelijke opdracht die de overheden ten aanzien van het vervoer hebben te vervullen. Er is voor een algemene omschrijving gekozen die luidt als volgt:
“het verder ontwikkelen en uitdragen van de betekenis van het openbaar vervoer in de regio Groningen en Drenthe, zodanig dat het sociaaleconomisch belang gediend wordt en de toenemende vraag naar mobiliteit opgevangen kan worden”.
In artikel 4 is aangegeven dat de deelnemende bestuursorganen bij gelijkluidend besluit bepalen welke vormen van openbaar vervoer onder deze regeling vallen.
De deelnemende bestuursorganen hebben ervoor gekozen het gehele openbaar vervoer per bus en auto in de provincies Groningen en Drenthe onder deze gemeenschappelijke regeling te brengen. Dit betreft niet alleen de gezamenlijk verleende concessie, maar zo zijn er ook onder andere afspraken gemaakt over grensoverschrijdend openbaar busvervoer in de omliggende gebieden.
Het Openbaar Lichaam OV-bureau heeft de volgende verantwoordelijkheden.
Het Openbaar Lichaam OV-bureau beschikt over de bevoegdheden welke voortvloeien uit de artikelen 20 en 44 Wet personenvervoer 2000, waaronder met name
De taken die het Openbaar Lichaam OV-bureau heeft uit te voeren zijn onder te verdelen in algemene en specifieke taken, te weten:
De werkzaamheden zoals die door het Openbaar Lichaam OV-bureau uitgeoefend gaan worden, liggen op het terrein van de uitvoering van de Wet Personenvervoer 2000 en behoren daarmee tot de competentie van de colleges van Gedeputeerde Staten.
De vaststelling van het Openbaar Vervoerbudget is een bevoegdheid van Provinciale Staten. Daarnaast moeten zij, naast de raden van de deelnemende gemeenten, op grond van de wet, in de gelegenheid worden gesteld om hun zienswijze op de ontwerpbegroting van het openbaar lichaam te geven.
Doordat deze zienswijze door het algemeen bestuur van het openbaar lichaam bij zijn besluitvorming over de begroting meegenomen moet worden, kunnen Staten en Raad hun invloed uitoefenen. Als het algemeen bestuur een dergelijke zienswijze negeert kunnen de bestuursleden direct in hun eigen colleges ter verantwoording worden geroepen.
Daarbij is ervoor gekozen om bij besluiten met grote maatschappelijke of bestuurlijke gevolgen het bestuur pas een besluit te laten nemen, nadat bespreking heeft plaatsgevonden in de colleges en/of raad en Provinciale Staten. Op grond van artikel 10a van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn deelnemers aan een gemeenschappelijke regeling verplicht medewerking te verlenen aan de uitvoering van besluiten die het bestuur van de gemeenschappelijke regeling neemt in verband met de uitoefening van de overgedragen bevoegdheden. Voor de uitvoering van haar taken is het OV-bureau afhankelijk van de gelden die de deelnemende bestuursorganen daarvoor beschikbaar stellen. Hierover zijn de nodige afspraken gemaakt op basis van het uitgangspunt dat de kosten verbonden aan de uitvoering van de ingevolge deze regeling aan het OV-bureau overgedragen bevoegdheden, toegerekend en omgeslagen worden overeenkomstig de verdeelsleutel zoals deze door de deelnemende bestuursorganen is overeengekomen.
De verdeling van de exploitatiekosten (ook wel deelnemersbijdrage genoemd) ten behoeve van de exploitatie van het openbaar vervoer vindt plaats op basis van een verdeelsleutel van provincie Groningen 65%, de provincie Drenthe 35% en de gemeente Groningen (0%).
De verdeelsleutel onderling de deelnemende bestuursorganen van het OV-bureau van de bijdrage aan de organisatiekosten van het OV-bureau (ook wel exploitatiesubsidie genoemd) is als volgt; 44% voor de provincie Groningen, 35% voor de provincie Drenthe en 21% voor de gemeente Groningen.
De exploitatietekorten van het Openbaar Lichaam OV-bureau worden door de deelnemende bestuursorganen gedragen volgens de verdeelsleutel van: 44% voor de provincie Groningen, 35% voor de provincie Drenthe en 21% voor de gemeente Groningen. De Financiële Verordening van het Openbaar Lichaam OV-bureau geeft een nadere uitwerking van deze verdeelsleutel weer.
Wanneer het takenpakket van het Openbaar Lichaam OV-bureau wordt uitgebreid met andere vormen van openbaar vervoer dan die hiervoor genoemd, dient de verhouding te worden herberekend naar rato van het dan ingebrachte Openbaar Vervoerbudget. Dit zal in elk geval geschieden wanneer definitief wordt besloten het regionale spoorvervoer onder het OV-bureau te brengen. Uiteraard zal de verdeelsleutel ook worden gewijzigd indien er sprake is van een uitbreiding van de deelnemende bestuursorganen aan deze gemeenschappelijke regeling. De dekking van de kosten voor het Openbaar Lichaam OV-bureau wordt bereikt door de inzet van maximaal de bestaande personele gelden en een deel van de exploitatiesubsidie.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-6400.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.