Zesde wijziging van de Beleidsregel Natuur Overijssel 2024

Gedeputeerde Staten van Overijssel,

 

gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 11.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving,

 

maken bekend dat zij in de vergadering van 7 april 2026 besloten (kenmerk 2026-009417) de Beleidsregel Natuur Overijssel 2024 als volgt te wijzigen (‘zesde wijziging van de Beleidsregel Natuur Overijssel 2024’):

Artikel I wijziging Beleidsregel Natuur Overijssel 2024

A

Na artikel 3.4 wordt een artikel 3.5 toegevoegd dat als volgt luidt:

 

Artikel 3.5 (Kapverbod)

Gedeputeerde Staten kunnen het vellen van een houtopstand op grond van artikel 11.128 Bal verbieden als dat nodig is voor de bescherming van bijzondere natuur- en landschappelijke waarden. Bijzondere natuur- en landschappelijke waarden kunnen onder meer blijken uit:

  • 1.

    De oppervlakte van de houtopstand;

  • 2.

    De leeftijd van de houtopstand;

  • 3.

    De kwaliteit van de bosbodem;

  • 4.

    De soorten beplanting waaruit de houtopstand bestaat;

  • 5.

    Het belang van het bestaan van de houtopstand voor andere dier- en plantsoorten; en

  • 6.

    Het belang van de houtopstand in het lokale landschapsbeeld.

In het licht van punt 1 tot en met 6 zijn Gedeputeerde Staten, wanneer de bijzondere natuur-en landschappelijke waarden en de specifieke omstandigheden dat rechtvaardigen, voornemens om de bijzondere natuur- en landschappelijke waarden in de zin van artikel 11.128 Bal te beschermen middels een kapverbod in de volgende niet-limitatieve voorbeeldsituaties:

  • 1.

    Het vellen van een aaneengesloten oppervlakte van meer dan één hectare, tenzij velling plaatsvindt ten behoeve van (andere) natuur- en/of landschappelijke waarden;

  • 2.

    Het vellen van vitale houtopstanden ouder dan 125 jaar;

  • 3.

    Het vellen van een houtopstand met gevolgen voor de bijbehorende goedontwikkelde bosbodem;

  • 4.

    Het vellen van een houtopstand die uit bedreigde soorten bestaat;

  • 5.

    Het vellen van een houtopstand die een belangrijke ecologische functie vervult voor andere dier- en plantsoorten;

  • 6.

    Het vellen van een houtopstand die een belangrijke landschappelijke functie vervult.

  • 7.

    Het vellen van een houtopstand waardoor om andere redenen dan geschetst onder a tot en met f belangrijke natuur- en/of landschappelijke waarden verloren gaan.

B

In artikel 4.3.3 wordt ‘bijlage 4.2’ vervangen door ‘bijlage 4.1’.

 

C

Aan de artikelsgewijze toelichting wordt een toelichting voor artikel 3.5 toegevoegd die als volgt luidt:

 

Artikel 3.5

Gedeputeerde Staten kunnen op grond van artikel 11.128 Bal een kapverbod opleggen voor de duur van ten hoogste vijf jaar als dat nodig voor de bescherming van bijzondere natuurwaarden en landschappelijke waarden. Artikel 3.5 geeft weer waaruit, volgens Gedeputeerde Staten, deze bijzondere natuurwaarden of landschappelijke waarden onder meer kunnen blijken. Daarnaast beschrijft dit artikel in welke voorbeeldsituaties Gedeputeerde Staten een kapverbod zullen opleggen als de bijzondere natuur- en/of landschappelijke waarden en de specifieke omstandigheden dat rechtvaardigen.

  • 1.

    Bij het vellen van een aaneengesloten oppervlakte van meer dan één hectare dreigen bijzondere natuur- en/of landschappelijke waarden verloren te gaan. Landschappelijke waarden dreigen verloren te gaan door het aanzienlijke verlies aan zichtbare houtopstand. Natuurwaarden dreigen verloren te gaan doordat het vellen van meer dan één hectare houtopstand nadelige gevolgen heeft voor het bosecosysteem.

  • 2.

    Vanaf deze leeftijd bestaat de kans dat het vellen van de houtopstand leidt tot verlies van bijzondere natuur- en/of landschappelijke waarden. Na 125 jaar is het aannemelijk dat de houtopstand zich heeft ontwikkeld tot een waardevol ecosysteem met bijzonder natuur- en/of landschappelijke waarden. Daarbij geldt nadrukkelijk dat per geval moet worden beoordeeld of deze natuur- en/of landschappelijke waarden daadwerkelijk aanwezig zijn, en daarbij geldt zoals in het artikel beschreven dat beoordeeld moet worden of de specifieke omstandigheden van het geval het rechtvaardigen dat de bijzondere natuur- en/of landschappelijke waarden worden beschermd middels een kapverbod. Op basis van (digitale) kaarten is het mogelijk om te zien vanaf welk jaartal een houtopstand aanwezig is op de betreffende grond. De vitaliteit van een boom is onder andere af te lezen aan de kroonprojectie en de aan-of afwezigheid van schimmelaantasting en dood hout.

  • 3.

    Bij het vellen van een houtopstand met een goed ontwikkelde bosbodem kunnen bijzondere natuur- en/of landschappelijke waarden verloren gaan. Goed ontwikkelde bosbodems verdienen bescherming omdat bij deze bodems sprake is van een langdurige ongestoorde ontwikkeling van de bosbodem. De bodem krijgt hierdoor specifieke kenmerken die gunstig zijn voor soorten die alleen groeien in langdurig ongestoorde bossystemen. Om deze reden worden deze bodems beschermd.

     

    Een goed ontwikkelde bosbodem is onder andere te herkennen aan:

    • a.

      de kleur van de bosbodem;

    • b.

      de geur van de bosbodem;

    • c.

      de dikte van de humuslaag en strooisel;

    • d.

      de soorten onderbegroeiing;

    • e.

      de structuur van de bosbodem; en

    • f.

      het bodemleven.

  • 4.

    Bij het vellen van een houtopstand die uit bedreigde soorten bestaat gaan bijzondere natuur- en/of landschappelijke waarden verloren. Voorbeelden van bedreigde soorten zijn de tweestijlige meidoorn, wilde appel, laurierwilg, winterlinde, wintereik, iep en de kardinaalsmuts.

  • 5.

    Bij het vellen van een houtopstand die een belangrijke ecologische functie vervult voor andere dier- en plantsoorten kunnen bijzondere natuurwaarden verloren gaan. Een houtopstand die een belangrijke ecologische functie vervult voor andere dier- en plantsoorten is onder andere te herkennen aan:

    • a.

      De afwezigheid van andere houtige planten in de omgeving;

    • b.

      De afwezigheid van gelijksoortige houtopstanden in de omgeving;

    • c.

      De nabije aanwezigheid van bijzondere flora en/of fauna;

  • 6.

    Het vellen van een houtopstand met een belangrijke landschappelijke functie kan leiden tot verlies van bijzondere landschappelijke waarden. Zo kan een houtopstand deze functie hebben wanneer zij deel uitmaakt van een kenmerkend landschapstype, zoals een oud hoeven-, essen- of coulisselandschap. Daarnaast kan een houtopstand een bijzondere landschappelijke functie vervullen voor het aanzicht van het landschap. Voorbeelden hiervan zijn:

    • a.

      Houtsingels, houtwallen en hagen tussen landbouwpercelen;

    • b.

      Sterrebos;

    • c.

      Laanbeplanting; en

    • d.

      bos in agrarisch gebied.

D

In de artikelsgewijze toelichting van artikel 4.3.3 wordt twee keer ‘bijlage 4.2’ vervangen door ‘bijlage 4.1’.

Artikel II (Inwerkingtreding)

Dit besluit treedt in werking op de dag na publicatie in het Provinciaal Blad.

Naar boven