Provinciaal blad van Flevoland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Flevoland | Provinciaal blad 2026, 632 | gemeenschappelijke regeling |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Flevoland | Provinciaal blad 2026, 632 | gemeenschappelijke regeling |
Wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum Het Flevolands Archief
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het college van gedeputeerde staten van de provincie Flevoland, het dagelijks bestuur van het waterschap Zuiderzeeland, de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Dronten, Lelystad, Urk en Zeewolde,
Gelet op de hoofdstukken VI en VIII van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
Overwegende dat deze gemeenschappelijke regeling moet worden aangepast in verband met de inwerkingtreding van de Wet van 15 december 2021 tot wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en enige andere wetten in verband met het versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen (Stb. 2022, 18);
De Gemeenschappelijke Regeling Regionaal Historisch Centrum Het Flevolands Archief wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
De titel van Artikel 2 wordt gewijzigd in ‘Artikel 2 Openbaar lichaam’.
Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 6 komt als volgt te luiden:
Artikel 6 Samenstelling algemeen bestuur
De deelnemers kunnen voor ieder door hen aangewezen lid tevens één plaatsvervangend lid aanwijzen, dat het lid bij verhindering of ontstentenis vervangt. Hetgeen in de regeling is bepaald ten aanzien van een lid van het algemeen bestuur is van overeenkomstige toepassing op het plaatsvervangend lid, tenzij de regeling anders bepaalt.
Het lidmaatschap van de leden, aangewezen door de provincie, de gemeenten en het waterschap, eindigt op het moment dat de zittingsperiode van gedeputeerde staten van de provincie, van het college van burgemeester en wethouders van een van de gemeenten of van het dagelijks bestuur van het waterschap afloopt. Het lidmaatschap eindigt ook bij beëindiging van het lidmaatschap van het betreffende lid als lid van gedeputeerde staten , het college of het dagelijks bestuur.
Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 10 en 11 vervallen, onder vernummering van artikel 12 en 13 tot artikel 10 en 11.
Artikel 10 (nieuw) wordt als volgt gewijzigd:
De titel van artikel 11 (nieuw) komt te luiden:
Artikel 14 wordt vernummerd tot artikel 16.
De artikelen 15, 16 en 17 worden vernummerd tot de artikelen 12, 13 en 14.
De hoofdstukaanduiding ‘Hoofdstuk VII. De taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur' wordt ingevoegd voor artikel 12 (nieuw).
De hoofdstukaanduiding 'Hoofdstuk VIII. De voorzitter' wordt ingevoegd voor artikel 13 (nieuw).
Artikel 12 (nieuw) wordt als volgt gewijzigd:
De titel van artikel 13 (nieuw) komt te luiden:
Artikel 13 Aanwijzing voorzitter
Artikel 14 (nieuw) wordt als volgt gewijzigd:
Na artikel 14 (nieuw) wordt een artikel en hoofdstukaanduiding ingevoegd, luidende:
Hoofdstuk IX. Informatie en participatie
Artikel 15 Verstrekken van inlichtingen door (de leden van) het algemeen bestuur
Het algemeen bestuur stelt de deelnemers te allen tijde in de gelegenheid toezicht te houden op het bepaalde bij of krachtens de Archiefwet 1995 ten aanzien van de archiefbescheiden die berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie, de archiefbewaarplaats van de provincie, de archiefbewaarplaatsen van de gemeenten en de archiefbewaarplaats van het waterschap.
Artikel 16 (nieuw) wordt als volgt gewijzigd:
Na artikel 16 (nieuw) wordt een artikel ingevoegd, dat luidt:
Artikel 17 Participatie ingezetenen en belanghebbenden
Ingezetenen van de provincie, ingezetenen van de gemeenten, ingezetenen vallend onder het waterschap en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de deelnemers betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid.
De hoofdstukaanduiding 'Hoofdstuk IX. Tegemoetkoming en vergoeding' wordt gewijzigd in ‘Hoofdstuk X. Tegemoetkoming en vergoeding’.
Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:
De hoofdstukaanduiding 'Hoofdstuk X. Financiële bepalingen' wordt gewijzigd in ‘Hoofdstuk XI. Financiële bepalingen’.
Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:
Het derde lid komt als volgt te luiden:
De bijdrage van de Minister kan jaarlijks worden aangepast in verband met de ontwikkeling van lonen of prijzen met een percentage, zoals dit in voorkomend geval door de Minister in de loop van het begrotingsjaar voor het geheel van zijn bijdrage wordt vastgesteld. De bijdragen van de provincie, gemeenten en het waterschap kunnen jaarlijks worden aangepast in verband met de ontwikkeling van lonen op basis van recente afspraken uit de van toepassing zijnde CAO, of met een percentage, zoals het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS), het Centraal Planbureau (CPB) en/of De Nederlandse Bank (DNB) die hanteren. Het dagelijks bestuur doet door middel van de ontwerpbegroting voorstellen tot indexaties op basis van de werkwijze, die in de financiële bijlage bij deze regeling staat beschreven.
Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:
Het tweede lid komt als volgt te luiden:
Het dagelijks bestuur zendt het ontwerpbeleidsplan ter vaststelling aan het algemeen bestuur. De Minister, provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeente en het algemeen bestuur van het waterschap worden vervolgens gedurende twaalf weken in de gelegenheid gesteld om schriftelijk op het concept hun zienswijzen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. Het algemeen bestuur stelt het beleidsplan daarna vast. Dertien maanden voorafgaand aan de periode waarop het beleidsplan betrekking heeft, wordt dit toegezonden aan de Minister, provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap.
Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:
Het tweede lid komt als volgt te luiden:
Het dagelijks bestuur biedt jaarlijks, ten minste twaalf weken voor de in artikel 22, eerste lid, bedoelde vaststelling, de Minister, de provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap, een ontwerpbegroting aan met toelichting en een meerjarenraming met toelichting voor ten minste drie op het begrotingsjaar volgende jaren.
De Minister, provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap kunnen twaalf weken na aanbieding door het dagelijks bestuur, bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijzen zijn vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 25 wordt als volgt gewijzigd:
De titel van Artikel 26 wordt gewijzigd in ‘Artikel 26 Reserves’.
De titel van Artikel 27 wordt gewijzigd in ‘Artikel 27 Vaststelling definitieve bijdrage’.
De titel van Artikel 28 wordt gewijzigd in ‘Artikel 28 Regels financiële administratie en kasbeheer’.
De titel van Artikel 29 wordt gewijzigd in ‘Artikel 29 Nadere regels financieel en materieel beheer’.
De hoofdstukaanduiding 'Hoofdstuk XI. Het Archief' wordt gewijzigd in ‘Hoofdstuk XII. Het Archief’.
Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:
De hoofdstukaanduiding 'Hoofdstuk XII. De directeur en het overige personeel' wordt gewijzigd in 'Hoofdstuk XIII. De directeur en het overige personeel'.
Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 32 vervalt, onder vernummering van artikel 33 en 34 tot artikel 32 en 33.
Artikel 32 (nieuw) wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 33 (nieuw) komt als volgt te luiden:
Op het personeel van Het Flevolands Archief is de Cao Rijk van toepassing.
De hoofdstukaanduiding 'Hoofdstuk XIII. Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing' wordt gewijzigd in ‘Hoofdstuk XIV. Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing’.
Artikel 35 en 36 worden vernummerd tot artikel 34 en 35.
Artikel 34 (nieuw) wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 35 (nieuw) komt als volgt te luiden:
Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding, welke nadien worden vastgelegd in een door het algemeen bestuur vast te stellen uittredingsplan, als bedoeld in artikel 36 van de regeling.
Na artikel 35 (nieuw) wordt een nieuw artikel ingevoegd, dat luidt:
Artikel 36 Uittredingsplan en uittreedsom
Het in artikel 35, derde lid, van de regeling, bedoelde uittredingsplan bevat de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding. Daarnaast bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende deelnemer.
De uittreedsom wordt als volgt bepaald: de uittredende deelnemer betaalt over het eerste kalenderjaar na de uittreding 100% van de jaarlijkse bijdrage, over het tweede jaar 80%, over het derde jaar 60%, over het vierde jaar 40% en over het vijfde jaar 20% van de laatste jaarlijkse bijdrage vóór uittreding.
Het algemeen bestuur onderzoekt met de uittredende deelnemer de mogelijkheid tot overname van personeel, activa en contracten. Dit hoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer.
Artikel 37 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 38 wordt als volgt gewijzigd:
Onder vernummering van het tweede tot en met zesde lid tot derde tot en met zevende lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
Het besluit tot opheffing wordt niet genomen voordat de Minister, provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze ter kennis te brengen.
De hoofdstukaanduiding 'Hoofstuk XIV. Slotbepalingen' wordt gewijzigd in ‘Hoofdstuk XV. Slotbepalingen’.
Artikel 39 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 40 vervalt, onder vernummering van artikel 41 tot artikel 40.
Artikel 40 (nieuw) wordt als volgt gewijzigd:
De ‘Financiële bijlage bij de Gemeenschappelijke regeling Het Flevolands Archief’ wordt vervangen door de ‘Financiële bijlage bij de Gemeenschappelijke Regeling Regionaal Historisch Centrum Het Flevolands Archief’.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Gouke Moes
Gedeputeerde Staten van de provincie Flevoland,
De voorzitter,
A.J. Gerritsen
De secretaris,
D.J. Tijl
Burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten,
De burgemeester,
Drs. J.P. Gebben
De secretaris,
R. Hammenga MA
Burgemeester en wethouders van de gemeente Lelystad,
De burgemeester,
Mw. drs. A.E.H. Baltus
De secretaris,
Mw. C.J.M. Swart)
Burgemeester en wethouders van de gemeente Urk,
De burgemeester,
B. Jaspers-Faijer
De secretaris,
T. Stroo
Burgemeester en wethouders van de gemeente Zeewolde,
De burgemeester,
A.M. Harmsma MSc
De secretaris,
K.C. Hamstra
Het dagelijks bestuur van het waterschap Zuiderzeeland,
De dijkgraaf,
Ir. H.C. Klavers
De secretaris-directeur,
Ing. W. Slob MSc
Op 1 juli 2022 is de aangepaste Wet gemeenschappelijke regelingen (verder: Wgr) in werking getreden.1 Uit de gewijzigde Wgr volgen voor alle samenwerkingsverbanden op basis van de Wgr verplichte wijzigingen, waarbij elk samenwerkingsverband twee jaar de tijd heeft om haar regelingen daarop aan te passen. Op 1 juli 2024 dienen alle samenwerkingsverbanden, zo ook het Regionaal Historisch Centrum Het Flevolands Archief (hierna: Het Flevolands Archief), hun gemeenschappelijke regeling te hebben aangepast. De wijzigingen die volgen uit de gewijzigde Wgr hebben als doel de positie van de besturen van de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling te verbeteren. Het betreft onder meer de facultatieve zienswijzeprocedure voor besluiten, de participatie van ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden, de actieve informatieplicht, de wijziging van de termijnen voor het toezenden van de ontwerpbegroting aan de raden, de verplichte reactie van het dagelijks bestuur op ingediende zienswijzen, de evaluatiebepaling en de aanscherping van de uittredingsregeling. Omdat op rijksniveau de verhoudingen tussen de minister en het controlerend orgaan niet vergelijkbaar zijn met de verhoudingen op decentraal niveau, zijn deze aanpassingen in deze gemeenschappelijke regeling niet gericht op het parlement, maar op de minister.
Bij alle artikelen is een omschrijving van het artikel toegevoegd. Daarnaast is de intitulé gewijzigd. Verder wordt in de titel ‘regeling’ gewijzigd in ‘Regeling’, zodat dit overal in de gemeenschappelijke regeling op dezelfde wijze wordt geschreven.
Ten slotte is met de invoering van de Aanpassingswet Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (hierna: Wnra) de Archiefwet 1995 aangepast in die zin dat archivarissen niet langer worden benoemd, maar worden aangewezen. Overal waar in de regeling werd gesproken van ‘benoemen’ of ‘benoeming’ is dit aangepast naar ‘aanwijzen’ respectievelijk ‘aanwijzing.
De begripsbepalingen van de provincie, de gemeente en het waterschap zijn licht gewijzigd door de toevoeging dat het gaat om respectievelijk de bestuursorganen college van gedeputeerde staten, colleges van burgemeester en wethouders en het dagelijks bestuur van het waterschap. Deze wijziging is door de gehele regeling verwerkt. Daarnaast is een begripsbepaling van ‘regeling’ toegevoegd.
Dit betreft een tekstuele verbetering.
Dit betreft een tekstuele verbetering.
In het tweede lid is ‘het gevoelen’ gewijzigd in ‘een zienswijze’, omdat dit beter aansluit bij de wijziging van de Wgr en de terminologie die daarin wordt gebruikt.
Het tweede, derde en vierde lid zijn samengevoegd in één lid, het tweede lid (nieuw). Daarnaast wordt verwezen naar de deelnemers gezamenlijk.
In het eerste, vierde en vijfde lid is een verwijzing naar de regeling toegevoegd.
Dit betreft een tekstuele verbetering.
Artikelen 10 tot en met 16 (nieuw)
Dit betreft een technische aanpassing. Om invulling te geven aan de intentie om de democratische legitimatie van Het Flevolands Archief te versterken, zijn het oorspronkelijke artikel 10, 11 en 14 naar een ander hoofdstuk verplaatst, waarbij artikel 10 en 11 zijn samengevoegd in artikel 15 (nieuw), waarin gezamenlijk naar de deelnemers wordt verwezen. Daarnaast is artikel 14 veranderd in artikel 16 (nieuw), waarin enkele leden zijn samengevoegd. Artikel 15 en 16 (nieuw) maken samen onderdeel uit van hoofdstuk IX.
Het oorspronkelijke artikel 12 is veranderd in artikel 10 (nieuw). In het derde lid van dit artikel is de verwijzing naar het elfde lid aangepast naar het zevende lid. Het oorspronkelijke artikel 13 is veranderd in artikel 11 (nieuw).
Verder is het oorspronkelijke artikel 15 veranderd in artikel 12 (nieuw), waarin enkele tekstuele verbeteringen zijn doorgevoerd. Het oorspronkelijke artikel 16 is veranderd in artikel 13 (nieuw). Het oorspronkelijke artikel 17 is veranderd in artikel 14 (nieuw). In dit artikel is de verwijzing naar artikel 33, derde lid aangepast naar artikel 32, derde lid.
In elke gemeenschappelijke regeling moet volgens de Wgr worden opgenomen of, en zo ja op welke wijze, ingezetenen en belanghebbenden de mogelijkheid krijgen tot inspraak over beleidsmatige onderwerpen die bij de gemeenschappelijke regeling zijn belegd. Het bestuur van Het Flevolands Archief stelt zelf geen beleid of verordeningen vast die ingezetenen binden. De uiteindelijke beleidskeuzes liggen bij de vertegenwoordigende organen. Burgerparticipatie verloopt daarom primair via deze vertegenwoordigende organen. Om in specifieke gevallen toch de mogelijkheid open te laten om burgerparticipatie toe te passen, is in de gemeenschappelijke regeling van Het Flevolands Archief een artikel (17 nieuw) toegevoegd. In dit artikel is neergelegd dat ingezetenen van de deelnemers of andere belanghebbende via de reguliere procedures betrokken kunnen worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid.
In het eerste lid wordt verwezen naar de deelnemers gezamenlijk.
In het eerste lid wordt verwezen naar de deelnemers gezamenlijk. Naar aanleiding van deze aanpassing zijn in dit artikel eveneens enkele tekstuele wijzigingen doorgevoerd.
In het derde lid is voor de wijze waarop de bijdragen van de provincie, gemeenten en het waterschap jaarlijks kunnen worden aangepast een andere methodiek opgenomen.
In het kader van de versterking van de positie van provinciale staten, gemeenteraden en besturen van waterschappen is in het tweede lid van artikel 20 aan deze bestuursorganen de mogelijkheid toegekend binnen twaalf weken een zienswijze te geven op het ontwerpbeleidsplan.
Om provinciale staten, gemeenteraden en besturen van waterschappen meer positie te geven in de begrotingscyclus van een gemeenschappelijke regeling is ervoor gekozen de termijnen voor de indiening van de kadernota, ontwerpbegroting en begroting aan te passen. Het dagelijks bestuur moet de ontwerpbegroting twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, sturen aan de Minister, provinciale staten, gemeenteraden en het algemeen bestuur van het waterschap. Dit was voorheen acht weken. Daarnaast is het voortaan voor het algemeen bestuur verplicht schriftelijk en gemotiveerd terug te koppelen wat zij van de zienswijzen vindt en tot welke conclusies dat heeft geleid. Voor deze verplichting is een nieuw lid toegevoegd aan artikel 21 (lid 7 nieuw). Verder is veranderd dat de inzending van de vastgestelde begroting aan de Minister voortaan niet meer vóór 1 augustus moet plaatsvinden, maar vóór 15 september. De nieuwe termijnen zijn neergelegd in artikel 21, 22 en 25.
In dit artikel zijn de woorden ‘van de regeling’ toegevoegd.
In dit artikel wordt verwezen naar de deelnemers gezamenlijk.
In dit artikel zijn de woorden ‘van de regeling’ toegevoegd.
Vanwege de invoering van de Wnra wordt de directeur van Het Flevolands Archief niet langer eenzijdig benoemd, geschorst of ontslagen, maar gaat het dagelijks bestuur middels het civiele arbeidsrecht over het aangaan, wijzigen en beëindigen van de overeenkomst met de directeur. Deze wijziging is doorgevoerd in artikel 31 (nieuw). In dit artikel zijn het oorspronkelijke artikel 31 en 32 samengevoegd. Daarnaast is een lid toegevoegd (lid 4 nieuw) waarin de beslissingsbevoegdheid van het dagelijks bestuur over schorsing van de directeur is neergelegd.
Het oorspronkelijke artikel 33 is veranderd in artikel 32 (nieuw). In het eerste en derde lid zijn de woorden ‘van de regeling’ toegevoegd. Daarnaast is in het derde lid de verwijzing naar ‘artikel 17, vierde lid’ gewijzigd in ‘artikel 14, vierde lid’.
Het oorspronkelijke artikel 34 is veranderd in artikel 33 (nieuw). Omdat het dagelijks bestuur met de invoering van de Wnra niet meer zelfstandig een rechtspositie- en arbeidsvoorwaardenregeling vaststelt, speelt ook bij het personeel van Het Flevolands Archief de Wnra een rol. Op het personeel is de Cao Rijk van toepassing. Deze wijziging is doorgevoerd in artikel 33 (nieuw).
Het oorspronkelijke artikel 35 is veranderd in artikel 34 (nieuw). Hierin is de mogelijkheid voor het algemeen bestuur neergelegd voorwaarden te verbinden aan de toetreding.
In iedere gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden gemaakt over de gevolgen van uittreden van een deelnemer voor het vermogen voor de rechtspersoon en de overige deelnemers. Met de nieuwe Wgr kan niet meer worden volstaan met een algemene bepaling dat het algemeen bestuur de uittredingsvoorwaarden bepaalt. In het oorspronkelijke artikel 36 stond dat slechts het algemeen bestuur gevolgen van de uittreding regelt en wat er gebeurt met de kosten voor uittreding. Om te voldoen aan de nieuwe Wgr, is het oorspronkelijke artikel 36 (artikel 35 nieuw) ingrijpend gewijzigd en is een nieuw artikel 36 ingevoegd.
Artikel 35 (nieuw) ziet op het besluit tot toestemming die provinciale staten, gemeenteraden en het algemeen bestuur van het waterschap moeten geven bij uittreding, welke opzegtermijn daarbij in acht moet worden genomen en de bepaling dat het algemeen bestuur de gevolgen van de uittreding inventariseert en de wijze waarop met deze gevolgen moet worden omgegaan, alsmede de voorwaarden voor de uittreding.
In artikel 36 (nieuw) is neergelegd dat de voorwaarden voor uittreding door het algemeen bestuur worden vastgesteld in een uittredingsplan, welke het algemeen bestuur uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding vaststelt. Het uittredingsplan regelt volgens artikel 36 (nieuw) de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties over een periode van vijf jaar. Ook wordt in artikel 36 (nieuw) de hoogte van de uittreedsom bepaald.
Ter verduidelijking van de procedure van wijziging van de gemeenschappelijke regeling zijn aan artikel 37 twee leden toegevoegd (lid 2 en lid 3 nieuw). In het tweede lid is neergelegd dat de Minister, provinciale staten, gemeenteraden en het algemeen bestuur van het waterschap bij het dagelijks bestuur hun zienswijze binnen acht weken na ontvangst van de ontwerpregeling naar voren kunnen brengen. Het derde lid ziet op de toestemming die de deelnemers nog hebben voor het besluit tot wijziging van de regeling.
Aan dit artikel is een nieuw lid ingevoegd (lid 2 nieuw). In dit lid is bepaald dat een besluit tot opheffing niet wordt genomen voordat de Minister, provinciale staten, de gemeenteraden en het algemeen bestuur van het waterschap gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze te geven.
Met de nieuwe Wgr wordt het verplicht om afspraken te maken over evaluatie van de gemeenschappelijke regeling. Omdat de gemeenschappelijke regeling nog geen bepaling over evaluatie van de regeling bevat, is aan artikel 39 een lid toegevoegd (lid 2 nieuw) die een evaluatie van de regeling mogelijk maakt.
Dit betreft een tekstuele verbetering.
De financiële bijlage is geactualiseerd.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Gedeputeerde staten van de provincie Flevoland,
Het dagelijks bestuur van het waterschap Zuiderzeeland,
Burgemeester en wethouders van de gemeente Lelystad,
Burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten,
Burgemeester en wethouders van de gemeente Urk,
Financiële bijlage bij de Gemeenschappelijke regeling Het Flevolands Archief
In deze bijlage zijn de afspraken over de structurele bijdragen van de deelnemers aan de Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum Het Flevolands Archief nader gespecificeerd (art. 19, tweede lid). Oorspronkelijk waren in 2017 de volgende bedragen per deelnemer vastgesteld:
Waterschap Zuiderzeeland € 15.000
Conform artikel 19, derde lid en vierde lid, van de gemeenschappelijke regeling worden de bijdragen jaarlijks aangepast aan de correctie voor loon- en prijsstijgingen. De indexaties vinden doorgaans plaats via de begroting. Doorgaans worden als basis van indexaties uitkomsten van CAO-aanpassingen en/of statistieken van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) en/of het Centraal Planbureau (CPB) toegepast, zoals de nationale consumentenprijsindex (cpi). In de begroting kunnen wel zowel bijdragen als kosten worden geïndexeerd.
De bijdragen van de deelnemers worden jaarlijks aangepast met een door het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) voor dit doel berekende percentage van de nationale consumentenprijsindex (cpi). Dit percentage mag naar boven worden afgerond. Aan de hand van overige, macro-economische voorspellingen over inflatie of indexatie (zoals bijvoorbeeld analyses van het Centraal Planbureau (CPB) of De Nederlandsche Bank (DNB)), kan dit percentage verder naar boven (of beneden) worden bijgesteld.
In het begroten van lasten voor salarissen en overige personeelsgerelateerde kosten past Het Flevolands Archief (HFA) voor indexering percentages uit (ten tijde van het begroten) recente afspraken uit de van toepassing zijnde CAO toe. Voor het begroten van kosten van overige goederen en diensten past Het Flevolands Archief ter indexering de nationale consumentenprijsindex (cpi) toe, zoals het CBS die omstreeks het begroten heeft geschat. De percentages mogen naar boven worden afgerond en kunnen op basis van overige macro-economische voorspellingen over indexaties of inflatie verder naar boven (of beneden) worden bijgesteld.
Het Flevolands Archief kan naast de reguliere bijdragen van deelnemers ook andere bijdragen ontvangen van structurele of incidentele aard van deelnemers of andere partijen. Zoals afgesproken met betreffende deelnemers, brengt HFA op basis van het kostenmodel vanaf 2024 jaarlijks een bijdrage voor haar e-depotvoorziening in rekening.
Historisch gezien heeft HFA met goedkeuring van het bestuur middelen gereserveerd in bestemmingsreserves om deze te reserveren voor specifieke doelen. HFA kan bijvoorbeeld door middel van de jaarrekening en/of bestuursrapportages aan het bestuur voorstellen doen over het toevoegen van (overtollige) middelen aan bestemmingsreserves.
Er kunnen zich calamiteiten of andere onvoorziene omstandigheden voordoen, die niet binnen de eigen begroting van Het Flevolands Archief kunnen worden opgevangen en waarvoor de deelnemers dienen te voorzien in de kosten die hieruit voortvloeien. Gelet op de hierboven genoemde structurele bijdragen, worden de kosten alsdan in beginsel volgens de volgende percentages verdeeld:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-632.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.