Provinciaal blad van Utrecht
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrecht | Provinciaal blad 2026, 6308 | verkeersbesluit of -mededeling |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrecht | Provinciaal blad 2026, 6308 | verkeersbesluit of -mededeling |
Verkeersbesluit N226 Woudenbergseweg
Provincie Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, N226 instellen diverse maatregelen in kader van realisatie spooronderdoorgangen.
Besluit van de provincie Utrecht van 14 april 2026, nummer UTSP-1849327467-7, tot vaststelling van verkeersmaatregelen voor de N226 voor het deel gelegen tussen hmp. 58,3 en 58,9 ten behoeve van de inrichting van de nieuwe spooronderdoorgangen.
RVV = Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990
BABW = Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer
Provinciale Staten van de provincie Utrecht hebben op 9 december 2020 het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) Spooronderdoorgang N226 Maarsbergen vastgesteld. Dit inpassingsplan maakt de realisatie van twee spooronderdoorgangen en de verlegging van de N226 bij de kern Maarsbergen planologisch en juridisch mogelijk.
Daarnaast hebben Gedeputeerde Staten op 10 november 2020 een besluit hogere waarden op grond van de Wet geluidhinder genomen. De provincie Utrecht voert de regie over het ruimtelijk planvormingsproces. Het PIP en de daarop gebaseerde besluiten zijn voorbereid in nauwe samenwerking met de gemeente Utrechtse Heuvelrug en ProRail.
De N226 in Maarsbergen wordt voorzien van twee spooronderdoorgangen:
Met de aanleg van deze onderdoorgangen verdwijnt de huidige gelijkvloerse spoorwegovergang. Dit draagt bij aan een verbetering van de verkeersveiligheid, de doorstroming op de N226 en de leefbaarheid in de kern Maarsbergen. De bestaande spoorwegovergang veroorzaakt regelmatig gevaarlijke verkeerssituaties en langdurige filevorming, die zich incidenteel uitstrekt tot op de rijksweg A12.
Met het realiseren van de spooronderdoorgangen vervalt de bestaande gelijkvloerse spoorwegovergang, waardoor de bestaande verkeerssituatie structureel wijzigt en een nieuw verkeersbesluit noodzakelijk is.
Voor de realisatie van de spooronderdoorgangen wordt de N226 gereconstrueerd en worden diverse verkeersmaatregelen genomen.
Het deel van de Woudenbergseweg ten zuiden van de rotonde N226/Bosweg wordt uit de doorgaande route voor het gemotoriseerd gehaald en voor dit deel van de Woudenbergseweg wordt een maximum snelheid van 30 km/uur ingesteld.
De onderdoorgang voor het snelverkeer is gelegen binnen de bebouwde kom van Maarsbergen, zoals vastgesteld krachtens artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994. Voor deze weggedeelten geldt derhalve een maximumsnelheid van 50 km/uur.
De onderdoorgang voor het langzame verkeer wordt aangewezen als fiets/bromfietspad.
De kruising N226/Bosweg is ingericht als rotonde.
Ter hoogte van de N226 huisnummer 76 worden aan beide kanten van de N226 bushaltes aangelegd.
De N226 wordt voorzien van een doorgetrokken middenstreep ter hoogte van de bushaltes, nabij de rotondes en in de onderdoorgang waarbij het zicht op tegemoetkomend verkeer slecht is.
Noodzaak en doelstelling verkeersbesluit
Op grond van artikel 15, lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 12 van het BABW moet voor het nemen van verkeersmaatregelen en het aanbrengen van borden van bijlage I van het RVV 1990 en verkeerstekens op het wegdek een verkeersbesluit worden genomen. De doelstellingen van dit verkeersbesluit zijn het verzekeren van de veiligheid op de weg en het beschermen van weggebruikers en passagiers, het in stand houden van de weg en waarborgen van de bruikbaarheid van de weg en het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van verkeer.
Deze belangen zijn genoemd in artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994.
Zoals in artikel 24 van het BABW is voorgeschreven, is overleg gepleegd met de korpschef van de nationale politie over deze verkeersmaatregel. De daartoe gemachtigde medewerker verkeersadvisering van de politie adviseert positief.
Bij het nemen van dit verkeersbesluit zijn de in artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994 genoemde belangen tegen elkaar afgewogen.
Het instellen van de genoemde verkeersmaatregelen is noodzakelijk om de verkeersveiligheid te verbeteren en gevaarlijke situaties te voorkomen. Door het realiseren van de spooronderdoorgangen en het opheffen van de gelijkvloerse spoorwegovergang wordt het risico op aanrijdingen tussen wegverkeer en spoorverkeer weggenomen en wordt de doorstroming op de N226 aanzienlijk verbeterd. Dit draagt tevens bij aan het voorkomen van filevorming die zich kan uitstrekken tot op de rijksweg A12.
Het instellen van lagere snelheden, het aanwijzen van fiets- en bromfietspaden en het realiseren van een rotonde zorgen voor een overzichtelijke en veilige verkeerssituatie voor alle weggebruikers, waaronder gemotoriseerd verkeer, fietsers, voetgangers en openbaar vervoer. Het inhaalverbod op de N226 voorkomt risicovol rijgedrag en draagt bij aan een veilige en gelijkmatige verkeersafwikkeling.
De belangen van omwonenden en weggebruikers die mogelijk een geringe beperking in reistijd of routekeuze ondervinden, zijn afgewogen tegen het algemene belang van verkeersveiligheid, leefbaarheid en een goede doorstroming. Deze nadelige gevolgen worden beperkt geacht en wegen niet op tegen de positieve effecten van de maatregelen.
Tevens is rekening gehouden met de belangen van het openbaar vervoer. Door de aanleg van bushaltes en het instellen van een inhaalverbod ter plaatse wordt de verkeersveiligheid voor in- en uitstappende reizigers vergroot en wordt de halteerbaarheid van het openbaar vervoer gewaarborgd.
Gelet op het voorgaande zijn wij van oordeel dat de met dit verkeersbesluit gediende belangen zwaarder wegen dan de eventueel nadelige gevolgen voor individuele weggebruikers.
De weggedeelten waar deze maatregelen worden getroffen, zijn in beheer bij de provincie Utrecht. Daarom zijn wij, Gedeputeerde Staten van Utrecht, op grond van artikel 18, lid 1, sub b, van de Wegenverkeerswet 1994 het bevoegde bestuursorgaan om dit verkeersbesluit te nemen.
De volgende maatregelen worden uitgevoerd op de provinciale weg N226 conform de tekening in de bijlage “2401-3462 v2.0 - IP23103-TEK-UO-BGI-001 - UO GWW Bovengrondse Infra (3)”:
de borden G12a van bijlage I van het RVV 1990 en de onderborden OB505 om de parallelweg van de N226, ten zuiden van nummer 58, de tunnelonderdoorgang ten zuiden van de Haarweg en de doorsteek van de Engweg naar het parkeerterrein/fietsenstalling aan te wijzen als fiets/bromfietspaden in twee richtingen;
Dit besluit laat de eventuele toepassing van de Omgevingsverordening provincie Utrecht 2022 onverlet
Dit verkeersbesluit ligt met bijbehorende tekening vanaf bekendmaking gedurende zes weken ter inzage in het provinciehuis van Utrecht en is in te zien na telefonische afspraak via +31302589111. Het besluit wordt ook elektronisch gepubliceerd in de Staatscourant via www.officielebekendmakingen.nl. Tevens hebben wij dit verkeersbesluit openbaar gemaakt via het internetdomein van de provincie Utrecht: http://www.provincie-utrecht.nl.
Bent u het niet eens met dit verkeersbesluit? Bel ons dan eerst even. Onze medewerkers kunnen uw vragen beantwoorden. Misschien is het dan niet meer nodig om bezwaar te maken. Bent u het nog steeds niet eens met dit verkeersbesluit dan kunt u bezwaar maken. Tegen dit besluit kunnen belanghebbenden binnen zes weken na de dag van verzending een bezwaarschrift bij het college van Gedeputeerde Staten van Utrecht indienen:
Digitaal: gebruikt u hiervoor het formulier “Bezwaar tegen beslissing provinciaal bestuur met DigiD”.
Uw DigiD geldt als ondertekening. U vindt het formulier via: https://www.provincie-utrecht.nl/loket/klacht-bezwaar-melding-doorgeven.
Schriftelijk: t.a.v. de secretaris van de Awb- adviescommissie van PS en GS, postbus 80300, 3508 TH Utrecht. Het bezwaarschrift moet in ieder geval bevatten, uw naam en adres, de datum, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht (indien mogelijk, onder vermelding van het besluitnummer) de reden van bezwaar, ondertekening.
Aan de behandeling van een bezwaarschrift zijn voor de indiener geen kosten verbonden. Overigens schort het indienen van een bezwaarschrift de werking van het besluit niet op. Als u niet kunt wachten op de normale behandeling van uw bezwaarschrift, hebt u de mogelijkheid om een voorlopige voorziening aan te vragen bij de rechtbank. U moet op dat moment ook al een bezwaarschrift hebben ingediend. Het verzoek om een voorlopige voorziening richt u aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland, Sector bestuursrecht, postbus 16005, 3500 DA Utrecht. Daarbij is een griffierecht verschuldigd (zie ook voor de hoogte van het griffierecht: https://www.rechtspraak.nl/Naar-de-rechter/Kosten-rechtszaak/griffierecht). U kunt ook digitaal een verzoek om voorlopige voorziening indienen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor dient u te beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op genoemde site voor de precieze voorwaarden.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-6308.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.