Provinciaal blad van Gelderland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Gelderland | Provinciaal blad 2026, 6224 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Gelderland | Provinciaal blad 2026, 6224 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Het Gelders programma Gezonde en veilige leefomgeving vast te stellen overeenkomstig 'bijlage A'.
Gedeputeerde Staten van Gelderland
Daniël Wigboldus
Commissaris van de Koning
Johan Osinga
Secretaris
We willen dat iedereen in Gelderland – nu én in de toekomst – gezond kan leven, wonen, werken en ontspannen. Een gezonde en veilige leefomgeving is daarvoor de basis. Daarom zetten we ons in om de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren en eventuele schadelijke invloeden terug te dringen. Alleen zo houden we Gelderland leefbaar voor de generaties van vandaag én morgen.
Het uitgangspunt dat we hebben vastgelegd in ons coalitieakkoord 2023-2027 is: ‘Iedereen heeft recht op een gezonde leefomgeving’. Gelderland beschermt de gezonde en veilige leefomgeving om zo bij te dragen aan de gezondheid van inwoners en anderen in staat te stellen die leefomgeving verantwoord te benutten. Hierbij richten wij ons op het verminderen van gezondheidsrisico’s en het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving, waar mogelijk.
Provincie Gelderland heeft in haar coalitieakkoord ‘Gewoon Doen’ het volgende vastgelegd: ‘Iedereen heeft recht op een gezonde leefomgeving’. Binnen dat kader is de Kadernotitie Gezonde Leefomgeving (PS2023-1178) vastgesteld. Inmiddels heeft een aantal ontwikkelingen plaatsgevonden. De ontwikkelingen in de wet- en regelgeving, zoals de Omgevingswet, en de noodzaak om gezondheid en duurzaamheid te waarborgen, vormen de basis voor het opstellen van dit programma.
In dit Gelders programma Gezonde en Veilige Leefomgeving zijn de doelen uit de Kadernotitie Gezonde Leefomgeving verder uitgewerkt. Dit programma beschrijft doelen voor de middellange termijn (ongeveer 5 jaar), en de maatregelen die we nemen om de beoogde resultaten realiseren. Het uiteindelijke doel is: de provincie Gelderland beschermt de gezonde en veilige leefomgeving om zo bij te dragen aan de gezondheid van inwoners en anderen in staat te stellen die leefomgeving verantwoord te benutten. Het programma houdt rekening met de ontwikkelingen in de herziening van de Omgevingsvisie en de integratie van de milieubeginselen in het beleid.
Het Gelders programma Gezonde en Veilige Leefomgeving omvat de thema’s bodem en ondergrond, luchtkwaliteit, geur, geluid en stilte en externe veiligheid. Ter ondersteuning hiervan is een generiek onderdeel ingericht voor integrale en thema-overstijgende vraagstukken. Het programma richt zich voornamelijk op bescherming van de leefomgeving, zodat anderen in staat worden gesteld de leefomgeving te benutten. Dit gebeurt via samenwerking met verschillende interne en externe partners, medeoverheden en relevante stakeholders, met de nadruk op de uitvoering van het beleid en de monitoring van de voortgang. Externe partners zijn onder andere: de omgevingsdiensten, gemeenten in Gelderland, GGD, Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM), andere provincies en het Rijk. Het programma gezonde en veilige leefomgeving is nauw verbonden met andere provinciale programma’s in relatie tot de fysieke leefomgeving. We werken onder andere samen met de programma’s water, mobiliteit en natuur. Daarnaast werken we samen met de regioteams, de teams voor geo-informatie en monitoring, en zijn we verbonden met de teams voor uitvoering van toezicht en handhaving.
Dit Gelders programma Gezonde en Veilige Leefomgeving heeft geen vaste einddatum en blijft geldig totdat een actualisatie plaatsvindt. Per thema zijn er maatregelen vastgesteld, waarbij de nadruk ligt op de periode van de aankomende 5 jaar. Jaarlijks wordt het programma geëvalueerd binnen de P&C-cyclus. Wanneer resultaten zijn behaald of bepaalde maatregelen niet langer nodig blijken, worden deze geactualiseerd. Het programma wordt tussentijds aangevuld met nieuw beleid dat voortvloeit uit een van de programmathema’s, zoals het aankomende ontgrondingenbeleid. Als een groot deel van het programma niet meer actueel is of er sprake is van ingrijpende veranderingen, kan worden besloten een geheel nieuw programma op te stellen.
Dit Gelders programma is opgesteld in lijn met de uniforme werkwijze en rolverdeling (PS2024-589). Voor dit Gelders programma is het volgende (besluitvormings)proces gevolgd:
Provinciale Staten zijn bij het voornemen voor het opstellen van een programma geïnformeerd.
Provinciale Staten zijn voorafgaand aan de vaststelling geconsulteerd over de inhoud.
Gedeputeerde Staten hebben het Gelders programma vastgesteld.
Provinciale Staten worden op diverse manieren op de hoogte gehouden over de voortgang in de uitvoering van dit Gelders programma en kunnen zodoende bijsturen vanuit de controlerende rol, onder andere via:
Voor de totstandkoming van het Gelders programma Gezonde en Veilige Leefomgeving heeft afstemming plaatsgevonden met interne en externe partijen in overeenstemming met de participatieverordening (PS2024-296). Wij hebben gebruik gemaakt van onze bestaande overlegstructuren met onze partners. Ook hebben wij hebben onze externe partners betrokken door middel van een onlinebijeenkomst en een enquête.
Hoofdstuk 2 : Bespreking van de bestaande kaders.
Hoofdstuk 3 : Beschrijving van de huidige en gewenste situatie, inclusief de tactische doelen, de bijbehorende aanpak en resultaten. Deze doelen zijn gekoppeld aan de strategische doelen uit het beleidskader.
Hoofdstukken 4, 5, 6, 7 en 8: Uitvoeringsagenda’s met herhaling van de beoogde resultaten en beschrijving van de bijbehorende maatregelen.
Hoofdstuk 10: Beschrijving van de beschikbare middelen.
Hoofdstuk 11: Monitoring en evaluatie van de voortgang.
Hoofdstuk 12: Uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van het programma.
We hebben te maken met een aantal nieuwe grote uitdagingen en opgaven: de transitie naar hernieuwbare energie (incl. de daarvoor nodige infrastructuur), de bouw van circa 100.000 woningen, het opvangen van de gevolgen en tegengaan van klimaatverandering en de zorg voor een goed vestigingsklimaat bij een veranderende economie. Al deze opgaven doen een beroep op de fysieke leefomgeving en de beschikbare ruimte. In lijn met de Omgevingswet is het van belang dat we de leefomgeving beschermen, terwijl we tegelijkertijd anderen in staat stellen deze verantwoord te benutten.
De Nederlandse en Europese wetgeving zijn doorlopend in ontwikkeling. Daarom blijven we kritisch kijken naar de instrumenten die we tot onze beschikking hebben om een gezonde en veilige leefomgeving te waarborgen. Dat doen wij in het licht van onze wettelijke verantwoordelijkheden. Er is nieuw landelijk beleid en regelgeving in de maak, zoals de Nota Ruimte. Ook is recent een Europese bodemrichtlijn vastgesteld, en zijn herzieningen van de Europese richtlijn industriële emissies en de Europese richtlijn luchtkwaliteit vastgesteld in Brussel. Deze richtlijnen worden nog verwerkt in de Nederlandse wet- en regelgeving. Wij zijn er alert op of uit de regelgeving nieuwe of aanvullende taken voor de provincie volgen. Wij vertalen de landelijke wetgeving naar provinciaal beleid.
Wij maken bewuste keuzes in de rol die we hebben en welke instrumenten we daarvoor inzetten. Er zijn vijf verschillende rollen, in volgorde van sterke sturing tot geen sturing:
Reguleren: we hebben een wettelijke taak of het provinciale belang is groot. We sturen sterk op het bereiken van onze doelen, omdat deze anders niet bereikt worden. Instrumenten die we hiervoor inzetten zijn bijvoorbeeld de omgevingsverordening en het projectbesluit. Dit doen we overwegend in dit hoogste niveau van sturing. Daarnaast hebben we als bevoegd gezag een regulerende rol op het gebied van uitvoering en handhaving.
Regisseren: het provinciale belang is groot, maar we zetten geen regulerende instrumenten in om onze doelen te bereiken. We maken afspraken met onze partners en verankeren deze in interbestuurlijke regioprogramma’s en gebiedsprogramma’s. Onze ambitie passen we niet aan, waardoor we in volgende gesprekken met partners de ruimte hebben om niet behaalde doelen weer op tafel te leggen.
Stimuleren: het provinciale belang is duidelijk, maar de opgave ligt bij andere partijen. Wij helpen met mogelijkheden om anderen in beweging te krijgen of te houden. We gaan voor samenwerking en het bereiken van consensus.
Faciliteren: het provinciale belang is klein en de opgave ligt bij andere partijen. We zijn bereid om te helpen als dat nodig is.
Loslaten: er is geen provinciaal belang en de provincie is niet van meerwaarde bij het vraagstuk. We zetten geen instrumenten in.
Vaak geldt dat wij activiteiten uitvoeren vanuit meerdere rollen. Bij de thematische uitwerking geven wij globaal aan welke rol met name van toepassing is.
Per januari 2024 is de Omgevingswet van kracht gegaan. Deze wet gaat over de fysieke leefomgeving en de balans tussen het benutten, het beschermen en verbeteren daarvan. Provincie Gelderland werkt al jaren aan een gezonde en veilige leefomgeving. Dat wil zeggen: een omgeving waar de druk op de gezondheid door de fysieke leefomgeving zo laag mogelijk is. Wij vinden dat een gezonde leefomgeving per definitie een veilige fysieke leefomgeving moet zijn. De Omgevingswet geeft ons hierin wettelijk verplichte kaders mee. De Omgevingswet stelt ook een nieuwe werkwijze voor, met nadruk op draagvlak (participatie) en beschikbaarheid van informatie (Digitaal Stelsel Omgevingswet). Deze werkwijze hebben wij toegepast bij het opstellen van dit Gelders programma Gezonde en Veilige Leefomgeving.
In ons Coalitieakkoord “Gewoon doen” is de opgave uit de Omgevingswet als volgt verwoord:
“Iedereen heeft recht op een gezonde leefomgeving. Dat wil zeggen: een omgeving waar de druk op de gezondheid zo laag mogelijk is en die uitnodigt tot een gezonde leefstijl. We willen gezondheidswinst behalen door vanuit onze rol te sturen op het behouden en waar mogelijk verbeteren van een gezonde fysieke leefomgeving.” Het Coalitieakkoord legt de nadruk op een goede uitvoering van de wetgeving die bepaalt wat een gezonde en veilige leefomgeving inhoudt.
Een van de centrale en bepalende onderdelen van de Omgevingswet, is de omgevingsvisie. Inmiddels is de Kadernota vernieuwing omgevingsvisie (PS2025-141) vastgesteld. Dit is een tussendocument waarbij afgesproken is welke accenten we leggen in de uitgebreide omgevingsvisie. Hoewel de omgevingsvisie nog in ontwikkeling is, vormt de kadernota al een belangrijke basis voor de uitwerking van dit programma.
We willen een gezonde en veilige leefomgeving in Gelderland. Hiervoor willen we de luchtkwaliteit en bodemkwaliteit verbeteren, en geuroverlast, geluidbelasting en de risico’s met betrekking tot externe veiligheid beperken. Voor provinciale complexe bedrijven voeren we uitvoering en handhaving uit op de verschillende milieuaspecten. Verder kijken we bij ruimtelijke ontwikkelingen en keuzes altijd vooraan in het proces naar deze milieuaspecten, om ze te toetsen en voldoende mee te wegen. Bij negatieve effecten van bedrijfsactiviteiten op de kwaliteit van de leefomgeving hanteren we de logische volgorde van voorkomen, beperken, beheersen, compenseren en saneren. Op het gebied van externe veiligheid zijn de ontwikkelingen van centrale energieopslagsystemen en de waterstofketen een aandachtspunt. Functies die voor overlast kunnen zorgen, plaatsen we waar mogelijk bij elkaar op bedrijventerreinen. We bouwen geen woningen in de buurt van locaties die we willen behouden voor bedrijven in hogere milieucategorieën. We passen bij een onderbouwd signaal over mogelijke negatieve effecten op mens en milieu het voorzorgsbeginsel toe (PS2024-599).
In de nieuwe Omgevingsvisie is het belangrijk om het bereiken en in stand houden van een gezonde en veilige leefomgeving te verankeren. Daarom is de uitwerking van dit Gelders programma Gezonde en Veilige Leefomgeving ook een integraal onderdeel van het werkproces voor de omgevingsvisie.
Begin 2024 hebben Provinciale Staten het beleidskader Gezonde Leefomgeving vastgesteld met een duidelijk doel voor ogen: Gelderland beschermt de gezonde en veilige leefomgeving om zo bij te dragen aan de gezondheid van inwoners en anderen in staat te stellen die leefomgeving verantwoord te benutten. In de kadernotitie Gezonde Leefomgeving werden de volgende uitgangspunten benoemd: 1) toepassen van het voorzorgsbeginsel, 2) integraal en in samenhang 3) samenwerken met partners. Deze uitgangspunten hebben wij uitgewerkt binnen de wettelijke kaders en verplichtingen van de Omgevingswet.
In dit Gelders programma Gezonde en Veilige Leefomgeving staan de tactische doelen centraal met een middellange termijn van ongeveer 5 jaar. We beginnen met de generieke doelen. Daarna bespreken we de doelen voor de thema’s bodem en ondergrond, luchtkwaliteit, geur, geluid en stilte en externe veiligheid. Per tactisch doel geven we een toelichting en benoemen we het beoogde resultaat.
Het is van belang dat bij belangenafweging op het gebied van ruimtelijke ordening, mobiliteit en vergunningverlening voor milieubelastende bedrijven, de impact op de leefomgeving vroegtijdig inzichtelijk wordt gemaakt. Hoe een gezonde en veilige leefomgeving precies wordt meegewogen in deze afweging, is nog in ontwikkeling en maakt onderdeel uit van de nieuwe omgevingsvisie.
Dit houdt in dat bij ontwikkelingen en keuzes het belang van gezonde en veilige leefomgeving vooraan in de processen inzichtelijk wordt gemaakt en bij de besluitvorming wordt meegewogen. Hierbij sluiten we aan bij de zeven regio's[1] van omgevingsgericht werken. Hierbij zijn wij met name stimulerend.
De milieubeginselen vormen een belangrijk kader voor ons werk en moeten, in lijn met de Omgevingswet, onderdeel gaan uitmaken van de uitvoering van alle relevante beleids- en ruimtelijke thema’s. Deze beginselen helpen ons bij het maken van afwegingen die bijdragen aan een duurzame en veilige leefomgeving. De vier milieubeginselen zijn:
We integreren de milieubeginselen (preventie, voorzorg, bronaanpak, vervuiler betaalt) in de uitvoering van de relevante beleids- en ruimtelijke thema’s. Dit betekent dat we steeds bekijken hoe de beginselen van invloed zijn en welke afwegingen of keuzes daaruit voortvloeien. Onze rol is afhankelijk van de toepassing van de milieubeginselen en kan variëren tussen reguleren, regisseren, stimuleren en faciliteren. Ontwikkelingen kunnen aanleiding zijn voor bijstelling van de toepassing van deze beginselen. De milieubeginselen komen tot uitdrukking in de logische voorkeursvolgorde: voorkomen (preventie), beperken (bron), beheersen, compenseren, saneren (waarbij de vervuiler betaalt). We passen bij een onderbouwd signaal (zie Statenbrief Afwegingskader Voorzorgsbeginsel (PS2024-599)) het vastgestelde afwegingskader voor het voorzorgsbeginsel toe, met de volgende stappen:
verkenning van het signaal;
risicoanalyse en risico-evaluatie;
belangenafweging en besluitvorming;
uitvoering en afronding;
evaluatie.
De toepassing van het voorzorgsbeginsel is nog in ontwikkeling. We volgen de landelijke ontwikkelingen via IPO op dit gebied.
We volgen actief nieuwe milieubedreigingen, met specifieke aandacht voor Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). We blijven alert op nieuwe milieubedreigingen en passen onze aanpak daarop aan, in lijn met het voorzorgs- en preventiebeginsel. Voor ZZS ontwikkelen we, in afstemming met andere provinciale programma’s, beleid gericht op activiteiten waarvoor wij bevoegd gezag zijn. Doel is het minimaliseren van de uitstoot bij de bron en verspreiding, met goede afstemming tussen relevante programma’s en thema’s. Landelijke ontwikkelingen zijn hiervoor de basis. Hierbij is de rol van de provincie stimulerend, regisserend en regulerend.
Provincie Gelderland streeft naar een gezonde bodem. Dat is van belang voor de gezondheid van mensen en de kwaliteit van de leefomgeving. De gezondheid van mensen kan worden aangetast door blootstelling aan bodemverontreiniging. Ook heeft de bodemkwaliteit effect op kwetsbare functies als natuur en drinkwater. Naast de aandacht voor de chemische kwaliteit zijn ook andere eigenschappen van de bodem van belang voor een gezonde leefomgeving. Een vitale bodem zorgt voor voedselzekerheid en voedselveiligheid, draagt bij aan het beperken van wateroverlast en hittestress en zorgt voor CO2-opslag waarmee klimaatdoelen worden bereikt. Daarnaast kan de ondergrond energie en grondstoffen leveren en opslaan.
Om het strategische doel voor het thema Bodem en Ondergrond te vertalen naar concrete inzet, hebben we een aantal tactische doelen geformuleerd.
We verankeren in beleid, regelgeving en projecten van de provincie dat (ruimtelijke) keuzes en gebruik en beheer van de bodem worden gebaseerd op een robuust water- en bodemsysteem. Binnen dit programma staat de uitwerking van bodemaspecten uit de landelijke beleidsbrief water en bodem sturend (25 november 2022) centraal. Hierbij is de rol van de provincie met name stimulerend en regisserend. Andere onderdelen van de beleidsbrief vallen primair binnen de scope van het Regionaal Waterprogramma en het Klimaatprogramma.
We zorgen dat locaties met bodemverontreiniging met onaanvaardbare risico’s die in 2015 in beeld waren voor 2030 zijn gesaneerd of beheerst. De provincie heeft daarbij een regulerende rol vanuit wettelijke taken. Locaties met onaanvaardbare risico’s als gevolg van regionale asbest in bodem, ZZS, PFAS of andere stoffen zijn voor 2030 proactief geïnventariseerd en aan duurzame oplossingen wordt gewerkt. Bij de beschouwing van risico’s is voor de provincie in het bijzonder de bescherming van de grondwaterkwaliteit van belang. De provincie heeft doelen hiervoor uit de Kaderrichtlijn Water en de Grondwaterrichtlijn vertaald in het Regionaal Waterprogramma.
We zorgen dat instrumenten beschikbaar zijn die worden ingezet met als doel dat alle hergebruik van ontgraven grond zo hoogwaardig mogelijk is waarbij:
bij de winning van primaire bouwstoffen zoals zand, klei en grind er sprake is van een balans tussen benutten en beschermen. Daarvoor worden het ontgrondingenbeleid van de provincie geactualiseerd en een afwegingskader voor ontgrondingen uitgewerkt. Dit programma wordt aangevuld met het nieuwe ontgrondingenbeleid. (regulerende rol).
afgraven van bodem alleen plaatsvindt als het bijdraagt aan de fysieke leefomgeving en de functies voor mens en natuur (stimulerende rol).
gebruik van (vrijgekomen) grond 1) zo hoogwaardig mogelijk is, 2) zoveel mogelijk binnen hetzelfde gebied/ecosysteem plaatsvindt en 3) de levering van functies voor mens en natuur versterkt (in eerste instantie een stimulerende rol).
We dragen bij aan vitale bodems in het landelijk gebied, vanuit onze stimulerende rol. Vitale bodems zijn gezond en sterk, en leveren belangrijke functies voor mens en natuur. Ze:
zorgen voor de productie van landbouwgewassen,
houden water vast en kunnen zichzelf zuiveren,
slaan koolstof op en helpen zo bij reguleren van het klimaat,
dragen bij aan biodiversiteit en bieden leefruimte aan bodemleven en planten,
zorgen ervoor dat voedingsstoffen in de kringloop blijven.
Wij sluiten hiermee aan bij het landelijke doel om in 2030 alle landbouwbodems duurzaam te beheren. Voor Gelderland betekent dit onder andere dat we jaarlijks 54 kiloton CO2 willen vastleggen in minerale landbouwbodems.
We versterken de provinciale regie op het duurzaam benutten, inrichten en beschermen van de diepe ondergrond. Hiermee creëren we mogelijkheden om de bodem te benutten voor opslag en opwekking van energie en dat in samenhang te laten plaatsvinden met andere opgaven, zonder de bescherming van de kwaliteit en hoeveelheid grondwater voor drinkwaterwinning in gevaar te brengen. Wij doen dat vanuit een regisserende rol.
Wij werken samen met gemeenten, omgevingsdiensten en waterschappen binnen het kennisnetwerk Gelders Ondergrond Overleg. Zo faciliteren we alle decentrale overheden in Gelderland met kennis en informatie om hun taken met betrekking tot bodem en ondergrond uit te voeren.
De luchtkwaliteit in Gelderland biedt kansen voor verdere verbetering, vooral op het gebied van fijnstof en stikstofdioxide, waarvoor we op de lange termijn (in 2050) de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) willen behalen. Dit draagt bij aan een betere gezondheid van de inwoners van Gelderland. De effecten van gezonde lucht op de gezondheid zijn in dezelfde orde van grootte als de effecten van een gezond gewicht. We werken aan ons doel door actief te monitoren, samen te werken met gemeenten, omgevingsdiensten en andere overheden in het Schone Lucht Akkoord (SLA) en gerichte maatregelen te nemen, met als doel de luchtkwaliteit te verbeteren en gezondheidseffecten te beperken.
Om het strategische doel voor het thema luchtkwaliteit te vertalen naar concrete inzet, hebben we een aantal tactische doelen geformuleerd. We hebben daarbij als bevoegd gezag een regulerende rol op het gebied van uitvoering en handhaving. Ook hebben we een aantal wettelijke taken bij de monitoring van de luchtkwaliteit en op het gebied van smog. Onder de Omgevingswet ligt de primaire verantwoordelijkheid voor het voldoen aan de Europese grenswaarden voor lucht bij gemeenten en het Rijk. Als provincie zijn we vanuit onze rol als bevoegd gezag verantwoordelijk voor de emissies van fijnstof en stikstofdioxide afkomstig van provinciale wegen, en voor uitvoering en handhaving voor de emissies van provinciale bedrijven. Bij de invulling van het SLA werken we veel samen met andere partijen en hebben we ook een stimulerende rol. Het thema houtstook vinden we nadrukkelijk een vraagstuk dat bij de lokale overheid ligt. Dit laten we los.
We verbeteren de luchtkwaliteit door het uitvoeren van het Schone Lucht Akkoord (SLA). De lucht die we inademen is in de afgelopen decennia veel schoner geworden, mede door de inspanningen van het SLA en het schoner worden van het wegverkeer, bedrijven en de scheepvaart. Toch bevat de lucht nog steeds stoffen die een negatieve invloed hebben op onze gezondheid. Het SLA is een samenwerking van het Rijk, provincies en een groot aantal gemeenten met als doel de luchtkwaliteit permanent te verbeteren en in 2030 de WHO-advieswaarden uit 2005 te halen. Provincie Gelderland voert diverse maatregelen uit die passen bij de rol en mogelijkheden van de provincie. Bijvoorbeeld inzetten van ons instrumentarium (waaronder Uitvoerings- en Handhavingstaken) in onze rol als bevoegd gezag voor industriële bedrijven en beheerder van provinciale wegen. Zo zetten we in op voorschrijven van zo schoon mogelijke technieken voor industriële bedrijven en de transitie naar zero-emissie werktuigen bij aanleg van wegen. De andere SLA partners nemen maatregelen die bij hen passen, bijvoorbeeld lokale maatregelen.
Wij werken aan een verdere verbetering van de luchtkwaliteit, met het oog op de strengere Europese luchtkwaliteitsnormen die per 1 januari 2030 ingaan. Op 14 oktober 2024 heeft de Europese Raad de nieuwe EU-richtlijn luchtkwaliteit met geactualiseerde normen aangenomen. Deze normen zijn een tussenstap richting de WHO-advieswaarden. Dankzij de samenwerking in het Schone Lucht Akkoord (SLA) zijn we hier deels al op voorbereid. Toch verwachten we in stedelijke gebieden en regio’s met intensieve veehouderij mogelijke overschrijdingen. Om tijdig aan de nieuwe normen te voldoen, onderzoeken we samen met onze partners waar aanvullende maatregelen nodig zijn. Daarbij kijken we naar de maatregelen die nodig zijn om aan de normen te voldoen.
Wij werken aan een betere bescherming van omwonenden tegen luchtvervuiling door industriële bedrijven en zorgen voor transparante communicatie. Dit doen we samen met de gemeenten Nijmegen en Beuningen en met de Omgevingsdienst Groene Metropool (ODGM) in industriegebied TPN-West, waar we de aanbevelingen uit het rapport Industrie en Omwonenden van de Onderzoeksraad voor Veiligheid opvolgen. Via de uitvoeringsagenda Industrie en Omwonenden zetten we concrete stappen verdeeld over drie actielijnen: beter zicht op industriële emissies, gezondheid een plek geven in het proces van uitvoering en handhaving, en het versterken van de samenwerking met bedrijven en omwonenden. De uitvoeringsagenda wordt periodiek geëvalueerd. Op basis van de uitkomsten worden maatregelen voortgezet, aangescherpt of aangepast. Deze doorontwikkeling wordt opgenomen in een geactualiseerde versie van de uitvoeringsagenda Industrie en Omwonenden.
Afhankelijk van de resultaten passen we (sommige) maatregelen ook toe bij andere provinciale bedrijven(terreinen). Indien nodig leggen we de maatregelen die we provinciebreed toepassen vast in een aparte uitvoeringsagenda.
Wij monitoren de luchtkwaliteit in Gelderland om inzicht te krijgen in de ontwikkeling van de luchtkwaliteit en mogelijke knelpunten. Dit gebeurt samen met de partners van het Schone Lucht Akkoord en volgens de Omgevingswet, die normen stelt voor de concentraties van schadelijke stoffen in de buitenlucht. We leveren gegevens aan voor het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) en informeren inwoners actief bij smog (gemandateerd aan het RIVM).
Wij werken samen met Gelderse gemeenten en andere overheden om de luchtkwaliteit te verbeteren. Omdat luchtverontreiniging geen grenzen kent, is een gezamenlijke en afgestemde aanpak noodzakelijk. Daarom nemen we deel aan het Schone Lucht Akkoord, waarin we samen met het Rijk, provincies en gemeenten maatregelen ontwikkelen en afstemmen. Daarnaast ondersteunen we Gelderse professionals, zoals gemeenten, GGD’en en Omgevingsdiensten, bij hun inzet voor een gezonde leefomgeving. Via het Platform Gezonde Leefomgeving bieden we ze een plek om kennis en ervaringen te delen en initiatieven te coördineren.
Bedrijven hebben een wettelijke zorgplicht om geurhinder te voorkomen, maar er zijn geen landelijke toetsbare regels voor vergunningverlening. Dit geeft gemeenten en provincies de ruimte om hier zelf invulling aan te geven. Naast industriële bedrijven waarvoor de provincie bevoegd gezag is, zijn er in Gelderland ook andere geurbronnen, zoals agrarische bedrijven en industriële bedrijven onder gemeentelijk bevoegd gezag, waarvoor gemeenten verantwoordelijk zijn. Doordat de aanpak van geur onder de omgevingswet vooral op lokaal niveau is belegd, kunnen geurregels per gebied verschillen, wat vraagt om afstemming. Daarom bekijken we samen met gemeenten en in IPO-verband hoe we hierin zoveel mogelijk gezamenlijk kunnen optreden. Onze taken op geur voeren we uit via de omgevingsdiensten, die zorgen voor uitvoering en handhaving volgens de beleidsregel geur van provincie Gelderland.
We zetten ons in voor een gezonde leefomgeving waarin inwoners zo min mogelijk hinder van geluid ervaren. Het beperken van geluidhinder draagt bij aan het welzijn van mensen. Het vermindert verstoring van dagelijkse activiteiten, verbetert het slaapritme, en verkleint het risico op stressreacties en hart- en vaatzieken.
Vanuit de Europese richtlijn Omgevingslawaai is het verplicht om een actieplan geluid op te stellen. Die verplichting is in artikel 3.8 Omgevingswet overgenomen. De doelen, maatregelen en beoogde resultaten zijn verwerkt in dit programma.
Om het strategische doel voor het thema Geluid en Stilte te vertalen naar concrete inzet, hebben we een aantal tactische doelen geformuleerd. We hebben daarbij als bevoegd gezag een regulerende rol op het gebied van geluidproductieplafonds, het actieplan geluid, de belastingkaarten, de saneringsregeling en de stiltegebieden. We werken samen met onze partners en hebben dan een regisserende rol.
We zorgen ervoor dat wegverkeerslawaai op de provinciale wegen niet onbeheerst kan toenemen door middel van geluidproductieplafonds. Dit is een verplichting vanuit de Omgevingswet. Daarmee worden burgers beschermd tegen onbeheerste toename van verkeerslawaai. Als het GPP wordt bereikt, wordt er bekeken welke maatregelen er genomen kunnen worden om dit te beperken.
We actualiseren het Gelders actieplan geluid elke vijf jaar en blijven werken aan het stiller maken van provinciale wegen. In dit Gelders actieplan geluid is een doelmatigheidscriterium opgenomen om maatregelen bij provinciale wegen op een eenduidige manier af te wegen binnen het jaarlijkse beschikbare budget. Het sturen op geluid van andere bronnen blijft via de bestaande samenwerkingen gebeuren. Dat doen we niet via het Gelderse actieplan geluid. Het sturen op geluid van andere bronnen zoals industrie & windturbines, rail, gemeentelijke- en rijkswegen blijft via de bestaande samenwerkingen gebeuren. Voor industrie & windturbines en gemeentelijke wegen wordt samengewerkt met omgevingsdiensten en/of gemeenten binnen Gelderland, voor rail en rijkswegen wordt verbinding gezocht met respectievelijk ProRail en Rijkswaterstaat. Ook wordt voor geluid of klachten over geluid nauw samengewerkt met de GGD.
We actualiseren de geluidbelastingkaarten elke vijf jaar om de effectiviteit van geluidbeperkende maatregelen in het Gelders actieplan geluid te beoordelen. Met deze geluidbelastingkaarten wordt de geluidbelasting langs alle provinciale wegen in Gelderland in beeld gebracht. Er wordt berekend hoeveel geluid het verkeer op een provinciale weg gemiddeld produceert en wat de omgeving hiervan merkt. Geluidbelastingkaarten worden gebruikt om de doelmatigheid van geluidbeperkende maatregelen binnen de kaders van het Gelders actieplan geluid te beoordelen.
We verminderen geluidoverlast van wegverkeer bij geluidgevoelige gebouwen door gerichte uitvoering van de saneringsregeling. Geluidgevoelige locaties boven de saneringsdrempels worden aangepakt om een gezonde leefomgeving te bevorderen. Deze aanpak bestaat uit saneringen, oftewel maatregelen aan woningen om de geluidbelasting in huis te verminderen. Er wordt een saneringsprogramma[2] vastgesteld voor de gebouwen die gesaneerd moeten worden. In dit saneringsprogramma staan de geluidbeperkende maatregelen om de hoge geluidbelastingen terug te brengen.
We gaan de huidige stiltegebieden opnieuw beoordelen en mogelijk actualiseren. Onder stiltegebieden verstaan we beschermde gebieden waarin we stilte en rust beschermen en ontwikkelen. ‘Stilte’ wil zeggen dat alleen geluiden die van nature bij het gebied horen wenselijk zijn. Er zijn momenteel voor de 8 Gelderse stiltegebieden in de Omgevingsverordening (paragraaf 4.4.3 Activiteiten in stiltegebieden) gedragsregels opgenomen.
Externe veiligheid gaat over het beheersen of verminderen van de risico’s voor de bevolking die het gevolg zijn van bedrijven die gevaarlijke stoffen produceren, opslaan, gebruiken en vervoeren. Ook het in werking hebben van windturbines en luchthavens valt onder externe veiligheid. Naast de wettelijke taken heeft de provincie beleidsruimte voor activiteiten binnen de zogenaamde aandachtsgebieden.
We hebben een wettelijke taak (uitvoering en handhaving) ten aanzien van het beheer van de risicokaart en het vaststellen van transportroutes voor gevaarlijke stoffen over provinciale wegen. We hebben ook een wettelijke taak ten aanzien van de Seveso-bedrijven, dit zijn bedrijven waar grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, zoals chemicaliën of brandbare stoffen. Daarnaast is er een aantal (landelijke) ontwikkelingen die relevant zijn voor de veiligheidssituatie in Gelderland:
(Stijging van) het vervoer over weg, spoor en water van gevaarlijke stoffen zoals waterstof of ammoniak, in verband met gevaar van brand, explosie of gifwolk;
De opslag van nieuwe energie waarbij met name brandveiligheid aandacht vraagt;
(Uitbreiding van) risicorelevante bedrijven zoals bijvoorbeeld XXL-logistiek en grootschalige mestverwerkingsinstallaties, al dan niet op bedrijventerreinen, waar gevaarlijke stoffen worden opgeslagen of verwerkt.
Om het strategische doel voor het thema Externe Veiligheid te vertalen naar concrete inzet, hebben we tactisch doelen geformuleerd.
We zorgen dat externe veiligheid een stevige plek krijgt in ons ruimtelijk beleid door onze provinciale rol te herijken en onze inzet te verduidelijken. We maken gebruik van de mogelijkheden die de Omgevingswet ons biedt en zorgen ervoor dat het belang van externe veiligheid verankerd is in de nieuwe Omgevingsvisie. Externe veiligheid moet integraal en in een vroeg stadium meegewogen worden bij ontwikkelingen en keuzes. Bijvoorbeeld, de verwachte toename van het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor kan spanningen veroorzaken met de woningbouwopgave. De bereikbaarheid en de voorkeur voor inbreiding leiden tot verdichting in de spoorzone. Over de transport routes voor gevaarlijke stoffen per spoor werken we samen met (buur)provincies. Zo nodig agenderen we het vraagstuk bij het verantwoordelijk bestuur. Voor ongeveer 40 zogenaamde Seveso-bedrijven is provincie Gelderland verantwoordelijk voor uitvoering, handhaving en de invulling van de bijbehorende beleidsruimte. De rol die de provincie hier neemt is regisseren en reguleren.
We versterken het kennis- en expertisenetwerk en samenwerking tussen betrokken partijen binnen het Gelders Extern Veiligheidsoverleg (GEVO) zodat zij hun taken voor externe veiligheid goed kunnen uitvoeren. Het GEVO is opgericht voor samenwerking en kennisdeling tussen omgevingsdiensten, veiligheidsregio's, gemeenten en provincie. Hierdoor kunnen overheden een transparante afweging van de risico's maken. Wij zijn de verbindende schakel tussen GEVO en het rijk, en andersom. De rol die de provincie hier neemt is faciliterend.
We integreren externe veiligheid datasystemen tot een effectief platform voor EV-professionals. Sinds april 2024 werkt Rijkswaterstaat samen met het Ministerie van I&W, RIVM, IPO, ODNL aan de Signaleringskaart externe veiligheid en met commerciële partijen aan het Portaal Atlas Veiligheid (PAV). Dit portaal richt zich specifiek op de behoeften van EV-professionals, omdat de huidige Atlas Leefomgeving niet volledig aansluit op de wensen. Data vormen de basis voor een goede advisering en integrale afweging bij ontwikkelingen en keuzes. Provincie Gelderland stimuleert deze ontwikkeling.
Naast de thematische benadering van bodem en ondergrond, luchtkwaliteit, geur, geluid en stilte en externe veiligheid, zijn er ook thema-overstijgende opgaven waar wij aan werken. Deze opgaven vragen om een integrale aanpak. Deze generieke maatregelen dragen bij aan het behalen van de tactische doelen van de andere thema’s. Om de eerdergenoemde resultaten te realiseren, nemen we de volgende maatregelen.
De maatregelen in deze en volgende uitvoeringsagenda’s dragen bij aan de doelen van het programma. Veel van deze maatregelen hebben een doorlopend karakter of maken deel uit van bredere trajecten die gedurende meerdere jaren worden uitgevoerd. Daarom is niet bij elke maatregel een specifieke tijdsindicatie opgenomen. De voortgang en eventuele bijsturing vinden plaats via de reguliere P&C-cyclus.
Maatregelen:
4.1.1 We stimuleren ontwikkelingen en keuzes die een positief effect hebben op de fysieke leefomgeving of waarbij de negatieve impact minimaal blijft.
4.1.2 Waar nodig aanpassing van de Uitvoering en Handhavingsstrategie.
Maatregelen:
4.2.1 We zorgen ervoor dat de milieubeginselen (preventief handelen, voorzorgsbeginsel, bronaanpak en de vervuiler betaalt) structureel worden toegepast binnen de inhoudelijke thema’s.
4.2.2 Waar nodig aanpassing van de Uitvoering- en Handhavingsstrategie.
Maatregelen:
4.3.1 We brengen ZZS-emissies in beeld en ontwikkelen een beleid om deze gericht te beperken.
Om de eerdergenoemde resultaten voor het thema Bodem en Ondergrond te realiseren, nemen we de volgende maatregelen.
Maatregelen:
5.1.1 Alle bodemonderdelen van de landelijke beleidsbrief water en bodem sturend (25 nov 2022) zijn uitgewerkt naar (voorstellen voor) instrumenten die de provincie kan inzetten. De provincie zit op koers voor de acties in de Borgingskalender WBS (mei 2024).
5.1.2 In gebiedsprocessen en projecten waarbij de provincie een rol heeft is wordt bij de inrichting en het beheer rekening gehouden met het water- en bodemsysteem.
5.1.3 Provincie Gelderland voert de taken van de EU-bodemmonitoringsrichtlijn en in relatie tot het landelijke Programma Bodem, Ondergrond en Grondwater uit.
5.1.4 De chemische, fysische en biologische kwaliteit van de bodem in Gelderland is in beeld. Deze informatie wordt gebruikt bij beleid en projecten.
Maatregelen:
5.2.1 Locaties waarvan bekend wordt dat sprake is van verontreiniging die zorgt voor onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu, worden onderzocht en waar nodig voorbereid voor sanering. Voor PFAS sluit de provinciale aanpak aan op de nog te maken landelijke afspraken voor een programmatische benadering van met PFAS-verontreinigde locaties.
5.2.2 De uitvoering van de provinciale U&H-bodemtaken onder de Omgevingswet en de Wet bodembescherming is geborgd via afspraken met de omgevingsdiensten.
5.2.3 De provinciale activiteiten voor bodemonderzoek en bodemsanering zijn afgestemd op de doelen en maatregelen van het Regionaal Water Programma (2021-2027 en 2028-2034). Bij de voorbereiding van het RWP 2028-2034 wordt de motie 25M130 ‘A15 Staalslakken-Zorgvuldige omgang in intrekgebieden’ betrokken.
Maatregelen:
5.3.1 Uitwerking en toepassing van geactualiseerd afwegingskader voor ontgrondingen.
5.3.2 Uitwerking en toepassing van geactualiseerd beleid voor het verondiepen van diepe plassen.
5.3.3 In provinciale projecten wordt de afweging gemaakt om waar mogelijk bodems niet af te dekken en niet af te graven.
5.3.4 In 2030 vindt in 80% van de provinciale projecten hoogwaardig hergebruik van vrijkomende grond plaats.
Maatregelen:
5.4.1 Inzicht vergaren over de mate waarin ecosysteemdiensten (functies van het natuurlijk kapitaal voor mens en natuur) worden geleverd en inzet van provinciale instrumenten om die levering te versterken. Daarbij is kennis beschikbaar om agrariërs en terreinbeheerders in staat te stellen het bodembeheer te verduurzamen.
5.4.2 Bij de ontwikkeling van natuurbeleid en de voorbereiding van natuurprojecten van de provincie wordt bodemkennis ingezet.
5.4.3 Stimuleren van maatregelen om het organisch stofgehalte in de bodem te versterken en daarmee de uitvoering van de motie organische stof 21M14 te borgen.
Maatregelen:
5.5.1 Kaders zijn vastgelegd voor het optimaal benutten van de warmtepotentie van de bodem.
5.5.2 Handvat voor 4D-ruimtelijke ordening is beschikbaar.
5.5.3 Zorgvuldige uitvoering van provinciale taken bij Mijnbouwwet-adviesaanvragen (voor activiteiten beneden 500 m-mv).
Maatregelen:
5.6.1 Er is een actief kennisnetwerk van regionale partners die samen effectief en efficiënt werken en doelen voor bodem en ondergrond realiseren: het Gelders Ondergrond Overleg.
Om de eerdergenoemde resultaten voor het thema Luchtkwaliteit en Geur te realiseren, nemen we de volgende maatregelen.
Maatregelen:
6.1.1 Verminderen van emissies vanuit mobiliteit door:
Een bijdrage te leveren aan de landelijke thema- en projectgroep SLA.
Gezondheidsdoelen mee te nemen bij de uitvoering van wegenprojecten.
6.1.2 Verminderen van emissies vanuit mobiele werktuigen door:
Een bijdrage te leveren aan de SLA landelijke thema- en projectgroep mobiele werktuigen.
Actualiseren van de inkoopstrategie.
Implementeren van de routekaart convenant Schoon en Emissieloos Bouwen.
De inzet van ‘zero emissie’ werktuigen bij projecten van de provincie op te schalen.
6.1.3 Verminderen van emissies vanuit de industrie door:
Een bijdrage te leveren aan SLA landelijke themagroep industrie.
Scherper vergunnen zoals is opgenomen in de UHS te implementeren in de werkwijze van de omgevingsdienst.
6.1.4 Luchtdoelen meenemen bij de uitvoering van projecten op het gebied van binnenvaart en havens.
6.1.5 Verminderen van emissies vanuit de landbouw door:
Een bijdrage te leveren aan de landelijke thema- en projectgroep SLA.
Te verkennen of het zinvol is om de training vergunningverlening stalsystemen (en scherper vergunnen landbouw) van Omgevingsdienst Veluwe beschikbaar te stellen voor alle omgevingsdiensten in Gelderland.
6.1.6 Bevorderen van participatie door subsidie te verlenen aan Globe fijnstof project waarbij scholieren en de omgeving betrokken worden bij luchtkwaliteit. Wij volgen de voortgang en nemen deel aan bijeenkomsten.
6.1.7 Verkennen welke stappen mogelijk en wenselijk zijn met het SLA-advies bescherming hooggevoelige groepen en de resultaten van de SLA-pilot hoogblootgestelde gebieden.
6.1.8 Jaarlijks aandeel van Gelderland aan het SLA vertalen naar Lokaal Uitvoeringsplan, inventariseren maatregelen en effecten van andere beleidsprogramma’s die ook een positief effect hebben op de luchtkwaliteit. Deze informatie leveren we aan bij het ministerie, onder andere als input voor de monitoring van het SLA en de gezondheidsindicator.
6.1.9 Gemeenten helpen het Schone Lucht Akkoord te ondertekenen en uit te voeren. Faciliteren van samenwerking gemeenten aan SLA-maatregelen via bijeenkomsten, advies en inhoudelijke ondersteuning, bijvoorbeeld via een project waarin samen met gemeenten wordt onderzocht hoe scherper kan worden vergund bij gemeentelijke bedrijven.
Maatregelen:
6.2.1 Impact van nieuwe EU-normen inzichtelijk maken voor Provincie Gelderland.
6.2.2 Zoveel mogelijk voorkomen van knelpunten bij de realisatie van ruimtelijke projecten door gebiedsgericht werken.
6.2.3 Via het IPO bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aandringen op een landelijke aanpak van de luchtkwaliteit. Het Rijk zou daartoe, in samenwerking met provincies en gemeenten, een juridisch bindend nationaal samenwerkingsprogramma moeten opstellen met aanvullende maatregelen om knelpunten gezamenlijk op te lossen (conform het IPO position paper).
6.2.4 Samen met het Rijk, andere provincies en de Gelderse gemeenten voorbereiden op nieuwe normen. Waar nodig nemen we als provincie maatregelen om knelpunten te voorkomen.
Maatregelen:
6.4.1 Twee mobiele meetstations roulerend 6 maanden beschikbaar stellen aan gemeenten en burgerinitiatieven. Gemeenten en burgerinitiatieven hebben tijdelijk toegang tot meetgegevens van lokale luchtkwaliteit.
6.4.2 Samen met de GGD inzicht geven in de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging, bijvoorbeeld via de GGD-rapportage luchtkwaliteit en gezondheid.
6.4.3 Smogdraaiboek actueel houden.
6.4.4 Uitvoeren meetprojecten: controle jaarlijkse monitoringsgegevens (Arnhem Pleijweg) en meetprojecten voor omgevingskwaliteitscontrole bij specifieke infrastructurele projecten.
6.4.5 Monitoren luchtkwaliteit langs provinciale wegen en gegevens leveren voor monitoringstool Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit, CIMLK).
Maatregelen:
6.5.1 Afstemmen aanpak met andere overheden door bestuurlijk overleg, Gelders Platform Gezonde Leefomgeving en IPO werkgroep Lucht.
6.5.2 Voortzetting advisering milieuvraagstukken.
6.5.3 Beantwoording (complexe) vragen en behandeling klachten.
Maatregelen:
6.6.1 Actueel houden geursignaleringskaart met geurcirkels van provinciale bedrijven. Verrijken van de kaart met beschikbare gegevens over andere bronnen en normering van gemeenten.
6.6.2 Inventariseren geurbeleid Gelderse gemeenten en behoefte aan gemeentegrens overstijgende, gebiedsgerichte afstemming van het geurbeleid. Bij behoefte geurbeleid deze gebiedsgerichte afstemming faciliteren.
6.6.3 Volgen landelijke ontwikkelingen van geurbeleid en deze waar nodig vertalen naar de Gelderse werkwijze.
6.6.4 Kennisdeling en ontwikkelingen via Platform Geur Gelderland & Overijssel verder uitbreiden en faciliteren.
Om de eerdergenoemde resultaten voor het thema Geluid en Stilte te realiseren, nemen we de volgende maatregelen.
Maatregelen:
7.1.1 Jaarlijks monitoren wij de geluidproductie van de provinciale wegen.
Maatregelen:
7.2.1 We actualiseren iedere vijf jaar het Gelders actieplan geluid.
7.2.2 We toetsen voor een aantal trajecten, waar beheer en onderhoud gepland staat, of geluidbeperkende maatregelen doelmatig zijn.
7.2.3 We bekijken of we in het kader van thema mobiliteit via snelheidsverlaging kunnen zorgen voor geluidreductie.
Maatregelen:
7.3.1 We actualiseren iedere vijf jaar de geluidbelastingkaarten.
Maatregelen:
7.4.1 We voeren een nieuwe saneringsregeling uit om geluidoverlast bij gevoelige functies te verminderen.
7.4.2 Er wordt een saneringsprogramma[3] vastgesteld voor de gebouwen die gesaneerd moeten worden.
Om de eerdergenoemde resultaten voor het thema Externe veiligheid te realiseren, nemen we de volgende maatregelen.
Maatregelen:
8.2.1 We versterken het bestaande kennis- en expertise netwerk.
Maatregelen:
8.3.1 We werken gezamenlijk aan een goed monitoringsysteem voor EV-professionals.
Het Gelders Programma wordt uitgevoerd binnen de hiervoor beschikbare, structurele middelen. Hiernaast maken we gebruik van rijksmiddelen, bijvoorbeeld in het kader van de Wet bodembescherming.
We monitoren en evalueren de voortgang van het beleid voor een gezonde en veilige leefomgeving. Via de reguliere P&C-cyclus volgen we jaarlijks de voortgang van ons beleid. Op basis van de resultaten of nieuwe ontwikkelingen stellen we doelen en maatregelen waar nodig bij. Wij zullen periodiek verslag doen van de voortgang van het programma en dit op logische momenten delen met Provinciale Staten, bijvoorbeeld bij de jaarstukken, de tussenbalans en/of de eindbalans.
Het Gelders programma Gezonde en Veilige Leefomgeving is onderdeel van de beleidsmonitor[4]. Daarmee maken we inzichtelijk welke inspanningen we leveren om onze doelen te realiseren.
Om inzicht te krijgen in de effectiviteit van onze inspanningen, maken we gebruik van verschillende indicatoren. Deze helpen ons de voortgang te monitoren en de impact van ons beleid en onze maatregelen te evalueren. Deze indicatoren worden nog geactualiseerd na vaststelling van de Omgevingsvisie, om beter aan te sluiten op de nieuwe beleidssituatie die dan ontstaat.
aantal ha bodemoppervlak waar klei in zand is toegepast.
aantal te saneren spoedlocaties in Gelderland op de peildatum.
jaargemiddelde blootstelling aan NO2 in Gelderland in μg/m3
jaargemiddelde blootstelling aan PM2,5 in Gelderland in μg/m3
jaargemiddelde blootstelling aan PM10 in Gelderland in μg/m3
Aantal woningen met een geluidbelasting van 50 tot meer dan 70 dB Lden (Level day-evening-night) vanwege Gelderse provinciale wegen (op basis van kaarten Richtlijn Omgevingslawaai (Enviromental Noise Directive).
Voor het thema Externe veiligheid zijn nog geen nieuwe indicatoren vastgesteld. Voor een actueel beeld van de risico’s in Gelderland verwijzen wij naar de risicokaart[5] en de kaarten met Aandachtsgebieden op Atlas Leefomgeving[6].
We verkennen momenteel hoe we effectgerichter kunnen werken binnen onze gezonde en veilige leefomgeving. Het doel is om beter inzicht te krijgen in de daadwerkelijke bijdrage van onze acties aan een gezonde en veilige leefomgeving. Deze verkenning ondersteunt ons in het verder ontwikkelen van een gerichte en samenhangende aanpak voor monitoring en evaluatie.
Daarnaast zetten we stappen om onze monitoring en datasets verder te verbeteren, zodat deze actueel, goed verbonden en toegankelijk zijn. Daarbij werken we aan betere data-analyse en monitoring om tijdig (koppel)kansen te signaleren en gerichte verbeteringen door te voeren. Dit is met name relevant voor bedrijven die onder provinciaal bevoegd gezag vallen binnen de kaders van de Omgevingswet. We streven ernaar om de monitoring beter te verbinden met de Big8-beleidscycli en de Uitvoering- en Handhavingsstrategie. We doen dit samen met de Omgevingsdienst Groene Metropool (ODGM).
Het programma wordt in ieder geval iedere vijf jaar integraal geëvalueerd. De eerstvolgende evaluatie vindt plaats rond 2030, in lijn met de looptijd van de tactische doelen die zijn opgesteld met het vizier op 2030.
Bij de evaluatie ligt de focus op de voortgang richting deze tactische doelen en de behaalde resultaten. We beoordelen in welke mate de ingezette maatregelen bijdragen aan het realiseren van een gezonde en veilige leefomgeving. De uitkomsten van de evaluatie vormen de basis voor eventuele bijsturing van het beleid en de programmering voor de resterende programmaperiode.
Om een gezonde en veilige leefomgeving te beschermen en verantwoord te benutten, is niet alleen goed beleid nodig, maar ook uitvoering en handhaving. Dit programma maakt daarom verbinding met het instrumentarium dat de provincie tot haar beschikking heeft. Voor verschillende taken op het gebied van uitvoering en handhaving zijn wij als provincie bevoegd gezag. Die taken voeren we deels zelf uit via onze afdeling Uitvoering en Handhaving (U&H), en deels via de Omgevingsdienst Groene Metropool (ODGM). Samen werken we aan naleving van regels en aan een gezonde en veilige leefomgeving.
De Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (UHS) vormt hierbij het inhoudelijke fundament. Deze strategie wordt opgesteld door het team U&H en beschrijft hoe uitvoering en handhaving plaatsvinden op basis van landelijke en Europese wetgeving, provinciale regels (zoals de Omgevingsverordening) en afspraken met partners, zoals het Schone Lucht Akkoord. Dit programma sluit daarop aan. Bij een volgende actualisatie van dit programma of de omgevingsvisie wordt de UHS waar nodig ook aangepast.
Bij het in de praktijk brengen van de omgevingsvisie in plannen en projecten in regio’s zorgen we ervoor dat een gezonde en veilige leefomgeving zo vroeg mogelijk wordt meegenomen. Zo krijgt de gezonde en veilige leefomgeving een plek in de uitwerking van gebiedsprocessen.
/join/id/regdata/pv25/2026/gebiedsaanwijzing_43858c5e5c5e4eb087ff028352e9aa1f/nld@2026‑04‑13;1
/join/id/regdata/pv25/2026/gebiedsaanwijzing_5834faaa1a134fe2a522919d42d46f25/nld@2026‑04‑13;1
/join/id/regdata/pv25/2026/gebiedsaanwijzing_e7d2fcb6c0eb4d12a6a3177518070e1f/nld@2026‑04‑13;1
Meer informatie over de zeven regio’s van omgevingsgericht werken: https://www.gelderland.nl/projecten/samenwerkenaangelderland Terug naar link van noot.
Meer informatie kun je hier vinden: Saneringsprogramma | BSV Terug naar link van noot.
Meer informatie kun je hier vinden: Saneringsprogramma | BSV Terug naar link van noot.
De beleidsmonitor kun je hier vinden: Gezonde en veilige leefomgeving Terug naar link van noot.
De risicokaart kun je hier vinden: Risicokaart Terug naar link van noot.
De aandachtsgebieden kun je hier vinden: Aandachtsgebieden | Atlas Leefomgeving Terug naar link van noot.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-6224.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.