Provinciaal blad van Drenthe
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Drenthe | Provinciaal blad 2026, 6163 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Drenthe | Provinciaal blad 2026, 6163 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Deze publicatie bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
De publicatie wordt standaard getoond met verschilmarkering. Door te kiezen voor ‘Was’ of ‘Wordt’ kunt u de voormalige of vernieuwde tekst op zichzelf bekijken.
Toon versie van document
Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst.
Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
Gedeputeerde Staten van Drenthe;
gelet op Artikel 2.6 en 2.8 van de Omgevingswet en artikel 10 van het Delegatiebesluit Omgevingsverordening Drenthe 2023;
BESLUITEN:
De Omgevingsverordening Drenthe te wijzigen zoals is aangegeven in 'bijlage A'.
Gedeputeerde Staten voornoemd,
drs. A.H. Mulder, voorzitter
W.F. Brenkman MSc, secretaris
Assen, 10 februari 2026
Kenmerk 7/4.8/2026000169
A
Na titel 5.2 wordt een titel ingevoegd, luidende:
Als milieubelastende activiteit wordt aangewezen het saneren van een historische grondwaterverontreiniging waarin overschrijdingen aanwezig zijn van de signaleringsparameter als bedoeld in bijlage Vd van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Resultaten van grondwateronderzoek, afkomstig uit voorafgaand bodemonderzoek zoals bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, dienen beoordeeld te worden aan de hand van de Risicotoolbox Grondwater, zodat de risico’s voor optredende verontreiniging van het grondwater kunnen worden vastgesteld.
Indien uit beoordeling met de Risicotoolbox Grondwater, zoals bedoeld in Artikel 1.3, blijkt dat sprake is van overschrijding van de daarin opgenomen Risicogrenswaarden en er daadwerkelijk sprake kan zijn van onaanvaardbare risico’s, dient een grondwatersanering te worden uitgevoerd waarbij Artikel 1.7 van toepassing is.
Verontreinigd grondwater wordt gesaneerd totdat de stof, die boven de signaleringsparameter was aangetroffen, niet meer voorkomt in een concentratie hoger dan de signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering.
Een grondwatersanering vindt plaats door middel van één van de drie saneringsaanpakken zoals genoemd in Artikel 1.7 of een combinatie daarvan. Het betreft de saneringsaanpak ontgraven, onttrekken of in-situ maatregelen.
Het is verboden een grondwatersanering uit te voeren zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden aan Gedeputeerde Staten.
Een melding bevat:
In geval van een saneringsaanpak ‘grondwatersanering door ontgraving’ bevat de melding een omschrijving van de werkzaamheden, waaronder in ieder geval:
In geval van een saneringsaanpak ‘grondwatersanering door onttrekking’ bevat de melding een omschrijving van de werkzaamheden, waaronder in ieder geval:
oppervlakte en diepte over de locatie van de onttrekking op een kaart en een dwarsprofiel;
methode onttrekking: open bemaling/drainage/onttrekkingsfilters;
het debiet van de onttrekking in m3/uur;
de duur van de onttrekking;
de hoeveelheid te onttrekken water; en
de lozingsroutes inclusief eventuele zuiveringsinspanning, van onttrokken water.
In geval van een saneringsaanpak ‘grondwatersanering door in-situ maatregelen’ bevat de melding een omschrijving van de werkzaamheden, waaronder in ieder geval:
oppervlakte en diepte van de in-situ maatregelen op een kaart en in een dwarsprofiel;
methode In-situ maatregel: infiltratie/directe injectie;
aantal infiltratie- of injectiepunten;
in te brengen hulpstoffen;
diepte en dieptetraject (tot) waar de in te brengen hulpstoffen worden ingebracht;
volumes in te brengen hulpstoffen (m3);
debieten in te brengen hulpstoffen (m3/uur); en
een aanduiding van de procesparameters en doelwaarden van die procesparameters die relevant zijn voor de betreffende in-situ aanpak.
Wijzigingen van de gegevens als bedoeld in lid 2 tot en met 5 worden ten minste vijf werkdagen voorafgaand aan de uitvoering ervan aan Gedeputeerde Staten gemeld.
Ten minste vijf werkdagen voor de start van de grondwatersanering, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Onverwijld na het wijzigen van de gegevens uit het eerste lid worden de gewijzigde gegevens aan Gedeputeerde Staten verstrekt.
Met het oog op het beschermen van de gezondheid, het beschermen van de kwaliteit van de bodem, en het doelmatig beheer van afvalstoffen wordt het saneren van grondwater verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7000 in combinatie met de van toepassing zijnde onderliggende protocollen.
Met het oog op het beschermen van de gezondheid, het beschermen van de kwaliteit van de bodem, en het doelmatig beheer van afvalstoffen wordt het saneren van grondwater begeleid door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 6000 in combinatie met de van toepassing zijnde onderliggende protocollen.
Ten hoogste vier weken na het beëindigen van de grondwatersanering wordt een evaluatieverslag volgens BRL 6000 bij Gedeputeerde Staten ingediend, dat in ieder geval de volgende gegevens bevat:
het resultaat van de milieukundige begeleiding bestaande uit processturing met daarbij in ieder geval een opsomming van bijzondere omstandigheden die zich hebben voorgedaan tijdens het saneren van het grondwater; en
de resultaten van de milieukundige begeleiding, indien van toepassing, bestaande uit verificatie van het eindresultaat van de saneringsaanpak;
indien sprake is van restverontreiniging: gebruiksbeperkingen en/of nazorgmaatregelen voor het grondwater.
Gedeputeerde Staten kunnen maatwerkvoorschriften stellen over de uitvoering van een grondwatersanering.
In afwijking van de in artikel 5.11 genoemde terugsaneerwaarde voor grondwatersanering geldt binnen Waterwingebied een terugsaneerwaarde gelijk aan de Risicogrenswaarde (RGW) publieke drinkwaterwinning.
In aanvulling op artikel 5.13 dient de melding in Waterwingebied het volgende te bevatten:
een omschrijving van aanvullende maatregelen indien de gekozen saneringsaanpak niet tot het beoogde resultaat leidt;
een omschrijving van maatregelen die worden genomen om beschadiging van scheidende lagen te voorkomen en een omschrijving van maatregelen hoe scheidende lagen worden hersteld; beide met het oogmerk de scheidende functie van deze lagen te behouden;
de afwerking van boorgaten dient te worden uitgevoerd conform de BRL 2000 Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem en waterbodemonderzoek of BRL SIKB 2100 Mechanisch boren in combinatie met onderliggende protocollen.
In aanvulling op artikel 5.13 dient de melding in Grondwaterbeschermingsgebied het volgende te bevatten:
een onderbouwing waaruit blijkt dat de restconcentraties van de te saneren parameters, of afbraakproducten daarvan, niet leiden tot in Waterwingebieden instromende concentraties die hoger zijn dan de RGW publieke drinkwaterwinning;
een omschrijving van aanvullende maatregelen indien de gekozen saneringsaanpak niet tot het beoogde resultaat leidt;
een omschrijving van maatregelen die worden genomen om beschadiging van scheidende lagen te voorkomen en een omschrijving van maatregelen hoe scheidende lagen worden hersteld; beide met het oogmerk de scheidende functie van deze lagen te behouden;
de afwerking van boorgaten dient te worden uitgevoerd conform de BRL 2000 Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem en waterbodemonderzoek of BRL SIKB 2100 Mechanisch boren in combinatie met onderliggende protocollen.
In aanvulling op artikel 5.13 dient de melding in de Verbodszone diepe boring Annen Breevenen en Kruidhaars, Verbodszone diepe boring Assen, Verbodszone diepe boring Hoogeveen Holtien en Zuidwolde en de Verbodszone diepe boring Nietap het volgende te bevatten:
een omschrijving van aanvullende maatregelen indien de gekozen saneringsaanpak niet tot het beoogde resultaat leidt;
een omschrijving van maatregelen die worden genomen om beschadiging van scheidende lagen te voorkomen en een omschrijving van maatregelen hoe scheidende lagen worden hersteld; beide met het oogmerk de scheidende functie van deze lagen te behouden;
de afwerking van boorgaten dient te worden uitgevoerd conform de BRL 2000 Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem en waterbodemonderzoek of BRL SIKB 2100 Mechanisch boren in combinatie met onderliggende protocollen.
B
Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
emissie van ammoniak, uitgedrukt in kg NH3 per jaar
Cluster van aaneengesloten percelen met een minimumoppervlakte van ten minste 1 hectare bruto dat vanwege zijn bestemming bestemd en geschikt is voor handel, nijverheid, industrie en commerciële en niet-commerciële dienstverlening, met uitzondering van terreinen voor agrarische doeleinden en terreinen voor afvalstort;
plan dat eisen en aanbevelingen bevat met betrekking tot inpassing van ruimtelijke ontwikkelingen in relatie tot de karakteristieken en kwaliteiten van een gebied en met betrekking tot stedenbouwkundige en architectonische vorm, massa en (wegen)structuur van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen, met het oogmerk de kwaliteit van die ruimtelijke ontwikkelingen te waarborgen alsmede de wijze waarop deze in hun omgeving worden ingepast en dat juridisch deel uitmaakt van het omgevingsplan waarop het betrekking heeft
opgaande gewassen bestaande uit bomen of struiken, inclusief het wortelstelsel en worteldruk. Beplanting kan het beheer van de provinciale structuur beïnvloeden, bijvoorbeeld doordat wortels deze raken. Beplanting kan het beheer beïnvloeden doordat zichtlijnen worden beperkt
met daartoe geschikte werktuigen aangebrachte put, daaronder begrepen een in de grond gecontroleerd en mechanisch aangebrachte sondering
opschrift, aankondiging, afbeelding, kleurvlak en/of een combinatie daarvan, of ander als bord te gebruiken materiaal, inclusief de bijbehorende vaste of verplaatsbare draag-, bevestigings- en/of steunconstructies
een aaneengesloten houtopstand met in totaal een oppervlakte van ten minste 5 hectare bos. Singels en houtwallen die aansluiten op een bos zijn geen onderbreking van de boskern. Een beplanting is aansluitend wanneer er geen onderbrekingen in zitten die groter zijn dan 8 meter van stam tot stam gemeten aan de binnenkant van beide stammen
Concentratiegebied met 5 of meer winkels of andere voorzieningen op korte afstand van elkaar, zoals bijvoorbeeld een binnenstad of buurt- en wijkcentrum.
een beleidsdocument van een gemeente waarin - op basis van een analyse tussen alle gemeenten in een bedrijvenregio afstemming plaatsvindt over minimaal de planningsbehoefte en fasering voor de regionale werklocatie(s) in de desbetreffende gemeente en die de basis vormt voor afspraken met de provincie over de betreffende onderwerpen
hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden
een werk in de bodem, daaronder begrepen het plaatsen of verwijderen van palen, damwanden of folies
agrarisch bedrijf waarvan de exploitatie geheel of grotendeels gebonden is aan aanwezige gronden, met uitzondering van varkens-, pluimvee- en geitenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen
het beheren, beperken of ongedaan maken van verontreiniging van het grondwater
agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en die gericht is op het houden van dieren, zoals rundveemesterij, varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier-, of geitenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen, met uitzondering van melkrundveehouderij, rundveemesterij waarbij de feitelijke bedrijfsvoering grondgebonden is, vleeskalverhouderij waarbij de feitelijke bedrijfsvoering grondgebonden is, en het biologisch houden van dieren conform de Landbouwkwaliteitswet;
de in landelijke samenwerking tussen bevoegde gezagen ontwikkelde en beschikbaar gestelde vigerende kwaliteitscriteria voor vergunningverlening, toezicht en handhaving inzake de beschikbaarheid en de deskundigheid van organisaties die met de vergunningverlening, toezicht en handhaving van de betrokken wetten zijn belast
een landschappelijk ontwikkeld gebied met één wooneenheid, eventueel in combinatie met ondergeschikte functies, die het voornamelijk door architectonische verbintenis met een landgoedontwerp allure en uitstraling verkrijgt
juridisch bindend plan dat aangeeft op welke wijze inpassing van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in het desbetreffende gebied plaatsvindt. Tot deze inpassing behoren situering van de opstallen en de inrichting van het perceel, waaronder de erfbeplanting ten opzichte van het landschap. Het gaat om bestaande en gewenste karakteristieken en kwaliteiten van het landschap. Een en ander uit zich in een ontwerpgerichte benadering waarin de karakteristieken en kwaliteiten verder worden versterkt
en bedrijventerrein dat:
1. plaats biedt aan bedrijven met een lokale oriëntatie om reden van de sociale binding aan de kern en haar directe omgeving (veelal doordat de eigenaar daar in de buurt woonachtig is) vooral qua arbeidsmarkt en qua toelevering- en afnemersrelaties;
2. bedrijven huisvest die kleinschalig zijn;
3. plaats biedt aan bedrijfsbebouwing die qua kwaliteit, volume en kavelgrootte aansluiten bij de kwaliteit van de directe omgeving;
4. geen ruimte biedt voor significant milieubelastende activiteiten (maximaal categorie 3.1 volgens VNG-uitgave 'Handreiking Bedrijven en Milieuzonering'), waarbij geldt dat op basis van duidelijke gemotiveerd uitzonderingsbeleid de vestiging van categorie-4-bedrijven eventueel ook mogelijk is;
een belang dat educatief, sociaal-medisch, sociaaleconomisch, sociaal-cultureel, recreatief of levensbeschouwelijk van aard is, de duurzaamheid bevordert, dan wel gerelateerd is aan sport of aan openbare dienstverlening
de hoogste ammoniakemissie per dierplaats, die volgens het Besluit activiteiten leefomgeving bij een diercategorie is toegestaan
- melkvee met bijbehorend vrouwelijk jongvee, dat overwegend wordt gehouden voor de melkproductie, met inbegrip van dieren die in de mestperiode worden gemolken, tijdens de lactatie worden gemest dan wel zijn drooggezet en worden afgemest, en
- vrouwelijk vleesvee ouder dan 2 jaar met bijbehorend vrouwelijk jongvee, dat op een met melkvee vergelijkbare manier wordt gehouden voor de vleesproductie en het voortbrengen en zogen van kalveren.
veehouderij die uitsluitend of in hoofdzaak gericht is op het bedrijfsmatig houden van melkrundvee
activiteiten die niet rechtstreeks tot de bedrijfsvoering van de agrarische hoofdactiviteit behoren en die op basis van de standaardopbrengst (SO) norm daaraan ondergeschikt zijn
omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet;
detailhandel die in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht ondergeschikt is aan de op de ingevolge het omgevingsplan/bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie (activiteit) en uitsluitend plaatsvindt als niet zelfstandig onderdeel van een onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de onderneming.
hetgeen in artikel 1, eerste lid, sub b, van de Wegenverkeerswet 1994 wordt verstaan onder het begrip ‘wegen’, met uitzondering van die wegen die krachtens de Wegenverkeerswet 1994 alleen openstaan voor voetgangers en fietsers
de directe vestigingsmogelijkheden voor detailhandel die zijn vastgelegd in een juridisch bindend planologisch kader, zoals vastgestelde Omgevingsplannen/bestemmingsplan, uitwerkingsplannen, gebieden zonder omgevingsplan (witte vlekken) en verleende omgevingsvergunningen.
De cultuurhistorische waardenstelling en -omschrijving op basis waarvan een provinciaal monument is aangewezen, zoals bekend gemaakt in het Provinciaal blad en opgenomen in de Provinciale monumentenlijst Drenthe, te raadplegen via www.provincialemonumentendrenthe.nl.
een bedrijventerrein of locatie voor kantoren die plaats biedt aan bedrijven met een bovenlokale oriëntatie, zowel qua arbeidsmarkt als qua toelevering- en afnemersrelaties, en die is gelegen in een bedrijvenregio dan wel het VAM/MERA-terrein te Wijster betreft
een regionaal beleidsdocument waarin - op basis van een gezamenlijke analyse - tussen alle gemeenten in een bedrijvenregio afstemming plaatsvindt over minimaal de planningsbehoefte en fasering voor de regionale bedrijventerreinen en die de basis vormt voor afspraken met de provincie over de betreffende onderwerpen
een waterkering, niet zijnde een primaire waterkering als bedoeld in de Waterwet, die beveiliging biedt tegen overstroming en die als zodanig is aangewezen in deze verordening
regeling ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in landelijk gebied door het verwijderen van landschapsontsierende bebouwing met een bedrijfsmatige of maatschappelijke functie, die geen functie meer heeft en waarvoor ter compensatie van de sloop een of meerdere woning(en) mag (mogen) worden gebouwd
waarde voor stoffen in het grondwater waarbij sprake is van een grondwaterverontreiniging (voormalige interventiewaarden voor grondwater). De signaleringsparameters zijn opgenomen in bijlage Vd van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
een terrein of een plaats van enige omvang, al dan niet geheel of gedeeltelijk met gemeenschappelijke voorzieningen ingericht en blijkens die inrichting en juridische bestemming bedoeld om meerdere recreatiewoningen of campings te plaatsen of geplaatst te houden
bebouwing op een bestaand agrarisch bouwperceel dat door (gedeeltelijke) beëindiging van het agrarische bedrijf vrij komt voor invulling met een niet-agrarische functie, dan wel gebouwen die als agrarisch gebouw zijn opgericht met een voormalige overeenkomstige bestemming en ook agrarisch in gebruik zijn geweest, maar inmiddels een niet-agrarische functie hebben
een bedrijf dat grond- of oppervlaktewater wint met het doel dit te gebruiken voor de bereiding van drinkwater voor de openbare drinkwatervoorziening
alle grondbroedende vogelsoorten op percelen die in agrarisch gebruik zijn
door wind aangedreven molen die wordt gebruikt voor de productie van elektriciteit
C
Na sectie 5.2 wordt een sectie ingevoegd, luidende:
Gedeputeerde Staten wijzen het saneren van een historische grondwaterverontreiniging aan als een milieubelastende activiteit. Het betreft sanering van historische grondwaterverontreinigingen waarop het overgangsrecht van de Wet bodembescherming niet van toepassing is. Aanleiding voor het uitvoeren van een grondwatersanering kunnen zowel ontwikkelingen zijn als nog niet eerder vastgestelde milieuhygiënische risico’s, bijvoorbeeld bij veranderend gebruik.
Bij ontwikkelingen wordt veelal bodemonderzoek uitgevoerd, afhankelijk van de ontwikkeling, de wijzigingen in het gebruik en bekende (bodem)informatie. Deze bodemonderzoeken dienen te worden uitgevoerd conform de meest actuele versie van de daarvoor opgestelde normen en protocollen (o.a. de NEN 5725 (vooronderzoek), NEN 5740 (verkennend bodemonderzoek) en de NTA 5755 (nader bodem onderzoek). Dit betreft zowel grond- als grondwateronderzoek. Resultaten van het bodemonderzoek worden getoetst aan geldende normen en er wordt beoordeeld of er sprake is van een kwaliteit die in overeenstemming is met de (toekomstige) functie. Voor grondwater wordt dit gedaan met de Risicotoolbox Grondwater, en wel de meest actuele versie die (online) beschikbaar is.
Resultaten van grondwater, afkomstig uit het bodemonderzoek, worden getoetst middels de Risicotoolbox Grondwater. De toetsing vindt plaats aan de signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering en aan de risicogrenswaarden zoals die relevant zijn voor zowel de huidige als de toekomstige situatie.
De Risicotoolbox Grondwater heeft risicogrenswaarden voor zeven criteria (beschermdoelen) te weten: Opgelegde blootstelling, Groenteconsumptie, Irrigatie, Drinkwater Privé, Drinkwater Publiek, Ecologie en Dynamische situatie. Ook in het geval de signaleringsparameter niet wordt overschreden, kan sprake zijn van overschrijding van (één van) deze risicogrenswaarden.
Voor de dynamische situatie is een zogenaamd ‘toetscriterium aanvaardbaar volume dynamische situatie’ relevant. Dit aanvaardbare volume bedraagt 6.000 m3 bodemvolume met concentraties hoger dan de signaleringsparameters. Het volume is gebaseerd op de Circulaire bodemsanering waarin vanaf 2006 dit ook werd gehanteerd.
De beoordeling gaat als eerste uit van een generieke toetsing aan de Signaleringsparameter en aan één of meer van de zeven genoemde beschermdoelen (stap 1). Blijkt uit de beoordeling in stap 1 dat risico’s niet kunnen worden uitgesloten dan kunnen stap 2 en 3 worden uitgevoerd voor een beoordeling die meer locatie- of situatiespecifiek is. De uiteindelijke conclusie wordt gebaseerd op de stap die het meest locatie-/situatiespecifiek is (stappen 2 of 3 gelden bóven stap 1). Indien uit de uiteindelijke beoordeling blijkt dat risico’s niet kunnen worden uitgesloten (in de huidige óf toekomstige situatie) dient een grondwatersanering te worden uitgevoerd, met toepassing van artikel 1.7. Uit de Risicotoolbox Grondwater is namelijk gebleken dat de kwaliteit van het grondwater niet geschikt is voor de (beoogde) functie. De functie kan daarom alleen verantwoord worden behouden of gerealiseerd als de kwaliteit van het grondwater wordt verbeterd.
De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering geldt in beginsel als de minimale terugsaneerwaarde. In specifieke situaties kan hiervan worden afgeweken (maatwerkvoorschrift). Bijvoorbeeld wanneer concentraties lager dan de signaleringparameter risico’s met zich meebrengen of wanneer is aangetoond dat de Signaleringsparameter niet haalbaar is en eventuele restverontreiniging geen nadelige effecten heeft. Het betreft de Signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering zoals opgenomen in bijlage Vd van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving.
Er zijn drie standaard saneringsaanpakken voor de sanering van grondwater uitgewerkt, die al dan niet in combinatie gebruikt mogen worden. Het betreft de saneringsaanpak ontgraven, onttrekken of in-situ maatregelen. In specifieke situaties kan hiervan worden afgeweken (maatwerkvoorschrift).
Met het oog op het resultaat kan naast het saneren van grondwater ook het saneren van de (vaste) bodem nodig zijn. Hiervoor zijn de gemeenten bevoegd gezag. Het voortraject kan gebruikt worden om alle saneringsmaatregelen op elkaar af te stemmen.
Ten minste vier weken voordat met de activiteit saneren van grondwater wordt begonnen, moet de initiatiefnemer de activiteit melden. Als de melding is gedaan, mag het saneren van grondwater onder de gestelde voorwaarden plaatsvinden.
Uiterlijk vijf dagen voor de start van de werkzaamheden moet aan het bevoegd gezag informatie worden aangeleverd over de bij de uitvoering betrokken bedrijven en personen. Met deze informatie wordt bevoegd gezag in kennis gesteld van een aantal praktische gegevens. Dit bevordert het houden van toezicht en stelt het bevoegd gezag in staat te controleren op noodzakelijke erkenningen en registraties. Als de gegevens vlak voor of tijdens de grondwatersanering wijzigen dan worden de gewijzigde gegevens direct aan bevoegd gezag verstrekt.
Sanering van grondwater mag alleen worden verricht door een aannemer die geregistreerd is als erkende instelling op loket.rijkswaterstaat.nl. De aannemer moet erkend zijn voor:
beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 7000 Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem gecombineerd met:
protocol 7005 Graven in de bodem en saneren van de bodem;
protocol 7006 Uitvoering van saneren van de bodem met in-situ technieken en grondwatersaneringen.
Het protocol is afhankelijk van de gekozen saneringsaanpak.
Sanering van grondwater mag alleen milieukundig worden begeleid door een begeleider die geregistreerd is als erkende instelling op loket.rijkswaterstaat.nl. De milieukundig begeleider moet erkend zijn voor:
beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 6000 Milieukundige begeleiding van (water)bodemsaneringen en nazorg, gecombineerd met:
protocol 6005 Milieukundige begeleiding van graven in de bodem en saneren van de bodem;
protocol 6006 Milieukundige begeleiding van saneren van de bodem met in-situtechnieken en grondwatersaneringen.
Het protocol is afhankelijk van de gekozen saneringsaanpak
Ten hoogste vier weken na het beëindigen van de grondwatersanering worden Gedeputeerde Staten geïnformeerd over de resultaten van de grondwatersanering, in de vorm van een evaluatieverslag.
Voor veel situaties zijn de drie standaard saneringsaanpakken zoals opgenomen in artikel 1.7 afdoende, maar voor een aantal situaties voldoet deze aanpak mogelijk niet. De initiatiefnemer heeft dan de mogelijkheid om met een verzoek om een maatwerkvoorschrift bijvoorbeeld een alternatieve saneringsaanpak aan te vragen of om een afwijkende terugsaneerwaarde voor te stellen. Naast een verzoek om een maatwerkvoorschrift kunnen Gedeputeerde Staten ook ambtshalve een maatwerkvoorschrift stellen.
Binnen Waterwingebieden geldt een bijzondere (strengere) terugsaneerwaarde, die gelijk is aan de Risicogrenswaarde (RGW) publieke drinkwaterwinning, zoals opgenomen in de Risicotoolbox Grondwater. Deze regel is opgesteld om extra resultaatszekerheid en bescherming van het grondwater te borgen.
Naast de in artikel 1.7 gevraagde gegevens dienen binnen Waterwingebieden de volgende gegevens te worden aangeleverd:
a. de maatregelen die worden getroffen indien het resultaat niet lijkt te worden gehaald, oftewel een terugvalscenario. Hiermee wordt beoogd dat voorafgaand aan de uitvoering wordt nagedacht over de risico’s en de beheersmaatregelen voor wat betreft de resultaatzekerheid en het behalen van de beoogde terugsaneerwaarde;
b. scheidende functie van bodemlagen dienen behouden te blijven. Bodemlagen die worden doorboord of geroerd dienen duurzaam te worden hersteld. Het bodemprofiel dient in nagenoeg originele staat te worden aangevuld of hersteld. De afwerking van boorgaten dient te worden uitgevoerd conform de BRL 2000 Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem en waterbodemonderzoek, in combinatie met Protocol 2001 Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters of de BRL SIKB 2100 Mechanisch boren in combinatie met protocol 2101 Mechanisch boren.
Naast de in artikel 1.7 gevraagde gegevens dienen binnen Grondwaterbeschermingsgebieden de volgende gegevens te worden aangeleverd:
a. restverontreinigingen die achterblijven in het Grondwaterbeschermingsgebied of afbraakproducten die tijdens grondwatersanering ontstaan in het Grondwaterbeschermingsgebied komen op termijn mogelijk terecht in het Waterwingebied. De concentraties verontreinigende parameters die uiteindelijk de Waterwingebieden instromen mogen daarom de Risicogrenswaarde (RGW) publieke drinkwaterwinning niet overschrijden. Dit dient te worden onderbouwd met bijvoorbeeld specifieke lokale informatie, metingen, modellering of berekeningen;
b. de maatregelen die worden getroffen indien het resultaat niet lijkt te worden gehaald, oftewel een terugvalscenario. Hiermee wordt beoogd dat voorafgaand aan de uitvoering wordt nagedacht over de risico’s en de beheersmaatregelen voor wat betreft de resultaatzekerheid en het behalen van de beoogde terugsaneerwaarde;
c. scheidende functie van bodemlagen dienen behouden te blijven. Bodemlagen die worden doorboord of geroerd dienen duurzaam te worden hersteld. Het bodemprofiel dient in nagenoeg originele staat te worden aangevuld of hersteld. De afwerking van boorgaten dient te worden uitgevoerd conform de BRL 2000 Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem en waterbodemonderzoek, in combinatie met Protocol 2001 Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters of de BRL SIKB 2100 Mechanisch boren in combinatie met protocol 2101 Mechanisch boren.
Naast de in artikel 1.7 gevraagde gegevens dienen binnen Verbodszones diepe boringen de volgende gegevens te worden aangeleverd:
a. de maatregelen die worden getroffen indien het resultaat niet lijkt te worden gehaald, oftewel een terugvalscenario. Hiermee wordt beoogd dat voorafgaand aan de uitvoering wordt nagedacht over de risico’s en de beheersmaatregelen voor wat betreft de resultaatzekerheid en het behalen van de beoogde terugsaneerwaarde;
b. scheidende functie van bodemlagen dienen behouden te blijven. Bodemlagen die worden doorboord of geroerd dienen duurzaam te worden hersteld. Het bodemprofiel dient in nagenoeg originele staat te worden aangevuld of hersteld. De afwerking van boorgaten dient te worden uitgevoerd conform de BRL 2000 Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem en waterbodemonderzoek, in combinatie met Protocol 2001 Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters of de BRL SIKB 2100 Mechanisch boren in combinatie met protocol 2101 Mechanisch boren.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-6163.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.