Provinciaal blad van Drenthe
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Drenthe | Provinciaal blad 2026, 6126 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Drenthe | Provinciaal blad 2026, 6126 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
De Ontwerp Omgevingsvisie Drenthe is opgenomen in 'bijlage A'.
Waarom een nieuwe Omgevingsvisie?
We hebben een nieuwe Omgevingsvisie gemaakt omdat nieuwe beleidsontwikkelingen en veranderende maatschappelijke opgaven vroegen om een aangescherpte koers. Thema’s als klimaatverandering, demografische verandering (vergrijzing), natuurherstel, woningbouw en energie ontwikkelen zich snel en hangen steeds meer met elkaar samen. Dat vraagt om een integrale langetermijnstrategie waarin keuzes meer in samenhang worden gemaakt.
Met de komst van de Omgevingswet is bovendien een breder perspectief op de fysieke leefomgeving noodzakelijk geworden. Een Omgevingsvisie gaat niet alleen meer over ruimtegebruik, maar ook over leefkwaliteit, gezondheid, economische ontwikkeling en sociale samenhang.
De nieuwe Omgevingsvisie bouwt voort op de vorige visie, maar legt sterker de nadruk op de samenhang tussen verschillende maatschappelijke opgaven en op het realiseren van brede welvaart voor inwoners van Drenthe.
Leeswijzer
Deze Omgevingsvisie begint met onze sturingsfilosofie: hoe we als provincie werken, hoe de visie past binnen ons beleidsbouwwerk en hoe we keuzes maken. Het is het fundament waarmee we onze opgaven aanpakken en besluiten nemen.
Daarna schetsen we in twee hoofdstukken onze ambities en doelen voor het landelijk en stedelijk gebied: de beweging die we willen maken richting de toekomst. We starten met het landelijk gebied, omdat hier veel van onze grote opgaven spelen: water, bodem, landbouw, natuur en leefbaarheid. Vervolgens richten we ons op onze dorpen en steden, waar wonen, werken, voorzieningen en mobiliteit samenkomen en waar veel kansen ontstaan voor ontwikkeling en vernieuwing.
De veranderingen die we in gang zetten, hebben invloed op onze leefomgeving en ons landschap. Daarom sluiten we af met een hoofdstuk over onze ambitie voor een mooi, schoon, gezond en veilig Drenthe; de kwaliteiten die onze provincie uniek maken en die we willen doorgeven aan de generaties na ons. Samen vormen deze hoofdstukken een samenhangend verhaal over hoe we de komende jaren willen werken aan een toekomst die past bij wie we zijn, en die ruimte biedt voor wie we willen worden.
Thema’s stoppen niet bij de grens tussen het landelijk gebied, de dorpen en de steden. We bespreken de onderwerpen daarom bij de ambitie waar ze de meeste ruimtelijke invloed hebben. Soms komen ze later opnieuw terug, omdat ze meerdere ambities raken. Zo blijft zichtbaar hoe de drie ambities elkaar aanvullen en samen één geheel vormen.
In het laatste hoofdstuk verantwoorden we het doorlopen proces en geven we een korte toelichting op de Impactanalyse Brede Welvaart. De volledige impactanalyse is als afzonderlijk document beschikbaar.
De belangrijkste begrippen in deze Omgevingsvisie worden toegelicht in bijlage 1. In bijlage 2 is ook een toelichting op het mobiliteitsnetwerk opgenomen.
Als we vasthouden aan de keuzes in deze Omgevingsvisie, als de randvoorwaarden worden ingevuld en als onze ambities werkelijkheid worden, ziet Drenthe er in 2050 anders uit. Vernieuwd, maar onmiskenbaar Drents: een provincie van ruimte en rust, waar ondernemerschap en gemeenschapszin samen nieuwe dynamiek brengen.
Wie in 2050 door Drenthe reist, ziet een provincie die met visie is vernieuwd en haar eigen karakter heeft behouden. Een landschap dat ademt en meebeweegt, steden die levendig zijn, dorpen die je verwelkomen en een platteland waar natuur, recreatie en historie samenkomen. Drenthe is mooier, schoner en gezonder geworden. Een plek waar je niet alleen woont of werkt, maar waar je thuiskomt.
De historische benaming van onze provincie, Threant – de drie-eenheid – krijgt opnieuw betekenis in hoe we samenwerken. In drie regio’s is zelfbewust gewerkt aan een Drentse agenda voor gezonde groei. Die aanpak heeft ervoor gezorgd dat de Drentse jeugd binnenboord is gebleven en dat terugkeerders en nieuwe inwoners zijn verwelkomd. Groei is gebundeld rond goed bereikbare knooppunten, wat heeft geleid tot vitale steden en dorpen, waar innovatie, ondernemerschap en bedrijvigheid tot bloei zijn gekomen.
De beschikbaarheid van energie is daarbij bepalend geweest. Dankzij stevige investeringen in het energiesysteem ontstond ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. De energievoorziening bestaat nu uit een slimme mix van kleine en grootschalige oplossingen. Samen zorgen ze voor een betaalbare en betrouwbare energievoorziening.
Assen, Emmen, Hoogeveen en Meppel hebben zich doorontwikkeld tot dynamisch steden waar veel functies samenkomen rond de stations. Deze fungeren als belangrijke overstappunten (hubs) van waaruit inwoners en toeristen eenvoudig het landschap in kunnen trekken en waar mensen vanuit het platteland en de stad gemakkelijk (door)reizen naar school, werk of zorg. De nieuwe levendigheid en bedrijvigheid zorgen voor energie op de pleinen en in de horeca, en de steden bieden een breed aanbod aan cultuur en sport. Verouderde wijken en bedrijventerreinen zijn getransformeerd tot aantrekkelijke, klimaatadaptieve plekken om te wonen en te werken, vaak met vernieuwde woonvormen die gemeenschappen hechter maken.
In de dorpen is bewust ingezet op het versterken van gemeenschappen. Je kunt er opgroeien en oud worden in de nabijheid van familie en vrienden, met ruimte voor lokaal ondernemerschap. Door zorgvuldig om te gaan met de beschikbare ruimte in en rondom de dorpen is het landelijk gebied opengebleven: hier en daar zijn op voormalige agrarische erven nieuwe woningen ontstaan, maar landbouw en natuur bepalen nog altijd het beeld.
De beekdalen slingeren als groene linten door de provincie. Ze vormen de dragers van het waterbeheer: ’s winters vangen ze overtollig water op en in droge zomers blijven ze groen en koel. Door de beekdalen lopen nieuwe fiets- en wandelroutes, geliefd bij inwoners én bezoekers. Kinderen spelen er aan het water, ouderen lopen er hun dagelijkse rondje en toeristen ontdekken een Drenthe dat rust uitstraalt, maar niet stil is blijven staan.
De Drentse landbouw heeft opnieuw haar aanpassingsvermogen laten zien. In het ene gebied, zoals in de Veenkoloniën, draait het om efficiënte en innovatieve productie waarmee wordt bijgedragen aan de nationale voedselvoorziening. In andere gebieden leveren boeren naast voedsel ook waardevolle en eerlijk beloonde diensten voor waterbeheer, natuur en biodiversiteit. Dankzij slimme waterbuffers, vernieuwende teeltsystemen en zorgvuldig bodembeheer is de landbouw minder kwetsbaar geworden voor droogte en zijn lange, hete zomers niet langer verlammend.
Door landelijke maatregelen is gezorgd voor meer stabiliteit in de agrarische sector, toch ligt de echte kracht van de verandering vooral in wat wij samen met boeren, natuurbeheerders en dorpen hebben opgebouwd. Het resultaat is zichtbaar: een afgerond natuurnetwerk waarin de natuur floreert, nieuwe houtwallen en bosjes die het landschap karakter geven, bloemrijke randen vol insecten en sloten en beken met helder, schoon water.
Veel van het landschapsonderhoud wordt uitgevoerd door boeren en boermarkes, samen met inwoners. Snoeidagen, veldwerk en het opschonen van poelen zijn uitgegroeid tot informele tradities. Wat begint als landschapswerk eindigt vaak met soep en een borrel op het erf of in het dorpshuis. Het oude Drentse naoberschap is springlevend: praktisch, sociaal en betekenisvol.
Deze Omgevingsvisie schetst het toekomstperspectief voor Drenthe in 2050 en is hét strategische, politiek-bestuurlijke beleidsdocument van Provinciale Staten voor de fysieke leefomgeving en bevat de hoofdlijn van het beleid. De verplichting om één integrale visie op te stellen is vastgelegd in artikel 3.1, lid 2 van de Omgevingswet.
De Omgevingsvisie legt onze ambities, strategische langetermijndoelen en kaderstellende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving vast. Daarnaast beschrijft deze visie de sturingsfilosofie waarmee we onze ambities en doelen willen realiseren. Daarmee vormt de Omgevingsvisie de basis voor onze langetermijnagenda en voor onze samenwerkingsagenda met Rijk, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en inwoners.
De Omgevingswet stelt dat het gemeentebestuur het voortouw heeft bij het uitvoeren van taken en het nemen van besluiten over de leefomgeving. Gemeenten staan immers het dichtst bij inwoners en bedrijven en weten goed wat er lokaal speelt. Er zijn ook onderwerpen waarvoor de provincie een eigen verantwoordelijkheid heeft. In artikel 2.18 van de Omgevingswet staat aangegeven welke specifieke taken dat zijn. Het gaat veelal om onderwerpen die meerdere gemeenten raken of die te maken hebben met grotere ruimtelijke structuren, zoals natuur, water of infrastructuur. Daarnaast zijn er vraagstukken die van provinciaal belang zijn omdat ze belangrijk zijn voor heel Drenthe of omdat ze niet goed door één gemeente alleen kunnen worden opgepakt. De onderwerpen die in deze Omgevingsvisie aan bod komen, beschouwen wij van provinciaal belang.
De Omgevingsvisie, de Omgevingsverordening, Omgevingswetprogramma’s en monitoring en evaluatie vormen de bouwstenen van het provinciale beleidsbouwwerk voor de fysieke leefomgeving.

Omgevingsvisie
De Omgevingsvisie bindt alleen de provincie zelf. Dat betekent dat alleen de provincie gehouden is aan de keuzes die in deze visie zijn vastgelegd. De Omgevingsvisie bevat geen regels voor inwoners, bedrijven of andere overheden. Gemeenten en waterschappen worden wel geacht de provinciale Omgevingsvisie mee te nemen in hun eigen afwegingen en plannen. Andersom houden wij rekening met de nationale Omgevingsvisie en met de omgevingsvisies van onze buurprovincies, gemeenten en waterschappen.
De Omgevingsvisie wordt verder uitgewerkt in Omgevingsprogramma’s, bestaande uit verplichte programma’s en vrijwillige programma’s. Daarnaast werkt de Omgevingsvisie door in de Omgevingsverordening.
Omgevingsverordening
Provinciale Staten stellen een Omgevingsverordening (POV) vast, waarin regels voor de fysieke leefomgeving staan. Deze regels kunnen verplichtend (bijvoorbeeld omgevingswaarden) of sturend zijn voor activiteiten. In tegenstelling tot de Omgevingsvisie is de verordening wél bindend voor andere partijen. De regels in de Omgevingsverordening kunnen zowel uit de Omgevingsvisie en uit Omgevingswetprogramma’s voortkomen. De Omgevingsverordening wordt net als de Omgevingsvisie door Provinciale Staten vastgesteld.
Omgevingsprogramma
Een Omgevingswetprogramma geeft uitvoering aan de Omgevingsvisie. In een programma werken we het beleid verder uit binnen de kaders van de Omgevingsvisie en vertalen we de doelen naar maatregelen. Deze uitwerking kan leiden tot aangepaste of nieuwe regels in de Omgevingsverordening. De beleidsuitwerking in een programma kan ook aanleiding zijn voor een voorstel tot aanpassing van de kaderstelling in de Omgevingsvisie.
Omgevingsprogramma’s worden in participatie met belanghebbenden opgesteld. De uitwerking en vaststelling van een programma is formeel een bevoegdheid van Gedeputeerde Staten. Provinciale Staten worden altijd geconsulteerd en bepalen, bij behandeling van de Startnotitie, in welke mate zij betrokken willen worden.
De Omgevingswet schrijft verplichte programma’s voor: het Regionaal Waterprogramma, het Beheerplan Natura 2000, het Actieplan Geluid en, na invoering van de Wet versterking regie volkshuisvesting, het Volkshuisvestingsprogramma. Daarnaast kan de provincie vrijwillige Omgevingsprogramma’s vaststellen.
Projectbesluiten, vergunningverlening, toezicht en handhaving
Met een projectbesluit kunnen wij provinciale projecten mogelijk maken, zoals een natuurontwikkeling of de ontwikkeling van regionale infrastructuur. Ook bij ontwikkelingen die gemeente- of provinciegrenzen overstijgen kan worden gekozen voor een provinciaal projectbesluit.
Ook zijn wij verantwoordelijk voor de vergunningverlening voor activiteiten op het gebied van natuur, grondwater en ontgrondingen, en houden wij toezicht op natuur- en soortenbescherming. Daarbij werken wij volgens de landelijke handhavingsstrategie en handelen wij met oog voor de menselijke maat. De Omgevingsdienst Drenthe voert voor ons het grootste deel van de milieugerelateerde vergunningverlening, het toezicht en de handhaving uit.
Beleidsbouwwerk
We voeren de Omgevingsvisie uit langs de structuur van drie ambities. Deze ambities bundelen samenhangende thema’s en geven houvast in de uitvoering. Een thema kan echter onder meerdere ambities een rol spelen. Dat geldt bijvoorbeeld voor mobiliteit en voor recreatie en toerisme.
Ambitie Toekomstbestendig landelijk gebied
Thema’s: Water en Bodem, Landbouw, Natuur, Recreatie en Toerisme, Plattelandsontwikkeling
Ambitie Gezonde groei voor een vitale samenleving
Thema’s: Economie, Energie, Mobiliteit, Wonen, Brede Welvaart
Ambitie Mooi, schoon, gezond en veilig Drenthe
Thema’s: Ruimtelijke kwaliteit, Milieu, Veiligheid, Gezondheid
De drie ambities zijn onderling verbonden. Zo draagt het water- en bodembeheer in het landelijk gebied bij aan het voorkomen van wateroverlast in dorpen en steden, terwijl stedelijk waterbeheer juist invloed heeft op de waterkwaliteit in het landelijk gebied. Ook bij grote ruimtelijke ingrepen, zoals een nieuwe spoorlijn, spelen meerdere afwegingen tegelijk: van ontwerpkwaliteit tot landbouwkundige effecten. De uitvoering van de Omgevingsvisie volgt dus de drie ambities, maar de sturing is gericht op de onderlinge samenhang.
Bij de verdere uitwerking van de doelen bepalen we per onderwerp of regels in de verordening, een omgevingsprogramma, subsidies of andere instrumenten het meest passend zijn. De Omgevingsvisie kan aanleiding geven om de bestaande uitvoeringsprogramma's, koersen en agenda's aan te passen (zie tabel 1.). Bij actualisatie stellen we vast hoe een thema onderdeel wordt van het beleidsbouwwerk. . Thema’s die geen directe relatie hebben met de doelen uit de Omgevingsvisie blijven vallen onder eigen provinciaal beleid, eventueel met een afzonderlijk uitvoeringsplan.

Beleidscyclus: bijsturen op basis van monitoring en evaluatie
Met de Omgevingsvisie, de uitvoeringsgerichte Omgevingsprogramma’s en een monitoring- en evaluatieprogramma geven we vorm aan een doorgaande beleidscyclus. Evaluatiemomenten bieden Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten de mogelijkheid om tussentijds bij te sturen. Zo werken we lerend en adaptief, en kunnen we inspelen op nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen en initiatieven uit de samenleving.

Logische evaluatiemomenten zijn:
Jaarlijks: verantwoording over de voortgang gekoppeld aan de begrotingscyclus.
Aan het begin van de bestuursperiode: een actualisatie op basis van het coalitieakkoord.
Halverwege de bestuursperiode: een moment van bijsturing gericht op de uitvoering.
Aan het eind van de bestuursperiode: een evaluatie ten behoeve van actualisatie van de Omgevingsvisie.
Om effectief te kunnen bijsturen, zijn de juiste gegevens nodig. Daarom werken we een monitor Omgevingsbeleid uit waarmee we de voortgang van de realisatie van de Omgevingsvisie kunnen volgen.
De complexiteit van de maatschappelijke opgaven vraagt om een integrale manier van werken. Dat betekent dat overheden de leefomgeving in samenhang bekijken, regionaal samenwerken, ruimte geven aan elkaar, aan participatie en bewust (bij)sturen op resultaat. Voor de realisatie van onze doelen is goede onderlinge samenwerking essentieel.
We betrekken daarom onze gemeenten en waterschappen vroegtijdig bij initiatieven en ontwikkelingen en vragen hen ons op dezelfde manier te betrekken. Dat betekent dat gemeente, waterschap en provincie het gesprek over ambities en belangen organiseren voordat er een concreet plan ligt. In die gesprekken maken we afspraken over een gezamenlijke agenda en over ieders bijdrage. Voor de provincie kan die bestaan uit middelen, kennis en kunde of de inzet van ons netwerk. In regionale samenwerking zorgen we, samen met onze Drentse partners, voor een duidelijke Drentse inbreng: geworteld in onze kwaliteiten, waarden en ambities en met commitment op gezamenlijke doelen. We nemen een actieve en duidelijke rol in de (boven)regionale samenwerking in de Regio Groningen Assen, de Regio Zwolle en in de Regio Emmen en in de samenwerking met aangrenzende gemeenten, provincies en Duitsland.
Van het Rijk verwachten we actieve betrokkenheid bij onderwerpen waar nationale en regionale belangen elkaar raken, zoals defensie, waterbeschikbaarheid, bereikbaarheid en wonen. Het is belangrijk dat het regionale perspectief goed wordt meegenomen in nationale analyses en beleidsmaatregelen.
We werken gebiedsgericht omdat opgaven, kwaliteiten en omstandigheden per gebied verschillen. We betrekken gebiedspartners, grondeigenaren en inwoners bij de uitwerking en uitvoering van beleid en geven ruimte aan initiatieven uit het gebied. In de voorverkenning van gebiedsprocessen formuleren we een samenhangend pakket van provinciale opgaven voor het betreffende gebied. We nemen de tijd voor een zorgvuldig proces.
Door kennis, expertise en netwerken te delen, zetten we schaarse middelen effectief in. Bij complexe opgaven benutten we ontwerpkracht om processen zorgvuldig vorm te geven en toekomstbeelden te ontwikkelen waarin verschillende opgaven en kwaliteiten worden verbonden.
Provinciale rollen
We vervullen verschillende rollen in de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Welke rol we nemen, hangt af van de aard van de opgave, de schaal waarop deze speelt en de betrokken partners. We kiezen steeds de rol die het meest bijdraagt aan het realiseren van onze doelen. We zijn kaderstellend waar het provinciaal belang om richting vraagt, uitvoerend waar we zelf doelgericht bijdragen, samenwerkend waar opgaven de grenzen van gemeenten overstijgen, en stimulerend waar maatschappelijke energie en initiatief leidend zijn.
Rechtmatig en kaderstellend
In afstemming met medeoverheden vertalen wij wettelijke taken en provinciale belangen naar duidelijke kaders voor gemeenten, maatschappelijke partners en inwoners. Daarbij bewaken we de samenhang tussen ruimtelijke, ecologische, economische en sociale doelen. We nemen deze rol op ons waar het provinciaal belang vraagt om sturing of waar bovenlokale kwaliteit en veiligheid in het geding zijn. Passende instrumenten hierbij zijn de Omgevingsverordening, vergunningen, ontheffingen en beleidsregels. Met deze instrumenten waarborgen we de kwaliteit van de leefomgeving en zorgen we voor duidelijkheid en voorspelbaarheid in de uitvoering.
Presterend en uitvoerend
In onze uitvoerende rol nemen we zelf verantwoordelijkheid voor het realiseren van resultaten. We doen dit waar onze inzet doelmatig is en direct bijdraagt aan onze beleidsdoelen, bijvoorbeeld bij de aanleg en instandhouding van infrastructuur en natuur. Passende instrumenten hierbij zijn aanbestedingen, uitvoeringsovereenkomsten, prestatieafspraken en contracten met partners.
Netwerkend en samenwerkend
In onze samenwerkende rol verbinden wij partijen rond gedeelde opgaven. We brengen belangen bij elkaar en stimuleren integrale oplossingen. We vormen coalities van overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners die vanuit gezamenlijke doelen middelen, kennis en creativiteit bundelen. Passende instrumenten hierbij zijn samenwerkingsovereenkomsten, convenanten en lobbyactiviteiten richting het Rijk en Europa, zodat Drentse belangen goed worden gepositioneerd.
Responsief, faciliterend en stimulerend
In onze stimulerende rol gaan we uit van de veerkracht en energie van de samenleving. We ondersteunen initiatieven die bijdragen aan onze doelen en stimuleren innovatie en experimenten die inspelen op maatschappelijke veranderingen. We bieden ruimte voor initiatieven ‘van onderop’ en dragen bij met kennis, ons netwerk en middelen. Passende instrumenten bij deze rol zijn subsidies, ondersteuning van pilots, kennisdeling, onderzoek, monitoring en het verbinden van partijen in netwerken.

Wij hanteren leidende principes bij het maken van ruimtelijke keuzes. Bij elk idee of initiatief met een wezenlijke impact op de leefomgeving, belichten we het voorstel vanuit de verschillende principes en duiden we de betekenis. Zo maken we zichtbaar hoe een initiatief aansluit bij de koers van de Omgevingsvisie en waar spanning kan ontstaan. We maken inzichtelijk hoe de principes zijn toegepast en welke bestuurlijke afweging daaruit volgt. Dat maakt onze keuzes navolgbaar en transparant. Hiervoor werken we met een het Kompas, een instrument dat ons helpt om de leidende principes consequent en gestructureerd toe te passen.

Afspraak is afspraak lijkt misschien vanzelfsprekend: natuurlijk komen we wettelijke verplichtingen en bestuurlijke afspraken na. Toch kiezen we er bewust voor om dit principe expliciet te maken. We opereren namelijk binnen een gelaagd stelsel van Europese en nationale regelgeving, waarmee onze afwegingsruimte wordt ingekaderd.
De wettelijke verplichtingen vormen geen vrijblijvende context, maar geven harde randvoorwaarden die richting geven aan de keuzes die we maken. Zij bepalen voor een belangrijk deel wat wél en wat niet mogelijk is in onze ruimtelijke, economische en ecologische ontwikkeling.
Daarnaast zijn er bestuurlijke afspraken die onze werkzaamheden sturen. Denk aan de afspraken met het Rijk in het Natuurpact, waarmee wij uitvoering geven aan de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland. Deze afspraken leggen gezamenlijke doelen vast en vormen een belangrijke basis onder ons handelen.
Door afspraak is afspraak als leidend principe op te nemen, maken we steeds duidelijk welke wetten, regels en bestuurlijke afspraken relevant zijn voor een opgave of besluit.

Het klimaat verandert en de gevolgen daarvan voelen we steeds sterker. De verwachting is dat de hoeveelheid neerslag toeneemt, met meer regen in de winter en hevige piekbuien in de zomer. De zomers worden heter, met langere perioden van droogte. Ook de gemiddelde temperatuur stijgt, terwijl het aantal dagen met vorst zal afnemen. De gevolgen verschillen per gebied, zijn soms onvoorspelbaar en niet volledig te overzien. Wel is zeker dat de impact groot is. Te veel of te weinig water en extreme hitte veroorzaken schade, leiden tot maatschappelijke kosten en raken natuur, landbouw, wonen en gezondheid.
De gevolgen van klimaatverandering en het functioneren van ons water- en bodemsysteem zijn bepalend voor het functioneren van de natuur, de landbouw en de bebouwde omgeving. Wij hanteren het principe Water en Bodem sturend om zo goed mogelijk om te kunnen gaan met de veranderende condities door klimaatverandering. Dit betekent dat het beoogde gebruik:
Niet afwentelt: geen overmatige belasting van het water- en bodemsysteem en geen negatieve gevolgen voor de omgeving en toekomstige generaties veroorzaakt (zowel in ruimte, tijd als geld).
Vertraagt: bijdraagt bij aan het vasthouden, bergen en vertraagd afvoeren van water.
Rekening houdt met extremen: voldoende voorbereid is op extreme weersomstandigheden.
Een aanpasbare inrichting heeft voor de lange termijn: inspeelt op het toekomstige klimaat en maatschappelijke ontwrichting voorkomt.
Kansen voor herstel benut: waar mogelijk de natuurlijke werking van het water- en bodemsysteem versterkt en bijdraagt aan een vitaal en robuust systeem.
Duurzaam met de bodem omgaat: zo min mogelijk verhardt, vergraaft of verontreinigt.

Iedere hectare in Drenthe heeft een bestemming. Nieuwe ruimte voor water, natuur, energie, wonen, bedrijvigheid, infrastructuur, recreatie of defensie moet binnen de bestaande ruimte worden gevonden. In eerste instantie zoeken we naar mogelijkheden om functies te combineren en de ruimte meervoudig te gebruiken. Als dat niet kan, kan functiewijziging aan de orde zijn. De vele belangen en waarden die bij herverdeling van de ruimte spelen, vragen om een zorgvuldige afweging, zodat de juiste ontwikkeling op de juiste plek terechtkomt.

Het Midden- en Kleinbedrijf (MKB), de industrie, de landbouw (agrofood), toerisme en detailhandel vormen belangrijke onderdelen van de Drentse bedrijvigheid. Bij het versterken van de economische structuur gaat het niet alleen om het genereren van meer werkgelegenheid of productie in Drenthe. We stimuleren een toekomstbestendige economische groei, door de focus te leggen op (meer)waarde.

Brede Welvaart gaat over hoe het écht gaat met onze inwoners: naast werk en inkomen, gaat het ook om welzijn, gezondheid, veiligheid, sociale cohesie en prettig wonen. Op veel vlakken is het nu goed leven in Drenthe. Inwoners zijn over het algemeen tevreden met hun leven, de rustige en groene woonomgeving en de sociale verbondenheid die de provincie kenmerkt. De brede welvaart is echter niet gelijk verdeeld over Drenthe. Vergrijzing van onze bevolking gaat een wezenlijke impact hebben op onze welvaart en ons welzijn. De brede-welvaartsbenadering helpt ons om economische, sociaal-maatschappelijke en ecologische belangen af te wegen en om verschillen en impact zichtbaar te maken en laat zien waar kansen liggen om de kwaliteit van leven voor álle inwoners te vergroten.

Het breed gewaardeerde karakter van het Drentse landschap geeft ons identiteit, maakt onze provincie bijzonder en een gewilde plek voor bezoek of om te wonen en werken. Om deze kwaliteit te behouden en te versterken vinden we het belangrijk om nieuwe ontwikkelingen met zorg in te passen zodat nieuwe kwaliteit ontstaat.
Het Kompas: ruimtelijke afwegingen aan de hand van de zes leidende principes
Het Kompas is een instrument om ruimtelijke afwegingen te motiveren aan de hand van de zes leidende principes en om het besluit uitlegbaar en navolgbaar te maken. Het Kompas is geen afvinklijst of absolute weger, maar een methode die inzichtelijk maakt hoe we tot een besluit komen. Het Kompas brengt verschillende aandachtspunten samen. Niet alleen wát een initiatief is, maar ook hóe het past bij Drenthe, de plek en de toekomst. Door een initiatief vanuit verschillende invalshoeken te belichten, wordt zichtbaar welke afwegingen we maken en waarom. Het Kompas geeft antwoord op de kernvragen: Is dit initiatief passend voor Drenthe, passend op deze locatie en/of passend te maken? Het biedt structuur in het gesprek, maar laat ruimte voor weging, nuance en oordeel.
We passen het Kompas in ieder geval toe bij plannen die mer-plichtig zijn of waarvoor een Passende Beoordeling nodig is. In deze gevallen gaat het namelijk om plannen met een mogelijk aanzienlijk effect op de leefomgeving of op een Natura 2000-gebied. Bij de toepassing van het Kompas verbreden we de impactanalyse op milieu-, natuur en leefbaarheids-effecten naar een bredere beschouwing. Daarnaast kunnen we het Kompas toepassen als het maatschappelijk debat daartoe aanleiding geeft.
We gaan het Kompas, al doende, uitwerken tot een praktisch en pragmatisch besluitvormingsinstrument.


In de volgende drie hoofdstukken verwoorden we onze ambities en strategische langetermijndoelen en maken we kaderstellende keuzes. Daarmee maken we duidelijk waar wij als provincie voor staan, waar of hoe we ruimte bieden aan ontwikkeling en welke grenzen we stellen om de Drentse kwaliteiten te beschermen en te versterken.
Onze ambitie voor een toekomstbestendig landelijk gebied richt zich op het verbeteren van de kwaliteit van natuur en water, het bieden van toekomstperspectief aan de landbouw en het inspelen op de gevolgen van klimaatverandering. De kern van deze opgave ligt bij de samenhang tussen water, natuur en landbouw. Tegelijk hebben we oog voor het wonen, werken en leven op het platteland. In dit hoofdstuk leest u onze opgaven, ambities, langetermijndoelen en strategische keuzes voor het landelijk gebied.
Het water- en bodemsysteem vormt de natuurlijke basis van Drenthe. Het bepaalt of een gebied geschikt is voor landbouw, natuur, bebouwing en infrastructuur. Het water- en bodemsysteem kent enkele knelpunten die door klimaatverandering worden versterkt. De belangrijkste opgaven zijn:
De waterkwaliteit op orde brengen en houden
De normen voor gezonde waterkwaliteit uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) worden vrijwel overal in Drenthe overschreden. Vooral de chemische kwaliteit van het water voldoet nog niet aan de norm. De ecologische kwaliteit scoort beter, maar is ook nog vaak onvoldoende. Daarnaast worden steeds vaker stoffen aangetroffen die niet onder de KRW vallen maar wel zorgwekkend zijn, zoals medicijnresten, PFAS en zoetstoffen (slecht afbreekbaar).
Leren omgaan met natte en droge perioden
Door klimaatverandering wordt het moeilijker om op elk moment het gewenste grondwaterpeil vast te houden. Extreme regen en langere droogteperioden kunnen zorgen voor wateroverlast en watertekorten. Dit raakt natuur, landbouw, stedelijke gebieden en de drinkwatervoorziening.
Wateraanvoer veiligstellen en meer gebiedseigen oplossingen ontwikkelen
In de winter moet overtollig water worden afgevoerd, terwijl er in de zomer vaak tekorten zijn en water van elders nodig is (IJssel, IJsselmeer). Deze aanvoer is in de toekomst niet gegarandeerd. Daarom is naast het behouden van deze wateraanvoer ook inzet nodig op gebiedseigen maatregelen voor droge perioden.
De drinkwatervoorziening veiligstellen en de grondwatervoorraad bewaken
De vraag naar Drents drinkwater neemt toe, ook vanuit aangrenzende provincies. Ook het grondwatergebruik voor landbouw en industrie groeit, terwijl aanvulling van de grondwatervoorraad door klimaatverandering minder vanzelfsprekend wordt. Het bewaken van de grondwatervoorraad wordt daarom cruciaal.
De bodemvitaliteit verbeteren en het beperken van bodemdaling door veenoxidatie
De bodem in Drenthe staat onder druk door diffuse verontreinigingen, afnemend watervasthoudend vermogen en verstoring van nutriënten- en bodemlevensprocessen. Inzicht in de toestand van de bodemvitaliteit en mogelijkheden om deze te verbeteren zijn van belang voor een toekomstbestendige leefomgeving.
Door lage grondwaterstanden breekt het resterende veen af (veenoxidatie). Daarbij komt veel CO2 vrij en treedt ondiepe bodemdaling op, wat vervolgens kan leiden tot zettingsschade aan gebouwen.
Voldoen aan internationale én nationale afspraken over behoud en herstel van natuur en biodiversiteit
Ondanks inspanningen lukt het nog niet om de achteruitgang van de natuur tot staan te brengen en het verlies aan biodiversiteit te stoppen. In Natura 2000-gebieden wordt door stikstofdepositie, verdroging en onvoldoende waterkwaliteit nog niet voldaan aan de Europese afspraken voor een gunstige staat van instandhouding. Ook buiten beschermde natuurgebieden gaat de biodiversiteit merkbaar achteruit. Klimaatverandering zet de natuurkwaliteit verder onder druk. De Europese Natuurherstelverordening verplicht ons tot het nemen van maatregelen.
Perspectief bieden aan de landbouw en zorgvuldig omgaan met landbouwgrond
De landbouwsector staat voor de ingrijpende opgave om een bijdrage te leveren aan de doelen voor natuur en biodiversiteit, waterkwaliteit, bodemvitaliteit en klimaatverandering terwijl zij tegelijkertijd zorgt voor voedselproductie, bijdraagt aan voedselzekerheid en grondstoffen voor de bouw levert.
Tegelijkertijd stokt de bedrijfsontwikkeling door onzekerheid over vergunningverlening, complexe wet- en regelgeving en een verdienvermogen dat onder druk staat door lage marges en stijgende kosten. Mede hierdoor neemt het aantal agrarische bedrijven af. In een aantal gebieden zijn er maatschappelijke zorgen over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij specifieke teelten, zoals de lelieteelt. Daarnaast is landbouwgrond in beeld voor andere maatschappelijke opgaven, zoals natuurontwikkeling, verstedelijking, energie en defensie.
Het leven op het platteland aantrekkelijk houden
Ons platteland heeft te maken met vergrijzing, een afname van het aantal boeren en een teruglopend voorzieningenniveau. Deze ontwikkelingen beïnvloeden hoe inwoners wonen, werken en samenleven in het landelijk gebied. De opgave is om essentiële voorzieningen bereikbaar te houden, te voorzien in voldoende passende woningen, de economie en werkgelegenheid te stimuleren en ruimte te bieden aan bedrijven.
Recreatie en toerisme vormt een groeiend en kansrijk onderdeel van de Drentse economie. De vrijetijdssector draagt substantieel bij aan de economische vitaliteit en leefbaarheid van dorpen en het platteland. De opgave is om deze sector verder te versterken als bron van inkomsten en werkgelegenheid.
Het landelijk gebied vormt het hart van Drenthe. Ons streven is een landelijk gebied waar water, bodem, natuur, landbouw, economie, recreatie en leefbaarheid in balans zijn. Een provincie die meebeweegt met het veranderende klimaat, haar eigen karakter behoudt en voorbereid is op de toekomst.
De gevolgen van klimaatverandering raken ons steeds directer. Daarom richten we het landelijk gebied klimaatbestendiger in, met aanpassingen die zowel landbouw als natuur ten goede komen. En waarmee aantrekkelijke landschappen ontstaan met ruimte voor recreatie.
We zetten sterk in op het behoud, herstel en ontwikkeling van natuur. We bouwen aan een robuust natuursysteem door de condities voor natuur te verbeteren, natuurgebieden waar nodig te vergroten, verbindingen te versterken en biodiversiteit buiten natuurgebieden te vergroten. Op korte termijn willen we flinke stappen zetten richting de Europese natuurdoelen, zodat de vergunningverlening voor landbouw, wonen, energie en infrastructuur vlot wordt getrokken.
Drenthe zonder landbouw is ondenkbaar. Daarom bieden we ruimte en perspectief aan een toekomstbestendige, innovatieve en rendabele landbouw die in balans is met haar ecologische en maatschappelijke omgeving. Een sector die bijdraagt aan onze voedselvoorziening, het landschap, de leefbaarheid van dorpen en onze economie, en die als gewaardeerd en vertrouwd onderdeel van de Drentse gemeenschap een goede boterham verdient.
Landschapsontwikkeling verbindt veel van deze opgaven met elkaar. We investeren in het landschap om de biodiversiteit (Basiskwaliteit Natuur) te versterken en natuurgebieden met elkaar te verbinden. Landschapsontwikkeling moet ook samengaan met nieuwe aantrekkelijke mogelijkheden voor recreatie. Met groene routes, water- en natuurbeleving, sportieve verbindingen en veilige fietspaden, dragen we bij aan de vitaliteit van onze inwoners én aan de toeristische aantrekkingskracht van Drenthe. We houden ons landelijk gebied en de natuur toegankelijk voor inwoners en bezoekers, waarbij we de meest kwetsbare natuur zoveel mogelijk ontzien. Onze ambitie voor het behoud en ontwikkeling van landschapskwaliteit is nader uitgewerkt in hoofdstuk 4.
Met een vernieuwde inzet op plattelandsontwikkeling willen we bijdragen aan een vitaal platteland waarin inwoners volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving en waar het goed leven, ondernemen en recreëren is. Met vitale dorpsgemeenschappen, bereikbare voorzieningen als zorg, onderwijs en cultuur, ruimte voor nieuwe economische en maatschappelijke initiatieven en voldoende passende en betaalbare woningen. Daarmee willen we bereiken dat Drenten op kunnen groeien en oud kunnen worden in de nabijheid van familie en vrienden.
We benutten kansen voor recreatie en toerisme om de economische vitaliteit van het landelijk gebied te ondersteunen.
Toekomstperspectief voor agrariërs
Onze opgaven voor het landelijk gebied zijn urgent, complex en structureel. De landbouw heeft daarbij een onmisbare rol. Zonder de actieve betrokkenheid en inzet van agrarische ondernemers is onze ambitie simpelweg niet haalbaar.
De landbouw kan alleen meebewegen als boeren een stabiel financieel toekomstperspectief hebben. Dit wordt momenteel belemmerd door terughoudende financiering door banken en knellende regelgeving die innovatieve bedrijfsmodellen remt.
Cruciaal daarbij zijn publieke betalingen voor ecosysteemdiensten, waaronder beheer van natuur, water en landschap en een ketenbenadering waarin supermarkten, verwerkers en toeleveranciers bijdragen aan de kosten van verduurzaming: kortom, een systeemverandering in de gehele voedselketen.
Als provincie kunnen we gebiedsgericht sturen en uitvoeren, faciliteren en verbinden, maar zonder een stevig, rijksbreed gedragen financieel en beleidsmatig fundament en een eerlijk agrarisch verdienmodel blijft onze ambitie buiten bereik.
Om onze ambities te realiseren kiezen we voor een duidelijke koers. We bouwen aan robuuste systemen voor water en bodem, natuur en landbouw, waarbij verbetering van natuur- en waterkwaliteit en landschapsontwikkeling prioriteit krijgt.
Bij planvorming en vergunningverlening hanteren we de principes van Water en Bodem sturend. Daarmee spelen we in op veranderende condities door klimaatverandering. Dat betekent dat niet wordt afgewenteld naar andere gebieden of toekomstige generaties, dat ruimte wordt gegeven aan natuurlijke processen en dat rekening wordt gehouden met extremen. De inrichting van gebieden moet toekomstbestendig en aanpasbaar zijn. Ook wordt het bewustzijn vergroot dat droogte, wateroverlast en hittestress onderdeel zijn van een veranderend klimaat en dat functies en inwoners daar rekening mee moeten houden.
We zetten in op het behalen van wettelijke doelen en het nakomen van bestuurlijke afspraken, zoals de Kaderrichtlijn Water, de Vogel- en Habitatrichtlijn, de Stikstofwet, de Klimaatwet, de Europese Natuurherstelverordening en de afspraken met Rijk vastgelegd in het Natuurpact. Daarbij realiseren we ons dat sommige factoren buiten onze invloedssfeer liggen. Voor zorgwekkende milieuverontreinigende stoffen zoals PFAS en medicijnresten, waarvoor nog geen wettelijke normen bestaan, zetten we in op monitoring en sturen we bij het Rijk aan op bronaanpak.
Voor een duurzaam gebruik van onze bodem en ondergrond volgen we onze Strategie bodem en ondergrond. Inzichten uit de EU-Bodemmonitoringsrichtlijn vormen de basis voor het verbeteren van de bodemvitaliteit, zoals behoud en verhoging van het organische stofgehalte, het verminderen van bodemverdichting en het verbeteren van de bodembiologie. We gaan verantwoord om met de ondergrond: veiligheid, duurzaamheid en draagvlak zijn leidend. We werken niet mee aan opslag van radioactief afval, gevaarlijke stoffen en CO2 in de ondergrond.
We stimuleren een landbouw die bijdraagt aan maatschappelijke doelen en ruimte laat voor ondernemerschap (boer aan het roer). We ondersteunen innovatie en zetten ons in voor de ontwikkeling van een eerlijk verdienvermogen, in lijn met Europees en nationaal landbouwbeleid. Doelsturing met KPI’s vormt de basis voor het behalen van doelen, ondersteund door vergoedingsregelingen voor maatschappelijke diensten.
De kwaliteit van onze landschappen wordt versterkt om daarmee een dragende structuur voor biodiversiteit te vormen en gelijktijdig de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe te behouden en te laten groeien (zie ook hoofdstuk 4)
Voor de leefbaarheid op het platteland ondersteunen we gemeenten en dorpsgemeenschappen met de bouw van voldoende passende woningen, ruimte voor werklocaties en een goede bereikbaarheid van voorzieningen. We ondersteunen initiatieven die bijdragen aan gezondheid, bewegen, sport, cultuur en ontmoeting.
We geven ruimte aan ontwikkelingen voor recreatie en toerisme en stimuleren een vitale en toekomstbestendige verblijfsrecreatie. Voor vakantieparken die geen of onvoldoende perspectief hebben kan transformatie naar een andere functie een passende oplossing zijn.
Onze strategische doelen zijn:
Versterken en verbeteren van het water- en bodemsysteem. Wij dragen bij aan de ontwikkeling van een veerkrachtig en klimaatrobuust water- en bodemsysteem, met een schone, vitale bodem en voldoende water van goede kwaliteit. Een systeem dat de effecten van klimaatverandering zo goed mogelijk opvangt, effecten niet leiden tot maatschappelijke ontwrichting en niet worden verschoven naar de toekomst of naar andere regio’s. Bestaande functies passen zich aan en overlast wordt meer geaccepteerd.
Versterken van een robuust natuursysteem. Wij ronden het Natuurnetwerk Nederland af, dragen bij aan het behoud, herstel en de ontwikkeling van natuurkwaliteit in onze natuurgebieden en versterken de biodiversiteit in heel Drenthe, zodat een robuust en veerkrachtig natuursysteem ontstaat.
Een toekomstbestendige landbouw. Wij dragen bij aan de ontwikkeling van een toekomstbestendige landbouw die economisch rendabel en innovatief is, bijdraagt aan de voedselzekerheid functioneert in balans met de ecologische en maatschappelijke omgeving.
Versterken van brede welvaart op het platteland. Wij dragen bij aan een leefbaar, beleefbaar en vitaal platteland met voldoende woningen, ruimte voor economische ontwikkeling, bereikbare voorzieningen een sterke recreatieve infrastructuur.
Ons water- en bodemsysteem
Onze provincie is gevormd in verschillende geologische tijdperken. Hoe dieper je kijkt, hoe ouder de bodemlagen. In de ondergrond liggen zoutkoepels en gasreserves die miljoenen jaren geleden zijn ontstaan. Het huidige landschap en watersysteem zijn vooral gevormd door de werking van ijs, water en wind in latere perioden. Daardoor ontstond het Drents Plateau: een hooggelegen keileemplateau dat grotendeels is afgedekt met een laag dekzand. In de laagtes aan de randen van dit plateau ontwikkelde zich veen. Zo ontstonden de karakteristieke hoog- en laagveengebieden van Drenthe.
Onder het keileemplateau liggen dikke zandlagen die grote hoeveelheden zoet grondwater bevatten. Dat diepe grondwater wordt gebruikt voor drinkwaterwinning en beregening. Het ondiepe grondwater boven het keileem is belangrijk voor de vochtvoorziening van planten en gewassen. De ondiepe ligging van keileem speelt op veel plekken een grote rol: regenwater kan niet goed wegzakken, waardoor bij veel neerslag tijdelijk water op het land blijft staan. Tegelijkertijd zijn gronden met ondiep keileem gevoelig voor droogte.
Het grondwater van het Drents Plateau stroomt via kwel naar de omliggende beekdalen. Deze beken vormen samen met het plateau één systeem waarin water intrekt, weer omhoogkomt en vervolgens van hoog naar laag wegstroomt richting Waddenzee en IJsselmeer. Oorspronkelijk waren de beekdalen natte, moerassige gebieden met veen, die het water langzaam afvoerden. Door ontwatering, vervening en latere ruilverkavelingen is dat veranderd: beken zijn rechtgetrokken en het water stroomt nu sneller weg. Om de grondwaterstand op peil te houden, wordt het waterpeil in beken en sloten geregeld met stuwen en sluizen.
Omdat Drenthe geen inkomende rivieren heeft, zijn we afhankelijk van regenwater. Al het water in onze beken, sloten en meren begint als neerslag die in de bodem infiltreert en over land afstroomt. In droge tijden zijn we aangewezen op aanvoer van water van buiten de provincie, dat via kanalen vanuit de IJssel en het IJsselmeer wordt opgepompt.
Zo is een samenspel ontstaan tussen natuurlijke processen en menselijk beheer: een systeem waarin oude bodemlagen, stromend grondwater en het huidige waterbeheer elkaar voortdurend beïnvloeden. Dit samenspel bepaalt hoe Drenthe eruitziet en functioneert; van de hoge zandgronden tot de nattere veengebieden.
Dit systeem loopt echter tegen zijn grenzen aan. We werken al jaren aan schoner water en aan het klimaatbestendig maken van ons water- en bodemsysteem. In natuurgebieden houden we meer water vast om verdroging tegen te gaan, we hebben beken weer laten kronkelen om water vast te houden en op verschillende plekken zijn waterbergingen aangelegd. Ook is met provinciaal beleid voorkomen dat er veel is gebouwd in de natte beekdalen. Toch is de waterkwaliteit nog niet op orde en vraagt het steeds meer inzet om het watersysteem goed te laten functioneren. Nu we steeds meer inzicht krijgen in de gevolgen van klimaatverandering voor het functioneren van ons water- en bodemsysteem, wordt zichtbaar hoe gevoelig we zijn voor zowel te veel water als te weinig water.

Voor de beweging naar een klimaatrobuust water- en bodemsysteem maken we strategische keuzes per gebied. Deze keuzes zijn weergegeven op de kaart Water en Bodem en worden hieronder toegelicht. De uitwerking naar concrete maatregelen en naar regels in de verordening vindt plaats in een nieuw Regionaal Waterprogramma, dat we samen met onder meer de waterschappen opstellen. Voor bodem en ondergrond vormt de Strategie Bodem en Ondergrond het uitvoeringskader. De uitvoering gebeurt gebiedsgericht, in samenwerking met medeoverheden, maatschappelijke partners, grondeigenaren en inwoners.
De beekdalen vormen het natuurlijke afwateringssysteem van het Drents plateau: bij veel neerslag verzamelt water zich hier. Omdat we water niet overal zo snel mogelijk kunnen of willen afvoeren, kunnen beekdalen regelmatig overstromen om wateroverlast elders te voorkomen.
Daarom reserveren we in de beekdalen ruimte voor water. Deze ruimte beschermen we met regels in de Omgevingsverordening, zoals de Omgevingswet ons voorschrijft. De wet verplicht ons ook om omgevingswaarden voor de gemiddelde kans op wateroverlast en de regionale keringen vast te stellen.
Daarnaast verbeteren we de waterkwaliteit in de beekdalen om te voldoen aan de Kaderrichtlijn Water. In het Regionaal Waterprogramma wijzen we hiervoor de beken aan als oppervlaktewaterlichamen, met de daarvoor geldende doelen. Dit programma vormt ook het kader voor het waterbeheer door de waterschappen.
Voor landbouw en andere bestaande functies in de beekdalen betekent dit dat zij te maken krijgen met veranderende condities door klimaatverandering en keuzes die we in het nieuwe Regionaal Waterprogramma maken. Bij nieuwe functies in de beekdalen geldt dat deze verenigbaar zijn met het behoud van ruimte voor water, met de KRW-doelen en de normen voor wateroverlast en regionale keringen. Daarom blijven we terughoudend met het toevoegen van bebouwing in de beekdalen.
De beekdalen beïnvloeden het grondwatersysteem onder het Drents plateau. De middenloop van enkele beekdalen heeft potentie om bij te dragen aan het vasthouden van grondwater onder dit plateau. Nader onderzoek moet uitwijzen of verhoging van het waterpeil in de beken en de beekdalflanken een zinvolle bijdrage levert en welke effecten dat heeft op bestaande en beoogde functies in het gebied.
Dit beleid, de onderzoeken en eventuele maatregelen werken we in nauwe samenwerking met de waterschappen uit. Waar wijzigingen plaatsvinden, betrekken we grondeigenaren, gebruikers en inwoners van de beekdalen actief.
Het Drents Plateau, inclusief de Hondsrug, bestaat uit een hoger gelegen keileemplateau afgedekt met dekzand. Door de plaatselijk ondiepe ligging van het keileem reageert het gebied sterk op weersomstandigheden. De functies zijn daardoor kwetsbaar voor zowel natte als droge perioden.
Op het Drents plateau stimuleren we het vasthouden van water, bijvoorbeeld door het verontdiepen van sloten, het plaatsen van boerenstuwtjes en het toepassen van slimme drainage. Ook zetten we in op het verbeteren van de bodemvitaliteit en gaan we sturen op een evenwichtige verdeling van de beschikbare grondwatervoorraad. Het doel is dat de kwaliteit en hoeveelheid grondwater voldoet aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water.
In het Regionaal Waterprogramma werken we uit welke maatregelen waar het meest passend zijn. Daarnaast stimuleren we maatregelen uit het Deltaprogramma Zoetwater, het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie en het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer, zodat landbouw, natuur en waterbeheer beter bestand zijn tegen droogte en extreme neerslag.
De kanalen zijn belangrijk voor de aan- en afvoer van water en hebben een functie als vaarweg. Wij zijn vaarwegbeheerder van de kanalen en hebben ze aangewezen als oppervlaktewaterlichamen voor de Kaderrichtlijn Water (KRW). Het doel is dat de waterkwaliteit voldoet aan de normen van de KRW en dat het waterpeil in de kanalen op peil blijft voor de scheepvaart en om de grondwaterstand op niveau te houden. Ook de waterkwaliteit in de meren moet voldoen aan de KRW.
Met water uit de IJssel en het IJsselmeer houden de waterschappen in de zomer de waterpeilen op niveau, wat effecten van droogte tegengaat en de waterkwaliteit ondersteunt. De verdeling volgt de verdringingsreeks in onze Omgevingsverordening. In het Deltaprogramma IJsselmeer zetten we ons in voor het zekerstellen van de zoetwatervoorraad in het IJsselmeer en behoud van de aanvoer richting Drenthe.
De veenkoloniale gebieden zijn voormalige hoogveengebieden waar het veen grotendeels is afgegraven en ontgonnen. Het intensieve waterstelsel werd vroeger vooral gebruikt voor de afvoer van overtollig water. Nu voeren de waterlopen in de winter een groot deel van het neerslagoverschot af. In perioden met een neerslagtekort kan via dezelfde waterlopen juist veel water worden aangevoerd.
We stimuleren het optimaliseren van de waterbeschikbaarheid in de Veenkoloniën. Dat doen we door wateraanvoer te ondersteunen en door maatregelen te nemen in het water- en bodemsysteem om water vast te houden. Deze maatregelen sluiten aan bij het Deltaprogramma zoetwateren worden verder uitgewerkt in het Regionaal Waterprogramma.
Een waterbergingsgebied is een door ons aangewezen gebied dat door de waterschappen ingezet kan worden voor de opvang van water bij extreme neerslag. Daarmee wordt wateroverlast benedenstrooms voorkomen. De waterbergingsgebieden worden ruimtelijk beschermd met een regel in de Omgevingsverordening.
Op basis van de Drinkwaterwet hebben we een zorgplicht voor de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening.
We beschermen het grondwater voor de openbare drinkwatervoorziening op grond van de Kaderrichtlijn Water. Op basis van de kwetsbaarheid van een grondwaterwinning nemen we in de Omgevingsverordening een begrenzing op van het waterwingebied, het grondwaterbeschermingsgebied en/of een verbodszone diepe boringen. In deze gebieden gelden regels om verstoring van de bodem en ondergrond te voorkomen en weren we specifieke (chemische) bedrijfsactiviteiten. Daarnaast initiëren we gebiedsprocessen, zoals in Noordbargeres, gericht op een duurzaam perspectief voor het grondgebruik in het grondwaterbeschermingsgebied.
Wij beschermen de aangewezen strategische (grondwater)voorraden voor de drinkwaterproductie . Hiermee zorgen we voor voldoende drinkwaterbronnen om in de groeiende vraag te kunnen voorzien. Een ASV kan ook worden benut als reservelocatie voor het geval een bestaande winning geheel of gedeeltelijk niet meer gebruikt kan worden.
Bij de winningen Beilen, Holtien, Ruinerwold, Dalen en Valtherbos is ruimte voor een Aanvullende Strategische Voorraad (ASV). In het zoekgebied Darperweiden en Leek-Roden is op basis van een globaal onderzoek gebleken dat er mogelijkheden zijn voor een grondwateronttrekking voor de drinkwatervoorziening. Een nadere verkenning moet duidelijk maken, of en zo ja hoe, dit ingepast kan worden. Daarbij zoeken we naar geschikte functiecombinaties en gaan we uit van beperkte effecten op de omgeving.
In de ondergrond van de het benedenstroomse deel van het Hunzedal is een grote hoeveelheid schoon zoet grondwater aanwezig dat gevoed wordt vanuit de naastgelegen Hondsrug. Het gebied omvat de bestaande grondwaterwinningen Annen-Breevenen en De Groeve. Daar ligt al een reservering voor de toekomst. In het benedenstroomse deel van de Hunze zien we mogelijkheden voor het winnen van drinkwater in combinatie met andere functies. We werken deze mogelijkheden verder uit in ons Regionaal Waterprogramma.
Het oppervlaktewater van de Drentsche Aa wordt bij De Punt gewonnen en gebruikt voor drinkwaterproductie door waterbedrijf Groningen ten behoeve van de drinkwatervoorziening van de stad Groningen en de omliggende Drentse en Groningse gebieden. Voor het oppervlaktewater waaruit drinkwaterwordt bereid gelden specifieke kwaliteitseisen. Op dit moment is de waterkwaliteit nog niet voldoende. Daarom hebben we het initiatief genomen om samen met het waterschap Hunze en Aa’s, gemeenten, drinkwaterbedrijf Groningen, brancheverenigingen (zoals LTO en DAJK) en andere organisaties uitvoering te geven aan het uitvoeringsprogramma Drentsche Aa (UPDA) dat moet leiden tot de gewenste waterkwaliteit.
Van de grote hoogveencomplexen in Drenthe is nog maar weinig over. We definiëren een veengebied als er nog minimaal 40 cm dikte van het veen aanwezig is. De grootste hoogveengebieden zijn de N2000 gebieden Bargerveen en het Fochteloërveen. Hier hebben we taken voor de ontwikkeling en instandhouding van de natuurdoelen op grond van de Vogel en Habitatrichtlijn. In de overige veengebieden hebben we geen wettelijke taak. Bij Valthermond verkennen we de mogelijkheden om veenoxidatie en bodemdaling te beperken.
Ons natuursysteem
Een eeuw geleden was Drenthe nog grotendeels “woest en ledig”, een uitgestrekt gebied van heide, veen en beekdalen, met verspreide dorpen en nauwelijks ontgonnen landbouwgrond. In de decennia daarna veranderde het landschap ingrijpend door grootschalige ontginningen, ruilverkaveling en intensivering van het landgebruik. Waar lange tijd vooral werd ingezet op landbouwontwikkeling, groeide vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw het besef dat natuurbescherming en herstel noodzakelijk waren.
Sindsdien heeft de provincie, samen met partners, stevig gewerkt aan het behoud van natuurwaarden en de ontwikkeling van nieuwe natuur. Met de aanleg van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en de aanwijzing van Natura 2000-gebieden wordt gewerkt aan een samenhangend netwerk van waardevolle ecosystemen. Op veel plekken in Drenthe zijn de resultaten zichtbaar: herstelde heiden en vennen, moerasgebieden die uitgroeien tot leefgebied voor zeldzame soorten en Drentse bossen die gevarieerder en ouder worden.
Maar het werk is nog niet af. Ondanks decennialange inzet staan biodiversiteit en ecosysteemkwaliteit nog steeds onder druk door verdroging, stikstofdepositie en versnippering. Klimaatverandering vergroot deze druk: hogere temperaturen, extremere neerslag en langere periodes van droogte verstoren natuurlijke processen en maken herstel complexer. De huidige inzet binnen het NNN en Natura 2000 is daarom niet genoeg om de Europese natuurdoelen te halen.
Een volgende stap is noodzakelijk. De nieuwe Europese Natuurherstelverordening benadrukt dat herstel van natuur en biodiversiteit geen vrijblijvende opgave meer is, maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid. De uitdaging ligt niet alleen binnen beschermde natuurgebieden, maar ook daarbuiten: in het versterken van de biodiversiteit in agrarisch gebied en in de dorpen en steden.
Voor de beweging naar een robuust natuursysteem maken we strategische keuzes voor verschillende gebieden. Deze zijn weergegeven op de kaart Landbouw en natuur en worden hieronder toegelicht. De uitwerking en uitvoering gebeurt in de beheerplannen voor de Natura 2000 gebieden, het Programma Natuurlijk Platteland, het Programma Toekomstgericht Landelijk Gebied Drenthe (TLGD) en met regels in de Omgevingsverordening.
Met het Natuurnetwerk Nederland (NNN) werken we aan een samenhangend en robuust netwerk van bestaande en nieuw te realiseren natuurgebieden, ecologische verbindingszones en agrarische gronden met hoge natuurwaarden.
We zetten de komende jaren in op de voltooiing van het NNN en het versterken van de ecologische samenhang. Dat doen we door:
natuurgebieden af te ronden en robuust te maken;
verbindingen tussen natuurgebieden te realiseren;
fysieke barrières op te heffen, bijvoorbeeld met faunapassages;
natuurlijke gradiënten te herstellen, zoals het geleidelijk verloop van een nat beekdal naar drogere, hogere zandgronden;
de milieukwaliteit en de hydrologie te verbeteren.
Bij de realisatie combineren we de natuuropgave met maatregelen uit de Kaderrichtlijn Water, de Drentse Bomen- en Bossenstrategie, klimaatadaptatie en kansen voor recreatie.
In het Programma Natuurlijk Platteland werken we met gebiedspartners aan de afspraken met het Rijk (Natuurpact). Het NNN wordt beschermd met Wezenlijke Kenmerken en Waarden (WKW) uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Deze vormen het inhoudelijke toetsingskader voor omgevingsplannen en projectbesluiten binnen het NNN. Hiermee wordt geborgd dat de oppervlakte, kwaliteit en samenhang van het netwerk behouden blijft. Het beschermingsregime van het NNN is juridisch verankerd in onze Omgevingsverordening.
Drenthe heeft veertien Natura 2000-gebieden, die zijn aangewezen door het Rijk. Ze maken integraal deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) én van het Europees netwerk van kerngebieden voor soorten en habitattypen. Het doel is het bereiken en behouden van een gunstige staat van instandhouding van beschermde plant- en diersoorten, op grond van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen. Sinds augustus 2024 is daarnaast de Europese Natuurherstelverordening van kracht. Deze verplicht ons land tot het realiseren van natuurdoelen binnen daarvoor vastgestelde termijnen.
We richten ons in de Natura 2000-gebieden op het realiseren van de instandhoudingsdoelen zoals opgenomen in de aanwijzingsbesluiten. Hiervoor stellen we beheerplannen op, gebaseerd op natuurdoelanalyses. Die bevatten:
welke instandhoudingsdoelen gelden voor habitattypen en soorten;
wat de toestand van de natuur is voor de habitattypen en soorten en of het instandhoudingsdoel wordt gehaald ;
welke drukfactoren van invloed zijn (zoals stikstofdepositie of hydrologie) ;
welke beheer- en herstelmaatregelen nodig zijn;
in welke omvang, ruimte en tijd de doelen gehaald gaan worden .
Ook buiten de natuur zijn maatregelen nodig, zoals het verminderen van stikstofemissies en het verbeteren van hydrologische omstandigheden.
In de aangegeven TLGD-gebieden richten we ons op maatregelen die bijdragen aan de Europese natuur- en waterdoelen. Het gaat om gebieden buiten de bestaande natuurgebieden, waar stikstofreductie, verbetering van waterkwaliteit en hydrologische maatregelen nodig zijn om natuurdoelen te halen. Samen met agrarisch ondernemers, grondeigenaren, organisaties en inwoners werken we hier aan gebiedsgerichte, integrale plannen. De uitvoering vindt plaats binnen het Programma Toekomstgericht Landelijk Gebied Drenthe (TLGD).
Ze zorgen voor ecologisch samenhang en functionele verbondenheid, waardoor natuurgebieden niet als geïsoleerde eenheden functioneren maar als één ecologisch systeem. We realiseren ecologische verbindingen met landschapselementen, groenblauwe dooradering, agrarisch natuurbeheer en faunavoorzieningen.
We richten ons op het behouden, versterken en realiseren van ecologische verbindingen om migratie en verspreiding van planten- en diersoorten mogelijk te maken, uitwisseling en genetische variatie van soorten te bevorderen, soorten in staat te stellen mee te bewegen met klimaatverandering en herkolonisatie mogelijk te maken.
De uitvoering gebeurt in het Programma Natuurlijk Platteland (PNP). Het beschermingsregime van het NNN, inclusief de verbindingen, is juridisch verankerd in de Provinciale Omgevingsverordening (POV).
Ecologische verbindingen zijn essentieel voor het Natuurnetwerk Nederland.
We versterken de vogelpopulaties in aangewezen leefgebieden voor weide- en akkervogels. Hiervoor stellen we doelen en zetten we agrarisch natuurbeheer in. We richten ons op het realiseren van een stabiele of groeiende trend van akker- en weidevogelsoorten, op kwaliteitsverbetering van open vochtige graslanden en open akkerlanden en op instandhouding en herstel van populaties via gerichte beheermaatregelen, zoals nestbescherming, uitgesteld maaibeheer en inrichting.
Onze inzet concentreert zich op soorten die van (inter) nationaal belang zijn, zoals kievit, wulp, grutto, scholekster en tureluur, veldleeuwerik, patrijs, gele kwikstaart en grauwe kiekendief. Hun populatie neemt sinds al decennialang af. De doelen en instrumenten zijn vastgelegd in het Natuurbeheerplan voor agrarisch natuurbeheer. We ondersteunen de uitvoering met subsidieregelingen en stimuleren samenwerking tussen agrariërs, terreinbeheerders, onderzoeksinstellingen en vrijwilligers.
We versterken de biodiversiteit in heel Drenthe door te investeren in landschap en groen in dorpen en steden. Daarbij zetten we in op het realiseren van Basiskwaliteit Natuur: de minimale omgevingscondities die nodig zijn voor de duurzame instandhouding van algemene soorten.
Dit gebeurt met landschapselementen, groenblauwe dooradering, agrarisch natuur- en landschapsbeheer, ecologisch beheer van overheidsgronden en met vergroening van woongebieden en bedrijventerrein. Hiermee verbeteren we het leefgebied voor insecten, vogels en zoogdieren, en werken we aan een gezonde, aantrekkelijke en klimaatbestendige leefomgeving.
Onze handreiking Basiskwaliteit Natuur en het Handboek landschapselementen in Drenthe zijn hulpmiddelen voor de ruimtelijke inrichting en het beheer in zowel het landelijk gebied en als bebouwde omgeving. De uitvoering gebeurt altijd in samenwerking met medeoverheden, agrariërs, natuurorganisaties en inwoners.
In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op het behoud en de ontwikkeling van ons landschap.
We geven aan waar we met agrarisch natuurbeheer en groenblauwe dooradering inzetten op de bescherming en het herstel van populaties van (inter)nationaal en Drents belang. Het doel is een stabiele of groeiende trend van soorten als patrijs, geelgors, ringmus, grauwe klauwier, kamsalamander en knoflookpad, waarvan de aantallen al decennia afnemen. Dat doen we door het onderhoud en de aanleg van landschapselementen te stimuleren zoals struwelen, bomenrijen, singels, poelen, (akker)randen en voedselveldjes.
De doelen en instrumenten zijn vastgelegd in het Natuurbeheerplan voor agrarisch natuurbeheer. We faciliteren de uitvoering met subsidieregelingen en stimuleren de samenwerking tussen agrariërs, terreinbeheerders, onderzoeksinstellingen en vrijwilligers.
Het doel van de Europese Natuurherstelverordening is om uiterlijk in 2050 alle herstelbehoevende ecosystemen binnen Nederland in goede staat te brengen. De nadruk ligt daarbij op het verbeteren van de hydrologische omstandigheden, de kwaliteitsverbetering van Natura 2000-habitats en het versterken van ecologische samenhang. Drenthe kan hieraan bijdragen met heide, hoogveen, beekdalen, bossen en agrarische landschappen. De Natuurherstelverordening moet door het Rijk nog worden vertaald in nationaal natuurbeleid. De verwachting is dat dit op langere termijn leidt tot een opdracht om te zoeken naar nieuwe natuurgebieden. Natuurontwikkeling in drie aangeduide beekdalen biedt daarvoor potentie. Deze aanduiding heeft op dit moment geen beleidsstatus en geen gevolgen voor het huidige gebruik.
Wij hebben een wettelijke taak om maatregelen te nemen ter voorkoming, beheersing en bestrijding van invasieve exoten. In het provinciale Plan van Aanpak Invasieve Exoten en het bijbehorende uitvoeringsprogramma zijn de doelstellingen, prioriteiten en keuzes geformuleerd en samengebracht in een integrale aanpak.
We streven naar een wolfvrije regio, hoewel dit onder de huidige wettelijke bescherming niet uitvoerbaar is. De aanwezigheid van de wolf vraagt om een zorgvuldige balans tussen ecologie, veiligheid en bescherming van landbouwhuisdieren. We zetten in op preventie, met onder meer subsidieregelingen voor wolfwerende rasters en advies door wolvenconsulenten. Tegelijkertijd blijven we ons inzetten voor meer juridische ruimte om in uitzonderlijke situaties sneller te kunnen handelen bij niet‑schuwe of probleemwolven. Daarnaast blijft voorlichting en monitoring belangrijk, zodat inwoners en dierhouders goed geïnformeerd zijn over veilig wonen, werken en recreëren in gebieden waar wolven aanwezig zijn.

Ons landbouwsysteem
Een eeuw geleden bestond de Drentse landbouw vooral uit kleinschalige gemengde bedrijfsvoering op de hogere zandgronden en beperkte veeteelt in de beekdalen. Vanaf het midden van de twintigste eeuw veranderde het landschap ingrijpend door ontginningen, mechanisatie en ruilverkavelingen. Heidevelden maakten plaats voor productief grasland en akkerbouw, beken werden rechtgetrokken en grote percelen kwamen beschikbaar voor moderne landbouw. Waar het landschap vroeger vooral door natuurlijke systemen werd gevormd, kreeg het in deze periode een duidelijke agrarische signatuur.
Tegenwoordig beslaat landbouw nog altijd ruim zestig procent van het Drentse grondgebied, waarmee het in belangrijke mate ons landschap bepaalt. De landbouw in Drenthe is grotendeels grondgebonden. Op de hogere zandgronden ligt het accent op (de samenwerking tussen) melkveehouderij en akkerbouw. In de Veenkoloniën vormt de akkerbouw de hoofdmoot. De open-grond tuinbouw – waaronder de bloembollenteelt – is kleinschaliger. . Glastuinbouw en intensieve veehouderij komen in Drenthe relatief weinig voor.
Het landgebruik is niet los te zien van het bodem- en watersysteem. De ondiepe keileemlagen, de variatie in grondwaterstanden en de verschillen tussen hoge zandgronden en lagere veengebieden bepalen welke vormen van landbouw mogelijk zijn. In natte beekdalen en laagveengebieden zijn de mogelijkheden voor akkerbouw beperkt, terwijl de hogere gronden juist gevoelig zijn voor droogte. Klimaatverandering versterkt deze dynamiek: langere periodes van droogte, intensere buien en een grotere druk op waterbeschikbaarheid gaan teeltpatronen beïnvloeden.
In de afgelopen decennia nam de schaal van bedrijven toe en daalde het aantal agrarische ondernemers, terwijl de productie per hectare hoger werd. Tegelijk groeide de aandacht voor verbreding, kringlooplandbouw en de samenwerking tussen melkveehouderij en akkerbouw, bijvoorbeeld in het uitwisselen van mest en voer. Deze samenwerking bouwt voort op een lange traditie van onderlinge organisatie en naoberschap op het Drentse platteland. Veel boeren investeren al jaren in bodemverbetering, innovaties op het erf en agrarisch natuurbeheer.
Het landbouwsysteem zorgt voor voedselproductie, werkgelegenheid, beheer van het landschap en een vitaal platteland. Tegelijkertijd wordt duidelijk dat het huidige systeem niet zonder meer toekomstbestendig is. De druk op bodem, water en natuur neemt toe, regelgeving verandert en het verdienvermogen staat onder spanning. De uitdaging voor de komende decennia ligt in het vinden van een nieuwe balans: een landbouw die kan meebewegen met veranderende klimaatomstandigheden, die past bij de draagkracht van bodem en water en die ruimte laat voor biodiversiteit en voor een gezonde bedrijfsvoering. Zoals bij het natuur- en het watersysteem geldt ook voor de landbouw dat het systeem vraagt om herstel, aanpassing en gezamenlijke versterking, binnen én buiten de landbouwpercelen
Voor een beweging naar een toekomstbestendig landbouwsysteem maken we strategische keuzes voor verschillende gebieden. Deze keuzes zijn weergegeven op de kaart Landbouw en Natuur en worden hieronder toegelicht. Een nadere uitwerking en uitvoering vindt plaats in het Programma Toekomstgerichte Landbouw en het Programma Toekomstgericht Landelijk Gebied Drenthe (TLGD).
Daarnaast zijn er voor de landbouwontwikkeling regels in de Omgevingsverordening. Deze regels gaan onder ander over de omvang van het agrarisch bouwvlak, de nieuwvestiging, verplaatsing en sanering van intensieve veehouderij en regels voor geitenhouderij en glastuinbouw.
In het prioritair landbouwgebied met generieke opgaven ondersteunen we de agrarische sector met de inzet van het Europese Gemeenschappelijke Landbouw Beleid (GLB) en zetten we in op een goede zoetwatervoorziening. We stimuleren innovatie en verbetering van de bodemvitaliteit en ondersteunen landschapsbeheer- en ontwikkeling met Agrarisch Natuurbeheer. Daarnaast stimuleren we mestvergisting en hernieuwbare energie op landbouwbedrijven. Voor de vermindering van de stikstofemmissie en de vermindering van de afspoeling van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen, voeren we een uitvoeringsprogramma onder het programma Toekomstgericht Landelijk Gebied Drenthe (TLGD) uit.
Ontwikkelingen van nieuwe, niet-agrarische functies in het prioritaire landbouwgebied vragen om zorgvuldigheid en een selectieve benadering. We zijn terughoudend met het toevoegen van functies die niet goed combineren met landbouw, zoals woningbouw en bepaalde vormen van recreatie.
In een aantal TLGD-gebieden in de provincie is er sprake van een stapeling van opgaven. In deze gebieden willen we een extra reductie van de stikstofemissies realiseren. Voor de betrokken bedrijven is dit een forse opgave. In de komende jaren gaan we hier gebiedsgericht aan de slag. Van onderop. Dat betekent dat we samen met ondernemers, organisaties en inwoners een plan maken voor maatregelen op het gebied van stikstof, natuur, water en klimaat. Daarbij kijken we ook naar de mogelijkheden om de landbouwstructuur te verbeteren. Denk daarbij aan kavelruil, verplaatsing, extensivering met grondinstrumenten, herbestemming van vrijkomende erven en mogelijkheden voor landschapsontwikkeling en recreatieve ontwikkelingen. De uitwerking van de gebiedsgerichte opgave vindt plaats binnen het programma Toekomstgericht Landelijk Gebied Drenthe (TLGD).
In deze gebieden stimuleren we zorgvuldig bodemgebruik ten behoeve van drinkwaterwinning. De grondwaterwinning is op een aantal plaatsen kwetsbaar, zoals in Noordbargeres. Daar zijn de effecten van landgebruik meetbaar bij de winning. Maatregelen om de belasting van het grondwater met nitraat en gewasbeschermingsmiddelen te verminderen kunnen gevolgen hebben voor het agrarisch gebruik. We bekijken met de agrariërs in deze gebieden naar de mogelijke maatregelen en de impact van deze maatregelen en maken afspraken over toekomstig gebruik. Waar nodig en mogelijk geven we antwoord op het verlies aan verdienvermogen.
De Drentse glastuinbouwsector teelt gewassen van hoge kwaliteit. Als provincie hebben we de ambitie om deze sector nog groener en slimmer te maken. We stimuleren ondernemers om hun kennis te delen en reststromen slim te hergebruiken, ook in samenwerking met andere sectoren. We evalueren de huidige glastuinbouwclustering en verkennen of een nieuw cluster op het bedrijventerrein bij Wijster wenselijk en haalbaar is.
Het Drentse platteland is voor veel bewoners een plek van rust, ruimte en gemeenschap. Mensen wonen en werken er graag, hechten zich aan hun dorp, kennen hun buren en leven te midden van een landschap dat bijdraagt aan hun brede welvaart. Maar achter die kwaliteiten gaan ook kwetsbaarheden schuil. Door vergrijzing, vertrek van jongeren en een krimpende beroepsbevolking neemt de draagkracht voor voorzieningen af. Scholen, zorgpunten, winkels en ontmoetingsplekken verdwijnen of komen steeds verder weg te liggen. Dat verandert hoe mensen wonen, werken en samenleven — en vraagt meer van de veerkracht van dorpen en van de creativiteit van de gemeenschap.
Tegelijkertijd zoeken steeds meer mensen het landelijke gebied op om te recreëren of om dichter bij natuur en ruimte te wonen. In grote delen van Drenthe dragen de bezoekers bij aan een levendige lokale economie: recreatie en toerisme zorgen voor werkgelegenheid, versterken de lokale middenstand en houden voorzieningen overeind. Maar dat beeld is niet overal gelijk. Er zijn ook gebieden waar minder toeristen komen, zoals de Veenkoloniale gebieden.
Vernieuwde inzet op plattelandsontwikkeling
Wij willen graag bijdragen aan het behoud van brede welvaart op het platteland. We verkennen met onze partners hoe we daar het beste invulling aan kunnen geven. Wij willen een leefbaarheidsprogramma ontwikkelen dat goed aansluit bij de opgaven en behoeften van de inwoners en ondernemers in het landelijk gebied en in lijn is met het gemeentelijke beleid.
Onderwerpen die een plek kunnen krijgen in dit programma zijn:
Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB): samen met gemeenten gaan we gebiedsgericht beleid voor VAB uitwerken, gericht op het bevorderen van leefbaarheid en economische vitaliteit, het versterken van de ruimtelijke kwaliteit, het tegengaan van leegstand en verrommeling en het voorkomen van ondermijning. Dit kan leiden tot aanpassing van de regels in de Omgevingsverordening en de Ruimte voor Ruimte-regeling.
De mogelijkheden voor de ontwikkeling van erfensembles (een woongemeenschap)) en nieuwe landgoederen.
Het verbeteren van de bereikbaarheid van voorzieningen.
De recreatieve en toeristische ontwikkelingen die voortkomen uit de samenwerking in het kader van de Nationale Parken.
Het doorzetten van het LEADER-subsidieprogramma, waarmee initiatieven uit plattelandsregio's worden ondersteund.
Ruimtelijk-economische visie op de ontwikkeling van recreatie en toerisme
Om in te kunnen spelen op de veranderende vraag naar dag- en verblijfrecreatie, is een langetermijnvisie nodig. We werken met onze partners een ruimtelijk toeristisch-recreatieve structuur uit die voorziet in ontwikkelmogelijkheden, evenementen, een goede spreiding van accommodaties en voorzieningen met verbindende recreatieve routestructuren. Daarnaast werken we met gemeenten en brancheorganisaties aan de vitalisering van vakantieparken
Naoorlogse provinciale ruimtelijke sturing
Na de Tweede Wereldoorlog koos de provincie voor een beleid van geconcentreerde groei. Dit leidde tot de ontwikkeling van de nieuwe steden Emmen en Hoogeveen en tot verdere groei van Assen, Meppel en Coevorden. Dorpen met een gunstige ligging nabij werkgelegenheid en voorzieningen kregen eveneens ruimte om te groeien. Daarbij bleef veel van het karakteristieke Drentse landschap behouden, bijvoorbeeld door de oude waardevolle essen niet te bebouwen.
In de jaren zestig en zeventig was sprake van een sterke woningbouwproductie en de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen. Tegelijkertijd ontwikkelde Drenthe haar regionale infrastructuur, onder meer via de aanleg van de verbindingsroutes Assen–Hoogeveen (later de A28) en Hoogeveen–Duitse grens (nu de A37). Deze ruimtelijke strategie is langjarig aangehouden en heeft geleid tot de huidige sociaaleconomische ruimtelijke structuur van de provincie.
Brede Welvaart
De brede welvaart in Drenthe is over het algemeen hoog. Inwoners zijn gemiddeld tevreden over hun leven, woonomgeving, sociale contacten en veiligheidsgevoel. Ook scoren Drenten relatief goed op sociale samenhang: vrijwilligerswerk, onderling vertrouwen en ervaren leefbaarheid liggen boven het landelijke gemiddelde.
Tegelijkertijd zijn er verschillen tussen groepen. Een deel van de inwoners ervaart moeite met rondkomen, en bij sommige huishoudens stapelen financiële, sociale en gezondheidsproblemen zich op, wat leidt tot lagere brede welvaart binnen specifieke segmenten van de bevolking. Ook jongvolwassenen (18–34 jaar) scoren lager op brede welvaart, onder meer door financiële druk, beperkte toegang tot betaalbare woningen en lagere tevredenheid over werkgelegenheid. Lagere brede welvaart komt in meerdere delen van de provincie voor, met name in regio’s waar demografische en economische uitdagingen samenkomen.
Economische positie en kenmerken
Economisch gezien zijn er in Drenthe positieve en negatieve ontwikkelingen. De werkloosheid is laag en sectoren zoals recreatie en toerisme vormen een stabiele basis. Tegelijkertijd blijft de provincie op sommige economische indicatoren, zoals gemiddeld inkomen en werkgelegenheidsgroei, achter bij het nationale gemiddelde, ondanks een stijgende arbeidsparticipatie en dalende werkloosheidscijfers. Hoewel de materiële welvaart toeneemt door bijvoorbeeld stijgende inkomens, zijn er ook kwetsbaarheden, waaronder een groep inwoners die moeite heeft met rondkomen en een relatief hogere concentratie van lage inkomens. Deze aspecten zijn zichtbaar in verschillende gemeenten en regio’s binnen de provincie.
Omgaan met demografische verandering
De bevolkingssamenstelling van Drenthe verandert door vergrijzing en ontgroening. Er komen relatief meer ouderen, die ook langer leven, en minder gezinnen met kinderen. De groei van een- en tweepersoonshuishoudens zorgt voor een andere woonbehoefte en een krimpende beroepsbevolking beïnvloedt de regionale arbeidsmarkt. Draagvlak voor voorzieningen en leefbaarheid in wijken en dorpen staat onder druk door deze huishoudensverdunning. De demografische effecten verschillen bovendien per gebied. Deze ontwikkelingen vragen om aandacht en bieden tegelijk kansen om samen te blijven bouwen aan sterke gemeenschappen.
Invullen van de vraag naar ruimte
De opgaven voor klimaat, water, natuur, landbouw, energie, economie, wonen, bereikbaarheid en defensie vragen om zorgvuldige en slimme keuzes in ruimtegebruik en prioritering. Een groot deel van de huidige bebouwde ruimte is verouderd: veel gebouwen en bedrijventerreinen zijn uit bouwperiodes waarin minder aandacht was voor duurzaamheid en klimaatbestendigheid. Ook de beschikbare ruimte op bedrijventerreinen is onvoldoende om economische groei en de noodzakelijke transities te ondersteunen. Tegelijkertijd vragen de energietransitie (ruimte voor energiesystemen), de circulaire economie (ruimte voor industrie en bedrijvigheid) en klimaatadaptatie (ander ruimtegebruik) om concrete keuzes over wat waar kan, en wat niet. Het Rijk heeft de wet op de defensiegereedheid (WoDG) in voorbereiding om de uitvoering van het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie te versnellen en de gebruiksruimte voor activiteiten te vergroten. De verdere invulling van de weerbaarheidsopgave, waarbij in beeld wordt gebracht wat er nodig is bij militaire of hybride dreigingen, kan leiden tot prioritering in de verdeling van ruimte.
Waarborgen brede welvaart
De vitaliteit van de samenleving staat onder druk. Vergrijzing en arbeidsmarktkrapte, toenemende sociale ongelijkheid, digitalisering en technologisering, veranderende geopolitieke verhoudingen, klimaatverandering, verlies van biodiversiteit en toenemende ruimtedruk komen tegelijk op de samenleving af. Dat vraagt om een sociaaleconomisch systeem dat voldoende robuust is om deze veranderingen op te vangen. We werken samen met gemeenten, inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners aan brede welvaart in Drenthe. We willen een provincie waar ruimte is voor nieuwe bedrijvigheid, waar onze jeugd blijft wonen of later naar terugkeert, waar de woningmarkt in balans is en waar de kwaliteit van de leefomgeving – landschap, natuur en cultuur – de motor vormt voor duurzame ontwikkeling en nieuwe inwoners en bedrijvigheid aantrekt. Daarmee willen we Drenthe sociaal sterk, vitaal en economisch toekomstbestendig houden.
Drenthe is een provincie van dorpen en menselijke maat, met steden die voorzien in ruimte voor wonen, werken en regionale voorzieningen. Onze ambitie is om die kracht te behouden en te benutten voor groei. Groei is daarbij essentieel: om onze brede welvaart te behouden heeft Drenthe nieuwe inwoners en een evenwichtige bevolkingsopbouw nodig. Daarom willen we mensen aantrekken met een aantrekkelijke woonomgeving, werkgelegenheid, bereikbare voorzieningen en een fijne, hechte samenleving.
We sturen gericht op verstedelijking, met voldoende ruimte voor energie, infrastructuur en bedrijvigheid. Ontwikkeling bundelen we rond goed bereikbare steden en dorpen en in stationsomgevingen. Daarbij benutten we het bestaande bebouwde gebied of de direct aangrenzende ruimte zo veel mogelijk. Uitbreiding vindt alleen plaats waar dat logisch is, gezien de netwerken voor mobiliteit, energie en economie, waar ontwikkelingen klimaatbestendig kunnen worden ingepast en met kwaliteit kunnen worden vormgegeven. Voor kleine dorpen is het mogelijk om woningen toe te voegen voor de lokale behoefte.
We versterken de economische basis, met toekomstbestendige bedrijvigheid die past bij onze kwaliteiten en ruimte biedt aan innovatie. We willen dat inwoners, jong en oud, in Drenthe kunnen leren, werken en doorgroeien, en dat bedrijven voldoende ruimte en goede digitale en fysieke verbindingen hebben om te ondernemen. Met aantrekkelijke werk- en leefmilieus willen we zowel aanwezig talent behouden als nieuw talent en nieuwe inwoners aantrekken. Daarvoor investeren we in diverse werkmilieus, van stadsomgevingen tot dorpsbedrijven.
Goede voorzieningen zijn cruciaal voor brede welvaart: bereikbaar onderwijs, zorg dichtbij, plekken om elkaar te ontmoeten, sport en cultuur, en een groene en veilige leefomgeving die uitnodigt om gezond te leven en te recreëren. Dat vraagt onder andere om een verbindende infrastructuur, veilige fietsroutes, betrouwbaar OV, moderne digitale netwerken en goede verbindingen met omliggende economische regio’s.
Kortom: we zetten in op gezonde groei die past bij Drenthe. Met dorpen als ruggengraat, sterke regio kernen (steden), een gezonde economie en infrastructuur die mensen, kansen en plaatsen met elkaar verbindt.
We hebben te maken met enkele knelpunten voor ontwikkeling, die buiten onze directe invloedssfeer liggen.
Oplossen van netcongestie
Het oplossen van netcongestie is randvoorwaardelijk voor regionale economische ontwikkeling, voor woningbouw en voor mobiliteit. De druk op onze elektriciteitsinfrastructuur laat zien dat betere benutting, verzwaring en uitbreiding nodig zijn. Lokaal, regionaal en landelijk, met prioriteit op korte termijn (tot aan 2030), maar ook daarna. Het Rijk verwacht dat in 2050 het energienetwerk voldoende is verzwaard en uitgebreid, de netcongestie is opgelost en de samenleving grotendeels draait op duurzame elektriciteit. Het Rijk richt zich daarbij vooral op het versoepelen en versnellen van ruimtelijke procedures. Voor Drenthe betekent dit dat we zorgvuldig omgaan met de inpassing van nieuwe energievoorzieningen en dat we inwoners, bedrijven en partners daar tijdig bij betrekken.
Oplossen stikstofprobleem
Het oplossen van het stikstofprobleem is randvoorwaardelijk om weer vergunningen te kunnen verlenen voor het bouwen van woningen en bedrijfspanden, het uitbreiden van energie‑ en mobiliteitsinfrastructuur en het organiseren van evenementen. Daarvoor is effectieve wetgeving van het Rijk nodig, gericht op zowel verduurzaming van de landbouw, industrie en mobiliteit als de kwaliteitsverbetering van de natuur in Natura 2000 gebieden. De transitie van het landelijk gebied gaan we zorgvuldig en gebiedsgericht aanpakken. Dat doen we samen met boeren, ondernemers, terreinbeheerders en inwoners, met oog voor de leefbaarheid van het platteland en een verdienmodel voor de boer.
Betaalbaarheid
Door stijgende prijzen staan de vaste lasten voor veel huishoudens onder druk, wat leidt tot een hogere financieringslast en behoefte aan beleid gericht op betaalbaarheid. Tegelijkertijd staan de overheidsmiddelen voor investeringen in wegen, openbaar vervoer en sociale, culturele en recreatieve voorzieningen ook onder druk. In de uitwerking van overheidsbeleid is meer aandacht nodig voor groepen waarvoor basisvoorzieningen zoals een woning, eten, energie en vervoer onvoldoende toegankelijk zijn en voor prioritering van uitgaven.
We willen dat Drenthe een provincie blijft waar mensen goed kunnen leven, werken en meedoen. Dat vraagt om aantrekkelijke en leefbare steden en dorpen die kunnen inspelen op veranderingen met behoud van hun identiteit. Inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en overheden werken samen aan brede welvaart; met ruimte voor nieuwe initiatieven, sterke voorzieningen zoals onderwijs, zorg en cultuur, en een gezonde leefomgeving in zowel stad als platteland.
Drenthe is onderdeel van een bredere ruimtelijk-economische agenda in Nederland. We zijn wederkerig verbonden met stedelijke regio’s zoals Groningen, Zwolle en Twente. Deze regio's hebben een stuwende werking op de ontwikkeling Drenthe. De uitdaging is Drenthe sterker te verbinden met deze regio's en om stedelijke en economische groei een klimaatbestendige plek te geven, met behoud en verdere ontwikkeling van de kwaliteit van de leefomgeving. Daarom investeren we gericht in:
de regionale functie, binnenstad en stedelijke voorzieningen van de regiokernen;
de gebiedsfunctie, dorpskern en bovenlokale voorzieningen van gebiedskernen;
de verbindingen tussen de regio- en gebiedskernen en omliggende woonkernen;
een goede verdeling van de vraag naar energie, wonen en werken over de regio.
Wij maken samen met gemeenten en het Rijk afspraken over verstedelijkingstrategieën voor de deelregio’s. Deze strategieën verschillen per gebied en zijn nodig voor het ontwikkelen van een sterk, onderscheidend economisch profiel per regio en om te kunnen sturen op de samenhang tussen stedelijke netwerken en de omliggende gebieden.
We hanteren daarbij de volgende uitgangspunten:
Ruimte voor ontwikkeling zoeken we waar mogelijk binnen bestaand bebouwd gebied door te verdichten, op te toppen en te splitsen, te herstructureren en te transformeren.
We concentreren economische activiteiten in stedelijke gebieden, in stationsomgevingen en andere knooppunten voor Hoogwaardig Openbaar Vervoer en op bedrijventerreinen die goed zijn aangesloten op de hoofdnetwerken van energie en mobiliteit.
We concentreren de groei in de steden en goed verbonden dorpen.
We benutten bestaande milieuruimte efficiënt voor milieuhinderlijke bedrijvigheid efficiënt en reserveren ruimte voor bijvoorbeeld grote ruimtevragers met toegevoegde waarde voor Drenthe.
We stemmen vraag en aanbod van woningbouw en bedrijventerreinen zorgvuldig op elkaar af.
We houden rekening met de belastbaarheid van de energie-infrastructuur en reserveren ruimte voor maatregelen die helpen het energienetwerk in balans te brengen, zoals batterijopslag en het tijdelijk opslaan van waterstof in de ondergrond.
We versterken verbindingen tussen stedelijke gebieden binnen en buiten de regio.
We versterken de regionale economie, recreatie en toerisme en de clusters rondom veiligheid en defensie.
Onze strategische doelen voor een gezonde groei zijn:
Versterken van de regionale ontwikkeling. Wij gebruiken verschillende verstedelijkingsstrategieën voor drie Drentse regio’s. We werken samen met gemeenten en het Rijk aan nationale programma's gericht op nationale structuurversterking en regionale ontwikkeling.
Versterken van de netwerken voor economie, mobiliteit en energie. Wij benutten de beschikbare ruimte en infrastructuur voor bedrijvigheid, bereikbaarheid en energievoorziening en breiden deze waar nodig uit. We stimuleren de ontwikkeling van een hoogwaardig economisch ecosysteem.
Versterken van de woningbouw. Wij stemmen het bestaande en nieuwe woonaanbod af op de (toekomstige) woningvraag en ondersteunen gemeenten bij de realisatie van woningbouw.
Versterken van brede welvaart. Wij dragen bij aan de kwaliteit van leven in heel Drenthe, nu en in de toekomst. We investeren in de bereikbaarheid van voorzieningen en pakken kansen en knelpunten samen met onze partners op.


Onze ambitie vraagt om een integrale benadering. Ontwikkelingen op het gebied van wonen, werken, mobiliteit, energie, klimaatverandering en sociale kwaliteit zijn nauw met elkaar verweven. Daarom werken we aan samenhang tussen ruimtelijke keuzes, economische kansen en maatschappelijke opgaven. We benutten de verschillen tussen regio’s: de stuwende werking van Groningen en Zwolle, de kracht van de Drentse steden, en de kwaliteit van onze dorpen en kleinere kernen, waar gemeenschapszin en leefbaarheid de basis vormen.
Binnen Drenthe onderscheiden we drie regionale netwerken rond onze steden. De drie regio’s verschillen in hun fase van stedelijke ontwikkeling, in demografie, in economie en in hun aansluiting op energie- en mobiliteitsnetwerken en in landschap. Ze zijn onderling verbonden via belangrijke routes voor spoor, weg, water en energie. Sommige van deze corridors verbinden Drenthe met stedelijke regio’s buiten onze provincie, terwijl andere juist de verbindingen binnen Drenthe versterken: tussen onze eigen stedelijke gebieden. Samen vormen ze het netwerk waarop de regionale ontwikkeling draait en zijn de Regio Groningen Assen, Regio Zwolle en Regio Emmen de basis voor verdere samenwerking.
We maken binnen Drenthe onderscheid in verschillende typen kernen op basis van functie en verzorgingsgebied. Regiokernen (Assen, Emmen, Hoogeveen, Meppel) zijn de belangrijkste centra voor voorzieningen en sociaaleconomische ontwikkeling en vormen het zwaartepunt voor verdere verstedelijking. Gebiedskernen (Coevorden, Roden, Klazienaveen, Beilen, Gieten, Borger, Zuidlaren) vervullen een bovenlokale functie en bieden ruimte voor ontwikkeling die past bij hun regionale rol. De overige kernen beschouwen we primair als woonkernen, gericht op het ondersteunen van de lokale leefbaarheid en werkgelegenheid.
We houden in de verstedelijkingsstrategie van de drie regio's rekening met regionale verschillen in behoeften, kwaliteiten en mogelijkheden
De zuidelijke as, van Meppel tot Emmen, heeft een gunstige uitgangspositie voor wonen, werken, energie, (maak)industrie, groene chemie, circulaire economie en grootschalige (XXL) bedrijvigheidOok spelen transport, logistiek, onder andere richting Duitsland, een onderscheidende rol.
De westelijke as, van Meppel tot Assen, biedt goede kansen voor wonen en werken, met nadruk op kwaliteit van de leefomgeving en bereikbaarheid richting Groningen en Zwolle.
De oostelijke as, van Stadskanaal tot Coevorden, heeft sterke uitgangsposities voor landbouw, wonen en werken. Op deze as zijn energie en bereikbaarheid onderscheidende thema’s.

We werken samen met gemeenten en het Rijk aan nationale programma's gericht op nationale structuurversterking en regionale ontwikkeling.

We onderzoeken samen met de gemeenten of er ruimte voor nieuwe ontwikkelingen nodig is en waar de ruimte benut kan worden. De natuurlijke condities van het water- en bodemsysteem, in relatie tot de verwachte klimaatverandering, zijn richtinggevend voor de geschiktheid van gronden als uitbreidingslocatie voor ontwikkeling van wonen en/of werken. Het behoud van cultuurhistorische en landschappelijke waarden versterkt de aantrekkelijkheid en kwaliteit van de leefomgeving. Gebieden met een primaire drinkwater- en natuurfunctie stellen verdere voorwaarden aan bebouwing. Voor alle ontwikkeling geldt het belang om te blijven investeren in groene stads- en dorpsranden en aantrekkelijke overgangen tussen stad en dorp en het landelijk gebied, door in te zetten op substantieel groen ten behoeve van de leefomgeving, biodiversiteit en recreatie, ook in stedelijk gebied.
De economie is voortdurend in beweging. Het is belangrijk dat de randvoorwaarden voor een gunstig vestigingsklimaat op orde zijn. Drenthe bouwt aan een economie met dynamiek en ruimte voor innovatiekracht van de regio. Daarbij focussen we op bedrijven die toegevoegde waarde hebben voor de bestaande clusters en die passen binnen de mogelijkheden van het energienetwerk.
We zetten samen met gemeenten in op diverse toekomstbestendige werkmilieus voor verschillende soorten economische activiteiten. We koesteren schaarse economische functies, geven ruimte aan innovatie en stimuleren ondernemerschap. Daarnaast versterken we de (digitale) verbindingen met economische regio’s buiten Drenthe. We onderzoeken hoe bestaande bedrijventerreinen beter kunnen worden benut en waar strategische uitbreiding gewenst is. Zo blijft er voldoende ruimte voor bedrijven in verschillende groeifasen (start-up tot scale-up).
Drenthe biedt ruimte aan bedrijven en instellingen die (inter)nationale impact hebben. De clusters en bedrijven zijn van belang voor de economische groei van de regio. Vanwege de omvang, de specialisatie of omgevingsimpact van de activiteiten hebben onderstaande ontwikkelingen onze specifieke aandacht.
Energie-intensieve industrie clusters en bedrijven, zoals GETEC Park Emmen (CES 5) en Attero in Wijster (CES 6).
Regionale (grootschalige) bedrijventerreinen met een belangrijke regio-overstijgende functie, zoals De Wieken in Hoogeveen, Bargermeer in Emmen, Stadsbedrijvenpark in Assen en Blankenstein in Meppel.
Bedrijventerreinen met kenmerken die schaars zijn, zoals watergebonden bedrijventerreinen van Meppel en de overslagterreinen van Coevorden.
Complex inpasbare bedrijfsactiviteiten, bijvoorbeeld defensie, digitale infrastructuur, logistiek en activiteiten met een hoge milieugebruiksruimte.
In de Omgevingsverordening zijn zoneringen opgenomen ter voorkomen van verstoring voor de radioastronomie.
Wij faciliteren bedrijven in hun ontwikkeling en verankering in de regionale economie en ondersteunen onderzoeks- en innovatie ecosystemen, zoals Astron en Innovatie Veenkoloniën. Campussen en hubs zijn plekken waar bedrijven, kennisinstellingen en overheden samenwerken aan innovatie en onderzoek. Daarnaast dragen campussen en hubs bij aan het opleiden van talent en aan goed geschoolde werknemers voor ons bedrijfsleven. We ondersteunen de doorontwikkeling van kennis- en innovatie-ecosystemen, zoals Greenwise campus, Veiligheidscampus, Airportcampus GAE, Regiocampus en de hubs: IT-HUB, TechHub, Logistiek Kenniscentrum Coevorden, DOC33 Hoogeveen.
Wij stimuleren dat steden en dorpen beschikken over uitnodigende, goed functionerende en toekomstbestendige centrumgebieden, met behoud van authentieke sfeer en identiteit. Centrumgebieden zijn cruciaal als dynamische economische motoren, centra voor werkgelegenheid en plekken voor ontmoeting, cultuurbeleving en vrijetijdsbesteding en dragen bij aan een hoge kwaliteit van leven. Ze verbinden mensen, cultuur en historie, en vormen het kloppend hart van de regio met winkels, horeca en andere voorzieningen. Leegstand in bestaande centra moet worden voorkomen, daarom is concentratie van winkelvoorzieningen en een gevarieerd aanbod belangrijk.
In de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor detailhandel. Nieuwe vestiging vindt bij voorkeur plaats binnen of direct aansluitend aan centrumgebieden. Buiten deze gebieden worden eisen gesteld aan het omgevingsplan en/of regionale afstemming.
Voor de vraag naar ruimte voor bedrijfsactiviteiten is een voldoende en gevarieerd aanbod van goed gelegen werklocaties nodig. Provincie en gemeenten voeren hiervoor periodiek een behoefteraming uit. Op basis daarvan worden programmeringsafspraken gemaakt over de ontwikkeling van het aanbod. Om zorgvuldig en zuinig om te gaan met ruimte ligt de nadruk op het beter benutten van bestaande bedrijventerreinen en het zorgvuldig kiezen van locaties voor economische activiteiten, passend bij de verstedelijkingsstrategie en in harmonie met de omgeving. Uit de raming richting 2050 blijkt dat zowel uitbreiding als schuifruimte nodig is om groei te kunnen huisvesten.
Met gemeenten en het Rijk worden afspraken gemaakt over strategische uitbreiding. Binnen de bestaande programmering zoeken we met gemeenten naar ruimte voor regionale bedrijventerreinen bij:
Zuidoost: Regionaal bedrijventerrein Zuidoost Drenthe/A37, Rundedal Emmen
Zuidwest: Noord IV Meppel
Noord: Assen Zuid, GAE Bravo Tynaarlo
Daarnaast blijft uitbreiding van lokale bedrijventerreinen mogelijk, zoals afgesproken in de bestaande programmering.
Bestaande bedrijventerreinen worden klaargemaakt voor de toekomst. Samen met gemeenten en de bedrijvenverenigingen werken we aan het versterken van het organiserend vermogen en aan ruimtelijk‑economische verbetering. Dit kan gaan om het optimaliseren van het ruimtegebruik, maatregelen voor biodiversiteit en klimaatadaptatie, of het verbeteren van de openbare ruimte.
In de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor regionale en lokale werklocaties, grote vestigers en solitaire bedrijfsvestiging in het landelijk gebied.
Ons uitgangspunt is een mix van duurzame energiebronnen met zoveel mogelijk gebruik van eigen hernieuwbare bronnen. Elektrificatie vormt de ruggengraat van het toekomstige energiesysteem, aangevuld met decentrale opwek en opslag, energiehubs, collectieve warmtenetten en netwerken voor waterstof en groen gas. In het energiesysteem van de toekomst vindt meer lokale uitwisseling, opwek en opslag plaats, waardoor vraag en aanbod beter op elkaar aansluiten. Dit vraagt om zorgvuldig ruimtegebruik en strategische reservering rond energieknooppunten. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden nagedacht over het bijbehorende energiesysteem. Daarbij hoort ook het verkennen van batterijopslag en het beter op elkaar afstemmen van energieopslag uit wind en zon en het gebruik daarvan in verschillende energiedragers.
Ook de mogelijkheid van een Small Modulair Reactor (SMR) wordt onderzocht, waarbij ook naar draagvlak en een oplossing voor mogelijk afval wordt gekeken. Ondergrondse opslag van gevaarlijk of radioactief afval sluiten we uit.
Drenthe levert een actieve bijdrage aan een klimaatneutraal Nederland door in te zetten op een mix van duurzame energiebronnen en zoveel mogelijk verbruik van eigen hernieuwbare bronnen. Het realiseren van de afspraken uit de Regionale Energiestrategie (RES) heeft prioriteit. Zonnepanelen op daken en binnen of direct aansluitend aan stedelijk gebied hebben de voorkeur. We stellen dubbel ruimtegebruik en lokale participatie als randvoorwaarde bij grootschalige energieprojecten. Eventuele vervolgafspraken met het Rijk over verdere grootschalige opwek in de regio maken we in samenspraak met gemeenten en inwoners. We maken met gemeenten en eigenaren afspraken over de bestaande zon- en windparken die aan het einde van hun technische of economische levensduur zijn.
In de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen met betrekking tot wind- en zonneparken.
Hoewel elektriciteit de ruggengraat vormt van het nieuwe energiesysteem, is elektrificatie alléén niet haalbaar en wenselijk. Door warmtebronnen, zoals geothermie, restwarmte, bodemenergie, zon- en aquathermie slim in te zetten en warmtenetten te ontwikkelen, kan bovengrondse ruimtedruk én druk op het elektriciteitssysteem afnemen. We ondersteunen gemeenten bij de ontwikkeling van plannen voor warmtenetten in de bebouwde omgeving.
In de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen met betrekking tot bodemenergiesystemen.
Het nationale waterstofnetwerk verbindt in de toekomst industriële clusters met waterstofopslagen, productielocaties, en met waterstofinfrastructuur in de ons omringende landen. Gasunie realiseert dit grotendeels met bestaande en voor een klein deel met nieuw aan te leggen leidingen. Uitbreidingen van het waterstofnetwerk richting industrie en steden vraagt nader onderzoek naar de vraagontwikkeling en betalingsbereidheid van bedrijven. We stimuleren de ontwikkeling van de waterstofbackbone met een aansluiting van het industriecluster van Emmen en aanvullende aftakkingen van de backbone bij Hoogeveen, Meppel en Coevorden.
Initiatieven voor groen gas worden gestimuleerd waar deze passen binnen het energiesysteem. Groen gas levert een substantiële bijdrage als duurzame energiedrager en als alternatief voor fossiele brandstoffen voor bedrijven, mobiliteit en delen van de gebouwde omgeving. De oude GZI-leiding (Emmen-Ommen) is gereserveerd voor het transport van groen gas. Groen gas wordt geproduceerd in lokale, gezamenlijke mestvergisters, groen gas clusters en grootschalige groen gas initiatieven op bedrijventerreinen.
Zonder extra maatregelen leidt de energietransitie richting 2050 tot een forse stijging van de piekbelasting op het elektriciteitsnet. Dit legt grote druk op de bestaande netinfrastructuur én op de benodigde ruimte voor uitbreiding daarvan.
We sturen op een slimme inrichting van het energiesysteem. In plaats van verspreide en grootschalige netverzwaring kiest Drenthe voor opslag van energie en het ontwikkelen van energieknooppunten op logische plaatsen die potentieel hebben in de energie-infrastructuur in strategische zones: fysieke locaties in het elektriciteitsnet, waar infrastructuren samenkomen en elektriciteit wordt getransformeerd of verdeeld. Energieknooppunten omvatten ook ruimtelijke en systeemintegrerende functies: ze bieden ruimte voor grootschalige duurzame opwek en energieopslag. Met deze bundeling voorkomen we dat grootschalige energie-infrastructuur verspreid in het landschap een plek krijgt. Zo ontstaat een energiesysteem dat zowel technisch als ruimtelijk in balans is.
We nemen de regie op de totstandkoming van het toekomstig energiesysteem en maken structurerende keuzes over welke energie-infrastructuur prioriteit moet krijgen. De prioritering vindt plaats in het provinciaal Meerjarenprogramma Investeringen Energie en Klimaat (pMIEK). De sturing is gericht op het beter benutten van het netwerk, lokale energie delen in energiehubs en ruimte bieden voor ontwikkelingen die de benodigde flexibilisering en balanceren van het energiesysteem mogelijk maken.
Goed en veilig bereikbaar zijn, is van maatschappelijk belang. Vrijwel iedereen neemt dagelijks deel aan het verkeer, in welke vorm dan ook, zelfstandig of begeleid, naar huis, werk, school of recreatief. Mobiliteit heeft daardoor een belangrijke economische en sociale functie; een goede bereikbaarheid van werkgelegenheid, zorg, onderwijs, sociale en recreatieve voorzieningen draagt bij aan de ontplooiingsmogelijkheden voor de inwoners en daarmee aan de leefbaarheid van Drenthe. In dunbevolkte gebieden is nabijheid van voorzieningen een belangrijke opgave. Daarnaast is bereikbaarheid, zowel voor (zakelijk) personenvervoer als goederentransport, een vestigingsvoorwaarde en is het verkeersnetwerk voorwaardenscheppend en sturend voor de ontwikkeling van wonen en werken in Drenthe.
We willen voorwaarden creëren voor een duurzame ontwikkeling van mobiliteit van goederen en personen, materialen, producten tussen stedelijke netwerken binnen en buiten de regio. We richten ons op het aansluiten van Drenthe op de (inter)nationale netwerken voor spoor, weg, water en door de lucht, door openbaar vervoer en fiets te versterken en door steden en dorpen, werk en voorzieningen veilig bereikbaar te houden.
In bijlage 2 zijn kaarten opgenomen om de samenhangende mobiliteitsnetwerken nader te duiden.
Spoorwegen versterken de hoogwaardige verbinding met stedelijke gebieden buiten onze regio. Het Rijk is verantwoordelijk voor het beheer, onderhoud en de ontwikkeling van hoofdspoorweginfrastructuur voor openbaar personenvervoer, goederenvervoer en defensie. We zetten ons in voor een betrouwbare en snelle verbinding over bestaand spoor en het opheffen van knelpunten in de verbinding, bijvoorbeeld de flessenhals bij Meppel. Daarnaast verkennen we nieuwe spoorverbindingen zoals de Nedersakenlijn en de Lelylijn. De MIRT-verkenning Nedersaksenlijn zal in 2028 uitmonden in een voorkeurstracé voor de nieuwe spoorlijn die Groningen en Twente verbindt. We zien de Nedersaksenlijn als katalysator voor brede welvaart in Zuid Oost Drenthe.
Het hoofdwegennet bestaat uit de autosnelwegen A28, A32 en A37 en de autowegen N33, N34, N48, N381 en N391. Deze stroomwegen zijn bedoeld voor een veilige en betrouwbare afwikkeling van relatief grote hoeveelheden verkeer, met een hoge gemiddelde snelheid, tussen grote kernen binnen en buiten Drenthe. Als wegbeheerder zijn we verantwoordelijk voor de provinciale stroomwegen N34, N381 en N391. Voor de rijkswegen gaan we in overleg met het Rijk om een betrouwbare, veilige en toekomstbestendige inrichting te borgen.
We zijn als provincie eigenaar en beheerder van het vaarwegennetwerk in Drenthe. We dragen bij aan het in stand houden van vaarnetwerk door zorgvuldig beheer van de vaarwegen, de kunstwerken zoals bruggen en sluizen en het bestrijden van invasieve plaagsoorten.
en is een belangrijke vestigingsfactor voor internationale bedrijven en van belang voor de regionale ontwikkeling met de realisatie en verdere uitbouw kvan het Business Park Bravo en de Airport Campus. De rijksoverheid is het bevoegd gezag voor Groningen Airport Eelde. Wij zijn voor 30% aandeelhouder van de luchthaven.
We hebben bevoegdheden over de luchtvaartactiviteiten van vliegveld Hoogeveen en Heli Holland onder de Regeling Burgerluchthavens en Militaire luchthavens (RBML). We toetsen verzoeken voor nieuwe luchtvaartactiviteiten aan de Beleidsnota Luchtvaart, de Ontheffingen Tijdelijk en Uitzonderlijk Gebruik luchtvaartuigen (TUG) en aan de Beleidsregel TUG.
De luchthaven Groningen Airport Eelde geeft toegang tot het internationale en intercontinentale luchtvaartnetwerk
in Drenthe bestaat uit de nationale en regionale treinen en Bus Rapid Transit (BRT) in de vorm van Q-liner en Q-link bussen. We zijn als opdrachtgever verantwoordelijk voor het decentraal openbaar vervoer met trein en bus. Het Rijk is verantwoordelijk voor het beheer van spoorwegen en nationale treinen.
Onze ambitie is het HOV als aantrekkelijk alternatief voor de auto. Dat betekent snel, betrouwbaar, comfortabel en frequent met een minimale bediening van twee keer per uur. We willen het aantal overstappen beperken. Daarom vormen HOV-lijnen een directe verbinding tussen regiokernen en gebiedskernen. We zien kansen voor het ontwikkelen van nieuwe BRT-verbindingen, namelijk Emmen – Hoogeveen, Hoogeveen – Dedemsvaart/Slagharen, Emmen – Beilen – Drachten, Emmen – Klazienaveen, Meppel - Zwolle en Meppel – Smilde - Assen.
Het basisnetwerk Openbaar Vervoer per bus bestaat uit stads- en streeklijnen en BRT in de vorm van Q-liner en Q-link. Het basisnetwerk is opgenomen in de Busconcessie Groningen Drenthe. Het OV-bureau Groningen Drenthe beheert de concessie. Daar waar de bus niet rijdt, bieden we flexvervoer (hubtaxi/doelgroepenvervoer) en benutten we kansen voor deelmobiliteit.
We ontwikkelen samen met gemeenten en andere partners knooppunten van publieke mobiliteit: fysieke locaties waar reizigers in staat worden gesteld om op en over te stappen van trein, bus, auto, fiets en/of deelmobiliteit. Voor de ontwikkeling van de knooppunten zoeken we nadrukkelijk de koppeling met lokale voorzieningen voor ontmoeting, boodschappen, zorg, werk, onderwijs, cultuur en sport. Knooppunten met een (boven)regionale functie in de regiokernen en gebiedskernen worden bediend met HOV. Op dorps en/of wijkniveau zijn lokale knooppunten mogelijk. Daar waar de bus niet rijdt, is de basisbediening van deze locaties vraaggestuurd (hubtaxi). Het overige aanbod van publieke mobiliteit is maatwerk en kan bijvoorbeeld bestaan uit deelmobiliteit.
Belangrijke voorzieningen, kernen en gebieden sluiten via het regionale wegennetwerk aan op het hoofdwegennetwerk. Het regionale wegennetwerk bestaat uit gebiedsontsluitingswegen met een bovenlokale betekenis. Deze wegen kunnen ook in beheer van gemeenten zijn. Als wegbeheerder werken we aan een veilige inrichting van provinciale infrastructuur met zorgvuldig en duurzaam beheer en onderhoud. We maken met gemeenten afspraken over een betrouwbare en veilige inrichting van de wegen die in gemeentelijk beheer zijn.
We hanteren de CROW-richtlijnen voor de duurzaam veilige inrichting van infrastructuur voor weg- en fietsverkeer. In de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor de verkeersafwikkeling van nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied.
Doorfietsroutes zijn comfortabele, rechtstreekse en herkenbare routes om het gebruik van de fiets op de lange afstand te stimuleren. We werken samen met het Rijk en gemeenten aan een compleet doorfietsroutenetwerk. We zien potentie om fietsverbindingen van, naar en tussen regio- en gebiedskernen op te waarderen tot doorfietsroute. Onze prioriteit ligt bij het realiseren van ontbrekende schakels en het wegnemen van knelpunten in verkeersveiligheid.
De meeste dagelijkse verplaatsingen zijn over relatief korte afstanden. De fiets speelt hierin een belangrijke rol. Fietsen is een betaalbare, gezonde en duurzame vorm van mobiliteit. We zetten in op een compleet netwerk van verkeersveilige hoofdfietsroutes. Deze kunnen ook in beheer van gemeenten zijn. Hoofdfietsroutes verbinden woonkernen met voorzieningen in de regio- en gebiedskernen en de grote recreatieve bestemmingen.
Wij zetten samen met gemeenten en andere partners in op een gedragsaanpak om het aantal verkeerslachtoffers tot nul te reduceren en duurzame en actieve mobiliteit te stimuleren. We stimuleren de verduurzaming van mobiliteit door slim gebruik te maken van het netwerk en door in te zetten op milieuvriendelijke vervoerswijzen te stimuleren. Een dekkend netwerk met (semi)publieke laadinfrastructuur is van belang voor de verduurzaming van het wagenpark.
In lijn met de bestaande woningbouwafspraken werken we met het Rijk aan het sneller bouwen van meer woningen, met aandacht voor ieders rol en verantwoordelijkheid. Er is daarbij bijzondere aandacht voor herstructurering van de bestaande bebouwing. Woningbouw kan niet los worden gezien van de ontwikkeling van bedrijvigheid (banen) en investeringen in voorzieningen, bereikbaarheid, energie, recreatie en groen. Kwalitatieve keuzes voor bijvoorbeeld het type woonomgeving en woningen zijn van belang om het woningaanbod aan te laten sluiten bij de toekomstige vraag en te stimuleren dat er voldoende betaalbare en duurzame woningen worden gerealiseerd (de juiste woningen voor de juiste doelgroepen op de juiste plek).
In de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen met betrekking tot woningbouw in het stedelijk en landelijk gebied.
Betere aansluiting van de woningvoorraad bij de woonbehoeften
Het provinciaal volkshuisvestingsprogramma (VHP) is het belangrijkste instrument waarmee wij onze nieuwe wettelijke rol in de volkshuisvesting vormgeven. Zodra de Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) is vastgesteld, wordt het VHP verplicht. Het programma biedt een beleidskader en vormt het juridische fundament voor afspraken met gemeenten, woningcorporaties en het Rijk. De focus ligt op regie voeren en afspraken maken over hoeveel woningen er komen, waar ze komen en voor wie ze bedoeld zijn. Daarbij is er veel aandacht voor het beter benutten van de bestaande woningen, mensen met een laag of middeninkomen (betaalbaarheid) en voor aandachtsgroepen. Het VHP werkt de afspraken uit die Rijk, provincies en gemeenten samen maken. Ons beleid is ook gericht op het versnellen van de transitie naar nieuwe, duurzamere en circulaire bouwmethodes.
Ondersteunen van gemeenten bij woningbouw
Wij ondersteunen gemeenten bij plannen voor herstructurering en transformatie van het stedelijk gebied. De Drentse steden in het algemeen en Assen en Emmen in het bijzonder, zijn belangrijke motoren voor de ontwikkeling van Drenthe. De steden vervullen een regiofunctie en bieden ruimte voor binnenstedelijke woningbouw op grotere schaal, in combinatie met goede bereikbaarheid, voorzieningen en werkgelegenheid. Het verdichten van wijken moet samengaan met de groenopgave uit de Natuurherstelverordening en leiden tot hoogwaardige, attractieve en klimaat-adaptieve buitenruimtes en publieke binnenruimtes. Gemeenschappelijk beheerde buitenruimtes kunnen de betrokkenheid van bewoners en de leefbaarheid van de wijk versterken.
Eventuele uitbreiding vindt zoveel mogelijk plaats aansluitend aan de bestaande bebouwing met een goede verbinding naar het centrumgebied. Bij de ontwikkeling van stadsranden is het van belang om de ruimte om te bewegen en te recreëren in het uitloopgebied integraal onderdeel van het ontwerp te maken.
Ook in dorpen met een gebiedsfunctie bieden wij mogelijkheden om te bouwen. Kernen met een gebiedsfunctie hebben een bovenlokaal verzorgingsgebied en bieden ruimte aan andere woonomgevingen dan de steden en de dorpen in het landelijk gebied. De verbinding met het omliggende landschap is van belang voor het functioneren en de kwaliteit van deze kernen. De realisatie van woningen vindt bij voorkeur binnen de bestaande of anders aansluitend aan de bestaande bebouwingscontour plaats. Onze inzet is dat uitbreiding leidt tot een aantrekkelijke dorpsrand. Bij de ontwikkeling van dorpsranden is het van belang om de ruimte om te bewegen en te recreëren integraal onderdeel van het ontwerp te maken.
We willen in de kleinere kernen van Drenthe met primair een woonfunctie (woonkernen) vervangende woningbouw of toevoeging van nieuwe woningen op basis van de lokale vraag mogelijk maken. Bewonersinitiatieven kunnen daarbij een belangrijk rol spelen in de sociale cohesie van het dorp. De realisatie van woningen vindt in principe binnen of aansluitend op de bestaande bebouwingscontour plaats. In de kleine gehuchten is het ontwikkelen van erfensembles (woongemeenschappen) mogelijk.
We gaan zorgvuldig en selectief om met de ontwikkeling van nieuwe, niet-agrarische functies in het buitengebied. We zien onder andere woningbouw en vestiging van lokale bedrijven als mogelijkheden voor de herbestemming van een voormalig agrarisch bedrijf.
We werken samen met gemeenten, inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners aan brede welvaart in Drenthe. We willen een provincie waar ruimte is voor nieuwe bedrijvigheid, waar onze jeugd blijft wonen of later naar terugkeert, waar de woningmarkt in balans is en waar de kwaliteit van de leefomgeving – landschap, natuur en cultuur – de motor vormt voor duurzame ontwikkeling en nieuwe inwoners en bedrijvigheid aantrekt. Zo houden we Drenthe sociaal sterk, vitaal en economisch toekomstbestendig.
Bijdragen aan brede welvaart
Brede welvaart wordt afgemeten aan hand van een groot aantal indicatoren onder acht verschillende thema’s, waarbij het gaat om de huidige staat en de toekomstige staat van brede welvaart. De indicatoren zijn in de meeste gevallen niet in directe zin te vertalen naar de ruimtelijke context. In onderstaand overzicht is voor een selectie van indicatoren aangegeven welke eisen gesteld kunnen worden aan het ontwerp en inrichting van de ruimte vanuit het perspectief van brede welvaart.
Binnen Drenthe zijn er tussen gebieden verschillen in brede welvaart. De geconstateerde verschillen kunnen aanleiding zijn om ongelijk te investeren binnen Drenthe. We ondersteunen de ambitie van de regio Zuid Oost Drenthe om de gezondste regio van Nederland te worden. Daarnaast is de vergrijzing een belangrijk aandachtspunt en zijn zorgzame gemeenschappen een belangrijk thema.
Bijdragen aan de leefbaarheid in relatie tot voorzieningen
We werken met gemeenten aan een gezamenlijke aanpak om voorzieningen voor iedereen toegankelijk te houden. De afstand tot voorzieningen in Drenthe neemt toe en de bereikbaarheid van voorzieningen verschilt per gebied en tussen groepen mensen. In landelijke gebieden kan de afstand tot basisvoorzieningen, zoals een supermarkt of huisarts, een uitdaging vormen, vooral voor mensen zonder auto. Voor voorzieningen zijn lokale initiatieven goud waard. Onze aanpak is gericht op het ondersteunen van lokale initiatieven en het vereenvoudigen van voorwaarden voor kleinere subsidiebijdragen. In de steden is dit anders, aangezien daar sprake is van meerdere ruimteclaims en meer potentieel conflicterende initiatieven. Hier is een meer specifieke aanpak op zijn plaats, met gerichte investeringen.

In de voorgaande twee hoofdstukken is benadrukt dat een mooie, schone, gezonde en veilige leefomgeving essentieel is voor het welzijn van inwoners, voor biodiversiteit en voor de aantrekkelijkheid van Drenthe voor bezoekers en nieuwe inwoners. De opgaven in het landelijk gebied en in onze dorpen en steden dagen ons uit om deze kwaliteiten te benutten en te versterken.
Behoud en versterken van ruimtelijk kwaliteit
De opgave is om te begrijpen waar de ruimtelijke en omgevingskwaliteit kwetsbaar is, waar deze onder druk komt te staan en waar ontwikkelingen het karakter van Drenthe kunnen raken of versterken. Met onze focus op het behoud van herkomstwaarde, een goede gebruikswaarde en toekomstwaarde dragen we bij aan de kwalitatieve ontwikkeling van Drenthe.
Volksgezondheid en sociale samenhang
Vergrijzing, toenemende eenzaamheid, de mate van gezondheid en brede welvaart en de afstand tot voorzieningen beïnvloeden steeds sterker hoe mensen wonen, leven en meedoen in de samenleving. De behoefte aan zorg, ontmoeting en beweging verandert en stelt nieuwe eisen aan de manier waarop wijken, dorpen en steden zijn ingericht. De uitdaging is om kwetsbaarheden voor de volksgezondheid te monitoren en ruimtelijke keuzes te laten bijdragen aan de gezondheid van onze inwoners.
We willen een provincie waar mensen graag wonen, werken en op bezoek komen, en waar de kwaliteit van de leefomgeving uitstekend is.
Onze ambitie is dat nieuwe ontwikkelingen de ruimtelijke kwaliteit, milieukwaliteit, gezondheid en veiligheid zoveel mogelijk versterken. Wij willen dat het karakteristieke landschap leesbaar en beleefbaar blijft, bodem, water en ondergrond duurzaam en veilig worden benut, de lucht schoon blijft en er weinig hinder wordt ervaren van geur, geluid en licht.
We zetten in op een leefomgeving die uitnodigt tot bewegen, ontmoeten en ontspannen, en die bescherming biedt tegen risico’s voor gezondheid en veiligheid. Een omgeving waarin mensen zich verbonden voelen met elkaar en met hun omgeving, en waar de sociale cohesie die Drenthe kenmerkt behouden blijft.
Om onze ambitie te realiseren, is het essentieel dat we als provincie zelf een beweging maken. De opgaven waar we voor staan vragen niet alleen iets van de fysieke omgeving, maar ook van onze eigen manier van organiseren, ontwikkelen en samenwerken.
We willen een provincie zijn die vooruitkijkt, meebeweegt, nieuwsgierig is en energie geeft aan initiatieven die passen bij het Drentse toekomstbeeld. Deze ambitie vraagt niet alleen enthousiasme maar ook vakmanschap.
Twee randvoorwaarden zijn daarbij bepalend voor ons succes.
Vroegtijdige betrokkenheid
De eerste randvoorwaarde is dat we bewegen naar een ontwikkelgerichte provincie. We willen vroegtijdig betrokken zijn, zodat we kunnen meedenken en richting kunnen geven. Door aan de voorkant van het proces betrokken te zijn, ontstaat ruimte voor betere plannen, meer samenhang en minder verrassingen later in het traject. Deze rol vraagt om wederzijds vertrouwen en moet ons ook gegund worden. Het vraagt om een verschuiving van focus: van het adviseren op plannen aan het einde van een proces, naar het begeleiden van initiatieven aan de voorkant – rekening houdend met de kaders en in nauwe samenwerking met gemeenten en andere partners, zoals de waterschappen en de GGD.
Mobiliseren van ontwerpkracht
De tweede randvoorwaarde is dat we voldoende ontwerpkracht mobiliseren. Verbetering van kwaliteit en toekomstperspectief begint bij verbeelding en ontwerp. Ontwerp verbindt schaalniveaus, belangen en toekomstbeelden, en helpt om keuzes helder en bespreekbaar te maken. Door te investeren in een breed netwerk van ontwerpers, dwarsdenkers en friskijkers, vergroten we de creativiteit en het kwaliteitsdenken die nodig is om complexe ruimtelijke vraagstukken te doorgronden en richting te geven aan vernieuwende oplossingen.
We sturen op kwaliteit door duidelijkheid te geven over waarden, randvoorwaarden en ontwikkelrichtingen, door vroegtijdige betrokkenheid en door de inzet van ontwerpkracht te stimuleren. Niet door alles vast te leggen.
Daarbij hanteren we de volgende uitgangspunten:
Ons landschap vormt de basis van onze identiteit en de kwaliteitsdragers van het Drentse landschap vormen de basis voor ruimtelijke afwegingen. Regels in onze Omgevingsverordening geven aan welke waarden voor ons belangrijk zijn en vormen randvoorwaarden.
We zetten landschapsontwikkeling in om overgangen tussen landbouw en natuur en tussen verstedelijking en landelijk gebied vorm te geven en om de biodiversiteit te versterken.
De inrichting van de leefomgeving moet bijdragen aan de gezondheid van inwoners en gezond gedrag, bewegen en ontmoeting stimuleren.
De leefomgeving wordt zo veilig mogelijk ingericht en het gebruik van de leefomgeving moet ondermijnende criminaliteit voorkomen.
Voor de milieu en veiligheidsthema’s waarvoor we verantwoordelijk zijn, wordt minimaal voldaan aan de geldende normen en wordt achteruitgang van kwaliteit voorkomen.
Onze strategische doelen zijn:
Behoud en versterken van de kwaliteit en aantrekkelijkheid van het Drentse landschap. Wij versterken het landschap als drager van identiteit, gezondheid en brede welvaart, in samenhang met verleden en toekomst.
Bijdragen aan een schone, gezonde en veilige leefomgeving. Wij stimuleren de ontwikkeling van een leefomgeving die uitnodigt tot bewegen, ontmoeten en omzien naar elkaar, en die aantrekkelijk is voor inwoners, bezoekers en bedrijven.

Het karakteristieke landschap van Drenthe vormt de basis voor de aantrekkelijkheid van onze provincie. De kwaliteit van het landschap is een belangrijke vestigingsfactor voor bedrijven en inwoners, een magneet voor recreatie en toerisme en een bron van trots voor onze inwoners.
Nieuwe opgaven doen een steeds groter beroep op dezelfde ruimte. Dat vraagt om zorgvuldige keuzes. Het landschap biedt daarbij houvast: het helpt bepalen waar ontwikkelingen passen, waar grenzen nodig zijn en waar combinaties van functies mogelijk zijn met behoud van de samenhang en herkenbaarheid van Drenthe.
Om deze kwaliteiten te behouden en te versterken, werken we aan ruimtelijke kwaliteit: ontwikkelen waar dat kan en beschermen waar dat nodig is. Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan een omgeving die zich kan vernieuwen en meebeweegt met de behoeften van deze tijd, terwijl de Drentse kwaliteit en herkenbaarheid behouden blijven.
Landschap is dat we om ons heen zien; het waarneembare deel van onze omgeving. Het ontstaat uit de wisselwerking tussen natuur (zoals klimaat, reliëf, water, bodem, plant en dier) en menselijk gebruik.
Omdat het landschap grotendeels uit levend materiaal bestaat en omdat onze manier van ruimtegebruik verandert, is landschap nooit statisch. Het ontwikkelt zich van seizoen tot seizoen en van jaar tot jaar. Oude elementen staan er naast moderne ingrepen zoals antennemasten, windmolens, pijpleidingen, zonneakkers en hoogspanningsmasten. Samen vormen zij het landschap van vandaag.
We behouden en versterken het Drentse landschap door de zes landschapstypen en hun karakteristieke kenmerken herkenbaar, beleefbaar en leesbaar te houden. Een karakteristiek kenmerk zijn de hoge ruggen in het landschap , evenals de gradiënten die de randen van het Drents Plateau vormen.
We willen dat trots op de leefomgeving en aandacht voor kwaliteit vanzelfsprekend wordt in onze Drentse ontwerp en kwaliteitscultuur. Daarvoor organiseren we inspiratie en ontwerpkracht en vergroten we de kennis over de waarde en betekenis van ons landschap. Dit werken we uit in het Programma Ruimtelijke Kwaliteit.
In het verstedelijkt Nederland beschikt Drenthe over een unieke kwaliteit: de onbebouwde ruimte. In onze provincie kun je op veel plekken nog om je heen kijken zonder bebouwing te zien. Deze waarde is het resultaat van een langjarig Drents beleid voor ruimtelijke ordening, gericht op concentratie en bundeling en terughoudendheid met bebouwing van het landelijk gebied.
De onbebouwde ruimte vinden we op verschillende schaalniveaus: van onbebouwde essen tot grote heidevelden. We willen deze unieke kwaliteit een specifieke plek geven in ons beleid. We benoemen het als een van de kwaliteitsdragers van het Drentse landschap en werken in het Programma Ruimtelijke Kwaliteit uit hoe we met deze waarde om willen gaan. Daarbij krijgt de horizon in ieder geval duidelijk aandacht.
Stads- en dorpssilhouetten hebben effect op de beleving van de onbebouwde ruimte. Veel dorpen hebben een van ver herkenbaar silhouet, dat als oriëntatiepunt kan dienen. Deze horizon willen we behouden en met kwaliteit ontwikkelen.
Dat betekent dat we zorgvuldig willen omgaan met hoogbouw. Hoogbouw kan een stedenbouwkundige oplossing zijn om zuinig met de beschikbare ruimte om te gaan. Hoogbouw is vaak een blikvanger. Het kan bijdragen aan oriëntatie en aan de identiteit van een plek. Bij plannen ten aanzien van hoogbouw, kijken wij daarom niet alleen naar de betekenis daarvan binnen een bepaalde stedenbouwkundige structuur, maar ook naar de impact van de hoogbouw op de horizonbeleving.
We willen dat het Drentse landschap ook in de toekomst ervaren kan worden vanaf de Drentse hoofdinfrastructuur. Hiervoor hanteren we het concept wegpanorama's, waarmee we sturen op het beleefbaar houden van de afwisseling tussen bebouwd en onbebouwd gebied én daar waar langs wegen wordt ontwikkeld, dit met kwaliteit gepaard gaat.
De kwaliteit van het Drentse landschap wordt gedragen door een aantal typerende elementen. Het gaat, naast de onbebouwde ruimte, om stilte en duisternis, groen en biodiversiteit, ruimtelijk erfgoed, archeologisch erfgoed en aardkundige waarden. We koesteren deze waarden en beschermen ze met regels in onze Omgevingsverordening en we denken mee hoe nieuwe plannen kunnen bijdragen aan het landschap en omgevingskwaliteit.
In het bestaand stedelijk gebied zijn wij verantwoordelijkheid voor archeologie en in specifieke gevallen voor cultuurhistorie: er is sprake van provinciaal belang als dat is opgenomen op de kaarten cultuurhistorie en/of archeologie van de Omgevingsverordening.
Stilte en Duisternis
Wij zetten ons in voor het behoud en de bescherming van stilte en duisternis. In stiltegebieden, die veelal samenvallen met bestaande natuurgebieden, staan wij geen ontwikkelingen toe die de rust en het natuurlijke karakter van deze gebieden aantasten. Daarbij hanteren wij het uitgangspunt dat stilte niet betekent dat alle geluid afwezig is. Het gaat om het voorkomen van storende, niet‑gebiedseigen geluiden. Geluiden die van nature bij het gebied horen, zoals agrarische activiteiten, vallen hier niet onder. Daarnaast richten wij ons op het behoud en de bescherming van de duisternis in Natura 2000‑gebieden en Nationale Parken.
Groen en biodiversiteit
Groen en biodiversiteit vormen een essentiële basis voor een gezonde, aantrekkelijke en leefbare omgeving . Daarom zien we groenversterking en landschapsontwikkeling als een onlosmakelijk onderdeel bij ontwikkelingen als woningbouw, bedrijventerreinen en infrastructuur. Dat betekent dat bij ruimtelijke ontwikkelingen actief wordt ingezet op het toevoegen en versterken van groen.
We nemen de mogelijkheden om bij te dragen aan natuurkwaliteit vanaf het begin mee in het ontwerpproces, waarbij we kijken naar de samenhang met landschap, leefomgeving en menselijk gebruik.
Daarnaast zetten we in op het versterken van groenblauwe structuren en landschapselementen, passend bij de Drentse landschapstypen. Initiatieven en projecten die hieraan bijdragen ondersteunen we actief. We koppelen deze inzet ook aan de uitwerking van bijvoorbeeld de Drentse Bomen- en Bossenstrategie.
Ruimtelijk erfgoed
We hanteren voor cultuurhistorisch ruimtelijk erfgoed drie beschermingsniveaus én een algemene zorgplicht. Dit is uitgewerkt in het Cultuurhistorisch Kompas en heeft doorwerking in de Omgevingsverordening.
Bij een zorgplicht maken initiatiefnemers inzichtelijk welke cultuurhistorische waarden aanwezig kunnen zijn en motiveren hoe plannen daarop aansluiten. Binnen de beschermingsniveaus verschilt de mate van sturing. Cultuurhistorie kan dienen als inspiratiebron, als randvoorwaarde in gebieden met een hoge stapeling van tijdslagen, of als drager en richtinggever in gebieden met een uitzonderlijk hoge cultuurhistorische samenhang. In alle gevallen staat het behouden en versterken van de samenhang centraal, waarbij provincie en initiatiefnemers gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen.
Archeologisch erfgoed
De ambitie voor de Drentse archeologie richt zich zowel op instandhouding en bescherming van het bodemarchief als op het ontsluiten, beleven en benutten ervan door een zo groot mogelijk publiek.
We beschermen het bodemarchief, de archeologische vindplaatsen en zones met een middel en hoge archeologische verwachting. Met een onderzoeksagenda verkennen we kennislacunes en zorgen we dat het archeologisch beleid bij de tijd blijft.
Aardkundige waarden
Aardkundige waarden, zoals de Hondsrug, vertellen de natuurlijke ontstaansgeschiedenis van Drenthe. Ze vormen een belangrijke basis voor het karakteristieke landschap en dragen bij aan ruimtelijke kwaliteit, landschappelijke diversiteit, biodiversiteit en klimaatrobuustheid. Deze waarden versterken de identiteit en verschillen tussen gebieden en zijn als bron van kennis over de ontstaansgeschiedenis van Drenthe onvervangbaar. We streven, in samenhang met opgaven voor natuur, cultuur en vrijetijdseconomie, naar een zorgvuldige balans tussen beleving, behoud en herstel van aardkundige waarden.
We bevorderen het draagvlak voor aardkundige waarden door in te zetten op bewustwording en kennisoverdracht. Met aardkundige monumenten brengen we de kennis over de natuurlijke ontstaansgeschiedenis van de bodem van Drenthe onder de aandacht van een breed publiek.
We kennen bij de aardkundige waarden drie beschermingsniveaus welke zijn opgenomen in de Omgevingsverordening.
Samen met de partners van de Nedersaksenlijn werken we aan een zorgvuldige ruimtelijke inpassing en landschappelijke transformatie van de nieuwe spoorlijnzone. Ook ontwerpen we mee aan de overige ruimtelijke ontwikkelingen die gaan plaatsvinden rondom de Nedersaksenlijn.
Daarnaast heeft de landschappelijke inpassing van energiemaatregelen (zon, wind, batterij-opslag en nieuwe onderstations) onze aandacht. Voor de inpassing van zonneparken hanteren we de ‘Handreiking landschappelijke inpassing zonneakkers’. Bij het verlengen of wijzigen van de huidige vergunningen voor zon- en windparken, beschouwen we de inpassing van de locaties als een nieuw initiatief.
We ondersteunen gemeenten met ontwerpkracht voor toekomstige ontwikkelingen in stads- en dorpsranden. Daarbij ligt de focus op Assen, Emmen, Hoogeveen, Meppel, Coevorden, Roden, Klazienaveen, Beilen, Gieten, Borger en Zuidlaren.
De Drentsche Aa (Assen), het Oude Diep (Hoogeveen) en de Reest (Meppel) zijn belangrijk voor de ruimtelijke kwaliteit van Drenthe. Uitbreiding van de aangrenzende steden richting deze beekdalen vinden we onwenselijk. Bij Emmen hebben we aandacht voor de ligging aan de Es.
Ook bij de overige dorpen willen we bijdragen aan het behouden en ontwikkelen van de kwaliteiten door inspirerende voorbeelden en informatie binnen en buiten Drenthe te delen met gemeenten. We stimuleren de ontwikkeling van eigen gemeentelijke of lokale verbijzondering en detaillering van de Drentse maat en schaal. Dit werken we uit in het Programma Ruimtelijke Kwaliteit, met daarbij ook aandacht voor de Drentse typologie van de bebouwde omgeving.
In het UNESCO Werelderfgoed hebben we in een aantal specifieke gebieden een kwaliteitsopdracht om de leesbaarheid en aantrekkingskracht van het wereldwijd unieke cultuurlandschap van de Koloniën van Weldadigheid te versterken. We beschermen, versterken, borgen en monitoren de zogenoemde Outstanding Universal Value (OUV) en nemen deze als leidend uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen.
In Zuidwest-Drenthe streven we naar een samenhangend landschap rond de nationale parken waarin natuurgebieden, beekdalen en landschapselementen sterk verbonden zijn binnen een agrarisch gebied met ruimte voor nieuwe functies. Dorpen blijven in balans met natuur en cultuurhistorie. Hiermee willen we bijdragen aan een aantrekkelijk woon-, werk- en recreatiegebied. We behouden en versterken de unieke kwaliteiten van natuur, water, landschap en erfgoed, waarbij de verschillende historische lagen van meer dan 3.000 jaar bewoningsgeschiedenis zichtbaar en beleefbaar blijven. De gezamenlijke ambitie van de partners vertegenwoordigd in het Overlegorgaan Regionaal Landschap Drents-Friese Grensstreek, is verwoord in het Ambitieplan Samen Vooruit! 2025-2030.
Het Nationaal Park Drentsche Aa is een aansprekend voorbeeld voor Nederlandse nationale parken doordat natuur, landbouw en 21 dorpen al sinds 2002 duurzaam samen functioneren. Het park omvat nagenoeg het gehele stroomgebied (33.000 ha) en kent een hoge ecologische kwaliteit met internationaal onderscheidende natuur, natuurlijke processen en schaalgrootte, met unieke landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Het gebied ontwikkelt zich als een duurzaam functionerend beek- en esdorpenlandschap dat ecologisch vitaal, sociaal leefbaar en economisch duurzaam is. Het nationaal park draagt bij aan een robuust natuur- en watersysteem en vormt een bron voor drinkwater. De gezamenlijke visie voor gebiedsontwikkeling van de partners in het Overlegorgaan is vastgelegd in het Beheer, Inrichtings- en Ontwikkelingsplan Nationaal Park Drentsche Aa.
We versterken UNESCO Global Geopark de Hondsrug als visitekaartje voor Drenthe. De Hondsrug, grotendeels gelegen in Drenthe en een stuk in Groningen heeft de UNESCO-status van Geopark vanwege de grote (geologische) waarde en uniciteit van een gebied. Wij spannen ons in om de bijzondere aardkundige, archeologische, cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten te behouden, te versterken en uit te dragen. Gezamenlijk met partners geven we uitvoering aan het Masterplan UNESCO Global Geopark De Hondsrug.
Door de groei van het inwoneraantal, toerisme en de hoeveelheid opgaven neemt de druk op ons landelijk gebied toe. We zien goede kansen om de toegankelijkheid en beleefbaarheid van het landschap te vergroten door onder voorwaarden nieuwe landgoederen mogelijk te maken. Een landgoed is een vorm van landschapsontwikkeling- en -investering die de verbinding tussen dorp of stad en het omliggende landschap versterkt en ruimte biedt voor buffers die bijdragen aan doelen voor recreatie en toerisme, wonen, natuur, water, bos en biodiversiteit. De betekenis en de haalbaarheid van dit concept wordt verder verkend in het op te stellen Programma Ruimtelijke Kwaliteit.
Realiseren van een schone, gezonde en veilige leefomgeving
We streven naar een leefomgeving waarin mensen zich gezond, veilig en prettig kunnen bewegen, wonen en werken. Een aantrekkelijke leefomgeving is daarbij vanzelfsprekend ook een schone en gezonde leefomgeving.
Schone lucht, schoon water en een gezonde bodem vormen de basis, net als een inrichting die uitnodigt tot bewegen, ontmoeten, ontspannen en omzien naar elkaar.
Een gezonde leefomgeving ontstaat niet alleen door fysieke ingrepen, maar ook door sterke gemeenschappen. Verenigingsleven, ontmoetingsplekken, maatschappelijke en culturele voorzieningen en een veilige openbare ruimte dragen bij aan sociale cohesie, naoberschap en welzijn. We willen een leefomgeving waarin iedereen – jong en oud – zich veilig kan verplaatsen en zo lang mogelijk zelfstandig kan blijven wonen.
We gaan gezondheid integraal meenemen in ruimtelijke plannen en gebiedsprocessen. Om deze inzet verder vorm te geven en te verbinden met andere beleidsterreinen, werken we samen met onze partners verder uit hoe ruimtelijke inrichting, leefomgeving en gezondheid elkaar versterken.
Tegelijkertijd zetten we in op het behouden en verbeteren van de milieukwaliteit en omgevingsveiligheid, zoals vastgelegd in onze Milieustrategie. Daarbij gelden heldere uitgangspunten. We richten ons op het beperken en zorgvuldig concentreren van milieubelastende activiteiten, het uitvoeren van wettelijke programma’s, zoals het Actieplan Geluid, het beschermen van bodem, water en ondergrond, het verbeteren van luchtkwaliteit en het beheersen van risico’s op het gebied van omgevingsveiligheid en natuurbranden. Daarbij houden we nadrukkelijk rekening met nieuwe risico’s die samenhangen met klimaatverandering, zoals extremere weersomstandigheden. Voor milieu- en veiligheidsthema’s waarvoor de provincie verantwoordelijk is, geldt dat wettelijke normen de ondergrens vormen en dat achteruitgang van kwaliteit niet wenselijk is.
We richten de leefomgeving zo veilig mogelijk in en sturen op verantwoord gebruik, waarbij ondermijnende criminaliteit en activiteiten worden voorkomen.
De Omgevingswet vraagt ons om toe te lichten hoe belanghebbenden zijn betrokken bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie. Wij hebben deze visie in samenspraak met inwoners, jongeren, gemeenten, waterschappen, vakprofessionals en maatschappelijke organisaties gemaakt. We sloten aan bij wat er al was, zoals het Burgerberaad Wonen, onderzoeken van het Drents Panel, lopende processen en vastgesteld beleid, en vulden dit gericht aan waar dat nodig was. Daarmee hebben we bestaande inzichten benut en voorkwamen we dat mensen onnodig vaak werden bevraagd.
Wat dit samen opleverde
Allereerst is er brede waardering voor wat Drenthe sterk maakt: rust en ruimte, een herkenbaar landschap, saamhorigheid en nabijheid, levendige dorpen en de menselijke maat. Dat zijn kwaliteiten waar mensen trots op zijn en die iedereen graag wil behouden. Tegelijkertijd laten de gesprekken zien waar de gezamenlijke verwachtingen en wensen liggen: betaalbaar en passend wonen als voorwaarde om te blijven of terug te keren, groen, schoon water en natuur dichtbij als basis voor gezondheid en leefkwaliteit, goede bereikbaarheid met de fiets, het OV (bus) en digitale verbindingen om onderwijs, werk en voorzieningen toegankelijk te houden, en veiligheid als basisbehoefte.
Voor de ruimtelijke keuzes is er vertrouwen dat Drenthe zorgvuldig kan groeien op passende plekken: binnen kernen waar het kan, uitbreiden aan randen waar het past en in steden hoger bouwen waar dat de kwaliteit versterkt. Altijd met groene, gezonde woonomgevingen als uitgangspunt. Voor energie wordt gevraagd om zorgvuldigheid: eerst op daken en bedrijventerreinen, en inpassing die het landschap recht doet. Bij natuur en water is er draagvlak en trots op wat al is bereikt, met de oproep om samen door te werken aan natuurherstel, meer ruimte voor water en slimme combinaties met landbouw.
Medeoverheden waarderen de open samenwerking en vragen om duidelijke rolverdeling, scherpe keuzes (waar wel/waar niet) en gebiedsgerichte uitwerking. Professionals roemen de kwaliteitsfocus en brede‑welvaartsblik en vragen om scherpere keuzes, meer regie, integraliteit en een sterk Drents toekomstbeeld, waarin de volgende generatie centraal staat.
Kortom: brede waardering voor wat Drenthe ís en een gedeeld vertrouwen in wat Drenthe kan worden. Met een balans tussen ontwikkelen en beschermen, en kwaliteit als kompas.
Wat we ermee hebben gedaan
De opbrengsten van de participatie zijn stap voor stap verwerkt in de Startnotitie (richting bepalen), de Contournota (keuzes verkennen) en concept- en ontwerp-Omgevingsvisie (keuzes vastleggen). De signalen uit de samenleving hielpen ons om keuzes aan te scherpen: waar ontwikkeling mogelijk is en waar grenzen liggen, welke waarden leidend zijn en hoe we onze provinciale rol invullen. Ook hebben we op basis van de participatie gekozen voor een gebiedsgerichte uitwerking via programma’s, zodat we samen met gemeenten, waterschappen en partners verder kunnen werken aan maatregelen per gebied.
Daarnaast heeft de participatie geleid tot een nog sterkere integrale benadering: gezondheid, recreatie, cultuur, sport en leefbaarheid hebben een steviger plek gekregen, met nadruk op groene en schone woonomgevingen en een klimaatbestendige inrichting.
De opbrengsten vormen bovendien een onderlegger van het Kompas, een instrument dat ons ondersteunt om tot transparante en navolgbare besluitvorming te komen. De signalen van inwoners, jongeren, professionals en medeoverheden gebruiken we als aandachtspunten in het gesprek over waar ontwikkelingen passen en hoe initiatieven waarden toevoegen aan de leefomgeving, ook voor volgende generaties.
Tot slot is de Omgevingsvisie verrijkt visualisaties en een meer verhalend perspectief, waarmee de richting die in het participatieproces naar voren kwam, herkenbaar terug te zien is in het beeld van Drenthe in 2050. Meer achtergrondinformatie, zoals verslagen en nieuwsbrieven, staat op: www.provincie.drenthe.nl/nieuweomgevingsvisie/meedenken/participatie-5-sporen.

Impactanalyse Brede Welvaart en de mer-procedure
De Omgevingsvisie geeft richting aan de ruimtelijke ontwikkeling van Drenthe en vormt een kader voor toekomstige besluiten. Als toekomstige besluiten kunnen leiden tot aanzienlijke milieueffecten of tot significante effecten op Natura2000-gebieden, en de kaderstelling in de Omgevingsvisie voldoende concreet is, schrijft de Omgevingswet een milieueffectrapportage voor. Bijvoorbeeld als in de Omgevingsvisie locaties voor windparken, nieuwe regionale industrieterreinen, nieuwe provinciale participatieproces infrastructuur of landinrichting worden aangewezen.
Omdat vooraf niet vaststond of de Omgevingsvisie mer-plichtig zou zijn, is er veiligheidshalve voor gekozen de mer-procedure op te starten. We hebben een onderzoeksagenda opgesteld, deze voor advies voorgelegd aan wettelijke adviseurs en de Commissie voor de milieueffectrapportage en ter inzage gelegd.
Toen de ontwerp‑Omgevingsvisie zijn definitieve vorm begon te krijgen, is geconcludeerd dat er geen mer‑plicht geldt. De visie bevat geen concrete kaderstellende uitspraken voor mer‑ (beoordelingsplichtige) vervolgbesluiten en er is geen Passende Beoordeling nodig. Daarom zijn we niet verdergegaan met de mer‑procedure.
Wel is een uitgebreide analyse, beschrijving en beoordeling van de staat van de leefomgeving uitgevoerd. Hierin is zowel de huidige staat van Drenthe als de staat met autonome ontwikkelingen tot 2050 beschreven en beoordeeld. Uit de analyse komen drie samenhangende hoofdopgaven naar voren die bepalend zijn voor de toekomstige ontwikkeling van Drenthe:
Het verbeteren van natuurkwaliteit en biodiversiteit, het terugdringen van stikstofdepositie en het behalen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW)
Omgaan met de gevolgen van klimaatverandering, en dan met name de gevolgen van droogte;
Omgaan met de gevolgen van demografische verandering.
Daarnaast is beoordeeld hoe de ambities en doelen in deze Omgevingsvisie zich verhouden tot deze opgaven. Dit heeft geleid tot een reeks aandachtspunten voor de verdere uitwerking, waarvan er een aantal een plek hebben gekregen in de ontwerp-Omgevingsvisie. De rapportage met bevindingen vormt de eigenstandige bijlage ‘Impactanalyse Brede Welvaart’.
Omgevingsvisie | Het integrale strategisch beleidsdocument van Provinciale Staten voor de fysieke leefomgeving, waarvan de juridische grondslag ligt in de Omgevingswet. In het beleidskader worden beleidskeuzes gemaakt over opgaven die van provinciaal belang zijn en wordt de sturingsfilosofie beschreven waarmee de strategische doelen gerealiseerd kunnen worden. |
Omgevingsverordening | De Provinciale Omgevingsverordening (POV) van Provinciale Staten bevat de juridische regels voor de fysieke leefomgeving waar burgers, bedrijven en gemeenten zich aan moeten houden. |
Omgevingsvergunning | Vergunning die door Provinciale Staten wordt verleend voor activiteiten die gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving en waarvoor de provincie bevoegd gezag is. |
Omgevingsprogramma | Een beleidsdocument onder de Omgevingswet van Gedeputeerde Staten (GS) waarin de strategische langetermijndoelen en beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie zijn vertaald naar tactische doelen en resultaten voor de middellange termijn (4-7 jaar). |
Gebiedsproces | Een gezamenlijk traject waarin grondeigenaren, provincie, gemeenten, inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties samenwerken aan de ontwikkeling van een gebied, met als doel tot gedragen keuzes, maatregelen en uitvoering te komen. |
Leidend principe | Richtinggevende, normerende uitspraak die houvast biedt bij keuzes over ruimtelijke ontwikkelingen. |
Water en Bodem Sturend | Ruimtelijk principe dat natuurlijke eigenschappen van het water- en bodemsysteem bepalend zijn bij de inrichting van de leefomgeving. |
Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik | Ruimtelijk principe dat erop gericht is om de beperkte beschikbare grond zo efficiënt mogelijk te benutten. |
Brede Welvaart | Kwaliteit van leven nu, in de toekomst en elders in de breedste zin van het woord, in plaats van alleen te kijken naar economische groei of inkomen |
Kompas | Instrument om ruimtelijke afwegingen transparant en navolgbaar te maken aan de hand van zes leidende principes |
Integraal | Verschillende onderwerpen of belangen worden niet los van elkaar bekeken, maar als één samenhangend geheel. |
(Maatschappelijke) opgave | Een probleem of een kans die in de maatschappij wordt gevoeld en die om een interventie van de provincie vraagt. Het zijn de grote onderwerpen waar we de komende jaren mee aan de slag moeten gaan. |
Ambitie | Het streven naar een bepaald doel. |
Strategisch doel | Beoogt een maatschappelijk effect op de lange termijn te bereiken, waaraan de provincie (samen met partners) bijdragen levert door veranderingen teweeg te brengen. |
Omgevingskwaliteit | De kwaliteit van de fysieke leefomgeving, die zowel het verleden (herkomstwaarde), het gebruik (gebruikswaarde), de beleving (belevingswaarde) als duurzaamheid en aanpasbaarheid (toekomstwaarde) omvat. Het gaat daarmee over ruimtelijke, landschappelijke, milieu, erfgoed- en identiteitsaspecten. |
Omgevingsveiligheid | Het geheel van maatregelen, afwegingen en voorwaarden gericht op het voorkomen, beperken en beheersen van risico’s voor mens en milieu die kunnen ontstaan door ongevallen, rampen of crisissituaties in de fysieke leefomgeving. |
Ruimtelijk systeem | Een samenhangend geheel van natuurlijke, landschappelijke of maatschappelijke onderdelen die gezamenlijk de werking en inrichting van de leefomgeving bepalen. |
Beekdalen | Lager gelegen gebied in het landschap waar een (gekanaliseerde) beek doorheen stroomt. |
ASV – Aanvullende Strategische Voorraden | Toekomstige strategische grondwatervoorraden voor drinkwatervoorziening. |
Waterbergingsgebied | Aangewezen gebied voor opvang van water bij extreme neerslag |
Natura 2000‑gebieden | Europees netwerk van beschermde natuurgebieden, met instandhoudingsdoelen voor soorten en hun natuurlijke leefomgeving. |
Natuurnetwerk Nederland (NNN) | Nationaal netwerk van bestaande en nieuwe natuurgebieden en ecologische verbindingen. |
Wezenlijke Kenmerken en Waarden (WKW) | Toetsingskader voor plannen binnen het NNN, juridisch verankerd in de Omgevingsverordening. |
Basiskwaliteit Natuur | Minimale omgevingscondities die nodig zijn voor duurzame instandhouding van algemene soorten. |
TLGD-gebieden (Toekomstgericht Landelijk Gebied Drenthe) | Gebieden met specifieke opgaven voor stikstof, natuur en water, onderdeel van gebiedsgerichte aanpak. |
Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) | Agrarische bebouwing die vrijkomt door beëindiging van bedrijven en een nieuwe bestemming kan krijgen. |
Regiokernen / Gebiedskernen / Woonkernen | Indeling van Drentse kernen naar functie |
Energieknooppunten | Locatie waar verschillende energiestromen, zoals elektriciteit, warmte, gas (of waterstof), bij elkaar komen en slim op elkaar worden afgestemd. |
Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) | Openbaar vervoerssysteem van trein en bus met hoge frequentie, kwaliteit en betrouwbaarheid. |
Doorfietsroute / Hoofdfietsroute | Comfortabele, verkeersveilige fietsverbindingen tussen kernen en voorzieningen. |
Milieueffectrapportage (m.e.r.) | Een procedure waarmee de milieugevolgen van een plan of project in beeld worden gebracht, zodat deze kunnen worden meegewogen bij de besluitvorming. |
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_58545d5ca3a94bb0a0499e0f80ed1a61/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_699bf2c5e6f1439794afeef13d7bc24c/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_89cab00bc620414a806d6168a9d488c2/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_7605d6b567354e4c89dbc313e3b9d05f/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_ba266a5e36df4bf5b7e3b14b1d470e47/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_8198cfd1c17d47c192d5884ae67e4fb0/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_7247c80ac8124b149ababa857a7e4f38/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_b312574f7c1b4c8c9a8948a34afa116b/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_3277bcc4752941889c963c69354ba53b/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_9e9adefd7b62483d8bf9c18b183fc119/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_9df34f1a543440048d40a9d1aa6588f4/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_a87cb5665f9b474b8067e7e70be163b0/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_21df13a2cc4a4c33b5bf6b151b4d18dc/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_1fc9abe9bac946e2a8695508dd85fb6b/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_072025edf7c34d36a32e65ed0c125287/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_7b9b62dbebd049e5b9267f8b56960387/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_b46c2aaece5c4677813269fa2869eb04/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_214d8e5890cb4311b3c6f29f2b6fd3e9/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_39700155862d4e618907453561cd4449/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_9032bc115cca4381bf850274a02e7983/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_8fb36678eda24890a6238e086a65c84b/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_61323f11d09743f6a0ebe747a469d2a8/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_1cc97f2bf2b14c42b75aa8988f78924c/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_72e2e63e19f8401887da930dbde2a63f/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_bbaa84fac0714989b5610bf851cd09bf/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_ade4015ef6624aca81c481ad0f42e74b/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_e6c52d056f344c25ad05bde97e107e5a/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_d072c56784ce42348e3415ab22f1e12c/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_eed83aabe2ff44a480db45f1605dfac8/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_05ab196c354f424eb663eae95fd09186/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_71441796ca304e7f945158783ae4d5e3/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_60078f070910422f8a98f5ac2e6b38b9/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_9f45f4e116b04799b93f6460b0994d63/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_bff8c216d0174ab683d2d3a0fd17cf55/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_136dfb972f3b4fac84960097f1940316/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_2e30a5fadfac4403ae39243a4c568be0/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_2e723a1542744fcc98f420478cfa05be/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_e59bb637ef8043d298de8c69a53dc317/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_5d78efb3aa5b4da788a2eb812925fdb4/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_0c5775e2e21e436782bff7d125f04d33/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_a14d28256be143ae9679e41eb3239878/nld@2026‑04‑07;1
/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_8dd657c7c3f54a61ad77e2dd0e1ea176/nld@2026‑04‑07;1
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-6126.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.