Provinciaal blad van Zeeland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zeeland | Provinciaal blad 2026, 6061 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zeeland | Provinciaal blad 2026, 6061 | ander besluit van algemene strekking |
Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland houdende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023
Na hoofdstuk 47 wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:
Hoofdstuk 48 Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidies voor ondersteuning van erfgoedvrijwilligers (Erfgoedvrijwilligersregeling)
Artikel 48.1 Begripsbepalingen
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
erfgoedobjecten- en elementen in het landschap: gebouwde of aangelegde objecten niet zijnde een gebouw, of elementen van cultuurhistorische waarde, gesitueerd in de buitenruimte, wat niet of weinig is aangetast, waarvan de zeldzaamheid kan worden aangetoond en wat bijdraagt aan het versterken van de identiteit van die plek;
Artikel 48.2 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op het verbeelden, versterken, beoefenen of beleefbaar maken van materieel en immaterieel erfgoed in Zeeland en betrekking hebben op een of meer van de volgende onderwerpen:
In afwijking van artikel 1.2.1, eerste lid, wordt subsidie verstrekt aan natuurlijke personen en rechtspersonen.
Artikel 48.4 Weigeringsgronden
Onverminderd artikel 1.2.1, tweede lid, wordt subsidie niet verstrekt indien:
Artikel 48.5 Subsidievereisten
Artikel 48.6 Niet-subsidiabele kosten
Onverminderd § 1.3 komen niet voor subsidie in aanmerking:
Indien sprake is van een steunmaatregel, dan wordt deze verleend op basis van de Verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PB L, 2023/2831, 15.12.2023) en uitsluitend voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden van die verordening.
Artikel 48.9 Indieningsvereisten
Artikel 48.10 Indieningstermijn
Gedeputeerde staten stellen het subsidieplafond voor de openstellingsperiode, bedoeld in artikel 48.10, vast op € 250.000.
Onverminderd het eerste lid, is de subsidieontvanger, indien de activiteit betrekking heeft op instandhouding mobiel en varend erfgoed als bedoeld in artikel 48.2, onder e, of op herstel van erfgoedobjecten- en elementen in het landschap als bedoeld in artikel 48.2, onder f, verplicht om het object na afronding van de activiteit toegankelijk te houden voor publiek.
Onder vernummering van de paragrafen 48.1 en 48.2 tot respectievelijk de paragrafen 49.1 en 49.2 en van de artikelen 48.1.1 en 48.2.1 tot respectievelijk de artikelen 49.1.1 en 49.2.1, wordt Hoofdstuk 48 Slotbepalingen gewijzigd in: Hoofdstuk 49 Slotbepalingen.
Na de toelichting op hoofdstuk 47 wordt een toelichting toegevoegd, luidende:
Toelichting op hoofdstuk 48 Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidies voor ondersteuning van erfgoedvrijwilligers (Erfgoedvrijwilligersregeling)
In het Coalitieakkoord 2023-2027 ‘Met Zeeland, voor Zeeland!’ wordt benoemd dat er een uitdaging ligt bij de instandhouding van Zeeuws erfgoed. In november 2024 is de Uitvoeringsagenda Cultuur & Erfgoed 2025-2032 vastgesteld. Hierin zijn verschillende doelstellingen over erfgoedvrijwilligers, digitalisering en toegankelijkheid van het erfgoedveld, immaterieel erfgoed, cultuurhistorisch landschap en mobiel- en varend erfgoed geformuleerd. Provinciale Staten hebben (aanvullend) middelen beschikbaar gesteld om de Uitvoeringsagenda in de breedte te kunnen realiseren, onder andere voor een kwaliteitsimpuls op gebied van erfgoed. Deze subsidieregeling is hier de praktische uitwerking van.
Vrijwilligersorganisaties spelen een belangrijke rol bij het in stand houden van het Zeeuwse erfgoed. Deze subsidieregeling heeft als doel de ondersteuning en professionalisering van vrijwilligers(organisaties) te bevorderen. Daarnaast wordt ingezet op activiteiten die gericht zijn op het verbeelden, versterken, beoefenen of beleefbaar maken van materieel en immaterieel erfgoed in Zeeland.
Dit hoofdstuk maakt onderdeel uit van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023 (Asb 2023). Dat betekent dat bij subsidieverstrekking ook de algemene bepalingen in hoofdstuk 1 van het Asb 2023 en de Algemene subsidieverordening Zeeland 2023 (Asv 2023) van toepassing zijn. De bepalingen van de Asv 2023 en hoofdstuk 1 van het Asb 2023 gelden in aanvulling op het onderhavige hoofdstuk. Zo bevat § 1.3 van het Asb 2023 een aantal bepalingen over subsidiabele kosten en § 1.4 een aantal vereisten waar de aanvraag aan moet voldoen. § 1.6 bevat een aantal verplichtingen die de subsidieontvanger in acht moet nemen, waaronder de meldingsplicht indien hij verwacht de activiteiten niet (geheel) te zullen verrichten of niet (geheel) aan zijn verplichtingen te zullen voldoen. Daar waar hoofdstuk 48 afwijkt van hoofdstuk 1 van het Asb 2023, wordt dit expliciet aangegeven.
Subsidie ten behoeve van dit hoofdstuk kan staatssteun inhouden als de subsidie wordt verstrekt aan een onderneming en voor een economische activiteit. Om de subsidie rechtmatig te kunnen verstrekken, wordt gebruik gemaakt van de algemene de-minimisverordening. Op grond van deze verordeningen mag een onderneming over een periode van drie jaren maximaal een bedrag ontvangen van € 300.000 aan steun, waarbij alle steun verlenende overheden worden meegerekend. Ondernemingen moeten bij hun aanvraag een de-minimisverklaring ondertekenen die betrekking heeft op eerder verleende steun.
Artikel 48.1 Begripsbepalingen
Voor definities is veelal aangesloten bij de uitleg die het Verdrag van Faro geeft aan de verschillende begrippen.
Voor het begrip erfgoed is van belang dat het gaat om het verleden van de inwoners die zich in Zeeland hebben gevestigd, zoals dat in Zeeland is gevormd of ontstaan of mogelijk los van hun herkomst.
Het onderdeel elementen in het begrip erfgoedobjecten en -elementen kan bijvoorbeeld zien op de luiken van een schuur, de windvang of een kerkpad. Een object kan bijvoorbeeld een bak-keet of een put zijn. Van belang is dat de elementen of objecten zich buiten, in de buitenlucht, bevinden.
Het begrip mobiel en varend erfgoed kan worden onderverdeeld in varend, rijdend, rollend en vliegend.
Artikel 48.2 Subsidiabele activiteiten
De regeling heeft tot doel om de betrokkenheid van inwoners van Zeeland bij hun eigen erfgoed te stimuleren. Het stimuleren vindt plaats door ondersteuning te bieden aan vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties die Zeeuws erfgoed verbeelden, versterken, beoefenen of beleefbaar maken. Verbeelden, versterken, beoefenen of beleefbaar maken zijn strategieën om erfgoed relevant te houden en over te dragen aan toekomstige generaties.
Verbeelden en versterken richt zich op het weer zichtbaar maken van het erfgoed. Het beoefenen gaat om het actief betrekken van inwoners bij hun eigen erfgoed, het samen zorgen voor en het verbinden van gemeenschappen. Beleefbaar maken richt zich op het toegankelijk maken van erfgoed voor een breed publiek. Denk hierbij aan het weergeven van het verhaal achter bijvoorbeeld een brug of een schip. Dat kan ook digitaal of in het onderwijs. Of het restaureren van erfgoed om het toegankelijk te maken.
De genoemde onderwerpen sluiten hierbij aan en worden bij de subsidievereisten nader uitgewerkt.
De doelgroep voor dit hoofdstuk is een brede doelgroep, ook samenwerkingen van de natuurlijke personen onderling, rechtspersonen onderling of natuurlijke en rechtspersonen kunnen onder de doelgroep vallen. De brede doelgroep is gekozen om het zeer diverse erfgoedveld tegemoet te komen.
Artikel 48.4 Weigeringsgronden
De weigeringsgronden in dit artikel zijn een aanvulling op de weigeringsgronden die al in artikel 1.2.1. tweede lid zijn opgenomen.
Activiteiten met een winstoogmerk worden uitgesloten omdat er voor die activiteiten geen noodzaak is om subsidie te ontvangen. Er is geen stimulerend effect.
Met de weigeringsgronden onder b, c en e wordt beoogd dubbeling en samenloop te voorkomen. Ook wordt een optimale benutting van de diverse regelingen beoogd.
Artikel 48.5 Subsidievereisten
De regeling is gericht op het steunen van vrijwilligers die Zeeuws erfgoed verbeelden, versterken, beoefenen of beleefbaar maken. Om die reden zijn onderdelen a en b opgenomen.
Het tweede tot en met zesde lid geeft aanvullende specifieke vereisten voor de onderwerpen van de subsidiabele activiteit. Voor het onderwerp ondersteuning en versterking van erfgoedgemeenschappen zijn geen specifieke vereisten opgenomen. Hierbij kan gedacht worden aan ondersteuning bij oprichtingskosten en proceskosten en het aantrekkelijker maken van vrijwilligerswerk in de erfgoedsector.
Participatie gaat over manieren om inwoners van Zeeland te interesseren voor en te betrekken bij het Zeeuws erfgoed.
Educatie ziet op activiteiten die jeugd-, jongeren- en volwasseneneducatie over het Zeeuwse erfgoed ten goede komen. Hieronder valt onder andere het ontwikkelen van lezingen, publieksactiviteiten, en bijeenkomsten over het Zeeuwse erfgoed.
Voorbereidend onderzoek is louter bedoeld voor onderzoek dat nodig is om activiteiten voor een van de andere onderwerpen uit te kunnen voeren.
Mobiel en varend erfgoed is alle sectoren van het mobiel erfgoed: rail, weg, water en lucht. Het belang van instandhouding is om dit erfgoed in beweging te houden.
Herstel is in de basis eenmalig, het gaat niet om jaarlijks regulier onderhoud maar om het terugbrengen van erfgoedobjecten en -elementen in de juiste staat.
Artikel 48.6 Niet-subsidiabele kosten
Op grond van artikel 1.3.1. van deze regeling zijn alleen die kosten subsidiabel die voor de activiteit noodzakelijk zijn en aantoonbaar rechtstreeks zijn toe te rekenen aan de betreffende activiteit. Dat betekent dat reguliere apparaatskosten, structurele kosten die niet louter aan de activiteit zijn toe te rekenen, in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking komen.
Daarnaast is in de regeling nog een aantal kostensoorten opgesomd die in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking komen.
Zo zijn kosten die worden gemaakt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag uitgesloten omdat de subsidie een stimulerend effect dient te hebben. Wanneer kosten worden gemaakt voorafgaand aan de aanvraag, wordt ervan uit gegaan dat er geen noodzaak is voor subsidie en er geen sprake is van een stimulerend effect.
Structurele personeels- of loonkosten zijn uitgesloten, de nadruk ligt hierbij op de structurele aard van de kosten. De kosten van inhuur van tijdelijke ondersteuning of een adviseur ten behoeve van de activiteit zijn wel subsidiabel (maximaal voor de duur van de activiteit).
In de berekening van de subsidie wordt onderscheid gemaakt tussen aanvragen waarin tot maximaal 10.000 euro subsidie wordt gevraagd. Deze kunnen 100% subsidie ontvangen. Aanvragen waarin meer dan 10.000 euro subsidie wordt gevraagd, kunnen maximaal 75% subsidie ontvangen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-6061.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.