Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland houdende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023

Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland van 7 april 2026, kenmerk 818611, houdende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023.

 

Gedeputeerde staten van Zeeland,

  • overwegende dat:

    • a.

      gedeputeerde staten op 19 november 2024 de Uitvoeringsagenda cultuur en erfgoed 2025-2032 hebben vastgesteld, om te komen tot een structurele versterking van de cultuur en erfgoed sector in Zeeland;

    • b.

      een combinatie van de beleidsdoelen in de uitvoeringsagenda cultuur en erfgoed 2025-2032 gericht is op de ondersteuning van erfgoedorganisaties en verenigingen, het aantrekkelijk maken van vrijwilligerswerk in de erfgoedsector en het vergroten van participatie van inwoners bij erfgoed in Zeeland;

    • c.

      gedeputeerde staten deze doelen wensen te bereiken door erfgoedvrijwilligers te ondersteunen met subsidie;

    • d.

      op basis van het vorenstaande bijzondere bepalingen in het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023 benodigd zijn en het hiertoe wenselijk is een nieuw hoofdstuk toe te voegen aan het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023;

  • gelet op artikel 7 van de Algemene subsidieverordening Zeeland 2023;

besluiten vast te stellen de navolgende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023:

Artikel I  

Na hoofdstuk 47 wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

 

Hoofdstuk 48 Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidies voor ondersteuning van erfgoedvrijwilligers (Erfgoedvrijwilligersregeling)

 

Artikel 48.1 Begripsbepalingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a.

    erfgoed: uit het verleden geërfde materiële of immateriële bronnen die in de loop van de tijd tot stand zijn gebracht door de mens of ontstaan uit de wisselwerking tussen mens en omgeving, die waardevol genoeg worden beschouwd om door te geven aan toekomstige generaties;

  • b.

    erfgoedgemeenschap: groep mensen die bepaalde cultuuruitingen of tradities waardevol vindt, deze actief wil behouden en wil doorgeven aan volgende generaties, vaak op vrijwillige basis;

  • c.

    erfgoedobjecten- en elementen in het landschap: gebouwde of aangelegde objecten niet zijnde een gebouw, of elementen van cultuurhistorische waarde, gesitueerd in de buitenruimte, wat niet of weinig is aangetast, waarvan de zeldzaamheid kan worden aangetoond en wat bijdraagt aan het versterken van de identiteit van die plek;

  • d.

    mobiel en varend erfgoed: cultureel waardevolle, verplaatsbare objecten uit het verleden, die van belang zijn vanwege hun historische, technische of cultuurhistorische betekenis;

  • e.

    vrijwilliger: iemand die uit vrije wil onbetaald werk verricht voor een maatschappelijk doel.

Artikel 48.2 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op het verbeelden, versterken, beoefenen of beleefbaar maken van materieel en immaterieel erfgoed in Zeeland en betrekking hebben op een of meer van de volgende onderwerpen:

  • a.

    participatie;

  • b.

    educatie;

  • c.

    voorbereidend onderzoek;

  • d.

    ondersteuning en versterking van erfgoedgemeenschappen;

  • e.

    instandhouding mobiel en varend erfgoed;

  • f.

    herstel van erfgoedobjecten- en elementen in het landschap.

Artikel 48.3 Doelgroep

In afwijking van artikel 1.2.1, eerste lid, wordt subsidie verstrekt aan natuurlijke personen en rechtspersonen.

 

Artikel 48.4 Weigeringsgronden

Onverminderd artikel 1.2.1, tweede lid, wordt subsidie niet verstrekt indien:

  • a.

    de activiteit wordt verricht met een winstoogmerk;

  • b.

    voor de activiteit reeds subsidie is ontvangen of aangevraagd op grond van:

    • dit hoofdstuk in dezelfde openstellingsperiode;

    • een ander hoofdstuk of een andere provinciale subsidieregeling; of

    • het Documentaire- en Publicatiefonds Zeeland.

  • c.

    de activiteit voldoet aan de vereisten om in aanmerking te komen voor subsidie op grond van hoofdstuk 44;

  • d.

    de activiteit polariserend, onzedelijk of discriminerend van aard is;

  • e.

    de activiteit omvat de restauratie of onderhoud van een beeldbepalend of monumentaal object.

Artikel 48.5 Subsidievereisten

  • 1.

    Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      de activiteit wordt uitgevoerd door of ter ondersteuning van vrijwilligers en op initiatief van vrijwilligers;

    • b.

      de aanvraag voor de activiteit is voorbereid in samenwerking met vrijwilligers;

    • c.

      de activiteit heeft betrekking op materieel of immaterieel erfgoed in Zeeland;

    • d.

      de activiteit wordt uitgevoerd in Zeeland, tenzij de activiteit betrekking heeft op voorbereidend onderzoek als bedoeld in artikel 48.2, onder c.

  • 2.

    Onverminderd het eerste lid, is de activiteit, indien dit betrekking heeft op participatie als bedoeld in artikel 48.2, onder a, gericht op beleving, borging, fysiek of digitaal toegankelijk maken van materieel of immaterieel erfgoed.

  • 3.

    Onverminderd het eerste lid, is de activiteit, indien deze betrekking heeft op educatie als bedoeld in artikel 48.2, onder b, gericht op het interesseren of actieve inzet van een nieuw of breed publiek voor materieel en immaterieel erfgoed in Zeeland.

  • 4.

    Onverminderd het eerste lid, wordt de activiteit, indien deze betrekking heeft op voorbereidend onderzoek als bedoeld in artikel 48.2, onder c, uitgevoerd ter voorbereiding op of ondersteuning van een van de andere subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 2.

  • 5.

    Onverminderd het eerste lid, voldoet de activiteit, indien deze betrekking heeft op instandhouding mobiel en varend erfgoed als bedoeld in artikel 48.2, onder e, aan de volgende vereisten:

    • a.

      de activiteit is gericht op instandhouding van materieel erfgoed in Zeeland;

    • b.

      de activiteit is gericht op herstel van materieel erfgoed of het klaarmaken van materieel erfgoed voor regulier onderhoud;

    • c.

      het mobiel of varend erfgoed is in Zeeland in gebruik.

  • 6.

    Onverminderd het eerste lid, voldoet de activiteit, indien deze betrekking heeft op herstel van erfgoedobjecten en -elementen in het landschap als bedoeld in artikel 48.2, onder f, aan de volgende vereisten:

    • a.

      de activiteit wordt uitgevoerd met begeleiding van ter zake deskundigen;

    • b.

      de activiteit bestaat uit activiteiten die het reguliere onderhoud te boven gaan en noodzakelijk zijn voor het herstel van het erfgoedobject of – element;

    • c.

      het te herstellen erfgoedobject- of element heeft geen beschermde status;

    • d.

      de activiteit is gericht op instandhouding van materieel erfgoed in Zeeland;

    • e.

      het erfgoedobject is in Zeeland in gebruik.

Artikel 48.6 Niet-subsidiabele kosten

Onverminderd § 1.3 komen niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten gemaakt voor indiening van de aanvraag;

  • b.

    kosten ten behoeve van de exploitatie van horeca;

  • c.

    onkostenvergoedingen;

  • d.

    structurele personeels- of loonkosten;

  • e.

    vrijwilligersbijdragen;

  • f.

    leges.

Artikel 48.7 Subsidiehoogte

  • 1.

    De subsidie bedraagt:

    • a.

      bij een gevraagde subsidie tot en met € 10.000: maximaal 100% van de subsidiabele kosten;

    • b.

      bij een gevraagde subsidie hoger dan € 10.000: maximaal 75% van de totale subsidiabele kosten tot een maximum van € 25.000 per aanvraag.

  • 2.

    Onverminderd de voorgaande leden, wordt, indien sprake is van staatssteun, maximaal slechts een zodanig bedrag aan subsidies verstrekt dat voor het totale bedrag aan overheidsbijdragen over een periode van drie jaar het maximumbedrag aan de-minimissteun niet wordt overschreden.

Artikel 48.8 Staatssteun

  • 1.

    Gedeputeerde staten toetsen voor subsidieverlening of die is aan te merken als steunmaatregel in de zin van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag inzake de werking van de Europese Unie.

  • 2.

    Indien sprake is van een steunmaatregel, dan wordt deze verleend op basis van de Verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PB L, 2023/2831, 15.12.2023) en uitsluitend voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden van die verordening.

  • 3.

    Wanneer de subsidieverlening is aan te merken als een steunmaatregel, legt de aanvrager op verzoek van gedeputeerde staten een de-minimisverklaring over met een opgave van alle andere ontvangen de-minimissteun in de afgelopen 36 maanden.

Artikel 48.9 Indieningsvereisten

  • 1.

    Onverminderd artikel 1.4.2, wordt de aanvraag bij gedeputeerde staten ingediend door gebruik te maken van een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier Erfgoedvrijwilligersregeling, zoals beschikbaar gesteld op de website van de provincie Zeeland, inclusief de voorgeschreven bijlagen.

  • 2.

    Het projectplan, bedoeld in artikel 1.4.2, dat bij de aanvraag wordt overgelegd, is maximaal 8 pagina’s A4 en bevat tenminste de volgende gegevens:

    • a.

      een omschrijving van de activiteiten, waaronder de opzet, doelgroep en de uit te voeren activiteiten;

    • b.

      een omschrijving van de wijze waarop de activiteiten gericht zijn op het verbeelden, versterken, beoefenen of beleefbaar maken van materieel en immaterieel erfgoed;

    • c.

      de plaats waar de activiteiten worden uitgevoerd.

Artikel 48.10 Indieningstermijn

  • 1.

    De aanvraag wordt bij gedeputeerde staten ingediend binnen de openstellingsperiode van 28 april 2026 vanaf 12.00 uur tot en met 12.00 uur op 28 september 2026.

  • 2.

    Subsidieaanvragen die op de uiterste indieningsdatum niet volledig zijn ontvangen, worden afgewezen.

Artikel 48.11 Subsidieplafond

Gedeputeerde staten stellen het subsidieplafond voor de openstellingsperiode, bedoeld in artikel 48.10, vast op € 250.000.

 

Artikel 48.12 Verdeelmethode

  • 1.

    Het subsidieplafond wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

  • 2.

    Indien een aanvraag niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de aanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3.

    Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige aanvragen plaats door middel van loting.

  • 4.

    In het geval een subsidie niet volledig verleend kan worden als gevolg van het bereiken van het subsidieplafond, vindt verlening plaats ter hoogte van het nog beschikbare bedrag.

  • 5.

    Indien naar het oordeel van gedeputeerde staten niet aannemelijk is dat de subsidieaanvrager na gedeeltelijke verlening van de subsidie de activiteiten uit zal voeren, zijn gedeputeerde staten bevoegd de subsidie te weigeren en de subsidie aan de eerstvolgende in de rangschikking te verlenen.

Artikel 48.13 Verplichtingen

  • 1.

    Onverminderd de artikelen 1.6.1 tot en met 1.6.6 is de subsidieontvanger verplicht:

    • a.

      de activiteit te starten in het kalenderjaar waarin de aanvraag is ingediend;

    • b.

      de activiteit af te ronden binnen 12 maanden na de start van de activiteit;

    • c.

      de activiteit fysiek of digitaal toegankelijk te maken en te houden voor het publiek waarbij het cultuurhistorische verhaal zichtbaar is.

  • 2.

    Onverminderd het eerste lid, is de subsidieontvanger, indien de activiteit betrekking heeft op instandhouding mobiel en varend erfgoed als bedoeld in artikel 48.2, onder e, of op herstel van erfgoedobjecten- en elementen in het landschap als bedoeld in artikel 48.2, onder f, verplicht om het object na afronding van de activiteit toegankelijk te houden voor publiek.

Artikel II  

Onder vernummering van de paragrafen 48.1 en 48.2 tot respectievelijk de paragrafen 49.1 en 49.2 en van de artikelen 48.1.1 en 48.2.1 tot respectievelijk de artikelen 49.1.1 en 49.2.1, wordt Hoofdstuk 48 Slotbepalingen gewijzigd in: Hoofdstuk 49 Slotbepalingen.

Artikel III  

Na de toelichting op hoofdstuk 47 wordt een toelichting toegevoegd, luidende:

 

Toelichting op hoofdstuk 48 Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidies voor ondersteuning van erfgoedvrijwilligers (Erfgoedvrijwilligersregeling)

 

Algemene toelichting

In het Coalitieakkoord 2023-2027 ‘Met Zeeland, voor Zeeland!’ wordt benoemd dat er een uitdaging ligt bij de instandhouding van Zeeuws erfgoed. In november 2024 is de Uitvoeringsagenda Cultuur & Erfgoed 2025-2032 vastgesteld. Hierin zijn verschillende doelstellingen over erfgoedvrijwilligers, digitalisering en toegankelijkheid van het erfgoedveld, immaterieel erfgoed, cultuurhistorisch landschap en mobiel- en varend erfgoed geformuleerd. Provinciale Staten hebben (aanvullend) middelen beschikbaar gesteld om de Uitvoeringsagenda in de breedte te kunnen realiseren, onder andere voor een kwaliteitsimpuls op gebied van erfgoed. Deze subsidieregeling is hier de praktische uitwerking van.

 

Vrijwilligersorganisaties spelen een belangrijke rol bij het in stand houden van het Zeeuwse erfgoed. Deze subsidieregeling heeft als doel de ondersteuning en professionalisering van vrijwilligers(organisaties) te bevorderen. Daarnaast wordt ingezet op activiteiten die gericht zijn op het verbeelden, versterken, beoefenen of beleefbaar maken van materieel en immaterieel erfgoed in Zeeland.

 

Juridisch kader

Dit hoofdstuk maakt onderdeel uit van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023 (Asb 2023). Dat betekent dat bij subsidieverstrekking ook de algemene bepalingen in hoofdstuk 1 van het Asb 2023 en de Algemene subsidieverordening Zeeland 2023 (Asv 2023) van toepassing zijn. De bepalingen van de Asv 2023 en hoofdstuk 1 van het Asb 2023 gelden in aanvulling op het onderhavige hoofdstuk. Zo bevat § 1.3 van het Asb 2023 een aantal bepalingen over subsidiabele kosten en § 1.4 een aantal vereisten waar de aanvraag aan moet voldoen. § 1.6 bevat een aantal verplichtingen die de subsidieontvanger in acht moet nemen, waaronder de meldingsplicht indien hij verwacht de activiteiten niet (geheel) te zullen verrichten of niet (geheel) aan zijn verplichtingen te zullen voldoen. Daar waar hoofdstuk 48 afwijkt van hoofdstuk 1 van het Asb 2023, wordt dit expliciet aangegeven.

 

Staatssteun

Subsidie ten behoeve van dit hoofdstuk kan staatssteun inhouden als de subsidie wordt verstrekt aan een onderneming en voor een economische activiteit. Om de subsidie rechtmatig te kunnen verstrekken, wordt gebruik gemaakt van de algemene de-minimisverordening. Op grond van deze verordeningen mag een onderneming over een periode van drie jaren maximaal een bedrag ontvangen van € 300.000 aan steun, waarbij alle steun verlenende overheden worden meegerekend. Ondernemingen moeten bij hun aanvraag een de-minimisverklaring ondertekenen die betrekking heeft op eerder verleende steun.

 

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 48.1 Begripsbepalingen

Voor definities is veelal aangesloten bij de uitleg die het Verdrag van Faro geeft aan de verschillende begrippen.

 

Voor het begrip erfgoed is van belang dat het gaat om het verleden van de inwoners die zich in Zeeland hebben gevestigd, zoals dat in Zeeland is gevormd of ontstaan of mogelijk los van hun herkomst.

 

Het onderdeel elementen in het begrip erfgoedobjecten en -elementen kan bijvoorbeeld zien op de luiken van een schuur, de windvang of een kerkpad. Een object kan bijvoorbeeld een bak-keet of een put zijn. Van belang is dat de elementen of objecten zich buiten, in de buitenlucht, bevinden.

 

Het begrip mobiel en varend erfgoed kan worden onderverdeeld in varend, rijdend, rollend en vliegend.

 

Artikel 48.2 Subsidiabele activiteiten

De regeling heeft tot doel om de betrokkenheid van inwoners van Zeeland bij hun eigen erfgoed te stimuleren. Het stimuleren vindt plaats door ondersteuning te bieden aan vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties die Zeeuws erfgoed verbeelden, versterken, beoefenen of beleefbaar maken. Verbeelden, versterken, beoefenen of beleefbaar maken zijn strategieën om erfgoed relevant te houden en over te dragen aan toekomstige generaties.

 

Verbeelden en versterken richt zich op het weer zichtbaar maken van het erfgoed. Het beoefenen gaat om het actief betrekken van inwoners bij hun eigen erfgoed, het samen zorgen voor en het verbinden van gemeenschappen. Beleefbaar maken richt zich op het toegankelijk maken van erfgoed voor een breed publiek. Denk hierbij aan het weergeven van het verhaal achter bijvoorbeeld een brug of een schip. Dat kan ook digitaal of in het onderwijs. Of het restaureren van erfgoed om het toegankelijk te maken.

 

De genoemde onderwerpen sluiten hierbij aan en worden bij de subsidievereisten nader uitgewerkt.

 

Artikel 48.3 Doelgroep

De doelgroep voor dit hoofdstuk is een brede doelgroep, ook samenwerkingen van de natuurlijke personen onderling, rechtspersonen onderling of natuurlijke en rechtspersonen kunnen onder de doelgroep vallen. De brede doelgroep is gekozen om het zeer diverse erfgoedveld tegemoet te komen.

 

Artikel 48.4 Weigeringsgronden

De weigeringsgronden in dit artikel zijn een aanvulling op de weigeringsgronden die al in artikel 1.2.1. tweede lid zijn opgenomen.

 

Activiteiten met een winstoogmerk worden uitgesloten omdat er voor die activiteiten geen noodzaak is om subsidie te ontvangen. Er is geen stimulerend effect.

 

Met de weigeringsgronden onder b, c en e wordt beoogd dubbeling en samenloop te voorkomen. Ook wordt een optimale benutting van de diverse regelingen beoogd.

 

Artikel 48.5 Subsidievereisten

Eerste lid

De regeling is gericht op het steunen van vrijwilligers die Zeeuws erfgoed verbeelden, versterken, beoefenen of beleefbaar maken. Om die reden zijn onderdelen a en b opgenomen.

Het tweede tot en met zesde lid geeft aanvullende specifieke vereisten voor de onderwerpen van de subsidiabele activiteit. Voor het onderwerp ondersteuning en versterking van erfgoedgemeenschappen zijn geen specifieke vereisten opgenomen. Hierbij kan gedacht worden aan ondersteuning bij oprichtingskosten en proceskosten en het aantrekkelijker maken van vrijwilligerswerk in de erfgoedsector.

 

Tweede lid

Participatie gaat over manieren om inwoners van Zeeland te interesseren voor en te betrekken bij het Zeeuws erfgoed.

 

Derde lid

Educatie ziet op activiteiten die jeugd-, jongeren- en volwasseneneducatie over het Zeeuwse erfgoed ten goede komen. Hieronder valt onder andere het ontwikkelen van lezingen, publieksactiviteiten, en bijeenkomsten over het Zeeuwse erfgoed.

 

Vierde lid

Voorbereidend onderzoek is louter bedoeld voor onderzoek dat nodig is om activiteiten voor een van de andere onderwerpen uit te kunnen voeren.

 

Vijfde lid

Mobiel en varend erfgoed is alle sectoren van het mobiel erfgoed: rail, weg, water en lucht. Het belang van instandhouding is om dit erfgoed in beweging te houden.

 

Zesde lid

Herstel is in de basis eenmalig, het gaat niet om jaarlijks regulier onderhoud maar om het terugbrengen van erfgoedobjecten en -elementen in de juiste staat.

 

Artikel 48.6 Niet-subsidiabele kosten

Op grond van artikel 1.3.1. van deze regeling zijn alleen die kosten subsidiabel die voor de activiteit noodzakelijk zijn en aantoonbaar rechtstreeks zijn toe te rekenen aan de betreffende activiteit. Dat betekent dat reguliere apparaatskosten, structurele kosten die niet louter aan de activiteit zijn toe te rekenen, in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking komen.

 

Daarnaast is in de regeling nog een aantal kostensoorten opgesomd die in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking komen.

 

Zo zijn kosten die worden gemaakt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag uitgesloten omdat de subsidie een stimulerend effect dient te hebben. Wanneer kosten worden gemaakt voorafgaand aan de aanvraag, wordt ervan uit gegaan dat er geen noodzaak is voor subsidie en er geen sprake is van een stimulerend effect.

 

Structurele personeels- of loonkosten zijn uitgesloten, de nadruk ligt hierbij op de structurele aard van de kosten. De kosten van inhuur van tijdelijke ondersteuning of een adviseur ten behoeve van de activiteit zijn wel subsidiabel (maximaal voor de duur van de activiteit).

 

Artikel 48.7 Subsidiehoogte

In de berekening van de subsidie wordt onderscheid gemaakt tussen aanvragen waarin tot maximaal 10.000 euro subsidie wordt gevraagd. Deze kunnen 100% subsidie ontvangen. Aanvragen waarin meer dan 10.000 euro subsidie wordt gevraagd, kunnen maximaal 75% subsidie ontvangen.

Artikel IV  

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst.

Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van 7 april 2026.

Dhr. H.M. de Jonge, voorzitter

Drs. M.C.J. Franken, secretaris

Naar boven