Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 31 maart 2026, PZH-2026-888647151 tot vaststelling van het Openstellingsbesluit subsidie beweegvriendelijke leefomgeving Zuid-Holland 2026 (Openstellingsbesluit subsidie beweegvriendelijke leefomgeving Zuid-Holland 2026)

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland;

 

Gelet op artikel 1.3, vierde lid, van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland en gelet op de artikelen 2.1 en 2.2, eerste lid, van de Subsidieregeling recreatie, toerisme, sport en gezondheid Zuid-Holland;

 

Overwegende dat het wenselijk is om, als uitwerking van de Startnotitie Sport en recreatie het sportief en recreatief anders en ongeorganiseerd bewegen in de publiek toegankelijke buitenruimte stimuleren, gericht op beweeg- en gezondheidswinst en op het verminderen van gezondheidsverschillen binnen de bevolking van Zuid-Holland;

 

Besluiten vast te stellen het volgende besluit:

 

Openstellingsbesluit subsidie beweegvriendelijke leefomgeving Zuid-Holland 2026

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit openstellingsbesluit wordt verstaan onder:

  • -

    achterblijvende groepen: mensen die minder bewegen dan de gemiddelde Nederlander en behorende tot de groep met een lage sociaaleconomische status, 65-plussers, kinderen in armoede, met een niet-westerse achtergrond of met een lichamelijke beperking;

  • -

    anders-georganiseerde-sport: sportactiviteiten die plaatsvinden buiten de traditionele sportverenigingen en organisaties, aangeboden door sportaanbieders, waaronder niet wordt begrepen georganiseerde-sport of ongeorganiseerde-sport;

  • -

    Asv: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;

  • -

    Beweegrichtlijnen: richtlijnen die aanbevelen hoeveel beweging nodig is voor een goede lichamelijke en mentale gezondheid, opgesteld door de Gezondheidsraad in 2017;

  • -

    georganiseerde-sport: sportactiviteiten aangeboden door sportverenigingen, die vaak zijn aangesloten bij een sportbond en/of NOC*NSF, waaronder niet wordt begrepen anders-georganiseerde-sport of ongeorganiseerde-sport;

  • -

    ingrepen in publiek toegankelijke buitenruimte: fysieke aanpassingen of toevoegingen in de openbare ruimte die gericht zijn op het stimuleren van bewegen en het verbeteren van de gezondheid van inwoners, waaronder sport-, speel- en beweegtoestellen, touw- en klimvoorzieningen, pleintjes en andere laagdrempelige beweegvriendelijke voorzieningen, met bijzondere aandacht voor groepen die achterblijven in het behalen van de Beweegrichtlijnen;

  • -

    New Towns: groeikernen in Zuid-Holland die zijn aangewezen als New Town: Zoetermeer, Nissewaard en Capelle aan den IJssel;

  • -

    NPLV gebieden: gebieden in Zuid-Holland die zijn aangewezen in het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid: Delft-West, Den Haag Zuidwest, Dordrecht West, Rotterdam-Zuid, Schiedam Nieuwland en Oost, Vlaardingen Westwijk;

  • -

    ongeorganiseerde-sport: sportactiviteiten die worden gedaan zonder officiële structuur of begeleiding, zoals informele sportactiviteiten en sporten in de openbare ruimte, zonder georganiseerde accommodatie, begeleiding of competitie;

  • -

    publiek toegankelijke buitenruimte: buitenruimte in de provincie Zuid-Holland die publiek toegankelijk is.

Artikel 2 Subsidiabele activiteit

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor ingrepen in publiek toegankelijke buitenruimte die sportief en recreatief bewegen bevorderen.

  • 2.

    Subsidie als bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie.

  • 3.

    De activiteit, bedoeld in het eerste lid, draagt bij aan beweeg- en gezondheidswinst en het verminderen van gezondheidsverschillen binnen de bevolking van Zuid-Holland.

Artikel 3 Doelgroep

Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt uitsluitend verstrekt aan privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersonen.

Artikel 4 Subsidievereisten

  • 1.

    Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2 eerste lid in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      de activiteit bevordert sportief en recreatief bewegen en is met name gericht op ongeorganiseerde-sport of anders-georganiseerde-sport voor achterblijvende groepen;

    • b.

      de activiteit is met name gericht op locaties en buurten waar de beweegarmoede het grootst is;

    • c.

      de activiteit vindt plaats dicht bij de woonomgeving, in die buurten en op die locaties die het minst beweegvriendelijk zijn;

    • d.

      de activiteit vindt plaats in publiek toegankelijke buitenruimte;

    • e.

      aanvrager beschikt over een benodigde toestemmingsverklaring van de rechthebbende op de grond waar de activiteit zal plaatsvinden;

    • f.

      aanvrager beschikt over de benodigde vergunningen voor het realiseren van de activiteit.

    • g.

      de aanvraag behaalt minimaal een totaal aantal vereiste punten van 34 punten volgens de berekening van de beoordelingscriteria, bedoeld in het tweede lid.

  • 2.

    Subsidieaanvragen worden beoordeeld aan hand van de volgende beoordelingscriteria en waarbij het totaal aantal vereiste punten wordt berekend door de punten voor ieder van de afzonderlijke beoordelingscriteria bij elkaar op te tellen:

    • a.

      de mate waarin de activiteit aantoonbaar gericht is op het meer sportief en recreatief bewegen van achterblijvende groepen, te waarderen met maximaal 10 punten;

    • b.

      de mate waarop de activiteit is gericht op locaties en buurten waar de beweegarmoede het grootst is volgens de Beweegrichtlijnen, te waarderen met maximaal 10 punten;

    • c.

      de mate waarin de activiteit gericht is op locaties waar de beweegvriendelijkheid het laagst is, te waarderen met maximaal 10 punten;

    • d.

      de mate waarin een zo groot mogelijk deel van de inwoners van een buurt profiteert van de activiteit, te waarderen met maximaal 10 punten;

    • e.

      de mate waarin de activiteit voortkomt uit en aansluit op de behoeften van de bewoners van een buurt, te waarderen met maximaal 10 punten;

    • f.

      de mate waarin ontwerp, ontwikkeling of realisatie van de activiteit tot stand komt in samenwerking met andere partijen, te waarderen met maximaal 5 punten;

    • g.

      een activiteit in een NPLV gebied, te waarderen met 4 punten;

    • h.

      een activiteit in een van de New Towns, te waarderen met 4 punten.

Artikel 5 Weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 2.6 van de Asv wordt de subsidie geweigerd als:

  • a.

    de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 5.000,-;

  • b.

    de activiteit niet uitvoerbaar is vanwege wettelijke of praktische belemmeringen;

  • c.

    voor dezelfde activiteit al op grond van een andere provinciale regeling subsidie in aanvraag is of verstrekt;

  • d.

    de activiteit de aanleg en instandhouding van doorlopende routestructuren voor wandelen, fietsen, varen en paardrijden betreft.

Artikel 6 Aanvraagperiode

  • 1.

    Een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend vanaf 13 april tot en met 30 oktober 2026.

  • 2.

    Een aanvraag is tijdig ingediend indien deze voor 31 oktober 2026 is ontvangen.

Artikel 7 Deelplafond

Gedeputeerde staten stellen het deelplafond voor de periode, genoemd in artikel 6, vast op €1.000.000,-.

Artikel 8 Subsidiehoogte

  • 1.

    De hoogte van subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt voor gemeenten per aanvraag maximaal 50% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 50.000,- en voor overige aanvragers per aanvraag maximaal 75% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 50.000,-.

  • 2.

    Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat de subsidie minder bedraagt dan € 5.000,-, wordt de subsidie niet verstrekt.

  • 3.

    Per gemeente is het bedrag aan aanvragen dat niet mag worden overschreden € 150.000,- en per buurt is het bedrag aan aanvragen dat niet mag worden overschreden € 50.000,-.

Artikel 9 Verdelingswijze

  • 1.

    Subsidieaanvragen die voldoen aan de subsidievereisten, bedoeld in artikel 4, worden verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2.

    Als een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt als datum van binnenkomst de dag waarop de subsidieaanvraag aangevuld en gecompleteerd is als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 3.

    Wordt het subsidieplafond op enige dag overschreden, dan wordt de volgorde van binnenkomst van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen bepaald door middel van loting, waarbij:

    • a.

      de eerst getrokken aanvraag als hoogste wordt gerangschikt;

    • b.

      de hoogst gerangschikte aanvraag het eerst in aanmerking komt voor subsidie;

    • c.

      subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen die volledig verleend kunnen worden.

Artikel 10 Subsidiabele kosten

In aanvulling op artikel 1.2 van de Subsidieregeling recreatie, toerisme, sport en gezondheid Zuid-Holland komen voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten voor bouw of verbetering van onroerende zaken;

  • b.

    kosten van koop van roerende zaken, tot maximaal de marktwaarde;

  • c.

    kosten voor verwerving of leasing van roerende zaken;

  • d.

    kosten van koop van tweedehands goederen, tot maximaal de marktwaarde;

  • e.

    arbeidskosten voor het realiseren van ingrepen in de publiek toegankelijke buitenruimte als bedoeld in artikel 2.1, met een maximum van € 120,- per uur, exclusief BTW;

  • f.

    kosten voor promotie en publiciteit.

Artikel 11 Niet-subsidiabele kosten

In aanvulling op artikel 2.5 van de Asv en in afwijking van artikel 10 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten voor exploitatie;

  • b.

    kosten voor beheer en onderhoud;

  • c.

    kosten voor achterstallig onderhoud.

Artikel 12 Verplichtingen

  • 1.

    In aanvulling op het bepaalde in de artikelen 3.1 tot en met 3.5 en 6.2 van de Asv heeft de subsidieontvanger in ieder geval de verplichting om:

    • a.

      de activiteiten, bedoeld in artikel 2, binnen 18 maanden na bekendmaking van de beschikking tot subsidieverlening te realiseren;

    • b.

      ten minste 5 jaar zorg te dragen of te laten dragen voor het beheer en onderhoud van de uitgevoerde activiteit.

  • 2.

    Als de activiteit wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder a, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan die uiterlijk de dag voor het verstrijken van de termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij gedeputeerde staten tot verlenging met maximaal 6 maanden.

  • 3.

    Onverminderd artikel 3.1 van de Asv, is de subsidieontvanger verplicht bij externe communicatie en publicaties met betrekking tot de gesubsidieerde activiteiten te vermelden dat deze mede mogelijk zijn gemaakt door de provincie Zuid-Holland, en zo mogelijk wordt daarbij het logo van de provincie vermeld.

Artikel 13 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin dit besluit wordt geplaatst.

Artikel 14 Werkingsduur en overgangsrecht

Dit besluit vervalt op 1 april 2027 met dien verstande dat dit besluit van kracht blijft voor subsidies die voor die datum zijn aangevraagd.

Artikel 15 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit subsidie beweegvriendelijke leefomgeving Zuid-Holland 2026.

Den Haag, 31 maart 2026

gedeputeerde staten van Zuid-Holland,

secretaris,

drs. M.J.A. van Bijnen MBA

plv. voorzitter,

M.E. van Leeuwen

Toelichting bij het Openstellingsbesluit subsidie beweegvriendelijke leefomgeving Zuid-Holland 2026

I. Algemeen deel

De startnotitie Sport en Recreatie vormt de basis voor het provinciaal sport- en recreatiebeleid en richt zich op het stimuleren van onze bewoners om in hun vrije tijd meer naar buiten te gaan en te bewegen. De startnotitie is te raadplegen via Sport en bewegen - Provincie Zuid-Holland.

 

Een beweegvriendelijke omgeving is een inclusieve leefomgeving die mensen faciliteert, stimuleert en uitdaagt om te bewegen, spelen, sporten en ontmoeten. Daarbij is deze omgeving rijk aan sportief en recreatief beleefbaar groen en water dat bijdraagt aan de gezondheid. Bij sportief en recreatief bewegen gaat het hier om het ongeorganiseerd en anders georganiseerd sporten en bewegen in de publiek toegankelijke buitenruimte.

 

Om meer inzicht te krijgen in de behoefte aan sport en recreatie van onze bewoners is het Behoeftenonderzoek sport en recreatie uitgevoerd, met een speciaal oog voor groepen die ondervertegenwoordigd zijn in deelname hieraan, zodat ook zij hier de vruchten van plukken.

 

Bij die groepen is ook de grootste gezondheidswinst te boeken. Sport en recreatie zijn daarnaast ook van belang voor ons welzijn (fysiek, sociaal en mentaal).

 

Het gaat bij recreatie, sport en bewegen ‘om de hoek’ om het creëren van sport- en recreatiemogelijkheden bij voorkeur in of dicht bij de woonomgeving (‘om de hoek’).

 

Bijzondere aandacht is er voor gebieden die zijn aangewezen in het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid en New Towns. Het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid is een samenwerking tussen verschillende ministeries, gemeenten en lokale partners om de leefsituatie en het perspectief van bewoners van de meest kwetsbare gebieden in Nederland te verbeteren.

New Towns zijn voormalige groeikernen die in de jaren ‘70 en ‘80 in korte tijd zijn gebouwd, waar de leefbaarheid en sociale samenhang in versneld tempo verslechteren. De New Town Alliantie zet in op het toekomstbestendig maken van deze gebieden.

 

II. Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 Begripsbepalingen

Achterblijvende groepen

Met achterblijvende groepen wordt gedoeld op ondervertegenwoordigde groepen in sportief en recreatief bewegen, waarbij deze regeling zich met name richt op bewoners in wijken met een lage Sociaaleconomische status (SES), op kinderen in armoede, mensen met een beperking en op ouderen.

 

Publiek toegankelijke buitenruimte

Pleinen, parken, plantsoenen en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is. Het gebied is bij voorkeur 24 uur per dag of anders zoveel mogelijk toegankelijk, zodat de doelgroep gebruik kan maken van de locatie op momenten dat hier behoefte aan is. Mocht er reden zijn om het gebied, bijvoorbeeld vanwege veiligheidsredenen toch gedeeltelijk te sluiten, dient dit in de aanvraag onderbouwd te worden.

 

Artikel 2 Subsidiabele activiteit en artikel 4 Subsidievereisten

Deze subsidie is in het algemeen bedoeld voor het bevorderen van sportief en recreatief ongeorganiseerd en anders georganiseerd bewegen in de publiek toegankelijke buitenruimte, en meer in het bijzonder voor ingrepen in de fysieke leefomgeving in en dicht bij de woonomgeving, in die buurten die het minst beweegvriendelijk zijn en waar het minst wordt bewogen en met name gericht op achterblijvende groepen. Deze subsidie is niet bedoeld voor:

  • -

    Activiteiten ter bevordering van georganiseerd bewegen, zoals in verenigingsverband.

  • -

    Activiteiten voor exploitatie of beheer.

  • -

    Toevoegen van routestructuren, zoals de aanleg van doorgaande fiets- en wandelpaden, vaarwegen en paardenpaden.

Artikel 3 Doelgroep

Subsidie kan aangevraagd worden door rechtspersonen. Gedacht kan worden aan gemeenten, Terrein Beherende Organisaties (TBO’s), buurt- en wijkverenigingen etc. Voorstellen dienen vanuit de doelgroep afgestemd te zijn met en goedgekeurd door de eigenaar van de publiek toegankelijke buitenruimte.

 

Artikel 4 Subsidievereisten en artikel 9 Verdelingswijze

Deze regeling is gericht op het meer laten sporten en bewegen van mensen, met name van achterblijvende groepen die ondergemiddeld bewegen en op locaties en buurten waar de beweegarmoede groot is aan de hand van de beweegrichtlijn van het RIVM, zie: Externe link: https://buurtatlas.vzinfo.nl/#beweegrichtlijnen.

 

De kaart met gegevens tot op buurtniveau kan ook worden gevonden via het invoeren van de zoekterm: ‘Voldoen aan de Beweegrichtlijnen gemeente, wijk en buurt (rivm.nl)‘.

 

Een subsidieaanvraag dient een omschrijving te bevatten van de verwachte bijdrage op buurtniveau waar het aanbrengen dan wel verbeteren van de fysieke leefomgeving het bewegen en de gezondheid aantoonbaar zal bevorderen. De subsidie is niet bedoeld voor onderhoud aan bestaande en/of nieuwe voorzieningen.

 

Subsidie wordt verleend bij volgorde van binnenkomst (artikel 9) indien minimaal 34 punten is behaald. De punten kunnen worden gehaald aan de hand van een berekening van de criteria genoemd in artikel 4, tweede en derde lid. De criteria worden als volgt beoordeeld.

 

Criterium a: Bereik achterblijvende groepen

De mate waarin de activiteit aantoonbaar gericht is op en in sportief en recreatief bewegen achterblijvende groepen bereikt.

 

Toelichting: met dit criterium wordt bedoeld de mate waarin binnen de gehele bevolking vooral die groepen worden bereikt die het minst sportief en recreatief bewegen en die door meer te bewegen de meeste gezondheidswinst boeken. De beoordeling is gericht op het bereik van in bewegen achterblijvende groepen:

 

10 punten: zeer hoog (voor 80% tot 100% gericht op het bereik van achterblijvende groepen)

8 punten: hoog (voor 60% tot 80% gericht op het bereik van achterblijvende groepen)

6 punten: middelhoog (voor 40% tot 60% gericht op het bereik van achterblijvende groepen)

4 punten: laag (voor 20% tot 40% gericht op het bereik van achterblijvende groepen)

2 punt: zeer laag (voor 0 tot 20% gericht op het bereik van achterblijvende groepen)

 

Criterium b: Beweegarmoede

De mate waarop de activiteit is gericht op locaties en buurten waar de beweegarmoede het grootst is.

 

Toelichting: zoals bedoeld in artikel 4, derde lid, en aan de hand van de Buurtatlas van het RIVM, URL: Externe link: https://buurtatlas.vzinfo.nl/#beweegrichtlijnen

 

De kaart met gegevens tot op buurtniveau kan worden gevonden via het invoeren van de zoekterm: ‘Voldoen aan de Beweegrichtlijnen gemeente, wijk en buurt (rivm.nl)‘.

 

10 punten: zeer hoog (<41% buurtbewoners dat voldoet aan de beweegrichtlijn)

8 punten: hoog (41-46% buurtbewoners dat voldoet aan de beweegrichtlijn)

6 punten: middelhoog (46-50% buurtbewoners dat voldoet aan de beweegrichtlijn)

4 punten: laag (50: 54% buurtbewoners dat voldoet aan de beweegrichtlijn)

2 punt: zeer laag (>54% buurtbewoners dat voldoet aan de beweegrichtlijn)

 

Criterium c: Beweegvriendelijkheid omgeving

De mate waarin de activiteit gericht is op locaties waar de beweegvriendelijkheid het laagst is.

 

Toelichting: zoals bedoeld in artikel 4, tweede lid. De beweegvriendelijkheid wordt bepaald aan de hand van de Kernindicator Beweegvriendelijke Omgeving (2024) | Atlas Leefomgeving, URL

 

Externe link: https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten?config=3ef897de-127f-471a-959b-93b7597de188&layerFilter=Alle%20kaarten&use=piwiksectorcode&gm-x=150000&gm-y=460000&gm-z=3&gm-b=1544180834512,true,1;1633676773896,true,0.7

 

10 punten: zeer laag (<20)

8 punten: laag (20-40)

6 punten: middelhoog (40-60)

4 punten: hoog (60-80)

2 punt: zeer hoog (80-100)

 

Criterium d: Publieksbereik

De mate waarin een zo groot mogelijk deel van de inwoners profiteert van de op sportief en recreatief bewegen gerichte activiteit.

 

Toelichting: met dit criterium wordt de inclusiviteit bedoeld. De beoordeling is gericht op brede deelname van de bevolking aan het sportief en recreatief bewegen, waar aspecten als bereikbaar, toegankelijk en aantrekkelijk een rol spelen:

 

10 punten: zeer hoog (voor 80% tot 100% gericht op brede deelname van de bevolking)

8 punten: hoog (voor 60% tot 80% gericht op brede deelname van de bevolking)

6 punten: middelhoog (voor 40% tot 60% gericht op brede deelname van de bevolking)

4 punten: laag (voor 20% tot 40% gericht op brede deelname van de bevolking)

2 punt: zeer laag (voor 0 tot 20% gericht op brede deelname van de bevolking)

 

Criterium e: Vraagsturing

De mate waarin de activiteit aansluit op en voortkomt uit de behoeften van de bewoners.

 

Toelichting: dit wordt zichtbaar door de mate waarin zij, zo mogelijk via intermediairs, betrokken zijn bij de aanvraag en realisatie en deze aanvraag aansluit bij hun behoeften aan sportief en recreatief bewegen (bij voorkeur van en voor de bewoners).

 

10 punten: zeer hoog (voor 80% tot 100% aansluiting en / of betrokkenheid)

8 punten: hoog (voor 60% tot 80% aansluiting en / of betrokkenheid)

6 punten: middelhoog (voor 40% tot 60% aansluiting en / of betrokkenheid)

4 punten: laag (voor 20% tot 40% aansluiting en / of betrokkenheid)

2 punt: zeer laag (voor 0% tot 20% aansluiting en / of betrokkenheid)

 

Criterium f: Samenwerking

De mate waarin ontwerp, ontwikkeling en /of realisatie van de activiteit tot stand komt in samenwerking met andere partijen.

 

Toelichting: met dit criterium wordt bedoeld de mate waarin het project is gericht op samenwerking met andere organisaties (voor, tijdens en na realisatie)

 

5 punten: zeer veel (voor 80% tot 100% gebaseerd op samenwerking)

4 punten: veel (voor 60% tot 80% gebaseerd op samenwerking)

3 punten: middelhoog (voor 40% tot 60% gebaseerd op samenwerking)

2 punten: laag (voor 20% tot 40% gebaseerd op samenwerking)

1 punt: zeer laag (voor 0% tot 20% gebaseerd op samenwerking)

 

Het totaal aantal vereiste punten wordt berekend door de punten voor ieder van de afzonderlijke beoordelingscriteria bij elkaar op te tellen, en te vermenigvuldigen met een wegingsfactor (artikel 4, derde lid, onder b). Een subsidieaanvraag voor een activiteit in een gebied dat is aangewezen in het kader van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid of in een van de New Towns, krijgt 4 bonuspunten. Dit betreft de gebieden:

 

NPLV gebieden:

  • -

    Delft-West

  • -

    Den Haag Zuidwest

  • -

    Dordrecht West

  • -

    Rotterdam-Zuid

  • -

    Schiedam Nieuwland en Oost

  • -

    Vlaardingen Westwijk

New Towns:

  • -

    Zoetermeer

  • -

    Capelle aan den IJssel

  • -

    Nissewaard

Artikel 12 Verplichtingen

Derde lid:

De publiciteitseis is noodzakelijk omdat de provincie er waarde aan hecht dat de inzet van provinciale middelen bij het stimuleren van het bewegen voor specifieke doelgroepen bij de inwoners bekend wordt. Hierdoor wordt inzicht gegeven in de inzet van de publieke middelen van de provincie. Ook kunnen hierdoor potentiële vergelijkbare initiatieven geïnspireerd worden om, met ondersteuning van de provincie hun initiatief te realiseren. Tenslotte kan hierdoor ook de effectiviteit van de regeling worden verhoogd: door de zichtbaarheid van de overheid als partner wordt het vertrouwen in de activiteiten vergroot, wat een positieve bijdrage levert aan de kans op het behalen van de beleidsdoelen (het "doel van de regeling").

Naar boven