Bekendmaking besluit tot vaststelling van de wegenlegger van de gemeente Bodegraven- Reeuwijk van 19 maart 2026 met kenmerk PZH-2026-888561570 (DOS-2024-0005205)

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland,

 

Overeenkomstig artikel 34, eerste lid, van de Wegenwet hebben Burgemeester en Wethouders van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk op 30 september 2025 een ontwerp-wegenlegger opgemaakt. Bij collegebesluit van 27 januari 2026 heeft het college van Burgemeester en Wethouders ons verzocht de wegenlegger vast te stellen.

 

1. Procedure bij de gemeente

De ontwerp wegenlegger heeft van 6 oktober 2025 tot en met 17 november 2025 ter inzage gelegen. Belanghebbenden hadden de mogelijkheid een zienswijze in te dienen. Er zijn 2 zienswijzen ingediend.

 

2. Beoordeling aanvraag

Gedeputeerde Staten hebben de ontwerp-wegenlegger beoordeeld. De ontwerp-wegenlegger voldoet aan de vereisten uit de Wegenwet en het Wegenleggerbesluit. De ingebrachte zienswijzen geven geen aanleiding om de ontwerp-wegenlegger aan te passen. Daarop wordt hierna ingegaan.

 

2.1 Negen Viertel (wegnummer 590010 en 903927)

De zienswijze houdt in dat indiener bezwaar heeft tegen de vaststelling van de wegenlegger met betrekking tot de Negen Viertel en geeft aan dat:

  • 1.

    De gemeente op basis van de ter inzage gelegde wegenlegger en op basis van haar gedrag de volledige Negen Viertel beschouwt als gemeentelijk eigendom. Een gedeelte van de Negen Viertel is in eigendom van indiener en wordt op dit moment onrechtmatig gebruikt. Doel van de landherinrichting Driebruggen was juist dat openbare wegen niet in privé-eigendom blijven. Er heeft geen verrekening plaats gevonden voor het hebben van een openbare weg op privé-eigendom.

  • 2.

    Langs de Negen Viertel wordt op eigendom van indiener afval en grasbalen opgeslagen. Indiener geeft aan risico te lopen dat deze onwettige opslagplaats in de toekomst wederom op privé-eigendom wordt geplaatst. De aangebrachte aanplant van de gemeente en landinrichtingscommissie wordt niet onderhouden.

  • 3.

    De aanduiding van de gemeentegrenzen op de wegenlegger is onduidelijk. Daardoor is onduidelijk bij welke gemeente aanvragen van vergunningen moeten worden ingediend.

Reactie Gedeputeerde Staten

Op basis van artikel 34 van de Wegenwet heeft het college van Burgemeester en Wethouders de wegenlegger opgemaakt. Op de voorbereiding van het ontwerp is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Dit betekent dat tijdens de ter inzagelegging de mogelijkheid werd gegeven om zienswijzen in te dienen. Wij zullen dit bezwaar behandelen als een ingebrachte zienswijze.

 

Ad 1.

De Negen Viertel is opgenomen in de ontwerp wegenlegger met wegnummer 590010 en wegnummer 903927. Het tracé van de beide wegnummers komt voor op het begrenzingenplan van de Herinrichting Driebruggen welke is vastgesteld door Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht op 19 april 2005 en Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland op 18 april 2005. Wegen die voorkomen op het begrenzingenplan zijn na vaststelling van het plan openbaar. Er is niet gebleken dat de weg Negen Viertel na 2005 is onttrokken aan het openbaar verkeer zoals bedoeld in artikel 7 van de Wegenwet. Daarmee is er sprake van een openbare weg en moet deze worden vermeld in de wegenlegger ongeacht wie de eigenaar is van de weg. In het genoemde begrenzingenplan is de gemeente aangewezen als onderhoudsplichtige. Er is niet gebleken dat er na 2005 een onderhoudsoverdracht heeft plaats gevonden.

 

Met de gemeente zijn wij van mening dat dit deel van de zienswijze geen aanleiding geeft de ontwerp-wegenlegger te wijzigen.

 

Ad 2.

In de wegenlegger worden alle openbare wegen buiten de bebouwde kom geregistreerd met de vermelding van de onderhoudsplichtige en diegene die moet toezien op de onderhoudsverplichting.

Het al dan niet opslaan van afval en grasbalen naast de weg en het onderhoud van beplanting wordt niet geregistreerd in de wegenlegger. Ook wordt hierover niets geregeld in de Wegenwet.

 

Met de gemeente zijn wij van mening dat dit deel van de zienswijze geen aanleiding geeft de ontwerp-wegenlegger te wijzigen.

 

Ad 3.

De wegenleggerkaart is bedoeld ter ondersteuning van de beschrijving van de ligging van de weg in de wegenlegger. Op basis van het wegenleggerbesluit moet de schaal van deze kaart niet kleiner zijn dan 1:25.000 en moet de kaart worden afgedrukt op een van rijkswege uitgegeven topografische ondergrond. De bij de wegenlegger gevoegde kaart voldoet aan deze vereisten. De juiste gemeentegrens voor het verlenen van vergunningen kan uit ander kaartmateriaal worden afgeleid zoals via open data portalen die door de overheid beschikbaar wordt gesteld.

 

Met de gemeente zijn wij van mening dat dit deel van de zienswijze geen aanleiding geeft de ontwerp-wegenlegger te wijzigen.

 

2.2 Begrenzingenplan landinrichting Driebruggen/ Wierickeschans (wegnr. 490250/ Jaagpad (wegnummer 990017)/ Limespad

 

De zienswijze houdt in dat:

  • 1.

    Bij de ter inzagelegging wordt verwezen naar het begrenzingenplan in de landherinrichting Driebruggen. Dit plan is niet bij de stukken gevoegd en ook niet op een andere manier te vinden. Iedere burger zou inzage moeten kunnen hebben in deze stukken.

  • 2.

    Het onduidelijk is wat de streep en de stippellijnen tussen de punten 490250/ 990017 en nogmaals 990017 ter hoogte van het westen van Wierickeschans betekenen over en langs het Jaagpad. Ook is onduidelijk of het Jaagpad deel uitmaakt van het begrenzingenplan. De opmerking bij 490250 dat het een fietspad betreft met een zijtak over het water verduidelijkt niet waarom de zijtak over het water zou lopen. Het lijkt dat het fietspad en de weg samenvloeien terwijl er een gescheiden fietspad en weg is.

  • 3.

    Het Limespad lijkt op de kaart te ontbreken. Dit pad zou ook te maken kunnen hebben met Landherinrichting Driebruggen.

  • 4.

    Indiener is niet benaderd voor opheldering van bovenstaande punten.

Reactie Gedeputeerde Staten

Ad 1.

Op basis van de Wegenwet is het niet verplicht om onderliggende besluiten eveneens ter inzage te leggen. Alle wegen die voorkomen op het begrenzingenplan van de Herinrichting Driebruggen, welke is vastgesteld door Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht op 19 april 2005 en door de provincie Zuid-Holland op 18 april 2005, zijn na vaststelling van het plan openbaar, tenzij deze daarna door middel van een onttrekkingsbesluit door de Raad aan het openbaar verkeer zijn onttrokken. Alle openbare wegen uit het begrenzingenplan zijn overgenomen in de wegenlegger. Het begrenzingenplan is als achtergrondinformatie toegezonden aan indiener.

 

Met de gemeente zijn wij van mening dat dit deel van de zienswijze geen aanleiding geeft de ontwerp-wegenlegger te wijzigen.

 

Ad 2.

Wegnummer 90017 en wegnummer 990018 zijn fietspaden zonder officiële naam. Het betreft fietspaden die op het Jaagpad liggen. Omdat beide fietspaden geen officiële naam hebben, zijn deze opgenomen onder een apart wegnummer. Het fietspadgedeelte over het Jaagpad tussen wegnummer 90017 en wegnummer 990018 is beschreven als fietspad langs de linkerzijde van wegnummer 490250 (Zuidzijde). De officiële benaming van dit gedeelte van het fietspad is Zuidzijde en moet daarom worden omschreven bij de hoofdrijbaan (wegnummer 490250). Om die reden wordt dit gedeelte van het fietspad niet apart weergegeven op de wegenleggerkaart. De fietspaden over het Jaagpad zijn in het kader van de Wet Herverdeling Wegenbeheer in onderhoud overgedragen aan de gemeente. Omdat in het kader van de Wet Herverdeling Wegenbeheer alleen openbare wegen en fietspaden zijn overgedragen, mag ervan uit worden gegaan dat het fietspad een openbare status heeft. Na vaststelling van het plan in het kader van de Wet Herverdeling Wegenbeheer is het fietspad eveneens opgenomen in het begrenzingenplan van de Herinrichting Driebruggen welke is vastgesteld door Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht op 19 april 2005 en Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland op 18 april 2005. Er is niet gebleken dat het fietspad na 2005 is onttrokken aan het openbaar verkeer zoals bedoeld in artikel 7 van de Wegenwet. Daarmee is er sprake van een openbaar fietspad en moet deze worden vermeld in de wegenlegger.

 

Het weggedeelte dat is vermeld als zijtak in de wegenlegger betreft het weggedeelte genaamd Zuidzijde in zuidoostelijke, noordoostelijke en zuidelijke richting. Op de wegenleggerkaart is deze zijtak aangeduid met wegnummer 490250.1. Deze zijtak is in het kader van de Wet Herverdeling Wegenbeheer in onderhoud overgedragen aan de gemeente. Omdat in het kader van de Wet Herverdeling Wegenbeheer alleen openbare wegen en fietspaden zijn overgedragen, mag ervan uit worden gegaan dat deze zijtak een openbare status heeft. Na vaststelling van het plan in het kader van de Wet Herverdeling Wegenbeheer is de zijtak eveneens opgenomen in het begrenzingenplan van de Herinrichting Driebruggen welke is vastgesteld door Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht op 19 april 2005 en Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland op 18 april 2005.

Er is niet gebleken dat de zijtak na 2005 is onttrokken aan het openbaar verkeer zoals bedoeld in artikel 7 van de Wegenwet. Daarmee is er sprake van een openbare weg en moet deze worden vermeld in de wegenlegger.

 

Met de gemeente zijn wij van mening dat dit deel van de zienswijze geen aanleiding geeft de ontwerp-wegenlegger te wijzigen.

 

Ad. 3.

Het Limespad is gelegen binnen de bebouwde kom van Bodegraven. In artikel 27 van de Wegenwet wordt aangegeven dat wegen binnen de bebouwde kom niet worden opgenomen in de wegenlegger.

 

Met de gemeente zijn wij van mening dat dit deel van de zienswijze geen aanleiding geeft de ontwerp-wegenlegger te wijzigen.

 

Ad 4.

Indiener heeft de mogelijkheid gekregen om een zienswijze in te dienen en daar gebruik van gemaakt. De zienswijzen worden verzameld en vervolgens wordt vanuit de gemeente een reactie en zo nodig een verduidelijking gegeven op de ingebrachte zienswijzen in de zienswijzennota.

Het is niet verplicht om tussentijds een reactie te geven vanuit de gemeente.

 

Met de gemeente zijn wij van mening dat dit deel van de zienswijze geen aanleiding geeft de ontwerp-wegenlegger te wijzigen.

 

3 Conclusie

Nu gebleken is dat er geen aanleiding is om de ontwerp-wegenlegger te wijzigen, kan de ontwerp-wegenlegger worden vastgesteld.

 

BESLUITEN

  • 1.

    Gelet op artikel 35, eerste lid van de Wegenwet;

  • 2.

    Gelet op het Wegenleggerbesluit;

  • 3.

    Overwegende onze beoordeling van het ontwerp en onze reactie op de ingekomen zienswijzen;

Artikel I  

De volgende wegenleggers in te trekken:

  • Basis wegenlegger Bodegraven vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 19 oktober 1943, Res. no. 155;

  • 1e wijzigingslegger Bodegraven vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 20 januari 1951, GS no. 193/1;

  • 2e wijzigingslegger Bodegraven vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 6 juni 1973, GS no. 275/1;

  • Basis wegenlegger Reeuwijk vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 14 april 1942, Res. nr. 126;

  • 1e wijzigingslegger Reeuwijk vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 18 augustus 1942, Res. no. 246/1;

  • 2e wijzigingslegger Reeuwijk vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 11 december 1950, GS. no. 24;

  • 3e wijzigingslegger Reeuwijk vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 5 april 1954, GS. no. 228;

  • 4e wijzigingslegger Reeuwijk vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 6 mei 1957, GS. no. 135;

  • 5e wijzigingslegger Reeuwijk vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 3 maart 1958, GS. no. 163;

  • 6e wijzigingslegger Reeuwijk vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 29 augustus 1960, GS. no. 625;

  • 7e wijzigingslegger Reeuwijk vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 9 februari 1972, GS. no. 140/1;

  • Wegenlegger Driebruggen vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 20 december 1988.

Artikel II  

De wegenlegger van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk van 30 september 2025 vast te stellen.

Artikel III  

Dit besluit treedt in werking met ingang van de datum van publicatie in het provinciaal blad.

Den Haag,

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland,

Namens deze,

Manager Domein Uitvoering (Ambtelijk opdrachtgever)

 

Beroep en voorlopige voorziening

Belanghebbenden die het met dit besluit niet eens zijn kunnen schriftelijk beroep indienen binnen zes weken na publicatie van dit besluit. Het beroepschrift moet voorzien zijn van een handtekening, naam en adres, datum, een omschrijving van het besluit en waarom u het met dat besluit niet eens bent. Het beroepschrift moet worden gericht aan: Rechtbank Den Haag, sector Bestuursrecht, Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.

 

Indien u de inwerkingtreding van dit besluit wilt uitstellen, kunt u - als u tegen dit besluit beroep heeft ingesteld - bij de rechtbank om een voorlopige voorziening vragen op grond van artikel 8.81 van de Algemene wet bestuursrecht. U kunt het verzoek richten aan: de Voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag, sector Bestuursrecht, Postbus 20302, 2500 EH Den Haag. Aan het instellen van beroep/ het vragen van een voorlopige voorziening zijn griffierechten verbonden.

Naar boven