Provinciaal blad van Fryslân
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2026, 5515 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2026, 5515 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling Friese bomen- en bossenstrategie
Gedeputeerde Staten van Fryslân,
Gelet op artikel 1.3, derde lid, van de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2022;
Overwegende dat het Rijk via een specifieke uitkering financiële middelen beschikbaar heeft gesteld waarmee onder meer een bijdrage kan worden geleverd aan de uitvoering van de Friese bomen- en bossenstrategie;
Overwegende dat Gedeputeerde Staten om die reden een Subsidieregeling wensen vast te stellen teneinde verschillende projecten te kunnen stimuleren op het gebied van bossen, voedselbossen en agroforestry buiten het Natuurnetwerk Nederland en van houtige elementen zowel binnen als buiten het Natuurnetwerk Nederland;
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
agroforestry: landbouwsysteem waarbij meerjarige bomen en struiken in samenhang gecombineerd worden met de teelt van eenjarige gewassen of dierlijke productie, bestaande uit een agrarisch voedselbos, functionele houtsingel, rijenteelt, boomweide of kippenuitloop met bomen;
Asv: Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2022;
bebouwingscontour houtkap: in een omgevingsplan aangewezen gebied als bedoeld in artikel 5.165b Besluit kwaliteit leefomgeving;
Catalogus groenblauwe diensten: set van steunmaatregelen waaraan de Europese Commissie met het goedkeuringsbesluit SA.44848 goedkeuring heeft verleend op grond van de Richtsnoeren voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden (PB EU 2022/C 485/01);
functiewijziging: wijziging van de planologische functie van grond van landbouwgrond naar natuur of bos;
grote onderneming: onderneming die niet voldoet aan de in bijlage I bij Verordening (EU) 2022/2472 vastgestelde criteria voor een kleine of middelgrote onderneming;
hygiëneprotocol: protocol hygiënisch werken met invasieve exoten in de provincie Fryslân met bijbehorende checklists, re raadplegen op www.cuatro.sim-cdn.nl/fryslan/uploads/hygienisch_werken_met_invasieve_exoten.pdf?cb=LEq1ecMo;
inheemse soort: soort die van nature voorkomt in Nederland en is opgenomen in de Nederlandse rassenlijst bomen, te raadplegen op www.rassenlijstbomen.nl;
NNN: Natuurnetwerk Nederland in Fryslân, zoals begrensd in Bijlage 2.4 van de Omgevingsverordening Fryslân 2022;
UAsv: Uitvoeringsregeling Asv provincie Fryslân 2022;
Unielijst: lijst met invasieve exoten, bedoeld in Verordening (EU) 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten (PbEU 2014, L 317), te raadplegen op: https://www.nvwa.nl/onderwerpen/plant/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten;
voedselbos: door mensen ontworpen productief ecosysteem naar het voorbeeld van een natuurlijk bos, met een hoge diversiteit aan meerjarige of houtige soorten, waarvan delen voor de mens als voedsel dienen en met een kruinlaag van hoge bomen en minimaal drie andere vegetatielagen, zoals lage bomen, struiken, kruiden, bodembedekkers, ondergrondse gewassen en klimplanten.
Artikel 1.3 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op:
Artikel 1.7 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 1.6 zijn de volgende kosten niet subsidiabel:
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode genoemd in artikel 1.8, eerste lid, vast op € 3.200.000.
Artikel 1.12 Subsidieverlening
De subsidie voor functiewijziging als bedoeld in artikel 1.3, onder b, wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat tussen de provincie Fryslân en de subsidieontvanger een kwalitatieve verplichting als bedoeld in artikel 6:252 van het Burgerlijk Wetboek wordt gevestigd die zal overgaan op degenen die de grond onder bijzondere titel zullen verkrijgen en waarin in ieder geval wordt opgenomen dat degenen die het terrein in eigendom hebben of beheren of degenen die het recht van erfpacht verwerven, voor onbepaalde tijd:
Artikel 1.13 Subsidieverplichtingen
Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder g, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan de subsidieontvanger uiterlijk 1 december 2027 daartoe een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten.
Artikel 1.15 Bevoorschotting en betaling
Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag.
agrarisch voedselbos: door mensen ontworpen productief ecosysteem naar het voorbeeld van een natuurlijk bos, met een hoge diversiteit aan meerjarige of houtige soorten, waarvan delen voor de mens als voedsel dienen en met een kruinlaag van hoge bomen en minimaal drie andere vegetatielagen, zoals lage bomen, struiken, kruiden, bodembedekkers, ondergrondse gewassen en klimplanten;
agroforestry: landbouwsysteem waarbij meerjarige bomen en struiken in samenhang gecombineerd worden met de teelt van eenjarige gewassen of dierlijke productie, bestaande uit een agrarisch voedselbos, functionele houtsingel, rijenteelt, boomweide of kippenuitloop met bomen;
Asv: Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2022;
hygiëneprotocol: protocol voor hygiënisch werken met invasieve exoten in de provincie Fryslân, met bijbehorende checklists, te raadplegen op: cuatro.sim-cdn.nl/fryslan/uploads/hygienisch_werken_met_invasieve_exoten.pdf?cb=LEq1ecMo;
kosten derden: kosten gemaakt voor het inschakelen van derden, bedoeld in artikel 2.7 UAsv;
landbouwvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 2022/2472, PbEU 2022 L327/1;
Natuurbeheerplan: plan als bedoeld in artikel 2.38, eerste lid, Omgevingsverordening Fryslân 2022;
NNN: Natuurnetwerk Nederland in Fryslân, dat overeenkomstig artikel 2.44, vierde lid van de Omgevingswet, is opgenomen en begrensd in bijlage 2.4 van de Omgevingsverordening Fryslân 2022;
UAsv: Uitvoeringsregeling Asv provincie Fryslân 2022;
Unielijst: lijst met invasieve exoten, bedoeld in Verordening (EU) 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten (PbEU 2014, L 317), te raadplegen op: https://www.nvwa.nl/onderwerpen/plant/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten.
Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door rechtspersonen, personenvennootschappen of natuurlijke personen die een agrarische onderneming drijven.
Artikel 2.3 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de aanleg van agroforestry.
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.3, in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
Artikel 2.6 Subsidiabele kosten
Voor subsidie komen de volgende kosten in aanmerking:
Artikel 2.7 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 2.6 zijn de volgende kosten niet subsidiabel:
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode genoemd in artikel 2.8, eerste lid, vast op € 200.000.
De hoogte van de subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 15.000 per hectare en € 50.000 per aanvraag.
Artikel 2.12 Subsidieverplichtingen
Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder g, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan de subsidieontvanger uiterlijk 1 december 2027 daartoe een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten.
Asv: Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2022;
hygiëneprotocol: protocol voor hygiënisch werken met invasieve exoten in de provincie Fryslân, met bijbehorende checklists, te raadplegen op: cuatro.sim-cdn.nl/fryslan/uploads/hygienisch_werken_met_invasieve_exoten.pdf?cb=LEq1ecMo;
landbouwvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 2022/2472, PbEU 2022 L327/1;
NNN: Natuurnetwerk Nederland in Fryslân, dat overeenkomstig artikel 2.44, vierde lid van de Omgevingswet, is opgenomen en begrensd in bijlage 2.4 van de Omgevingsverordening Fryslân 2022;
UAsv: Uitvoeringsregeling Asv provincie Fryslân 2022;
Unielijst: lijst met invasieve exoten, bedoeld in Verordening (EU) 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten (PbEU 2014, L 317), te raadplegen op: https://www.nvwa.nl/onderwerpen/plant/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten;
voedselbos: door mensen ontworpen productief ecosysteem naar het voorbeeld van een natuurlijk bos, met een hoge diversiteit aan meerjarige of houtige soorten, waarvan delen voor de mens als voedsel dienen en met een kruinlaag van hoge bomen en minimaal drie andere vegetatielagen, zoals lage bomen, struiken, kruiden, bodembedekkers, ondergrondse gewassen en klimplanten.
Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door rechtspersonen, personenvennootschappen of natuurlijke personen die geen agrarische onderneming drijven.
Artikel 3.3 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de aanleg van een voedselbos.
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.3, in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
Artikel 3.6 Subsidiabele kosten
Voor subsidie komen de volgende kosten in aanmerking:
Artikel 3.7 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 3.6 zijn de volgende kosten niet subsidiabel:
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode genoemd in artikel 3.8, eerste lid, vast op € 100.000.
De hoogte van de subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 15.000 per hectare en € 50.000 per aanvraag.
Artikel 3.12 Subsidieverplichtingen
Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder g, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan de subsidieontvanger uiterlijk 1 december 2027 daartoe een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten.
Artikel 3.14 Bevoorschotting en betaling
Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag.
Asv: Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2022;
bosrevitalisering: beheer gericht op herstel van bodem en hydrologie en op het bijsturen van de boomsoortensamenstelling en bosstructuur in bossen;
eeuwenoud bos: bos als genoemd in bijlage 1 bij deze regeling;
grote onderneming: onderneming waar meer dan 250 personen werkzaam zijn of waarvan de jaaromzet 50 miljoen euro of het jaarlijks balanstotaal 43 miljoen euro overschrijdt;
hygiëneprotocol: protocol voor hygiënisch werken met invasieve exoten in de provincie Fryslân, met bijbehorende checklists, te raadplegen op: cuatro.sim-cdn.nl/fryslan/uploads/hygienisch_werken_met_invasieve_exoten.pdf?cb=LEq1ecMo;
inheemse soort: soort die van nature voorkomt in Nederland en is opgenomen in de Nederlandse rassenlijst bomen, te raadplegen op www.rassenlijstbomen.nl
landbouwvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 2022/2472 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PBEU 2022 L327);
NNN: Natuurnetwerk Nederland in Fryslân, dat overeenkomstig artikel 2.44, vierde lid van de Omgevingswet, is opgenomen en begrensd in bijlage 2.4 van de Omgevingsverordening Fryslân 2022;
UAsv: Uitvoeringsregeling Asv provincie Fryslân 2022;
Unielijst: lijst met invasieve exoten, bedoeld in Verordening (EU) 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten (PbEU 2014, L 317), te raadplegen op: https://www.nvwa.nl/onderwerpen/plant/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten.
Artikel 4.3 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de revitalisering van bestaand bos.
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 4.3, in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
Artikel 4.7 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 4.6 zijn de volgende kosten niet subsidiabel:
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode genoemd in artikel 4.8, vast op € 2.500.000.
De hoogte van de subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 750.000 per project.
Artikel 4.12 Verplichtingen van de subsidieontvanger
Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder i, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan de subsidieontvanger uiterlijk 31 december 2027 daartoe een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten.
Artikel 4.14 Bevoorschotting en betaling
Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag.
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Asv: Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2022;
bebouwingscontour houtkap: in een omgevingsplan aangewezen gebied als bedoeld in artikel 5.165b Besluit kwaliteit leefomgeving;
houtige elementen: houtsingels, houtwallen, heggen, hagen, lanen, wegbeplanting, solitaire bomen, hoogstamboomgaarden, knotbomen of kleine bosjes;
hygiëneprotocol: protocol hygiënisch werken met invasieve exoten in de provincie Fryslân met bijbehorende checklists, re raadplegen op www.cuatro.sim-cdn.nl/fryslan/uploads/hygienisch_werken_met_invasieve_exoten.pdf?cb=LEq1ecMo;
inheemse soort: soort die van nature voorkomt in Nederland en is opgenomen in de Nederlandse rassenlijst bomen, te raadplegen op www.rassenlijstbomen.nl;
kleine bosjes: bos met een oppervlakte van minimaal 0,1 tot maximaal 0,5 hectare;
UAsv: Uitvoeringsregeling Asv provincie Fryslân 2022.
Unielijst: lijst met invasieve exoten, bedoeld in Verordening (EU) 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten (PbEU 2014, L 317), te raadplegen op: https://www.nvwa.nl/onderwerpen/plant/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten;
voedselbos: door mensen ontworpen productief ecosysteem naar het voorbeeld van een natuurlijk bos, met een hoge diversiteit aan meerjarige of houtige soorten, waarvan delen voor de mens als voedsel dienen en met een kruinlaag van hoge bomen en minimaal drie andere vegetatielagen, zoals lage bomen, struiken, kruiden, bodembedekkers, ondergrondse gewassen en klimplanten.
Artikel 5.3 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op:
Artikel 5.6 Subsidievereisten voor projecten op grond van derden
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 5.3, onder c of d, in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
Artikel 5.7 Subsidiabele kosten
Artikel 5.8 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 5.7 zijn de volgende kosten niet subsidiabel:
Artikel 5.12 Subsidieverplichtingen
Onverminderd de artikelen 2.7, 2.8 en 2.11 Asv en de artikelen 2.9 en 2.10 UAsv, is de subsidieontvanger verplicht:
in geval van een project op grond van derden:
indien het project geheel of gedeeltelijk wordt uitgevoerd binnen een afstand van 250 meter van een eeuwenoud bos als genoemd in bijlage 1 of binnen 250 meter van cultuurhistorisch waardevolle houtige elementen: voorafgaand aan het uitvoeren van het project overleg met de provincie te voeren en uitsluitend autochtoon plantmateriaal te gebruiken van boomsoorten die van nature in het gebied voorkomen;
Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder f, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan de subsidieontvanger uiterlijk 1 december 2027 daartoe een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten.
Artikel 5.14 Bevoorschotting en betaling
Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag.
Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân van 24 maart 2026,
Voorzitter drs. A.A.M. Brok
Secretaris drs. Ing. J.J. Algra
Bijlage 1 behorende bij artikel 1.5, eerste lid, onder g, artikel 4.5, onder h, en artikel 5.12, eerste lid, onder d, van de Subsidieregeling Friese bomen- en bossenstrategie
Bijlage 2 behorende bij artikel 1.5, eerste lid, onder h, artikel 2.5, onder i, artikel 3.5, onder f, artikel 5.5, tweede lid, onder a en artikel 5.12, tweede lid, onder a, van de Subsidieregeling Friese bomen- en bossenstrategie
Bijlage 3 behorende bij artikel 1.5, eerste lid, onder k en m, van de Subsidieregeling Friese bomen- en bossenstrategie
2. Locatie, soortkeuze en ontwerp
Er worden passende mengingen gekozen, waarbij gebruik wordt gemaakt van minimaal 5 verschillende soorten. Denk daarbij ook aan de ontwikkeling van een horizontale en verticale bosstructuur. Uitgangspunt bij aanplant is dat onder normale omstandigheden in de eerste decennia zo beperkt mogelijk ingrepen nodig zijn om de samenstelling en/of de structuur van de beplanting in stand te houden of bij te sturen.
3. Grondbewerking en hydrologie
Het plantmateriaal dat gebruikt wordt voor het aan te planten bos bestaat minimaal uit:
Er wordt bij aanleg en inboeten uitsluitend gebruik gemaakt van de soorten waarvan de herkomst bekend is en die zijn opgenomen in de Nederlandse Rassenlijst Bomen.
Het plantmateriaal moet altijd voldoen aan de NEN-normen en een NAK-certificaat hebben.
Er wordt geen gebruik gemaakt van invasieve exoten opgenomen in bijlage 4 van deze regeling of in de Unielijst.
Bij de aanleg wordt het hygiëneprotocol met bijbehorende checklists in acht genomen.
Plantmateriaal is bij voorkeur op een duurzame wijze geteeld en bij voorkeur biologisch.
Het inrichtingsplan houdt voldoende rekening met brandveiligheid.
In de volgende gevallen dient u contact op te nemen met de brandweer:
De aanleg dient plaats te vinden in de periode tussen 1 september en 1 april.
5. Bescherming, onderhoud en beheer
Bijlage 4 behorende bij artikel 1.13, eerste lid, onder b, artikel 2.12, eerste lid, onder b, artikel 3.12, eerste lid, onder b, artikel 4.12, eerste lid, onder c, en artikel 5.12, eerste lid, onder a, van de Subsidieregeling Friese bomen- en bossenstrategie
Bijlage 5 behorende bij artikel 2.5, onder k, artikel 3.5, onder i, artikel 5.5, tweede lid, onder c, en artikel 5.12, tweede lid, onder c, van de Subsidieregeling Friese bomen- en bossenstrategie
Bijlage 6 behorende bij de artikelen 2.5, onder l, en artikel 3.5, onder j, van de Subsidieregeling Friese bomen- en bossenstrategie
Vereisten inrichtingsplan agroforestry (m.u.v. agrarisch voedselbos)
Planning, fasering en betrokken partijen
Vereisten inrichtingsplan agrarisch voedselbos en voedselbos
Per hectare staan er minimaal 15 verschillende soorten voedselproducerende bomen, struiken en meerjarige houtachtige gewassen. Deze soorten komen voor op de lijst die hoort bij gewascode voedselbossen van de Stichting Voedselbosbouw (https://www.voedselbosbouw.org/media/documents/Soortenlijst_behorend_bij_eco-regeling_gewascode_voedselbossen.pdf)
Planning, fasering en betrokken partijen
Bijlage 7 behorende bij artikel 4.5, onder b en c, Subsidieregeling Friese bomen- en bossenstrategie
Bijlage 8 behorende bij artikel 5.5, eerste lid, onder e, en artikel 5.12, eerste lid, onder c en d, van de Subsidieregeling Friese bomen- en bossenstrategie
Vereisten aanleg en revitalisering houtige elementen
I. Houtige elementen niet zijnde een klein bosje <0,5 hectare
Het plantmateriaal dat gebruikt wordt voor het aan te planten houtige element bestaat voor 100% uit inheems materiaal, waarvan in overleg met de provincie kan worden afgeweken voor historische goederen en buitenplaatsen.
3. Bescherming, onderhoud en beheer
7. Locatie, soortkeuze en ontwerp
Er worden passende mengingen gekozen, waarbij bij een klein bosje gebruik wordt gemaakt van minimaal 5 verschillende soorten. Denk daarbij ook aan de ontwikkeling van een horizontale en verticale bosstructuur. Uitgangspunt bij aanplant is dat onder normale omstandigheden in de eerste decennia zo beperkt mogelijk ingrepen nodig zijn om de samenstelling en/of de structuur van de beplanting in stand te houden of bij te sturen.
8. Grondbewerking en hydrologie
Het plantmateriaal dat gebruikt wordt voor het aan te planten bos bestaat minimaal uit:
Er wordt bij aanplant en inboeten uitsluitend gebruik gemaakt van de soorten waarvan de herkomst bekend is en die zijn opgenomen in de Nederlandse Rassenlijst Bomen.
Het plantmateriaal moet altijd voldoen aan de NEN-normen en een NAK-certificaat hebben.
Informatie over welke soort op welke locatie kan worden aangeplant is te vinden op het Bomenloket Fryslân: www.bomenloket.nl.
Er wordt geen gebruik gemaakt van invasieve exoten als bedoeld in bijlage 4 van deze regeling.
Bij de aanleg wordt het hygiëneprotocol met bijbehorende checklists in acht genomen.
Plantmateriaal is bij voorkeur op een duurzame wijze geteeld en bij voorkeur biologisch.
Het inrichtingsplan houdt voldoende rekening met brandveiligheid.
De aanleg dient plaats te vinden in de periode tussen 1 september en 1 april.
Toelichting bij de Subsidieregeling Friese bomen- en bossenstrategie
De subsidies uit deze subsidieregeling worden bekostigd uit middelen die het Rijk beschikbaar heeft gesteld op grond van de ‘Regeling specifieke uitkering maatregelen landelijk gebied (Stcrt. 2024, 18131). Deze middelen zijn beschikbaar gesteld aan de provincies teneinde maatregelenpakketten voor het landelijk gebied op te stellen en uit te voeren.
Een van de onderdelen van het Friese maatregelenpakket betreft de uitwerking van de Friese bomen- en bosstrategie. Deze in september 2022 door Provinciale Staten vastgestelde strategie vormt op haar beurt weer een uitwerking van de landelijke bossenstrategie.
Paragraaf 1 Aanleg bossen buiten NNN
Deze paragraaf beoogt de aanplant van nieuw bos te stimuleren buiten het NNN (het Friese deel van het Natuurnetwerk Nederland). Deze nieuwe bossen kunnen naast een bijdrage leveren aan CO2-opslag, tevens bijdragen aan de robuustheid van de natuurgebieden en de groenblauwe dooradering als ook aan de algemene (bos)biodiversiteit. Het doel is om binnen de totale looptijd van het maatregelenpakket ruim 36 hectare bos te realiseren.
Paragraaf 2 Aanleg agroforestry en paragraaf 3 Aanleg voedselbossen
Op grond van paragraaf 2 en 3 wordt de aanleg van Agroforestry of voedselbossen mogelijk gemaakt. Paragraaf 2 is uitsluitend op landbouwondernemingen gericht. Paragraaf 3 juist op niet-landbouwondernemingen. Naast de eerdergenoemde doelstellingen (CO2-vastlegging en biodiversiteitsbescherming en -herstel), wordt met de aanleg van Agroforestry eveneens een bijdrage geleverd aan de verduurzaming van de landbouw.
Paragraaf 4 Revitalisering bos buiten NNN
Paragraaf 4 maakt de revitalisering van bestaand bos mogelijk, voor zover dit bos buiten het Natuurnetwerk Nederland in Friesland gelegen is. Met die revitalisering wordt beoogd een bijdrage te leveren aan doelstellingen op het gebied van hydrologische kwaliteit, bodemkwaliteit, biodiversiteit, de landschappelijke kwaliteit en C02-vastlegging.
Paragraaf 5 Aanleg en revitalisering van houtige elementen
Deze paragraaf beoogt de aanplant van nieuwe houtige landschapselementen en de revitalisering van bestaande elementen te stimuleren. Deze paragraaf maakt projecten mogelijk zowel binnen als buiten het NNN (het Friese deel van het Natuurnetwerk Nederland). Ook voor deze houtige landschapselementen geldt dat zij een bijdrage leveren aan CO2-opslag, de groenblauwe dooradering en aan de algemene (bos)biodiversiteit.
Deze subsidieregeling is vastgesteld op grond van de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2022 (Asv 2022) en de Uitvoeringsregeling Asv provincie Fryslân 2022 (UASv 2022). Dit betekent dat een aantal aspecten van de verstrekking van subsidies niet in de subsidieregeling zijn vastgelegd, maar in de Asv 2022 of de UAsv 2022. In de Asv 2022 staat onder meer waar de aanvraag moet worden ingediend en wat de beslistermijnen zijn voor Gedeputeerde Staten. Daarnaast geldt er op grond van de Asv 2022 een meldingsplicht: als de subsidieontvanger de gesubsidieerde activiteit niet, niet geheel of niet volgens alle daaraan verbonden verplichtingen verricht, dient hij dit ingevolge artikel 2.7 van de Asv 2022 onverwijld en schriftelijk te melden bij Gedeputeerde Staten.
Voor een goed begrip van deze subsidieregeling is dus bestudering van de Asv 2022 en de UAsv 2022 noodzakelijk. Ook de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat algemene bepalingen die onverkort van toepassing zijn op subsidies, verstrekt op grond van deze subsidieregeling.
Paragraaf 1 Aanleg bossen buiten NNN
Op grond van paragraaf 1 van deze subsidieregeling kan op onderdelen staatssteun worden verstrekt aan ondernemingen. Om die reden maakt deze paragraaf gebruik van de goedkeuring die de Europese Commissie heeft verleend aan de “Catalogus groenblauwe diensten” (SA.44848, te raadplegen op: https://ec.europa.eu/competition/state_aid/cases/270158/270158_2028383_183_2.pdf). Om te voldoen aan de vereisten die gesteld worden in het goedkeuringsbesluit, zijn er enkele (deels van de Asv afwijkende) specifieke weigeringsgronden, vereisten en verplichtingen opgenomen.
Daarnaast vloeit uit de staatssteunregels voort dat Gedeputeerde Staten verplicht zijn een aantal gegevens te publiceren die betrekking hebben op de subsidieontvanger, te weten: de identiteit van de ontvanger, het bedrag van de subsidie, de datum waarop de subsidie is toegekend, het soort onderneming (MKB of grote onderneming), de regio (op NUTS 2-niveau) waarin de subsidieontvanger is gevestigd, en de voornaamste economische sector waarin deze actief is.
Paragraaf 2 Aanleg agroforestry en paragraaf 3 Aanleg voedselbossen
Subsidies op grond van deze paragrafen kunnen worden aangemerkt als staatssteun. Staatssteun zal zich in de regel niet voordoen indien aan gemeenten of particulieren (niet zijnde ondernemingen) een subsidie wordt verstrekt. Beide paragrafen zijn kennisgegeven aan de Europese Commissie op grond van artikel 42 van de landbouwvrijstellingsverordening. Daarmee is eventuele steunverlening geoorloofd. De toepassing van de landbouwvrijstellingsverordening brengt enkele (deels van de Asv afwijkende) specifieke weigeringsgronden, vereisten en verplichtingen met zich. Ook is Gedeputeerde Staten verplicht een aantal gegevens te publiceren die betrekking hebben op de subsidieontvanger.
Paragraaf 4 Revitalisering bos buiten NNN
Subsidies op grond van deze paragraaf kunnen worden aangemerkt als staatssteun. Staatssteun zal zich in de regel niet voordoen indien aan gemeenten, waterschappen of aan particulieren (niet zijnde ondernemingen) een subsidie wordt verstrekt. Deze paragraaf is kennisgegeven aan de Europese Commissie op grond van artikel 44 van de landbouwvrijstellingsverordening. Daarmee is eventuele steunverlening geoorloofd. De toepassing van de landbouwvrijstellingsverordening brengt enkele (deels van de Asv afwijkende) specifieke weigeringsgronden, vereisten en verplichtingen met zich. Ook is Gedeputeerde Staten verplicht een aantal gegevens te publiceren die betrekking hebben op de subsidieontvanger.
Paragraaf 5 Aanleg en revitalisering van houtige elementen
De houtige elementen die op grond van deze paragraaf worden gesubsidieerd, leveren in beginsel geen economisch voordeel op. Indien aangenomen moet worden dat er wel een voordeel verstrekt zou kunnen worden, dan zal dit vanwege het lokale karakter hooguit een marginaal effect hebben. Van enig effect op de interstatelijke handel of de mededinging is geen sprake. Dientengevolge is er geen sprake van het toekennen van ongeoorloofde staatssteun.
II Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1.3 Subsidiabele activiteiten
Deze paragraaf maakt een tweetal activiteiten subsidiabel: ten eerste de aanleg van nieuw bos en ten tweede een combinatie van de aanleg van nieuw bos en de wijziging van de functie van de grond waarop het bos wordt aangelegd (van landbouwgrond naar natuurgrond). In het laatste geval kunnen kosten van afwaardering van de grond worden gesubsidieerd (zie artikel 1.6, onder b).
Uit hoofde van de staatssteunregels mag de uitvoering van een project niet zijn begonnen voordat de aanvraag voor een subsidie is ingediend. Het ‘stimulerend effect’ van de subsidie zou dan ontbreken. Juridisch bindende toezeggingen tot uitvoering dan wel andere onomkeerbare handelingen, worden beschouwd als uitvoering. Zuiver voorbereidende handelingen, zoals vergunningen of offertes aanvragen zijn echter wél toegestaan.
Voor grote ondernemingen gelden nog aanvullende eisen om het stimulerend effect aan te tonen (zie artikel 1.5, derde lid).
Indien de bebossing al zonder meer zou moeten plaatsvinden, wordt er geen subsidie verstrekt. Dit is bijv. het geval indien op de subsidieaanvrager een herbeplantingsverplichting rust of een beplantingsverplichting om een ruimtelijk project landschappelijk inpasbaar te maken.
Voorkomen moet worden dat de activiteit dubbel gesubsidieerd wordt. Daarom wordt er geen subsidie verstrekt als de activiteiten plaatsvinden op percelen waarop nog agrarisch natuurbeheer plaatsvindt.
Deze weigeringsgrond vloeit eveneens voort uit de staatssteunregels. Daarin staat omschreven wanneer sprake is van ‘financiële moeilijkheden’. De aanvrager dient bij zijn subsidieaanvraag te verklaren dat hij niet in moeilijkheden verkeert. Ook dient hij te verklaren op grond van artikel 2.4, onder c van de Asv dat er tegen hem geen bevel tot terugvordering van onrechtmatige staatssteun openstaat.
In bijlage 1 is aangegeven waar de eeuwenoude bossen gelegen zijn die bescherming nodig hebben. Indien binnen een afstand van 250 meter van een dergelijk bos nieuw bos aangelegd wordt, zal het plan eerst voorgelegd moeten worden aan de provincie. Ook geldt als voorwaarde dat er uitsluitend autochtoon plantmateriaal gebruikt mag worden. Dezelfde eisen gelden indien op minder dan 250 meter afstand cultuurhistorisch waardevolle houtige elementen gelegen zijn.
In bijlage 2 is een kaart opgenomen, waarin de gebieden zijn gemarkeerd waar boomaanplant niet wenselijk is in verband met de bescherming van weidevogels.
Het realiseren van bos op een bestemming, niet zijnde natuur of bos, is in de regel niet toegestaan. Ook vanuit landschappelijk oogpunt is bos niet overal mogelijk of wenselijk, bijvoorbeeld wanneer het bos de gewenste openheid van het landschap zou aantasten.
In de structuurvisie Grutsk op ‘e romte, die door provinciale staten is vastgesteld in 2014 en is geactualiseerd in 2025, worden de landschappelijk en cultuurhistorische kernkwaliteiten beschreven van Friese deelgebieden. Het ontwikkelen van bos moet rekening houden met die kwaliteiten.
Voor grote ondernemingen geldt dat zij de situatie moeten beschrijven waarin er geen steun zou worden verleend (het zgn. “contrafeitelijke scenario”). Daarbij moeten zij (financieel-economische) bewijsstukken overleggen waaruit blijkt dat de subsidiabele activiteit zonder subsidie niet verricht zou kunnen worden. Deze verplichting geldt voor elke onderneming die geen MKB-onderneming is (meer dan 250 werknemers in dienst dan wel een jaaromzet van meer dan 50 miljoen euro of een jaarlijks balanstotaal van meer dan 43 miljoen euro).
De inrichtingskosten zijn in beginsel voor 100% subsidiabel, mits deze toe te rekenen zijn aan de activiteiten en nodig zijn om de activiteiten uit te kunnen voeren (zie artikel 2.4 UAsv 2022). Er is echter voor gekozen om een maximumbedrag per hectare hieraan te verbinden van € 18.000.
De kosten voor de afwaardering van de grond is voor 100% subsidiabel. Het bepalen van de marktwaarde van de grond vindt plaats aan de hand van taxatie van de grond vóór en na inrichting als bos. Ook hier is een maximumbedrag aan verbonden: de subsidie voor functiewijziging kan maximaal € 50.000 per hectare bedragen.
Artikel 1.12 Subsidieverlening
In geval de subsidieaanvrager in aanmerking wenst te komen voor een subsidie voor functiewijziging van de grond (kosten van waardevermindering), is het vestigen van een kwalitatieve verplichting verplicht. Daartoe wordt een notariële akte opgemaakt die in het kadaster zal worden ingeschreven.
Artikel 1.13 Subsidieverplichtingen
In de Asv 2022 en UAsv 2022 zijn enkele verplichtingen opgenomen die dienen te worden nagekomen, tenzij daarvan wordt afgeweken in deze regeling of bij de subsidieverlening. De aanvullende verplichtingen van artikel 1.13 vloeien deels voort uit de verplichtingen die de provincie zelf heeft ten opzichte van het Rijk op grond van de specifieke uitkering (zie eerste lid, onder e, g, en h en tweede lid) en deels uit de staatssteunregels (zie eerste lid, onder c, d en i).
Artikel 1.14 Verantwoording en vaststelling
Op grond van staatssteunregels wordt afgeweken van enkele uitgangspunten uit de Asv 2022 en de UAsv 2022. Zo wordt er steeds afgerekend op werkelijke kosten, ook als het subsidies betreft onder de € 25.000. Om die reden zal de subsidieontvanger ook steeds een aanvraag tot vaststelling moeten indienen met een activiteitenverslag (geen ambtshalve of directe vaststelling). Ook is een financieel verslag verplicht voor subsidies onder de € 125.000. Alleen voor subsidies boven de € 125.000 is daarnaast nog een accountantsverklaring verplicht.
Voor gemeenten geldt een afwijkende wijze van vaststelling: zij dienen wel een activiteitenverslag in bij de provincie. De financiële verantwoording vindt echter plaats via SiSa (zie derde lid).
Artikel 1.15 Bevoorschotting en betaling
De bevoorschotting kan pas plaatsvinden nadat de subsidie verleend is. Als het geval zich voordoet dat een project mede functiewijziging van de grond omvat, dan zal de subsidie voor het onderdeel functiewijziging pas verleend worden nadat de kwalitatieve verplichting is gevestigd (zie artikel 1.12). Pas daarna kan dus ook de uitbetaling van het voorschot plaatsvinden.
Subsidies kunnen uitsluitend worden aangevraagd door agrarische ondernemingen (zie weigeringsgrond in artikel 2.4, onder a). Voor particulieren, overheden en voor niet-agrarische ondernemingen geldt dat zij wel op grond van paragraaf 3 een subsidie kunnen aanvragen voor de aanleg van voedselbossen.
Onder agrarische ondernemingen worden de ondernemingen verstaan die primaire landbouwproducten voortbrengen. In het handelsregister van de kamer van koophandel zijn deze ondernemingen opgenomen onder de SBI-codes 01110 tot en met 01500.
Artikel 2.3 Subsidiabele activiteiten
Agroforestry is gedefinieerd als een landbouwsysteem waarbij bomen en struiken worden gecombineerd met akkerbouw of veeteelt. Een dergelijk landbouwsysteem kan bijvoorbeeld bestaan uit een agrarisch voedselbos, functionele houtsingel, rijenteelt, boomweide of kippenuitloop met bomen. In factsheet ‘Typering agroforestry in Nederland” worden voorbeelden van verschillende types agroforestry beschreven (https://edepot.wur.nl/660923). In artikel 2.5 en in bijlage 5 worden nadere eisen gesteld aan de uitvoering van de agroforestry.
Uit hoofde van de staatssteunregels mag de uitvoering van een project niet zijn begonnen voordat de aanvraag voor een subsidie is ingediend. Het ‘stimulerend effect’ van de subsidie zou dan ontbreken. Juridisch bindende toezeggingen tot uitvoering dan wel andere onomkeerbare handelingen, worden beschouwd als uitvoering. Zuiver voorbereidende handelingen, zoals vergunningen of offertes aanvragen zijn echter wél toegestaan.
Voorkomen moet worden dat de activiteit dubbel gesubsidieerd wordt. Daarom wordt er geen subsidie verstrekt als voor dezelfde activiteiten al een subsidie of bijdrage is verstrekt, ongeacht of de provincie of een ander overheidsorgaan deze subsidie of bijdrage heeft verstrekt.
Ook wordt een subsidie geweigerd indien de activiteit al zonder meer moet worden uitgevoerd. Dit kan zijn omdat de subsidieaanvrager daartoe verplicht is op grond van regelgeving (bijvoorbeeld in geval van een herplantingsplicht) of op grond van een afspraak (bijvoorbeeld een overeenkomst tot opdracht).
Deze weigeringsgrond vloeit voort uit de staatssteunregels. Daarin staat omschreven wanneer sprake is van ‘financiële moeilijkheden’. De aanvrager dient bij zijn subsidieaanvraag te verklaren dat hij niet in moeilijkheden verkeert. Ook dient hij te verklaren op grond van artikel 2.4, onder c van de Asv dat er tegen hem geen bevel tot terugvordering van onrechtmatige staatssteun openstaat.
De projecten die voor subsidie in aanmerking komen, dienen een zekere grootte te hebben. Dit wordt enerzijds gestimuleerd door kleine subsidieaanvragen af te wijzen (zie artikel 2.4, onder f) en anderzijds door minimale eisen aan de projectgrootte te stellen. Voor alle vormen van agroforestry geldt dat de locatie waarop de agroforestry wordt uitgevoerd minimaal 0,5 hectare groot moet zijn, waarbij minimaal 30 houtige elementen per hectare worden aangeplant. Daarnaast gelden voor rijenteelt en voor functionele houtsingel aanvullende eisen voor wat betreft de lengte en breedte.
In sommige gevallen is het nodig de brandweer te raadplegen als houtige elementen worden aangeplant in de buurt van gebieden die vatbaar zijn voor bosbranden. Op de provinciale website zullen de contactgegevens van de brandweer Fryslân worden geplaatst.
De subsidieregeling wordt bekostigd uit Rijksmiddelen. Om die reden gelden er korte uitvoeringstermijnen. Uit de planning van de subsidieaanvrager moet blijken dat deze uitvoeringstermijn haalbaar is.
Artikel 2.6 Subsidiabele kosten
Voor het opstellen van een inrichtingsplan en voor het advies over de aanplant worden uitsluitend kosten derden gesubsidieerd. Kosten interne uren of eigen arbeid zijn niet subsidiabel.
Specifiek voor agrarische voedselbossen geldt dat ook de aanleg van struiken subsidiabel is. Voor de andere vormen van agroforestry geldt dat niet.
Voor het aanplanten zelf, worden uitsluitend uren van derden gesubsidieerd. Interne loonkosten of kosten eigen arbeid worden niet gesubsidieerd.
Artikel 2.7 Niet-subsidiabele kosten
Aanplant voor commerciële houtwinning of voor kweekgoed wordt niet gesubsidieerd. Wel is het mogelijk de aanplant van pioniersoorten die nodig zijn voor de opbouw van een (agrarisch) voedselbos te subsidiëren. Een dergelijke aanplant wordt niet beschouwd als commercieel hakhout.
De kosten genoemd artikel 2.6 zijn in beginsel 100% subsidiabel, mits deze toe te rekenen zijn aan de activiteiten en nodig zijn om de activiteiten uit te kunnen voeren (zie artikel 2.4 UAsv 2022). Er is echter voor gekozen om een maximumbedrag per hectare hieraan te verbinden van € 15.000. Het totale subsidiebedrag kan nooit meer dan € 50.000 zijn.
Artikel 2.12 Subsidieverplichtingen
Naast de in artikel 2.12 opgenomen verplichtingen, dienen ook de in de Asv 2022 en UAsv 2022 opgenomen verplichtingen te worden nagekomen (zie o.a. de artikelen 2.6 tot en met 2.12 Asv en paragraaf 2.4 UAsv).
Artikel 2.13 Verantwoording en vaststelling
Op grond van de Asv en de UAsv geldt voor lage subsidiebedragen een eenvoudiger wijze van verantwoorden dan voor hoge bedragen. De specifieke uitkering van het Rijk en de staatssteunregels maken afwijking van de Asv en UAsv op dit punt echter noodzakelijk. Zo moet ook voor de vaststelling van subsidies tot € 25.000, een aanvraag tot vaststelling worden ingediend (zie eerste lid).
Ook geldt in afwijking van de standaardbepalingen, dat alle subsidies, ongeacht de hoogte, moeten worden afgerekend op werkelijke kosten. Dat betekent dat steeds een financiële verslaglegging dient plaats te vinden. Aangezien de subsidiehoogte onder deze paragraaf maximaal € 50.000 is, geldt dit voor alle subsidies tot € 50.000 (zie tweede lid).
Voor alle subsidies geldt dat er een activiteitenverslag moet worden aangeleverd.
Subsidies kunnen uitsluitend worden aangevraagd door niet-agrarische ondernemingen (zie ook weigeringsgrond in artikel 3.4, onder a). Voor agrarische ondernemingen geldt dat zij wel op grond van paragraaf 2 een subsidie kunnen aanvragen voor de aanleg van agroforestry (waaronder agrarische voedselbossen).
Artikel 3.3 Subsidiabele activiteiten
Een voedselbos is gedefinieerd als een “door mensen ontworpen productief ecosysteem naar het voorbeeld van een natuurlijk bos, met een hoge diversiteit aan meerjarige of houtige soorten, waarvan delen voor de mens als voedsel dienen en met een kruinlaag van hoge bomen en minimaal drie andere vegetatielagen, zoals lage bomen, struiken, kruiden, bodembedekkers, ondergrondse gewassen en klimplanten” (artikel 3.1). In artikel 3.5 en in bijlage 5 worden nadere eisen gesteld aan de aanleg van het voedselbos.
Uit hoofde van de staatssteunregels mag de uitvoering van een project niet zijn begonnen voordat de aanvraag voor een subsidie is ingediend. Het ‘stimulerend effect’ van de subsidie zou dan ontbreken. Juridisch bindende toezeggingen tot uitvoering dan wel andere onomkeerbare handelingen, worden beschouwd als uitvoering. Zuiver voorbereidende handelingen, zoals vergunningen of offertes aanvragen zijn echter wél toegestaan.
Voorkomen moet worden dat de activiteit dubbel gesubsidieerd wordt. Daarom wordt er geen subsidie verstrekt als voor dezelfde activiteiten al een subsidie of bijdrage is verstrekt, ongeacht of de provincie of een ander overheidsorgaan deze subsidie of bijdrage heeft verstrekt.
Ook wordt een subsidie geweigerd indien de activiteit al zonder meer moet worden uitgevoerd. Dit kan zijn omdat de subsidieaanvrager daartoe verplicht is op grond van regelgeving (bijvoorbeeld in geval van een herplantingsplicht) of op grond van een afspraak (bijvoorbeeld een overeenkomst tot opdracht).
Deze weigeringsgrond vloeit voort uit de staatssteunregels. Daarin staat omschreven wanneer sprake is van ‘financiële moeilijkheden’. De aanvrager dient bij zijn subsidieaanvraag te verklaren dat hij niet in moeilijkheden verkeert. Ook dient hij te verklaren op grond van artikel 2.4, onder c van de Asv dat er tegen hem geen bevel tot terugvordering van onrechtmatige staatssteun openstaat.
De projecten die voor subsidie in aanmerking komen, dienen een zekere grootte te hebben. Dit wordt enerzijds gestimuleerd door kleine subsidieaanvragen af te wijzen (zie artikel 3.4, onder f) en anderzijds door minimale eisen aan de projectgrootte te stellen: het voedselbos dient aaneengesloten minimaal 0,5 hectare te omvatten.
In sommige gevallen is het nodig de brandweer te raadplegen als voedselbossen worden aangeplant in de buurt van gebieden die vatbaar zijn voor bosbranden (zie bijlage 6). Op de provinciale website zullen de contactgegevens van de brandweer Fryslân worden geplaatst.
De subsidieregeling wordt bekostigd uit Rijksmiddelen. Om die reden gelden er korte uitvoeringstermijnen. Uit de planning van de subsidieaanvrager moet blijken dat deze uitvoeringstermijn haalbaar is.
Artikel 3.6 Subsidiabele kosten
Voor het opstellen van inrichtingsplan en voor advies over de aanplant worden uitsluitend kosten derden gesubsidieerd. Kosten interne uren of eigen arbeid zijn niet subsidiabel.
Voor de aanplantwerkzaamheden zelf, worden uren van derden en vrijwilligersuren gesubsidieerd. Interne loonkosten of kosten eigen arbeid worden niet gesubsidieerd.
Artikel 3.7 Niet-subsidiabele kosten
Aanplant voor commerciële houtwinning of voor kweekgoed wordt niet gesubsidieerd. Wel is het mogelijk de aanplant van pioniersoorten die nodig zijn voor de opbouw van een (agrarisch) voedselbos te subsidiëren.
De kosten genoemd in artikel 3.6 zijn in beginsel 100% subsidiabel, mits deze zijn toe te rekenen aan de subsidiabele activiteiten en mits zij nodig zijn om de activiteiten uit te kunnen voeren (zie artikel 2.4 UAsv 2022). Er is echter voor gekozen om een maximumbedrag per hectare hieraan te verbinden van € 15.000. Het totale subsidiebedrag kan bovendien nooit meer dan € 50.000 zijn.
Artikel 3.12 Subsidieverplichtingen
Naast de in artikel 3.12 opgenomen verplichtingen, dienen ook de in de Asv 2022 en UAsv 2022 opgenomen verplichtingen te worden nagekomen (zie o.a. de artikelen 2.6 tot en met 2.12 Asv en paragraaf 2.4 UAsv).
Artikel 3.13 Verantwoording en vaststelling
Op grond van de Asv en de UAsv geldt voor lage subsidiebedragen een eenvoudiger wijze van verantwoorden dan voor hoge bedragen. De specifieke uitkering van het Rijk en de staatssteunregels maken afwijking van de Asv en UAsv op dit punt echter noodzakelijk. Zo moet ook voor de vaststelling van subsidies tot € 25.000, een aanvraag tot vaststelling worden ingediend (zie eerste lid).
Ook geldt in afwijking van de standaardbepalingen, dat alle subsidies, ongeacht de hoogte, moeten worden afgerekend op werkelijke kosten. Dat betekent dat steeds een financiële verslaglegging dient plaats te vinden. Aangezien de subsidiehoogte onder deze paragraaf maximaal € 50.000 is, geldt dit voor alle subsidies tot € 50.000 (zie tweede lid).
Voor alle subsidies geldt dat er een activiteitenverslag moet worden aangeleverd.
Subsidies onder deze paragraaf kunnen worden aangevraagd door de eigenaren van de grond waarop het bos gelegen is dan wel door anderen mits de eigenaar heeft ingestemd met de subsidieaanvraag en met het nakomen van de subsidieverplichtingen (zie artikel 4.5, onder a).
Artikel 4.3 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor de revitalisering van een bos. Wat de revitalisering moet inhouden, is opgenomen in bijlage 7.
Uit hoofde van de staatssteunregels mag de uitvoering van een project niet zijn begonnen voordat de aanvraag voor een subsidie is ingediend. Het ‘stimulerend effect’ van de subsidie zou dan ontbreken. Juridisch bindende toezeggingen tot uitvoering dan wel andere onomkeerbare handelingen, worden beschouwd als uitvoering. Zuiver voorbereidende handelingen, zoals vergunningen of offertes aanvragen zijn echter wél toegestaan.
Het is slechts mogelijk éénmaal per kalenderjaar een subsidie te ontvangen. Op deze wijze kunnen de beschikbare middelen evenwichtig worden gespreid over verschillende locaties.
Voorkomen moet worden dat de activiteit dubbel gesubsidieerd wordt. Daarom wordt er geen subsidie verstrekt als in de afgelopen drie jaar voor dezelfde activiteiten al een subsidie of bijdrage is verstrekt, ongeacht of de provincie of een ander overheidsorgaan deze subsidie of bijdrage heeft verstrekt.
Ook wordt een subsidie geweigerd indien de activiteit al zonder meer moet worden uitgevoerd. Dit kan zijn omdat de subsidieaanvrager daartoe verplicht is op grond van regelgeving (bijvoorbeeld in geval van een herplantingsplicht) of op grond van een afspraak (bijvoorbeeld een overeenkomst tot opdracht).
Deze weigeringsgrond vloeit voort uit de staatssteunregels. Daarin staat omschreven wanneer sprake is van ‘financiële moeilijkheden’. De aanvrager dient bij zijn subsidieaanvraag te verklaren dat hij niet in moeilijkheden verkeert. Ook dient hij te verklaren op grond van artikel 2.4, onder c van de Asv dat er tegen hem geen bevel tot terugvordering van onrechtmatige staatssteun openstaat.
De projecten die voor subsidie in aanmerking komen, dienen een zekere grootte te hebben. Voor eeuwenoude bossen die zijn opgenomen in bijlage 1, ligt dit op minimaal 0,5 hectare. Voor overige bossen bedraagt het minimum 1,0 hectare.
De subsidieregeling wordt bekostigd uit Rijksmiddelen. Om die reden gelden er korte uitvoeringstermijnen. Uit de planning van de subsidieaanvrager moet blijken dat deze uitvoeringstermijn haalbaar is.
De kosten genoemd artikel 4.6 zijn in beginsel 100% subsidiabel, mits deze zijn toe te rekenen aan de subsidiabele activiteiten en mits zij nodig zijn om de activiteiten uit te kunnen voeren (zie artikel 2.4 UAsv 2022). Er geldt echter een maximumbedrag per project € 750.000.
Artikel 4.12 Subsidieverplichtingen
Naast de in artikel 4.12 opgenomen verplichtingen, dienen ook de in de Asv 2022 en UAsv 2022 opgenomen verplichtingen te worden nagekomen (zie o.a. de artikelen 2.6 tot en met 2.12 Asv en paragraaf 2.4 UAsv).
Artikel 4.13 Verantwoording en vaststelling
Op grond van de Asv en de UAsv geldt voor lage subsidiebedragen een eenvoudiger wijze van verantwoorden dan voor hoge bedragen. De specifieke uitkering van het Rijk en de staatssteunregels maken afwijking van de Asv en UAsv op dit punt echter noodzakelijk. Zo moet ook voor de vaststelling van subsidies tot € 25.000, een aanvraag tot vaststelling worden ingediend (zie eerste lid).
Ook geldt in afwijking van de standaardbepalingen, dat alle subsidies, ongeacht de hoogte, moeten worden afgerekend op werkelijke kosten. Dat betekent dat steeds een financiële verslaglegging dient plaats te vinden. Dit geldt in afwijking van de Asv ook voor subsidies tot € 125.000 (eerste en tweede arrangement; zie de artikelen 3.1 en 3.2 Asv).
Voor alle subsidies geldt dat er een activiteitenverslag moet worden aangeleverd (zie derde lid).
Voor gemeenten geldt een afwijkende wijze van vaststelling: zij dienen wel een activiteitenverslag in bij de provincie. De financiële verantwoording vindt echter plaats via SiSa (zie vierde lid).
Artikel 5.3 Subsidiabele activiteiten
Deze paragraaf maakt zowel aanleg van nieuwe houtige elementen als revitalisering van bestaande houtige elementen mogelijk. Onder het begrip houtige elementen vallen in het kader van deze subsidieparagraaf: houtsingels, houtwallen, heggen, hagen, lanen, wegbeplanting, solitaire bomen, hoogstamboomgaarden, knotbomen of kleine bosjes (zie definitie in artikel 5.1). Een onderscheid wordt gemaakt tussen projecten die op eigen grond plaatsvinden (zie vereisten in artikel 5.5) en projecten die op andermans grond plaatsvinden (zie vereisten in artikel 5.6). Met het subsidiëren van deze laatste projecten wordt beoogd het ook mogelijk te maken houtige elementen aan te planten of te revitaliseren op grond in eigendom van particulieren.
De regeling onder paragraaf 5 staat niet open voor landbouwondernemingen. Ook is aanleg of revitalisering van houtige elementen op landbouwgrond die als zodanig in gebruik is, niet subsidiabel (zie artikel 5.6, onder d).
Voorkomen moet worden dat de activiteit dubbel gesubsidieerd wordt. Daarom wordt er geen subsidie verstrekt als voor dezelfde activiteiten al een subsidie of bijdrage is verstrekt, ongeacht of de provincie of een ander overheidsorgaan deze subsidie of bijdrage heeft verstrekt.
De uitvoering van een project mag niet zijn begonnen voordat de aanvraag voor een subsidie is ingediend. Aangenomen wordt dat de subsidie dan niet noodzakelijk is om het project te kunnen uitvoeren. Onder uitvoering wordt verstaan: juridisch bindende toezeggingen tot uitvoering dan wel andere onomkeerbare handelingen. Zuiver voorbereidende handelingen, zoals vergunningen of offertes aanvragen zijn echter wél toegestaan.
Subsidie voor de aanleg of revitalisering van voedselbossen is uitgesloten. Voor voedselbossen (evenals voor agrarische voedselbossen en andere vormen van agroforestry) bestaan andere subsidiemogelijkheden.
Indien de aanleg van een houtig element al zonder meer zou moeten plaatsvinden, wordt er geen subsidie verstrekt. Dit is bijv. het geval indien op de subsidieaanvrager een herbeplantingsverplichting rust of een beplantingsverplichting om een ruimtelijk project landschappelijk inpasbaar te maken.
Artikel 5.5 Subsidievereisten projecten op eigen grond
In het eerste lid zijn een aantal vereisten opgenomen die gelden zowel voor aanleg als voor revitalisering. Op grond van het tweede lid gelden een aantal vereisten die uitsluitend voor de aanleg van nieuwe elementen gelden.
De projecten die voor subsidie in aanmerking komen, dienen een bepaalde grootte te hebben. Afhankelijk van het type landschapselement is een minimaal aantal bomen, een minimale lengte of een minimaal oppervlak vereist.
In bijlage 1 is aangegeven waar de eeuwenoude bossen gelegen zijn die bescherming nodig hebben. Indien binnen een afstand van 250 meter van een dergelijk bos nieuwe houtige elementen worden aangelegd, zal het plan eerst voorgelegd moeten worden aan de provincie. Ook geldt als voorwaarde dat er uitsluitend autochtoon plantmateriaal gebruikt mag worden. Dezelfde eisen gelden indien op minder dan 250 meter afstand cultuurhistorisch waardevolle houtige elementen gelegen zijn.
In bijlage 2 is een kaart opgenomen, waarin de gebieden zijn gemarkeerd waar boomaanplant niet wenselijk is in verband met de bescherming van weidevogels.
Vanuit landschappelijk oogpunt is de aanleg van houtige elementen niet overal mogelijk of wenselijk, bijvoorbeeld wanneer de gewenste openheid van het landschap zou worden aangetast.
In de structuurvisie Grutsk op ‘e romte, die door provinciale staten is vastgesteld in 2014 en is geactualiseerd in 2025, worden de landschappelijk en cultuurhistorische kernkwaliteiten beschreven van Friese deelgebieden. Bij de aanleg dient rekening te worden gehouden met die kwaliteiten.
Artikel 5.6 Subsidievereisten projecten op grond derden
De subsidieaanvrager is zelf geen eigenaar van de grond waarop het project uitgevoerd gaat worden. Idee is dat één of enkele natuur- of landschapsorganisaties een grote hoeveelheid houtige elementen kunnen realiseren op grond die particulier eigendom is van derden. Indien een particuliere eigenaar bereid is om deel te nemen aan het project van de natuur- of landschapsorganisatie, kunnen met behulp van de subsidie houtige elementen op zijn grond gerealiseerd worden.
Landbouwondernemingen kunnen geen subsidie aanvragen (zie artikel 5.2). Daarnaast is het ook niet mogelijk subsidie aan te vragen voor aanleg of revitalisering van houtige elementen op grond die in gebruik is als landbouwgrond (bouwland, blijvend grasland of blijvende teelt).
De projecten die betrekking hebben op grond van particuliere derden, moeten een zekere omvang hebben. De subsidieontvanger dient de grondeigenaren die deelnemen aan het project te adviseren over de keuze van de locatie en van de aan te planten boomsoorten. Daarnaast leveren zij het plantmateriaal en zorgen zij voor een juiste aanplant. Aangezien er geen directe subsidierelatie bestaat tussen de provincie en de particuliere eigenaar, dient de subsidieontvanger contractueel vast te leggen dat de particuliere eigenaren de houtige elementen zullen beheren en onderhouden (zie ook artikel 5.12, tweede lid, onder d). Bij de jaarlijkse tussenrapportage (of eventueel bij de aanvraag tot subsidievaststelling) dient de subsidieontvanger een verslag in waaruit o.a. moet blijken dat is voldaan aan de vereisten van bijlage 8 (zie artikel 5.12, eerste lid, onderdeel e, onder 4°).
Revitalisering van alle typen houtige elementen komen in aanmerking voor subsidie. Voor aanleg van nieuwe elementen geldt dit echter niet. Alleen de aanleg van solitaire bomen, knotbomen, hoogstamboomgaarden, houtsingels en houtwallen kan worden gesubsidieerd.
Artikel 5.7 Subsidiabele kosten
Een onderscheid wordt gemaakt tussen kosten die voor alle projecten subsidiabel zijn (eerste lid), kosten die alleen in geval van aanleg op eigen grond subsidiabel zijn (tweede lid) en kosten die alleen subsidiabel zijn in geval van aanleg of revitalisering op grond van derden (derde lid).
De kosten zijn in beginsel voor 100% subsidiabel, mits deze zijn toe te rekenen aan de activiteiten en nodig zijn om de activiteiten uit te kunnen voeren (zie artikel 2.4 UAsv 2022). Er is echter voor gekozen om een maximumbedrag per hectare hieraan te verbinden van € 15.000. Voor solitaire bomen of voor bomen die worden aangeplant in een hoogstamboomgaard geldt echter een maximale prijs per stuk van € 200. Voor knotbomen geldt een maximumprijs van € 100 per stuk.
Artikel 5.12 Subsidieverplichtingen
In de Asv 2022 en UAsv 2022 zijn reeds enkele verplichtingen opgenomen die dienen te worden nagekomen, tenzij daarvan wordt afgeweken in deze regeling of bij de subsidieverlening. In artikel 5.12 zijn aanvullende verplichtingen opgenomen. Een deel van deze aanvullende verplichtingen vloeien voort uit de verplichtingen die de provincie zelf heeft ten opzichte van het Rijk op grond van de specifieke uitkering die haar is toegekend (zie eerste lid, onder e, f, en g en derde lid).
Artikel 5.13 Verantwoording en vaststelling
Omdat de middelen voor deze regeling afkomstig zijn uit een specifieke uitkering van het Rijk, zijn gemeenten verplicht een financiële rapportage te doen via SiSa (single information, single audit) conform de Regeling informatieverstrekking sisa. Bij de subsidieverlening zal aangegeven worden via welke SiSa-bijlage er verantwoording moet worden afgelegd. Daarnaast moeten gemeenten bij de provincie een activiteitenverslag indienen (zie eerste lid van artikel 5.13).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-5515.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.