Provinciaal blad van Groningen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Groningen | Provinciaal blad 2026, 5179 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Groningen | Provinciaal blad 2026, 5179 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling Cultuurbeoefening en Erfgoed provincie Groningen 2026 -2028
College van Gedeputeerde Staten
we met de inzet van deze Subsidieregeling en het bijbehorende budget initiatieven willen ondersteunen die op originele wijze bijdragen aan één of meerdere van de strategieën en zich richten op het stimuleren van actieve cultuurparticipatie, deelname aan amateurkunst en participatie ten aanzien van erfgoed en archeologie.
Subsidieregeling Cultuurbeoefening en Erfgoed provincie Groningen 2026 -2028
In deze regeling wordt verstaan onder:
amateurkunst: is het beoefenen van creatieve activiteiten in de vrije tijd, waarbij plezier en ontwikkeling centraal staat. Het kan hierbij gaan om een activiteit op het gebied van muziek, dans, toneel, beeldende kunst of audiovisuele kunst of literatuur, die voor de kunstbeoefenaar geen primaire inkomstenbron oplevert.
Deze regeling heeft tot doel het stimuleren van vernieuwende activiteiten die gericht zijn op:
Op grond van en in aanvulling op artikel 2.1 van de Procedureregeling bevat een aanvraag de volgende onderdelen:
Een begroting van de kosten en bijbehorend dekkingsplan, voorzien van een toelichting en waarbij een opgave wordt gedaan van de eigen inkomsten alsook de bij andere bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen voor dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;
Artikel 6 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten gericht op:
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 5 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen alle kosten die worden gemaakt voor activiteiten zoals genoemd in artikel 6 voor subsidie in aanmerking.
Artikel 10 Niet subsidiabele kosten
Onverminderd artikel 1.5 van de Procedureregeling komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking. Kosten voor:
Artikel 15 Advisering, criteria en verdeelsystematiek
Artikel 16 Verplichtingen van de subsidieontvanger
Aan de subsidieontvanger in aanvulling op paragraaf 2.3 van de Procedureregeling de volgende verplichtingen opgelegd:
Artikel 17 Intrekking en overgangsrecht
De Subsidieregeling amateurkunst, cultuurparticipatie en erfgoed 2025-2028 provincie Groningen blijft van toepassing op alle aanvragen en besluiten die vóór de datum van inwerkingtreding van deze regeling zijn ingediend of genomen, waaronder begrepen besluiten tot subsidieverlening, weigering, intrekking en vaststelling, alsmede op daarop betrekking hebbende bezwaar- en beroepschriften.
Groningen, 24 maart 2026
Hoogachtend,
Gedeputeerde Staten van Groningen,
René Paas, voorzitter
Hans Schrikkema, secretaris
Toelichting behorende bij de Subsidieregeling Cultuurbeoefening en Erfgoed provincie Groningen 2026 - 2028.
Deze subsidieregeling is vastgesteld op grond van de Kaderverordening subsidies provincie Groningen 2017 (Kaderverordening) en de Procedureregeling subsidies Groningen (Procedureregeling). Dit betekent dat een aantal aspecten van de verstrekking van subsidies niet in de subsidieregeling zijn vastgelegd, maar in de Kaderverordening en Procedureregeling. In de Procedureregeling staat onder meer waar de aanvraag moet worden ingediend, wat de beslistermijnen zijn voor Gedeputeerde Staten en algemene verplichtingen voor de subsidieontvanger, zoals de meldingsplicht.
Voor een goed begrip van deze subsidieregeling is dus bestudering van de Kaderverordening en Procedureregeling noodzakelijk. Ook de Algemene wet bestuursrecht bevat algemene bepalingen die onverkort van toepassing zijn op subsidies, verstrekt op grond van deze subsidieregeling.
Artikel 2a en 2b: zowel bij cultuurbeoefening als amateurkunst gaat het erom dat de deelnemer actief meedoet aan een kunstdiscipline; danst, toneel speelt, muziek maakt, beeldend bezig is, filmt of in een film acteert of meedoet in een podcast. Het gaat nadrukkelijk niet om het passief beleven van kunstuitingen, zoals kijken naar een film, toneelstuk of dansuitvoering of alleen het bezoeken van een tentoonstelling of het beluisteren van een concert of podcast. De nadruk ligt op actief meedoen.
Artikel 2c en 5c: Bij de doelstelling erfgoed en archeologie is de participatie van belang. We willen hiermee bereiken dat erfgoedgemeenschappen, bestaande uit bijvoorbeeld publiek, inwoners, en/of vrijwilligers betrokken worden bij het erfgoed om de kennis, waardering en beleving van het Gronings erfgoed te vergroten. De actieve betrokkenheid van de gemeenschap kan zowel in de ontwikkelingsfase als de uitvoeringsfase van een project plaatsvinden.
Artikel 6 Subsidiabele activiteiten
De activiteit heeft betrekking op amateurkunst en/ of cultuurbeoefening en/ of erfgoed. Activiteiten van uitvoerende professionele kunstenaars kunnen worden ingediend bij de Kunstraad en zijn uitgesloten van subsidiëring op grond van deze regeling.
Artikel 6a: Het gaat om groepen inwoners die niet of nauwelijks met cultuur in aanraking komen. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om jongeren, ouderen, inwoners met een beperking etc. Het gaat nadrukkelijk om culturele activiteiten vanuit culturele, erfgoed en/of welzijnsorganisaties, waarbij zij de verbinding (kunnen) maken met andere domeinen met het oog op onder andere positieve gezondheid.
Lid 1 onder a en d: Reguliere activiteiten van structureel gesubsidieerde organisaties. Hiermee wordt bedoeld dat er geen subsidie kan worden aangevraagd voor activiteiten die behoren tot de reguliere werkzaamheden van de aanvrager. Zo behoren bijvoorbeeld exposities tot de reguliere activiteiten van een museum en het programmeren van podia tot de reguliere activiteiten van een festival. Voor dergelijke activiteiten kan voor de volgende beleidsperiode een structurele meerjarige subsidie bij de provincie Groningen worden aangevraagd. Daarnaast subsidiëren we door middel van deze regeling geen activiteiten waarvoor reeds een structurele subsidie wordt ontvangen.
Lid b: De activiteit overstijgt de lokale belangen. Daarmee bedoelen we dat de activiteit een duidelijke regionale, provinciale uitstraling heeft. Dat betekent dat bijvoorbeeld de deelnemers uit meerdere gemeenten afkomstig zijn en/of de activiteit een breed publiek trekt uit een groot deel van de provincie of daarbuiten, of op regionaal of provinciaal niveau georganiseerd is.
Artikel 10 Niet subsidiabele kosten
Sub d: activiteiten gericht op cultuuronderwijs zijn uitgesloten van deze Regeling. Deze activiteiten ondersteunt de provincie via het project "Cultuureducatie met Kwaliteit". Hiervoor kunt u contact opnemen met CMK Groningen van de stichting Kunst & Cultuur (K&C).
Sub i: kosten van uitvoerende professionele kunstenaars/artiesten die bijvoorbeeld meedoen in de amateurvoorstelling zijn niet subsidiabel. Activiteiten op het terrein van de professionele uitvoerende kunsten kunnen worden ingediend bij de Kunstraad en zijn uitgesloten van subsidiëring op grond van deze regeling.
Kosten van professionals die ondersteunend zijn aan de amateurs, zoals regisseurs, dirigenten en ook direct gerelateerd kunnen worden aan de amateuractiviteiten zijn wel subsidiabel. Het betrekken van professional is niet verplicht, maar wordt wel aanbevolen omwille van de kwaliteit van de activiteiten.
Het beschikbare budget binnen een ronde wordt bij overvraging verdeeld via een tendersysteem. De Kunstraad Groningen beoordeelt de aanvragen integraal en in relatie tot elkaar en komt tot een afgewogen oordeel op basis van de beoordelingscriteria genoemd in artikel 15.
De mate van actieve deelname. Bij de mate van actieve deelname gaat het niet zo zeer om het aantal maar om de kwalitatieve waarde van actieve deelname. Het gaat daarbij om de betrokkenheid van deelnemers bij de activiteiten. Dit wordt beoordeeld op basis van de indicatoren maatschappelijke betekenis en doelgroep.
De maatschappelijke betekenis wordt gemeten aan de hand van de bijdrage aan de strategieën van het Uitvoeringsprogramma Cultuur 2025-2028 van de provincie Groningen. Bij de indicator doelgroep is het een pluspunt is wanneer dit het gaat om inwoners van de provincie Groningen die anders niet of nauwelijks met cultuur in aanraking komen.
De mate van kwaliteit wordt beoordeeld op basis van de mate waarop participanten dan wel amateurkunstenaars worden begeleid. Hierbij is het van belang op welke wijze er wordt aangezet tot deelname dan wel ontwikkeling en hoe dit het welzijn positief beïnvloed. Daarnaast is het van belang op welke manier participanten en/of amateurkunstenaars deelnemen aan de activiteit(en) en welke mogelijkheid tot ontwikkeling zijn daardoor hebben.
De mate van haalbaarheid wordt beoordeeld op basis van de financiële en organisatorische onderbouwing. Onder financieel wordt verstaan de mate van een realistische begroting en dekkingsplan. Organisatorisch wordt beoordeeld op de mate van een realistische inzet van personeel, deelnemers, vrijwilligers en/of samenwerkingspartners. Uit de aanvraag moet op overtuigende wijze blijken dat de activiteiten reëel zijn.
Bij de criteria wordt gewerkt met een waarderingsschaal van 1 t/m 6 punten. Dit vertaalt zich in woorden naar:
De activiteit kan plaatsvinden onder professionele begeleiding die bijdragen aan de (brede) talentontwikkeling van de deelnemers. Tijdens het project is er een wisselwerking mogelijk tussen amateurs en professionals ook interdisciplinair. De activiteit kan bijdragen aan een versterking van de samenwerking met meerdere organisaties op het gebied van kunst en cultuur en/of andere maatschappelijke organisaties. De activiteit is gericht op actieve cultuurparticipatie en vernieuwing van het publieksbereik.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-5179.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.