Besluit van 17 maart 2026 tot wijziging van de Subsidieregeling culturele producties Fryslân (Eerste wijziging Subsidieregeling culturele producties Fryslân 2025-2028)

Gedeputeerde Staten van Fryslân;

 

Gelet op het bepaalde in art. 1.3, derde lid, van de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2022;

 

Overwegende de wens om de Subsidieregeling culturele producties Fryslân 2025-2028 voor de rest van de beleidsperiode open te stellen en op punten te verbeteren;

 

besluiten:

Artikel I  

De Subsidieregeling culturele producties Fryslân 2025-2028 wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

 

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In lid 1, wordt na onderdeel a de volgende nieuwe onderdelen toegevoegd die luiden:

    • b.

      van 9 juni 2026 tot en met 25 augustus 2026.

    • c.

      van 9 februari 2027 tot en met 20 april 2027.

    • d.

      van 12 oktober 2027 tot en met 31 december 2027.

  • 2.

    In lid 2, wordt na onderdeel a de volgende nieuwe onderdelen toegevoegd die luiden:

    • b.

      voor de periode van 9 juni 2026 tot en met 25 augustus 2026: € 300.000,-.

    • c.

      voor de periode van 9 februari 2027 tot en met 20 april 2027: € 300.000,-.

    • d.

      voor de periode van 12 oktober 2027 tot en met 31 december 2027: € 300.000,-

B.

 

Artikel 8, eerste lid wordt gewijzigd en komt te luiden:

 

  • 1.

    Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend met behulp van een door het college ter beschikking gesteld formulier (digitaal te vinden op de provinciale website: Culturele producties Fryslân 2025-2028 | Fryslan) en gaat vergezeld van de daarin genoemde bijlagen.

C.

 

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In onderdeel e wordt de verwijzing naar “artikel 9” vervangen door een verwijzing naar “artikel 10”.

  • 2.

    In onderdeel k wordt de aan het begin van de zin de letter “D” ingevoegd.

D.

 

Artikel 12, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd en komt te luiden:

 

  • 2.

    De in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde termijn kan na de subsidieverlening en na een daartoe strekkend gemotiveerd schriftelijk verzoek van de subsidieontvanger eenmaal met ten hoogste zes maanden en tot uiterlijk 31 december 2028 worden verlengd.

E.

 

De artikelsgewijze toelichting wordt in die zin gewijzigd dat de eerste alinea onder het kopje ‘Artikelen 4 en 5 Subsidiabele activiteiten en (niet) subsidiabele kosten’ wordt vervangen door de volgende twee alinea’s die luiden:

 

In deze artikelen wordt bepaald voor welke activiteiten subsidie wordt gegeven, voor welke kosten en voor welke kosten specifiek niet (kosten voor het (door)ontwikkelen van cultuur-educatief aanbod in het basis- en middelbaar onderwijs). Het moge duidelijk zijn dat alle kosten die logischerwijs te maken hebben met de voorbereiding en uitvoering van culturele producties gesubsidieerd worden. Dit zijn in ieder geval de volgende concrete kosten die rechtstreeks zijn toe te rekenen en redelijkerwijs nodig zijn voor de uitvoering:

  • materiële kosten (bijvoorbeeld: materialen, apparatuur, reis- en vervoerskosten, marketingkosten, etc.);

  • personele kosten (zowel in loondienst als inhuur externe derden).

Met het (door)ontwikkelen van cultuur-educatief aanbod in het basis- en middelbaar onderwijs wordt concreet bedoeld (les)stof of (les)middelen die binnen het basis- of middelbaar onderwijs worden georganiseerd door scholen óf worden gebruikt binnen schooltijd. Een culturele productie gericht op schoolkinderen is op zichzelf geen probleem, ook niet als die alleen op die groep gericht is.

 

F.

 

De artikelsgewijze toelichting wordt in die zin gewijzigd dat na de toelichting onder het kopje ‘Artikel 11 Weigeringsgronden’ een nieuw kopje met toelichting wordt ingevoegd dat luidt:

 

Artikel 12 Verplichtingen

Deze subsidieregeling is bedoeld als laagdrempelig en voor in principe kleinere culturele producties. Uitgangspunt is daarom dat de gesubsidieerde activiteit binnen een jaar na sluiting van de openstellingsperiode uitgevoerd wordt. Blijkt dit niet het geval te zijn dan wordt de subsidieaanvraag geweigerd op grond van artikel 4:35, eerste lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht omdat niet aan de uitvoeringsverplichting zal worden voldaan.

 

Het is nadrukkelijk niet mogelijk om al bij aanvraag van de subsidie om verlenging van de periode te verzoeken omdat subsidie voor een project met een uitvoeringsperiode van anderhalf jaar wordt gevraagd. Of omdat de financiering op een vroeg moment in de tijd geregeld wordt. De uitstelmogelijkheid is bedoeld om projecten van een jaar, die geconfronteerd worden met omstandigheden waardoor die uitvoering toch niet lukt, de ruimte te geven om daar toch een mouw aan te passen.

Artikel II Inwerkingtreding en overgangsrecht

Deze wijzigingsregeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst.

 

Deze wijzigingsregeling geldt niet ten aanzien van subsidieaanvragen die zijn ingediend binnen een openstelling die is gestart voor de inwerkingtreding van dit besluit. Ten aanzien van die subsidieaanvragen blijft de Subsidieregeling culturele producties Fryslân 2025-2028 van toepassing zoals die luidde onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wijzigingsregeling.

Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Fryslân van 17 maart 2026

drs. A.A.M. Brok, voorzitter

drs. ing. J.J. Algra, secretaris

Naar boven