Provinciaal blad van Limburg
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Limburg | Provinciaal blad 2026, 4943 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Limburg | Provinciaal blad 2026, 4943 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Nadere subsidieregels Regio Deal ‘Regio onder druk!
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van de regeling wordt verstaan onder:
ASV : de vigerende algemene subsidieverordening van de provincie Limburg, thans de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2023 e.v.;
Beleidsregels Subsidies : de vigerende beleidsregels subsidies van de provincie Limburg, thans de Beleidsregels Subsidies vastgesteld op 5 november 2019;
Convenant : het convenant inzake de Regio Deal Midden-Limburg dat de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Minister van Economische Zaken, de Minister van Justitie en Veiligheid, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport hebben gesloten met ons en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Nederweert, Roerdalen, Roermond, Leudal, Weert, Echt-Susteren en Maasgouw;
Project : in de tijd begrensde activiteit of geheel van activiteiten gericht op een vooraf gedefinieerde prestatie;
Regio Deal : de door de provincie Limburg en de aan SML deelnemende gemeenten aangevraagde en toegekende rijksbijdrage om de kwaliteit van leven, wonen en werken van inwoners en ondernemers in de regio Midden-Limburg te verbeteren;
Regio Deal Bureau Midden-Limburg : de werkeenheid die de provincie Limburg en SML bijstaat bij de uitvoering van de Regio Deal;
Regio Midden-Limburg : het grondgebied van de Midden-Limburgse gemeenten Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert gezamenlijk.
Regio Provincie Overleg : het overleg tussen de gedeputeerde die verantwoordelijk is voor uitvoering van de Regio Deal en een vertegenwoordiger van iedere aan het SML deelnemende gemeente inzake (onder meer) het nemen van besluiten;
SML : het Samenwerkingsverband Midden-Limburg, zijnde een netwerksamenwerking van de Midden-Limburgse gemeenten Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert, georganiseerd rondom de werkvelden Economie, Energie, Ruimte, Mobiliteit,Recreatie en toerisme, en Wonen.
Artikel 2 Doelstelling/doel van de regeling
De Regio Deal is bedoeld om een structuurversterking te realiseren, die impact heeft op de brede welvaart in de hele regio Midden-Limburg. Met de Regio Deal streven Gedeputeerde Staten en SML naar een duurzame verbetering van woon-, werk- en leefomgeving voor de inwoners, het bedrijfsleven en het onderwijs, met een krachtige regionale samenwerking als bijvangst.
Voor subsidie komen uitsluitend in aanmerking Projecten van (een groep van) Nederlands Limburgse gemeenten in de Regio Midden-Limburg en/of (een groep van) rechtspersonen, maatschappen of vennootschappen, die activiteiten ontplooien en/of gevestigd zijn in de Regio Midden-Limburg en/of onderwijsinstellingen.
Artikel 4 Algemene subsidiecriteria
Om voor een subsidie in aanmerking te komen, dient aan alle volgende algemene criteria te worden voldaan en te blijven voldoen gedurende de gehele subsidieperiode:
Artikel 5 Verplichtingen subsidieontvanger
Indien de subsidieontvanger meer dan € 25.000,00 aan subsidie verleend krijgt, en het Project een looptijd heeft van meer dan één jaar, dient de subsidieontvanger ieder jaar een tussenrapportage in. De subsidieverleningsbeschikking vermeldt de specifieke datum respectievelijk data voor het aanleveren van deze tussenrapportage.
De subsidie kan naast de in artikel 4:25 en artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht in ieder geval worden geweigerd indien:
de activiteiten van de aanvrager niet in overwegende mate gericht zijn op de regio Midden-Limburg dan wel Nederlandse provincie Limburg en/of aanwijsbaar ten goede komen aan ingezetenen van de Nederlandse provincie Limburg of op een andere wijze het belang van de Nederlandse provincie Limburg dienen;
Hoofdstuk 3 Financiële aspecten
De wijze van verdeling van het subsidieplafond kunt u raadplegen op op https://www.limburg.nl/loket/subsidies/subsidieplafonds/.
Artikel 9 Subsidiabele en niet subsidiabele kosten
De subsidiabele kostensoorten bestaan uit:
Loonkosten zien op het bruto fiscale loon inclusief vakantie– en eindejaarsuitkering, functioneringstoelage en arbeidsmarkttoelage, en de pensioenafdrachten werkgever en werknemer. Het maximale subsidiabele uurtarief bedraagt de algemeen geldend maximale bezoldigingsnorm gedeeld door 1.650 productieve uren per jaar, zijnde het vastgestelde aantal productieve uren per fulltime dienstverband, dan wel een evenredig deel van deze norm, indien het dienstverband van kortere duur is of indien sprake is van een dienstverband met een kleinere omvang dan een fulltime dienstverband. Dit maximale uurtarief geldt voor alle direct bij de subsidiabele activiteit betrokken personen in dienstverband bij de subsidieontvanger.
Daarnaast kunnen subsidiabele uurtarieven door de subsidieaanvrager worden berekend op basis van integrale kostensystematiek. Voor de toepassing van de berekeningswijze op basis van integrale kostensystematiek gelden de volgende voorwaarden:
Afschrijvingskosten van machines en apparatuur:
Kosten die de economische waardevermindering weergeven van een nieuwe investering (machines en apparatuur) die specifiek gericht op het Project plaatsvindt. Voor deze kosten geldt dat 30% van de investering op jaarbasis subsidiabel is tot een maximum van 90% in totaal. De toerekenbaarheid van de kosten aan het Project hangt derhalve af van de looptijd van het Project.
kosten die samenhangen met financiële en/of contractuele verplichtingen aangegaan voordat een Projectsubsidie is aangevraagd, met uitzondering van voorbereidingskosten (zoals kosten voor onderzoek, voorlichtingsactiviteiten of het ontwikkelen van plannen met betrekking tot de in de aanvraag genoemde activiteiten), tenzij in nadere regels anders is bepaald;
Artikel 10 Bevoorschotting en uitbetaling
Bevoorschotting van de Projecten met een duur van één jaar of minder vindt plaats conform de Beleidsregels Subsidies:
Bij subsidies < € 25.000,00 én door Gedeputeerde Staten aangewezen subsidies van € 25.000,00 of meer die direct, zonder voorafgaande subsidieverleningsbeschikking worden vastgesteld, zal het totale subsidiebedrag binnen zes weken na verzenddatum van de beschikking in één keer worden overgemaakt op de rekening van de subsidieontvanger.
Bij Projectsubsidies vanaf € 125.000,00 zal bij de subsidieverlening op basis van de ingediende liquiditeitsprognose van de subsidieontvanger, een schema van de bevoorschotting worden opgenomen tot maximaal 90%. De momenten van uitbetaling van de voorschotten zullen worden opgenomen in de subsidieverleningsbeschikking.
Het Regio Deal Bureau Midden-Limburg legt periodiek alle principeaanvragen met bijbehorende documenten voor aan het Regio Provincie Overleg. Het Regio Provincie Overleg beoordeelt de principeaanvragen die zij heeft ontvangen van het Regio Deal Bureau Midden-Limburg aan de hand van de vijf beoordelingscriteria zoals gesteld in artikel 4, onder d, van deze nadere regels.
Het standaard (digitaal) aanvraagformulier dient volledig ingevuld en rechtsgeldig ondertekend te worden en te zijn voorzien van alle bijlagen zoals aangegeven op het formulier en dient bij voorkeur digitaal, middels eHerkenning (aanvragen van organisaties) of DigiD (aanvragen van particulieren), te worden ingediend. Een aanvraag per e-mail is niet mogelijk en zal niet in behandeling worden genomen.
Een aanvraag voor een Projectsubsidie gaat in ieder geval vergezeld van:
Een begroting, omvattende een overzicht van alle realistisch geraamde kosten, met betrekking tot de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd en een dekkingsplan voor de kosten van die activiteiten. Indien bij een aanvraag voor een projectsubsidie bij de bepaling van de kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, dienen deze tarieven door de subsidieaanvrager te worden berekend met gebruikmaking van door Gedeputeerde Staten vast te stellen standaardberekeningswijzen. Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van door Gedeputeerde Staten te bepalen definities;
De aanvrager dient desgewenst op verzoek van Gedeputeerde Staten een beschrijving te geven van eventuele organisatorische verbanden met andere rechtspersonen en van eventuele banden van financiële aard die blijvend van invloed kunnen zijn op de hoogte van de kosten van subsidiabele activiteiten en/of op de inkomsten daaruit.
Hoofdstuk 5 Verantwoording van de subsidie
Artikel 14 Verantwoording subsidies tot € 25.000,00
Subsidies tot € 25.000,- worden zonder voorafgaande subsidieverlening door Gedeputeerde Staten direct vastgesteld en steekproefsgewijs wordt gecontroleerd of de activiteit(en) waarvoor subsidie is verstrekt, is/zijn verricht conform de opgelegde verplichtingen.
Artikel 16 Verantwoording subsidies vanaf € 125.000,00
De aanvraag tot vaststelling bevat:
een overzicht van de activiteit(en) en de hieraan verbonden kosten en opbrengsten (financieel verslag of jaarrekening). Wanneer een ontvanger van een exploitatiesubsidie zijn inkomsten in overwegende mate ontleent aan de provinciale subsidie, is artikel 4:77 juncto 4:76 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing op het financieel verslag;
Artikel 17 Verantwoording via de SiSa-systematiek
Subsidies aan (mede)overheden gefinancierd uit middelen die het Rijk aan de Provincie Limburg ter beschikking stelt om specifiek beleid van het Rijk uit te voeren (de zogenaamde specifieke uitkeringen), eventueel aangevuld met provinciale middelen, worden verantwoord volgens de krachtens de financiële verhoudingswet en aanverwante regelgeving vormgegeven SiSa-systematiek.
Hoofdstuk 6 Aanvraagtermijn vaststelling van de subsidie
Artikel 18 Aanvraagtermijn vaststelling van de subsidie
Indien de subsidie niet al direct bij de verlening, zonder voorafgaande verleningsbeschikking, is vastgesteld, dient schriftelijk een bevoegdelijk ondertekende aanvraag tot subsidievaststelling te worden ingediend bij Gedeputeerde Staten binnen zes maanden na afloop van de activiteit of het tijdvak waarvoor subsidie is verleend.
Artikel 20 Inwerkingtreding, beëindiging en citeertitel
Deze Nadere subsidieregels vervallen met ingang van 1 januari 2029, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op subsidieaanvragen die vóór die datum zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten en subsidiebesluiten die vóór die datum zijn genomen, ook voor de volgende stappen in het subsidietraject.
Aldus besloten in de vergadering van Gedeputeerde Staten, gehouden op 17 maart 2026
Gedeputeerde Staten voornoemd
de voorzitter,
de heer E.G.M. Roemer
secretaris
de heer D.F. Timmer
Bijlage 1: Richtlijnen voor Cofinanciering binnen de Regio Deal Midden-Limburg (versie 8 mei 2025).
Doelstelling van Cofinanciering
De Regio Deal Midden-Limburg is bedoeld om regionale samenwerking te versterken en een hefboomeffect te creëren door investeringen uit verschillende bronnen te bundelen. Cofinanciering vergroot de impact van de Regio en maakt het mogelijk om meer dan de beschikbare 40 miljoen euro te mobiliseren. De bijdrage van de regiodealpartners bestaat uit een gezamenlijke cofinanciering van 20 miljoen: 10 miljoen euro afkomstig van de provincie en 10 Miljoen euro in de vorm van een garantstelling van de zeven Midden-Limburgse gemeenten.
Binnen de Regio Deal onderscheiden we twee vormen van cofinanciering:
In deze richtlijnen wordt uiteengezet hoe met deze twee vormen van cofinanciering wordt omgegaan binnen de Regio Deal Midden-Limburg. Hiervoor worden eerst een aantal uitgangspunten geformuleerd waarop het kader voor cofinanciering verder is gebaseerd.
Uitgangspunten voor Cofinanciering
Cofinanciering (garantstelling) regiodealpartners
De cofinanciering van de publieke regiodealpartners (provincie en gemeenten) is vormgegeven als een garantstelling die volledig wordt overgeboekt aan de kassier van de Regio Deal (provincie Limburg) op vooraf afgesproken momenten. Deze middelen vergroten het totale beschikbare budget van de Regio Deal tot 40 miljoen euro, bestemd voor projecten en uitvoeringskosten.
Elke publieke regiodealpartner draagt in drie tranches bij:
Deze opbouw sluit aan bij de fasering van subsidierondes binnen de Regio Deal. De volledige inleg van de partners zorgt er bovendien voor dat de eis van het Rijk van 50% cofinanciering direct is geborgd. De bijdragen van het Rijk, de provincie en de gemeenten worden beheerd door de kassier van de Regio Deal.
Aan de uitgavenkant verstrekt de Regio Deal subsidie aan partijen die projecten uitvoeren die bijdragen aan de doelstellingen van de Regio Deal. Omdat de bijdrage van het Rijk al mede is geborgd via de inbreng van provincie en gemeenten (de gezamenlijke cofinanciering van 20 miljoen euro), zouden projecten in theorie volledig (100%) uit het beschikbare budget van 40 miljoen euro gefinancierd kunnen worden.
In de praktijk is dit echter onwenselijk. 100% subsidiering kent meerdere nadelen:
Kortom: om kwalitatieve projecten met impact te realiseren, is eigen investering van aanvragers essentieel. Daarmee wordt bovendien extra geïnvesteerd in de regio, in lijn met het uitgangspunt van hefboomwerking.
Tegelijkertijd geldt dat provincie en gemeenten gezamenlijk al 20 miljoen euro aan middelen beschikbaar hebben gesteld aan de Regio Deal. In veel gevallen zullen zij ook als partner betrokken zijn bij de uitvoering van projecten binnen de vier inhoudelijke pijlers van het convenant. Het ligt dan niet voor de hand om hen op projectniveau opnieuw om financiële bijdrage te vragen. Het is voldoende om te verwijzen naar hun eerder ingebracht aandeel in het collectieve fonds.
100% subsidiering van projecten is niet wenselijk vanwege de hierboven genoemde nadelen. Tegelijk is het ook niet altijd haalbaar of bestuurlijk wenselijk om bij projecten met uitsluitend regiodealpartners opnieuw financiële inbreng te eisen. Bovendien is het doel van de Regio Deal het aanjagen van verandering en vernieuwing. Dat lukt beter wanneer projecten ook buiten de looptijd kunnen voortbestaan, en dat wordt lastiger als nu alles volledig wordt bekostigd.
Tijdens het Netwerkberaad van 7 mei 2025 is daarom afgesproken om een differentiatie in cofinanciering toe te passen. Hierbij worden projecten met uitsluitend regiodealpartners uitgezonderd van de algemene cofinancieringseis.
In de volgende paragraaf wordt uitgewerkt hoe deze differentiatie concreet wordt toegepast. Differentiatie van Cofinancieringseisen
Om recht te doen aan verschillende typen projecten en de betrokkenheid van verschillende partijen, is differentiatie in de cofinancieringseisen noodzakelijk. Dit maakt een doelgerichte, transparante en rechtmatige inzet van de Regio Deal middelen mogelijk. We onderscheiden drie hoofdcategorieën:
Categorie 1: Projecten met zowel publieke regiodealpartners (gemeenten en provincie) als andere publieke of private partijen
Uitgangspunt voor deze categorie is dat elk project minimaal 50% van de kosten zelf financiert. De overige 50% kan vanuit de Regio Deal worden gesubsidieerd.
Bij projecten waarbij ook publieke regiodealpartners (gemeenten en provincie) deelnemen, kunnen deze partners hun eerder ingebrachte bijdrage aan de Regio Deal ‘hergebruiken’ binnen het project. Dat betekent dat initiatiefnemers in zulke gemengde projecten de mogelijkheid hebben om tot 75% subsidie te ontvangen, mits het aandeel van publieke regiodealpartners in het project dat rechtvaardigt. Zo blijft de vereiste van aanvullende inbreng van externe partijen (minimaal 25%) bestaan, wat de hefboomwerking in stand houdt, terwijl tegelijkertijd recht wordt gedaan aan de reeds geleverde bijdrage van de publieke regiodealpartners.
Deze werkwijze voorkomt dat partners twee keer hoeven te betalen voor hetzelfde project en maakt deelname aan projecten aantrekkelijker. Tegelijk blijft er druk op het organiseren van medefinanciering van buiten de Regio Deal, bijvoorbeeld via marktpartijen, maatschappelijke organisaties of andere overheden.
Categorie 2: Projecten met uitsluitend regiodealpartners
Wanneer een project volledig wordt uitgevoerd door regiodealpartners (provincie en/of gemeenten), kunnen de kosten volledig (100%) worden gesubsidieerd. De betrokken partners hebben immers al hun aandeel geleverd via de inleg in de Regio Deal en hoeven dit niet nogmaals op projectniveau te doen.
Indien de projectuitvoering plaatsvindt via een samenwerkingsorganisatie waarin alleen regiodealpartners deelnemen (zoals OML of Pio Weerterland), kan ook 100% subsidie worden verstrekt. Wanneer niet alle regiodealpartners formeel deel uitmaken van de samenwerkingsorganisatie, maar wél als partner deelnemen aan het project, kan dit worden geborgd via een samenwerkingsovereenkomst. Zolang álle deelnemende partijen aan het project regiodealpartner zijn (al dan niet via zo’n overeenkomst), blijft volledige subsidiëring mogelijk.
Categorie 3: Projecten met bijzondere regionale of bovenregionale meerwaarde
In uitzonderlijke gevallen kan het Bestuurlijk Gremium besluiten om af te wijken van de standaard cofinancieringseis. Dit geldt voor projecten die:
Als een aanvrager aangeeft minder dan 50% cofinanciering te kunnen realiseren, beoordeelt het Bestuurlijk Gremium of afwijken gerechtvaardigd is op basis van bovenstaande criteria. Wanneer ten minste twee van de vier voorwaarden aantoonbaar van toepassing zijn, kan het Gremium besluiten tot een lagere cofinancieringseis.
Bij zulke besluiten geldt het uitgangspunt van rechtsgelijkheid: vergelijkbare gevallen moeten gelijk worden behandeld. Er moet daarom zorgvuldig worden gedocumenteerd op welke gronden het besluit is genomen.
Alternatieve Bronnen van Cofinanciering
Naast directe financiële bijdragen kunnen ook andere vormen van cofinanciering worden ingebracht. Deze vormen zijn belangrijk om voldoende investeringsruimte te creëren en kunnen helpen om aan de cofinancieringseis te voldoen. Het gaat onder andere om:
Het is belangrijk dat de waarde van alternatieve vormen van cofinanciering transparant en controleerbaar is. De indiener van het projectvoorstel dient dit te onderbouwen in de projectaanvraag. Het Regiodealbureau beoordeelt de onderbouwing en kan aanvullende informatie vragen.
Monitoring en Verantwoording van Regio Deal middelen
De besteding van Regio Deal middelen, inclusief de cofinanciering, wordt zorgvuldig gemonitord en verantwoord. Dit gebeurt op twee niveaus:
Cofinanciering van regiodealpartners aan de kassier:
Het Regiodealbureau stelt een meerjarige begroting op voor de uitgaven en inkomsten van de Regio Deal. De bijdragen van de provincie en gemeenten die bij de kassier zijn ondergebracht, worden hierin opgenomen. Jaarlijks rapporteert het Regiodealbureau aan het Bestuurlijke Gremium de realisatie van zowel uitgaven als inkomsten.
Het Regiodealbureau stelt een beheerbestand op waar alle gefinancierde projecten in worden opgenomen. Hierin worden per project de goedgekeurde subsidie, de voortgang, de cofinanciering en de gerealiseerde resultaten bijgehouden. Het Regiodealbureau heeft op deze voortdurend inzicht in de stand van zaken en kan dit meenemen in rapportages en verantwoording richting het Rijk, het Bestuurlijk Gremium en andere betrokkenen.
Het vragen van cofinanciering is essentieel om de impact van de Regio Deal Midden-Limburg te maximaliseren. Door in beginsel een cofinanciering van 50% te vragen, blijft de Regio Deal functioneren als aanjager in plaats van als volledige financier. Dit versterkt de regionale samenwerking, stimuleert investeringen van buiten en vergroot de kans op structurele voortzetting van initiatieven.
Tegelijk is flexibiliteit nodig om recht te doen aan de situatie van regiodealpartners en om ruimte te bieden aan projecten met uitzonderlijke meerwaarde. Binnen de gestelde kaders zijn daarom afwijkingen mogelijk, mits goed gemotiveerd en zorgvuldig onderbouwd.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-4943.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.