Artikel I
De Subsidieregeling planvorming bedrijventerreinen Zuid-Holland 2024 wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 2, eerste lid, onderdeel c, onder i en ii, komt te luiden:
- i.
individuele maatregelen bij bedrijven op het bedrijventerrein, gericht op de opslag, opwek of besparing van energie;
- ii.
collectieve maatregelen op het bedrijventerrein, gericht op de gezamenlijke opwek, opslag, besparing, het benutten of het uitwisselen van energie tussen bedrijven;
B.
Artikel 5 komt te luiden:
Artikel 5. Weigeringsgronden
In aanvulling op artikel 2.6 van de Asv weigeren gedeputeerde staten de verlening van een subsidie, indien:
- a.
de subsidie-aanvrager of een van de betrokken bedrijven waarvoor subsidie wordt aangevraagd, voor dezelfde activiteiten al op grond van deze of een andere subsidieregeling subsidie hebben aangevraagd of ontvangen;
- b.
het aangevraagde subsidiebedrag minder dan € 1.000,00 bedraagt.
C.
In artikel 6 wordt, onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid, een lid ingevoegd, luidende:
- 2.
In aanvulling op het eerste lid komt een aanvraag die betrekking heeft op artikel 2, eerste lid, onderdeel c, onder ii, uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien de aanvrager aantoont dat individuele maatregelen van de deelnemende bedrijven ontoereikend zijn om het energieknelpunt op het bedrijventerrein op te lossen, blijkend uit:
- a.
een individuele verkenning bij de betrokken bedrijven van het energieverbruik en van de mogelijkheden voor individuele energiemaatregelen die bijdragen aan energiebesparing, flexibilisering van energiegebruik of het afstemmen van opwek en afname; en
- b.
een beschrijving van de inspanningen die van de betrokken bedrijven redelijkerwijs konden worden verlangd om haalbare individuele maatregelen te treffen.
D.
Artikel 10, onderdeel c, komt te luiden:
- c.
de subsidieontvanger maakt de resultaten van de activiteit openbaar en verstrekt deze resultaten desgevraagd om niet aan gedeputeerde staten en aan ondernemers, ondernemersverenigingen, stichtingen of gemeenten binnen de provincie Zuid-Holland.
Artikel II
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin dit besluit wordt geplaatst.
Toelichting bij het besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 10 maart, PZH-2026-887346811, tot wijziging van de Subsidieregeling planvorming bedrijventerreinen Zuid-Holland 2024
Algemeen
Aanleiding voor deze wijziging is de wens om de subsidiëring van energiegerelateerde onderzoeken en businesscases op bedrijventerreinen doelmatiger in te richten. In de uitvoeringspraktijk is gebleken dat aanvragen regelmatig zijn gericht op onderzoek naar collectieve energiemaatregelen, terwijl op individueel bedrijfsniveau nog onvoldoende inzicht bestaat in de mogelijkheden voor energiebesparing, flexibilisering van energiegebruik of optimalisatie van het eigen energieverbruik.
Met deze wijziging wordt een duidelijk onderscheid aangebracht tussen individuele en collectieve energiemaatregelen. Individuele verkenningen blijven subsidiabel. Subsidie voor collectieve energiemaatregelen is uitsluitend aan de orde indien blijkt dat individuele maatregelen ontoereikend zijn om het energieknelpunt op het bedrijventerrein op te lossen.
Artikelsgewijs
Artikel I, onderdeel A (artikel 2)
Met de wijziging van artikel 2 wordt binnen de subsidiabele activiteiten een onderscheid gemaakt tussen individuele energiemaatregelen bij bedrijven op bedrijventerreinen en collectieve energiemaatregelen op het niveau van het bedrijventerrein. De term “energiehub” is niet expliciet in de regeling opgenomen, maar valt onder de functionele omschrijving van collectieve energiemaatregelen.
Artikel I, onderdeel B (artikel 5)
Artikel 5 is herzien om de weigeringsgronden te verduidelijken.
Artikel I, onderdeel C (artikel 6)
Met de toevoeging van een nieuw tweede lid aan artikel 6 wordt bepaald dat subsidie voor collectieve energiemaatregelen uitsluitend wordt verstrekt indien de aanvrager aantoont dat individuele maatregelen van de deelnemende bedrijven ontoereikend zijn om het energieknelpunt op het bedrijventerrein op te lossen. Hiermee wordt geborgd dat collectieve onderzoeken pas plaatsvinden nadat individuele mogelijkheden zijn verkend.
Artikel I, onderdeel D (artikel 10)
Met de wijziging van artikel 10 wordt verduidelijkt dat de resultaten van gesubsidieerde activiteiten desgevraagd kosteloos aan gedeputeerde staten worden verstrekt, naast openbaarmaking richting andere betrokken partijen binnen de provincie Zuid-Holland.