Provinciaal blad van Flevoland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Flevoland | Provinciaal blad 2026, 4596 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Flevoland | Provinciaal blad 2026, 4596 | beleidsregel |
Treasurystatuut provincie Flevoland 2026
Verordening voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van de provincie Flevoland (artikel 217 Provinciewet)
Provincie Flevoland heeft een verordening gewijzigd. Hiervoor hebben Provinciale staten op 18 februari een besluit vastgesteld.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de bekendmaking in het Provinciaal Blad en luidt als volgt:
In de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido) is bepaald dat decentrale overheidslichamen voor de inrichting en uitvoering van hun treasuryfunctie (ook wel financieringsfunctie genoemd) verplicht moeten beschikken over een treasurystatuut. In de Financiële verordening van provincie Flevoland staat dat het te voeren beleid op het gebied van de treasury is vastgelegd in een door Provinciale Staten vastgesteld treasurystatuut.
In het Treasurystatuut staan de regels voor het beheer van de geldstromen, de beheersing van de risico’s daarvan en de informatievoorziening daarover. De wet stelt strenge eisen aan het aantrekken en uitzetten van gelden. Daarnaast staat in het statuut wie waarvoor bevoegd is en onder wiens verantwoordelijkheid het valt. Verder zijn de uitgangspunten voor de administratieve organisatie en de interne controle vastgelegd. Het doel is dat de provincie voldoet aan de wet- en regelgeving, altijd haar financiële verplichtingen kan nakomen en als dat nodig is geld kan lenen (kort en/of lang). Uitgangspunt is dat er niet meer geleend wordt dan noodzakelijk, afgestemd op de liquiditeitsplanning.
Aanleiding om het Treasurystatuut van 2014 te actualiseren is niet vanwege wijzigingen in de wet- en regelgeving. Het is met name om het statuut weer in lijn te brengen met de huidige organisatiestructuur en de bevoegdheden af te stemmen op de huidige functies.
In dit statuut wordt verstaan onder:
2.1 Externe wet- en regelgeving
De Wet financiering decentrale overheden (Wet fido).
In de Wet fido staan de regels voor het financieringsbeleid voor decentrale overheden. De kredietwaardigheid van decentrale overheden, en daarmee ook de treasury, staat in de Wet fido centraal. Een belangrijk uitgangspunt van de wet is dat decentrale overheden bedachtzaam om dienen te gaan met publieke middelen. Dit betekent dat risicobeheersing van groot belang is. Hiervoor zijn in de Wet fido regels opgenomen met betrekking tot het aantrekken en het uitzetten van liquide middelen, het beheersen van renterisico’s middels de kasgeldlimiet en de renterisiconorm en, middels voorgeschreven eisen aan het interne treasurybeleid.
Een aantal specifieke aspecten van de Wet fido zijn nader uitgewerkt in aparte ministeriële regelingen. Deze regelingen zijn:
Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo)
In de Ruddo is het prudent gebruik van derivaten nader geregeld. Derivaten mogen uitsluitend worden gebruikt ter beperking van financiële risico’s (er mag niet mee worden gespeculeerd).
Besluit leningsvoorwaarden decentrale overheden (Bldo)
In het Besluit leningsvoorwaarden decentrale overheden staan voorwaarden voor decentrale overheden die geld willen lenen. Het Bldo schrijft voor dat geldleningen slechts door decentrale overheden kunnen worden aangegaan of verstrekt in euro’s en dat de hoofdsom niet onderhevig is aan enige vorm van indexatie.
Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden (Ufdo)
De bepalingen uit de Wet fido over de kasgeldlimiet en de renterisiconorm zijn verder uitgewerkt in de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden, de Ufdo. Zo zijn hierin de percentages van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm opgenomen.
Regeling Schatkistbankieren decentrale overheden (Skb)
Op grond van deze regeling dienen decentrale overheden (tijdelijke) overschotten aan geldmiddelen verplicht aan te houden in ‘s Rijksschatkist. Dit houdt in dat zij de overtollige gelden aanhouden bij het ministerie van Financiën of bij andere decentrale overheden. Deze mogen in dat geval niet onder (financieel) toezicht vallen van de provincie. De bedoeling is dat door Skb publiek geld de schatkist niet eerder verlaat dan noodzakelijk is voor de uitvoering van die publieke taak of voor het uitlenen aan mede openbare lichamen.
Afhankelijk van de begrotingsomvang geldt per provincie een drempelbedrag1 dat buiten de Schatkist mag blijven. Het aanhouden van overtollige liquide middelen bij het ministerie van Financiën onder het drempelbedrag is facultatief.
Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
In het BBV zijn de verslaggevingsregels waaraan de begroting en het jaarverslag van elke gemeente en provincie moet voldoen vastgelegd, maar ook enkele zaken die specifiek relevant zijn voor Treasury zoals de voorschriften rond (interne) rente en verplichte financiële kengetallen in begrotings- en jaarstukken. De Treasury-gerelateerde kengetallen zijn: solvabiliteit, netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen.
De Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof).
Deze wet regelt de wijze waarop de Nederlandse overheid de afspraken nakomt die in Europees verband zijn gemaakt over de ontwikkeling van het EMU-tekort en de schuld van de overheid. De meeste nadruk gaat daarbij uit naar tekortreductie. Van daaruit bevat deze wet onder andere bepalingen omtrent de ontwikkeling en bewaking van EMU-saldi voor decentrale overheden.
5 Provincie- en projectfinanciering
Bij het aantrekken van financieringen gelden de volgende uitgangspunten:
Bij het aantrekken van gelden voor een periode korter of gelijk dan 1 jaar worden er minimaal 1 offerte en maximaal 3 offertes opgevraagd. Bij het aantrekken van gelden langer dan 1 jaar worden door de provincie minimaal 2 en maximaal 5 offertes opgevraagd. Indien een financiële instelling bij een uitvraag geen lating kan afgeven telt dit mee als gedane offerte.
7 Administratieve organisatie en interne controle
7.1 Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle
De verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de provincie staan in onderstaande tabel gedefinieerd.
In onderstaande tabel staan bevoegdheden met betrekking tot treasuryactiviteiten weergegeven alsmede de daarbij benodigde fiattering.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-4596.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.