Provinciaal blad van Noord-Brabant
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noord-Brabant | Provinciaal blad 2026, 4590 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noord-Brabant | Provinciaal blad 2026, 4590 | ander besluit van algemene strekking |
Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 10 maart 2026 tot wijziging van de Subsidieregeling transitie landbouw Noord-Brabant in verband met het wijzigen van paragraaf 5 (Tweeëntwintigste wijziging Subsidieregeling transitie landbouw Noord-Brabant)
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;
Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
Overwegende dat het wenselijk is de Subsidieregeling transitie landbouw Noord-Brabant te wijzigen in verband met het wijzigen van de uurtarieven in artikel 5.7, het vaststellen van enkele subsidieplafonds voor paragraaf 5 Brabantse biodiversiteitsmonitor melkveehouderij, het mogelijk maken van een aanvullende verlenging van deelname aan de Brabantse biodiversiteitsmonitor melkveehouderij en enkele andere technische wijzigingen in paragraaf 5 Brabantse biodiversiteitsmonitor melkveehouderij;
Artikel I Wijziging Subsidieregeling transitie landbouw Noord-Brabant
De Subsidieregeling transitie landbouw Noord-Brabant wordt als volgt gewijzigd.
Artikel 5.1 wordt als volgt gewijzigd.
Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 5.4, onder b, door een puntkomma wordt aan artikel 5.4 een onderdeel toegevoegd, luidende:
Artikel 5.6 wordt als volgt gewijzigd.
Artikel 5.7 Subsidiabele kosten
Voor de berekening van subsidiabele uurtarieven van arbeids- en personeelsuren van de subsidieaanvrager past de subsidieaanvrager de berekeningswijze op basis van een forfaitair uurtarief van de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant toe en hanteert daarbij het forfaitaire uurtarief dat is opgenomen in bijlage 7 bij deze regeling.
Artikel 5.9, onderdelen f en g, komen te luiden:
Artikel 5.10, onderdeel f, komt te luiden:
Artikel 5.13 wordt als volgt gewijzigd.
’s-Hertogenbosch, 10 maart 2026
Gedeputeerde Staten voornoemd,
de voorzitter,
mr. I.R. Adema
de secretaris,
drs. G.H.E. Derks MPA
Bijlage 1 behorende bij artikel I, onder H, van de Tweeëntwintigste wijziging Subsidieregeling transitie landbouw Noord-Brabant
Bijlage 7 behorende bij de artikelen 5.7, 5.11 en 5.13 van de Subsidieregeling transitie landbouw Noord-Brabant
1. Berekening puntenscore per jaar per deelnemende melkveehouder
2. Berekening totale beloning deelname innovatieproject per deelnemende melkveehouder
3. Berekening eenmalige extra beloning voor jonge agrariërs en agrariërs in stimuleringsgebieden.
Deelnemers aan de BBM die gebruik maken van de mogelijkheid om de deelnameperiode met twee jaar te verlengen en gedurende de gehele looptijd van vijf jaar aan de BBM vereisten hebben voldaan, kunnen eenmalig een extra beloning ontvangen indien zij voldoen aan de vereisten in artikel 5.6, derde lid.
De extra beloning hangt af van de mate waarin de deelnemer zijn of haar score weet te verbeteren. Het vertrekpunt is de nulsituatie bij aanvang van deelname (minimaal 300 punten). Dit wordt afgezet tegen de maximale score (2.500 punten). Het verschil tussen deze twee waarden is het groeipotentieel.
De extra beloning wordt bepaald aan de hand van de mate waarin het groeipotentieel is gerealiseerd. De score van de deelnemer in het vijfde jaar wordt gedeeld door het groeipotentieel van desbetreffende deelnemer.
4. Berekening totale subsidiehoogte op basis van subsidiabele kosten
Toelichting behorende bij de Tweeëntwintigste wijziging van de Subsidieregeling transitie landbouw Noord-Brabant
Met deze wijzigingsregeling is de Subsidieregeling transitie landbouw Noord-Brabant op een aantal onderdelen aangepast. De wijzigingen hebben betrekking op paragraaf 5 Brabantse biodiversiteitsmonitor melkveehouderij.
De wijziging bestaat uit vier hoofdonderdelen:
Met deze wijziging wordt met name beoogd om deelnemers uit het eerste aanvraagtijdvak de mogelijkheid te bieden hun deelname met een zesde jaar te verlengen. Deze deelnemers hebben aantoonbaar geïnvesteerd in de beoogde transitie en kunnen met een extra deelnamejaar verdere borging en verdieping van de bereikte resultaten realiseren. De oorspronkelijke subsidieregeling voorzag niet in een zesde deelnamejaar. Met deze wijziging wordt hiervoor alsnog een juridische grondslag gecreëerd, waarbij:
Voor de aanvullende verlenging is een afzonderlijk subsidieplafond vastgesteld.
Daarnaast worden met deze wijziging de uurtarieven geactualiseerd en enkele technische en redactionele verbeteringen doorgevoerd.
De subsidie die op grond van paragraaf 5 wordt verstrekt, kwalificeert als de-minimis landbouwsteun. Ook bij toepassing van de aanvullende verlenging blijft het totaal aan steun per deelnemende melkveehouder binnen het geldende de-minimisplafond van € 50.000, berekend over de 3 kalenderjaren voorafgaand aan de verlening van de subsidie.
Artikel I, onderdeel A (artikel 5.1)
De begripsbepaling van “gecombineerde opgave” is geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de geldende regelgeving. Daarnaast is de definitie van “Regeling uurtarieven” vervallen, omdat in de regeling voortaan wordt aangesloten bij de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant.
Artikel I, onderdeel B (artikel 5.4)
Aan artikel 5.4 is een nieuwe subsidiabele activiteit toegevoegd. Hiermee wordt een aanvullende verlenging van deelname met één jaar mogelijk gemaakt na afloop van de bestaande deelnameperiode van vijf jaar. Deze aanvullende verlenging vormt geen nieuwe zelfstandige deelname, maar een voortzetting van een reeds lopend traject.
Artikel I, onderdeel C (artikel 5.6)
Met deze wijziging is verduidelijkt welke gegevens de subsidieaanvrager moet overleggen in de lijst met deelnemende melkveehouderijondernemingen. Per deelnemende melkveehouder moeten onder meer de naam en rechtsvorm van de onderneming, het KvK-nummer, de hoofd SBI-code en het maximaal te ontvangen bedrag worden vermeld. Deze gegevens zijn noodzakelijk om te kunnen vaststellen of de te verstrekken subsidie past binnen het toepasselijke staatssteunkader. De subsidie die op grond van paragraaf 5 wordt verstrekt, kwalificeert als de-minimis landbouwsteun. De provincie Noord-Brabant is op grond van de geldende regelgeving verplicht om vanaf 2027 verstrekte de-minimissteun te registreren in het de-minimisregister.
Door het verplicht overleggen van deze gegevens kan de provincie per deelnemende melkveehouder beoordelen of het plafond voor de-minimis landbouwsteun van € 50.000, berekend over de 3 kalenderjaren voorafgaand aan de verlening van de subsidie, niet wordt overschreden en kan de steun correct in het register worden opgenomen. Met deze aanpassing is uitvoering gegeven aan de administratieve verplichtingen die vanaf 2027 voortvloeien uit het staatssteunkader en wordt de rechtmatigheid en transparantie van de subsidieverstrekking geborgd.
In artikel 5.6 is daarnaast een nieuw lid opgenomen waarin de subsidievereisten voor de aanvullende verlenging zijn vastgelegd. Deze vereisten waarborgen dat alleen melkveehouders die aantoonbaar en succesvol hebben deelgenomen aan de Brabantse biodiversiteitsmonitor in aanmerking komen voor het zesde jaar. Zo is onder meer vereist dat:
Artikel I, onderdeel D (artikel 5.7)
Artikel 5.7 is gewijzigd om een bestaande discrepantie tussen de regelingstekst en bijlage 7 te herstellen en de systematiek van subsidiabele kosten te verduidelijken.
In de regeling waren zowel de uurtarieven voor arbeids- en personeelsuren als de maximale bedragen voor kosten van derden opgenomen in zowel artikel 5.7 als in bijlage 7. Sinds de Negentiende wijziging van de Subsidieregeling transitie landbouw Noord-Brabant bestond daardoor een verschil tussen de in artikel 5.7 genoemde tarieven en de in bijlage 7 opgenomen, geactualiseerde tarieven.
In de uitvoeringspraktijk zijn sinds die wijziging de juiste, in bijlage 7 opgenomen tarieven toegepast. Met de onderhavige wijziging is deze uitvoeringspraktijk expliciet verankerd in de regeling door in het tweede en derde lid van artikel 5.7 uitsluitend te verwijzen naar de tarieven en bedragen in bijlage 7 bij de regeling.
Hiermee zijn de subsidiabele tarieven op één centrale plek geregeld, wordt doublure in de regeling voorkomen en wordt de interne consistentie en rechtszekerheid voor subsidieaanvragers vergroot. De wijziging heeft geen gevolgen voor reeds verleende subsidies of de wijze waarop aanvragen in de praktijk zijn beoordeeld.
Artikel I, onderdeel E (artikel 5.9)
De aanvraagtijdvakken voor de jaren 2026 en 2027 zijn aangepast. Met deze aanpassing is het mogelijk gemaakt om subsidie aan te vragen uitsluitend voor de verlenging van deelname aan de Brabantse biodiversiteitsmonitor melkveehouderij. Het is in deze aanvraagtijdvakken niet mogelijk om subsidie aan te vragen voor een eerste deelname aan de monitor.
Hiermee is aangesloten bij de bestaande systematiek van aanvraagtijdvakken en is uitvoering gegeven aan de eerder door de provincie Noord-Brabant gecommuniceerde uitgangspunten, waarin is aangegeven dat de openstellingen vanaf 2025 uitsluitend zijn bedoeld voor voortzetting van reeds lopende deelname en niet voor nieuwe instroom.
Artikel I, onderdeel F (artikel 5.10)
Het subsidieplafond is aangepast om de verlenging van deelname aan de Brabantse biodiversiteitsmonitor melkveehouderij financieel te kunnen faciliteren. Omdat het in de betreffende aanvraagtijdvakken uitsluitend mogelijk is subsidie aan te vragen voor de verlenging van deelname en niet voor een eerste deelname aan de monitor, is het subsidieplafond voor activiteiten, bedoeld in artikel 5.4, onder a, voor 2026 vastgesteld op € 0.
Voor de activiteiten die zien op de verlenging van deelname zijn voor 2026 afzonderlijke subsidieplafonds vastgesteld voor de activiteiten, bedoeld in artikel 5.4, onder b en c. Hiermee wordt geborgd dat uitsluitend voortzetting van bestaande deelname kan worden gesubsidieerd en geen nieuwe instroom plaatsvindt, in overeenstemming met de gekozen beleidslijn en eerdere communicatie van de provincie Noord-Brabant.
Artikel I, onderdeel G (artikel 5.13)
Met de 18e wijziging van de Subsidieregeling transitie landbouw Noord-Brabant (Pb. 2023, 1822) is artikel 5.13 gewijzigd, onder meer ten aanzien van de termijnen voor het indienen van het jaarlijkse voortgangsverslag en het afzonderlijk eindverslag door de subsidieontvanger.
In de uitvoeringspraktijk is gebleken dat het afzonderlijk eindverslag inhoudelijk grotendeels samenvalt met de jaarlijkse voortgangsverslagen en de subsidieverantwoording. Deze overlap leidt tot een onnodige administratieve last voor subsidieontvangers, zonder dat het afzonderlijk eindverslag aanvullende informatie oplevert die niet reeds via andere verplichtingen beschikbaar is.
Om die reden vervalt met deze wijziging de verplichting tot het indienen van een afzonderlijk eindverslag. De bestaande verplichtingen tot het indienen van jaarlijkse voortgangsverslagen en het afleggen van subsidieverantwoording blijven onverkort van toepassing en bieden voldoende basis voor toezicht en verantwoording.
Het vervallen van deze verplichting werkt niet terug tot het moment waarop deze subsidieverplichting oorspronkelijk is ontstaan. Artikel 5.13 is na dat moment gewijzigd en het toekennen van terugwerkende kracht zou leiden tot onoverzichtelijke regelgeving. Dit betekent dat de verplichting tot het indienen van een afzonderlijk eindverslag formeel heeft bestaan tot de inwerkingtreding van deze wijzigingsregeling.
Vanaf de inwerkingtreding van deze wijzigingsregeling is het indienen van een afzonderlijk eindverslag niet langer vereist en zal hier door of namens Gedeputeerde Staten niet langer om worden verzocht.
In verband met het vervallen van deze verplichting zijn de onderdelen van artikel 5.13 overeenkomstig verletterd.
Artikel I, onderdeel H (bijlage 7)
Bijlage 7 is vervangen om (onder andere) de lumpsumbedragen en vergoedingen in overeenstemming te brengen met de gewijzigde regeling, waaronder de mogelijkheid van een zesde deelnamejaar.
Deze regeling treedt in werking op de dag na publicatie in het Provinciaal Blad.
Voor artikel I, onderdeel D (artikel 5.7), is voorzien in terugwerkende kracht tot en met 18 januari 2024. Met de Negentiende wijziging van de Subsidieregeling transitie landbouw Noord-Brabant, die op die datum in werking is getreden, zijn de aangepaste uurtarieven reeds opgenomen in de bijlage bij de regeling. In de uitvoeringspraktijk zijn deze uurtarieven vanaf dat moment ook toegepast.
Met de onderhavige wijziging wordt deze bestaande uitvoeringspraktijk alsnog expliciet vastgelegd in artikel 5.7 van de regeling. De terugwerkende kracht voorkomt dat een discrepantie blijft bestaan tussen de regelingstekst, de bijlage en de feitelijk toegepaste uurtarieven en draagt daarmee bij aan de rechtszekerheid voor subsidieaanvragers. Aanvragers worden door deze terugwerkende kracht niet benadeeld.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-4590.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.