Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 10 maart 2026 tot wijziging van de Subsidieregeling transitie landbouw Noord-Brabant in verband met het wijzigen van paragraaf 5 (Tweeëntwintigste wijziging Subsidieregeling transitie landbouw Noord-Brabant)

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;

 

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

 

Overwegende dat het wenselijk is de Subsidieregeling transitie landbouw Noord-Brabant te wijzigen in verband met het wijzigen van de uurtarieven in artikel 5.7, het vaststellen van enkele subsidieplafonds voor paragraaf 5 Brabantse biodiversiteitsmonitor melkveehouderij, het mogelijk maken van een aanvullende verlenging van deelname aan de Brabantse biodiversiteitsmonitor melkveehouderij en enkele andere technische wijzigingen in paragraaf 5 Brabantse biodiversiteitsmonitor melkveehouderij;

 

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Artikel I Wijziging Subsidieregeling transitie landbouw Noord-Brabant

De Subsidieregeling transitie landbouw Noord-Brabant wordt als volgt gewijzigd.

 

A.

Artikel 5.1 wordt als volgt gewijzigd.

  • 1.

    Het begrip “gecombineerde opgave” wordt vervangen door “gecombineerde opgave”: opgave als bedoeld in de Regeling Landbouwtelling en Gecombineerde opgave 2025;”

  • 2.

    Het begrip “Regeling uurtarieven” vervalt.

B.

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 5.4, onder b, door een puntkomma wordt aan artikel 5.4 een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • c.

    een aanvullende verlenging van de deelname, bedoeld onder a, met één jaar na afloop van de periode, bedoeld onder b.

C.

Artikel 5.6 wordt als volgt gewijzigd.

  • 1.

    In het eerste lid, onder f, onder 1°, en in het tweede lid, onder e, onder 1°, wordt “berekend over het lopende belastingjaar en de twee belastingjaren daaraan voorafgaand” vervangen door “berekend over de 3 kalenderjaren voorafgaand aan de verlening van de subsidie”.

  • 2.

    Het tweede lid, onder a, komt te luiden:

    • a.

      de subsidieaanvrager overlegt een lijst met deelnemende melkveehouders, waarin per deelnemende melkveehouder ten minste is opgenomen:

      • 1°.

        de naam en rechtsvorm van de melkveehouderijonderneming;

      • 2°.

        het KVK nummer van de melkveehouderijonderneming;

      • 3°.

        de hoofd SBI-code; en

      • 4°.

        de hoogte van het maximaal te ontvangen bedrag als bedoeld in artikel 5.7 en bijlage 7 bij deze regeling;

  • 3.

    In het tweede lid, onder d, wordt “onder d” vervangen door “onder d en e”.

  • 4.

    Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

    • 4.

      Om voor subsidie als bedoeld in artikel 5.4, onder c, in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

      • a.

        de subsidieaanvrager overlegt een lijst met deelnemende melkveehouders, waarin per deelnemende melkveehouder ten minste is opgenomen:

        • 1°.

          de naam en rechtsvorm van de melkveehouderijonderneming;

        • 2°.

          het KVK nummer van de melkveehouderijonderneming;

        • 3°.

          de hoofd SBI-code; en

        • 4°.

          de hoogte van het maximaal te ontvangen bedrag als bedoeld in artikel 5.7 en bijlage 7 bij deze regeling;

      • b.

        de deelnemende melkveehouder heeft deelgenomen aan de Brabantse Biodiversiteitsmonitor Melkveehouderij waarvoor subsidie is aangevraagd in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 5.9, onder a;

      • c.

        de deelnemende melkveehouder heeft gedurende een periode van vijf jaar deelgenomen aan de Brabantse Biodiversiteitsmonitor Melkveehouderij;

      • d.

        de deelnemende melkveehouder heeft gedurende vijf jaar de minimale jaarlijkse score van 300 punten behaald;

      • e.

        per deelnemende melkveehouder wordt een praktijkscan overgelegd, als bedoeld in het eerste lid, onder d en e, die een realistische inschatting geeft van de score die de melkveehouder verwacht te halen in het zesde jaar;

      • f.

        de subsidieaanvrager overlegt een verklaring waaruit blijkt dat een deelnemersovereenkomst per deelnemende melkveehouder is gesloten tussen hem en de melkveehouder:

        • 1°.

          waaruit blijkt dat aan de melkveehouder slechts een zodanig bedrag wordt verstrekt dat het plafond voor de-minimis landbouwsteun van € 50.000 niet wordt overschreden, berekend over de 3 kalenderjaren voorafgaand aan de verlening van de subsidie;

        • 2°.

          waaruit de bereidheid van de melkveehouder blijkt tot deelname aan het project gedurende één jaar; en

        • 3°.

          waarin de melkveehouder de subsidieaanvrager machtigt de gegevens uit de databases Centrale Database KringloopWijzer en SCAN-office van BoerenNatuur in te zien en op te vragen, die ten minste nodig zijn om de dertien indicatoren, opgenomen in bijlage 6 bij deze regeling, te kunnen monitoren;

      • g.

        aan het project ligt een projectplan ten grondslag waarin in ieder geval is opgenomen:

        • 1°.

          op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf;

        • 2°.

          een sluitende en realistische begroting.

D.

Artikel 5.7 komt te luiden:

Artikel 5.7 Subsidiabele kosten

  • 1.

    Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen uitsluitend de vaste bedragen en kostensoorten, genoemd in bijlage 7 bij deze regeling, voor subsidie in aanmerking.

  • 2.

    Voor de berekening van subsidiabele uurtarieven van arbeids- en personeelsuren van de subsidieaanvrager past de subsidieaanvrager de berekeningswijze op basis van een forfaitair uurtarief van de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant toe en hanteert daarbij het forfaitaire uurtarief dat is opgenomen in bijlage 7 bij deze regeling.

  • 3.

    Kosten derden van de subsidieaanvrager zijn subsidiabel tot een maximum van het in bijlage 7 bij deze regeling opgenomen bedrag, te vermeerderen met niet-verrekenbare en niet-compensabele btw.

E.

Artikel 5.9, onderdelen f en g, komen te luiden:

  • f.

    van 1 april 2026 tot en met 1 september 2026, voor projecten als bedoeld in artikel 5.4, onder b en c;

  • g.

    van 1 april 2027 tot en met 1 september 2027, voor projecten als bedoeld in artikel 5.4, onder b.

F.

Artikel 5.10, onderdeel f, komt te luiden:

  • f.

    voor de periode, genoemd in artikel 5.9, onder f:

    • 1°.

      € 0,00 voor de activiteiten, bedoeld in artikel 5.4, onder a;

    • 2°.

      € 1.400.000 voor de activiteiten, bedoeld in artikel 5.4, onder b;

    • 3°.

      € 1.000.000 voor de activiteiten, bedoeld in artikel 5.4, onder c.

G.

Artikel 5.13 wordt als volgt gewijzigd.

  • 1.

    Onderdeel c vervalt.

  • 2.

    In onderdeel d wordt “bedoeld onder c” vervangen door “bedoeld onder b”.

  • 3.

    Onderdelen c tot en met g worden verletterd tot b tot en met f.

H.

Bijlage 7 wordt vervangen door bijlage 1 bij deze regeling.

Artikel II Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

  • 2.

    Artikel I, onderdeel D, werkt terug tot en met 18 januari 2024.

’s-Hertogenbosch, 10 maart 2026

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter,

mr. I.R. Adema

de secretaris,

drs. G.H.E. Derks MPA

Bijlage 1 behorende bij artikel I, onder H, van de Tweeëntwintigste wijziging Subsidieregeling transitie landbouw Noord-Brabant

 

Bijlage 7 behorende bij de artikelen 5.7, 5.11 en 5.13 van de Subsidieregeling transitie landbouw Noord-Brabant

 

1. Berekening puntenscore per jaar per deelnemende melkveehouder

 

Indicatoren Brabantse Biodiversiteitsmonitor Melkveehouderij

Indicatoren en doel

Score melkveehouder

Punten

% Blijvend grasland verhogen

>80%

200

>70%

150

>60%

100

>50%

50

% Eiwit van eigen land verhogen

>70%

200

>65%

150

>60%

100

>55%

50

N-bodemoverschot verlagen

<60 kg N/ha

200

<90 kg N/ha

150

<120 kg N/ha

100

<160 kg N/ha

50

Broeikasgasemissie (g CO2eq/kg melk) verlagen

<850 g/kg meetmelk

200

<935 g/kg meetmelk

150

<1020 g/kg meetmelk

100

<1105 g/kg meetmelk

50

Ammoniakuitstoot (kg NH3/ha) verlagen

<45 kg NH3/ha

150

<55 kg NH3/ha

100

<65 kg NH3/ha

50

% (Agrarisch) natuurbeheerland verhogen

>25%

200

>15%

150

>5%

100

>1%

50

% Kruidenrijk grasland verhogen

>50%

200

>30%

150

>15%

100

>5%

50

% Groen-blauwe dooradering verhogen

>10%

200

>7,5%

150

>5%

100

>2,5%

50

Gebruik gewasbeschermings-middelen verlagen

Geen gebruik chemische gewasbeschermingsmiddelen

200

Geen gebruik glyfosaat

100

Deelname loonwerker aan project ‘Schoon Water’

50

Gebruik stikstof-kunstmest verlagen

Geen gebruik stikstof-kunstmest

200

<50 kg N/ha

150

<100 kg N/ha

100

<150 kg N/ha

50

Fosfaat-bodemoverschot (kg P2O5/ha) verlagen

<-10 kg P2O5/ha

150

<-5 kg P2O5/ha

100

<0 kg P2O5/ha

50

Weidegang (uur/jaar) verhogen

>1440 uur/jaar

200

>720 uur/jaar

150

360-719 uur/jaar

100

100-359 uur/jaar

50

Eiwit in het melkvee rantsoen (g RE/kg voer) verlagen

<150 g RE/kg voer

200

<155 g RE/kg voer

150

<160 g RE/kg voer

100

<165 g RE/kg voer

50

Maximale TOTALE SCORE

2500

 

2. Berekening totale beloning deelname innovatieproject per deelnemende melkveehouder

 

Brabantse Biodiversiteitsmonitor Melkveehouderij

Score melkveehouder

Beloning deelname innovatieproject per melkveehouder

Categorie 1

300 -999

€1 per punt

Categorie 2

1000 -1499

€1 per punt

Categorie 3

1500 -1999

€1 per punt + € 2.000 bonus

Categorie 4

2000 - 2500

€1 per punt + € 2.500 bonus

 

Jaar 1

… punten

€ …

Jaar 2

… punten

€ …

Jaar 3

… punten

€ …

Jaar 4 (verlenging)

… punten

€ …

Jaar 5 (verlenging)

… punten

€ …

Jaar 6 (jaar verlenging voor BBM 1)

… punten

€ …

 

Totale score en beloning per deelnemende melkveehouder

… punten

€ ….

Vergoeding samenwerkingskosten per deelnemende melkveehouder,

3 uur á € 70 voor de eerste periode van drie jaar en 2 uur á € 70 voor de verlenging met twee jaar.

1 uur á € 70 voor de verlenging van één jaar voor BBM1.

€ 210 / € 140 / € 70*

 

* gebaseerd op 10% van de daadwerkelijke gemiddelde kosten per melkveehouder

 

Totale beloning en vergoeding samenwerkingskosten m.b.t. deelname innovatieproject per deelnemende melkveehouder:

€ ………*

* maximaal € 5.000 per jaar per melkveehouder.

 

3. Berekening eenmalige extra beloning voor jonge agrariërs en agrariërs in stimuleringsgebieden.

Deelnemers aan de BBM die gebruik maken van de mogelijkheid om de deelnameperiode met twee jaar te verlengen en gedurende de gehele looptijd van vijf jaar aan de BBM vereisten hebben voldaan, kunnen eenmalig een extra beloning ontvangen indien zij voldoen aan de vereisten in artikel 5.6, derde lid.

De extra beloning hangt af van de mate waarin de deelnemer zijn of haar score weet te verbeteren. Het vertrekpunt is de nulsituatie bij aanvang van deelname (minimaal 300 punten). Dit wordt afgezet tegen de maximale score (2.500 punten). Het verschil tussen deze twee waarden is het groeipotentieel.

De extra beloning wordt bepaald aan de hand van de mate waarin het groeipotentieel is gerealiseerd. De score van de deelnemer in het vijfde jaar wordt gedeeld door het groeipotentieel van desbetreffende deelnemer.

 

Mate waarin het groeipotentieel is benut

Extra beloning

> 70%

€ 10.000

> 60%

€ 7.500

> 50%

€ 6.000

> 40%

€ 4.500

> 30%

€ 3.500

> 20%

€ 2.500

> 10%

-

> 0%

-

 

4. Berekening totale subsidiehoogte op basis van subsidiabele kosten

 

  • a)

    Voor de eerste drie jaar van deelname als bedoeld in artikel 5.4 onder a

Totale beloning van alle deelnemende melkveehouders samen, inclusief bonus

€ …………

Totale samenwerkingskosten alle deelnemende melkveehouders

€ 210 x … (aantal deelnemende melkveehouders)

€ …………

Advieskosten* subsidieaanvrager in de vorm van:

  • Voorbereidingskosten

  • Samenwerkingskosten

  • Administratie en automatiseringskosten

*daadwerkelijke uren

… uur à € 96 per uur voor arbeids- en personeelsuren,

… uur à max € 96 per uur voor kosten derden (te vermeerderen met niet-verrekenbare en niet-compensabele btw)

 

Kosten t.b.v. administratie en automatisering

€ ……………

Totale hoogte subsidie

€ …………………

 

  • b)

    Voor verlenging van de deelname met twee jaar als bedoeld in artikel 5.4 onder b

Totale beloning van alle deelnemende melkveehouders samen, inclusief bonus

€ …………

Totale extra beloning voor jonge melkveehouders en melkveehouders in stimuleringsgebieden

€ …………

Totale samenwerkingskosten alle deelnemende melkveehouders

€ 140 x … (aantal deelnemende melkveehouders)

€ …………

Advieskosten* subsidieaanvrager in de vorm van:

  • Voorbereidingskosten

  • Samenwerkingskosten

  • Administratie en automatiseringskosten

*daadwerkelijke uren

… uur à € 96 per uur voor arbeids- en personeelsuren,

… uur à max € 96 per uur voor kosten derden (te vermeerderen met niet-verrekenbare en niet-compensabele btw)

 

Kosten t.b.v. administratie en automatisering

€ ……………

Totale hoogte subsidie

€ …………………

 

  • c)

    Voor verlenging van de deelname met twee jaar als bedoeld in artikel 5.4 onder c

Totale beloning van alle deelnemende melkveehouders samen, inclusief bonus

€ …………

Totale samenwerkingskosten alle deelnemende melkveehouders

€ 70 x … (aantal deelnemende melkveehouders)

€ …………

Advieskosten* subsidieaanvrager in de vorm van:

  • Voorbereidingskosten

  • Samenwerkingskosten

  • Administratie en automatiseringskosten

*daadwerkelijke uren

… uur à € 96 per uur voor arbeids- en personeelsuren,

… uur à max € 96 per uur voor kosten derden (te vermeerderen met niet-verrekenbare en niet-compensabele btw)

 

Kosten t.b.v. administratie en automatisering

€ ……………

Totale hoogte subsidie

€ …………………

 

Toelichting behorende bij de Tweeëntwintigste wijziging van de Subsidieregeling transitie landbouw Noord-Brabant

I. Algemeen

 

Met deze wijzigingsregeling is de Subsidieregeling transitie landbouw Noord-Brabant op een aantal onderdelen aangepast. De wijzigingen hebben betrekking op paragraaf 5 Brabantse biodiversiteitsmonitor melkveehouderij.

 

De wijziging bestaat uit vier hoofdonderdelen:

  • het actualiseren van begripsbepalingen en verwijzingen;

  • het mogelijk maken van een aanvullende verlenging van deelname aan de Brabantse biodiversiteitsmonitor melkveehouderij met één jaar;

  • het aanpassen van subsidievereisten en verplichtingen die samenhangen met deze aanvullende verlenging;

  • het aanpassen van de subsidiabele kosten, aanvraagtijdvakken en het subsidieplafond.

Met deze wijziging wordt met name beoogd om deelnemers uit het eerste aanvraagtijdvak de mogelijkheid te bieden hun deelname met een zesde jaar te verlengen. Deze deelnemers hebben aantoonbaar geïnvesteerd in de beoogde transitie en kunnen met een extra deelnamejaar verdere borging en verdieping van de bereikte resultaten realiseren. De oorspronkelijke subsidieregeling voorzag niet in een zesde deelnamejaar. Met deze wijziging wordt hiervoor alsnog een juridische grondslag gecreëerd, waarbij:

  • de aanvullende verlenging beperkt blijft tot één jaar;

  • alleen deelnemers die reeds vijf jaar hebben deelgenomen en aan alle vereisten voldoen hiervoor in aanmerking komen;

  • geen extra beloning wordt toegekend bovenop de bestaande jaarlijkse beloning;

  • het totaal aan verstrekte steun binnen de grenzen van de geldende staatssteunkaders blijft.

Voor de aanvullende verlenging is een afzonderlijk subsidieplafond vastgesteld.

 

Daarnaast worden met deze wijziging de uurtarieven geactualiseerd en enkele technische en redactionele verbeteringen doorgevoerd.

 

Staatssteun

De subsidie die op grond van paragraaf 5 wordt verstrekt, kwalificeert als de-minimis landbouwsteun. Ook bij toepassing van de aanvullende verlenging blijft het totaal aan steun per deelnemende melkveehouder binnen het geldende de-minimisplafond van € 50.000, berekend over de 3 kalenderjaren voorafgaand aan de verlening van de subsidie.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel I, onderdeel A (artikel 5.1)

De begripsbepaling van “gecombineerde opgave” is geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de geldende regelgeving. Daarnaast is de definitie van “Regeling uurtarieven” vervallen, omdat in de regeling voortaan wordt aangesloten bij de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant.

 

Artikel I, onderdeel B (artikel 5.4)

Aan artikel 5.4 is een nieuwe subsidiabele activiteit toegevoegd. Hiermee wordt een aanvullende verlenging van deelname met één jaar mogelijk gemaakt na afloop van de bestaande deelnameperiode van vijf jaar. Deze aanvullende verlenging vormt geen nieuwe zelfstandige deelname, maar een voortzetting van een reeds lopend traject.

 

Artikel I, onderdeel C (artikel 5.6)

Met deze wijziging is verduidelijkt welke gegevens de subsidieaanvrager moet overleggen in de lijst met deelnemende melkveehouderijondernemingen. Per deelnemende melkveehouder moeten onder meer de naam en rechtsvorm van de onderneming, het KvK-nummer, de hoofd SBI-code en het maximaal te ontvangen bedrag worden vermeld. Deze gegevens zijn noodzakelijk om te kunnen vaststellen of de te verstrekken subsidie past binnen het toepasselijke staatssteunkader. De subsidie die op grond van paragraaf 5 wordt verstrekt, kwalificeert als de-minimis landbouwsteun. De provincie Noord-Brabant is op grond van de geldende regelgeving verplicht om vanaf 2027 verstrekte de-minimissteun te registreren in het de-minimisregister.

Door het verplicht overleggen van deze gegevens kan de provincie per deelnemende melkveehouder beoordelen of het plafond voor de-minimis landbouwsteun van € 50.000, berekend over de 3 kalenderjaren voorafgaand aan de verlening van de subsidie, niet wordt overschreden en kan de steun correct in het register worden opgenomen. Met deze aanpassing is uitvoering gegeven aan de administratieve verplichtingen die vanaf 2027 voortvloeien uit het staatssteunkader en wordt de rechtmatigheid en transparantie van de subsidieverstrekking geborgd.

 

In artikel 5.6 is daarnaast een nieuw lid opgenomen waarin de subsidievereisten voor de aanvullende verlenging zijn vastgelegd. Deze vereisten waarborgen dat alleen melkveehouders die aantoonbaar en succesvol hebben deelgenomen aan de Brabantse biodiversiteitsmonitor in aanmerking komen voor het zesde jaar. Zo is onder meer vereist dat:

  • de melkveehouder gedurende vijf jaar heeft deelgenomen;

  • gedurende vijf jaar minimaal de vereiste score is behaald;

  • een praktijkscan wordt overgelegd met een realistische inschatting van de score in het zesde jaar;

  • de deelnemersovereenkomst expliciet voorziet in deelname gedurende één aanvullend jaar.

Artikel I, onderdeel D (artikel 5.7)

Artikel 5.7 is gewijzigd om een bestaande discrepantie tussen de regelingstekst en bijlage 7 te herstellen en de systematiek van subsidiabele kosten te verduidelijken.

In de regeling waren zowel de uurtarieven voor arbeids- en personeelsuren als de maximale bedragen voor kosten van derden opgenomen in zowel artikel 5.7 als in bijlage 7. Sinds de Negentiende wijziging van de Subsidieregeling transitie landbouw Noord-Brabant bestond daardoor een verschil tussen de in artikel 5.7 genoemde tarieven en de in bijlage 7 opgenomen, geactualiseerde tarieven.

In de uitvoeringspraktijk zijn sinds die wijziging de juiste, in bijlage 7 opgenomen tarieven toegepast. Met de onderhavige wijziging is deze uitvoeringspraktijk expliciet verankerd in de regeling door in het tweede en derde lid van artikel 5.7 uitsluitend te verwijzen naar de tarieven en bedragen in bijlage 7 bij de regeling.

Hiermee zijn de subsidiabele tarieven op één centrale plek geregeld, wordt doublure in de regeling voorkomen en wordt de interne consistentie en rechtszekerheid voor subsidieaanvragers vergroot. De wijziging heeft geen gevolgen voor reeds verleende subsidies of de wijze waarop aanvragen in de praktijk zijn beoordeeld.

 

Artikel I, onderdeel E (artikel 5.9)

De aanvraagtijdvakken voor de jaren 2026 en 2027 zijn aangepast. Met deze aanpassing is het mogelijk gemaakt om subsidie aan te vragen uitsluitend voor de verlenging van deelname aan de Brabantse biodiversiteitsmonitor melkveehouderij. Het is in deze aanvraagtijdvakken niet mogelijk om subsidie aan te vragen voor een eerste deelname aan de monitor.

Hiermee is aangesloten bij de bestaande systematiek van aanvraagtijdvakken en is uitvoering gegeven aan de eerder door de provincie Noord-Brabant gecommuniceerde uitgangspunten, waarin is aangegeven dat de openstellingen vanaf 2025 uitsluitend zijn bedoeld voor voortzetting van reeds lopende deelname en niet voor nieuwe instroom.

 

Artikel I, onderdeel F (artikel 5.10)

Het subsidieplafond is aangepast om de verlenging van deelname aan de Brabantse biodiversiteitsmonitor melkveehouderij financieel te kunnen faciliteren. Omdat het in de betreffende aanvraagtijdvakken uitsluitend mogelijk is subsidie aan te vragen voor de verlenging van deelname en niet voor een eerste deelname aan de monitor, is het subsidieplafond voor activiteiten, bedoeld in artikel 5.4, onder a, voor 2026 vastgesteld op € 0.

Voor de activiteiten die zien op de verlenging van deelname zijn voor 2026 afzonderlijke subsidieplafonds vastgesteld voor de activiteiten, bedoeld in artikel 5.4, onder b en c. Hiermee wordt geborgd dat uitsluitend voortzetting van bestaande deelname kan worden gesubsidieerd en geen nieuwe instroom plaatsvindt, in overeenstemming met de gekozen beleidslijn en eerdere communicatie van de provincie Noord-Brabant.

 

Artikel I, onderdeel G (artikel 5.13)

Met de 18e wijziging van de Subsidieregeling transitie landbouw Noord-Brabant (Pb. 2023, 1822) is artikel 5.13 gewijzigd, onder meer ten aanzien van de termijnen voor het indienen van het jaarlijkse voortgangsverslag en het afzonderlijk eindverslag door de subsidieontvanger.

In de uitvoeringspraktijk is gebleken dat het afzonderlijk eindverslag inhoudelijk grotendeels samenvalt met de jaarlijkse voortgangsverslagen en de subsidieverantwoording. Deze overlap leidt tot een onnodige administratieve last voor subsidieontvangers, zonder dat het afzonderlijk eindverslag aanvullende informatie oplevert die niet reeds via andere verplichtingen beschikbaar is.

Om die reden vervalt met deze wijziging de verplichting tot het indienen van een afzonderlijk eindverslag. De bestaande verplichtingen tot het indienen van jaarlijkse voortgangsverslagen en het afleggen van subsidieverantwoording blijven onverkort van toepassing en bieden voldoende basis voor toezicht en verantwoording.

Het vervallen van deze verplichting werkt niet terug tot het moment waarop deze subsidieverplichting oorspronkelijk is ontstaan. Artikel 5.13 is na dat moment gewijzigd en het toekennen van terugwerkende kracht zou leiden tot onoverzichtelijke regelgeving. Dit betekent dat de verplichting tot het indienen van een afzonderlijk eindverslag formeel heeft bestaan tot de inwerkingtreding van deze wijzigingsregeling.

Vanaf de inwerkingtreding van deze wijzigingsregeling is het indienen van een afzonderlijk eindverslag niet langer vereist en zal hier door of namens Gedeputeerde Staten niet langer om worden verzocht.

In verband met het vervallen van deze verplichting zijn de onderdelen van artikel 5.13 overeenkomstig verletterd.

 

Artikel I, onderdeel H (bijlage 7)

Bijlage 7 is vervangen om (onder andere) de lumpsumbedragen en vergoedingen in overeenstemming te brengen met de gewijzigde regeling, waaronder de mogelijkheid van een zesde deelnamejaar.

 

Artikel II (Inwerkingtreding)

Deze regeling treedt in werking op de dag na publicatie in het Provinciaal Blad.

Voor artikel I, onderdeel D (artikel 5.7), is voorzien in terugwerkende kracht tot en met 18 januari 2024. Met de Negentiende wijziging van de Subsidieregeling transitie landbouw Noord-Brabant, die op die datum in werking is getreden, zijn de aangepaste uurtarieven reeds opgenomen in de bijlage bij de regeling. In de uitvoeringspraktijk zijn deze uurtarieven vanaf dat moment ook toegepast.

Met de onderhavige wijziging wordt deze bestaande uitvoeringspraktijk alsnog expliciet vastgelegd in artikel 5.7 van de regeling. De terugwerkende kracht voorkomt dat een discrepantie blijft bestaan tussen de regelingstekst, de bijlage en de feitelijk toegepaste uurtarieven en draagt daarmee bij aan de rechtszekerheid voor subsidieaanvragers. Aanvragers worden door deze terugwerkende kracht niet benadeeld.

 

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

 

de voorzitter,

mr. I.R. Adema

 

de secretaris,

drs. G.H.E. Derks MPA

Naar boven