Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 10 maart 2026 tot wijziging van de Subsidieregeling Levendig Brabant in verband met het opnemen van een nieuwe openstellingstermijn, een nieuw subsidieplafond en enkele kleine wijzigingen in paragraaf 3 (Zevende wijziging Subsidieregeling Levendig Brabant)

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;

 

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

 

Overwegende dat het wenselijk is de Subsidieregeling Levendig Brabant te wijzigen in verband met het opnemen van een nieuwe openstellingsperiode, een nieuw subsidieplafond en enkele kleine wijzigingen van paragraaf 3 Inclusief kunst- en cultuuraanbod;

 

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Artikel I Wijziging Subsidieregeling Levendig Brabant

De Subsidieregeling Levendig Brabant wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

In artikel 3.1 wordt het begrip “bovenlokaal bereik” vervangen door “bovenlokaal publieksbereik: publieksbereik dat verder reikt dan de gemeente waar het project plaatsvindt met een bredere uitstraling en doorwerking in de regio;”.

 

B.

Artikel 3.5, onder f, komt te luiden:

  • f.

    de aanvrager reeds subsidie heeft ontvangen op grond van het vorige aanvraagtijdvak van deze paragraaf als bedoeld in artikel 3.9, onder b;

C.

Artikel 3.6 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In onderdeel i wordt “bovenlokaal bereik” vervangen door “bovenlokaal publieksbereik”.

  • 2.

    Onderdeel j komt te luiden:

    • j.

      het project heeft voldoende artistieke kwaliteit, blijkend uit:

      • 1°.

        een uitgewerkte artistieke visie op het project; en

      • 2°.

        aantoonbare betrokkenheid van een of meerdere professionele artistieke makers blijkend uit een te overleggen cv van de maker of makers van het project;

D.

In artikel 3.9 wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • c.

    1 september 2026 tot en met 8 september 2026.

E.

In artikel 3.10 wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • c.

    voor de periode, genoemd in artikel 3.9, onder c, vast op € 1.722.981.

Artikel II Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

’s-Hertogenbosch, 10 maart 2026

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter,

mr. I.R. Adema

de secretaris,

drs. G.H.E. Derks MPA

Toelichting behorende bij de Zevende wijziging Subsidieregeling Levendig Brabant

I. Algemeen

 

Met dit besluit wordt paragraaf 3 van de Subsidieregeling Levendig Brabant gewijzigd. Met deze wijziging wordt voor deze paragraaf een nieuw aanvraagtijdvak en subsidieplafond vastgesteld. Daarnaast worden er inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd die bevorderen dat de paragraaf beter aansluit bij het doel van de regeling: het vergroten van nieuw en inclusief kunst- en cultuuraanbod in de provincie Noord-Brabant.

 

II. Artikelsgewijs

 

Artikel I (Wijziging Subsidieregeling Levendig Brabant)

 

Onder B (Artikel 3.5, onder f)

In artikel 3.5, onder f, is verduidelijkt dat een aanvraag wordt geweigerd wanneer aanvrager al subsidie heeft ontvangen op grond van deze paragraaf in het aanvraagtijdvak dat direct voorafgaat aan het huidige aanvraagtijdvak. Omdat projecten binnen paragraaf 3 een maximale looptijd van twee jaar kennen, zou een partij die in opeenvolgende tijdvakken indient feitelijk met twee projecten parallel lopen. Met deze wijziging wordt aangesloten bij de beoogde uitvoeringspraktijk, waarbij ieder project de ruimte krijgt om binnen de projectperiode volledig tot stand te komen.

 

Daarnaast zorgt deze systematiek ervoor dat binnen de beschikbare middelen voldoende ruimte ontstaat voor een brede groep aanvragers. Door één tijdvak pauze te hanteren, wordt onnodige concurrentie tussen reeds lopende en nieuwe projecten voorkomen, zonder dat dit een expliciet onderscheid maakt naar ‘nieuwe’ of ‘bestaande’ initiatiefnemers.

 

Onder C (Artikel 3.6)

Onderdeel i

De vervanging van de term “bovenlokaal bereik” door “bovenlokaal publieksbereik” maakt expliciet dat het niet alleen gaat om activiteiten die bovenlokaal worden georganiseerd, maar om het daadwerkelijk bereiken van publiek uit meerdere gemeenten.

 

Onderdeel j

In onderdeel j is vastgelegd dat de artistieke kwaliteit van het project moet blijken uit een uitgewerkte artistieke visie op het project én uit aantoonbare betrokkenheid van professionele artistieke makers. Door het verplicht overleggen van een cv van de maker(s) wordt het voor Gedeputeerde Staten mogelijk om deze betrokkenheid en de artistieke deskundigheid op een eenduidige en toetsbare manier te toetsen. Hiermee wordt geborgd dat de artistieke uitvoering van het project voldoende kwaliteit kent.

 

Onder D (Artikel 3.9 onder c)

Met deze wijziging wordt voor paragraaf 3 een nieuw aanvraagtijdvak vastgesteld. Dit tijdvak sluit aan bij de systematiek van eerdere openstellingen en maakt het mogelijk dat culturele instellingen en makers jaarlijks een aanvraag kunnen indienen voor projecten die bijdragen aan inclusief kunst en cultuuraanbod in de provincie Noord Brabant.

 

Onder E (Artikel 3.10 onder c)

Het subsidieplafond voor het nieuwe tijdvak is vastgesteld op basis van de beschikbare middelen en de ervaringen in eerdere jaren. Daarbij is rekening gehouden met zowel de verwachte aanvraagdruk als met de wens om voldoende projecten te kunnen honoreren binnen het beschikbare budget.

 

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

 

de voorzitter,

mr. I.R. Adema

 

de secretaris,

drs. G.H.E. Derks MPA

Naar boven