17e wijziging Regels Subsidieverlening Gelderland 2023

Gedeputeerde Staten van Gelderland

 

Gelet op artikel 3, vierde lid, van de Algemene subsidieverordening Gelderland 2016;

 

BESLUITEN

 

vast te stellen de zeventiende wijziging van de Regels Subsidieverlening Gelderland 2023

Artikel I  

 

De Regels Subsidieverlening Gelderland 2023 worden als volgt gewijzigd:

 

A.

 

In artikel 1.3.2 worden drie nieuwe leden toegevoegd, die luiden:

 

  • 4.

    Als bij een subsidie toepassing wordt gegeven aan de AGVV, de LVV of een goedkeuringsbesluit van de Europese Commissie, wordt de subsidie voorts alleen verstrekt als sprake is van een stimulerend effect als bedoeld in artikel 6 van de AGVV of LVV of in het desbetreffende goedkeuringsbesluit.

  • 5.

    Als bij een subsidie toepassing wordt gegeven aan de AGVV, de LVV of een goedkeuringsbesluit van de Europese Commissie, wordt de subsidie voorts alleen verstrekt als wordt voldaan aan de cumulatieregels in artikel 8 van de AGVV of LVV of van het desbetreffende goedkeuringsbesluit.

  • 6.

    Als subsidie wordt verleend met toepassing van de AGVV, de LVV of een goedkeuringsbesluit van de Europese Commissie, zorgen Gedeputeerde Staten binnen zes maanden na de subsidieverlening voor de bekendmaking van de informatie, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de AGVV, artikel 9, eerste lid van de LVV of het desbetreffende goedkeuringsbesluit van de Europese Commissie, als een individuele steunverlening meer bedraagt dan:

    • a.

      € 10.000 voor begunstigden die actief zijn in de primaire landbouwproductie; of

    • b.

      € 100.000 voor overige begunstigden.

B.

 

Na paragraaf 1.7 wordt een paragraaf toegevoegd, luidende:

 

Paragaaf 1.8 Bijzondere tendersubsidies

 

Artikel 1.8.1 Begripsomschrijving

In deze paragraaf wordt verstaan onder nader besluit: besluit van Gedeputeerde Staten dat de kaders van een subsidietender, dat bestemd is voor eenmalige toepassing, nader uitwerkt.

 

Artikel 1.8.2 Subsidiabele activiteit

Subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van een activiteit dat in een nader besluit is genoemd.

 

Artikel 1.8.3 Criteria

  • 1.

    Subsidie wordt alleen verstrekt als de aanvraag voldoet aan het nadere besluit.

  • 2.

    Het nadere besluit bevat ten minste:

    • a.

      een nadere omschrijving van de subsidiabele activiteit;

    • b.

      de doelgroep aan wie subsidie kan worden verstrekt;

    • c.

      de selectiecriteria op grond waarvan de aanvragen worden gerangschikt;

    • d.

      het tijdvak waarbinnen aanvragen kunnen worden ingediend;

    • e.

      datum waarop het nadere besluit vervalt; en

    • f.

      het subsidieplafond.

  • 3.

    Het nadere besluit wordt bekendgemaakt voor aanvang van het aanvraagtijdvak.

  • 4.

    Per nadere besluit worden maximaal zes subsidies verstrekt.

  • 5.

    In het nadere besluit kunnen bepalingen van paragrafen 1.2 tot en met 1.6 buiten toepassing worden gelaten of kan daarvan worden afgeweken.

Artikel 1.8.4 Aanvraag

Aanvragen om subsidie worden op basis van onderlinge vergelijking in een rangorde geplaatst.

 

C.

 

In artikel 2.1.1 wordt in de alfabetische volgorde ingevoegd:

oude bosgroeiplaats: houtopstand die is opgenomen in het informatieobject ‘oude bosgroeiplaats uit bijlage II van de Omgevingsverordening Gelderland;

 

D.

 

Artikel 2.5.2, derde lid, wordt als volgt gewijzigd:

E.

 

Artikel 2.5.4 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het eerste lid komt te luiden:

    • 1.

      De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 250.000.

  • 2.

    Het tweede en derde lid komen te vervallen.

  • 3.

    Het vierde lid wordt vernummerd tot het tweede lid.

F.

 

Artikel 2.5.6 komt te luiden:

 

Artikel 2.5.6 Verplichtingen

Als de subsidieontvanger naast de gesubsidieerde activiteiten ook economische activiteiten verricht, moet met betrekking tot de financiering, kosten en inkomsten van die economische activiteiten een gescheiden boekhouding worden gevoerd

 

G.

 

Artikel 2.7.2 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In het achtste lid worden de onderdelen a tot en met c geletterd b tot en met d.

  • 2.

    In het achtste lid wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

    • a.

      als de activiteit betrekking heeft op natuurerfgoed en niet wordt uitgevoerd met betrekking tot landbouwgronden;

  • 3.

    In het achtste lid, onderdeel b (nieuw), wordt “;” vervangen door: , en.

  • 4.

    Onder vernummering van het negende tot tiende lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

    • 9.

      Voor de toepassing van het achtste lid worden Natura 2000-gebieden en percelen binnen het Gelders natuurnetwerk aangewezen als natuurerfgoed als bedoeld in artikel 53, tweede lid, onderdeel b van de AGVV.

H.

 

Artikel 2.7.10 komt te luiden:

 

Artikel 2.7.10 Gescheiden boekhouding

Als de subsidieontvanger naast de gesubsidieerde activiteiten ook economische activiteiten verricht, moet met betrekking tot de financiering, kosten en inkomsten van die economische activiteiten een gescheiden boekhouding worden gevoerd.

 

I.

 

In artikel 2.7.11, tweede lid, wordt “SA. 101117 (2021/N) van 24 februari 2022” vervangen door: SA. 116417 (2024/N) van 15 mei 2025.

 

J.

 

Aan artikel 2.7.4 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4.

    In afwijking van het eerste lid kan subsidie voor een haalbaarheidsonderzoek niet worden aangevraagd door een onderneming die actief is in de primaire landbouwsector.

K.

In artikel 2.8.2, onderdeel c, wordt “onder a,” vervangen door: onder a, of als bedoeld in artikel 2.15.2.1, onder a.

L.

 

Artikel 2.12.1 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Onderdeel a komt te luiden:

    • a.

      een project om gedurende minimaal één jaar maar maximaal drie jaren een of meer invasieve exoten op een of meer locaties te verwijderen en verwijderd houden of te beheersen;

  • 2.

    In onderdeel b wordt ‘zes jaren’ vervangen door: maximaal drie jaren.

M.

 

In artikel 2.12.2, vierde lid, onderdeel b, wordt “zes jaren” vervangen door: maximaal drie jaren.

 

N.

 

In artikel 2.12.4 vervalt “, onder b,”.

 

O.

 

Artikel 2.12.6, derde lid, komt te luiden:

  • 3.

    De subsidie, bedoeld in artikel 2.12.1, onder b, bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 200.000.

P.

 

Artikel 2.12.8 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het tweede lid komt te luiden:

    • 2.

      De subsidieontvanger monitort en evalueert de effecten van de projecten, bedoeld in artikel 2.12.1, onder b, en rapporteert hierover na afloop van de uitvoering van de subsidiabele activiteiten aan Gedeputeerde Staten.

  • 2.

    Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

    • 4.

      Als de subsidieontvanger naast de gesubsidieerde activiteiten ook economische activiteiten verricht, moet met betrekking tot de financiering, kosten en inkomsten van die economische activiteiten een gescheiden boekhouding worden gevoerd.

Q.

 

Artikel 2.15.2.2 komt te luiden:

Artikel 2.15.2.2 Criteria

  • 1.

    Subsidie als bedoeld in artikel 2.15.2.1, wordt alleen verstrekt als:

    • a.

      de activiteit betrekking heeft op natuurerfgoed en niet wordt uitgevoerd met betrekking tot landbouwgronden; en

    • b.

      de subsidie niet leidt tot een onredelijke exploitatiewinst.

  • 2.

    Voor de toepassing van het eerste lid worden Natura 2000-gebieden aangewezen als natuurerfgoed als bedoeld in artikel 53, tweede lid, onderdeel b, van de AGVV.

R.

 

Onder vernummering van de artikelen 2.15.2.3 en 2.15.2.4 tot 2.15.2.4 en 2.15.2.5 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

 

Artikel 2.15.2.3 Aanvrager

In afwijking op artikel 2.15.1.4 kan subsidie als bedoeld in artikel 2.15.2.1, niet worden aangevraagd door een onderneming die actief is in de primaire landbouwsector.

 

S.

 

Artikel 2.15.2.5 komt te luiden:

Artikel 2.15.2.5 Communautair toetsingskader

Subsidie als bedoeld in artikel 2.15.2.1, wordt alleen verstrekt voor zover de verstrekking niet in strijd is met artikel 53 van de AGVV.

 

T.

 

Artikel 2.15.4.2 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het eerste tot en met zesde lid worden vernummerd tot derde tot en met achtste lid.

  • 2.

    Het eerste lid en tweede lid komen te luiden:

    • 1.

      Subsidie als bedoeld in artikel 2.15.4.1 wordt alleen verstrekt als:

      • a.

        de activiteit betrekking heeft op natuurerfgoed en niet wordt uitgevoerd op landbouwgronden; en

      • b.

        de subsidie niet leidt tot een onredelijke exploitatiewinst.

    • 2.

      Voor de toepassing van het eerste lid worden Natura 2000-gebieden aangewezen als natuurerfgoed als bedoeld in artikel 53, tweede lid, onderdeel b van de AGVV.

  • 3.

    Het vierde lid (nieuw), onderdeel b, komt te luiden:

    • b.

      buiten kwalificerende habitattypen onder de volgende voorwaarden:

      • i.

        bestemd voor de uitbreidingen van kwalificerende habitattypen;

      • ii.

        het perceel in of aangrenzend aan een oude bosgroeiplaats of bos te kwalificeren als kraaihei-dennebos ligt; en

      • iii.

        alle op het lokale eigendom van aanvrager in het potentieel kwalificerend habitat aanwezige of verjonging van uitheemse boom- en struiksoorten die een bedreiging voor de ontwikkeling van het habitat vormen, worden verwijderd;

  • 4.

    In het vijfde lid (nieuw), onderdeel e, onder ii, vervalt “, mits wordt voldaan aan de criteria genoemd in het tweede lid”.

  • 5.

    In het zesde lid (nieuw), onderdeel d, onder ii, vervalt “, mits wordt voldaan aan de criteria genoemd in het tweede lid”.

U.

 

Onder vernummering van artikelen 2.15.4.3 tot en met 2.15.4.5 tot 2.15.4.4 tot en met 2.15.4.6 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

 

Aanvrager 2.15.4.3 Aanvrager

In afwijking van artikel 2.15.1.4 kan subsidie als bedoeld in artikel 2.15.4.1 niet worden aangevraagd door een onderneming die actief is in de primaire landbouwsector.

 

V.

 

In artikel 2.15.4.6 vervalt “, tweede lid, onderdeel b,”.

 

W.

 

Artikel 2.16.2 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het eerste lid komt te luiden:

    • 1.

      Subsidie als bedoeld in artikel 2.16.1 wordt alleen verstrekt als:

      • a.

        de activiteit plaatsvindt op percelen binnen het Gelders natuurnetwerk en buiten een Natura 2000-gebied;

      • b.

        de activiteit betrekking heeft op natuurerfgoed en niet wordt uitgevoerd op landbouwgronden; en

      • c.

        de subsidie niet leidt tot een onredelijke exploitatiewinst.

  • 2.

    Onder vernummering van het tweede tot en met achtste lid tot derde tot en met negende lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

    • 2.

      Voor de toepassing van het eerste lid worden percelen binnen het Gelders natuurnetwerk aangewezen als natuurerfgoed als bedoeld in artikel 53, tweede lid, onderdeel b van de AGVV.

  • 3.

    Het vijfde lid komt te luiden:

    • 5.

      Subsidie als bedoeld in artikel 2.16.1, onder a, sub ii, wordt alleen verstrekt op locaties waar het raster noodzakelijk is vanwege graasdruk door in het wild levende diersoorten.

X.

 

In artikel 2.16.3 wordt onder vernummering van het tweede tot derde lid een lid ingevoegd, luidende:

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid kan subsidie als bedoeld in artikel 2.16.1 niet worden aangevraagd door een onderneming die actief is in de primaire landbouwsector.

Y.

 

Aan artikel 2.16.8 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 6.

    De activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend, moeten uiterlijk 31 december 2028 zijn uitgevoerd.

Z.

 

In artikel 2.16.9 wordt “, tweede lid, onderdeel b, van de AGGV” vervangen door: van de AGVV.

 

AA.

 

Paragraaf 2.24 komt te luiden:

 

Paragraaf 2.24 Kavelruil landbouwgrond

 

Artikel 2.24.1 Begripsomschrijvingen

(gereserveerd)

 

Artikel 2.24.2 Subsidiabele activiteit

Subsidie wordt verleend voor kavelruil als bedoeld in artikel 12.44 in samenhang met 12.47 Omgevingswet.

 

Artikel 2.24.3 Criteria

Subsidie wordt alleen verstrekt als:

  • a.

    de subsidiabele activiteit wordt uitgevoerd met landbouwgronden met agrarische bestemming gelegen in de provincie Gelderland; en

  • b.

    de kavelruil bijdraagt aan:

    • i.

      verbetering van de landbouwstructuur door vergroting van huiskavels, samenvoegen van veldkavels of verkorting van de afstand tussen de huiskavel en veldkavel; of

    • ii.

      verbetering van de water- of bodemkwaliteit, versterking van natuurwaarden of versterking van de biodiversiteit.

Artikel 2.24.4 Subsidiabele kosten

  • 1.

    Voor subsidie komen de volgende kosten in aanmerking:

    • a.

      taxatiekosten;

    • b.

      kadasterkosten;

    • c.

      opmetingskosten; en

    • d.

      notariskosten.

  • 2.

    De subsidiabele kosten zijn subsidiabel vanaf de dag waarop deze regeling is gepubliceerd.

Artikel 2.24.5 Aanvrager

Subsidie kan worden aangevraagd door een natuurlijke persoon of rechtspersoon die eigenaar is van de landbouwgrond.

 

Artikel 2.24.6 Aanvraag

In aanvulling op artikel 1.2.3 bevat de aanvraag:

  • a.

    een gespecificeerd overzicht van de subsidiabele kosten, inclusief van facturen en betaalbewijzen;

  • b.

    de notariële kavelruilovereenkomst en kavelruilakte, beide volledig ondertekend; en

  • c.

    een duidelijke kaart waarop de situatie vóór en ná de kavelruil inzichtelijk is gemaakt, inclusief perceelgrenzen.

Artikel 2.24.7 Hoogte van de subsidie

  • 1.

    De subsidie bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten.

  • 2.

    Per aanvraag wordt minimaal € 2.000 en maximaal € 15.000 verstrekt.

Artikel 2.24.8 Weigeringsgrond

Subsidie wordt geweigerd als voor de subsidiabele kosten al eerder subsidie is verstrekt.

 

Artikel 2.24.9 Communautair kader

  • 1.

    Subsidie aan een MKB-onderneming die actief is in de primaire landbouwproductie, de verwerking van landbouwproducten en de afzet van landbouwproducten wordt alleen verstrekt voor zover de verstrekking niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 15 van de LVV.

  • 2.

    Subsidie aan een grondeigenaar die economische activiteiten uitvoert met landbouwgrond die niet actief is in de primaire landbouwproductie, de verwerking van landbouwproducten of de afzet van landbouwproducten wordt alleen verstrekt voor zover de verstrekking niet in strijd is met de De-minimisverordening.

BB.

 

In artikel 3.2.5 worden onder vernummering van het tweede lid tot vierde lid twee leden ingevoegd, luidende:

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid zijn de kosten bij subsidieverstrekking op grond van de Specifieke Uitkering Versnelling NPLG vanaf 5 april 2022 subsidiabel.

  • 3.

    In afwijking van het eerste lid zijn de kosten bij subsidieverstrekking op grond van de Specifieke Uitkering Gebiedsprocessen vanaf 1 januari 2024 subsidiabel.

CC.

 

In artikel 3.2.10, eerste lid, wordt na “onder a” toegevoegd: en c.

 

DD.

 

In artikel 4.14.5 vervallen het tweede lid alsmede de aanduiding “1.” voor het eerste lid.

 

EE.

 

In artikel 4.14.8 wordt “1 juli 2026” vervangen door: 31 december 2027.

 

FF.

 

Artikel 4.15.2 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In onderdeel a wordt “het beroepsgoederenvervoer over de weg” vervangen door: zware bedrijfsvoertuigen over de weg.

  • 2.

    In onderdeel c wordt “het beroepsgoederenvervoer over de weg” vervangen door: zware bedrijfsvoertuigen over de weg.

GG.

 

Artikel 4.15.3 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het eerste lid, onderdeel b, komt te luiden:

    • a.

      de haalbaarheid van het delen van netaansluitingen of aansluitvermogen.

  • 2.

    Het derde lid vervalt.

HH.

 

In artikel 4.15.6, tweede lid, aanhef wordt na “onderdeel c” ingevoegd: en d.

 

II.

 

In artikel 4.15.9 wordt “31 december 2030” vervangen door: 31 maart 2031.

 

JJ.

 

In artikel 4.15.10, tweede lid, wordt “het beroepsgoederenvervoer over de weg” vervangen door: zware bedrijfsvoertuigen over de weg.

 

KK.

 

Artikel 6.11.8 komt te luiden:

 

Artikel 6.11.8 Weigeringsgrond

Subsidie wordt geweigerd als voor dezelfde activiteiten al eerder subsidie op grond van deze paragraaf is verstrekt.

 

LL.

 

Na paragraaf 6.11 wordt een nieuwe paragraaf toegevoegd, luidende:

 

Paragraaf 6.12 Inzet pensioengerechtigden voor ruimtelijke ordening en wonen

 

Artikel 6.12.1 Begripsomschrijvingen

[gereserveerd]

 

Artikel 6.12.2 Subsidiabele activiteit

Subsidie kan worden verleend voor het in dienst nemen of inhuren van een pensioengerechtigde op het gebied van ruimtelijke ordening en wonen.

 

Artikel 6.12 .3 Criteria

Subsidie wordt alleen verleend als:

  • a.

    de pensioengerechtigde een dienstverband krijgt van of wordt ingehuurd voor de periode van ten minste zes maanden; en

  • b.

    het dienstverband of de inhuur ten minste 18 uur per week bedraagt.

Artikel 6.12.4 Aanvrager

Subsidie kan worden aangevraagd door een gemeente.

 

Artikel 6.12.5 Aanvraag

  • 1.

    In aanvulling op artikel 1.2.3 wordt bij de aanvraag een afschrift van de arbeidsovereenkomst of overeenkomst tot inhuur bijgevoegd.

  • 2.

    De aanvraag wordt ingediend binnen één maand na datum inhuur of indiensttreding.

  • 3.

    Er mogen maximaal twee aanvragen per kalenderjaar worden gedaan.

Artikel 6.12.6 Hoogte van de subsidie

De subsidie bedraagt € 5.000.

 

Artikel 6.12.7 Subsidiabele kosten

Subsidiabel zijn de loonkosten van de pensioengerechtigde werknemer of de kosten voor het inhuren van een pensioengerechtigde.

 

MM.

 

In artikel 7.2.6, tweede lid, wordt “9:00 uur op 8 april 2025 tot 17:00 uur op 16 september 2025” vervangen door: 9:00 uur op 7 april 2026 tot 17:00 uur op 15 september 2026.

 

NN.

 

In artikel 7.2a.6, tweede lid, wordt “9:00 uur op 10 juni 2025 tot 17:00 uur op 16 september 2025” vervangen door: 9:00 uur op 9 juni 2026 tot 17:00 uur op 15 september 2026.

 

OO.

 

In artikel 7.5.2, onder a, vervalt “of sloop voor verbetering van het bedrijventerrein”.

 

PP.

 

Artikel 7.5.7, zevende lid, komt te luiden:

  • 7.

    In afwijking van het tweede lid bedraagt de subsidie, bedoeld in artikel 7.5.2, aanhef en onder e, voor zover het gaat om de aanleg van groene daken of groene gevels, maximaal 70% van de subsidiabele kosten, en:

    • a.

      maximaal € 30.000 per pand voor groene gevels; en

    • b.

      maximaal € 30.000 per pand voor groene daken.

QQ.

 

Paragraaf 8.8 vervalt.

 

RR.

 

Na paragraaf 8.10 wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd, luidende:

 

Paragraaf 8.11 Gelderse CO2-reducerende initiatieven

 

Artikel 8.11.1 Begripsomschrijvingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

klimaatinitiatief: project, plan, of product dat een directe bijdrage levert aan CO2-reductie of -vastlegging.

 

Artikel 8.11.2 Subsidiabele activiteit

Subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van een klimaatinitiatief.

 

Artikel 8.11.3 Criteria

Subsidie wordt alleen verstrekt als het klimaatinitiatief:

  • a.

    minimaal 10 ton CO2 per jaar reduceert of vastlegt; en

  • b.

    in Gelderland wordt uitgevoerd.

Artikel 8.11.4 Aanvrager

Subsidie kan worden aangevraagd door:

  • a.

    een natuurlijk persoon; of

  • b.

    een rechtspersoon, maar geen naamloze vennootschap;

die woont of is gevestigd in de provincie Gelderland.

 

Artikel 8.11.5 Hoogte van de subsidie

De subsidie bedraagt € 5.000.

 

Artikel 8.11.6 Aanvraag

In aanvulling op artikel 1.2.3 bevat een aanvraag om subsidie een plan waarin het klimaatinitiatief is uitgewerkt met berekening van de CO2-reductie of -vastlegging.

 

Artikel 8.11.7 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd als:

  • a.

    voor het klimaatinitiatief eerder subsidie is verstrekt op grond van deze paragraaf;

  • b.

    het klimaatinitiatief bestaat uit het verduurzamen van onroerende zaken; of

  • c.

    het klimaatinitiatief bestaat uit het aanschaffen of leasen van een elektrisch voertuig.

Artikel 8.11.8 Communautair toetsingskader

  • 1.

    Subsidie aan een onderneming actief in de primaire productie, verwerking of afzet van landbouwproducten wordt alleen verstrekt voor zover de verstrekking niet in strijd is met De-minimisverordening voor de landbouwsector.

  • 2.

    Subsidie aan overige ondernemingen wordt alleen verstrekt voor zover de verstrekking niet in strijd is met de De-minimisverordening.

SS.

 

Artikel 11.2.2 komt te luiden:

 

Artikel 11.2.2 Subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor de voorbereiding en uitvoering van:

    • a.

      een sportevenement dat minder dan 7.500 deelnemers en bezoekers trekt; of

    • b.

      een sportevenement dat 7.500 of meer deelnemers en bezoekers trekt.

  • 2.

    Het aantal deelnemers wordt berekend aan de hand van het aantal startplekken, inclusief reserveplekken, waarbij voor teamsporten geldt dat ieder speelgerechtigd teamlid per startplek afzonderlijk wordt meegerekend en het aantal bezoekers wordt berekend aan de hand van het aantal unieke toeschouwers per wedstrijddag.

Artikel II  

De toelichting op de Regels Subsidieverlening Gelderland 2023 wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

 

De algemene toelichting onder het kopje ‘Staatssteun’ wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    De tweede alinea komt te luiden:

    Dit is het geval bij de paragrafen 2.2 (voor wat betreft artikel 2.2.1 onderdeel a, b, als steun aan gemeenten, c en d), 2.5, 2.12, 2.13 (als steun aan particulieren), 2.15.3, 2.15.5, 2.15.7, 2.20, 2.22, 3.4, 3.5, 3.6, 4.7, 4.8, 4.13, 5.4, 5.5, 5.7, 5.10, 6.2, 6.4, 6.11, (voor wat betreft artikel 6.11.2, onder a, als steun aan gemeenten), 6.12, 7.4, 8.4, 8.6, 8.7, 9.4, 9.6 (voor wat betreft artikel 9.6.3, onderdeel b, sub i tot en met vii), 9.7 (voor wat betreft artikel 9.7.2, onderdeel a), 10.2, 10.3, 10.4, 10.5, 10.6, 11.2 (voor wat betreft de programma’s van side events), 11.4 en 12.2.

  • 2.

    De zesde alinea komt te luiden:

    Voor bepaalde activiteiten heeft de Europese Commissie specifieke vrijstellings- en de-minimisverordeningen vastgesteld. Het gaat daarbij vooral om de AGVV, de LVV en de Landbouw de-minimisverordening. Daar waar een van deze verordeningen van toepassing is, wordt niet getoetst aan de De-minimisverordening. Dit betreft de paragrafen 2.2 (voor wat betreft artikel 2.2.1, onderdeel b (als de onderneming actief is in primaire landbouwproductie) en e), 2.4, 2.6, 2.7 (voor wat betreft artikel 2.7.1, onderdeel e), 2.10, 2.11, 2.13 (als onderneming actief is in primaire landbouwproductie), 2.15.2, 2.15.4, 2.16, 2.17, 2.18, 2.19, 2.21, 2.23, 2.24, 2.25, 2.27, 2.28, 2.31, 4.15, 4.16, 5.3 (voor wat betreft artikel 5.3.1, onderdelen a tot en met d), 5.6, 5.8, 7.2a, 7.5 (voor wat betreft artikel 7.5.2, onderdelen a, b, c, e en f), 8.3, 8.11 (als de onderneming actief is in primaire landbouwproductie), 9.3 en 9.6 (voor wat betreft artikel 9.6.3, onderdeel b, sub x en xi).

  • 3.

    De zevende alinea komt te luiden:

    In een enkel geval worden aanvragen getoetst aan andere regels over staatssteun, of zijn voorwaarden die zijn opgenomen in een goedkeuringsbesluit van de Europese Commissie als voorwaarden in de regels overgenomen. Op die manier wordt verzekerd dat geen ongeoorloofde staatssteun wordt verleend. Het betreft de paragrafen 2.2.1, onderdeel f, 2.3, 2.7, 2.8, 2.15.6 en (onder voorbehoud van een goedkeuringsbesluit van de Europese Commissie) 2.29.

  • 4.

    De laatste alinea komt te luiden:

    Op grond van die verordening bedraagt de totale overheidssteun maximaal € 300.000 over een periode van drie jaren. De verordening bevat een aantal (procedurele) voorwaarden waaraan in alle gevallen moet worden voldaan. Het proces van subsidieverlening bij de provincie Gelderland is zodanig ingericht dat aan deze voorwaarden wordt voldaan. Voor subsidie op grond van de paragrafen 2.2 (voor wat betreft artikel 2.2.1, onderdeel b (als steun aan bos- en landgoedeigenaren)), 2.18, 2.24, 2.26.2, onderdeel b, 4.15 (voor wat betreft artikel 4.15.2, onderdeel a en b), 5.2, 5.3 (voor wat betreft artikel 5.3.1 onder e), 6.10, 6.11, 7.2, 7.5 (artikel 7.5.7, derde lid), 8.2, 8.10, 8.11 (voor wat betreft ondernemingen), 9.6 (voor wat betreft artikel 9.6.3 onderdeel b, sub viii tot en met x, voor zover sprake is van consultancyadviesdiensten aan grote ondernemingen), en 13.2 geldt, volgens de vangnetbepaling van artikel 1.3.2, eerste lid, dat de subsidie alleen wordt verstrekt met inachtneming van de De-minimisverordening.

B.

 

Na de artikelsgewijze toelichting op artikel 1.4.8 wordt een artikelsgewijze toelichting op paragraaf 1.8 ingevoegd, luidende:

 

Paragaaf 1.8 Bijzondere tendersubsidies

 

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in haar uitspraak van 23 juli 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:3399) bevestigd dat ook bij begrotingssubsidies het gelijkheidsbeginsel en de daaruit voortvloeiende mededingingsnorm gelden. Wanneer er voor een begrotingssubsidie meerdere serieuze gegadigden bestaan, moet een transparante, objectieve en non-discriminatoire selectieprocedure worden toegepast. Alleen indien op basis van objectieve en toetsbare criteria kan worden vastgesteld dat er slechts één serieuze gegadigde is, kan een begrotingssubsidie zonder selectie worden verstrekt.

 

De Beleidsregel toetsingscriteria begrotingssubsidies Gelderland is vastgesteld om deze beoordeling te kunnen maken. Deze beleidsregel bevat de criteria waarmee wordt bepaald of sprake is van één serieuze gegadigde. Wanneer toepassing van deze criteria uitwijst dat er meer dan één gegadigde is, volgt daaruit dat de provincie verplicht is een selectieprocedure te doorlopen.

 

Gedeputeerde Staten hebben ervoor gekozen om, in die gevallen waarin meerdere gegadigden bestaan, niet in het voorproces richting Provinciale Staten een afzonderlijke selectieprocedure uit te voeren, maar deze selectie onder te brengen in één uniforme procedure binnen de Regels Subsidieverlening Gelderland 2023. Een algemeen verbindend voorschrift leent zich beter voor het vastleggen van uniforme en vooraf kenbare selectieregels.

 

Paragraaf 1.8 vormt deze procedure en biedt het kader waarbinnen de selectie kan plaatsvinden van schaarse subsidiemiddelen die niet meer rechtstreeks via de begroting kunnen worden verstrekt. Deze verdeling gebeurt via een tenderprocedure. Daarbij worden alle aanvragen onderling vergeleken en gerangschikt. Alleen de aanvragen die het beste scoren, ontvangen subsidie.

 

Artikel 1.8.1 Begripsomschrijvingen

Het begrip ‘nader besluit’ duidt op het besluit van Gedeputeerde Staten waarin de kaders van een specifieke subsidietender worden vastgesteld. De daarin opgenomen activiteit moet, conform artikel 3, eerste lid, van de Algemene subsidieverordening Gelderland 2016, bijdragen aan het provinciaal beleid. Daarnaast moeten Provinciale Staten hiervoor voldoende middelen hebben beschikbaar gesteld.

 

Omdat paragraaf 1.8 is bedoeld voor situaties waarin een subsidie normaliter via de begroting zou worden verstrekt, gaat het niet om een traditionele, structurele tenderregeling. Het betreft een bijzondere regeling dat eenmalig kan worden gebruikt, voor afgebakende activiteiten waarvoor slechts een beperkt aantal subsidieontvangers in aanmerking komt. Daarom is gekozen voor een algemeen kader in paragraaf 1.8, dat voor elke toepassing wordt aangevuld met concrete, op de betreffende activiteit toegesneden voorschriften in een nader besluit. Op deze wijze ontstaat een flexibele, eenmalig toepasbare regeling die tegelijkertijd de noodzakelijke duidelijkheid en uniformiteit biedt voor de selectie van een beperkt aantal subsidieontvangers.

 

Het nader besluit wordt door Gedeputeerde Staten genomen op grond van artikel 3, vierde lid, van de Algemene subsidieverordening Gelderland 2016.

 

Artikel 1.8.3 Criteria

Tweede lid, aanhef en onder e

Omdat paragraaf 1.8 is bedoeld voor situaties waarin een subsidie normaliter via de begroting zou worden verstrekt, gaat het niet om een traditionele of structureel terugkerende tenderregeling. Het betreft juist een bijzondere, slechts eenmalig toepasbare regeling, bedoeld voor afgebakende activiteiten waarvoor slechts een beperkt aantal subsidieontvangers in aanmerking komt. Door het nader besluit te voorzien van een vervaldatum wordt dit eenmalige karakter expliciet bevestigd en wordt voorkomen dat het besluit op enig moment opnieuw of voor andere activiteiten wordt ingezet. Hiermee blijft de toepassing van het besluit beperkt tot de specifieke situatie waarvoor het is vastgesteld.

 

C.

 

In de artikelsgewijze toelichting op artikel 2.12.1 wordt de eerste zin vervangen door: Het gaat om het verwijderen van invasieve exoten en het gedurende minimaal één maar maximaal drie jaar verwijderd houden van invasieve exoten.

 

D.

 

Na de artikelsgewijze toelichting op paragraaf 2.23 wordt een toelichting op paragraaf 2.24 ingevoegd, luidende:

 

Paragraaf 2.24 Kavelruil landbouwgrond

Deze subsidieregeling is gericht op het stimuleren van vrijwillige kavelruil door een tegemoetkoming in de kosten die met de kavelruil gepaard gaan, om zodoende de landbouwstructuur te verbeteren. Het is aan partijen zelf om zich ervan te vergewissen dat de kavels een agrarische bestemming hebben en als zodanig sinds 2004 jaar zijn gebruikt, vrij zijn van rechten.

 

 

Artikel 2.24.3 Criteria

De kavelruil moet een bijdrage leveren aan de verbetering van de landbouwstructuur of aan de verbetering van water- of bodemkwaliteit of de versterking van natuurwaarden of biodiversiteit. Met de kavelruil wordt het geheel van kavelruilactiviteiten bedoeld, zoals die volgen uit de notariële kavelruilovereenkomst. Dit wordt als geheel beoordeeld en niet op individueel niveau. Een verbetering van de landbouwstructuur kan plaatsvinden door de vergroting van kavels en vermindering van versnippering. Door kleinere, verspreid liggende percelen samen te voegen tot grotere kavels wordt het beheer eenvoudiger en efficiënter. Een kortere afstand vermindert transportkosten en stikstof- en CO2 uitstoot, bespaart tijd en draagt bij aan een duurzamere bedrijfsvoering. Daarnaast kan een verbetering van de landbouwstructuur worden bereikt door de afstand tussen de huiskavel en de overige kavels van het bedrijf te verkorten. De huiskavel omvat gronden die direct grenzen aan het agrarisch bouwvlak met bedrijfsgebouwen en woning. Met name voor (melk)veehouders ontstaan ruimere mogelijkheden voor weidegang en extensivering door vergroting van hun huiskavel. Extensivering en weidegang dragen bij aan verbetering van natuurwaarden, water- en bodemkwaliteit en het versterken van biodiversiteit door lagere nutriëntenbelasting (stikstof/fosfaat) en vermindering van uitspoeling naar grond- en oppervlaktewater. Zo kan kavelruil bijdragen aan het behalen van doelen op het gebied van water, bodem en natuur en een toekomstbestendige landbouw in de provincie Gelderland.

 

Artikel 2.24.5 Aanvrager

Subsidie kan worden aangevraagd door iedere deelnemer van de kavelruil. Indien er bijvoorbeeld drie partijen deelnemen aan de kavelruilovereenkomst dan kunnen alle drie de partijen zelf een aanvraag indienen.

 

E.

 

De artikelsgewijze toelichting op paragraaf 8.8 komt te vervallen.

 

F.

 

Na de artikelsgewijze toelichting op artikel 9.7.4 wordt een nieuwe toelichting ingevoegd, luidende:

 

Paragraaf 11.2 Sportevenementen

 

Artikel 11.2.2 Subsidiabele activiteiten

Coaches, stafleden en overige teamfunctionarissen worden niet als deelnemer aangemerkt. En personen met een functionele of organisatorische rol bij het sportevenement, zoals officials, begeleiders van deelnemers, productie- of uitvoerend personeel, vrijwilligers, persvertegenwoordigers en standhouders, worden niet als bezoeker aangemerkt.

Artikel III  

Bijlage 2. Lijst van prioritaire soorten behorende bij paragraaf 2.5 Behoud van prioritaire soorten wordt als volgt gewijzigd:

 

Aan het einde van de tabel worden de volgende drie rijen ingevoegd:

Boombewonende vleermuizen

bossen en landgoederen verspreid over provincie

voorafgaand aan kap bomen onderzoeken op verblijfplaatsen en bomen met verblijfplaatsen sparen; zorgen voor gevarieerde leeftijdsopbouw boombestanden; bij aanleg wegen of andere doorsnijdingen van vliegroutes hop-overs of vleermuistunnels aanleggen; winterverblijfplaatsen ontoegankelijk maken voor bezoekers (hekwerk of deur in toegang); bouwwerken met overwinterende vleermuizen geheel of gedeeltelijk bestemmen voor deze soortgroep (andere functies dan niet of hooguit beperkt mogelijk)

Meervleermuis (Myotis dasycneme)

uiterwaarden N-2000 Rijntakken en aangrenzend gebied

De Rijntakken zijn aangewezen voor de meervleermuis. De soort foerageert in de uiterwaarden maar de verblijfplaatsen liggen vooral buiten het N2000-gebied. Deze willen we ook in beeld hebben. Daartoe moeten op geschikte locaties meervleermuizen gevangen en gezenderd worden zodat de verblijfplaatsen kunnen worden opgespoord.

Plantensoorten van de rode lijst

verschillende locaties in het Gelderse Natuurnetwerk

aanleggen van een zaadbank van plantensoorten waarvoor Gelderland van grote betekenis is ten behoeve van latere herintroductie of bijplaatsing

Artikel IV  

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking op 4 mei 2026.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid treden artikel I, onderdelen B, D, E, F, K tot en met P, AA, KK, MM, SS, artikel II, onderdelen B, C, D en F, en artikel III in werking op 20 maart 2026.

Gedeputeerde Staten van Gelderland

Daniël Wigboldus

Commissaris van de Koning

Johan Osinga

Secretaris

Naar boven