Provinciaal blad van Gelderland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gelderland | Provinciaal blad 2026, 4442 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gelderland | Provinciaal blad 2026, 4442 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
17e wijziging Regels Subsidieverlening Gelderland 2023
De Regels Subsidieverlening Gelderland 2023 worden als volgt gewijzigd:
In artikel 1.3.2 worden drie nieuwe leden toegevoegd, die luiden:
Als subsidie wordt verleend met toepassing van de AGVV, de LVV of een goedkeuringsbesluit van de Europese Commissie, zorgen Gedeputeerde Staten binnen zes maanden na de subsidieverlening voor de bekendmaking van de informatie, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de AGVV, artikel 9, eerste lid van de LVV of het desbetreffende goedkeuringsbesluit van de Europese Commissie, als een individuele steunverlening meer bedraagt dan:
Na paragraaf 1.7 wordt een paragraaf toegevoegd, luidende:
Paragaaf 1.8 Bijzondere tendersubsidies
Artikel 1.8.1 Begripsomschrijving
In deze paragraaf wordt verstaan onder nader besluit: besluit van Gedeputeerde Staten dat de kaders van een subsidietender, dat bestemd is voor eenmalige toepassing, nader uitwerkt.
Artikel 1.8.2 Subsidiabele activiteit
Subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van een activiteit dat in een nader besluit is genoemd.
Aanvragen om subsidie worden op basis van onderlinge vergelijking in een rangorde geplaatst.
In artikel 2.1.1 wordt in de alfabetische volgorde ingevoegd:
oude bosgroeiplaats: houtopstand die is opgenomen in het informatieobject ‘oude bosgroeiplaats’ uit bijlage II van de Omgevingsverordening Gelderland;
Artikel 2.5.2, derde lid, wordt als volgt gewijzigd:
“Omgevingswet” wordt vervangen door: Omgevingswet.
“Besluit activiteiten leefomgeving” wordt vervangen door: Besluit activiteiten leefomgeving.
“Regeling leefomgeving” wordt vervangen door: Omgevingsregeling.
Artikel 2.5.4 wordt als volgt gewijzigd:
Als de subsidieontvanger naast de gesubsidieerde activiteiten ook economische activiteiten verricht, moet met betrekking tot de financiering, kosten en inkomsten van die economische activiteiten een gescheiden boekhouding worden gevoerd
Artikel 2.7.2 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 2.7.10 komt te luiden:
Artikel 2.7.10 Gescheiden boekhouding
Als de subsidieontvanger naast de gesubsidieerde activiteiten ook economische activiteiten verricht, moet met betrekking tot de financiering, kosten en inkomsten van die economische activiteiten een gescheiden boekhouding worden gevoerd.
In artikel 2.7.11, tweede lid, wordt “SA. 101117 (2021/N) van 24 februari 2022” vervangen door: SA. 116417 (2024/N) van 15 mei 2025.
Aan artikel 2.7.4 wordt een lid toegevoegd, luidende:
In artikel 2.8.2, onderdeel c, wordt “onder a,” vervangen door: onder a, of als bedoeld in artikel 2.15.2.1, onder a.
Artikel 2.12.1 wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 2.12.2, vierde lid, onderdeel b, wordt “zes jaren” vervangen door: maximaal drie jaren.
In artikel 2.12.4 vervalt “, onder b,”.
Artikel 2.12.6, derde lid, komt te luiden:
Artikel 2.12.8 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 2.15.2.2 komt te luiden:
Onder vernummering van de artikelen 2.15.2.3 en 2.15.2.4 tot 2.15.2.4 en 2.15.2.5 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
In afwijking op artikel 2.15.1.4 kan subsidie als bedoeld in artikel 2.15.2.1, niet worden aangevraagd door een onderneming die actief is in de primaire landbouwsector.
Artikel 2.15.2.5 komt te luiden:
Artikel 2.15.2.5 Communautair toetsingskader
Subsidie als bedoeld in artikel 2.15.2.1, wordt alleen verstrekt voor zover de verstrekking niet in strijd is met artikel 53 van de AGVV.
Artikel 2.15.4.2 wordt als volgt gewijzigd:
Onder vernummering van artikelen 2.15.4.3 tot en met 2.15.4.5 tot 2.15.4.4 tot en met 2.15.4.6 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
In afwijking van artikel 2.15.1.4 kan subsidie als bedoeld in artikel 2.15.4.1 niet worden aangevraagd door een onderneming die actief is in de primaire landbouwsector.
In artikel 2.15.4.6 vervalt “, tweede lid, onderdeel b,”.
Artikel 2.16.2 wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 2.16.3 wordt onder vernummering van het tweede tot derde lid een lid ingevoegd, luidende:
Aan artikel 2.16.8 wordt een lid toegevoegd, luidende:
In artikel 2.16.9 wordt “, tweede lid, onderdeel b, van de AGGV” vervangen door: van de AGVV.
Paragraaf 2.24 komt te luiden:
Paragraaf 2.24 Kavelruil landbouwgrond
Artikel 2.24.1 Begripsomschrijvingen
Artikel 2.24.2 Subsidiabele activiteit
Subsidie wordt verleend voor kavelruil als bedoeld in artikel 12.44 in samenhang met 12.47 Omgevingswet.
Subsidie wordt alleen verstrekt als:
Artikel 2.24.4 Subsidiabele kosten
Subsidie kan worden aangevraagd door een natuurlijke persoon of rechtspersoon die eigenaar is van de landbouwgrond.
In aanvulling op artikel 1.2.3 bevat de aanvraag:
Artikel 2.24.7 Hoogte van de subsidie
Artikel 2.24.8 Weigeringsgrond
Subsidie wordt geweigerd als voor de subsidiabele kosten al eerder subsidie is verstrekt.
Artikel 2.24.9 Communautair kader
Subsidie aan een grondeigenaar die economische activiteiten uitvoert met landbouwgrond die niet actief is in de primaire landbouwproductie, de verwerking van landbouwproducten of de afzet van landbouwproducten wordt alleen verstrekt voor zover de verstrekking niet in strijd is met de De-minimisverordening.
In artikel 3.2.5 worden onder vernummering van het tweede lid tot vierde lid twee leden ingevoegd, luidende:
In artikel 3.2.10, eerste lid, wordt na “onder a” toegevoegd: en c.
In artikel 4.14.5 vervallen het tweede lid alsmede de aanduiding “1.” voor het eerste lid.
In artikel 4.14.8 wordt “1 juli 2026” vervangen door: 31 december 2027.
Artikel 4.15.2 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 4.15.3 wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 4.15.6, tweede lid, aanhef wordt na “onderdeel c” ingevoegd: en d.
In artikel 4.15.9 wordt “31 december 2030” vervangen door: 31 maart 2031.
In artikel 4.15.10, tweede lid, wordt “het beroepsgoederenvervoer over de weg” vervangen door: zware bedrijfsvoertuigen over de weg.
Artikel 6.11.8 komt te luiden:
Artikel 6.11.8 Weigeringsgrond
Subsidie wordt geweigerd als voor dezelfde activiteiten al eerder subsidie op grond van deze paragraaf is verstrekt.
Na paragraaf 6.11 wordt een nieuwe paragraaf toegevoegd, luidende:
Paragraaf 6.12 Inzet pensioengerechtigden voor ruimtelijke ordening en wonen
Artikel 6.12.1 Begripsomschrijvingen
Artikel 6.12.2 Subsidiabele activiteit
Subsidie kan worden verleend voor het in dienst nemen of inhuren van een pensioengerechtigde op het gebied van ruimtelijke ordening en wonen.
Subsidie wordt alleen verleend als:
Subsidie kan worden aangevraagd door een gemeente.
Artikel 6.12.6 Hoogte van de subsidie
Artikel 6.12.7 Subsidiabele kosten
Subsidiabel zijn de loonkosten van de pensioengerechtigde werknemer of de kosten voor het inhuren van een pensioengerechtigde.
In artikel 7.2.6, tweede lid, wordt “9:00 uur op 8 april 2025 tot 17:00 uur op 16 september 2025” vervangen door: 9:00 uur op 7 april 2026 tot 17:00 uur op 15 september 2026.
In artikel 7.2a.6, tweede lid, wordt “9:00 uur op 10 juni 2025 tot 17:00 uur op 16 september 2025” vervangen door: 9:00 uur op 9 juni 2026 tot 17:00 uur op 15 september 2026.
In artikel 7.5.2, onder a, vervalt “of sloop voor verbetering van het bedrijventerrein”.
Artikel 7.5.7, zevende lid, komt te luiden:
Na paragraaf 8.10 wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd, luidende:
Paragraaf 8.11 Gelderse CO2-reducerende initiatieven
Artikel 8.11.1 Begripsomschrijvingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
klimaatinitiatief: project, plan, of product dat een directe bijdrage levert aan CO2-reductie of -vastlegging.
Artikel 8.11.2 Subsidiabele activiteit
Subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van een klimaatinitiatief.
Subsidie wordt alleen verstrekt als het klimaatinitiatief:
Subsidie kan worden aangevraagd door:
die woont of is gevestigd in de provincie Gelderland.
Artikel 8.11.5 Hoogte van de subsidie
In aanvulling op artikel 1.2.3 bevat een aanvraag om subsidie een plan waarin het klimaatinitiatief is uitgewerkt met berekening van de CO2-reductie of -vastlegging.
Artikel 8.11.7 Weigeringsgronden
Artikel 8.11.8 Communautair toetsingskader
Artikel 11.2.2 komt te luiden:
Artikel 11.2.2 Subsidiabele activiteiten
Het aantal deelnemers wordt berekend aan de hand van het aantal startplekken, inclusief reserveplekken, waarbij voor teamsporten geldt dat ieder speelgerechtigd teamlid per startplek afzonderlijk wordt meegerekend en het aantal bezoekers wordt berekend aan de hand van het aantal unieke toeschouwers per wedstrijddag.
De toelichting op de Regels Subsidieverlening Gelderland 2023 wordt als volgt gewijzigd:
De algemene toelichting onder het kopje ‘Staatssteun’ wordt als volgt gewijzigd:
De tweede alinea komt te luiden:
Dit is het geval bij de paragrafen 2.2 (voor wat betreft artikel 2.2.1 onderdeel a, b, als steun aan gemeenten, c en d), 2.5, 2.12, 2.13 (als steun aan particulieren), 2.15.3, 2.15.5, 2.15.7, 2.20, 2.22, 3.4, 3.5, 3.6, 4.7, 4.8, 4.13, 5.4, 5.5, 5.7, 5.10, 6.2, 6.4, 6.11, (voor wat betreft artikel 6.11.2, onder a, als steun aan gemeenten), 6.12, 7.4, 8.4, 8.6, 8.7, 9.4, 9.6 (voor wat betreft artikel 9.6.3, onderdeel b, sub i tot en met vii), 9.7 (voor wat betreft artikel 9.7.2, onderdeel a), 10.2, 10.3, 10.4, 10.5, 10.6, 11.2 (voor wat betreft de programma’s van side events), 11.4 en 12.2.
De zesde alinea komt te luiden:
Voor bepaalde activiteiten heeft de Europese Commissie specifieke vrijstellings- en de-minimisverordeningen vastgesteld. Het gaat daarbij vooral om de AGVV, de LVV en de Landbouw de-minimisverordening. Daar waar een van deze verordeningen van toepassing is, wordt niet getoetst aan de De-minimisverordening. Dit betreft de paragrafen 2.2 (voor wat betreft artikel 2.2.1, onderdeel b (als de onderneming actief is in primaire landbouwproductie) en e), 2.4, 2.6, 2.7 (voor wat betreft artikel 2.7.1, onderdeel e), 2.10, 2.11, 2.13 (als onderneming actief is in primaire landbouwproductie), 2.15.2, 2.15.4, 2.16, 2.17, 2.18, 2.19, 2.21, 2.23, 2.24, 2.25, 2.27, 2.28, 2.31, 4.15, 4.16, 5.3 (voor wat betreft artikel 5.3.1, onderdelen a tot en met d), 5.6, 5.8, 7.2a, 7.5 (voor wat betreft artikel 7.5.2, onderdelen a, b, c, e en f), 8.3, 8.11 (als de onderneming actief is in primaire landbouwproductie), 9.3 en 9.6 (voor wat betreft artikel 9.6.3, onderdeel b, sub x en xi).
De zevende alinea komt te luiden:
In een enkel geval worden aanvragen getoetst aan andere regels over staatssteun, of zijn voorwaarden die zijn opgenomen in een goedkeuringsbesluit van de Europese Commissie als voorwaarden in de regels overgenomen. Op die manier wordt verzekerd dat geen ongeoorloofde staatssteun wordt verleend. Het betreft de paragrafen 2.2.1, onderdeel f, 2.3, 2.7, 2.8, 2.15.6 en (onder voorbehoud van een goedkeuringsbesluit van de Europese Commissie) 2.29.
De laatste alinea komt te luiden:
Op grond van die verordening bedraagt de totale overheidssteun maximaal € 300.000 over een periode van drie jaren. De verordening bevat een aantal (procedurele) voorwaarden waaraan in alle gevallen moet worden voldaan. Het proces van subsidieverlening bij de provincie Gelderland is zodanig ingericht dat aan deze voorwaarden wordt voldaan. Voor subsidie op grond van de paragrafen 2.2 (voor wat betreft artikel 2.2.1, onderdeel b (als steun aan bos- en landgoedeigenaren)), 2.18, 2.24, 2.26.2, onderdeel b, 4.15 (voor wat betreft artikel 4.15.2, onderdeel a en b), 5.2, 5.3 (voor wat betreft artikel 5.3.1 onder e), 6.10, 6.11, 7.2, 7.5 (artikel 7.5.7, derde lid), 8.2, 8.10, 8.11 (voor wat betreft ondernemingen), 9.6 (voor wat betreft artikel 9.6.3 onderdeel b, sub viii tot en met x, voor zover sprake is van consultancyadviesdiensten aan grote ondernemingen), en 13.2 geldt, volgens de vangnetbepaling van artikel 1.3.2, eerste lid, dat de subsidie alleen wordt verstrekt met inachtneming van de De-minimisverordening.
Na de artikelsgewijze toelichting op artikel 1.4.8 wordt een artikelsgewijze toelichting op paragraaf 1.8 ingevoegd, luidende:
Paragaaf 1.8 Bijzondere tendersubsidies
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in haar uitspraak van 23 juli 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:3399) bevestigd dat ook bij begrotingssubsidies het gelijkheidsbeginsel en de daaruit voortvloeiende mededingingsnorm gelden. Wanneer er voor een begrotingssubsidie meerdere serieuze gegadigden bestaan, moet een transparante, objectieve en non-discriminatoire selectieprocedure worden toegepast. Alleen indien op basis van objectieve en toetsbare criteria kan worden vastgesteld dat er slechts één serieuze gegadigde is, kan een begrotingssubsidie zonder selectie worden verstrekt.
De Beleidsregel toetsingscriteria begrotingssubsidies Gelderland is vastgesteld om deze beoordeling te kunnen maken. Deze beleidsregel bevat de criteria waarmee wordt bepaald of sprake is van één serieuze gegadigde. Wanneer toepassing van deze criteria uitwijst dat er meer dan één gegadigde is, volgt daaruit dat de provincie verplicht is een selectieprocedure te doorlopen.
Gedeputeerde Staten hebben ervoor gekozen om, in die gevallen waarin meerdere gegadigden bestaan, niet in het voorproces richting Provinciale Staten een afzonderlijke selectieprocedure uit te voeren, maar deze selectie onder te brengen in één uniforme procedure binnen de Regels Subsidieverlening Gelderland 2023. Een algemeen verbindend voorschrift leent zich beter voor het vastleggen van uniforme en vooraf kenbare selectieregels.
Paragraaf 1.8 vormt deze procedure en biedt het kader waarbinnen de selectie kan plaatsvinden van schaarse subsidiemiddelen die niet meer rechtstreeks via de begroting kunnen worden verstrekt. Deze verdeling gebeurt via een tenderprocedure. Daarbij worden alle aanvragen onderling vergeleken en gerangschikt. Alleen de aanvragen die het beste scoren, ontvangen subsidie.
Artikel 1.8.1 Begripsomschrijvingen
Het begrip ‘nader besluit’ duidt op het besluit van Gedeputeerde Staten waarin de kaders van een specifieke subsidietender worden vastgesteld. De daarin opgenomen activiteit moet, conform artikel 3, eerste lid, van de Algemene subsidieverordening Gelderland 2016, bijdragen aan het provinciaal beleid. Daarnaast moeten Provinciale Staten hiervoor voldoende middelen hebben beschikbaar gesteld.
Omdat paragraaf 1.8 is bedoeld voor situaties waarin een subsidie normaliter via de begroting zou worden verstrekt, gaat het niet om een traditionele, structurele tenderregeling. Het betreft een bijzondere regeling dat eenmalig kan worden gebruikt, voor afgebakende activiteiten waarvoor slechts een beperkt aantal subsidieontvangers in aanmerking komt. Daarom is gekozen voor een algemeen kader in paragraaf 1.8, dat voor elke toepassing wordt aangevuld met concrete, op de betreffende activiteit toegesneden voorschriften in een nader besluit. Op deze wijze ontstaat een flexibele, eenmalig toepasbare regeling die tegelijkertijd de noodzakelijke duidelijkheid en uniformiteit biedt voor de selectie van een beperkt aantal subsidieontvangers.
Het nader besluit wordt door Gedeputeerde Staten genomen op grond van artikel 3, vierde lid, van de Algemene subsidieverordening Gelderland 2016.
Omdat paragraaf 1.8 is bedoeld voor situaties waarin een subsidie normaliter via de begroting zou worden verstrekt, gaat het niet om een traditionele of structureel terugkerende tenderregeling. Het betreft juist een bijzondere, slechts eenmalig toepasbare regeling, bedoeld voor afgebakende activiteiten waarvoor slechts een beperkt aantal subsidieontvangers in aanmerking komt. Door het nader besluit te voorzien van een vervaldatum wordt dit eenmalige karakter expliciet bevestigd en wordt voorkomen dat het besluit op enig moment opnieuw of voor andere activiteiten wordt ingezet. Hiermee blijft de toepassing van het besluit beperkt tot de specifieke situatie waarvoor het is vastgesteld.
In de artikelsgewijze toelichting op artikel 2.12.1 wordt de eerste zin vervangen door: Het gaat om het verwijderen van invasieve exoten en het gedurende minimaal één maar maximaal drie jaar verwijderd houden van invasieve exoten.
Na de artikelsgewijze toelichting op paragraaf 2.23 wordt een toelichting op paragraaf 2.24 ingevoegd, luidende:
Paragraaf 2.24 Kavelruil landbouwgrond
Deze subsidieregeling is gericht op het stimuleren van vrijwillige kavelruil door een tegemoetkoming in de kosten die met de kavelruil gepaard gaan, om zodoende de landbouwstructuur te verbeteren. Het is aan partijen zelf om zich ervan te vergewissen dat de kavels een agrarische bestemming hebben en als zodanig sinds 2004 jaar zijn gebruikt, vrij zijn van rechten.
De kavelruil moet een bijdrage leveren aan de verbetering van de landbouwstructuur of aan de verbetering van water- of bodemkwaliteit of de versterking van natuurwaarden of biodiversiteit. Met de kavelruil wordt het geheel van kavelruilactiviteiten bedoeld, zoals die volgen uit de notariële kavelruilovereenkomst. Dit wordt als geheel beoordeeld en niet op individueel niveau. Een verbetering van de landbouwstructuur kan plaatsvinden door de vergroting van kavels en vermindering van versnippering. Door kleinere, verspreid liggende percelen samen te voegen tot grotere kavels wordt het beheer eenvoudiger en efficiënter. Een kortere afstand vermindert transportkosten en stikstof- en CO2 uitstoot, bespaart tijd en draagt bij aan een duurzamere bedrijfsvoering. Daarnaast kan een verbetering van de landbouwstructuur worden bereikt door de afstand tussen de huiskavel en de overige kavels van het bedrijf te verkorten. De huiskavel omvat gronden die direct grenzen aan het agrarisch bouwvlak met bedrijfsgebouwen en woning. Met name voor (melk)veehouders ontstaan ruimere mogelijkheden voor weidegang en extensivering door vergroting van hun huiskavel. Extensivering en weidegang dragen bij aan verbetering van natuurwaarden, water- en bodemkwaliteit en het versterken van biodiversiteit door lagere nutriëntenbelasting (stikstof/fosfaat) en vermindering van uitspoeling naar grond- en oppervlaktewater. Zo kan kavelruil bijdragen aan het behalen van doelen op het gebied van water, bodem en natuur en een toekomstbestendige landbouw in de provincie Gelderland.
Subsidie kan worden aangevraagd door iedere deelnemer van de kavelruil. Indien er bijvoorbeeld drie partijen deelnemen aan de kavelruilovereenkomst dan kunnen alle drie de partijen zelf een aanvraag indienen.
De artikelsgewijze toelichting op paragraaf 8.8 komt te vervallen.
Na de artikelsgewijze toelichting op artikel 9.7.4 wordt een nieuwe toelichting ingevoegd, luidende:
Paragraaf 11.2 Sportevenementen
Artikel 11.2.2 Subsidiabele activiteiten
Coaches, stafleden en overige teamfunctionarissen worden niet als deelnemer aangemerkt. En personen met een functionele of organisatorische rol bij het sportevenement, zoals officials, begeleiders van deelnemers, productie- of uitvoerend personeel, vrijwilligers, persvertegenwoordigers en standhouders, worden niet als bezoeker aangemerkt.
Bijlage 2. Lijst van prioritaire soorten behorende bij paragraaf 2.5 Behoud van prioritaire soorten wordt als volgt gewijzigd:
Aan het einde van de tabel worden de volgende drie rijen ingevoegd:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-4442.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.