Besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland van 10 maart 2026, nr. HXYVC2ZZMXQM-1592170608-5021 tot wijziging van de Uitvoeringsregeling subsidie herbestemming, restauratie en verduurzaming monumenten Noord-Holland 2017

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland;

 

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Holland 2011;

 

Besluiten:

ARTIKEL I  

De Uitvoeringsregeling subsidie Herbestemming, restauratie en verduurzaming monumenten Noord-Holland 2017 wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

 

In de considerans worden de zinssneden:

 

  • Overwegende dat Gedeputeerde Staten in het kader van rechtvaardiging van de staatssteun, de volgende steunmaatregelen van toepassing achten:

     

    de artikelen 38 tot en met 41 en artikel 53 van Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU, L187) (Algemene groepsvrijstellingsverordening);

     

    alsmede:

     

    de Verordening (EG) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU, L 352) (De-minimisverordening);

vervangen door:

 

  • Overwegende dat Gedeputeerde Staten in het kader van rechtvaardiging van de staatssteun, de volgende steunmaatregelen van toepassing achten:

     

    artikel 53 van Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU, L187) (Algemene groepsvrijstellingsverordening);

     

    alsmede:

     

    Verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (De-minimisverordening);

B.

 

Artikel 6 komt te luiden:

 

Artikel 6

  • 1.

    Subsidie in de vorm van een lening voor de restauratie van cultureel erfgoed wordt verstrekt voor de kosten van investeringen in materiële activa, genoemd in artikel 53, vierde lid van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.

  • 2.

    Subsidie in de vorm van een lening voor het verduurzamen van het cultureel erfgoed wordt verstrekt voor kosten van activiteiten aan onroerende zaken die volgen uit de energiescan en die aantoonbaar energie opleveren of besparen.

  • 3.

    Subsidie voor het verduurzamen van het cultureel erfgoed wordt verstrekt op grond van de De-minimisverordening.

  • 4.

    Subsidie voor het herbestemmen van cultureel erfgoed, wordt verstrekt op grond van de De-minimisverordening, indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 53, vierde lid, onder a van de Algemene Groepsvrijstellingverordening.

C.

 

Artikel 7 komt te luiden:

 

Artikel 7

  • 1.

    De totaal te ontvangen subsidie in de vorm van een lening bedraagt maximaal €350.000,-.

  • 2.

    De subsidie in de vorm van een lening voor de restauratie van een cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, bedraagt maximaal € 350.000,-.

  • 3.

    De subsidie in de vorm van een lening voor duurzaamheidsmaatregelen bedraagt maximaal € 350.000,-.

  • 4.

    De subsidie in de vorm van een lening voor het herbestemmen van cultureel erfgoed binnen het in het eerste lid genoemde maximum van € 350.000,- kan, indien wordt voldaan aan artikel 53, vierde lid, onder a, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, op grond van het achtste lid van deze Verordening op 80% van de subsidiabele kosten worden vastgesteld.

  • 5.

    In afwijking van de voorgaande leden wordt, indien reeds uit andere hoofde subsidie wordt verstrekt voor dezelfde subsidiabele kosten, slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan op grond van artikel 53 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening of de De-minimisverordening is toegestaan.

ARTIKEL II  

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin het wordt geplaatst.

Haarlem,

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland,

A.Th.H. van Dijk, voorzitter

M.J.H. van Kuijk, provinciesecretaris

Naar boven