Provinciaal blad van Utrecht
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrecht | Provinciaal blad 2026, 4063 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrecht | Provinciaal blad 2026, 4063 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 3 maart 2026, nr. UTSP-601784774-7, houdende nadere regels op grond van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022 (Subsidieregeling energietransitie provincie Utrecht 2026-2030)
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:
bewonersinitiatief: een groep van minimaal 10 bewoners woonachtig op minimaal 10 verschillende adressen die gezamenlijk en op vrijwillige basis initiatieven ontwikkelt en uitvoert gericht op het versnellen van de lokale energietransitie. Het initiatief is gericht op het realiseren van duurzame energieopwekking, energiebesparing, aardgasvrije warmte-oplossingen, collectieve inkoop van duurzame energie, of het stimuleren van bewustwording en gedragsverandering rondom energiegebruik. Het initiatief is lokaal verankerd, heeft een duidelijke organisatiestructuur, en werkt samen met relevante stakeholders zoals gemeenten, netbeheerders of maatschappelijke organisaties;
digital twin: een softwarematig, data-gedreven simulatiemodel van het energiesysteem van een bedrijventerrein, werklocatie of utiliteitscluster, gevoed met gevalideerde (historische of actuele) data, waarmee scenario’s en maatregelen kunnen worden doorgerekend en de effecten op (toekomstig) energieverbruik, verbruikspieken, CO₂ en netcapaciteit inzichtelijk worden gemaakt.
Energiebeheersysteem (EBS): een systeem dat het energiegebruik inzichtelijk maakt en bewaakt. Het verzamelt gegevens via de slimme meter (P1) en waar nodig via extra metingen (bijv. via submeters of dataloggers). Het EBS toont overzichten en trends, geeft meldingen bij afwijkingen en ondersteunt eenvoudige instellingen (zoals kloktijden en setpoints) om onnodig verbruik te voorkomen;
energiecoöperatie: een vereniging als bedoeld in artikel 2:53 BW gebaseerd op open en vrijwillig lidmaatschap, bestuurd door leden die natuurlijke personen zijn, lokale overheden of kleine ondernemingen. Een energiecoöperatie heeft als primaire doel om milieu, economische of sociale voordelen aan haar leden te bieden of aan lokale gebieden waar zij werkzaam is, in plaats van financiële opbrengsten te genereren. Een energiecoöperatie houdt zich tevens bezig met opwekking, inclusief van hernieuwbare bronnen, distributie, levering, consumptie, aggregatie, opslag, energie efficiënte systemen of oplaaddiensten voor elektrische voertuigen of het voorzien van andere energiediensten aan haar leden;
energiegemeenschap: juridische entiteit die ten behoeve van haar leden, vennoten of aandeelhouders activiteiten op de energiemarkt verricht en als hoofddoel heeft het bieden van milieuvoordelen of economische of sociale voordelen aan haar leden, vennoten of aandeelhouders of aan de plaatselijke gebieden waar ze werkzaam is, en niet is gericht op het maken van winst;
energiehub: een slim gestuurd, decentraal energiesysteem waarin verduurzaming van het energiesysteem voor een gebied mogelijk wordt gemaakt en tegelijk het bovenliggende energiesysteem wordt ontlast en/of versterkt. Dit door lokaal zoveel mogelijk vraag en aanbod van verschillende energiedragers in balans te brengen door lokale productie, consumptie, opslag en het omzetten van energie (conversie) te combineren;
Energiemanagementsysteem (EMS): een systeem dat het energiegebruik actief aanstuurt en optimaliseert. Het schakelt en stuurt installaties (zoals verwarming/koeling, ventilatie, verlichting, laadpunten of opslag) slimmer aan om piekverbruik te verlagen en energie te besparen. Het systeem geeft meldingen bij afwijkingen en maakt rapportages;
Erkende Maatregelenlijsten (EML): de door het Rijk vastgestelde lijsten met erkende energiebesparende maatregelen per branche, opgenomen in bijlagen VII en XIV van de Omgevingsregeling. Toepassing van de EML ondersteunt de naleving van de energiebesparingsplicht als bedoeld in artikel 2.15 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) of artikel 3.84 van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL);
energiescan: een systematische beoordeling van het energieverbruik en de energie-efficiëntie van bedrijfsprocessen, installaties en gebouwen, met als doel het identificeren van energiebesparende maatregelen die economisch haalbaar en wettelijk verplicht zijn. De energiescan omvat ten minste de controle op en toepassing van de Erkende Maatregelenlijsten (EML) zoals opgenomen in bijlagen VII en XIV van de Omgevingsregeling, en ondersteunt de naleving van de verplichtingen uit de energiebesparingsplicht conform artikel 2.15 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).
haalbaarheidsstudie: het onderzoek en de analyse van het potentieel van een project, met als doel de besluitvorming te ondersteunen door objectief en rationeel de sterke en de zwakke punten van een project en de kansen en risico's in kaart te brengen, waarbij ook wordt aangegeven welke middelen nodig zijn om het project te kunnen doorvoeren en wat uiteindelijk de slaagkansen zijn;
kleine en middelgrote onderneming (kmo): zelfstandige onderneming waar minder dan 250 personen werken en waarbij de jaaromzet € 50 miljoen of het jaarlijkse balanstotaal van € 43 miljoen niet overschrijdt en die ook voor het overige voldoet aan de criteria, genoemd in bijlage I van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
kleine onderneming: zelfstandige onderneming waar minder dan 50 personen werken en waarvan de jaaromzet of het jaarlijkse balanstotaal het bedrag van €10 miljoen niet overschrijdt en die ook voor het overige voldoet aan de criteria, genoemd in bijlage I van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
kwartierdata-analyse: een analyse van meetgegevens met 15-minutenresolutie (of dichtstbijzijnde beschikbare interval) van het energieverbruik en, waar van toepassing, teruglevering van een eindgebruiker (bedrijf, gemeentelijk vastgoed of maatschappelijke organisatie). Gegevens worden betrokken via het meetbedrijf (grootverbruikers) of de P1-poort van de slimme meter (kleinverbruiker). De analyse geeft inzicht in verbruiksprofielen, piekbelasting, basislast, sluimerverbruik, afwijkingen en seizoenspatronen en ondersteunt bij het identificeren van energiebesparende maatregelen en actieve sturing (EBS/EMS), in lijn met de EML waar relevant. De analyse omvat ten minste een representatieve periode (bijv. 12 maanden), controle op datakwaliteit en volledigheid, waar relevant normalisatie (bijv. graaddagen), visualisatie van profielen en pieken, en een korte duiding met verbetermogelijkheden;
moeilijk bereikbare doelgroepen: particuliere eigenaar-bewoners en appartementseigenaars verenigd in een VvE, waarvan op basis van lokale data blijkt dat zij tot nu toe een lage deelnamegraad hebben aan bestaande verduurzamingsregelingen of -programma’s of te maken hebben met extra drempels om in te stappen zoals beperkte digitale taalvaardigheid, schuldenproblematiek, belemmeringen bij de besturing van VvE’s, lage WOZ-waarde of een ongunstig energielabel.
projectmatig samenwerkingsverband: een verband, zonder eigen rechtspersoonlijkheid, tussen twee of meer rechtspersonen, niet zijnde een vennootschap of anderszins met elkaar verbonden, waarbij wordt samengewerkt tot verwezenlijking van een gezamenlijke doelstelling of resultaat en waaraan een samenwerkingsovereenkomst ten grondslag ligt;
thermografisch onderzoek: een onderzoek met infraroodtechniek van de gebouwschil, gericht op het zichtbaar maken van warmteverlies, koudebruggen en luchtlekken, energiebesparende maatregelen te onderbouwen en aan te scherpen (economisch haalbaar en/of wettelijk verplicht). Het onderzoek omvat ten minste, voor zover mogelijk, een opname van de gehele gebouwschil, uitgevoerd onder geschikte meetcondities (voldoende temperatuurverschil en droge, windarme omstandigheden), en een rapportage met duiding van bevindingen en maatregelopties in samenhang met de EML;
warmteprogramma: het gemeentelijke, strategische plan binnen de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw), waarin een gemeente haar aanpak beschrijft voor het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving;
werklocatie: een geografisch herkenbaar gebied waar primair economische activiteiten plaatsvinden. Het begrip omvat: bedrijventerreinen (planmatig ingerichte, vaak monofunctionele bedrijfsgebieden met of zonder IBIS-code), overige werkgebieden zoals kantoor- en dienstverleningslocaties (al dan niet gemengd met wonen) en overige utiliteitsclusters van bedrijven of maatschappelijke organisaties (bijv. winkelcentra, zorg- of onderwijsclusters, campussen en binnenstadskernen);
Artikel 1.2 Toepassingsbereik hoofdstuk 1
Dit hoofdstuk is van toepassing op alle subsidies die op grond van deze subsidieregeling worden verstrekt, tenzij in de hoofdstukken 2 en volgende anders is bepaald.
Artikel 1.3 Financiële vorm van de subsidie
Subsidie wordt slechts verstrekt in de vorm van een geldbedrag.
Een besluit op een subsidieaanvraag wordt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag verzonden aan de aanvrager. Deze termijn kan met maximaal 13 weken worden verlengd.
De subsidieplafonds voor de periode van 16 maart 2026 tot en met 31 december 2026 bedragen:
Artikel 1.7 Algemene verplichtingen van de subsidieontvanger
Indien het gesubsidieerde project een looptijd heeft van meer dan één jaar, is de subsidieontvanger verplicht om binnen zes maanden na de start van het project een afspraak te maken met de provincie over het rapporteren van de voortgang van het project. Deze afspraak heeft tot doel om de voortgang te bespreken en eventuele knelpunten tijdig te signaleren. De provincie kan nadere voorwaarden stellen aan de wijze waarop deze voortgangsafspraken plaatsvinden.
Hoofdstuk 2 Verduurzaming woningen
Paragraaf 2.1 Ondersteuning gemeenten uitwerking warmtetransitie
Artikel 2.1.1 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor één of meerdere van de volgende activiteiten in de provincie Utrecht:
Artikel 2.1.4 Hoogte van de subsidie
Bij projecten bestaande uit meerdere onderdelen kan de bevoorschotting van de subsidie plaats vinden in termijnen, gekoppeld aan het behalen van vooraf vastgestelde realisatie-indicatoren per onderdeel of fase van het project. Voor iedere termijn geldt dat uitbetaling plaatsvindt nadat de subsidieontvanger aantoonbaar heeft voldaan aan de voorwaarden en resultaten die voor de betreffende fase zijn omschreven in het projectplan.
Artikel 2.1.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Met inachtneming van artikel 4.4 AsvpU, wordt bij een subsidieaanvraag een projectplan meegestuurd met in ieder geval:
Paragraaf 2.2 Voorbeeldprojecten energiebesparing en energie-efficiënte warmtesystemen
Artikel 2.2.1 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor het toepassen van niet-gangbare technieken in de provincie Utrecht, om door het realiseren van praktijkvoorbeelden de energiebesparing en de toepassing van energie-efficiënte warmtesystemen in de bestaande woningvoorraad te versnellen.
Artikel 2.2.2 Subsidiecriteria
Subsidie kan slechts worden verstrekt als de activiteiten, bedoeld in artikel 2.2.1, voldoen aan de volgende criteria:
Artikel 2.2.5 Subsidiabele kosten
De volgende kosten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2.2.1 zijn subsidiabel, mits deze aantoonbaar zijn en voldoen aan artikel 4.8 van de AsvpU en de Beleidsregel projectsubsidies:
Artikel 2.2.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Met inachtneming van artikel 4.4 AsvpU wordt bij een subsidieaanvraag een projectplan meegestuurd met in ieder geval:
Paragraaf 2.3 Vergroten draagvlak verduurzaming eigen woning
Artikel 2.3.1 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten in de provincie Utrecht gericht op het vergroten van draagvlak voor de verduurzaming van de eigen woning bij moeilijk bereikbare doelgroepen ter voorbereiding van het daadwerkelijk uitvoeren van energiemaatregelen.
Artikel 2.3.2 Subsidiecriteria
Subsidie kan slechts worden verstrekt als de activiteiten, bedoeld in artikel 2.3.1, voldoen aan de volgende criteria:
Artikel 2.3.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Met inachtneming van artikel 4.4 AsvpU wordt bij een subsidieaanvraag een projectplan meegestuurd met in ieder geval:
Paragraaf 2.4 Ondersteuning startende buurtinitiatieven warmtetransitie
Artikel 2.4.1 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor het opstarten van een bewonersinitiatief in de provincie Utrecht waaronder:
Artikel 2.4.2 Subsidiecriteria
Subsidie kan slechts worden verstrekt als de activiteiten, bedoeld in artikel 2.4.1, voldoen aan de volgende criteria:
Artikel 2.4.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Met inachtneming van artikel 4.4 AsvpU, wordt bij een subsidieaanvraag in ieder geval de volgende stukken meegestuurd:
Paragraaf 2.5 Ondersteuning buurtinitiatieven uitwerking warmtetransitie
Artikel 2.5.1 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten in de provincie Utrecht:
Artikel 2.5.2 Subsidiecriteria
Subsidie kan slechts worden verstrekt als de activiteiten, bedoeld in artikel 2.5.1, voldoen aan de volgende criteria:
Artikel 2.5.3 Subsidieontvangers
Energiecoöperaties komen enkel in aanmerking voor subsidie als deze bestaan uit minimaal 10 natuurlijke personen die op minimaal 10 verschillende adressen wonen en een plan hebben voor meer dan 100 huishoudens in hun buurt of wijk. Daarnaast heeft de energiecoöperatie een open structuur voor wat betreft lidmaatschap en medezeggenschap. Dit is vastgelegd in de statuten van de energiecoöperatie.
Artikel 2.5.4 Hoogte van de subsidie
Bij projecten waarbij zowel voor onderdelen a als b van artikel 2.5.1 subsidie wordt aangevraagd, vindt bij de verlening de bevoorschotting van de subsidie plaats in termijnen, gekoppeld aan het behalen van vooraf vastgestelde realisatie-indicatoren per onderdeel (fase) van het project. Voor iedere termijn geldt dat uitbetaling plaatsvindt nadat de subsidieontvanger aantoonbaar heeft voldaan aan de voorwaarden en resultaten die voor het betreffende onderdeel (fase) zijn omschreven in het projectplan.
Artikel 2.5.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Met inachtneming van artikel 4.4 AsvpU, worden bij een subsidieaanvraag in ieder geval de volgende stukken meegestuurd:
Paragraaf 2.6 Professionaliseren van lokale vrijwilligersorganisaties gericht op de warmtetransitie
Artikel 2.6.1 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten in de provincie Utrecht gericht op het professionaliseren van lokale organisaties van overwegend vrijwilligers gericht op energiebesparing of de ontwikkeling van collectieve energie-efficiënte warmtesystemen.
Artikel 2.6.2 Subsidiecriteria
Subsidie kan slechts worden verstrekt als de activiteiten, bedoeld in artikel 2.6.1, voldoen aan de volgende criteria:
Artikel 2.6.5 Subsidiabele kosten
Artikel 2.6.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Met inachtneming van artikel 4.4 AsvpU, wordt bij een subsidieaanvraag in ieder geval de volgende stukken meegestuurd:
Hoofdstuk 3 Verduurzaming bedrijven en maatschappelijke organisaties
Paragraaf 3.1 Stimulering energiebesparing bij bedrijven en maatschappelijke organisaties
Artikel 3.1.1 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten in de provincie Utrecht:
Artikel 3.1.4 Hoogte van de subsidie
Artikel 3.1.5 Subsidiabele kosten
Artikel 3.1.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Met inachtneming van artikel 4.4 AsvpU, worden bij een subsidieaanvraag de volgende stukken meegestuurd:
Paragraaf 3.2 Verduurzamen werklocaties
Artikel 3.2.1 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten in de provincie Utrecht:
Artikel 3.2.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Hoofdstuk 4 Opwek duurzame elektriciteit
Paragraaf 4.1 Versterken organisatiekracht en participatie bij lokale initiatieven voor opwek
Artikel 4.1.1 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten in de provincie Utrecht:
Artikel 4.1.2 Subsidiecriteria
Subsidie kan slechts worden verstrekt als de activiteiten, bedoeld in artikel 4.1.1, voldoen aan de volgende criteria:
Artikel 4.1.5 Subsidiabele kosten
Artikel 4.1.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Met inachtneming van artikel 4.4 AsvpU, wordt bij een subsidieaanvraag een projectplan meegestuurd met in ieder geval:
Artikel 4.1.7 Weigeringsgronden
Subsidie kan worden geweigerd als de activiteiten binnen het bereik liggen van activiteiten die het Servicepunt Energie aanbiedt of als de activiteiten in aanmerking komen voor een lening vanuit één of meerdere Ontwikkelfondsen voor energiecoöperaties van Energie Samen.
Paragraaf 4.2 Investeringsregeling stimulering zonprojecten
Artikel 4.2.1 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten in de provincie Utrecht:
Artikel 4.2.2 Subsidiecriteria
De in artikel 4.2.1 onder b bedoelde activiteiten komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien de aanschaf en installatie van lichtgewicht PV-panelen de enige mogelijkheid is op het betreffende dak of de gevel omdat de constructie aantoonbaar onvoldoende draagkracht heeft voor de installatie van conventionele PV-panelen.
Subsidie kan worden verstrekt aan een rechtspersoon die eigenaar, huurder of anderszins rechthebbende is op het gebruik van het dak, de gevel, het parkeerterrein of andere voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de realisatie van een PV-installatie.
Artikel 4.2.5 Subsidiabele kosten
Bij een subsidie voor de in artikel 4.2.1, onderdelen a en c, genoemde activiteiten, wordt geen subsidie verstrekt voor de kosten van materialen, apparatuur en werkzaamheden ten behoeve van het plaatsen van conventionele PV-installaties, zijnde e conventionele PV-panelen, omvormers en andere onderdelen.
Artikel 4.2.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Met inachtneming van artikel 4.4 AsvpU, worden bij een subsidieaanvraag voor de in artikel 4.2.1 onder a en b bedoelde activiteiten de volgende gegevens en stukken meegestuurd:
een offerte voor de constructieversterking en een offerte voor de PV-installatie waaruit blijkt dat de PV-installatie op het dak of de gevel zal worden geplaatst of een offerte voor een PV-installatie met lichtgewicht panelen waaruit blijkt dat de PV-installatie met lichtgewichtpanelen op het dak of de gevel zal worden geplaatst;
Hoofdstuk 5 Een geïntegreerd, innovatief, duurzaam en betaalbaar energiesysteem
Paragraaf 5.1 Energie delen en afstemmen
Artikel 5.1.1 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten in de provincie Utrecht:
Artikel 5.1.2 Subsidiecriteria
De in artikel 5.1.1 onder c bedoelde activiteiten komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien het opslaan, verdelen en balanceren van energie een oplossing biedt voor een collectief van ondernemingen, maatschappelijke organisaties, natuurlijke personen of lokale overheden om te verduurzamen.
Artikel 5.1.4 Hoogte van de subsidie
Onverminderd het derde lid is de hoogte van de subsidie voor artikel 5.1.1, onderdeel c, per deelnemend bedrijf maximaal € 10.000, voor de aanschaf en installatie van meet- en regelapparatuur en sensoren, de aanschaf en installatie van een systeem voor energieopslag en voor andere componenten die noodzakelijk zijn voor het collectieve slimme distributiesysteem.
Artikel 5.1.5 Subsidiabele kosten
Artikel 5.1.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Paragraaf 5.2 Haalbaarheid innovatieprojecten energietransitie
Artikel 5.2.2 Subsidiecriteria
Subsidie kan slechts worden verstrekt als de activiteiten, bedoeld in artikel 5.2.1, voldoen aan één van de volgende criteria:
Artikel 5.2.3 Subsidieontvangers
Subsidie kan worden verstrekt aan een kmo gevestigd in de provincie Utrecht.
Artikel 5.2.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Met inachtneming van artikel 4.4 AsvpU, wordt bij de subsidieaanvraag een projectplan meegestuurd met in ieder geval:
Artikel 6.2 Inwerkingtreding en overgangsrecht
Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal blad waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 1 januari 2031, met dien verstande dat deze regeling van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn aangevraagd of verstrekt.
Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 3 maart 2026.
Voorzitter,
mr. J.H. Oosters
Secretaris,
mr. drs. A.G. Knol-van Leeuwen
Bijlage 2 behorende bij artikel 5.2.1 (Innovatie)
In deze bijlage staat een uitwerking van de activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen gebaseerd op de categorisering van de deelprogramma’s uit de Meerjarige Missiegedreven Innovatieprogramma’s (MMIP) (Externe link:https://www.topsectorenergie.nl/missies-voor-energietransitie-en-duurzaamheid/mmip).
Slimme, flexibele en geïntegreerde energiesystemen
Energierenovaties in de gebouwde omgeving
Deze subsidieregeling is gebaseerd op de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022 (AsvpU). Hierin staan de algemene regels voor de aanvraag, de wijze van verdeling van subsidies, het verlenen van subsidies, verplichtingen van de subsidieontvanger, de vaststelling, de betaling en toezicht en naleving. Op subsidies die worden verstrekt in het kader van de Subsidieregeling energietransitie provincie Utrecht 2026-2030 zijn ook de regels van de AsvpU van toepassing.
In hoofdstuk 1 staan de algemene bepalingen van deze subsidieregeling.
In de volgende hoofdstukken 2 t/m 5 staan aanvullende bepalingen voor subsidies voor de thema’s: Verduurzaming woningen, Verduurzaming bedrijven en maatschappelijk organisaties, Opwek duurzame elektriciteit en Een geïntegreerd, innovatief, duurzaam en betaalbaar energiesysteem. Deze hoofdstukken zijn onderverdeeld in meerdere paragrafen met ieder een specifiek thema.
In hoofdstuk 6 staan de slotbepalingen van deze regeling.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
De in deze verordening gebruikte specifieke begrippen en verwijzingen staan in dit artikel.
De subsidies in deze regeling worden op volgorde van binnenkomst in behandeling genomen. Verdeling van het beschikbare budget vindt plaats op volgorde van ontvangst van de aanvragen.
Subsidie kan alleen worden aangevraagd via een digitaal formulier dat is te vinden op de website van de provincie Utrecht.
Voordat een aanvraag wordt ingediend, wordt geadviseerd in gesprek te gaan met de provincie. Hierin kunnen vragen worden beantwoord en onduidelijkheden worden voorkomen, hetgeen de kans op een gehonoreerde aanvraag vergroot. Na een prétoets kan de aanvraag formeel worden ingediend via het digitale aanvraagformulier van de provincie Utrecht.
Mocht een aanvraag onvolledig zijn of niet voldoen aan de aanvraagvereisten conform artikel 4.4 van de AsvpU, dan wordt de aanvrager een termijn geboden om aanvullende informatie aan te leveren. Een aanvraag die na deze termijn nog steeds niet voldoet, wordt niet in behandeling genomen.
De beslissing op een volledige subsidieaanvraag vindt plaats binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag. Deze termijn kan éénmalig worden verlengd met maximaal 13 weken.
De beslistermijn kan tijdelijk worden opgeschort op grond van artikel 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), bijvoorbeeld wanneer:
Tijdens opschorting loopt de termijn niet door. Zodra de reden voor opschorting vervalt (bijvoorbeeld na ontvangst van de gevraagde informatie), gaat de resterende beslistermijn lopen.
Artikel 1.7 Algemene verplichtingen voor de aanvrager
De provincie wil activiteiten die tot nieuwe inzichten en kennis leiden, zoveel mogelijk kunnen gebruiken voor de doorontwikkeling van beleid. Hiervoor wordt altijd overlegd met de initiatiefnemer.
De AsvpU gaat uit van het principe dat gewerkt wordt vanuit vertrouwen. Het aantal informatieverplichtingen is daarom beperkt; de verantwoordelijkheid ligt bij de subsidieontvanger. In deze regeling leggen we geen verplichting op om tussentijds schriftelijk te rapporteren. Wel vragen we aanvragers die een project aan het uitvoeren zijn met een looptijd van meer dan één jaar om binnen zes maanden na de start van het project een afspraak te maken met de provincie over het rapporteren van de voortgang van het project. Als er sprake is van een subsidie waarin gevraagd wordt om aan het einde van de looptijd, de uitvoering van het project te verantwoorden, zal dit altijd via een schriftelijke rapportage plaats vinden.
Een aanvrager heeft daarnaast op grond van artikel 6.1 van de AsvpU de plicht om omstandigheden te melden waardoor de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel kunnen worden verricht of dat niet of niet geheel zal worden voldaan aan de subsidieverplichtingen. In dat geval kunnen Gedeputeerde Staten ambtshalve de subsidieverlening wijzigen of intrekken, de subsidie lager of op nihil vaststellen, voorschotten opschorten of verplichtingen aanpassen. Indien er geen melding is gedaan en pas bij een aanvraag voor vaststelling of bij een steekproef blijkt dat er wel een melding gedaan had moeten worden, kan dit leiden tot volledige terugvordering inclusief wettelijke rente. Onder de meldingsplicht van artikel 6.1 van de AsvpU valt eveneens het melden van het wijzigen van gebruikte materialen. In dat geval wordt immers de activiteit niet geheel verricht als de activiteit waarvoor subsidie is verleend.
Hoofdstuk 2 Verduurzaming woningen
De vraag naar energie voor het verwarmen van woningen in de provincie Utrecht is groot. Om te komen tot een aardgasvrije woningvoorraad is het nodig om de vraag naar warmte te verlagen door middel van isolatie en om andere warmtebronnen te benutten. Hierbij vervullen gemeenten, woningcorporaties en energiecoöperaties of andere bewonersinitiatieven een voortrekkersrol. Om deze partijen te stimuleren om de opgave voortvarend op te pakken en hierbij de samenwerking met elkaar te zoeken, kunnen deze partijen subsidie aanvragen voor 6 onderdelen:
Paragraaf 2.1 Ondersteuning gemeenten uitwerking warmtetransitie
Gemeenten hebben als taak om een Warmteprogramma op te stellen waarin ze de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving beschrijven. Afhankelijk van de aard van het warmteprogramma kan hiervoor een studie naar de milieueffecten nodig zijn. Voor een milieustudie die wordt gebruikt voor het Warmteprogramma, is een subsidie beschikbaar.
Gemeenten maken het warmteprogramma op het niveau van de wijk of buurt concreter in samenspraak met andere partijen. Collectieve warmtesystemen zijn van belang voor een robuust toekomstbestendig energiesysteem. Om zicht te krijgen op de haalbaarheid van collectieve systemen zijn studies naar technische en financiële aspecten nodig en moeten gebouweigenaren vroegtijdig worden betrokken; hiervoor is subsidie mogelijk. Wanneer een collectief systeem als haalbaar naar voren komt, is er aanvullend subsidie mogelijk voor zowel een verdiepende studie als het participatieproces.
Bij de aanvraag moet duidelijk zijn welk gebied of welke gebouwen in de studie worden onderzocht, hoe de buurt of de gebouweigenaren hierbij worden betrokken en hoe de besluitvorming over de uitkomst van de studie en/of het proces is voorzien.
Artikel 2.1.4 Hoogte van de subsidie
De hoogte van de subsidie wordt per aanvraag bepaald binnen een bandbreedte van € 10.000 en € 190.000.
De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten. In artikel 2.1.5 staan de subsidiabele kosten omschreven.
Bij een project waarbij één onderdeel (a, b of d) wordt uitgevoerd bedraagt de subsidie maximaal € 30.000,-.
Bij een project waarbij één onderdeel (c of e) wordt uitgevoerd bedraagt de subsidie maximaal € 50.000,-.
Meerdere onderdelen (activiteiten a tot en met e) kunnen bij elkaar gevoegd worden in één projectplan indien ze als herkenbare activiteiten in het plan zijn uitgewerkt. In dat geval kan de subsidie oplopen tot maximaal € 190.000,-
Artikel 2.1.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Voor de betreffende paragraaf is een sjabloon voor het projectplan en begroting beschikbaar op de website van de provincie Utrecht, zodat aanvragers worden geholpen om te kunnen voldoen aan de gestelde eisen en een volledig en correct projectplan kunnen indienen.
De vereisten uit artikel 4.4 van de Algemene subsidieverordening Provincie Utrecht 2022 vormen een integraal onderdeel van het projectplan. Dit betekent dat de volgende informatie verwerkt moet zijn in het projectplan:
Aanvullend hierop wordt op basis van artikel 2.1.6 gevraagd om de volgende informatie:
Ook wordt gevraagd om de volgende stukken mee te sturen:
Paragraaf 2.2 Voorbeeldprojecten energiebesparing en energie-efficiënte warmtesystemen
De warmtetransitie bevindt zich in de beginfase. Een versnelling is nodig om voor 2050 tot een aardgasvrije woningvoorraad te komen. Daarom is er behoefte aan projecten die in de praktijk binnen de provincie aantonen met welke technieken en tools deze versnelling mogelijk is. De subsidie is bedoeld om de totstandkoming van dergelijke voorbeeldprojecten met potentie tot opschaling te stimuleren. De subsidie is beschikbaar voor een partij die zelf meerdere woningen bezit of de eigenaren daarvan vertegenwoordigt.
Artikel 2.2.2 Subsidiecriteria
Een aanvraag wordt beoordeeld op basis van alle 3 de genoemde criteria.
Artikel 2.2.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Voor de betreffende paragraaf is een sjabloon voor het projectplan en begroting beschikbaar op de website van de provincie, zodat aanvragers worden geholpen om te kunnen voldoen aan de gestelde eisen en een volledig en correct projectplan kunnen indienen.
De vereisten uit artikel 4.4 van de Algemene subsidieverordening Provincie Utrecht 2022 vormen een integraal onderdeel van het projectplan. Dit betekent dat de volgende informatie verwerkt moet zijn in het projectplan:
Aanvullend hierop wordt op basis van artikel 2.2.6 gevraagd om de volgende informatie:
Ook wordt gevraagd om de volgende stukken mee te sturen:
Paragraaf 2.3 Vergroten draagvlak verduurzaming eigen woning
Een inclusieve energietransitie houdt onder meer in dat verduurzaming voor elke woningeigenaar haalbaar en betaalbaar moet zijn. Hiervoor zijn diverse landelijke en lokale regelingen. Gemeenten zijn actief aan de slag met onder meer isolatie-aanpakken. Bij een deel van de particuliere huiseigenaren is extra inspanning nodig om in contact te komen. De subsidie is bedoeld voor gemeenten die hiervoor in samenwerking met het sociaal domein een project willen uitvoeren. De aanvrager toont met objectieve gegevens aan dat de doelgroep een lage deelnamegraad heeft aan eerdere verduurzamingsmaatregelen en waarom aanvullende activiteiten nodig zijn. De onderbouwing kan gebruikmaken van landelijk of regionaal onderzoek dat aantoont dat vergelijkbare doelgroepen een lage deelnamegraad hebben. In dat geval moet de aanvrager expliciet aangeven hoe deze bevindingen relevant zijn voor de lokale situatie. Daarnaast maakt de aanvrager duidelijk hoeveel woningeigenaren hij met het project wil bereiken en op welke wijze.
Artikel 2.3.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Voor de betreffende paragraaf is een sjabloon voor het projectplan en begroting beschikbaar op de website van de provincie, zodat aanvragers worden geholpen om te kunnen voldoen aan de gestelde eisen en een volledig en correct projectplan kunnen indienen.
De vereisten uit artikel 4.4 van de Algemene subsidieverordening Provincie Utrecht 2022 vormen een integraal onderdeel van het projectplan. Dit betekent dat de volgende informatie verwerkt moet zijn in het projectplan:
Aanvullend hierop wordt op basis van artikel 2.3.6 gevraagd om de volgende informatie:
Ook wordt gevraagd om de volgende stukken mee te sturen:
Paragraaf 2.4 Ondersteuning startende buurtinitiatieven warmtetransitie
Bewoners die zelf aan de slag willen gaan met de verduurzaming van hun buurt zoeken vaak nog naar manieren om dat goed georganiseerd te krijgen. Deze subsidie is bedoeld om startende initiatieven op weg te helpen met het opstellen van een plan voor de buurt en het zoeken naar de juiste samenwerkingsvorm om dat plan uitgevoerd te krijgen. Het kan daarbij gaan om een plan om meer energie te besparen en om het zoeken naar duurzamere warmteoplossingen. De subsidie is bedoeld voor initiatieven waarbij minimaal 10 huishoudens op minimaal 10 verschillende adressen binnen de buurt betrokken bij zijn. De subsidie bedraagt maximaal € 20.000.
Artikel 2.4.1 Subsidiabele activiteiten
De activiteiten beschreven in onderdeel a maken deel uit van een project waarin het uiteindelijk doel is om te komen tot een plan(startdocument). Om dit te bereiken kan gedacht worden aan de volgende activiteiten:
Als het initiatief de ambitie heeft om het oprichten van een rechtspersoon op te nemen in het project dan kan de aanvrager denken aan de volgende activiteiten:
Artikel 2.4.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Voor de betreffende paragraaf is een sjabloon voor het projectplan en begroting beschikbaar op de website van de provincie, zodat aanvragers worden geholpen om te kunnen voldoen aan de gestelde eisen en een volledig en correct projectplan kunnen indienen.
De vereisten uit artikel 4.4 van de Algemene subsidieverordening Provincie Utrecht 2022 vormen een integraal onderdeel van het projectplan. Dit betekent dat de volgende informatie verwerkt moet zijn in het projectplan:
Aanvullend hierop wordt op basis van artikel 2.4.6 gevraagd om de volgende informatie:
Ook wordt gevraagd om de volgende stukken mee te sturen:
Paragraaf 2.5 Ondersteuning buurtinitiatieven uitwerking warmtetransitie
Bewoners die al een plan(startdocument) hebben opgesteld en zich al georganiseerd hebben in een bepaalde rechtsvorm kunnen aan de slag met de verdieping van hun plan en het vergroten van de deelnamegraad aan het plan (participatie). De verdieping kan in 2 fases plaats vinden:
Het project kan bestaan uit activiteiten om één fase uit te voeren maar het kan ook om een project gaan waarbij beide fases worden uitgevoerd.
Artikel 2.5.1 Subsidiabele activiteiten
De activiteiten beschreven in onderdeel a maken deel uit van een project waarin het uiteindelijk doel is om een gedragen strategie of koersdocument voor de warmtetransitie in een wijk of buurt op te stellen.
Om dit te bereiken kan gedacht worden aan de volgende activiteiten:
De activiteiten beschreven in onderdeel b maken deel uit van een project waarin het uiteindelijk doel is om een buurtenergieplan op te leveren, waarin een gedragen keuze voor een duurzame manier van verwarmen is opgenomen.
In deze fase zijn de onderstaande activiteiten erop gericht het bewonersinitiatief te begeleiden naar de totstandkoming van een buurtenergieplan.
Artikel 2.5.4 Hoogte van de subsidie
De hoogte van de subsidie wordt bepaald binnen een bandbreedte van € 20.000 en € 160.000.
De subsidie bedraagt maximaal 60% van de subsidiabele kosten. In artikel 2.5.5 staan de subsidiabele kosten omschreven.
Het subsidiepercentage kan worden verhoogd tot 80% van de subsidiabele kosten afhankelijk van de grootte van het bedrijf.
Bij een project waarbij één fase wordt uitgevoerd, bedraagt de subsidie maximaal € 60.000,-. Voor een project dat gericht is op de uitvoering van twee fases bedraagt de subsidie maximaal € 120.000,-. Beide fases moeten wel duidelijk te herkennen zijn in het projectplan.
Voor buurten of wijken met meer dan 1.000 huishoudens kan er € 80.000,- worden aangevraagd. Voor een project dat gericht is op de uitvoering van twee fases bedraagt de subsidie € 160.000,- voor buurten met meer dan 1.000 huishoudens als doelgroep. Hiervoor moet de aanvraag en het projectplan wel duidelijk onderbouwd zijn. Beide fases moeten wel duidelijk te herkennen zijn in het projectplan.
Artikel 2.5.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Voor de betreffende paragraaf is een sjabloon voor het projectplan en begroting beschikbaar op de website van de provincie, zodat aanvragers worden geholpen om te kunnen voldoen aan de gestelde eisen en een volledig en correct projectplan kunnen indienen.
De vereisten uit artikel 4.4 van de Algemene subsidieverordening Provincie Utrecht 2022 vormen een integraal onderdeel van het projectplan. Dit betekent dat de volgende informatie verwerkt moet zijn in het projectplan:
Aanvullend hierop wordt op basis van artikel 2.5.6 gevraagd om de volgende informatie:
Ook wordt gevraagd om de volgende stukken mee te sturen:
Paragraaf 2.6 Professionaliseren van lokale vrijwilligersorganisaties gericht op de warmtetransitie
Het professionaliseren van de werkwijze van een gemeente-breed bewonersinitiatief met de focus op warmte en energiebesparing. Dit omvat onder andere:
Artikel 2.6.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Voor de betreffende paragraaf is een sjabloon voor het projectplan en begroting beschikbaar op de website van de provincie, zodat aanvragers worden geholpen om te kunnen voldoen aan de gestelde eisen en een volledig en correct projectplan kunnen indienen.
De vereisten uit artikel 4.4 van de Algemene subsidieverordening Provincie Utrecht 2022 vormen een integraal onderdeel van het projectplan. Dit betekent dat de volgende informatie verwerkt moet zijn in het projectplan:
Aanvullend hierop wordt op basis van artikel 2.6.6, onder a, gevraagd om de volgende informatie:
Ook wordt gevraagd om de volgende stukken mee te sturen:
Hoofdstuk 3 Verduurzaming bedrijven en maatschappelijk organisaties
Veel bedrijven en maatschappelijke organisaties willen van het gas af, verduurzamen en energiekosten verlagen—maar hebben daar gerichte hulp bij nodig. De subsidie is bedoeld om zowel op het niveau van het zelfstandig bedrijf te verduurzaming als op het niveau van een werklocatie (zoals bedrijventerreinen, kantoorlocaties en overige utiliteitsclusters) te ondersteunen. Subsidieaanvragen lopen via gemeenten of collectieven van bedrijven en maatschappelijke organisaties die dicht bij de doelgroep staan en met deze ondersteuning meer kunnen bereiken.
Met de volgende subsidiemogelijkheden richt de provincie zich op het stimuleren van bedrijven en maatschappelijke organisaties om meer energie te besparen:
Paragraaf 3.1 Stimulering energiebesparing bij bedrijven en maatschappelijke organisaties
Veel bedrijven en maatschappelijke organisaties willen energiekosten verlagen, CO2-uitstoot verminderen en toewerken naar het aardgasvrij zijn. Dit onderdeel helpt aanvragers om hun doelgroep stapsgewijs te ondersteunen: van inzicht in het energiebesparingspotentieel, via planvorming en een investeringsbesluit, naar realisatie en borging van besparing.
De subsidie is bedoeld voor trajecten met meerdere deelnemers tegelijk. Het gaat om het uitvoeren van energiescans, waar passend aangevuld met thermografisch onderzoek en kwartierdata-analyse, en om procesbegeleiding tot en met het investeringsbesluit. Na het besluit kan procesbegeleiding worden ingezet voor de uitvoering, waaronder het inregelen of koppelen van EBS/EMS voor inzicht en actieve sturing, en het vastleggen van de gerealiseerde besparing. Waar dit helpt voor een gebiedsaanpak kunnen de resultaten uit individuele scans worden gebundeld in een energiedashboard.
Bij de aanvraag is duidelijk welke doelgroep(en) benaderd gaan worden, welke onderdelen worden meegenomen, en hoe de besluitvorming en planning zijn ingericht. Toepassing van EBS/EMS ziet op inzicht en actieve sturing; voor deelnemers met energiebesparingsplicht komt alleen het bovenwettelijke deel in aanmerking. Hardware, licenties en uitvoering van maatregelen vallen buiten deze subsidie. Aanvragen worden ingediend door gemeenten of door collectieven die de deelnemers vertegenwoordigen.
Artikel 3.1.4 Hoogte van de subsidie
De maximale subsidie is € 100.000,- voor energiescans en andere aanvullende activiteiten genoemd in onderdeel a van artikel 3.1.1. Van de aanvrager wordt een eigen bijdrage verwacht van 40%.
Het subsidiebedrag komt tot stand op basis van een aantal voorwaarden. Minimaal 80% van de kosten wordt besteed aan de activiteiten (diensten) die direct aangeboden worden aan de deelnemende bedrijven. 20% kan de aanvrager besteden aan communicatie, promotie, publiciteit, coördinatie of administratie.
Per type activiteit is een bepaald bedrag voorzien:
In bijlage 1 is een sjabloon (tabel) opgenomen die gebruikt kan worden om voor een aanvraag het aantal te leveren diensten te begroten.
Voor procesbegeleiding tijdens de realisatie bedraagt de subsidie maximaal € 10.000. Van de aanvrager wordt een eigen bijdrage verwacht van 50%.
Het subsidiebedrag komt tot stand op basis van een aantal voorwaarden. Maximaal 15% van de kosten wordt besteed aan verslaglegging van de van de gerealiseerde besparing.
Per type activiteit is een bepaald bedrag voorzien. In bijlage 1 is een sjabloon (tabel) opgenomen die gebruikt kan worden om voor een aanvraag het aantal te leveren diensten te begroten.
voor deelnemers die niet onder de energiebesparingsplicht vallen: maximaal € 350,- voor het koppelen en inregelen van de P1-meter of een eenvoudig energiebeheersysteem (EBS), inclusief het instellen van regels en meldingen, basis-EMS-functionaliteit passend bij deze doelgroep en kort advies voor gebruik;
voor deelnemers die wel onder de energiebesparingsplicht vallen: maximaal € 750,- voor EMS-functionaliteit voor extra inzicht en actieve sturing aanvullend op een bestaand EBS, voor zover bovenwettelijk (niet reeds EML-verplicht), inclusief scenario’s voor piekvermijding, integratie en inregelen met bestaande systemen, gestandaardiseerde dataverwerking/visualisatie, alarmering en rapportage gericht op aantoonbare besparing (energie en CO₂) en kort advies voor gebruik.
Artikel 3.1.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Voor de betreffende paragraaf is een sjabloon voor het projectplan en begroting beschikbaar op de website van de provincie, zodat aanvragers worden geholpen om te kunnen voldoen aan de gestelde eisen en een volledig en correct projectplan kunnen indienen.
De vereisten uit artikel 4.4 van de Algemene subsidieverordening Provincie Utrecht 2022 vormen een integraal onderdeel van het projectplan. Dit betekent dat de volgende informatie verwerkt moet zijn in het projectplan:
Aanvullend hierop wordt op basis van artikel 3.1.6 gevraagd om de volgende informatie:
Ook wordt gevraagd om de volgende stukken mee te sturen:
Het uitvoeringsplan is een overzicht met het aantal beoogde bedrijven en maatschappelijke organisaties die gebruik gaan maken van verschillende diensten (zoals energiescans, thermografische onderzoeken e.d.) die worden aangeboden en hoe hierover gerapporteerd gaat worden. De vorm van dit overzicht moet overeenkomen met bijlage 1 van deze regeling.
Paragraaf 3.2 Verduurzamen werklocaties
Bedrijventerreinen, kantoorlocaties en utiliteitsclusters hebben veel besparingskansen als partijen samenwerken. Dit onderdeel ondersteunt aanvragers bij het opzetten of versterken van een samenwerkingsverband en bij het maken van een gezamenlijke routekaart voor verduurzaming en energiebesparing op de werklocatie.
De regeling biedt de mogelijkheid subsidie aan te vragen voor procesbegeleiding voor het organiserend vermogen en het opstellen van een projectplan met prioriteiten en fasering. Daarnaast kan worden gekozen voor instrumenten die inzicht en keuzehulp geven: een energiedashboard voor monitoring en, waar passend, een digital twin om scenario’s en keuzes te verkennen. Voor de stap naar uitvoering is projectmanagement subsidiabel voor tenminste drie collectieve maatregelen, in de fases vanaf opdrachtverstrekking tot en met oplevering.
Bij de aanvraag is duidelijk afgebakend om welke werklocatie(s) het gaat, welke partijen deelnemen en hoe besluitvorming en planning worden ingericht. Als gegevens worden verzameld, is geborgd dat eigenaarschap, privacy en overdraagbaarheid van data goed zijn geregeld. Uitvoering van maatregelen en aanschaf van hardware of licenties vallen buiten deze subsidie. Aanvragen worden ingediend door gemeenten of door collectieven die de deelnemers vertegenwoordigen.
Artikel 3.2.2 Subsidiecriteria
Om te borgen dat nieuwe werklocaties wordt ondersteund die nog niet eerder ondersteund zijn door de provincie Utrecht wordt er getoetst of er een zogenaamde “Aanjager Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen” of “Hub-regisseur” actief is of actief is op de werklocatie. Hiermee wordt ook voorkomen dat er overcompensatie plaats vindt op de werklocatie.
Artikel 3.2.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Voor de betreffende paragraaf zijn verschillende projectplan-sjablonen beschikbaar op de website van de provincie. Ook is er en sjabloon beschikbaar voor een begroting op de website van de provincie, zodat aanvragers worden geholpen om te kunnen voldoen aan de gestelde eisen en een volledig en correct projectplan kunnen indienen.
De vereisten uit artikel 4.4 van de Algemene subsidieverordening Provincie Utrecht 2022 vormen een integraal onderdeel van het projectplan. Dit betekent dat de volgende informatie verwerkt moet zijn in het projectplan:
Ook wordt gevraagd om de volgende stukken mee te sturen:
Hieronder wordt toegelicht welke informatie gevraagd wordt voor de onderdelen a tot en met e van de subsidiabele activiteiten.
Voor dit onderdeel wordt voor de activiteiten die in artikel 3.2.1, eerste lid onder a en b beschreven staan gevraagd om de volgende informatie:
Bij een subsidieaanvraag voor de in artikel 3.2.1 onder a en b bedoelde activiteiten, worden aanvullend op het eerste lid, een verklaring meegestuurd dat op de betreffende werklocatie geen door de provincie betaalde “Aanjager Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen” of “Hub-regisseur” actief is of actief is geweest. Dit om te borgen dat een groeiend aantal werklocaties wordt ondersteund en er geen overcompensatie plaatsvindt.
Voor dit onderdeel wordt voor de activiteiten die in artikel 3.2.1, eerste lid onder c en d beschreven staan gevraagd om de volgende informatie:
Bij een subsidieaanvraag voor de in artikel 3.2.1 onder a en b bedoelde activiteiten, worden aanvullend op het eerste lid, een verklaring meegestuurd dat op de betreffende werklocatie niet eerder een energiedashboard of digital twin is ingericht.
Voor dit onderdeel wordt voor de activiteit die artikel 3.2.6, eerste lid onder e beschreven staat gevraagd om de volgende informatie:
Hoofdstuk 4 Opwek duurzame elektriciteit
De provincie Utrecht stimuleert de overgang naar hernieuwbare energie, met als doel in 2030 2,4 TWh op te wekken uit zon en wind. Belangrijk daarbij is dat omwonenden meeprofiteren en actief kunnen meedenken en meebeslissen, met minimaal 50% lokaal eigenaarschap als uitgangspunt. Het maximaal gebruik van de ruimte, door meer daken en parkeerterreinen te benutten draagt daar ook aan bij.
Met de volgende subsidiemogelijkheden richt de provincie zich op het stimuleren van duurzame elektriciteit:
Paragraaf 4.1 Versterken organisatiekracht en participatie bij lokale initiatieven voor opwek
De provincie Utrecht vindt het belangrijk dat de inwoners mee kunnen doen en profiteren van de energietransitie. Ook in het Klimaatakkoord wordt de noodzaak van participatie onderstreept. Intussen zijn er binnen de provincie verschillende initiatieven ontstaan en verschillende energiecoöperaties opgericht. Om deze initiatieven te helpen bij het professionaliseren en het realiseren van energieprojecten worden drie instrumenten aangeboden:
Onderdeel a: Oprichten van een energiecoöperatie en initiatieffase kleinschalig opwekproject uit hernieuwbare bonnen zoals wind of zon.
Beginnende energiecoöperaties kunnen maximaal € 20.000,- subsidie aanvragen om op te starten. Hiermee kunnen alle noodzakelijke proceskosten voor de oprichting van een energiecoöperatie worden vergoed. Voorbeelden van proceskosten zijn: notariskosten, het opzetten van een CRM-systeem of het inrichten van een website.
Ook kunnen bestaande energiecoöperaties subsidie aanvragen voor kleinschalige projecten voor elektriciteitsopwekking. Het gaat om projecten tussen de 15 kWp en 500 kWp opgesteld vermogen.
Onderdeel b: Kennisdeling, opleiding en het aanbieden van expertise en ondersteuning aan lokale energie-initiatieven die actief zijn met hernieuwbare energie opwekken
Energiecoöperaties of andere bewonersinitiatieven beginnen vaak als een groep vrijwilligers die collectief een energievoorziening wil realiseren. Vaak missen ze de kennis en ervaring om energieprojecten te ontwikkelen en uit te voeren. Organisaties die hiervoor ondersteuning bieden via o.a. kennisdeling, opleiding en aanbieden van expertise kunnen subsidie aanvragen tot maximaal 80% van de subsidiabele kosten en tot een bedrag van maximaal € 50.000.
Onderdeel c Participatie- of communicatietrajecten
Door meer inwoners te betrekken bij energiecoöperaties wordt gewerkt aan het creëren van draagvlak voor de energietransitie. Met participatietrajecten voor duurzame energie-initiatieven wordt het (besef van) eigenaarschap onder inwoners en bedrijven voor de energietransitie op de lange termijn gestimuleerd. Energiecoöperaties kunnen subsidie aanvragen voor participatie- en communicatietrajecten waarbij zij een brede doelgroep betrekken, waarbij er aandacht is voor doelgroepen die nu nog weinig betrokken zijn bij energiecoöperaties. Hieronder valt de doelgroep van bewoners die niet zomaar deel kunnen nemen aan collectieve energieprojecten, bijvoorbeeld omdat ze de financiële middelen niet hebben. Subsidie kan worden aangevraagd tot maximaal 80% van de subsidiabele kosten en tot een bedrag van maximaal € 50.000,-.
Artikel 4.1.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Op basis van artikel 4.4 van de Algemene subsidieverordening Provincie Utrecht 2022 wordt de volgende informatie gevraagd:
Aanvullend hierop wordt op basis van artikel 4.1.6, gevraagd om de volgende informatie:
Ook wordt gevraagd om de volgende stukken mee te sturen:
Paragraaf 4.2 Investeringsregeling stimulering zonprojecten
De potentie voor zonprojecten op gevels en parkeerplaatsen is nog groot. De investeringskosten zijn echter groter bij daken of gevels die onvoldoende geschikt zijn om het gewicht van conventionele zonnepanelen te dragen. Er zijn daarom extra maatregelen nodig voor dak- of gevelversterking. Een alternatieve oplossing, zoals het aanschaffen en monteren van lichtgewicht-panelen, brengt ook meer kosten met zich mee. Voor zon op parkeerterreinen is de business case moeilijk rond te krijgen omdat de kosten voor de draagconstructie daar zwaar op drukt.
Deze investeringsregeling ondersteunt om bovenstaande reden zonprojecten op daken, gevels en openbaar toegankelijke parkeerterreinen. Subsidie is mogelijk voor constructieve versterking, lichtgewicht PV-panelen en draagconstructies. Aanvragen kunnen worden ingediend door rechtspersonen die eigenaar, huurder of anderszins rechthebbende zijn van de betreffende locatie.
Artikel 4.2.4 Hoogte van de subsidie
De hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van aantal kWp met verschillende tarieven voor geveloplossingen, dakoplossingen en voor draagconstructies. De subsidie bedraagt afhankelijk van het type activiteit tussen de € 9.000,- en € 125.000,-. Voor draagconstructies op parkeerterreinen geldt een hogere vergoedingen voor CO₂-neutrale draagconstructies.
Artikel 4.2.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Op basis van artikel 4.4 van de Algemene subsidieverordening Provincie Utrecht 2022 wordt de volgende informatie gevraagd:
Ook wordt gevraagd om de volgende stukken mee te sturen:
Aanvullend hierop wordt op basis van artikel 4.2.6, lid 1, gevraagd om de volgende stukken:
een offerte voor de constructieversterking en een offerte voor de PV-installatie waaruit blijkt dat de PV-installatie op het dak of de gevel zal worden geplaatst of een offerte voor een PV-installatie met lichtgewichtpanelen waaruit blijkt dat de PV-installatie met lichtgewichtpanelen op het dak of gevel zal worden geplaatst;
Voor een aanvraag voor onderdeel c van artikel 4.2.1 is een sjabloon voor een projectplan en begroting beschikbaar op de website van de provincie, zodat aanvragers worden geholpen om te kunnen voldoen aan de gestelde eisen en een volledig en correct projectplan kunnen indienen.
De vereisten uit artikel 4.4 van de Algemene subsidieverordening Provincie Utrecht 2022 vormen een integraal onderdeel van het projectplan. Dit betekent dat de volgende informatie verwerkt moet zijn in het projectplan:
Aanvullend hierop wordt op basis van artikel 4.2.6, lid 2, gevraagd om de volgende informatie:
Ook wordt gevraagd om de volgende (aanvullende) stukken mee te sturen:
Hoofdstuk 5 Een geïntegreerd, innovatief, duurzaam en betaalbaar energiesysteem
In het energiesysteem van de toekomst moet het geheel van vraag, aanbod, opslag en transport van alle modaliteiten van energie (elektriciteit, warmte, waterstof en koolstoffen) op alle schaalniveaus en in tijd en ruimte goed op elkaar afgestemd zijn. Met de volgende subsidiemogelijkheden richt de provincie zich op innovaties die bijdragen aan een slim en toekomstbestendig (decentraal) energiesysteem:
Paragraaf 5.1 Energie delen en afstemmen
Steeds meer inwoners en bedrijven wekken hernieuwbare energie op. Met name uit zon maar ook uit windenergie. De opgewekte energie wordt niet altijd gebruikt als de zon schijnt of als de wind waait. Daarom wordt het steeds belangrijker om slimmer en flexibeler om te gaan met de opgewekte energie, ook omdat het elektriciteitsnet overbelast raakt. Het slimmer maken kan door het gebruik van een energiemanagementsysteem eventueel gecombineerd met opslag zoals een (buurt)batterij die door groepen van bedrijven en inwoners kan worden gebruikt om opwek, opslag, conversie (omzetten van elektriciteit in een andere energiedrager zoals waterstof) en gebruik op elkaar af te stemmen. Daarmee kan het elektriciteitsnet effectiever worden gebruikt en verduurzaming mogelijk worden gemaakt.
Artikel 5.1.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Voor de betreffende paragraaf zijn verschillende projectplan-sjablonen beschikbaar op de website van de provincie. Ook is er en sjabloon beschikbaar voor een begroting op de website van de provincie, zodat aanvragers worden geholpen om te kunnen voldoen aan de gestelde eisen en een volledig en correct projectplan kunnen indienen.
De vereisten uit artikel 4.4 van de Algemene subsidieverordening Provincie Utrecht 2022 vormen een integraal onderdeel van het projectplan. Dit betekent dat de volgende informatie verwerkt moet zijn in het projectplan:
Ook wordt gevraagd om de volgende stukken mee te sturen:
Hieronder wordt toegelicht welke aanvullende informatie gevraagd wordt voor de onderdelen a tot en met c van de subsidiabele activiteiten.
Voor het uitvoeren van een haalbaarheidsstudie (Lid 1):
Voor het voorbereiden of ontwikkelen van een investeringsproject (Lid 2)
Voor het realiseren van een e-hub of energiegemeenschap (Lid 3):
Ook wordt gevraagd om de volgende (aanvullende) stukken mee te sturen::
Paragraaf 5.2 Haalbaarheid innovatieprojecten energietransitie
Een van de doelen in het programma energietransitie is het ondersteunen van innovaties die nodig zijn om de energietransitie in Utrecht te versnellen. Daarom is subsidie voor haalbaarheidsstudies beschikbaar die erop gericht zijn om een innovatieproject voor te bereiden voor de volgende technologiegebieden:
We kijken niet alleen naar technische innovaties, maar ook naar de randvoorwaarden voor opschaling (zoals de organisatie en acceptatie ervan), standaardisatie en verdienmodellen. De uitvoering van een haalbaarheidsproject, kan voor ten hoogste 40 procent bestaan uit experimentele ontwikkeling.
Voor deze haalbaarheidsstudies kan tussen de € 10.000,- en € 50.000,- aangevraagd worden. Het subsidiepercentage is afhankelijk van het aandeel experimentele ontwikkeling en de grootte van de onderneming.
Het doel van een dergelijke studie is om de besluitvorming te ondersteunen door objectief en rationeel de sterke en de zwakke punten van een project, de kansen en risico's in kaart te brengen, waarbij ook wordt aangegeven welke middelen nodig zijn om het project te kunnen doorvoeren en wat uiteindelijk de slaagkansen zijn. Hierdoor wordt meer inzicht gekregen in de haalbaarheid van innovaties die bij kunnen dragen aan de versnelling van de energietransitie in de provincie Utrecht, zodat een (beter) onderbouwde beslissing kan worden genomen over de vervolgstappen.
Van belang is dat de innovatie potentie heeft voor een grote uitrol in de provincie Utrecht. De aanvrager mag niet eerder een subsidie voor een haalbaarheidsstudie op basis van deze regeling ontvangen hebben.
Artikel 5.2.2 Subsidiecriteria
De provincie beoogt met het subsidieproject een bijdrage aan de ontwikkeling van een product, productieproces, methode of dienst met voldoende opschalingspotentie. Hiervoor wordt gekeken naar de propositie die de innovatie met zich meebrengt. We kijken bijvoorbeeld of het project een bijdrage gaat leveren aan het oplossen van een wijdverbreid probleem binnen de provincie zoals netcongestie, of er voldoende potentiële klanten zijn, en of de aanvrager duidelijke plannen heeft voor opschaling.
Artikel 5.2.5 Subsidiabele kosten
Bij transacties tussen gelieerde ondernemingen binnen een innovatieproject moeten alle financiële en contractuele afspraken plaatsvinden onder arm’s length voorwaarden. Dit betekent dat kosten, vergoedingen, rentepercentages en afspraken over intellectuele eigendom vergelijkbaar moeten zijn met wat onafhankelijke partijen onder normale marktvoorwaarden zouden overeenkomen. Het doel is te voorkomen dat er sprake is van een verborgen voordeel of ongeoorloofde staatssteun binnen een groep.
Artikel 5.2.6 Te overleggen informatie bij een aanvraag
Voor de betreffende paragraaf is een sjabloon voor het projectplan en begroting beschikbaar op de website van de provincie, zodat aanvragers worden geholpen om te kunnen voldoen aan de gestelde eisen en een volledig en correct projectplan kunnen indienen.
De vereisten uit artikel 4.4 van de Algemene subsidieverordening Provincie Utrecht 2022 vormen een integraal onderdeel van het projectplan. Dit betekent dat de volgende informatie verwerkt moet zijn in het projectplan:
Aanvullend hierop wordt op basis van artikel 5.2.6 gevraagd om de volgende informatie:
Ook wordt gevraagd om de volgende stukken mee te sturen::
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-4063.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.