Besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland van 3 maart 2026, nr. 3V2PX4R3UWM4-1420870447-18051 tot vaststelling van de Uitvoeringsregeling subsidie realisatie asielopvang Noord-Holland 2026

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland;

 

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Holland 2011;

 

Overwegende dat het bevorderen van de asielopvangopgave een rijkstaak is van de commissaris van de Koning, en dat het wenselijk is de uitgangspunten en doelstellingen in de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (spreidingswet) toe te passen.

 

Besluiten vast te stellen:

 

Uitvoeringsregeling subsidie realisatie asielopvang Noord-Holland 2026

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

 

  • -

    bijzondere opvangplaats: opvangplaats van bijzondere aard, zoals bedoeld in de spreidingswet. Een opvangplaats bestemd voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv) is een bijzondere opvangplaats;

  • -

    expertise: schriftelijke beoordeling of advies van specialisten, die nodig is bij de totstandbrenging van een opvangvoorziening;

  • -

    de exploitatietermijn: de overeengekomen periode waarin een opvangvoorziening als zodanig in gebruik is;

  • -

    de indicatieve opgave: het indicatieve aantal mogelijk te maken opvangplaatsen per gemeente, zoals opgenomen in de Capaciteitsraming, provinciale opvangopgave en indicatieve verdeling per gemeente 2024;

  • -

    de opvangcapaciteit: het door de gemeente en het COA overeengekomen of geplande aantal toekomstige of operationele reguliere en bijzondere opvangplaatsen;

  • -

    opvangplaats: plaats bestemd voor de opvang van één asielzoeker in een opvangvoorziening.

  • -

    opvangvoorziening: accommodatie waarin door of onder verantwoordelijkheid van het COA onderscheidenlijk door of onder verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders opvang wordt geboden aan asielzoekers;

  • -

    realisatiefase: projectfase zoals omschreven in de COA-vastgoedgids 2024.

  • -

    reguliere opvangplaats: opvangplaats voor de reguliere groep asielzoekers, zoals omschreven in de spreidingswet;

  • -

    spreidingswet: Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen;

  • -

    de taakstelling: het aantal opvangplaatsen dat een gemeente op grond van het verdeelbesluit van 20 december 2024 dient mogelijk te maken. Als een aanvrager kan aantonen dat een gemeente door regionale afspraken gemaakt na deze publicatiedatum een hoger aantal opvangplaatsen mogelijk maakt, geldt dit hogere aantal.

Artikel 2. Toepassingsbereik Awb

Op deze regeling is titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3. Doelgroep

Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten in de provincie Noord-Holland.

Artikel 4. Activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor:

 

  • a.

    activiteiten gericht op de totstandbrenging van een opvangvoorziening waarvan de locatie, de opvangcapaciteit en de exploitatietermijn al bestuurlijk zijn vastgesteld;

  • b.

    activiteiten die onderdeel zijn van een open verkenning naar geschikte en beschikbare locaties voor een of meerdere opvangvoorzieningen in de gemeente.

Artikel 5. Aanvraagvereisten

  • 1.

    Een aanvraag om subsidie bevat ten minste:

     

    • a.

      een inhoudelijke beschrijving van de activiteiten en een motivatie van de wijze waarop deze activiteiten noodzakelijk zijn;

    • b.

      een begroting en financieringsplan van de kosten van de activiteiten; en

    • c.

      een college- of raadsbesluit waarmee de ambitie om een of meerdere nieuwe opvangvoorzieningen tot stand te brengen is vastgesteld.

  • 2.

    Een aanvraag om subsidie voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 4 onderdeel a. bevat ook de kenmerken van de te realiseren opvangvoorziening, waaronder de locatie, de opvangcapaciteit per type opvangplaatsen (regulier en bijzonder) en de exploitatietermijn.

  • 3.

    en aanvraag om subsidie voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 4 onderdeel b. bevat ook:

     

    • a.

      de gewenste minimale opvangcapaciteit per type opvangplaatsen (regulier en bijzonder) per opvangvoorziening;

    • b.

      de gewenste minimale exploitatietermijn per opvangvoorziening.

  • 4.

    Een aanvraag om subsidie wordt ingediend door middel van het voor deze uitvoeringsregeling op www.noord-holland.nl/loket/subsidies beschikbaar gestelde aanvraagformulier en begrotingsformat.

Artikel 6. Openstellingsperiode

  • 1.

    Een aanvraag voor subsidie is tijdig ingediend als de aanvraag is ontvangen in de periode van 19 maart 2026 tot en met 30 september 2026 vóór 17.00 uur.

  • 2.

    Een aanvraag die buiten deze periode wordt ontvangen, wordt geweigerd.

  • 3.

    Gedeputeerde Staten beslissen binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag om subsidie.

Artikel 7. Subsidieplafond

Het subsidieplafond bedraagt € 1.000.000,- voor de duur van de openstellingsperiode.

Artikel 8. Volgorde van ontvangst

  • 1.

    Aanvragen om subsidie worden behandeld op volgorde van ontvangst.

  • 2.

    Wanneer een aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst, de datum waarop de aanvraag volledig is aangevuld.

  • 3.

    Indien meerdere aanvragen op dezelfde dag worden ontvangen en door honorering van deze aanvragen het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de aanvraag met de laagste subsidiabele kosten als eerste in behandeling genomen.

  • 4.

    Indien toepassing van het vorige lid ertoe leidt dat aanvragen gelijk eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting.

Artikel 9. Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd als:

 

  • a.

    de geplande opvangvoorziening niet in overeenstemming is met provinciaal beleid;

  • b.

    de activiteiten behoren tot de realisatiefase;

  • c.

    de exploitatietermijn van de te realiseren opvangvoorziening korter is dan 2 jaar;

  • d.

    de te realiseren opvangvoorziening een opvangcapaciteit heeft van minder dan 90 opvangplaatsen of minder dan 20 bijzondere opvangplaatsen;

  • e.

    de activiteiten zoals genoemd in artikel 4 onderdeel b. zijn gericht op opvangvoorzieningen met een exploitatietermijn korter dan 2 jaar;

  • f.

    de activiteiten zoals genoemd in artikel 4 onderdeel b. zijn gericht op opvangvoorzieningen met minder dan 90 opvangplaatsen of minder dan 20 bijzondere opvangplaatsen.

Artikel 10. Subsidiabele kosten

  • 1.

    Subsidie wordt verstrekt voor kosten voor personele capaciteit en expertise.

  • 2.

    Subsidie wordt niet verstrekt voor:

     

    • a.

      materiële kosten, waaronder huisvestings- en ICT-kosten;

    • b.

      kosten voor opleidingen en trainingen;

    • c.

      kosten voor verzekeringen en administratie;

    • d.

      kosten voor algemene beleidsontwikkeling;

    • e.

      kosten ten behoeve van activiteiten zoals genoemd in artikel 4 onderdeel a. die zijn uitgevoerd vóór 1 januari 2025; of

    • f.

      kosten ten behoeve van activiteiten zoals genoemd in artikel 4 onderdeel b. die zijn uitgevoerd vóór 1 januari 2026.

Artikel 11. Subsidiehoogte

  • 1.

    De subsidie voor de activiteiten zoals genoemd in artikel 4 onderdeel a. bedraagt 60% van de subsidiabele kosten tot maximaal € 60.000,-.

  • 2.

    De in het eerste lid genoemde subsidie wordt verhoogd met:

     

    • a.

      20% van de subsidiabele kosten, tot maximaal € 20.000,-, als de beoogde exploitatietermijn van de opvangvoorziening 5 jaar of langer is.

    • b.

      10% van de subsidiabele kosten, tot maximaal € 15.000,-, als de gesubsidieerde activiteit zich richt op bijzondere opvangplaatsen.

    • c.

      10% van de subsidiabele kosten, tot maximaal € 15.000,-, als de taakstelling in het verdeelbesluit van de gemeente hoger is dan de indicatieve opgave.

  • 3.

    De subsidie voor de activiteiten zoals genoemd in artikel 4 onderdeel b. bedraagt 50% van de subsidiabele kosten tot maximaal € 50.000,-.

  • 4.

    Gedeputeerde Staten verlenen geen subsidies van minder dan € 5.000,-.

  • 5.

    Bij subsidies van minder dan € 10.000,- wordt volstaan met subsidievaststelling zonder voorafgaande subsidieverlening.

  • 6.

    Als voor dezelfde activiteiten subsidie of overheidsbijdragen uit andere bronnen worden verstrekt, wordt, in afwijking van het eerste tot en met het vierde lid, de subsidie zodanig bepaald dat de totale financiering met overheidsmiddelen niet meer bedraagt dan 100% van de subsidiabele kosten.

  • 7.

    Als voor dezelfde activiteiten al subsidie is verstrekt op grond van de Uitvoeringsregeling subsidie realisatie asielopvang Noord-Holland 2025, wordt alleen subsidie verstrekt voor niet eerder aangevraagde kosten.

Artikel 12. Verplichtingen

In de beschikking tot subsidieverlening kunnen aan de subsidieontvanger verplichtingen worden opgelegd.

Artikel 13. Subsidievaststelling

  • 1.

    Een aanvraag tot vaststelling wordt ingediend uiterlijk 1 augustus van het jaar volgend op het jaar waarin de activiteit is voltooid.

  • 2.

    Een aanvraag om subsidievaststelling wordt ingediend door middel van het voor deze uitvoeringsregeling op www.noord-holland.nl/loket/subsidies beschikbaar gestelde formulier.

  • 3.

    Gedeputeerde Staten beslissen binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.

Artikel 14. Slotbepalingen

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin het wordt geplaatst.

  • 2.

    Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die uiterlijk 30 september 2026 zijn aangevraagd.

  • 3.

    Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling subsidie realisatie asielopvang Noord-Holland 2026.

  • 4.

    De Uitvoeringsregeling subsidie realisatie asielopvang Noord-Holland 2025 wordt ingetrokken.

Haarlem, 3 maart 2026

Namens Gedeputeerde Staten van Noord-Holland

A.T.H. van Dijk, voorzitter

M.J.H. van Kuijk, provinciesecretaris

Naar boven