Artikel I: wijzigingen Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022
2.4 Flexpools versnellen woningbouw
Artikel 2.4.10 Sisa-verantwoording
De tekst ‘Sisa-code C210’ wordt vervangen voor Sisa-code J6.
2.13 Langer zelfstandig wonen
Artikel 2.13.1 Betekenis van de begrippen
Het begrip ‘Betaalbare koopwoning’ komt als volgt te luiden: Betaalbare koopwoning: koopwoningen met een vrij op naam prijs van ten hoogste de landelijk geldende betaalbaarheidsgrens (prijspeil 2026) is € 420.000,-.
Tussen ‘DAEB-besluit’ en ‘Geclusterde woonvorm’ worden 2 begrippen toegevoegd, die luiden:
- -
Gebied: gedeelte van een stad dat ruimtelijk min of meer een afgesloten geheel vormt. Een gebied kan bestaan uit meerdere wijken en buurten.
- -
Gebiedsontwikkeling: een samenhangend proces waarin publieke en private partijen een gebied, waarin minimaal 24 nieuwe woningen komen, transformeren of herontwikkelen tot een duurzaam en kwalitatief hoogwaardig woongebied.
Tussen ‘Middenhuurwoning’ en ‘Ontmoetingsruimte’ wordt een begrip toegevoegd, dat luidt:
- -
Nultreden woning: woning waarbij woonkamer, keuken, badkamer, toilet en tenminste één slaapkamer gelijkvloers zijn, dus op hetzelfde niveau als de voordeur. Ook van buitenaf is een nultredenwoning zonder traplopen bereikbaar. Het Bouwbesluit schrijft al voor dat alle appartementen gelijkvloers moeten zijn en dat appartementencomplexen vanaf 4 woonlagen en hoger een lift moeten hebben. Deze complexen voldoen daarmee automatisch als nultredenwoningen, evenals alle appartementen die zich bevinden op de begane grond.
Tussen ‘Pilot’ en ‘Sociale huurwoning’ wordt een begrip toegevoegd dat luidt:
- -
Publieke kosten: de investeringen in fysieke werkzaamheden die de gemeente moet (laten) doen in de publieke ruimte voor de bouw van nieuwe woningen, zoals voor de infrastructuur, de (her)inrichting van de openbare ruimte of bodemsanering. Niet zijnde eigen ureninzet.
Tussen ‘Vernieuwend woonconcept’ en ‘Zorggeschikte woning’ worden 2 begrippen toegevoegd, die luiden:
- -
Wijk: gedeelte van een stad dat ruimtelijk min of meer een afgesloten geheel vormt. Een wijk kan bestaan uit meerdere buurten.
- -
Woonzorgvisies: in 2026 moeten alle gemeenten en provincies in Nederland een woonzorgvisie hebben. Een regionale woonzorgvisie vormt voor gemeenten de basis om regionale en lokale afspraken te maken met woningcorporaties, verhuurders, zorgaanbieders en zorgkantoren over de huisvesting, zorg en ondersteuning voor aandachtsgroepen en ouderen. In het wetsvoorstel Wet Versterking regie op de volkshuisvesting is opgenomen dat deze verplichting wettelijk wordt vastgelegd, en dat de woonzorgvisie samen met de woonvisie zal opgaan in het volkshuisvestingsprogramma.
Artikel 2.13.2 Doel van de subsidieregeling
De tekst van dit artikel komt als volgt te luiden:
Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het versnellen van de realisatie van zelfstandige, betaalbare zorggeschikte woningen, door te bouwen of te transformeren. Daarnaast heeft de subsidieregeling tot doel een bijdrage te leveren aan langer zelfstandig wonen voor ouderen en zorgdoelgroepen door ontmoetingsruimtes bij de geclusterde woonvormen en vernieuwende woonconcepten te stimuleren. Op deze manier draagt de provincie bij aan de ontwikkeling van geschikte woningen (specifiek voor ouderen en zorgdoelgroepen) in een prettige leefomgeving met passende voorzieningen. Gemeenten, woningcorporaties, zorgaanbieders en marktpartijen kunnen een bijdrage aanvragen zodat het woningbouwproject of de wijk- en/of gebiedsontwikkeling gerealiseerd kan worden. De realisatie van een zorggeschikte woningen en ontmoetingsruimtes bij de geclusterde woonvorm worden gezien als een activiteit in het kader van een Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB).
Artikel 2.13.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 1
Een nieuw onderdeel d wordt toegevoegd, dat luidt:
- d.
het realiseren van wijk- en/of gebiedsontwikkeling voor langer zelfstandig wonen.
Lid 2, onderdeel e komt als volgt te luiden:
- e.
het project draagt bij aan de opgaven uit het afsprakenkader ouderenhuisvesting en/of bijbehorende Regionale Woonzorgvisie. De Regionale Woonvisies en afsprakenkaders ouderenhuisvesting zijn te raadplegen via https://overijsselsewoonaanpak.nl;
Het huidige lid 6 wordt omgenummerd naar lid 7.
Een nieuw lid 6 wordt toegevoegd, dat luidt:
- 6.
Het realiseren van een wijk- en/of gebiedsontwikkeling voldoet aan de volgende aanvullende voorwaarden:
- a.
de wijk- en/of gebiedsontwikkeling omvat minimaal 24 woningen waarvan minimaal 30% nultredenwoningen;
- b.
in het gebied waar de wijk- en/of gebiedsontwikkeling plaatsvindt, wordt minimaal 50% van de nieuw te realiseren woningen betaalbaar, dat wil zeggen sociale huur, middenhuur en/of betaalbare koop;
Artikel 2.13.4 Aanvrager
De tekst van dit artikel komt als volgt te luiden:
- 1.
De aanvrager is een gemeente, een woningcorporatie, een projectontwikkelaar of een zorgaanbieder.
- 2.
De aanvrager voor het realiseren van wijk- en/of gebiedsontwikkeling voor langer zelfstandig wonen is een Overijsselse gemeente.
Artikel 2.13.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
Een nieuw lid 4 en 5 worden toegevoegd, die luiden:
- 4.
Voor de activiteit ‘Het realiseren van wijk- en/of gebiedsontwikkeling voor langer zelfstandig wonen’ zijn de publieke kosten, subsidiabel. Personeelskosten van de gemeente zijn niet subsidiabel. Kosten voor het aankopen, gebruiken of waardevermindering van grond, zijn niet subsidiabel.
- 5.
De kosten voor wijk- en/of gebiedsontwikkeling voor langer zelfstandig wonen bedragen minimaal € 240.000,- en maximaal € 2.000.000,-.
Artikel 2.13.6 Hoogte van de subsidie
Lid 4 komt als volgt te luiden:
- 4.
De subsidie voor wijk- en/of gebiedsontwikkeling voor langer zelfstandig wonen bedraagt een vast bedrag van € 10.000,- per nultredenwoning tot een maximum van € 2.000.000,- per wijk- en/of gebiedsontwikkeling en maximaal € 4.000.000,- per gemeente.
Een nieuw lid 5 wordt toegevoegd, dat luidt:
- 5.
Voor het project mag maximaal 2 keer subsidie worden ontvangen op basis van deze subsidieregeling. Dit geldt niet voor wijk- en/of gebiedsontwikkeling. Daarvoor mag één keer per ontwikkeling subsidie aangevraagd worden.
Artikel 2.13.8 Subsidieaanvraag
Lid 4
Onderdeel a: aan het einde van de tekst wordt toegevoegd: In geval van een aanvraag voor een wijk-of gebiedsontwikkeling wordt een plattegrond van het gebied of de wijk meegestuurd;
Onderdeel c komt als volgt te luiden: bij een aanvraag voor zorggeschikte woningen en/of een ontmoetingsruimte: een raming of offerte voor de bouwkosten en eventueel voor inventaris.
Een nieuw onderdeel d wordt toegevoegd, dat luidt:
- d.
bij een aanvraag voor wijk- en/of gebiedsontwikkeling: een onderbouwing van het aantal te realiseren woningen, ingedeeld in de categorieën zorggeschikte en nultredenwoningen, waarbij inzichtelijk is gemaakt of het gaat om woningen in de sector sociale huur, betaalbare huur of betaalbare koop.
Artikel 2.13.10 Aanvullende verplichtingen
Onderdeel a: ’60 maanden’ wordt vervangen door: 5 jaar
2.15 Betaalbaar wonen in kleine steden en dorpen
Artikel 2.15.6 Hoogte van de subsidie
‘€ 1.000.000,-‘ wordt vervangen door: € 2.000.000,-. Toegevoegd wordt een zin achteraan die luidt: Dit bedrag mag in meerdere aanvragen worden ingediend.
Artikel 2.15.9 Beschikbaar budget voor de regeling
‘2025 en 2026’ wordt vervangen door: 2025 tot en met 2027
Artikel 2.15.14 Looptijd
‘2026’ wordt vervangen door: 2027
2.16 Samenwerking woonplatforms Overijssel
Artikel 2.16.7 Subsidieaanvraag
‘30 januari’ wordt vervangen door: 31 maart
4.2 Meer Bos in Overijssel
Artikel 4.2.1 Betekenis van de begrippen
Bij de begripsbepaling ‘Functieverandering’ komen de woorden ‘of indien mogelijk houtwal’ te vervallen.
Artikel 4.2.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
In lid 1 onderdeel b komt ‘, houtwal’ te vervallen.
Artikel 4.2.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 1 komt als volgt te luiden:
- 1.
Voor de realisatie van bos inclusief het opstellen van een inrichtingsplan, beplantingsplan en een beheerplan zijn de volgende kosten subsidiabel: kosten van derden, eigen uren voor een bedrag van € 40,- per uur als de aanvrager een bedrijf heeft en de ureninzet in de bedrijfsadministratie verifieerbaar zijn en gebruik van machines. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing. Paragraaf 4.3 van het hoofddocument van de Catalogus Groenblauwe Diensten is van toepassing. Dit hoofddocument is te vinden op Catalogus raadplegen – BIJ12
Paragraaf 4.8 wordt volledig herzien en komt als volgt te luiden:
4.8 Groene schoolpleinen en schoolterreinen
Artikel 4.8.1 Betekenis van de begrippen
In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.
- -
Groen schoolplein: omgeving die hoort bij een PO-school en die een uitdagend en dynamisch speel- en leerlandschap biedt waar de leerlingen van de school van alle leeftijden de natuur van top tot teen kunnen ervaren, grenzen verkennen en aanvaardbare risico’s nemen. Het is een plek waar vrij spel samengaat met ruimte voor natuur om zich te ontwikkelen.
- -
Groen schoolterrein: omgeving die hoort bij een VO-school en bestaat uit een natuurlijk ingerichte buitenruimte die inspeelt op de behoeften van leerlingen, docenten en is afgestemd met omwonenden. Het terrein biedt ruimte om te ontspannen, ontmoeten, bewegen, leren en ontdekken – allemaal in een vertrouwde, groene omgeving.
- -
PO-school: PO is de afkorting voor Primair Onderwijs. Het omvat het basisonderwijs, het speciaal basisonderwijs en het onderwijs op speciale scholen. Het basisonderwijs is bedoeld voor kinderen van 4 tot en met 12 jaar.
- -
Speelaanleiding: een speelaanleiding nodigt uit tot divers speelgedrag, bijvoorbeeld een liggende boomstam, keien, speelheuvel, stromend water en wilgentenen tunnel, maar is niet een speeltoestel, zoals schommel, wipkip en glijbaan.
- -
VO-school: VO staat voor ‘voortgezet onderwijs’. Op de VO-school wordt, in vervolg op het primair onderwijs, onderwijs gegeven aan leerlingen vanaf elf/twaalf jaar.
Artikel 4.8.2 Doel van de subsidieregeling
In ons programma Natuur voor Elkaar hebben wij de volgende ambitie opgenomen: Overijsselaren voelen zich meer verbonden met de natuur dichtbij en weten wat zij zelf kunnen doen om de natuur een handje te helpen. Zij ontdekken wat de natuur voor henzelf betekent. Hierbij hebben we extra aandacht voor inwoners die meer afstand tot de natuur hebben, zoals kinderen, jongeren, mensen die in wijken wonen waar natuur verder weg is en mensen die zorg nodig hebben. Bij deze regeling richten wij ons specifiek op het onderwijs. Groene schoolpleinen bij PO-scholen bieden kinderen de mogelijkheid om in het spel te exploreren, te vernieuwen, te verbeelden en te creëren. Het groene schoolterrein bij een VO-school draagt bij aan het ontwikkelen van bewustzijn bij de jongeren over natuur, duurzaamheid en een gezonde leefstijl en zorgt op deze manier voor verbinding tussen jongeren en natuur.
Met deze subsidieregelingen wil de provincie bijdrage aan de volgende impactdoelen van Natuur voor Elkaar, die vallen onder deze ambitie:
- -
PO en VO-scholen in Overijssel tonen steeds meer initiatief om de waarde van natuur integraal onderdeel te maken van hun dagelijkse praktijk/bedrijfsvoering;
- -
er is een toename van Overijsselaren (kinderen, jongeren en onderwijspersoneel) dat dagelijks in hun directe leefomgeving, waar nodig ondersteunt door professionals/vrijwilligers, de positieve werking van de natuur op hun welzijn ervaart;
- -
er is in Overijssel een toename in m2 beleefbare, drempelvrije, groene buitenruimte en terreinen;
- -
steeds meer Overijsselaren (kinderen, jongeren, onderwijspersoneel) (her)ontdekken de liefde voor de natuur.
Artikel 4.8.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
- 1.
De subsidie wordt verleend voor:
- a.
de gehele of gedeeltelijke aanleg van een groen schoolplein; of
- b.
de gehele of gedeeltelijke aanleg van een groen schoolterrein.
- 2.
De activiteit voldoet aan de volgende voorwaarden:
- a.
de directe gebruikers (of vertegenwoordigers) zijn betrokken bij het opstellen en uitvoeren van de activiteit;
- b.
de sociale en fysieke veiligheid op het schoolplein of schoolterrein is gewaarborgd in het ontwerp;
- c.
het beheer en onderhoud van het gerealiseerde plein of terrein wordt aantoonbaar gewaarborgd voor minimaal vijf jaar na realisatie;
- d.
in geval van aanplant van bomen hebben de bomen op 1 meter hoogte een minimale stamomtrek van 8-10 centimeter. Dit blijkt uit het beplantingsplan;
- e.
de grondeigenaar gaat akkoord met de realisatie;
- f.
de activiteit scoort minimaal 110 punten op basis van scoretabel 1.
- 3.
De volgende activiteiten komen niet in aanmerking voor de subsidie:
- a.
de aanleg van verharding en hekwerken;
- b.
de aanleg van speeltoestellen (speelaanleidingen zijn wel subsidiabel);
- c.
reguliere beheer, herstel of onderhoudswerkzaamheden van het betreffende schoolplein of schoolterrein;
- d.
de toepassing van staalslakken.
Artikel 4.8.4 Aanvrager
- 1.
De aanvrager is een PO of VO-school in Overijssel of een koepelorganisatie in Overijssel die aanvraagt voor een PO of VO-school.
- 2.
De aanvrager is bevoegd of gemachtigd om namens de PO-school of VO-school de aanvraag in te dienen.
Artikel 4.8.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
- 1.
Personeelskosten en kosten van derden zijn subsidiabel. Artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing.
- 2.
Minimaal 50% van het totale begrote kosten wordt besteed aan de aankoop en aanleg van groen, inclusief grondwerkzaamheden.
- 3.
Kosten voor de aanschaf van materieel en gereedschap dat gebruikt wordt voor aanleg, beheer en onderhoud, zijn niet subsidiabel.
- 4.
De totaal begrote kosten voor de aanleg van het plein of terrein bedragen minimaal € 20.000,-.
Artikel 4.8.6 Hoogte van de subsidie
- 1.
De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 15.000,- per schoolplein/terrein en per schoollocatie voor het beplantingsplan, exclusief bomen.
- 2.
De subsidie voor bomen bedraagt maximaal 100% van de kosten voor de aanschaf van bomen tot een maximum van € 100,- per boom en een maximale subsidie van € 5.000,-.
Artikel 4.8.7 Eigen bijdrage
- 1.
De al gemaakte kosten voor het ontwerp mogen meegenomen worden als cofinanciering tot een maximum van € 5.000,-.
- 2.
Maximaal 25% van de totale begrote kosten mag bestaan uit vrijwilligersuren. Dit moeten uren zijn die worden besteed aan de realisatie van het project. Deze uren mogen op de begroting worden opgevoerd aan zowel de kostenkant als aan de inkomstenkant voor een vast bedrag van € 15,- per uur.
Artikel 4.8.8 Preadvies
- 1.
Voordat de aanvraag wordt ingediend wordt een preadvies afgegeven door het uitvoeringsteam Natuur voor Elkaar. Een aanmelding voor het preadvies kan ingediend worden via subsidienatuurvoorelkaar@overijssel.nl.
- 2.
De aanvrager moet bij de aanmelding de volgende stukken meesturen:
- a.
een projectplan met een omschrijving van de activiteit;
- b.
het ontwerp van het te realiseren schoolplein of schoolterrein; bij een voorgesprek mag dit nog een schets zijn;
- c.
beplantingsplan, waaruit in ieder geval het totale aantal aan te planten bomen en de hoogte en stamomtrek op 1 meter hoogte per boom(soort) op de verwachte aanplantdatum blijkt;
- d.
- e.
contactpersoon en contactgegevens.
Artikel 4.8.9 Subsidieaanvraag
- 1.
De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend.
- 2.
De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Groene schoolpleinen en schoolterreinen.
- 3.
De aanvrager levert daarnaast in:
- a.
het formulier preadvies zoals is toegestuurd door het Uitvoeringteam Natuur voor Elkaar;
- b.
een projectplan voor het te realiseren schoolplein of schoolterrein met daarin in ieder geval opgenomen:
- 1.
een uitgewerkte tekening van het ontwerp (een schets is niet voldoende);
- 2.
het beplantingsplan, waaruit in ieder geval het totale aantal aan te planten bomen en de hoogte en stamomtrek op 1 meter hoogte per boom(soort) blijkt;
- 3.
een onderbouwing waaruit blijkt dat het onderhoud en beheer is gewaarborgd gedurende de eerste vijf jaar na realisatie van het schoolplein of schoolterrein;
- 4.
alle benodigde gegevens om een score te kunnen krijgen op basis van de criteria in scoretabel 1.
- 4.
Als de aanvrager niet de eigenaar van de grond is: een verklaring van de eigenaar van de grond dat deze instemt met de realisatie van de activiteit op zijn grond.
- 5.
Als een PO of VO-school meerdere pleinen op 1 locatie heeft, kan er maximaal 1 aanvraag worden ingediend.
- 6.
Als een PO of VO-school meerdere locaties heeft met elk een eigen plein, kan er per locatie maximaal 1 aanvraag worden ingediend.
- 7.
Als meerdere PO- of VO-scholen van verschillende koepelorganisaties een plein delen, kan per school maximaal 1 aanvraag worden ingediend. Voor elke PO of VO-school geldt de voorwaarde voor de eigen bijdrage zoals genoemd in artikel 4.8.7. Per school wordt een aparte begroting ingediend.
- 8.
Voor het betreffende schoolplein of schoolterrein kan maximaal 1 keer subsidie aangevraagd worden op basis van deze subsidieregeling, tenzij voor het betreffende plein of terrein meer dan vier jaar geleden subsidie is verstrekt aan een andere school met een andere aanvrager.
Artikel 4.8.10 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling
Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2025 en 2027. Er geldt een deelplafond voor:
Artikel 4.8.11 Aanvullende verplichtingen
De subsidieontvanger is verplicht:
- a.
kennis te delen met andere PO of VO-scholen als daar om wordt gevraagd;
- b.
met de aanleg van het groene schoolplein/terrein binnen 12 maanden na subsidieverlening te starten;
- c.
de aanleg binnen twee jaar na datum van subsidieverlening te hebben afgerond.
Artikel 4.8.12 Geen staatssteun
De subsidie wordt niet gezien als staatssteun.
Artikel 4.8.13 Looptijd
Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2027 om 17.00 uur.
Scoretabel 1
|
Criterium
|
Omschrijving
|
Score:
|
|
Biodiversiteit
|
Mate waarin aannemelijk is gemaakt dat de activiteit bijdraagt aan biodiversiteit, doordat het voldoet aan de kenmerken:
- •
- •
- •
Afgestemd op de natuurlijke omgeving.
Minimale score moet 15 zijn.
|
0 – onvoldoende
15 - voldoende
30 - goed
|
|
Meervoudig ruimtegebruik/ functies
|
Mate waarin aannemelijk is gemaakt dat het plein/terrein verschillende functies krijgt: het wordt bijvoorbeeld gebruikt om te ontmoeten, rusten, natuurbeleving, ontdekken, creativiteit, leren, eten (bv. moestuin), en te bewegen. Dit uit zich in verschillende vormen van groen (zoals: speelgroen (spelen in en met groen), educatief groen, eet- en ruikgroen).
Minimale score moet 15 zijn.
|
0 – onvoldoende
15 - voldoende
30 - goed
|
|
Integratie in het lesprogramma
|
Mate waarin aannemelijk is gemaakt dat de buitenruimte is geïntegreerd in het lesprogramma, bijvoorbeeld met een buitenlespakket en/of zelfstudieplek:
- •
Voorbeelden VO-scholen: integreren in zelfstudie en vakken als biologie, techniek, cultuur, sport en gezondheid en in thema’s zoals welbevinden, voeding, bewegen en milieu.
- •
Voorbeelden PO-scholen: taal- en rekenlessen te geven op het plein kunnen kinderen ook leren over planten, dieren, weersverschijnselen en natuurlijke materialen.
|
0 – onvoldoende
15 - voldoende
30 - goed
|
|
Beweging & fysieke uitdaging
|
De mate waarin aannemelijk is gemaakt dat de buitenruimte beweging en fysieke uitdaging stimuleert:
- •
De inrichting bevat voldoende elementen die kinderen en jongeren stimuleren tot actieve beweging.
- •
Er is variatie in beweeg- en speelelementen, passend bij verschillende leeftijden.
- •
De buitenruimte biedt mogelijkheden om grenzen te verkennen en uitdaging op te zoeken, met zowel laagdrempelige als meer uitdagende onderdelen.
|
0 – onvoldoende
15 - voldoende
30 - goed
|
|
Sociale interactie & ontmoeting
|
De mate waarin aannemelijk is gemaakt dat de buitenruimte sociale interactie en ontmoeting bevordert:
- •
De inrichting nodigt uit tot ontmoeting, samenspel en ontspanning.
- •
Er zijn aantrekkelijke plekken om samen te komen, zoals zitplekken, schaduwrijke zones en groene verblijfsplekken.
- •
De buitenruimte stimuleert informele contactmomenten tijdens pauzes en andere vrije momenten.
|
0 – onvoldoende
15 - voldoende
30 - goed
|
|
Duurzame en hergebruikte materialen
|
Mate waarin bij de inrichting gebruik gemaakt wordt van duurzame, natuurlijke en hergebruikte materialen. Materialen uit de herinrichting worden bijvoorbeeld creatief opnieuw ingezet (bijv. stoeptegels als tribune voor buitenleslokaal).
|
0 – onvoldoende
5 - voldoende
10 - goed
|
|
Klimaatadaptatie
|
Mate waarin aannemelijk is gemaakt dat de activiteit bijdraagt aan klimaatadaptatie doordat deze bijvoorbeeld bestaan uit:
- •
Maatregelen tegen hittestress
- •
Maatregelen tegen wateroverlast
- •
Maatregelen tegen droogte
|
0 – onvoldoende
5 - voldoende
10 - goed
|
|
Totaalscore:
Minimaal benodigd: 110 punten
Maximaal te behalen: 170 punten
|
|
4.17 Aanpak van invasieve exoten 2.0
Artikel 4.17.6 Hoogte van de subsidie
Lid 3 komt als volgt te luiden:
- 3.
In afwijking van lid 1 en 2 bedraagt de subsidie voor de verwijdering van Aziatische duizendknopen maximaal € 100.000,- in N2000-gebieden en maximaal € 50.000,- in gebieden daarbuiten, waarbij de volgende maximale subsidiepercentages gelden:
- a.
oevers van een watergang binnen N2000: 75%
- b.
overige locaties binnen N2000: 60%
- c.
oevers van een watergang binnen NNN: 60%
- d.
overige locaties binnen NNN: 50%
- e.
percelen direct aangrenzend aan NNN: 40%
- f.
oevers van watergangen binnen 1 km van N2000-gebieden: 40%
- g.
andere locatie buiten NNN waar er sprake is van bedreiging van de verkeersveiligheid: 50%
- h.
andere locatie buiten NNN waar er sprake is van bedreiging van de doorstroming (hoogwaterveiligheid): 25%.
4.22 Wolf- en goudjakhals preventieve middelen
Artikel 4.22.1 Betekenis van de begrippen
Tussen ‘I&R’ en ‘Nachtkraal’ wordt een nieuw begrip gevoegd dat luidt:
- -
Kuddebeschermingshond: hond van het ras Alentejo-, Asbash-, Cuvac-, Maremma-, Patou-, Pyrenese mastiff, Spaanse mastiff, Tatra-, Tornjak- of Transmontaanse herdershond.
Artikel 4.22.8 Extra voorwaarden voor de aanschaf van kuddebeschermingshonden
Dit artikel komt als volgt te luiden:
- 1.
De aan te schaffen hond betreft een hond als opgenomen in artikel 4.22.1 bij ‘Kuddebeschermingshond’.
- 2.
Er worden minimaal 2 honden aangeschaft en deze bewaken samen een kudde.
- 3.
Als kuddebeschermingshonden zijn aangeschaft dan worden er aan de afrastering nabij elke directe toegangsweg duidelijke borden bevestigd om voorbijgangers te waarschuwen voor die honden.
Artikel 4.22.10 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 1: Tussen ‘aanschaf’ en ‘van kuddebeschermingshonden’ wordt gevoegd: en training
Artikel 4.22.13 Subsidieaanvraag
Lid 4, onderdeel b, komt als volgt te luiden:
- b.
het door de provinciale adviseur, als bedoeld in artikel 4.22.4, onderdeel c, ingevulde adviesformulier;
4.25 Transitievergoeding nieuwe teelten Overijssel
Artikel 4.25.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 2 onderdeel a komt als volgt te luiden:
- a.
het gaat om:
- 1.
de teelt van gewassen die opgenomen zijn in bijlage 1 en voldoen aan de daarin genoemde voorwaarden; of
- 2.
de teelt van andere gewassen dan die in bijlage 1 zijn opgenomen, met weinig negatieve gevolgen voor milieu en klimaat en die bijdragen aan een duurzame, toekomstbestendige landbouw;
Lid 2 onderdeel d komt als volgt te luiden:
- d.
er wordt jaarlijks minimaal 1 hectare geteeld. Er mag jaarlijks worden gewijzigd in de te telen gewassen, zolang deze voldoen aan de in lid 2 onderdeel a genoemde voorwaarden. Hiervoor moet wel een wijzigingsverzoek ingediend worden.
Artikel 4.25.8 Subsidieaanvraag
Lid 1 komt als volgt te luiden:
- 1.
De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend.
Lid 3 komt als volgt te luiden:
- 3.
De aanvrager levert aanvullend een schriftelijke verklaring in waarin de landbouwonderneming aangeeft dat die voor minimaal 5 jaar, vanaf 2025 of 2026, nieuwe gewassen gaat telen. Als sprake is van andere gewassen die niet opgenomen zijn in bijlage 1 dan levert de aanvrager een onafhankelijke onderbouwing of deskundigenverklaring aan waaruit blijkt dat het andere gewas weinig negatieve gevolgen heeft voor milieu en klimaat en bijdraagt aan een duurzame, toekomstbestendige landbouw.
Artikel 4.25.9 komt als volgt te luiden:
Artikel 4.25.9 Beschikbaar budget voor de regeling
- 1.
Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2024 tot en met 2027.
- 2.
Er geldt een deelplafond voor:
- a.
eiwitteelten zoals genoemd in bijlage 1;
- b.
vezelteelten zoals genoemd in bijlage 1;
- c.
voor de teelt van andere gewassen dan die in bijlage 1 zijn opgenomen, met weinig negatieve gevolgen voor milieu en klimaat en die bijdragen aan een duurzame, toekomstbestendige landbouw (nieuw).
Artikel 4.25.10 Aanvullende verplichtingen
Onderdeel a: na ‘2025’ wordt toegevoegd: of 2026
Artikel 4.25.11 Geen staatssteun
‘20.000,-’ wordt vervangen door: 50.000,-
Bijlage 1
Na ‘erwten’ wordt toegevoegd:
Na ‘Andere peulvruchten die ook geschikt zijn voor humane consumptie ‘wordt toegevoegd:
|
Andere gewassen
|
|
Andere gewassen 1-jarige gewassen
|
600
|
Gewassen die naar het oordeel van Gedeputeerde Staten weinig negatieve gevolgen voor milieu hebben en klimaat en die bijdragen aan een duurzame, toekomstbestendige landbouw.
|
|
Andere meerjarige gewassen
|
900
|
Gewassen die naar het oordeel van Gedeputeerde Staten weinig negatieve gevolgen voor milieu hebben en klimaat en die bijdragen aan een duurzame, toekomstbestendige landbouw.
|
4.28 Ondersteunen van Overijsselse aandachtsoorten
Artikel 4.28.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
Een nieuw lid 8 wordt toegevoegd, dat luidt:
- 8.
Maximaal 10% van de begrote kosten kan worden ingezet voor werkzaamheden gericht op communicatie of educatie, gekoppeld aan het project.
4.34 Natuur voor Elkaar Creatie en Innovatie
Artikel 4.34.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 2
Onderdeel f wordt omgenummerd naar g
Onderdeel g wordt omgenummerd naar h
Onderdeel h wordt omgenummerd naar j
Een nieuw onderdeel f wordt toegevoegd, dat luidt:
- f.
de te realiseren fysieke vergroening moet waar mogelijk biodivers en inheems zijn en aangepast op de natuurlijke omgeving.
Een nieuw onderdeel i wordt toegevoegd, dat luidt:
- i.
de begrote kosten voor activiteiten die bijdragen aan de impactdoelen 3, 4 en/of 5 bedragen minimaal € 30.000,-.
Artikel 4.34.6 Hoogte van de subsidie
Achter lid 1 wordt de volgende tekst gevoegd: De subsidie voor activiteiten die alleen bijdragen aan de impactdoelen 3, 4 of 5, zoals benoemd in artikel 4.34.3 lid 2g, bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 150.000,-.
Artikel 4.34.8 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling
De tekst komt als volgt te luiden:
- 1.
Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2025 tot en met 2027.
- 2.
Er geldt een deelplafond voor:
- a.
de uitvoering van projecten, pilots en/of het bieden van eerstelijnsondersteuning;
- b.
de uitvoering van Groene Loper-projecten;
- c.
de uitvoering van projecten van Overijsselse gemeenten.
4.38 Investeringen duurzame landbouw Overijssel 2026
Artikel 4.38.8 Subsidieaanvraag
Lid 1 komt als volgt te luiden:
- 1.
De aanvraag voor subsidie kan worden ingediend vanaf 3 maart 2026 om 09.00 uur en moet uiterlijk op 4 maart 2026 om 17.00 uur zijn ontvangen, met uitzondering van aanvragen voor categorie E. Een aanvraag voor categorie E (investeringen op het gebied van agroforestry, vezel- en eiwitteelten) moet uiterlijk op 1 april 2026 om 17.00 uur zijn ontvangen.
4.41 Gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties Overijssel en realisatie NSW landgoed
Artikel 4.41.15 Verplichtingen bij gedeeltelijke sluiting veehouderijlocatie met één diersoort
Lid 1 onderdeel a: ‘12 maanden’ wordt vervangen door: 18 maanden
Lid 1 onderdeel c: ‘18 maanden’ wordt vervangen door: 12 maanden
Artikel 4.41.15a Verplichtingen bij gedeeltelijke sluiting veehouderijlocatie met meer dan één diersoort
Lid 1 onderdeel a: ‘12 maanden’ wordt vervangen door: 18 maanden
Lid 1 onderdeel c: 18 maanden wordt vervangen door: 12 maanden
Artikel 4.41.18 Bevoorschotting en betaling
Lid 3 onderdeel b: ‘2 offertes’ wordt vervangen door: 3 offertes en ‘artikel 4.41.7 lid c, d en e’ wordt vervangen door: artikel 4.41.7 lid 1 c, d en e
Artikel 4.41.19 Verantwoording
Lid 2 komt als volgt te luiden:
- 2.
Aanvullend op artikel 1.2.21 geldt dat na ontvangst van de verantwoording de rentmeester van de provincie Overijssel een proces-verbaal opstelt. Dit proces-verbaal wordt opgesteld naar aanleiding van een controle op locatie, waarbij onder meer wordt vastgesteld of de landbouwhuisdieren van de locatie zijn afgevoerd, de meststoffen van de locatie zijn verwijderd en de opstallen zijn gesloopt.
Lid 3: vervallen
5.5 Verduurzamen mobiliteitsbeleid werkgevers
Artikel 5.5.2 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 2 sub f wordt vervangen door lid 3: 3. De subsidie wordt niet verleend als de begrote kosten minder zijn dan de te verlenen subsidie.
Artikel 5.5.4 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
Na ‘zijn’ wordt toegevoegd: niet
Laatste zin vervalt
6.2 MIT-Haalbaarheidsprojecten
Artikel 6.2.1 Betekenis van begrippen
Het begrip ‘Maatschappelijke Kennis en Innovatieagenda’s (KIA’s)’ komt als volgt te luiden:
“Maatschappelijke Kennis en Innovatieagenda’s (KIA’s): uitdagingen die de topsectoren voor elk maatschappelijk thema, sleuteltechnologieën en voor het maatschappelijk verdienvermogen van Nederland hebben gemaakt. Dit met als doel die maatschappelijke uitdagingen te koppelen aan het Mkb. Een toelichting op de KIA’s is te vinden in het te downloaden document op bijgaande website: Externe link: https://regelen.overijssel.nl/kia. ”
Artikel 6.2.7 Subsidieaanvraag
Lid 1: ‘8 april 2025’ wordt vervangen door: 7 april 2026 en ‘16 september 2025’ wordt vervangen door: 15 september 2026
Lid 3: 2025 wordt vervangen door: 2026
6.3 MIT-R&D-samenwerkingsprojecten
Artikel 6.3.1 Betekenis van begrippen
Het begrip ‘Maatschappelijke Kennis en Innovatieagenda’s (hierna KIA’s)’ komt als volgt te luiden:
Maatschappelijke Kennis en Innovatieagenda’s (KIA’s): uitdagingen die de topsectoren voor elk maatschappelijk thema, sleuteltechnologieën en voor het maatschappelijk verdienvermogen van Nederland hebben gemaakt. Dit met als doel die maatschappelijke uitdagingen te koppelen aan het Mkb. Een toelichting op de KIA’s is te vinden in het te downloaden document op bijgaande website Externe link: https://regelen.overijssel.nl/kia.”
Artikel 6.3.9 subsidieaanvraag
Lid 1: ‘10 juni 2025’ wordt vervangen door: 9 juni 2026 en ‘16 september 2025’ wordt vervangen door: 15 september 2026
Lid 4: ‘2025’ wordt vervangen door: 2026
Paragraaf 6.22 komt als volgt te luiden:
6.22 Provinciale cofinanciering Regio Deal ‘Sterker in 3D’- tweede tranche
Artikel 6.22.1 Betekenis van begrippen
In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.
- -
Regio Deal ‘Sterker in 3D’: het convenant Regio Deal ‘Sterker in 3D’ dat door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, eventueel een andere minister/staatssecretaris en één of meer regiopartners is gesloten om de brede welvaart in de Regio Stedendriehoek te bevorderen door te investeren in de programmalijnen Duurzaam, Divers, Dichtbij en Krachtige Regio.
- -
- -
Regiokassier: de gemeente Apeldoorn.
Artikel 6.22.2 Doel van de subsidieregeling
Met deze subsidieregeling draagt de provincie bij aan de brede welvaart in de Regio Stedendriehoek. Dit door projecten die voldoende bijdragen aan één of meerdere provinciale doelen of programma's van de provincie Overijssel, een provinciale cofinanciering te verstrekken.
Artikel 6.22.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
- 1.
De subsidie wordt in de vorm van een provinciale cofinanciering verstrekt voor projecten of programma's die een rijksbijdrage ontvangen op basis van de Regio Deal ‘Sterker in 3D’- tweede tranche. Het gaat om projecten op het gebied van:
- a.
circulair bouwen, maken en voedselketens (spoor 1);
- b.
innovatie in landbouw en groenblauwe dooradering (spoor 3);
- c.
regionale (kennis)ontwikkeling (spoor 7).
- 2.
De activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden:
- a.
de activiteiten vinden plaats in Overijssel. Als dat niet het geval is, zijn de effecten van de activiteit helemaal of voor het grootste deel merkbaar in Overijssel;
- b.
de resultaten van de activiteiten dragen naar het oordeel van Gedeputeerde Staten voldoende bij aan een of meerdere provinciale doelen, programma's of investeringsvoorstellen;
- c.
voor de activiteit is geen subsidie aangevraagd of verstrekt op basis van een andere provinciale subsidieregeling.
- 3.
De subsidie wordt niet verleend als:
- a.
de activiteiten niet passen binnen de provinciale regels voor de fysieke leefomgeving zoals opgenomen in de geldende Omgevingsverordening Overijssel;
- b.
de aanvrager geen cofinancieringsverklaring zoals genoemd in artikel 6.22.6a, van de provincie heeft ontvangen.
Artikel 6.22.4 Aanvrager
De aanvrager is een gemeente, een waterschap, een stichting, een vereniging, een BV of een NV of een penvoerder namens een samenwerkingsverband.
Artikel 6.22.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
- 1.
Voor de subsidiabele kosten wordt aangesloten bij de kosten die door de regiokassier als subsidiabel zijn aangemerkt.
- 2.
De kosten zijn subsidiabel vanaf het moment dat de aanvraag voor subsidie is ingediend bij de regiokassier.
Artikel 6.22.6 Hoogte van de subsidie
- 1.
De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten en maximaal het bedrag dat in de cofinancieringsverklaring als provinciale cofinanciering is opgenomen.
- 2.
Gedeputeerde Staten kunnen besluiten om minder subsidie te verlenen dan gevraagd als zij van oordeel zijn dat, gezien de bijdrage aan de provinciale doelen, een lagere subsidie passender is.
Artikel 6.22.6a Aanmelding cofinancieringsverklaring
- 1.
Een initiatiefnemer die een aanvraag wil indienen voor een rijksbijdrage op basis van de Kassiersregeling, moet de cofinanciering aannemelijk maken. De provincie kan pas een definitieve cofinanciering verstrekken als de Rijksbijdrage is verstrekt. Vooruitlopend op de definitieve subsidieverlening kan de provincie een cofinancieringsverklaring afgeven op basis van een aanmelding.
- 2.
Op www.regelen.overijssel.nl staat hoe en tot wanneer een aanmelding kan worden ingediend. De aanvrager levert een conceptplan en een begroting in.
- 3.
De cofinancieringsverklaring wordt niet verstrekt als het project of de activiteit niet voldoet aan de artikelen 6.22.3 en 6.22.4.
- 4.
De provincie verstrekt de cofinancieringsverklaring voor 8 april 2026, zodat de aanvrager de aanvraag voor de Kassiersregeling tijdig compleet kan maken.
Artikel 6.22.7 Subsidieaanvraag
- 1.
De subsidieaanvraag kan ingediend worden vanaf 1 juli 2026 9.00 uur en moet uiterlijk 17 juli 2026 voor 17.00 uur ontvangen zijn.
- 2.
De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Provinciale cofinanciering Regio Deal Sterker in 3D.
- 3.
De aanvrager levert aanvullend de volgende stukken in:
- a.
een kopie van de aanvraag die aan de kassier is verzonden, inclusief het projectplan en de begroting. Uit de begroting moet duidelijk blijken wat de gevraagde cofinanciering op basis van deze subsidieregeling is;
- b.
het subsidieverleningsbesluit van de regiokassier;
- c.
een onderbouwing van de beoogde staatssteunoplossing als de aanvraag betrekking heeft op een economische activiteit.
Artikel 6.22.8 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling
Het subsidieplafond geldt voor de indieningstermijn zoals genoemd in artikel 6.22.7 lid 1.
Artikel 6.22.9 Subsidieverlening, voortgang en vaststelling
- 1.
Bij subsidieverlening en vaststelling sluit de provincie zo veel mogelijk aan bij het besluit van de regiokassier.
- 2.
Als de regiokassier besluit de subsidie lager vast te stellen, omdat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet zijn uitgevoerd, dan kan de provincie besluiten om de subsidie ook lager vast te stellen.
Artikel 6.22.10 Aanvullende verplichtingen
De provincie kan bij subsidieverlening aanvullende doelgebonden verplichtingen opleggen als dit nodig is om nog beter bij te dragen aan provinciale doelen of opgaven.
Artikel 6.22.11 Staatssteun
- 1.
Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening of De-minimisverordening Landbouw. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing.
- 2.
Als sprake is van staatssteun dan voldoet de subsidie aan hoofdstuk 1 en artikel 18, 25, 26 bis, 27, 28, 38, 41, 48, 49 van de AGVV of aan hoofdstuk 1 en artikel 32 van de LVV.
Artikel 6.22.12 Looptijd
Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2028 om 17.00 uur.
7.5 Overijssel in beweging
Artikel 7.5.1 Betekenis van de begrippen
Aan het begrip ‘Bovenlokaal beweeginitiatief’ wordt de volgende zin toegevoegd: Dit door uitvoering van een proefproject of onderzoek.
Bij het begrip ‘Lokale aanbodverbetering’ komt de laatste zin te vervallen.
Artikel 7.5.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 2, onderdeel g: de woorden ‘, met uitzondering van een onderzoek lokale aanbodverbetering,’ komen te vervallen.
Toegevoegd wordt een nieuw lid 5 dat luidt:
- 5.
De volgende activiteiten komen niet in aanmerking voor de subsidie:
- a.
- b.
jaarlijks terugkerende evenementen.
Artikel 7.5.4 Aanvrager
Na ‘stichting,’ wordt toegevoegd: ‘een coöperatie,’
Artikel 7.5.6 Hoogte van de subsidie
Lid 2 onderdeel b: aan het einde van de zin wordt toegevoegd: en maximaal 50% voor onderzoek.
Artikel 7.5.7 Aanvraag
Lid 1 komt als volgt te luiden: De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend.
Lid 4 komt te vervallen.
Lid 5: 1 wordt vervangen door: 2.
Lid 5: Aan het eind van de zin wordt toegevoegd: Het betreft wel 2 afzonderlijke projecten, geen identieke of opvolgende projecten.
Artikel 7.5.9 Aanvullende verplichtingen subsidieontvanger
Onderdeel b: samenvoorelkaar.nl komt te luiden: www.samenvoorelkaar.nl
Een nieuwe paragraaf 7.29 wordt toegevoegd:
7.29 Samen werken aan positieve gezondheid in Overijssel
Artikel 7.29.1 Betekenis van de begrippen
In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.
- -
- -
Potentiële nieuwe partner: een organisatie die nog niet samen werkt met een regiopartner. En die aantoonbare kennis heeft op het gebied van vitaliteit op de werkvloer en aantoonbaar samenwerkt met meerdere Overijsselse gemeenten en werkgevers;
- -
Regiopartners: dit zijn Twentse Koers, Salland United, Vitaal Vechtdal en Positief Gezond IJsselland. Zij vertegenwoordigen samen een grote groep van professionals die actief zijn op het gebied van Positieve Gezondheid. Hierbij kan gedacht worden aan GGD’s, ziekenhuizen, onderwijsinstellingen en Overijsselse zorgverzekeraars. Tevens voeren deze partners de plannen uit in relatie tot IZA(Integraal Zorg Akkoord), AZWA (Aanvullend Zorg en Welzijns Akkoord) en/ of HLO (Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg), AZWA en HLO (zorg- en welzijnsakkoorden vanuit VWS). Dit maakt de 4 partners uniek voor onze samenwerking.
- -
Positieve Gezondheid: positieve gezondheid gaat om dat men goed voor zichzelf zorgt en plezier uit het leven kan halen. Denk daarbij aan goede voeding, bewegen in de buitenlucht, een fijn sociaal leven en mee kunnen doen in de samenleving.
- -
- -
Sociale Agenda: uitvoeringsplan voor twee jaar van het sociale beleid van de provincie Overijssel. De Sociale Agenda is te vinden op 2024-520 Brochure Uitvoeringsagenda sociale kwaliteit toegankelijk;
- -
Vitaliteit op de werkvloer: de fysieke, mentale en sociale energie en het welzijn van werknemers tijdens hun werk, inclusief een gezonde werk–privébalans en veerkracht om met werkdruk en stress om te gaan.
Artikel 7.29.2 Doel van de subsidieregeling
Met deze subsidieregeling wil de provincie Overijssel bijdragen aan het versterken van de samenwerking tussen alle belangrijke organisaties in Overijssel die zich actief bezighouden met positieve gezondheid. Met deze subsidieregeling draagt de provincie bij aan het versterken van samenwerking en kennisopbouw rondom Positieve Gezondheid, specifiek gericht op vitaliteit op de werkvloer. De regeling bevordert het vergroten van kennis en het delen daarvan, het uitvoeren van activiteiten en interventies bij Overijsselse werkgevers en ook het uitbreiden van het netwerk van betrokken organisaties. De resultaten dragen aantoonbaar bij aan doelen uit onze Sociale Agenda en aan de Regiobeelden Twente en IJsselland.
Artikel 7.29.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
- 1.
De subsidie wordt verleend voor activiteiten die zich richten op alle volgende doelen:
- a.
toename van activiteiten op het gebied van vitaliteit op de werkvloer bij Overijsselse werkgevers in het MKB, in ieder geval gericht op jongeren van 18-30 jaar die in dienst zijn van de werkgever;
- b.
kennisdeling en bewustwording over Positieve Gezondheid en vitaliteit op de werkvloer en de voordelen daarvan (door bijvoorbeeld bijeenkomsten, workshops, interventies, jaarprogramma’s vitaliteit);
- c.
uitbreiding en versteviging van samenwerkingen tussen de vier regiopartners en de bedrijven in ieders netwerk onderling en met eventuele nieuwe partners (o.a. onderwijs, zorg, welzijn, MKB en doelgroep jongeren/young professionals);
- d.
onderzoek en metingen naar effectiviteit van interventies op de werkvloer (gebruik van erkende meetinstrumenten of aanpassing hiervan met bestaande meetinstrumenten).
- 2.
De activiteit voldoet aan de volgende voorwaarden:
- a.
voorafgaand aan de aanvraag heeft afstemming plaatsgevonden met de provinciale beleidsmedewerker positieve gezondheid en met de sociale kwaliteit academie. Provincie organiseert het overleg met de sociale kwaliteit academie. Voor deze afstemming wordt contact gelegd met de beleidsmedewerker positieve gezondheid via socialekwaliteit@overijssel.nl;
- b.
er zijn bij de aanvraag minimaal 3 bedrijven uit minimaal 2 Overijsselse gemeenten aantoonbaar bereid om deel te nemen aan de activiteiten of het programma;
- c.
de activiteiten zijn in ieder geval gericht op en geschikt voor de doelgroep jongeren tussen de 18 en 30 jaar (young professionals);
- d.
er wordt gestreeft naar deelname van minimaal 25 personen binnen de beoogde doelgroep van jongeren tussen de 18 en 30 jaar (young professionals);
- e.
er worden per deelnemend bedrijf minimaal 5 trainingen en/of workshops uitgevoerd over verschillende thema's binnen positieve gezondheid in relatie tot vitaliteit op de werkvloer, gedurende de inzet bij het bedrijf;
- f.
voor onderzoek en metingen wordt gebruik gemaakt van minimaal één erkend PG-meetinstrument. Een eigen vragenlijst mag gebruikt worden, maar bevat wel in ieder geval de vragen uit de vragenlijsten die worden gehanteerd bij één van de genoemde instrumenten;
- g.
bij de uitvoering van activiteiten en zo mogelijk bij de voorbereiding van het jaarprogramma is een IPH-erkende trainer betrokken (in dienst of via inhuur);
- h.
de aanvrager stemt tijdens de projectperiode minimaal 3 keer af met alle regiopartners en potentiële regiopartners die subsidie ontvangen op grond van deze subsidieregeling. Dit kan door aan te sluiten bij de ‘Ontmoetingsdagen’ die vanuit de provincie (Sociale Kwaliteit) worden gefaciliteerd.
- 3.
Voor de activiteit is geen subsidie aangevraagd of verstrekt op basis van subsidieregeling 7.10 Vernieuwing sociale kwaliteit;
- 4.
De volgende activiteiten komen niet in aanmerking voor de subsidie:
- a.
lidmaatschappen en contributies;
- b.
sprekers/lezingen als eenmalig event zonder blijvende activiteiten;
- c.
ontwikkeling van nieuwe apps en licentiekosten voor apps;
- d.
aankoop van apparaten, instrumenten, sportmaterialen en kleding;
- e.
gebouwen, fysieke aanpassingen binnen of buiten;
- f.
activiteiten met primair commercieel oogmerk;
- g.
MDT-projecten (Maatschappelijke Diensttijd) tenzij het gaat om een aanvulling of plus hierop.
Artikel 7.29.4 Aanvrager
- 1.
De aanvrager is een regiopartner of een potentiële nieuwe partner. De regiopartner is aanvrager of penvoerder namens een samenwerkingsverband.
- 2.
De aanvrager is een rechtspersoon.
- 3.
Er zijn 2 soorten aanvragen van een regiopartner mogelijk:
- a.
De aanvrager is één van de deelnemende regiopartners. De aanvrager dient namens de deelnemers de aanvraag in en is daarmee de subsidieontvanger. De aanvrager is verantwoordelijk voor de verantwoording en verdeling van de subsidie en de daarmee samenhangende verplichtingen zoals btw;
- b.
De aanvrager is een samenwerkingsverband. Bij een samenwerkingsverband zijn alle deelnemers aanvrager. Alle deelnemers zijn voor het eigen deel verantwoordelijk voor de subsidie. Deelnemers zijn verplicht een samenwerkingsovereenkomst te sluiten. De penvoerder is één van de deelnemers en maakt de ontvangen subsidie over aan de deelnemers. Voor de uitleg van de begrippen samenwerkingsverband en samenwerkingsovereenkomst geldt artikel 1.1.3.
- 4.
De aanvrager is geen gemeente.
Artikel 7.29.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
- 1.
De personeelskosten en de kosten van derden zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing. Er gelden geen uitzondering op de subsidiabele en niet subsidiabele kosten.
- 2.
De volgende kosten komen niet in aanmerking voor de subsidie:
- a.
reguliere exploitatiekosten;
- b.
kosten van gebouwen en inventaris;
- c.
kosten van activiteiten die zijn uitgesloten van subsidie op grond van artikel 7.29.3 lid 4.
Artikel 7.29.6 Hoogte van de subsidie
- 1.
De subsidie is maximaal 90% van de subsidiabele kosten.
- 2.
De subsidie is maximaal € 75.000,- per samenwerking(sverband) van regiopartners en/of potentiële nieuwe partners.
- 3.
Inzet van stagiaires en meewerkende studenten mag hierbij opgevoerd worden voor een bedrag van € 15,- per uur, mits opgenomen in de begroting en het dekkingsplan.
Artikel 7.29.7 Eigen bijdrage
- 1.
Minimaal 10% van de subsidiabele kosten wordt gedekt door een eigen bijdrage van de aanvrager of derden. De eigen bijdrage kan bestaan uit geld of een in-kind bijdrage zoals inzet van uren, vrijwilligersuren, gebruik van gebouwen of grond.
- 2.
Als de eigen bijdrage wordt geleverd door anderen dan de regiopartners (bijv. gemeenten, bedrijven of onderwijsinstellingen), wordt een schriftelijke bevestiging van de bijdrage bij de aanvraag gevoegd.
Artikel 7.29.8 Subsidieaanvraag
- 1.
De aanvraag kan ingediend worden vanaf 16 maart 2026 9.00 uur en moet uiterlijk 2 oktober 2026 vóór 17.00 uur ontvangen zijn.
- 2.
De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Samen werken aan positieve gezondheid in Overijssel.
- 3.
De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken. Artikel 1.2.13 is van toepassing.
- 4.
De aanvrager levert aanvullend ook een projectplan in waaruit blijkt hoe men de activiteiten uit artikel 7.29.3 lid 1 wil uitvoeren en aan de voorwaarden van artikel 7.29.3 lid 2 denkt te voldoen. Dit projectplan bevat een jaarprogramma voor 2026-2027.
- 5.
In geval van cofinanciering door anderen dan de regiopartners: een schriftelijke bevestiging van de bijdrage van de cofinanciering.
- 6.
Als een samenwerkingsovereenkomst is gesloten, wordt deze met de aanvraag meegestuurd.
Artikel 7.29.9 Beschikbaar budget voor de regeling
- 1.
Het subsidieplafond geldt voor de indieningsperiode 16 maart tot en met 2 oktober 2026.
- 2.
Er geldt een deelplafond voor:
- a.
- b.
potentiële nieuwe partners.
- 3.
Als er budget overblijft bij één van de deelplafonds dan kan het resterend plafondbedrag toegevoegd worden aan het budget van het andere deelplafond. Het aan te vragen aanvullende subsidiebedrag bedraagt dan, afhankelijk van het resterende plafondbedrag, per regiopartner maximaal € 18.750,- voor extra activiteiten.
Artikel 7.29.10 Aanvullende verplichtingen
De subsidieontvanger is verplicht de activiteiten te starten binnen 3 maanden na de datum van subsidieverlening.
Artikel 7.29.11 Staatssteun
Als sprake is van staatssteun, dan voldoet de subsidie aan de Algemene De-minimisverordening of de AGVV.
Artikel 7.29.12 Looptijd
De subsidieregeling vervalt op 1 december 2027, om 17.00 uur.