Voorbereidingsbesluit landelijke beëindigingsregelingen veehouderijen Noord-Brabant

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;

Gelet op artikel 4.16 van de Omgevingswet, de Provinciewet en de Algemene wet bestuursrecht, alsmede de op voorgaande wetten gebaseerde uitvoeringsregelgeving;

Overwegende dat:

  • 1.

    voor locaties die deelnemen aan een agrarische beëindigingsregeling het omgevingsplan moet worden aangepast zodat geen veehouderij meer kan worden geëxploiteerd;

  • 2.

    het aanpassen van het omgevingsplan op dit moment voor veel gemeenten nog problematisch is;

  • 3.

    daarom een systeem is bedacht waarbij gemeenten locaties die deelnemen aan een agrarische beëindigingsregeling kunnen aandragen, waarna die locaties in een voorbereidingsbesluit en de Omgevingsverordening worden opgenomen;

  • 4.

    voor deze locaties het houden van landbouwhuisdieren verboden wordt;

  • 5.

    op 9 december 2025 het ontwerp wijzigingsbesluit ‘Omgevingsverordening Noord-Brabant, kaartaanpassingen 2026-1' is vastgesteld, met daarin de (ontwerp)locaties;

  • 6.

    bij de toekomstige vaststelling en inwerkingtreding van deze wijziging de locaties onderdeel gaan uitmaken van de Omgevingsverordening;

besluiten:

Artikel I

het tijdelijk regelingdeel met daarin de voorbeschermingsregels, zoals opgenomen in 'bijlage A', vast te stellen;

Artikel II

het tijdelijk regelingdeel met daarin de voorbeschermingsregels, zoals opgenomen in 'bijlage B', vast te stellen;

Artikel III

het tijdelijk regelingdeel met daarin de voorbeschermingsregels, zoals opgenomen in 'bijlage C', vast te stellen;

Artikel IV

het tijdelijk regelingdeel met daarin de voorbeschermingsregels, zoals opgenomen in 'bijlage D', vast te stellen;

Artikel V

het tijdelijk regelingdeel met daarin de voorbeschermingsregels, zoals opgenomen in 'bijlage E', vast te stellen;

Artikel VI

het tijdelijk regelingdeel met daarin de voorbeschermingsregels, zoals opgenomen in 'bijlage F', vast te stellen;

Artikel VII

het tijdelijk regelingdeel met daarin de voorbeschermingsregels, zoals opgenomen in 'bijlage G', vast te stellen;

Artikel VIII

het tijdelijk regelingdeel met daarin de voorbeschermingsregels, zoals opgenomen in 'bijlage H', vast te stellen;

Artikel IX

het tijdelijk regelingdeel met daarin de voorbeschermingsregels, zoals opgenomen in 'bijlage I', vast te stellen;

Artikel X

het tijdelijk regelingdeel met daarin de voorbeschermingsregels, zoals opgenomen in 'bijlage J', vast te stellen;

Artikel XI

het tijdelijk regelingdeel met daarin de voorbeschermingsregels, zoals opgenomen in 'bijlage K', vast te stellen;

Artikel XII

het tijdelijk regelingdeel met daarin de voorbeschermingsregels, zoals opgenomen in 'bijlage L', vast te stellen;

Artikel XIII Inwerkingtreding

dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop dit provinciaal blad is uitgegeven.

besloten te 's-Hertogenbosch

24‑02‑2026

Bijlage A Regels voor de gemeente Altena

Voorbeschermingsregels landelijke beëindigingsregelingen veehouderijen Noord-Brabant

Voorrangsbepaling

  • 1.

    In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Altena, bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.

Hoofdstuk 1 Beëindigingsregelingen agrarische bedrijven

Artikel 1.1 Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

  • 1.

    Binnen de locatie Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf is het verboden om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van het houden van landbouwhuisdieren.

  • 2.

    In aanvulling op het eerste lid is het verboden op een bouwperceel van 1,5 hectare of groter een bouwactiviteit te verrichten, zonder dat een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is verleend voor een passende hergebruiksfunctie.

Bijlage I Overzicht informatieobjecten

Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_6123ac7f8729435485fe23c210e2bb69/nld@2026‑03‑04;1

Artikelsgewijze Toelichting

Hoofdstuk 1 Beëindigingsregelingen agrarische bedrijven

Artikel 1.1 Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

Op verzoek van gemeenten is nagedacht over een regeling die hen helpt bij de verplichte aanpassing van het omgevingsplan voor locaties die deelnemen aan een agrarische beëindigingsregeling. Gemeenten kunnen in twee rondes locaties aandragen die Gedeputeerde Staten dan met een kaartwijzigingsprocedure in de Omgevingsverordening verwerken. Voor die locaties wordt het, op grond van artikel 1.1 eerste lid, verboden om landbouwhuisdieren te houden. Op deze manier kunnen gemeenten middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit meewerken aan een hergebruiksfunctie op de deelnemende locatie. Via de voorbeschermingsregels is immers geborgd dat op de locatie geen landbouwhuisdieren meer gehouden kunnen worden. Hierdoor is een wijziging van het omgevingsplan niet direct nodig. Veel gemeenten staan binnen een veehouderijfunctie ook een (ondergeschikte) akkerbouwfunctie toe. Voor de akkerbouwtak zijn dan vaak rechtstreekse bouwmogelijkheden toegestaan. Om te voorkomen dat op een bouwperceel groter dan 1,5 hectare bebouwing voor de akkerbouwtak wordt gerealiseerd, zonder dat hiervoor een afweging over de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan heeft plaatsgevonden, is het tweede lid opgenomen. Dit verbod geldt totdat met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit een ruimtelijke afweging is gemaakt voor de aanvaardbaarheid van de akkerbouwfunctie, dan wel een andere passende hergebruiksfunctie.

Bijlage B Regels voor de gemeente Asten

Voorbeschermingsregels landelijke beëindigingsregelingen veehouderijen Noord-Brabant

Voorrangsbepaling

  • 1.

    In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Asten, bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.

Hoofdstuk 1 Beëindigingsregelingen agrarische bedrijven

Artikel 1.1 Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

  • 1.

    Binnen de locatie Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf is het verboden om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van het houden van landbouwhuisdieren.

  • 2.

    In aanvulling op het eerste lid is het verboden op een bouwperceel van 1,5 hectare of groter een bouwactiviteit te verrichten, zonder dat een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is verleend voor een passende hergebruiksfunctie.

Bijlage I Overzicht informatieobjecten

Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_3ff68d5c65bd4a91b3cfbb2efbfcf4eb/nld@2026‑03‑04;1

Artikelsgewijze Toelichting

Hoofdstuk 1 Beëindigingsregelingen agrarische bedrijven

Artikel 1.1 Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

Op verzoek van gemeenten is nagedacht over een regeling die hen helpt bij de verplichte aanpassing van het omgevingsplan voor locaties die deelnemen aan een agrarische beëindigingsregeling. Gemeenten kunnen in twee rondes locaties aandragen die Gedeputeerde Staten dan met een kaartwijzigingsprocedure in de Omgevingsverordening verwerken. Voor die locaties wordt het, op grond van artikel 1.1 eerste lid, verboden om landbouwhuisdieren te houden. Op deze manier kunnen gemeenten middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit meewerken aan een hergebruiksfunctie op de deelnemende locatie. Via de voorbeschermingsregels is immers geborgd dat op de locatie geen landbouwhuisdieren meer gehouden kunnen worden. Hierdoor is een wijziging van het omgevingsplan niet direct nodig. Veel gemeenten staan binnen een veehouderijfunctie ook een (ondergeschikte) akkerbouwfunctie toe. Voor de akkerbouwtak zijn dan vaak rechtstreekse bouwmogelijkheden toegestaan. Om te voorkomen dat op een bouwperceel groter dan 1,5 hectare bebouwing voor de akkerbouwtak wordt gerealiseerd, zonder dat hiervoor een afweging over de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan heeft plaatsgevonden, is het tweede lid opgenomen. Dit verbod geldt totdat met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit een ruimtelijke afweging is gemaakt voor de aanvaardbaarheid van de akkerbouwfunctie, dan wel een andere passende hergebruiksfunctie.

Bijlage C Regels voor de gemeente Boxtel

Voorbeschermingsregels landelijke beëindigingsregelingen veehouderijen Noord-Brabant

Voorrangsbepaling

  • 1.

    In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Boxtel, bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.

Hoofdstuk 1 Beëindigingsregelingen agrarische bedrijven

Artikel 1.1 Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

  • 1.

    Binnen de locatie Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf is het verboden om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van het houden van landbouwhuisdieren.

  • 2.

    In aanvulling op het eerste lid is het verboden op een bouwperceel van 1,5 hectare of groter een bouwactiviteit te verrichten, zonder dat een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is verleend voor een passende hergebruiksfunctie.

Bijlage I Overzicht informatieobjecten

Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_5733ac36041e46f4a13f931affbb4517/nld@2026‑03‑04;1

Artikelsgewijze Toelichting

Hoofdstuk 1 Beëindigingsregelingen agrarische bedrijven

Artikel 1.1 Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

Op verzoek van gemeenten is nagedacht over een regeling die hen helpt bij de verplichte aanpassing van het omgevingsplan voor locaties die deelnemen aan een agrarische beëindigingsregeling. Gemeenten kunnen in twee rondes locaties aandragen die Gedeputeerde Staten dan met een kaartwijzigingsprocedure in de Omgevingsverordening verwerken. Voor die locaties wordt het, op grond van artikel 1.1 eerste lid, verboden om landbouwhuisdieren te houden. Op deze manier kunnen gemeenten middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit meewerken aan een hergebruiksfunctie op de deelnemende locatie. Via de voorbeschermingsregels is immers geborgd dat op de locatie geen landbouwhuisdieren meer gehouden kunnen worden. Hierdoor is een wijziging van het omgevingsplan niet direct nodig. Veel gemeenten staan binnen een veehouderijfunctie ook een (ondergeschikte) akkerbouwfunctie toe. Voor de akkerbouwtak zijn dan vaak rechtstreekse bouwmogelijkheden toegestaan. Om te voorkomen dat op een bouwperceel groter dan 1,5 hectare bebouwing voor de akkerbouwtak wordt gerealiseerd, zonder dat hiervoor een afweging over de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan heeft plaatsgevonden, is het tweede lid opgenomen. Dit verbod geldt totdat met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit een ruimtelijke afweging is gemaakt voor de aanvaardbaarheid van de akkerbouwfunctie, dan wel een andere passende hergebruiksfunctie.

Bijlage D Regels voor de gemeente Gemert-Bakel

Voorbeschermingsregels landelijke beëindigingsregelingen veehouderijen Noord-Brabant

Voorrangsbepaling

  • 1.

    In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Gemert-Bakel, bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.

Hoofdstuk 1 Beëindigingsregelingen agrarische bedrijven

Artikel 1.1 Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

  • 1.

    Binnen de locatie Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf is het verboden om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van het houden van landbouwhuisdieren.

  • 2.

    In aanvulling op het eerste lid is het verboden op een bouwperceel van 1,5 hectare of groter een bouwactiviteit te verrichten, zonder dat een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is verleend voor een passende hergebruiksfunctie.

Bijlage I Overzicht informatieobjecten

Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_c476b3c95a6f48c4be69759b688f803c/nld@2026‑03‑04;1

Artikelsgewijze Toelichting

Hoofdstuk 1 Beëindigingsregelingen agrarische bedrijven

Artikel 1.1 Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

Op verzoek van gemeenten is nagedacht over een regeling die hen helpt bij de verplichte aanpassing van het omgevingsplan voor locaties die deelnemen aan een agrarische beëindigingsregeling. Gemeenten kunnen in twee rondes locaties aandragen die Gedeputeerde Staten dan met een kaartwijzigingsprocedure in de Omgevingsverordening verwerken. Voor die locaties wordt het, op grond van artikel 1.1 eerste lid, verboden om landbouwhuisdieren te houden. Op deze manier kunnen gemeenten middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit meewerken aan een hergebruiksfunctie op de deelnemende locatie. Via de voorbeschermingsregels is immers geborgd dat op de locatie geen landbouwhuisdieren meer gehouden kunnen worden. Hierdoor is een wijziging van het omgevingsplan niet direct nodig. Veel gemeenten staan binnen een veehouderijfunctie ook een (ondergeschikte) akkerbouwfunctie toe. Voor de akkerbouwtak zijn dan vaak rechtstreekse bouwmogelijkheden toegestaan. Om te voorkomen dat op een bouwperceel groter dan 1,5 hectare bebouwing voor de akkerbouwtak wordt gerealiseerd, zonder dat hiervoor een afweging over de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan heeft plaatsgevonden, is het tweede lid opgenomen. Dit verbod geldt totdat met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit een ruimtelijke afweging is gemaakt voor de aanvaardbaarheid van de akkerbouwfunctie, dan wel een andere passende hergebruiksfunctie.

Bijlage E Regels voor de gemeente Goirle

Voorbeschermingsregels landelijke beëindigingsregelingen veehouderijen Noord-Brabant

Voorrangsbepaling

  • 1.

    In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Goirle, bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.

Hoofdstuk 1 Beëindigingsregelingen agrarische bedrijven

Artikel 1.1 Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

  • 1.

    Binnen de locatie Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf is het verboden om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van het houden van landbouwhuisdieren.

  • 2.

    In aanvulling op het eerste lid is het verboden op een bouwperceel van 1,5 hectare of groter een bouwactiviteit te verrichten, zonder dat een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is verleend voor een passende hergebruiksfunctie.

Bijlage I Overzicht informatieobjecten

Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_3682c434b0144eec88fb1f75c1bcdda7/nld@2026‑03‑04;1

Artikelsgewijze Toelichting

Hoofdstuk 1 Beëindigingsregelingen agrarische bedrijven

Artikel 1.1 Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

Op verzoek van gemeenten is nagedacht over een regeling die hen helpt bij de verplichte aanpassing van het omgevingsplan voor locaties die deelnemen aan een agrarische beëindigingsregeling. Gemeenten kunnen in twee rondes locaties aandragen die Gedeputeerde Staten dan met een kaartwijzigingsprocedure in de Omgevingsverordening verwerken. Voor die locaties wordt het, op grond van artikel 1.1 eerste lid, verboden om landbouwhuisdieren te houden. Op deze manier kunnen gemeenten middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit meewerken aan een hergebruiksfunctie op de deelnemende locatie. Via de voorbeschermingsregels is immers geborgd dat op de locatie geen landbouwhuisdieren meer gehouden kunnen worden. Hierdoor is een wijziging van het omgevingsplan niet direct nodig. Veel gemeenten staan binnen een veehouderijfunctie ook een (ondergeschikte) akkerbouwfunctie toe. Voor de akkerbouwtak zijn dan vaak rechtstreekse bouwmogelijkheden toegestaan. Om te voorkomen dat op een bouwperceel groter dan 1,5 hectare bebouwing voor de akkerbouwtak wordt gerealiseerd, zonder dat hiervoor een afweging over de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan heeft plaatsgevonden, is het tweede lid opgenomen. Dit verbod geldt totdat met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit een ruimtelijke afweging is gemaakt voor de aanvaardbaarheid van de akkerbouwfunctie, dan wel een andere passende hergebruiksfunctie.

Bijlage F Regels voor de gemeente Hilvarenbeek

Voorbeschermingsregels landelijke beëindigingsregelingen veehouderijen Noord-Brabant

Voorrangsbepaling

  • 1.

    In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Hilvarenbeek, bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.

Hoofdstuk 1 Beëindigingsregelingen agrarische bedrijven

Artikel 1.1 Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

  • 1.

    Binnen de locatie Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf is het verboden om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van het houden van landbouwhuisdieren.

  • 2.

    In aanvulling op het eerste lid is het verboden op een bouwperceel van 1,5 hectare of groter een bouwactiviteit te verrichten, zonder dat een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is verleend voor een passende hergebruiksfunctie.

Bijlage I Overzicht informatieobjecten

Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_a69420ecac5a42a3b576b84155b30382/nld@2026‑03‑04;1

Artikelsgewijze Toelichting

Hoofdstuk 1 Beëindigingsregelingen agrarische bedrijven

Artikel 1.1 Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

Op verzoek van gemeenten is nagedacht over een regeling die hen helpt bij de verplichte aanpassing van het omgevingsplan voor locaties die deelnemen aan een agrarische beëindigingsregeling. Gemeenten kunnen in twee rondes locaties aandragen die Gedeputeerde Staten dan met een kaartwijzigingsprocedure in de Omgevingsverordening verwerken. Voor die locaties wordt het, op grond van artikel 1.1 eerste lid, verboden om landbouwhuisdieren te houden. Op deze manier kunnen gemeenten middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit meewerken aan een hergebruiksfunctie op de deelnemende locatie. Via de voorbeschermingsregels is immers geborgd dat op de locatie geen landbouwhuisdieren meer gehouden kunnen worden. Hierdoor is een wijziging van het omgevingsplan niet direct nodig. Veel gemeenten staan binnen een veehouderijfunctie ook een (ondergeschikte) akkerbouwfunctie toe. Voor de akkerbouwtak zijn dan vaak rechtstreekse bouwmogelijkheden toegestaan. Om te voorkomen dat op een bouwperceel groter dan 1,5 hectare bebouwing voor de akkerbouwtak wordt gerealiseerd, zonder dat hiervoor een afweging over de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan heeft plaatsgevonden, is het tweede lid opgenomen. Dit verbod geldt totdat met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit een ruimtelijke afweging is gemaakt voor de aanvaardbaarheid van de akkerbouwfunctie, dan wel een andere passende hergebruiksfunctie.

Bijlage G Regels voor de gemeente Land van Cuijk

Voorbeschermingsregels landelijke beëindigingsregelingen veehouderijen Noord-Brabant

Voorrangsbepaling

  • 1.

    In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Land van Cuijk, bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.

Hoofdstuk 1 Beëindigingsregelingen agrarische bedrijven

Artikel 1.1 Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

  • 1.

    Binnen de locatie Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf is het verboden om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van het houden van landbouwhuisdieren.

  • 2.

    In aanvulling op het eerste lid is het verboden op een bouwperceel van 1,5 hectare of groter een bouwactiviteit te verrichten, zonder dat een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is verleend voor een passende hergebruiksfunctie.

Bijlage I Overzicht informatieobjecten

Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_4bb36088dec6426bae9a3c1f3b5dcb07/nld@2026‑03‑04;1

Artikelsgewijze Toelichting

Hoofdstuk 1 Beëindigingsregelingen agrarische bedrijven

Artikel 1.1 Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

Op verzoek van gemeenten is nagedacht over een regeling die hen helpt bij de verplichte aanpassing van het omgevingsplan voor locaties die deelnemen aan een agrarische beëindigingsregeling. Gemeenten kunnen in twee rondes locaties aandragen die Gedeputeerde Staten dan met een kaartwijzigingsprocedure in de Omgevingsverordening verwerken. Voor die locaties wordt het, op grond van artikel 1.1 eerste lid, verboden om landbouwhuisdieren te houden. Op deze manier kunnen gemeenten middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit meewerken aan een hergebruiksfunctie op de deelnemende locatie. Via de voorbeschermingsregels is immers geborgd dat op de locatie geen landbouwhuisdieren meer gehouden kunnen worden. Hierdoor is een wijziging van het omgevingsplan niet direct nodig. Veel gemeenten staan binnen een veehouderijfunctie ook een (ondergeschikte) akkerbouwfunctie toe. Voor de akkerbouwtak zijn dan vaak rechtstreekse bouwmogelijkheden toegestaan. Om te voorkomen dat op een bouwperceel groter dan 1,5 hectare bebouwing voor de akkerbouwtak wordt gerealiseerd, zonder dat hiervoor een afweging over de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan heeft plaatsgevonden, is het tweede lid opgenomen. Dit verbod geldt totdat met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit een ruimtelijke afweging is gemaakt voor de aanvaardbaarheid van de akkerbouwfunctie, dan wel een andere passende hergebruiksfunctie.

Bijlage H Regels voor de gemeente Oisterwijk

Voorbeschermingsregels landelijke beëindigingsregelingen veehouderijen Noord-Brabant

Voorrangsbepaling

  • 1.

    In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Oisterwijk, bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.

Hoofdstuk 1 Beëindigingsregelingen agrarische bedrijven

Artikel 1.1 Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

  • 1.

    Binnen de locatie Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf is het verboden om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van het houden van landbouwhuisdieren.

  • 2.

    In aanvulling op het eerste lid is het verboden op een bouwperceel van 1,5 hectare of groter een bouwactiviteit te verrichten, zonder dat een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is verleend voor een passende hergebruiksfunctie.

Bijlage I Overzicht informatieobjecten

Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_b470f7ce5d76492aa099bdf751571313/nld@2026‑03‑04;1

Artikelsgewijze Toelichting

Hoofdstuk 1 Beëindigingsregelingen agrarische bedrijven

Artikel 1.1 Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

Op verzoek van gemeenten is nagedacht over een regeling die hen helpt bij de verplichte aanpassing van het omgevingsplan voor locaties die deelnemen aan een agrarische beëindigingsregeling. Gemeenten kunnen in twee rondes locaties aandragen die Gedeputeerde Staten dan met een kaartwijzigingsprocedure in de Omgevingsverordening verwerken. Voor die locaties wordt het, op grond van artikel 1.1 eerste lid, verboden om landbouwhuisdieren te houden. Op deze manier kunnen gemeenten middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit meewerken aan een hergebruiksfunctie op de deelnemende locatie. Via de voorbeschermingsregels is immers geborgd dat op de locatie geen landbouwhuisdieren meer gehouden kunnen worden. Hierdoor is een wijziging van het omgevingsplan niet direct nodig. Veel gemeenten staan binnen een veehouderijfunctie ook een (ondergeschikte) akkerbouwfunctie toe. Voor de akkerbouwtak zijn dan vaak rechtstreekse bouwmogelijkheden toegestaan. Om te voorkomen dat op een bouwperceel groter dan 1,5 hectare bebouwing voor de akkerbouwtak wordt gerealiseerd, zonder dat hiervoor een afweging over de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan heeft plaatsgevonden, is het tweede lid opgenomen. Dit verbod geldt totdat met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit een ruimtelijke afweging is gemaakt voor de aanvaardbaarheid van de akkerbouwfunctie, dan wel een andere passende hergebruiksfunctie.

Bijlage I Regels voor de gemeente Oosterhout

Voorbeschermingsregels landelijke beëindigingsregelingen veehouderijen Noord-Brabant

Voorrangsbepaling

  • 1.

    In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Oosterhout, bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.

Hoofdstuk 1 Beëindigingsregelingen agrarische bedrijven

Artikel 1.1 Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

  • 1.

    Binnen de locatie Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf is het verboden om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van het houden van landbouwhuisdieren.

  • 2.

    In aanvulling op het eerste lid is het verboden op een bouwperceel van 1,5 hectare of groter een bouwactiviteit te verrichten, zonder dat een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is verleend voor een passende hergebruiksfunctie.

Bijlage I Overzicht informatieobjecten

Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_53cbeb05cbc84315928ab198a06360f2/nld@2026‑03‑04;1

Artikelsgewijze Toelichting

Hoofdstuk 1 Beëindigingsregelingen agrarische bedrijven

Artikel 1.1 Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

Op verzoek van gemeenten is nagedacht over een regeling die hen helpt bij de verplichte aanpassing van het omgevingsplan voor locaties die deelnemen aan een agrarische beëindigingsregeling. Gemeenten kunnen in twee rondes locaties aandragen die Gedeputeerde Staten dan met een kaartwijzigingsprocedure in de Omgevingsverordening verwerken. Voor die locaties wordt het, op grond van artikel 1.1 eerste lid, verboden om landbouwhuisdieren te houden. Op deze manier kunnen gemeenten middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit meewerken aan een hergebruiksfunctie op de deelnemende locatie. Via de voorbeschermingsregels is immers geborgd dat op de locatie geen landbouwhuisdieren meer gehouden kunnen worden. Hierdoor is een wijziging van het omgevingsplan niet direct nodig. Veel gemeenten staan binnen een veehouderijfunctie ook een (ondergeschikte) akkerbouwfunctie toe. Voor de akkerbouwtak zijn dan vaak rechtstreekse bouwmogelijkheden toegestaan. Om te voorkomen dat op een bouwperceel groter dan 1,5 hectare bebouwing voor de akkerbouwtak wordt gerealiseerd, zonder dat hiervoor een afweging over de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan heeft plaatsgevonden, is het tweede lid opgenomen. Dit verbod geldt totdat met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit een ruimtelijke afweging is gemaakt voor de aanvaardbaarheid van de akkerbouwfunctie, dan wel een andere passende hergebruiksfunctie.

Bijlage J Regels voor de gemeente Sint-Michielsgestel

Voorbeschermingsregels landelijke beëindigingsregelingen veehouderijen Noord-Brabant

Voorrangsbepaling

  • 1.

    In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Sint-Michielsgestel, bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.

Hoofdstuk 1 Beëindigingsregelingen agrarische bedrijven

Artikel 1.1 Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

  • 1.

    Binnen de locatie Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf is het verboden om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van het houden van landbouwhuisdieren.

  • 2.

    In aanvulling op het eerste lid is het verboden op een bouwperceel van 1,5 hectare of groter een bouwactiviteit te verrichten, zonder dat een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is verleend voor een passende hergebruiksfunctie.

Bijlage I Overzicht informatieobjecten

Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_e5e69732e0fc44f6b9e6a58f371f32e4/nld@2026‑03‑04;1

Artikelsgewijze Toelichting

Hoofdstuk 1 Beëindigingsregelingen agrarische bedrijven

Artikel 1.1 Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

Op verzoek van gemeenten is nagedacht over een regeling die hen helpt bij de verplichte aanpassing van het omgevingsplan voor locaties die deelnemen aan een agrarische beëindigingsregeling. Gemeenten kunnen in twee rondes locaties aandragen die Gedeputeerde Staten dan met een kaartwijzigingsprocedure in de Omgevingsverordening verwerken. Voor die locaties wordt het, op grond van artikel 1.1 eerste lid, verboden om landbouwhuisdieren te houden. Op deze manier kunnen gemeenten middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit meewerken aan een hergebruiksfunctie op de deelnemende locatie. Via de voorbeschermingsregels is immers geborgd dat op de locatie geen landbouwhuisdieren meer gehouden kunnen worden. Hierdoor is een wijziging van het omgevingsplan niet direct nodig. Veel gemeenten staan binnen een veehouderijfunctie ook een (ondergeschikte) akkerbouwfunctie toe. Voor de akkerbouwtak zijn dan vaak rechtstreekse bouwmogelijkheden toegestaan. Om te voorkomen dat op een bouwperceel groter dan 1,5 hectare bebouwing voor de akkerbouwtak wordt gerealiseerd, zonder dat hiervoor een afweging over de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan heeft plaatsgevonden, is het tweede lid opgenomen. Dit verbod geldt totdat met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit een ruimtelijke afweging is gemaakt voor de aanvaardbaarheid van de akkerbouwfunctie, dan wel een andere passende hergebruiksfunctie.

Bijlage K Regels voor de gemeente Tilburg

Voorbeschermingsregels landelijke beëindigingsregelingen veehouderijen Noord-Brabant

Voorrangsbepaling

  • 1.

    In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Tilburg, bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.

Hoofdstuk 1 Beëindigingsregelingen agrarische bedrijven

Artikel 1.1 Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

  • 1.

    Binnen de locatie Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf is het verboden om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van het houden van landbouwhuisdieren.

  • 2.

    In aanvulling op het eerste lid is het verboden op een bouwperceel van 1,5 hectare of groter een bouwactiviteit te verrichten, zonder dat een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is verleend voor een passende hergebruiksfunctie.

Bijlage I Overzicht informatieobjecten

Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_909434369c454b409ac80e501f2fedad/nld@2026‑03‑04;1

Artikelsgewijze Toelichting

Hoofdstuk 1 Beëindigingsregelingen agrarische bedrijven

Artikel 1.1 Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

Op verzoek van gemeenten is nagedacht over een regeling die hen helpt bij de verplichte aanpassing van het omgevingsplan voor locaties die deelnemen aan een agrarische beëindigingsregeling. Gemeenten kunnen in twee rondes locaties aandragen die Gedeputeerde Staten dan met een kaartwijzigingsprocedure in de Omgevingsverordening verwerken. Voor die locaties wordt het, op grond van artikel 1.1 eerste lid, verboden om landbouwhuisdieren te houden. Op deze manier kunnen gemeenten middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit meewerken aan een hergebruiksfunctie op de deelnemende locatie. Via de voorbeschermingsregels is immers geborgd dat op de locatie geen landbouwhuisdieren meer gehouden kunnen worden. Hierdoor is een wijziging van het omgevingsplan niet direct nodig. Veel gemeenten staan binnen een veehouderijfunctie ook een (ondergeschikte) akkerbouwfunctie toe. Voor de akkerbouwtak zijn dan vaak rechtstreekse bouwmogelijkheden toegestaan. Om te voorkomen dat op een bouwperceel groter dan 1,5 hectare bebouwing voor de akkerbouwtak wordt gerealiseerd, zonder dat hiervoor een afweging over de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan heeft plaatsgevonden, is het tweede lid opgenomen. Dit verbod geldt totdat met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit een ruimtelijke afweging is gemaakt voor de aanvaardbaarheid van de akkerbouwfunctie, dan wel een andere passende hergebruiksfunctie.

Bijlage L Regels voor de gemeente Woensdrecht

Voorbeschermingsregels landelijke beëindigingsregelingen veehouderijen Noord-Brabant

Voorrangsbepaling

  • 1.

    In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Woensdrecht, bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.

Hoofdstuk 1 Beëindigingsregelingen agrarische bedrijven

Artikel 1.1 Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

  • 1.

    Binnen de locatie Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf is het verboden om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van het houden van landbouwhuisdieren.

  • 2.

    In aanvulling op het eerste lid is het verboden op een bouwperceel van 1,5 hectare of groter een bouwactiviteit te verrichten, zonder dat een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is verleend voor een passende hergebruiksfunctie.

Bijlage I Overzicht informatieobjecten

Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_b6e6e84dd45649b4bdeb62c374b5bb9b/nld@2026‑03‑04;1

Artikelsgewijze Toelichting

Hoofdstuk 1 Beëindigingsregelingen agrarische bedrijven

Artikel 1.1 Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

Op verzoek van gemeenten is nagedacht over een regeling die hen helpt bij de verplichte aanpassing van het omgevingsplan voor locaties die deelnemen aan een agrarische beëindigingsregeling. Gemeenten kunnen in twee rondes locaties aandragen die Gedeputeerde Staten dan met een kaartwijzigingsprocedure in de Omgevingsverordening verwerken. Voor die locaties wordt het, op grond van artikel 1.1 eerste lid, verboden om landbouwhuisdieren te houden. Op deze manier kunnen gemeenten middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit meewerken aan een hergebruiksfunctie op de deelnemende locatie. Via de voorbeschermingsregels is immers geborgd dat op de locatie geen landbouwhuisdieren meer gehouden kunnen worden. Hierdoor is een wijziging van het omgevingsplan niet direct nodig. Veel gemeenten staan binnen een veehouderijfunctie ook een (ondergeschikte) akkerbouwfunctie toe. Voor de akkerbouwtak zijn dan vaak rechtstreekse bouwmogelijkheden toegestaan. Om te voorkomen dat op een bouwperceel groter dan 1,5 hectare bebouwing voor de akkerbouwtak wordt gerealiseerd, zonder dat hiervoor een afweging over de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan heeft plaatsgevonden, is het tweede lid opgenomen. Dit verbod geldt totdat met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit een ruimtelijke afweging is gemaakt voor de aanvaardbaarheid van de akkerbouwfunctie, dan wel een andere passende hergebruiksfunctie.

Motivering

Op verzoek van gemeenten is nagedacht over een regeling die hen helpt bij de verplichte aanpassing van het omgevingsplan voor locaties die deelnemen aan een agrarische beëindigingsregeling. Hierbij is een getrapt systeem uitgedacht waarbij in artikel 5.76, tweede lid, van de Omgevingsverordening de betreffende beëindigingsregelingen zijn opgenomen. Gemeenten kunnen in twee rondes locaties aandragen die Gedeputeerde Staten dan met een kaartwijzigingsprocedure in de Omgevingsverordening verwerken. Voorafgaand aan de vaststelling van de Omgevingsverordening moet een voorbereidingsbesluit genomen worden. Met dit besluit worden er (tijdelijk) regels opgenomen in het omgevingsplan van gemeenten die borgen dat op die locaties geen landbouwhuisdieren meer gehouden mogen worden. Op deze manier kunnen gemeenten middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit meewerken aan een hergebruiksfunctie op de deelnemende locatie, omdat via de voorbeschermingsregels geborgd is dat op de locatie geen landbouwhuisdierenmeer gehouden kunnen worden.

Naar boven