Provinciaal blad van Noord-Brabant
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Noord-Brabant | Provinciaal blad 2026, 3771 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Noord-Brabant | Provinciaal blad 2026, 3771 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;
Gelet op artikel 4.16 van de Omgevingswet, de Provinciewet en de Algemene wet bestuursrecht, alsmede de op voorgaande wetten gebaseerde uitvoeringsregelgeving;
Overwegende dat:
voor locaties die deelnemen aan een agrarische beëindigingsregeling het omgevingsplan moet worden aangepast zodat geen veehouderij meer kan worden geëxploiteerd;
het aanpassen van het omgevingsplan op dit moment voor veel gemeenten nog problematisch is;
daarom een systeem is bedacht waarbij gemeenten locaties die deelnemen aan een agrarische beëindigingsregeling kunnen aandragen, waarna die locaties in een voorbereidingsbesluit en de Omgevingsverordening worden opgenomen;
voor deze locaties het houden van landbouwhuisdieren verboden wordt;
op 9 december 2025 het ontwerp wijzigingsbesluit ‘Omgevingsverordening Noord-Brabant, kaartaanpassingen 2026-1' is vastgesteld, met daarin de (ontwerp)locaties;
bij de toekomstige vaststelling en inwerkingtreding van deze wijziging de locaties onderdeel gaan uitmaken van de Omgevingsverordening;
besluiten:
het tijdelijk regelingdeel met daarin de voorbeschermingsregels, zoals opgenomen in 'bijlage A', vast te stellen;
het tijdelijk regelingdeel met daarin de voorbeschermingsregels, zoals opgenomen in 'bijlage B', vast te stellen;
het tijdelijk regelingdeel met daarin de voorbeschermingsregels, zoals opgenomen in 'bijlage C', vast te stellen;
het tijdelijk regelingdeel met daarin de voorbeschermingsregels, zoals opgenomen in 'bijlage D', vast te stellen;
het tijdelijk regelingdeel met daarin de voorbeschermingsregels, zoals opgenomen in 'bijlage E', vast te stellen;
het tijdelijk regelingdeel met daarin de voorbeschermingsregels, zoals opgenomen in 'bijlage F', vast te stellen;
het tijdelijk regelingdeel met daarin de voorbeschermingsregels, zoals opgenomen in 'bijlage G', vast te stellen;
het tijdelijk regelingdeel met daarin de voorbeschermingsregels, zoals opgenomen in 'bijlage H', vast te stellen;
het tijdelijk regelingdeel met daarin de voorbeschermingsregels, zoals opgenomen in 'bijlage I', vast te stellen;
het tijdelijk regelingdeel met daarin de voorbeschermingsregels, zoals opgenomen in 'bijlage J', vast te stellen;
het tijdelijk regelingdeel met daarin de voorbeschermingsregels, zoals opgenomen in 'bijlage K', vast te stellen;
het tijdelijk regelingdeel met daarin de voorbeschermingsregels, zoals opgenomen in 'bijlage L', vast te stellen;
dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop dit provinciaal blad is uitgegeven.
Binnen de locatie Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf is het verboden om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van het houden van landbouwhuisdieren.
In aanvulling op het eerste lid is het verboden op een bouwperceel van 1,5 hectare of groter een bouwactiviteit te verrichten, zonder dat een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is verleend voor een passende hergebruiksfunctie.
/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_6123ac7f8729435485fe23c210e2bb69/nld@2026‑03‑04;1
Op verzoek van gemeenten is nagedacht over een regeling die hen helpt bij de verplichte aanpassing van het omgevingsplan voor locaties die deelnemen aan een agrarische beëindigingsregeling. Gemeenten kunnen in twee rondes locaties aandragen die Gedeputeerde Staten dan met een kaartwijzigingsprocedure in de Omgevingsverordening verwerken. Voor die locaties wordt het, op grond van artikel 1.1 eerste lid, verboden om landbouwhuisdieren te houden. Op deze manier kunnen gemeenten middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit meewerken aan een hergebruiksfunctie op de deelnemende locatie. Via de voorbeschermingsregels is immers geborgd dat op de locatie geen landbouwhuisdieren meer gehouden kunnen worden. Hierdoor is een wijziging van het omgevingsplan niet direct nodig. Veel gemeenten staan binnen een veehouderijfunctie ook een (ondergeschikte) akkerbouwfunctie toe. Voor de akkerbouwtak zijn dan vaak rechtstreekse bouwmogelijkheden toegestaan. Om te voorkomen dat op een bouwperceel groter dan 1,5 hectare bebouwing voor de akkerbouwtak wordt gerealiseerd, zonder dat hiervoor een afweging over de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan heeft plaatsgevonden, is het tweede lid opgenomen. Dit verbod geldt totdat met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit een ruimtelijke afweging is gemaakt voor de aanvaardbaarheid van de akkerbouwfunctie, dan wel een andere passende hergebruiksfunctie.
Binnen de locatie Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf is het verboden om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van het houden van landbouwhuisdieren.
In aanvulling op het eerste lid is het verboden op een bouwperceel van 1,5 hectare of groter een bouwactiviteit te verrichten, zonder dat een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is verleend voor een passende hergebruiksfunctie.
/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_3ff68d5c65bd4a91b3cfbb2efbfcf4eb/nld@2026‑03‑04;1
Op verzoek van gemeenten is nagedacht over een regeling die hen helpt bij de verplichte aanpassing van het omgevingsplan voor locaties die deelnemen aan een agrarische beëindigingsregeling. Gemeenten kunnen in twee rondes locaties aandragen die Gedeputeerde Staten dan met een kaartwijzigingsprocedure in de Omgevingsverordening verwerken. Voor die locaties wordt het, op grond van artikel 1.1 eerste lid, verboden om landbouwhuisdieren te houden. Op deze manier kunnen gemeenten middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit meewerken aan een hergebruiksfunctie op de deelnemende locatie. Via de voorbeschermingsregels is immers geborgd dat op de locatie geen landbouwhuisdieren meer gehouden kunnen worden. Hierdoor is een wijziging van het omgevingsplan niet direct nodig. Veel gemeenten staan binnen een veehouderijfunctie ook een (ondergeschikte) akkerbouwfunctie toe. Voor de akkerbouwtak zijn dan vaak rechtstreekse bouwmogelijkheden toegestaan. Om te voorkomen dat op een bouwperceel groter dan 1,5 hectare bebouwing voor de akkerbouwtak wordt gerealiseerd, zonder dat hiervoor een afweging over de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan heeft plaatsgevonden, is het tweede lid opgenomen. Dit verbod geldt totdat met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit een ruimtelijke afweging is gemaakt voor de aanvaardbaarheid van de akkerbouwfunctie, dan wel een andere passende hergebruiksfunctie.
Binnen de locatie Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf is het verboden om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van het houden van landbouwhuisdieren.
In aanvulling op het eerste lid is het verboden op een bouwperceel van 1,5 hectare of groter een bouwactiviteit te verrichten, zonder dat een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is verleend voor een passende hergebruiksfunctie.
/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_5733ac36041e46f4a13f931affbb4517/nld@2026‑03‑04;1
Op verzoek van gemeenten is nagedacht over een regeling die hen helpt bij de verplichte aanpassing van het omgevingsplan voor locaties die deelnemen aan een agrarische beëindigingsregeling. Gemeenten kunnen in twee rondes locaties aandragen die Gedeputeerde Staten dan met een kaartwijzigingsprocedure in de Omgevingsverordening verwerken. Voor die locaties wordt het, op grond van artikel 1.1 eerste lid, verboden om landbouwhuisdieren te houden. Op deze manier kunnen gemeenten middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit meewerken aan een hergebruiksfunctie op de deelnemende locatie. Via de voorbeschermingsregels is immers geborgd dat op de locatie geen landbouwhuisdieren meer gehouden kunnen worden. Hierdoor is een wijziging van het omgevingsplan niet direct nodig. Veel gemeenten staan binnen een veehouderijfunctie ook een (ondergeschikte) akkerbouwfunctie toe. Voor de akkerbouwtak zijn dan vaak rechtstreekse bouwmogelijkheden toegestaan. Om te voorkomen dat op een bouwperceel groter dan 1,5 hectare bebouwing voor de akkerbouwtak wordt gerealiseerd, zonder dat hiervoor een afweging over de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan heeft plaatsgevonden, is het tweede lid opgenomen. Dit verbod geldt totdat met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit een ruimtelijke afweging is gemaakt voor de aanvaardbaarheid van de akkerbouwfunctie, dan wel een andere passende hergebruiksfunctie.
Binnen de locatie Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf is het verboden om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van het houden van landbouwhuisdieren.
In aanvulling op het eerste lid is het verboden op een bouwperceel van 1,5 hectare of groter een bouwactiviteit te verrichten, zonder dat een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is verleend voor een passende hergebruiksfunctie.
/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_c476b3c95a6f48c4be69759b688f803c/nld@2026‑03‑04;1
Op verzoek van gemeenten is nagedacht over een regeling die hen helpt bij de verplichte aanpassing van het omgevingsplan voor locaties die deelnemen aan een agrarische beëindigingsregeling. Gemeenten kunnen in twee rondes locaties aandragen die Gedeputeerde Staten dan met een kaartwijzigingsprocedure in de Omgevingsverordening verwerken. Voor die locaties wordt het, op grond van artikel 1.1 eerste lid, verboden om landbouwhuisdieren te houden. Op deze manier kunnen gemeenten middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit meewerken aan een hergebruiksfunctie op de deelnemende locatie. Via de voorbeschermingsregels is immers geborgd dat op de locatie geen landbouwhuisdieren meer gehouden kunnen worden. Hierdoor is een wijziging van het omgevingsplan niet direct nodig. Veel gemeenten staan binnen een veehouderijfunctie ook een (ondergeschikte) akkerbouwfunctie toe. Voor de akkerbouwtak zijn dan vaak rechtstreekse bouwmogelijkheden toegestaan. Om te voorkomen dat op een bouwperceel groter dan 1,5 hectare bebouwing voor de akkerbouwtak wordt gerealiseerd, zonder dat hiervoor een afweging over de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan heeft plaatsgevonden, is het tweede lid opgenomen. Dit verbod geldt totdat met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit een ruimtelijke afweging is gemaakt voor de aanvaardbaarheid van de akkerbouwfunctie, dan wel een andere passende hergebruiksfunctie.
Binnen de locatie Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf is het verboden om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van het houden van landbouwhuisdieren.
In aanvulling op het eerste lid is het verboden op een bouwperceel van 1,5 hectare of groter een bouwactiviteit te verrichten, zonder dat een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is verleend voor een passende hergebruiksfunctie.
/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_3682c434b0144eec88fb1f75c1bcdda7/nld@2026‑03‑04;1
Op verzoek van gemeenten is nagedacht over een regeling die hen helpt bij de verplichte aanpassing van het omgevingsplan voor locaties die deelnemen aan een agrarische beëindigingsregeling. Gemeenten kunnen in twee rondes locaties aandragen die Gedeputeerde Staten dan met een kaartwijzigingsprocedure in de Omgevingsverordening verwerken. Voor die locaties wordt het, op grond van artikel 1.1 eerste lid, verboden om landbouwhuisdieren te houden. Op deze manier kunnen gemeenten middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit meewerken aan een hergebruiksfunctie op de deelnemende locatie. Via de voorbeschermingsregels is immers geborgd dat op de locatie geen landbouwhuisdieren meer gehouden kunnen worden. Hierdoor is een wijziging van het omgevingsplan niet direct nodig. Veel gemeenten staan binnen een veehouderijfunctie ook een (ondergeschikte) akkerbouwfunctie toe. Voor de akkerbouwtak zijn dan vaak rechtstreekse bouwmogelijkheden toegestaan. Om te voorkomen dat op een bouwperceel groter dan 1,5 hectare bebouwing voor de akkerbouwtak wordt gerealiseerd, zonder dat hiervoor een afweging over de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan heeft plaatsgevonden, is het tweede lid opgenomen. Dit verbod geldt totdat met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit een ruimtelijke afweging is gemaakt voor de aanvaardbaarheid van de akkerbouwfunctie, dan wel een andere passende hergebruiksfunctie.
Binnen de locatie Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf is het verboden om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van het houden van landbouwhuisdieren.
In aanvulling op het eerste lid is het verboden op een bouwperceel van 1,5 hectare of groter een bouwactiviteit te verrichten, zonder dat een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is verleend voor een passende hergebruiksfunctie.
/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_a69420ecac5a42a3b576b84155b30382/nld@2026‑03‑04;1
Op verzoek van gemeenten is nagedacht over een regeling die hen helpt bij de verplichte aanpassing van het omgevingsplan voor locaties die deelnemen aan een agrarische beëindigingsregeling. Gemeenten kunnen in twee rondes locaties aandragen die Gedeputeerde Staten dan met een kaartwijzigingsprocedure in de Omgevingsverordening verwerken. Voor die locaties wordt het, op grond van artikel 1.1 eerste lid, verboden om landbouwhuisdieren te houden. Op deze manier kunnen gemeenten middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit meewerken aan een hergebruiksfunctie op de deelnemende locatie. Via de voorbeschermingsregels is immers geborgd dat op de locatie geen landbouwhuisdieren meer gehouden kunnen worden. Hierdoor is een wijziging van het omgevingsplan niet direct nodig. Veel gemeenten staan binnen een veehouderijfunctie ook een (ondergeschikte) akkerbouwfunctie toe. Voor de akkerbouwtak zijn dan vaak rechtstreekse bouwmogelijkheden toegestaan. Om te voorkomen dat op een bouwperceel groter dan 1,5 hectare bebouwing voor de akkerbouwtak wordt gerealiseerd, zonder dat hiervoor een afweging over de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan heeft plaatsgevonden, is het tweede lid opgenomen. Dit verbod geldt totdat met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit een ruimtelijke afweging is gemaakt voor de aanvaardbaarheid van de akkerbouwfunctie, dan wel een andere passende hergebruiksfunctie.
Binnen de locatie Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf is het verboden om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van het houden van landbouwhuisdieren.
In aanvulling op het eerste lid is het verboden op een bouwperceel van 1,5 hectare of groter een bouwactiviteit te verrichten, zonder dat een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is verleend voor een passende hergebruiksfunctie.
/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_4bb36088dec6426bae9a3c1f3b5dcb07/nld@2026‑03‑04;1
Op verzoek van gemeenten is nagedacht over een regeling die hen helpt bij de verplichte aanpassing van het omgevingsplan voor locaties die deelnemen aan een agrarische beëindigingsregeling. Gemeenten kunnen in twee rondes locaties aandragen die Gedeputeerde Staten dan met een kaartwijzigingsprocedure in de Omgevingsverordening verwerken. Voor die locaties wordt het, op grond van artikel 1.1 eerste lid, verboden om landbouwhuisdieren te houden. Op deze manier kunnen gemeenten middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit meewerken aan een hergebruiksfunctie op de deelnemende locatie. Via de voorbeschermingsregels is immers geborgd dat op de locatie geen landbouwhuisdieren meer gehouden kunnen worden. Hierdoor is een wijziging van het omgevingsplan niet direct nodig. Veel gemeenten staan binnen een veehouderijfunctie ook een (ondergeschikte) akkerbouwfunctie toe. Voor de akkerbouwtak zijn dan vaak rechtstreekse bouwmogelijkheden toegestaan. Om te voorkomen dat op een bouwperceel groter dan 1,5 hectare bebouwing voor de akkerbouwtak wordt gerealiseerd, zonder dat hiervoor een afweging over de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan heeft plaatsgevonden, is het tweede lid opgenomen. Dit verbod geldt totdat met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit een ruimtelijke afweging is gemaakt voor de aanvaardbaarheid van de akkerbouwfunctie, dan wel een andere passende hergebruiksfunctie.
Binnen de locatie Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf is het verboden om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van het houden van landbouwhuisdieren.
In aanvulling op het eerste lid is het verboden op een bouwperceel van 1,5 hectare of groter een bouwactiviteit te verrichten, zonder dat een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is verleend voor een passende hergebruiksfunctie.
/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_b470f7ce5d76492aa099bdf751571313/nld@2026‑03‑04;1
Op verzoek van gemeenten is nagedacht over een regeling die hen helpt bij de verplichte aanpassing van het omgevingsplan voor locaties die deelnemen aan een agrarische beëindigingsregeling. Gemeenten kunnen in twee rondes locaties aandragen die Gedeputeerde Staten dan met een kaartwijzigingsprocedure in de Omgevingsverordening verwerken. Voor die locaties wordt het, op grond van artikel 1.1 eerste lid, verboden om landbouwhuisdieren te houden. Op deze manier kunnen gemeenten middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit meewerken aan een hergebruiksfunctie op de deelnemende locatie. Via de voorbeschermingsregels is immers geborgd dat op de locatie geen landbouwhuisdieren meer gehouden kunnen worden. Hierdoor is een wijziging van het omgevingsplan niet direct nodig. Veel gemeenten staan binnen een veehouderijfunctie ook een (ondergeschikte) akkerbouwfunctie toe. Voor de akkerbouwtak zijn dan vaak rechtstreekse bouwmogelijkheden toegestaan. Om te voorkomen dat op een bouwperceel groter dan 1,5 hectare bebouwing voor de akkerbouwtak wordt gerealiseerd, zonder dat hiervoor een afweging over de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan heeft plaatsgevonden, is het tweede lid opgenomen. Dit verbod geldt totdat met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit een ruimtelijke afweging is gemaakt voor de aanvaardbaarheid van de akkerbouwfunctie, dan wel een andere passende hergebruiksfunctie.
Binnen de locatie Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf is het verboden om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van het houden van landbouwhuisdieren.
In aanvulling op het eerste lid is het verboden op een bouwperceel van 1,5 hectare of groter een bouwactiviteit te verrichten, zonder dat een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is verleend voor een passende hergebruiksfunctie.
/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_53cbeb05cbc84315928ab198a06360f2/nld@2026‑03‑04;1
Op verzoek van gemeenten is nagedacht over een regeling die hen helpt bij de verplichte aanpassing van het omgevingsplan voor locaties die deelnemen aan een agrarische beëindigingsregeling. Gemeenten kunnen in twee rondes locaties aandragen die Gedeputeerde Staten dan met een kaartwijzigingsprocedure in de Omgevingsverordening verwerken. Voor die locaties wordt het, op grond van artikel 1.1 eerste lid, verboden om landbouwhuisdieren te houden. Op deze manier kunnen gemeenten middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit meewerken aan een hergebruiksfunctie op de deelnemende locatie. Via de voorbeschermingsregels is immers geborgd dat op de locatie geen landbouwhuisdieren meer gehouden kunnen worden. Hierdoor is een wijziging van het omgevingsplan niet direct nodig. Veel gemeenten staan binnen een veehouderijfunctie ook een (ondergeschikte) akkerbouwfunctie toe. Voor de akkerbouwtak zijn dan vaak rechtstreekse bouwmogelijkheden toegestaan. Om te voorkomen dat op een bouwperceel groter dan 1,5 hectare bebouwing voor de akkerbouwtak wordt gerealiseerd, zonder dat hiervoor een afweging over de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan heeft plaatsgevonden, is het tweede lid opgenomen. Dit verbod geldt totdat met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit een ruimtelijke afweging is gemaakt voor de aanvaardbaarheid van de akkerbouwfunctie, dan wel een andere passende hergebruiksfunctie.
Binnen de locatie Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf is het verboden om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van het houden van landbouwhuisdieren.
In aanvulling op het eerste lid is het verboden op een bouwperceel van 1,5 hectare of groter een bouwactiviteit te verrichten, zonder dat een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is verleend voor een passende hergebruiksfunctie.
/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_e5e69732e0fc44f6b9e6a58f371f32e4/nld@2026‑03‑04;1
Op verzoek van gemeenten is nagedacht over een regeling die hen helpt bij de verplichte aanpassing van het omgevingsplan voor locaties die deelnemen aan een agrarische beëindigingsregeling. Gemeenten kunnen in twee rondes locaties aandragen die Gedeputeerde Staten dan met een kaartwijzigingsprocedure in de Omgevingsverordening verwerken. Voor die locaties wordt het, op grond van artikel 1.1 eerste lid, verboden om landbouwhuisdieren te houden. Op deze manier kunnen gemeenten middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit meewerken aan een hergebruiksfunctie op de deelnemende locatie. Via de voorbeschermingsregels is immers geborgd dat op de locatie geen landbouwhuisdieren meer gehouden kunnen worden. Hierdoor is een wijziging van het omgevingsplan niet direct nodig. Veel gemeenten staan binnen een veehouderijfunctie ook een (ondergeschikte) akkerbouwfunctie toe. Voor de akkerbouwtak zijn dan vaak rechtstreekse bouwmogelijkheden toegestaan. Om te voorkomen dat op een bouwperceel groter dan 1,5 hectare bebouwing voor de akkerbouwtak wordt gerealiseerd, zonder dat hiervoor een afweging over de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan heeft plaatsgevonden, is het tweede lid opgenomen. Dit verbod geldt totdat met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit een ruimtelijke afweging is gemaakt voor de aanvaardbaarheid van de akkerbouwfunctie, dan wel een andere passende hergebruiksfunctie.
Binnen de locatie Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf is het verboden om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van het houden van landbouwhuisdieren.
In aanvulling op het eerste lid is het verboden op een bouwperceel van 1,5 hectare of groter een bouwactiviteit te verrichten, zonder dat een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is verleend voor een passende hergebruiksfunctie.
/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_909434369c454b409ac80e501f2fedad/nld@2026‑03‑04;1
Op verzoek van gemeenten is nagedacht over een regeling die hen helpt bij de verplichte aanpassing van het omgevingsplan voor locaties die deelnemen aan een agrarische beëindigingsregeling. Gemeenten kunnen in twee rondes locaties aandragen die Gedeputeerde Staten dan met een kaartwijzigingsprocedure in de Omgevingsverordening verwerken. Voor die locaties wordt het, op grond van artikel 1.1 eerste lid, verboden om landbouwhuisdieren te houden. Op deze manier kunnen gemeenten middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit meewerken aan een hergebruiksfunctie op de deelnemende locatie. Via de voorbeschermingsregels is immers geborgd dat op de locatie geen landbouwhuisdieren meer gehouden kunnen worden. Hierdoor is een wijziging van het omgevingsplan niet direct nodig. Veel gemeenten staan binnen een veehouderijfunctie ook een (ondergeschikte) akkerbouwfunctie toe. Voor de akkerbouwtak zijn dan vaak rechtstreekse bouwmogelijkheden toegestaan. Om te voorkomen dat op een bouwperceel groter dan 1,5 hectare bebouwing voor de akkerbouwtak wordt gerealiseerd, zonder dat hiervoor een afweging over de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan heeft plaatsgevonden, is het tweede lid opgenomen. Dit verbod geldt totdat met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit een ruimtelijke afweging is gemaakt voor de aanvaardbaarheid van de akkerbouwfunctie, dan wel een andere passende hergebruiksfunctie.
Binnen de locatie Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf is het verboden om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van het houden van landbouwhuisdieren.
In aanvulling op het eerste lid is het verboden op een bouwperceel van 1,5 hectare of groter een bouwactiviteit te verrichten, zonder dat een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is verleend voor een passende hergebruiksfunctie.
/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_b6e6e84dd45649b4bdeb62c374b5bb9b/nld@2026‑03‑04;1
Op verzoek van gemeenten is nagedacht over een regeling die hen helpt bij de verplichte aanpassing van het omgevingsplan voor locaties die deelnemen aan een agrarische beëindigingsregeling. Gemeenten kunnen in twee rondes locaties aandragen die Gedeputeerde Staten dan met een kaartwijzigingsprocedure in de Omgevingsverordening verwerken. Voor die locaties wordt het, op grond van artikel 1.1 eerste lid, verboden om landbouwhuisdieren te houden. Op deze manier kunnen gemeenten middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit meewerken aan een hergebruiksfunctie op de deelnemende locatie. Via de voorbeschermingsregels is immers geborgd dat op de locatie geen landbouwhuisdieren meer gehouden kunnen worden. Hierdoor is een wijziging van het omgevingsplan niet direct nodig. Veel gemeenten staan binnen een veehouderijfunctie ook een (ondergeschikte) akkerbouwfunctie toe. Voor de akkerbouwtak zijn dan vaak rechtstreekse bouwmogelijkheden toegestaan. Om te voorkomen dat op een bouwperceel groter dan 1,5 hectare bebouwing voor de akkerbouwtak wordt gerealiseerd, zonder dat hiervoor een afweging over de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan heeft plaatsgevonden, is het tweede lid opgenomen. Dit verbod geldt totdat met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit een ruimtelijke afweging is gemaakt voor de aanvaardbaarheid van de akkerbouwfunctie, dan wel een andere passende hergebruiksfunctie.
Op verzoek van gemeenten is nagedacht over een regeling die hen helpt bij de verplichte aanpassing van het omgevingsplan voor locaties die deelnemen aan een agrarische beëindigingsregeling. Hierbij is een getrapt systeem uitgedacht waarbij in artikel 5.76, tweede lid, van de Omgevingsverordening de betreffende beëindigingsregelingen zijn opgenomen. Gemeenten kunnen in twee rondes locaties aandragen die Gedeputeerde Staten dan met een kaartwijzigingsprocedure in de Omgevingsverordening verwerken. Voorafgaand aan de vaststelling van de Omgevingsverordening moet een voorbereidingsbesluit genomen worden. Met dit besluit worden er (tijdelijk) regels opgenomen in het omgevingsplan van gemeenten die borgen dat op die locaties geen landbouwhuisdieren meer gehouden mogen worden. Op deze manier kunnen gemeenten middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit meewerken aan een hergebruiksfunctie op de deelnemende locatie, omdat via de voorbeschermingsregels geborgd is dat op de locatie geen landbouwhuisdierenmeer gehouden kunnen worden.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-3771.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.