Provinciaal blad van Zuid-Holland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zuid-Holland | Provinciaal blad 2026, 3742 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zuid-Holland | Provinciaal blad 2026, 3742 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Besluit behandeling van bezwaarschriften, administratieve beroepschriften en klachten provincie Zuid-Holland 2026
Provinciale staten van Zuid-Holland;
Gedeputeerde staten van Zuid-Holland;
Gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland van 25 november 2025
Gelet op de artikelen 7:13, 7:19 en 9:14 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 82 en 168 van de Provinciewet;
Besluiten, ieder voor zover het de eigen bevoegdheden betreft, vast te stellen:
Besluit behandeling bezwaarschriften, administratieve beroepschriften en klachten provincie Zuid-Holland 2026
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
In dit besluit wordt verstaan onder:
HOOFDSTUK 2 DE COMMISSIE VAN ADVIES
Artikel 2.3 Herbenoeming en ontslag
Ten aanzien van personen, bedoeld in artikel 2.2, vijfde lid, wordt bij toepassing van het bepaalde in het eerste lid mede de zittingsduur in acht genomen, die zij als voorzitter of commissielid hebben gehad in benoemingen, die op grond van het Reglement behandeling bezwaarschriften Zuid-Holland 2014 hebben plaatsgevonden.
Voor andere bijeenkomsten dan bedoeld in het eerste en tweede lid, waarbij de aanwezigheid van de voorzitter of de commissieleden vanuit de provincie wordt gewenst, ontvangen de voorzitter en de commissieleden een vergoeding van 250% van het bedrag genoemd in artikel 2.4.1 van het Rechtspositiebesluit dpa.
HOOFDSTUK 3 DE KLACHTENFUNCTIONARIS
De personen die bij inwerkingtreding van dit besluit op grond van het Reglement behandeling klachten Zuid-Holland 2014 zijn benoemd tot klachtenfunctionaris of plaatsvervangende klachtenfunctionaris worden geacht te zijn benoemd tot klachtenfunctionaris of plaatsvervangende klachtenfunctionaris als bedoeld in dit besluit.
Artikel 3.3 Herbenoeming en ontslag
Ten aanzien van personen als bedoeld in artikel 3.2, vijfde lid, wordt bij toepassing van het bepaalde in het eerste lid mede de zittingsduur in acht genomen die zij als klachtenfunctionaris of plaatsvervangende klachtenfunctionaris hebben gehad in benoemingen, die op grond van het Reglement behandeling klachten Zuid-Holland 2014 hebben plaatsgevonden.
HOOFDSTUK 5 DE BEHANDELING VAN BEZWAARSCHRIFTEN
De commissie brengt jaarlijks vóór 1 juli aan Gedeputeerde Staten verslag uit over haar werkzaamheden en andere relevante ontwikkelingen.
Artikel 5.8 Bevoegdheden van de secretaris
In het kader van de behandeling van bezwaarschriften kunnen de bevoegdheden ingevolge de artikelen 2:1, derde lid, 6:14, eerste en tweede lid, 6:15, eerste en tweede lid, 6:17, 7:4, tweede lid, 7:6, tweede tot en met vierde lid, 7:9, 7:10, tweede tot en met vijfde lid en 7:13, tweede lid, van de Wet namens het bestuursorgaan worden uitgeoefend door de secretaris.
HOOFDSTUK 6 DE BEHANDELING VAN BEROEPSCHRIFTEN
Artikel 6.2 Samenstelling kamer
De eerste portefeuillehouder is voorzitter van de kamer. Indien deze is verhinderd het voorzitterschap te vervullen, wordt deze in het voorzitterschap vervangen door de tweede portefeuillehouder. In gevallen waarin ook de tweede portefeuillehouder is verhinderd, wijst het beroepsorgaan uit zijn midden een voorzitter aan.
Artikel 6.5 Bevoegdheden van de commissie
In het kader van de behandeling van beroepschriften kunnen de bevoegdheden ingevolge de artikelen 7:17, 7:18, zesde lid, en 7:19, derde lid, van de Wet namens Gedeputeerde Staten worden uitgeoefend door de commissie.
Artikel 6.6 Bevoegdheden van de griffier
In het kader van de behandeling van beroepschriften kunnen de bevoegdheden ingevolge de artikelen 2:1, derde lid, 6:14, eerste en tweede lid, 6:15, eerste en tweede lid, 6:17, 7:18, tweede lid, 7:20, tweede tot en met vierde lid, 7:23 en 7:24, derde tot en met zevende lid, van de Wet namens Gedeputeerde Staten worden uitgeoefend door de griffier.
HOOFDSTUK 7 DE BEHANDELING VAN KLACHTEN
De klachtenfunctionaris brengt jaarlijks vóór 1 juli aan Gedeputeerde Staten verslag uit over zijn werkzaamheden en andere relevante ontwikkelingen.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. Indien het Provinciaalblad waarin dit besluit wordt geplaatst wordt uitgegeven na 1 januari 2026, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaalblad waarin het wordt geplaatst en werkt het terug tot en met 1 januari 2026.
Den Haag, 25 november 2025
Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland,
drs. M.J.A. van Bijnen MBA, secretaris
mr. A.W. Kolff, voorzitter
Den Haag, 28 januari 2026,
Provinciale Staten van Zuid-Holland,
drs. B.S.M. Sepers , griffier
mr. A.W. Kolff, voorzitter
Toelichting op het besluit behandeling van bezwaarschriften, administratieve beroepschriften en klachten Zuid-Holland 2026
Er bestaat een externe commissie voor de behandeling (horen en adviseren) van bezwaarschriften. In dit besluit wordt deze commissie ook belast met de behandeling van administratieve beroepschriften onderworpen aan de beslissing van Gedeputeerde Staten. Bij het Besluit kamers administratief beroep Zuid-Holland van 19 maart 2024 was in de toelichting voor Gedeputeerde Staten reeds aangekondigd dat een voorstel zou worden ingediend om het horen en adviseren in deze beroepschriften te laten plaatsvinden door de commissie. Als reden voor de wijziging is vermeld dat het plannen van een hoorzitting van een meervoudige kamer uit het midden van Gedeputeerde Staten vanwege vaak volle agenda’s zeer lastig is, waardoor de tijdige afhandeling onder druk komt te staan. Bij het horen door de commissie doet zich dit probleem niet voor. De commissie vergadert volgens een vastgesteld schema in beginsel wekelijks. Met inachtneming van het advies dat de commissie uitbrengt, dient een kamer uit het midden van Gedeputeerde Staten vervolgens op het administratief beroep te besluiten. Omdat in het besluit is opgenomen hoe een kamer wordt samengesteld, wordt het Besluit kamers administratief beroep Zuid-Holland ingetrokken. Overigens is in het verleden maar zeer sporadisch administratief beroep bij Gedeputeerde Staten ingesteld.
Voor administratieve beroepschriften onderworpen aan de beslissing van de commissaris van de Koning voorziet dit besluit niet in wijzigingen. Gelet op het bijzondere karakter van dit soort beroepschriften en de soms zeer korte termijnen waarbinnen zij moeten worden behandeld, ligt het in de rede dat de commissaris van de Koning de behandeling hiervan bij zichzelf houdt.
Nieuw in dit besluit is dat bezwaarschriften gericht tegen besluiten van Provinciale Staten ter behandeling aan de commissie worden voorgelegd, zonder dat hiertoe een verzoek van Provinciale Staten aan de commissie nodig is. Voorts is nieuw dat klachten gericht tegen Provinciale Staten ter behandeling aan de klachtenfunctionaris worden voorgelegd, zonder dat hiertoe een verzoek van Provinciale Staten aan de klachtenfunctionaris nodig is. Overigens komen deze bezwaarschriften en klachten nauwelijks voor. De reden voor deze wijziging is dat voordat een verzoek door Provinciale Staten is ingediend al de nodige tijd is verstreken, waardoor tijdige besluitvorming onder druk komt te staan. Bovendien zijn geen gevallen bekend, waarin Provinciale Staten hebben afgezien van het indienen van een dergelijk verzoek, zodat het geen meerwaarde lijkt te hebben. De behandeling van bezwaarschriften gericht tegen besluiten van Gedeputeerde Staten en klachten gericht tegen Gedeputeerde Staten worden al standaard aan de commissie en de klachtenfunctionaris voorgelegd, zodat hierbij nu wordt aangesloten wat betreft Provinciale Staten.
In het besluit is ongewijzigd gebleven dat voor de behandeling van bezwaarschriften gericht tegen besluiten van de commissaris van de Koning en klachten gericht tegen de commissaris van de Koning wél een verzoek hiertoe van de commissaris van de Koning aan de commissie en de klachtenfunctionaris nodig is. De commissaris van de Koning kan zelfstandig besluiten over het al dan niet indienen van een dergelijk verzoek, waardoor dat niet veel tijd in beslag hoeft te nemen. Overigens zijn er geen gevallen bekend waarin een dergelijk verzoek is gedaan.
In het besluit zijn de functies van commissielid en klachtenfunctionaris strikt van elkaar gescheiden. Een dubbelfunctie kan de schijn van belangenverstrengeling en vooringenomenheid wekken, als bijvoorbeeld de klachtenfunctionaris/tevens commissielid een klacht gericht tegen de commissie in behandeling krijgt. Omdat de commissie een bestuursorgaan is dat onder verantwoordelijkheid van Gedeputeerde Staten werkzaam is, dragen Gedeputeerde Staten op grond van artikel 9:2 van de Algemene wet bestuursrecht zorg voor de behandeling van klachten tegen de commissie. De klachtenfunctionaris oefent deze bevoegdheid uit namens Gedeputeerde Staten.
Voor de huidige voorzitter van de commissie, die tevens klachtenfunctionaris is, voorziet het besluit in een overgangsregeling.
De bundeling van de procedures met betrekking tot bezwaarschriften, administratieve beroepschriften en klachten in één besluit bevordert de interne en externe herkenbaarheid van de wijze waarop de rechtsbescherming bij de provincie Zuid-Holland is geregeld.
HOOFDSTUK 2 DE COMMISSIE VAN ADVIES
Artikel 2.2, vijfde lid, voorziet in een overgangsregeling voor de zittende voorzitter en commissieleden. In artikel 2.3, zesde lid, is geregeld dat bij het bepalen of herbenoeming mogelijk is de duur waarop zij al in de commissie zitting hebben in aanmerking wordt genomen.
Artikel 2.5 regelt de vergoedingen van de commissie. De leden een en twee worden de reguliere vergoedingen geregeld voor respectievelijk de dienstdoende voorzitter en leden. De vergoedingen zijn gerelateerd aan zittingsdagen, ongeacht het aantal zaken dat op een zittingsdag aan de orde komt. Een en ander wordt gezien als één voortgaande vergadering van de commissie. Voor commissieleden geldt daarbij een vergoeding van 250% van het bedrag als vermeld in het Rechtspositiebesluit dpa, en voor de dienstdoende voorzitter 300% daarvan. Dit gelet op de verschillende rollen en de extra werkzaamheden die rondom een zitting door de voorzitter worden behartigd. Het derde lid voorziet in een vergoeding voor andere bijeenkomsten van de commissie dan zittingsdagen. Te denken valt aan gezamenlijke activiteiten, zoals een de jaarvergadering of gemeenschappelijke kennissessies of workshops. Korte incidentele individuele activiteiten met de voorzitter of de leden worden hier echter niet onder begrepen. De vergoeding voor deze andere bijeenkomsten is gelijk voor zowel de voorzitter als de leden, zijnde 250% van het bedrag als vermeld in het Rechtspositiebesluit dpa.
HOOFDSTUK 3 DE KLACHTENFUNCTIONARIS
In artikel 3.2, vijfde lid, en 3.3, zesde lid, is voor de zittende klachtenfunctionaris en plaatsvervangende klachtenfunctionaris een zelfde regeling opgenomen als voor de zittende voorzitter en commissieleden.
HOOFDSTUK 5 DE BEHANDELING VAN BEZWAARSCHRIFTEN
In het jaarverslag van de bezwarencommissie over 2022 staat als aanbeveling om de informele aanpak, waarbij eerst wordt bezien of een bezwaarschrift via informele weg kan worden opgelost, in het reglement van de commissie te borgen. Met artikel 5.2, eerste lid, waarin is bepaald dat als een bezwaarschrift binnenkomt, de secretaris dient te onderzoeken of het via informele behandeling kan worden opgelost, is aan deze aanbeveling gevolg gegeven. Bij de informele behandeling/informele weg neemt de secretaris bij binnenkomst van een bezwaarschrift contact op met (de vertegenwoordiger van) het bestuursorgaan en/of bezwaarde en eventuele andere belanghebbenden om uit te zoeken of het bezwaarschrift informeel kan worden opgelost, bijvoorbeeld door het bestreden besluit nader toe te lichten, het bestreden besluit (gedeeltelijk) te wijzigen of in te trekken, of door het bieden van een alternatief. Het gaat erom dat maatwerk wordt geleverd. Het leveren van maatwerk staat volop in de belangstelling in het bestuursrecht en past binnen een bredere ontwikkeling naar een responsieve overheid; een overheid die in haar handelen het belang van haar burgers voorop stelt.
Vanzelfsprekend kan een bezwaarschrift niet altijd op een informele wijze worden opgelost. Indien een informele oplossing niet mogelijk blijkt te zijn, zal de commissie het bezwaarschrift behandelen. In de regel zullen dan bezwaarde, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan worden uitgenodigd voor een hoorzitting bij de commissie. Als de commissie op grond van artikel 7:3 van de Algemene wet bestuursrecht afziet van het horen, zal de secretatis aan hen allen hiervan schriftelijk mededeling doen. Hierin voorziet het vijfde lid van artikel 5.2. Met het doen van deze mededeling, wordt iedereen op de hoogte gehouden van de voortgang in de bezwaarprocedure.
Artikel 5.3 Voorbereiding hoorzitting
Uit het eerste en tweede lid volgt dat van het bestuursorgaan wordt verlangd dat het naast de op de zaak betrekking hebbende stukken een verweerschrift opstelt. Een verweerschrift is geen wettelijk vereiste, maar is van belangrijke waarde. Hierdoor weten belanghebbenden en de commissie voorafgaand aan de hoorzitting wat het standpunt is van het bestuursorgaan over het ingediende bezwaarschrift. Dit komt de gang van zaken bij de hoorzitting ten goede. In artikel 7:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald dat het bestuursorgaan het bezwaarschrift en alle verder op de op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan het horen ten minste een week voor belanghebbenden ter inzage legt. In plaats van terinzagelegging van de stukken, worden zij vanuit het oogpunt van serviceverlening (in beginsel) digitaal toegezonden. Dit is in het tweede lid van artikel 5.3 geregeld.
In de Algemene wet bestuursrecht is niets opgenomen over de wijze van horen. Vanwege de mogelijkheden van fysiek, digitaal of hybride horen, is in het tweede lid van dit artikel geregeld dat de hoorzitting in beginsel een fysieke hoorzitting is. Ongeacht de vorm van de hoorzitting wordt hiervan door de secretaris ten behoeve van het verslag een opname gemaakt. Dit is in het vijfde lid van artikel 5.4 geregeld. In bijvoorbeeld complexe en/of technische zaken kan het van belang zijn dat in een verslag op onderdelen woordelijk wordt vermeld wat is gezegd. Dat zou zonder opname van de hoorzitting onmogelijk zijn. Om te voorkomen dat opnamen overal digitaal te vinden zijn, is in het zesde lid geregeld dat opnamen worden vernietigd nadat het verslag is vastgesteld, zij niet met anderen worden gedeeld en dat het anderen niet is toegestaan om zelf de hoorzitting op te nemen. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State van 6 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1877, volgt dat het is toegestaan om de voor intern gebruik gemaakte opnamen van de hoorzitting niet aan anderen te verstrekken.
In overeenstemming met de impliciete bedoelingen van de Algemene wet bestuursrecht aangaande verslaglegging, is bepaald dat de verslaglegging van hoorzittingen plaatsvindt in schriftelijke vorm. De gedachtenvorming omtrent verslaglegging van hoorzittingen is onder invloed van de nieuwste digitale technieken in beweging. Te denken valt alleen al aan eventuele toekomstige AI technieken. Met het oog daarop is in artikel 5.5, eerste lid aan de voorzitter van de commissie een bevoegdheid gegeven om op onderdelen wijziging te brengen in de wijze waarop verslaglegging wordt geregeld. Uiteraard zal de voorzitter daarbij steeds de op het betreffende moment geldende wettelijke regels daaromtrent in acht dienen te nemen.
Artikel 5.8 Bevoegdheden secretaris
De in artikel 5.8 genoemde bevoegdheden uit de Algemene wet bestuursrecht kunnen namens het bestuursorgaan door de secretaris worden uitgeoefend in het kader van de behandeling van bezwaarschriften. Het gaat om de volgende bevoegdheden:
artikel 2:1, derde lid, het verlangen van een schriftelijke machtiging van een gemachtigde.
artikel 6:14, eerste lid, het bevestigen van de ontvangst van een bezwaar- of beroepschrift.
artikel 6:14, tweede lid, het van een ingediend beroepschrift zo spoedig mogelijk kennis geven aan het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen.
artikel 6:15, eerste en tweede lid, het - indien het bezwaar-of beroepschrift wordt ingediend bij een onbevoegd bestuursorgaan of een onbevoegde bestuursrechter, of indien in plaats van een bezwaarschrift een beroepschrift is ingediend of omgekeerd - onder vermelding van de datum van ontvangst, zo spoedig mogelijk doorzenden aan het bevoegde orgaan onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de afzender.
artikel 6:17, het zenden van de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de gemachtigde.
artikel 7:4, tweede lid, het voorafgaand aan het horen ten minste een week ter inzage leggen van het bezwaarschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stuken.
artikel 7:6, tweede lid, het ambtshalve of op verzoek afzonderlijk horen van belanghebbenden indien aannemelijk is dat gezamenlijk horen een zorgvuldige behandeling zal belemmeren of dat tijdens het horen feiten of omstandigheden bekend zullen worden waarvan geheimhouding om gewichtige redenen is geboden.
artikel 7:6, derde lid, het - wanneer belanghebbenden afzonderlijk zijn gehoord - ieder van hen op de hoogte stellen van het verhandelde tijdens het horen buiten zijn aanwezigheid.
artikel 7:6, vierde lid, het al dan niet op verzoek van een belanghebbende achterwege laten van toepassing van het derde lid, voor zover geheimhouding om gewichtige redenen is geboden.
artikel 7:9, het - wanneer na het horen feiten of omstandigheden bekend worden die voor de op het bezwaar te nemen beslissing van aanmerkelijk belang kunnen zijn - dit meedelen aan belanghebbenden en hen in de gelegenheid stellen daarover te worden gehoord.
artikel 7:10, tweede lid, het opschorten van de termijn voor het besluiten op het bezwaarschrift vanaf de dag na die waarop de indiener is verzocht een verzuim als bedoeld in artikel 6:6 te herstellen tot de dag waarop het verzuim is hersteld of de daartoe gestelde termijn ongebruikt is verstreken.
artikel 7:10, derde lid, het verdagen van het besluit op het bezwaarschrift voor ten hoogste zes weken.
artikel 7:10, vierde lid, het verder uitstellen van het besluit op het bezwaarschrift.
artikel 7:10, vijfde lid, het - indien toepassing wordt gegeven aan het tweede, derde, of vierde lid - schriftelijk mededeling hiervan doen aan belanghebbenden.
artikel 7:13, tweede lid, het zo spoedig meedelen aan de indiener van het bezwaarschrift dat een commissie over het bezwaar zal adviseren.
Op deze manier is bij elkaar gebracht en gemakkelijk te raadplegen welke bevoegdheden de secretaris/griffier en klachtenfunctionaris namens de betrokken bestuursorganen kunnen uitoefenen.
HOOFDSTUK 6 DE BEHANDELING VAN BEROEPSCHRIFTEN
Artikel 6.2 Samenstelling kamer
De behandeling van beroepschriften verschilt van die van bezwaarschriften in die zin dat beroep wordt ingesteld bij een ander, hoger, bestuursorgaan, dan het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen, terwijl bezwaar wordt ingesteld bij hetzelfde bestuursorgaan. Omdat artikel 171 van de Provinciewet voorschrijft dat de beslissing op het beroep wordt genomen door kamers, is in dit artikel gepaald hoe een kamer wordt samengesteld.
Artikel 6.5 Bevoegdheden van de commissie
De in artikel 6.5 genoemde bevoegdheden ingevolge de artikelen 7:17, 7:18, zesde lid en 7:19, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht die namens Gedeputeerde Staten door de commissie kunnen worden uitgeoefend, zijn vergelijkbaar met bevoegdheden die in het kader van de behandeling van bezwaarschriften in artikel 7:13, vierde lid, zijn geattribueerd aan de commissie (te weten de bevoegdheden in de artikelen 7:3, artikel 7:4, zesde lid en 7:5, tweede lid). Het gaat om de volgende bevoegdheden:
artikel 7:17, het afzien van het horen.
artikel 7:18, zesde lid, het achterwege laten van het ter inzage leggen van het beroepschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken, voor zover geheimhouding is geboden.
artikel 7:19, derde lid, het op verzoek van een belanghebbende of om gewichtige reden ambtshalve beslissen dat het horen niet geschiedt in het openbaar.
Artikel 6.6 Bevoegdheden van de griffier
De in artikel 6.6 genoemde bevoegdheden ingevolge de artikelen 7:18, tweede lid, 7:20, tweede tot en met vierde lid, 7:23 en 7:24, derde tot en met zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht die namens Gedeputeerde Staten door de griffier kunnen worden uitgeoefend, zien specifiek op de behandeling van beroepschriften. De overige in artikel 6.6. genoemde bevoegdheden zijn dezelfde bevoegdheden als die in het kader van de behandeling van bezwaarschriften kunnen worden uitgeoefend door de secretaris, te weten de bevoegdheden in 2:1, derde lid, 6:14, 6:15, 6:17 van de Algemene wet bestuursrecht (zie de toelichting bij artikel 5.8). De bevoegdheden die specifiek zien op de behandeling van beroepschriften zijn:
artikel 7:18, tweede lid, het voorafgaand aan het horen ten minste een week ter inzage leggen van het beroepschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken.
artikel 7:20, tweede lid, het ambtshalve of op verzoek afzonderlijk horen van belanghebbendenindien indien aannemelijk is dat gezamenlijk horen een zorgvuldige behandeling zal belemmeren of dat tijdens het horen feiten of omstandigheden bekend zullen worden waarvan geheimhouding om gewichtige redenen is geboden.
artikel 7:20, derde lid, het - wanneer belanghebbenden afzonderlijk zijn gehoord - ieder van hen op de hoogte stellen van het verhandelde tijdens het horen buiten zijn aanwezigheid.
artikel 7:20, vierde lid, het al dan niet op verzoek van een belanghebbende, achterwege laten van toepassing van het derde lid, voor zover geheimhouding om gewichtige redenen is geboden.
artikel 7:23, het - wanneer na het horen feiten of omstandigheden bekend worden die voor de op het beroep te nemen beslissing van aanmerkelijk belang kunnen zijn - dit meedelen aan belanghebbenden en hen in de gelegenheid stellen daarover te worden gehoord.
artikel 7:24, derde lid, het opschorten van de termijn voor het besluiten op een beroepschrift vanaf de dag na die waarop de indiener is verzocht een verzuim als bedoeld in artikel 6:6 te herstellen, tot de dag waarop het is hersteld of de daartoe gestelde termijn ongebruikt is verstreken.
artikel 7:24, vierde lid en vijfde lid het verdagen van het besluit op het beroepschrift voor onderscheidenlijk ten hoogste tien weken en ten hoogste zes weken.
artikel 7:24, zesde lid, het verder uitstellen van het besluit op het beroepschrift.
artikel 7:24, zevende lid, het - indien toepassing wordt gegeven aan het derde, vierde, vijfde of zesde lid - schriftelijk mededeling hiervan doen aan belanghebbenden.
HOOFDSTUK 7 DE BEHANDELING VAN KLACHTEN
Artikel 7.1 Wijze van klachtbehandeling
Omdat de klachtenfunctionaris een persoon is als bedoeld in artikel 9:14 van de Algemene wet bestuursrecht is in het eerste lid van artikel 7.1 afdeling 9.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard.
Artikel 7.8 Bevoegdheid van de klachtenfunctionaris
In het kader van de behandeling van klachten kan de bevoegdheid ingevolge artikel 9:10, tweede lid (afzien van horen), van de Algemene wet bestuursrecht namens het bestuursorgaan door de klachtenfunctionaris worden uitgeoefend.
Artikel 7.9 Bevoegdheden van de secretaris
In het kader van de behandeling van klachten kunnen de bevoegdheden ingevolge de artikelen 9:6, 9:9, 9:11, tweede lid en derde lid, en 9:12a en 9:15, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht namens het bestuursorgaan door de secretaris worden uitgeoefend. Het gaat om de volgende bevoegdheden:
artikel 9:6, het schriftelijk bevestigen van de ontvangst van de klacht;
artikel 9:9, het toezenden van de klacht, alsmede de daarbij meegezonden stukken aan degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft.
artikel 9:11, tweede lid, het verdagen van de afhandeling van de klacht voor ten hoogste vier weken en het schriftelijk mededeling daarvan doen aan de klager en aan degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft.
artikel 9:11, derde lid, het verder uitstellen van de behandeling van de klacht, voor zover klager daarmee schriftelijk instemt.
artikel 9:12a, het zorg dragen voor de registratie van de ingediende schriftelijke klachten en de jaarlijkse publicatie ervan.
artikel 9:15, eerste lid, het bij het bericht van ontvangst van de klacht vermelden dat een persoon of commissie over de klacht zal adviseren.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-3742.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.