Wijzigen Reglement van Orde beantwoording schriftelijke vragen

Provinciale Staten van Zuid-Holland,

 

Gelet op het advies van het Fractievoorzittersoverleg van 9 februari 2026

 

Gelet op Artikel 16 van de Provinciewet;

 

Besluiten:

 

  • I.

    Het Reglement van Orde voor de vergaderingen van Provinciale Staten, de Statencommissies, het Fractievoorzittersoverleg en de Agendacommissie van de provincie Zuid-Holland (voor het laatst gewijzigd op 15 oktober 2025 (nr. 7755)), als volgt te wijzigen:

     

    A.

    Artikel 49 komt te luiden:

    Artikel 49 Schriftelijke vragen

    • 1.

      Ieder lid kan aan Gedeputeerde Staten of aan de commissaris van de Koning schriftelijk vragen stellen.

    • 2.

      De vragen dienen kort en duidelijk te worden geformuleerd en worden, voorzien van de originele eigenhandige handtekening van de indiener en alle medeondertekenaars, door tussenkomst van de statengriffier bij de voorzitter ingediend.

    • 3.

      Tenzij de voorzitter in verband met het openbaar belang bezwaar heeft tegen de vorm of inhoud van de vragen, brengt hij deze zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden.

    • 4.

      Gedeputeerde Staten, dan wel de commissaris van de Koning, beantwoorden de vragen binnen zes weken nadat de vragen de voorzitter hebben bereikt. De antwoorden worden door de voorzitter zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de leden mede gedeeld. Bij de antwoorden worden de vragen opnieuw vermeld.

    • 5.

      Indien de beantwoording van de vragen niet binnen zes weken kan plaatsvinden, wordt dit aan de vragensteller(s) medegedeeld met opgaaf van redenen en onder vermelding van een termijn van maximaal vier weken waarbinnen de beantwoording zal geschieden.

    • 6.

      Indien na het verstrijken van de termijn uit het vierde lid geen antwoord of mededeling van Gedeputeerde Staten is ontvangen of na het verstrijken van de termijn uit het vijfde lid geen antwoord van Gedeputeerde Staten is ontvangen, kan de vragensteller de schriftelijke vraag als mondelinge vraag aan de orde stellen in de eerstvolgende vergadering van de betreffende statencommissie.

  • B.

    Artikel 50b, eerste lid komt te luiden:

    • 1.

      Een Statenlid kan naar aanleiding van de beraadslagingen in een commissie over een onderwerp, verzoeken dat onderwerp op de agenda te plaatsen voor het indienen van één of meer moties of amendementen.

  • C.

    Artikel 71, zevende lid komt te luiden:

    • 7.

      In afwijking van het bepaalde in het zesde lid, wordt de programmabegroting, de voorjaarsnota, de najaarsnota en de jaarstukken op de agenda van alle Statencommissies geplaatst, elk voor zoveel dit het werkterreinen van die commissies betreft.

  • II.

    Dit besluit bekend te maken door publicatie in het Provinciaal Blad.

Den Haag, 25 februari 2026

Provinciale Staten van Zuid-Holland,

Griffier

drs. B.S.M. Sepers

Voorzitter

mr. A.W. Kolff

Naar boven