Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 24 februari 2026 tot wijziging van de Subsidieregeling integrale actieplannen hitte Noord-Brabant in verband met de uitbreiding met een tweede paragraaf die voorziet in de subsidiëring van de uitvoering van maatregelen uit een integraal actieplan hitte (Eerste wijziging Subsidieregeling integrale actieplannen hitte Noord-Brabant)

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;

 

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

 

Overwegende dat het wenselijk is de Subsidieregeling integrale actieplannen hitte Noord-Brabant uit te breiden met een tweede paragraaf die voorziet in de subsidiëring van de uitvoering van maatregelen uit een integraal actieplan hitte;

 

Overwegende dat met deze uitbreiding wordt beoogd gemeenten in Noord-Brabant te ondersteunen bij de realisatie van concrete maatregelen die bijdragen aan het verminderen van hittestress en aan een klimaatbestendige leefomgeving;

 

 

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Artikel I Wijziging Subsidieregeling integrale actieplannen hitte Noord-Brabant

 

De Subsidieregeling integrale actieplannen hitte Noord-Brabant wordt als volgt gewijzigd.

 

A.

In artikel 1.6, onder d, wordt “1 januari 2027” vervangen door “1 juli 2027”.

 

B.

In artikel 1.8 wordt “31 maart 2026” vervangen door “1 oktober 2026”.

 

C.

In artikel 1.12, eerste lid, onder a, wordt “1 januari 2027” vervangen door “1 juli 2027”.

 

D.

In artikel 1.15 wordt “2027” vervangen door “2028”.

 

E.

Na artikel 1.15 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

 

§ 2 Uitvoeren maatregelen integraal actieplan hitte

 

Artikel 2.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder Asv: Algemene subsidieverordening provincie Noord-Brabant.

 

Artikel 2.2 Doel

Deze paragraaf heeft als doel het stimuleren van projecten gericht op de realisatie van concrete maatregelen uit een integraal actieplan hitte die bijdragen aan het verminderen van hittestress en aan een klimaatbestendige leefomgeving in de provincie Noord-Brabant.

 

Artikel 2.3 Doelgroep

Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door gemeenten in de provincie Noord-Brabant.

 

Artikel 2.4 Subsidievorm

Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.

 

Artikel 2.5 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de uitvoering van twee of meer maatregelen uit een integraal actieplan hitte.

 

Artikel 2.6 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

    de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 25.000;

  • b.

    de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd behoren tot of samenhangen met de reguliere taken, werkzaamheden, onderhouds- of beheertaken of investeringen van de aanvrager;

  • c.

    de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd geheel of gedeeltelijk plaatsvinden op, of ten behoeve van, privaat eigendom of voor zover die leiden tot financieel voordeel voor private partijen.

Artikel 2.7 Subsidievereisten

Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    het project wordt uitgevoerd binnen een gemeente in de provincie Noord-Brabant;

  • b.

    het project is gericht op de uitvoering van twee of meer maatregelen uit een integraal actieplan hitte waarvoor aan de aanvrager subsidie is verleend op grond van paragraaf 1 van deze regeling;

  • c.

    de maatregelen zijn verdeeld over minimaal twee van de volgende thema’s:

    • 1.

      gebied;

    • 2.

      gebouw;

    • 3.

      gezondheid of gebruik(er);

  • d.

    bij de voorbereiding en uitvoering van het project vindt actieve participatie plaats van relevante stakeholders;

  • e.

    het project kan uiterlijk twee jaar na verlening van de subsidie worden afgerond.

Artikel 2.8 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking de kosten voor de uitvoering van de in het integraal actieplan opgenomen maatregelen waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

 

Artikel 2.9 Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 2.8 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten die behoren tot of samenhangen met de reguliere taken, werkzaamheden, onderhouds- of beheertaken, of investeringen van de aanvrager;

  • b.

    kosten die niet direct samenhangen met de uitvoering van de in het integraal actieplan hitte opgenomen maatregelen waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

  • c.

    kosten voor activiteiten die plaatsvinden op, of ten behoeve van, privaat eigendom of voor zover die leiden tot financieel voordeel voor private partijen;

  • d.

    kosten voor leges en andere door overheden opgelegde heffingen.

Artikel 2.10 Vereisten subsidieaanvraag

  • 1.

    Subsidieaanvragen worden ingediend van 10 maart 2026 tot en met 15 september 2027.

  • 2.

    De subsidieaanvraag bevat de volgende bijlagen:

    • a.

      het integraal actieplan hitte waarop de uitvoering van de maatregelen is gebaseerd;

    • b.

      een realistische planning van de uitvoering van de maatregelen, waaruit blijkt dat aan het vereiste in artikel 2.7, onder e, wordt voldaan;

    • c.

      een communicatieplan, waaruit blijkt dat aan het vereiste, genoemd in artikel 2.7, onder d, wordt voldaan.

Artikel 2.11 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode, genoemd in artikel 2.10, vast op € 2.500.000.

 

Artikel 2.12 Subsidiehoogte

  • 1.

    De hoogte van de subsidie bedraagt 50% van de begrote subsidiabele kosten, tot een maximum van € 124.999.

  • 2.

    Indien aan de aanvrager reeds subsidie is verstrekt op grond van deze paragraaf, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het bedrag dat op grond van het eerste lid kan worden verstrekt.

Artikel 2.13 Verdelingswijze

  • 1.

    Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2.

    Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3.

    Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.

  • 4.

    De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen worden gerangschikt op volgorde van trekking en de eerst getrokken aanvraag als eerstvolgende in aanmerking komt voor subsidie en de laatst getrokken aanvraag als laatste.

  • 5.

    De subsidie wordt verdeeld over aanvragen die:

    • a.

      opeenvolgend zijn in de rangschikking; en

    • b.

      die volledig gehonoreerd kunnen worden.

Artikel 2.14 Verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1.

    De subsidieontvanger:

    • a.

      rondt het project uiterlijk twee jaar na verlening van de subsidie af;

    • b.

      zorgt voor communicatie over de realisatie van het project.

  • 2.

    Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder a, kan de subsidieontvanger uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal 6 maanden.

Artikel 2.15 Verantwoording

De subsidieontvanger toont bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:

  • a.

    een activiteitenverslag;

  • b.

    foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project.

Artikel 2.16 Bevoorschotting en betaling

  • 1.

    Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag.

  • 2.

    Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt in één keer betaald.

Artikel 2.17 Subsidievaststelling

Gedeputeerde Staten stellen de subsidie op aanvraag vast op grond van artikel 21, negende lid, van de Asv.

 

Artikel 2.18 Evaluatie

Gedeputeerde Staten zenden in 2028 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze paragraaf in de praktijk.

 

F.

Het opschrift van paragraaf 2 (§ 2 Slotbepalingen) wordt vervangen door “§ 3 Slotbepalingen”.

 

G.

De artikelen 2.1 en 2.2 worden vernummerd tot 3.1 en 3.2.

Artikel II Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

’s-Hertogenbosch, 24 februari 2026

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter,

mr. I.R. Adema

de secretaris,

drs. G.H.E. Derks MPA

Toelichting behorende bij de Eerste wijziging van de Subsidieregeling integrale actieplannen hitte Noord-Brabant

I. Algemeen

Met dit wijzigingsbesluit is de Subsidieregeling integrale actieplannen hitte Noord-Brabant uitgebreid met een tweede paragraaf. Deze nieuwe paragraaf maakt het mogelijk om subsidie te verstrekken voor de uitvoering van maatregelen uit een integraal actieplan hitte.

 

De subsidieregeling voorzag in subsidie voor het laten opstellen van integrale actieplannen hitte. Met de toevoeging van paragraaf 2 wordt een volgende stap gezet door gemeenten ook financieel te ondersteunen bij de realisatie van concrete maatregelen die in deze actieplannen zijn opgenomen. Hiermee wordt bevorderd dat gemeenten niet alleen plannen ontwikkelen, maar daadwerkelijk overgaan tot uitvoering.

 

Subsidie op grond van paragraaf 2 is uitsluitend mogelijk voor maatregelen die zijn opgenomen in een integraal actieplan hitte waarvoor aan de gemeente subsidie is verstrekt op grond van paragraaf 1 van de regeling.

 

De regeling richt zich daarmee op projecten die bijdragen aan het verminderen van hittestress en aan het versterken van een klimaatbestendige leefomgeving in de provincie Noord-Brabant. De uitbreiding past binnen de bredere provinciale inzet op klimaatadaptatie en samenwerking met gemeenten aan een gezonde en toekomstbestendige leefomgeving.

 

Juridisch kader

Deze subsidieparagraaf is vastgesteld op grond van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant (Asv). Dit betekent dat een aantal aspecten van de verstrekking van subsidies niet in de subsidieparagraaf is vastgelegd, maar in de Asv. In de Asv staat onder meer wat de termijnen zijn voor het nemen van een beslissing op een aanvraag en ook bevat de Asv algemene verplichtingen voor de subsidieontvanger, zoals de meldingsplicht in geval van het niet, niet tijdig of niet geheel verrichten van de activiteiten of het nakomen van de verplichtingen. Daarnaast hebben Gedeputeerde Staten in de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant (Ras) nog diverse algemene bepalingen met betrekking tot subsidie vastgelegd. Ook de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat algemene bepalingen die onverkort van toepassing zijn op subsidies die worden verstrekt op grond van deze subsidieparagraaf.

Voor een goed begrip van deze subsidieparagraaf is dus ook de Awb en de Asv in combinatie met de Ras relevant.

 

Staatssteun

Subsidie is bedoeld voor gemeenten ten behoeve van de uitvoering van aan hen toegekende wettelijke taken en behartiging van het algemeen belang. Investeringen worden getroffen in het publiek domein, dat voor iedereen openbaar toegankelijk is. Daarom is geen sprake van staatssteun.

 

II. Artikelsgewijs

 

Artikel I, onderdelen A, B en C

Met artikel I, onderdelen A, B en C, van dit wijzigingsbesluit worden de aanvraag- en uitvoeringstermijnen van subsidies op grond van paragraaf 1 (Opstellen integraal actieplan hitte) met zes maanden verlengd. De verlenging van de aanvraag- en uitvoeringstermijnen komt tegemoet aan signalen van gemeenten dat de oorspronkelijke termijnen in de praktijk als krap werden ervaren.

 

Artikel I, onderdeel E (invoeging paragraaf 2)

Artikel 2.5 (Subsidiabele activiteiten)

Dit artikel bepaalt dat subsidie kan worden verstrekt voor projecten die zijn gericht op de uitvoering van twee of meer maatregelen uit een integraal actieplan hitte waarvoor aan de aanvrager subsidie is verstrekt op grond van paragraaf 1.

Met deze koppeling wordt geborgd dat uitsluitend maatregelen worden gesubsidieerd die voortkomen uit een reeds vastgesteld actieplan. De regeling richt zich daarmee nadrukkelijk op de uitvoeringsfase en niet op planvorming.

 

Artikel 2.6 (Weigeringsgronden)

Artikel 2.6 bevat de gronden waarop een subsidieaanvraag wordt geweigerd.

 

Onderdeel a.

Onderdeel a stelt een minimumbedrag vast voor de aan te vragen subsidie. Hiermee wordt beoogd de regeling in te zetten voor projecten met voldoende schaal en impact en onevenredige uitvoeringslasten voor kleine aanvragen te voorkomen.

 

Onderdeel b.

Onderdeel b sluit activiteiten uit die behoren tot of samenhangen met de reguliere taken, werkzaamheden, onderhouds- of beheertaken of investeringen van de aanvrager. De subsidie is bedoeld voor aanvullende maatregelen die verder gaan dan het reguliere gemeentelijke beleid en beheer.

 

Onderdeel c.

Onderdeel c bepaalt dat subsidie wordt geweigerd indien de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd geheel of gedeeltelijk plaatsvinden op, of ten behoeve van, privaat eigendom of voor zover deze leiden tot financieel voordeel voor private partijen.

 

Met deze weigeringsgrond wordt beoogd te waarborgen dat de subsidie uitsluitend wordt ingezet voor maatregelen in het publieke domein en dat geen sprake is van ongeoorloofde staatssteun als bedoeld in artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. De subsidie wordt verstrekt aan gemeenten en is bedoeld voor maatregelen die een publiek belang dienen.

 

De regeling sluit niet uit dat woningcorporaties of andere private partijen betrokken zijn bij de voorbereiding of uitvoering van projecten. Deze betrokkenheid is toegestaan, mits geen sprake is van een direct of indirect financieel voordeel voor deze partijen. Van financieel voordeel is onder meer sprake indien subsidie wordt aangewend voor investeringen op privaat eigendom of indien de maatregel leidt tot waardevermeerdering, kostenbesparing of een ander economisch voordeel voor een private partij. Dat woningcorporaties activiteiten uitvoeren in het kader van hun DAEB-taak, maakt dit niet anders, aangezien investeringen op of ten behoeve van eigendom van woningcorporaties worden aangemerkt als investeringen op privaat eigendom en kunnen leiden tot economisch voordeel voor een private partij.

 

Indien woningcorporaties of andere private partijen betrokken zijn bij de uitvoering van het project, bijvoorbeeld door samenwerking, afstemming of uitvoering in opdracht van de gemeente, blijft de gemeente te allen tijde verantwoordelijk voor het project en subsidieontvanger. Deze afbakening waarborgt dat de subsidie niet leidt tot financieel voordeel voor private partijen en dat geen sprake is van staatssteun.

 

Artikel 2.7 (Subsidievereisten)

Artikel 2.7 bevat de inhoudelijke vereisten waaraan een project moet voldoen om voor subsidie in aanmerking te komen.

 

Onderdeel a.

Onderdeel a bepaalt dat het project wordt uitgevoerd binnen een gemeente in de provincie Noord-Brabant. Hiermee wordt geborgd dat de subsidie ten goede komt aan het Brabantse grondgebied.

 

Onderdeel b.

Onderdeel b vereist dat het project is gericht op de uitvoering van twee of meer maatregelen uit een integraal actieplan hitte waarvoor aan de aanvrager subsidie is verleend op grond van paragraaf 1 van deze regeling. Hiermee wordt verzekerd dat subsidie op grond van deze paragraaf uitsluitend wordt ingezet voor de uitvoering van eerder gesubsidieerde en vastgestelde actieplannen.

 

Onderdeel c.

Onderdeel c benadrukt het integrale karakter van de regeling door te bepalen dat de maatregelen zijn verdeeld over minimaal twee van de thema’s gebied, gebouw en gezondheid of gebruik(er). Dit stimuleert samenhangende en meervoudige oplossingen voor het verminderen van hittestress.

 

Onderdeel d.

Onderdeel d stelt als vereiste dat bij de voorbereiding en uitvoering van het project actieve participatie plaatsvindt van relevante stakeholders. Onder actieve participatie wordt verstaan dat stakeholders daadwerkelijk worden betrokken bij de voorbereiding en/of uitvoering van het project, bijvoorbeeld door middel van overleg, samenwerking, co-creatie of gezamenlijke uitvoering. Relevante stakeholders kunnen onder meer bewoners, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen of andere publieke partijen zijn. Louter eenzijdige informatievoorziening wordt niet aangemerkt als actieve participatie.

 

Onderdeel e.

Onderdeel e bepaalt dat het project uiterlijk twee jaar na verlening van de subsidie wordt afgerond. Hiermee wordt beoogd tijdige uitvoering van de maatregelen te stimuleren en te waarborgen dat de subsidie wordt ingezet voor concrete en afzienbare projecten.

 

Artikelen 2.9 (Niet-subsidiabele kosten)

Artikel 2.9 sluit kosten uit die geen directe relatie hebben met die uitvoering. Het gaat onder meer om reguliere beheers- of onderhoudskosten, kosten voor planvorming, monitoring, evaluatie en interne overhead, kosten die samenhangen met privaat eigendom of die leiden tot financieel voordeel voor private partijen, en kosten voor leges en andere heffingen.

Hiermee wordt geborgd dat de beschikbare middelen doelgericht worden ingezet voor concrete maatregelen met maatschappelijk rendement.

 

Artikel 2.12 (Subsidiehoogte)

Eerste lid.

Het eerste lid bepaalt dat de subsidie maximaal 50% van de begrote subsidiabele kosten bedraagt, tot een maximum van € 124.999 per project. De resterende kosten worden door de gemeente zelf gedragen. Hiermee wordt een evenwichtige verdeling van de financiële verantwoordelijkheid gerealiseerd en wordt de betrokkenheid van gemeenten bij de uitvoering van de maatregelen onderstreept.

 

Tweede lid.

Het tweede lid voorkomt dat een aanvrager via meerdere aanvragen meer subsidie ontvangt dan het maximumbedrag dat op grond van het eerste lid kan worden verstrekt.

 

Artikel 2.14 (Verplichtingen van de subsidieontvanger)

Artikel 2.14 bevat de verplichtingen die gelden voor subsidieontvangers.

 

Eerste lid.

In het eerste lid is vastgelegd dat de subsidieontvanger het project uiterlijk twee jaar na verlening van de subsidie afrondt. Deze verplichting sluit aan bij het subsidievereiste, bedoeld in artikel 2.7, onder e, en waarborgt voortgang en tijdige realisatie van de maatregelen.

Daarnaast bepaalt het eerste lid dat de subsidieontvanger zorgt voor communicatie over de realisatie van het project. Deze communicatieverplichting draagt bij aan zichtbaarheid van de uitgevoerde maatregelen en aan bewustwording rondom het verminderen van hittestress.

 

Tweede lid.

Het tweede lid biedt de mogelijkheid om, indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet binnen de gestelde termijn kan worden afgerond, een gemotiveerd verzoek in te dienen tot verlenging van de uitvoeringsperiode met maximaal zes maanden. Hiermee wordt flexibiliteit geboden zonder afbreuk te doen aan het uitgangspunt van tijdige uitvoering.

 

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

 

de voorzitter,

mr. I.R. Adema

 

de secretaris,

drs. G.H.E. Derks MPA

Naar boven