Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 10 februari 2026, nr. UTSP-255965938-17765, tot aanwijzing van toezichthouders die zijn belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens de Omgevingswet gestelde regels met betrekking tot natuur

Gedeputeerde Staten van Utrecht;

 

Gelet op artikel 18.6 van de Omgevingswet;

 

Overwegende dat:

 

  • -

    Gedeputeerde Staten van Utrecht bevoegd gezag zijn voor toezicht en handhaving van de bij of krachtens de Omgevingswet gestelde regels omtrent de bescherming van natuur

  • -

    het voor een doelmatige uitvoering van dit toezicht en deze handhaving en van de convenanten “Optreden op elkaars grondgebied voor boa’s domein II, provincie Utrecht” en “Optreden op elkaars grondgebied, grensgebied regio’s Oost- en Midden-Nederland, Binnenveld en omgeving” wenselijk is dat buitengewoon opsporingsambtenaren uit samenwerkende organisaties, werkzaam in Domein II (Milieu, welzijn en infrastructuur), worden aangewezen als toezichthouder;

  • -

    die aanwijzing betrekking heeft op buitengewoon opsporingsambtenaren, die niet werkzaam zijn bij de provincie Utrecht, maar wel binnen de provincie, die beschikken over een geldige akte van opsporingsbevoegdheid voor Domein II als bedoeld in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering en over de vereiste kennis en ervaring op het terrein van natuurtoezicht;

Besluiten:

Artikel 1 Aanwijzing

  • 1.

    Als toezichthouder belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens de Omgevingswet gestelde regels met betrekking tot natuur de bestuursrechtelijke handhavingstaak berust bij Gedeputeerde Staten, worden aangewezen de buitengewoon opsporingsambtenaren met een geldige akte van opsporingsbevoegdheid voor Domein II als bedoeld in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering, in dienst van de deelnemende partijen van het convenant “Optreden op elkaars grondgebied voor BOA’s domein II, provincie Utrecht”, d.d. 7-10-2016, en het convenant “Optreden op elkaars grondgebied, grensgebied regio’s Oost- en Midden-Nederland, Binnenveld en omgeving”, d.d. juli 2025.

  • 2.

    De aanwijzing in het eerste lid strekt tot voor zover de bevoegdheden vallen binnen de taakomschrijving van de buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 2 Werkingsgebied

De in artikel 1 aangewezen toezichthouder is bevoegd binnen het grondgebied van de provincie Utrecht.

Artikel 3 Bevoegdheden

De in artikel 1 aangewezen toezichthouder beschikt over de bevoegdheden als bedoeld in titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 4 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van het Provinciaal blad waarin het wordt geplaatst.

Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 10 februari 2026.

Gedeputeerde Staten van Utrecht,

Voorzitter,

mr. J.H. Oosters

Secretaris,

mr. drs. A.G. Knol - van Leeuwen

Belanghebbenden kunnen bij Gedeputeerde Staten van Utrecht bezwaar indienen tegen dit besluit binnen 6 weken. De termijn van 6 weken vangt aan met ingang van de dag volgend op de dag waarop het besluit is bekendgemaakt. De datum van ontvangst van het ondertekende bezwaarschrift bepaalt of het binnen deze termijn van 6 weken valt.

 

U kunt op de volgende manieren een bezwaarschrift indienen:

 

  • 1.

    Via het formulier “Bezwaar maken tegen een beslissing van de provincie”. U vindt dit formulier op www.provincie-utrecht.nl (zoekterm “Bezwaar tegen beslissing provincie”).

  • 2.

    Via een zelfgeschreven bezwaarschrift.

Print het ingevulde bezwaarschrift-formulier of het zelfgeschreven bezwaarschrift, onderteken het met een “natte handtekening” en stuur het inclusief eventuele bijlagen per post naar:

 

Provincie Utrecht

t.a.v. de secretaris van de Awb-adviescommissie

Postbus 80300

3508 TH Utrecht

Naar boven