Bijlage 1 - Toelichting behorende bij subsidieregeling Landschapswerkplaats
Algemeen
Onder de vlag van Nationaal Programma Groningen, een samenwerkingsverband tussen provincie Groningen, gemeenten en Rijk om te investeren in de brede welvaart in de provincie Groningen, is in 2020 het programma Toukomst gelanceerd. Omdat Groningers zelf als beste kunnen vertellen wat zij belangrijk vinden om gelukkig te leven, wonen en werken, is hen gevraagd om met vernieuwende en creatieve voorstellen te komen. Van de negenhonderd ingezonden Toukomstideeën had bijna de helft te maken met natuur en landschap en met manieren om meer en beter van het landschap in de provincie te kunnen genieten. De rode draad in de inzendingen is dat men de rust en ruimte wil behouden en tegelijkertijd kansen ziet om het landschap aantrekkelijker, meer beleefbaar, biodivers en toekomstbestendig te maken. Het Toukomstpanel heeft tien gebundelde initiatieven geselecteerd. In de tien initiatieven zijn de volgende twee sporen de leidraad: de versterking van ‘een netwerk van groen en blauwe dooradering’ en de ‘recreatieve infrastructuur’.
In 2023 is de Landschapswerkplaats in het leven geroepen om deze tien initiatieven te ondersteunen. In 2024 heeft de Landschapswerkplaats hiertoe een Werkplaatsagenda opgesteld: Werkplaatsagenda-2025-2028-Landschapswerkplaats-1.pdf. In deze agenda is opgenomen waar de Landschapswerkplaats t/m 2028 mee aan de slag gaat. Het vormt de basis en leidraad voor wat de Landschapswerkplaats is en doet.
Voor het realiseren van een netwerk van groen en blauwe dooradering en de recreatieve infrastructuur is op basis van de tien initiatieven en de Werkplaatsagenda een subsidieregeling opgesteld. Hiervoor is gekozen om het mogelijk te maken dat bewoners en lokale partijen in Groningen de leiding hebben bij de uitvoering van de projecten. De Omgevingsvisie provincie Groningen en Omgevingsverordening provincie Groningen zijn het kader voor de uitvoering van projecten, om te borgen dat de landschappelijke kwaliteit en karakteristieken behouden blijven en versterkt worden. Ook is het belangrijk om rekening te houden met beleid van gemeenten en waterschappen. In de voorbereiding van een aanvraag is het daarom van belang vroegtijdig met de gemeente en/of waterschap contact over het voorstel op te nemen.
Hoe het netwerk van groen en blauwe dooradering en de recreatieve infrastructuur eruitzien verschilt per landschap. Groningen kent een variatie aan landschappen. De provincie is ingedeeld in zeven gebieden: Zuidelijk Westerkwartier, Veenkoloniën, Oldambt, Westerwolde, Gorecht, Centrale Woldgebied & Duurswold, Wadden - kust & Wierdenland. Overal verschilt de bodem, de ontstaansgeschiedenis, de cultuurhistorie en het landgebruik. Bij fysieke maatregelen in het landschap moet aangesloten worden bij de karakteristieken van het betreffende landschap. De kwaliteitsgids provincie Groningen (Kwaliteitsgids provincie Groningen) biedt hier inspiratie voor.
De Landschapswerkplaats zet graag de schouders eronder bij initiatieven die passen binnen de kaders van deze regeling. De Landschapswerkplaats ondersteunt en adviseert aanvragers. De Landschapswerkplaats kent de weg binnen overheids- en subsidieland en weet welke koppelkansen er mogelijk zijn met andere projecten. Deze expertise zet de Landschapswerkplaats in om aanvragers te helpen om te komen tot kansrijke aanvragen.
Juridische grondslag
De juridische grondslag van deze regeling is artikel 3, derde lid, van de Kaderverordening subsidies provincie Groningen 2017 (hierna: de Kaderverordening). In die bepaling hebben Provinciale Staten aan Gedeputeerde Staten de bevoegdheid tot het stellen van nadere regels over subsidieverstrekking en de daarmee gepaard gaande procedure gedelegeerd.
Verder zijn in het bijzonder de bepalingen van titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en de Procedureregeling subsidies provincie Groningen 2018 (hierna: de Procedureregeling) van belang.
Staatssteun
Subsidieverstrekking aan entiteiten welke economische handelingen verrichten kan een vorm van staatssteun zijn. De regeling is ontworpen om overeenkomstig de staatssteunregels subsidies te kunnen verstrekken. In deze subsidieregeling wordt gebruik gemaakt van de-minimissteun. Daarnaast vindt voor aanvragen voor subsidie op grond van hoofdstuk 9 een staatssteuntoets plaats bij de beschikking.
Opbouw regeling
In hoofdstuk 1 staan de algemene bepalingen, deze gelden voor elke aanvraag tenzij ervan wordt afgeweken in het specifieke hoofdstuk. De maatregelen uit de verschillende categorieën uit de subsidieregeling zijn stapelbaar. Dat betekent dat in één subsidieaanvraag voor meerdere activiteiten uit verschillende categorieën aangevraagd mag worden. Dit om de uitvoering van integrale projecten mogelijk te maken.
Vanuit deze regeling zijn er geen beperkingen om ook via andere regelingen subsidies aan te vragen.
Artikelsgewijs
Artikel 1.4
De beschikbare middelen vanuit de Landschapswerkplaats zijn verdeeld over zeven deelgebieden, zoals vastgesteld in de Werkplaatsagenda van de Landschapswerkplaats en de Provinciale Omgevingsvisie. In de openstellingsbesluiten wordt aangegeven hoeveel financiering per deelgebied beschikbaar is. Wanneer een project/aanvraag in meerdere gebieden gerealiseerd wordt, wordt de aanvrager gevraagd een inschatting te maken van welke middelen in welk gebied landen.
Artikel 1.5
Privaat- en publiekrechtelijke partijen kunnen aanvragen, zoals stichtingen, verenigingen, overheden en andere rechtspersonen. De aanvrager is gevestigd in de provincie Groningen, dit mag ook een nevenvestiging zijn.
Artikel 1.8 eerste lid onder a
De focus van de subsidieregeling is het realiseren van fysieke maatregelen in het Groninger landschap. Onder investeringskosten worden verstaan de menskracht en uitvoeringsmateriaal om deze maatregelen uit te voeren. Kunst dat geplaatst wordt in het landschap valt onder investeringskosten.
Artikel 1.8 eerste lid onder e
Voor het indienen van een aanvraag moet duidelijk zijn wie er verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud van het project. In de subsidieregeling is er een mogelijkheid om subsidie aan te vragen voor het beheer en onderhoud, dit mag maximaal 15 procent van de subsidiabele kosten zijn en geldt niet voor onderhoud voor verharde paden (art. 1.9). Dit kan ook in de vorm van een afkoopsom voor de komende 5 jaar gelijk aan de instandhoudingsverplichting van het project.
Artikel 1.8 derde lid
Dit zijn proceskosten die gemaakt worden voordat de aanvraag wordt ingediend. Bijvoorbeeld inzet om te komen tot een goede aanvraag. Deze kosten worden voor eigen risico gemaakt. Alleen indien de subsidieaanvraag gehonoreerd wordt, kunnen deze kosten gesubsidieerd worden. Voor aanvragen waarbij er sprake is van staatssteun, kunnen geen voorbereidingskosten gesubsidieerd worden. Daarom kunnen er geen voorbereidingskosten in de aanvraag worden opgenomen voor een aanvraag voor elektrische sloepen en laadpalen voor elektrische sloepen.
Artikel 1.9 onder c
Er wordt geen subsidie verstrekt voor de ontwikkeling van apps of nieuwe websites. Er kan wel subsidie aangevraagd worden voor communicatie, bijvoorbeeld via bestaande websites, lokale media en flyers, indien dit direct gerelateerd is aan de realisatie van de subsidiabele activiteit.
Artikel 1.10 tweede lid onder b
In de door de subsidieontvanger overgelegde begroting moet duidelijk worden gemaakt of de kostenposten in- of exclusief BTW zijn en of deze kosten verrekenbaar of compensabel zijn. Indien de kosten verrekenbaar of compensabel zijn, dan kan hiervoor geen subsidie ontvangen worden.
Artikel 2.5
Aanmelding bij Open Data Platform van Marketing Groningen kan via Ondernemers instructie | Toegankelijk Groningen. Door aanmelding op dit platform wordt voor iedereen inzichtelijk waar aanlegsteigers, laadpalen en andere infrastructuur voor vaarrecreatie aanwezig is. Ook verhuur van middelen wordt zo zichtbaar.
Artikel 3.2 onder a
Bij het landschappelijk zichtbaar maken kan het bijvoorbeeld gaan om het aanbrengen van (verschillende vormen van) beplanting passend bij de kenmerken van het landschap.
Artikel 3.2 onder d
Het vergroten van de biodiversiteit bij diepen en maren kan bijvoorbeeld door de aanleg van natuurvriendelijke oevers of door werkzaamheden die nodig zijn om te komen tot aangepast beheer van oevers en/of maaipaden.
Artikel 4.1
De Veldatlas is een project ondergebracht bij Sterke Musea (www.sterktemusea/veldatlas). Hierin worden diverse verhalen van Groningen verteld.
Artikel 5.4 tweede lid 2 onder b
Dit kan worden aangetoond door bijvoorbeeld een vastgesteld beleidsplan waarin is vastgelegd dat biodiversiteit in bermen en/of oevers verbeterd gaat worden of een besluit van de gemeenteraad, het college van Burgemeester en Wethouders of waterschapsbestuur waaruit blijkt dat bermen en oevers waar mogelijk ecologisch beheerd gaan worden.
Artikel 5.4 derde lid
Om het beheer te kunnen evalueren door middel van ecologische monitoring zal eerst ecologisch berm- en/of oeverbeheer moeten hebben plaatsgevonden. Dit kan aangetoond worden met een vastgesteld ecologisch berm- en/of oeverbeheerplan of vergelijkbare documenten.
Artikel 7.3 onder b
Herstel van groene landschapselementen en bos door middel van aanplant van bomen en struiken wordt onder beperkende voorwaarden subsidiabel gesteld omdat met deze regeling wordt beoogd meer bos te realiseren t.o.v. van wat er al is. Bij herstel moet er eerst bos verloren zijn gegaan. De oorzaak van dit verlies bepaalt of herstel subsidiabel wordt gesteld.
Artikel 7.3 onder g
De eigen bijdrage van de grondeigena(a)r(en) is aantoonbaar te maken door deze als inkomsten mee te nemen in het dekkingsoverzicht voor het project.
Artikel 8.3 onder b
Met kaders voor ruimtelijke kwaliteit wordt bedoeld de Kwaliteitsgids Groningen en Omgevingsvisie provincie Groningen en Omgevingsverordening provincie Groningen.
Artikel 9.3 eerste lid
Omdat het in deze categorie gaat om samengestelde aanvragen voor 25 erven of meer wordt in dit artikel afgeweken van de vereiste dat draagvlak en beheer- en onderhoud voor de aangevraagde activiteit ten tijde van de aanvraag al geregeld moet zijn.
Artikel 9.3 tweede lid
Hierbij wordt als uitgangpunt gehanteerd dat het voor alle Groningers mogelijk moet kunnen zijn om te genieten van de gerealiseerde activiteit. Omdat de activiteit onder deze categorie voornamelijk plaats zal vinden op private grondeigendommen (erven) is deze vereiste gesteld.
Artikel 9.3 derde lid
Voor deze categorie is een lijst met streekeigen soorten samengesteld. In deze lijst zijn ook enkele cultivars en fruitbomen genoemd die niet onder de definitie streekeigen plantmateriaal kunnen worden geschaard maar vanuit cultuurhistorisch oogpunt wel kunnen passen op een (boeren)erf in Groningen. Deze cultivars en fruitbomen kunnen maximaal 5% van het plantmateriaal voor de activiteit beslaan volgens artikel 1.7 onder d.
Artikel 9.5 eerste lid
Om een invulling te geven aan de doelstelling van deze categorie, specifiek het vergroten van de waarde van een groen erf, wordt kennisdeling, bijvoorbeeld in de vorm van workshops en lezingen wel als proceskosten subsidiabel gesteld.
Artikel 9.6 eerste lid
Omdat het in deze categorie gaat om samengestelde aanvragen voor 25 erven of meer is de uitvoeringtermijn verlengd van 2 naar maximaal 4 jaar.
Artikel 9.6 derde lid
De eigen bijdrage van de grondeigena(a)r(en) is aantoonbaar te maken door deze als inkomsten mee te nemen in het dekkingsoverzicht voor het project.
Bijlage 2 – Probos overzicht beplantingstypen
Meer bos en bomen in Groningen voor klimaat, natuur en mensen
Overzicht beplantingstypen
1
Inleiding
Er is steeds meer aandacht voor de bijdrage die bos en bomen leveren aan klimaat, biodiversiteit en een mooie leefomgeving voor zowel gezondheid als recreatie. In Groningen wordt met het Programma Bos en Hout invulling gegeven aan de ambitie om meer bos en houtopstanden aan te leggen. In de in september 2020 uitgebrachte brochure ‘Meer bos en bomen in Groningen voor klimaat, natuur en mensen’1 wordt een overzicht gegeven van de doelen en de eerste uitwerking van dit programma. Waar liggen kansen voor uitbreiding van groen? Welke bijdrage leveren bos, groene lijnen in het landschap, erfbeplantingen en groen op bedrijventerreinen aan de CO2-reductie, het versterken van de biodiversiteit en het verbeteren van de leefomgeving? Wat zijn hiervan de kosten?
De brochure is bedoeld om alle belanghebbenden (zoals provincie, gemeenten, waterschappen, groene gebiedspartners en agrarisch collectieven) te informeren, maar vooral te inspireren, om samen invulling te geven aan een groener en duurzamer Groningen.
Deze rapportage is bedoeld als bijlage bij de brochure. In hoofdstuk 2 van dit rapport wordt een overzicht gegeven van de verschillende beplantingstypen die binnen het Programma Bos en Hout kunnen worden toegepast. Hierin worden de beplantingstypen kort toegelicht en gekarakteriseerd. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de biodiversiteitswaarde van de verschillende boomsoorten die binnen het Programma Bos en Hout kunnen worden toegepast.
2
Beplantingstypen Programma Bos en Hout
In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de mogelijke beplantingstypen per programmalijn uit de brochure. De programmalijn Bos wordt hierbij net zoals in de brochure onderverdeeld in de categorieën Dorps- en stadsbossen, Bos in landelijk gebied en Agroforestry en voedselbossen.
2.1
Bos in landelijk gebied
|
Tabel 2.1
Beplantingstypen programmalijn Bos in landelijk gebied
|
|
Beplantings-type
|
Beschrijving
|
Karakteristieke boomsoorten
|
CO2-
vastlegging (ton /ha/jaar)
|
Biodiversiteit-score*
|
|
Bos bij borgen en landgoederen
|
Deze vorm van bosuitbreiding betreft het herstellen en uitbreiden van landgoederen en (voormalige) borgen. Deze hebben de potentie om een groot areaal bos en andere houtige beplantingen te realiseren. Vooral indien de landgoederen en borgen gekoppeld worden aan historische routes. Deze categorie vertegenwoordigt een groot deel van het 'groene erfgoed' in de provincie Groningen. Bossen bij borgen en landgoederen zijn van origine gericht op houtproductie en jacht.
|
|
8,2
|
8
|
|
Bos met productiefunctie op zandgrond
|
Bossen waar gericht beheer wordt uitgevoerd met het doel om kwaliteitshout te leveren. Hierbij wordt wel rekening gehouden met andere functies die het bos te beiden heeft, maar er wordt actief gestuurd op houtproductie. Deze kunnen zowel uit loof- als naadhoutsoorten bestaan. Hierbij kan gedacht worden aan eik, populier, esdoorn, grove den, lariks en douglas. Vanuit het oogpunt van klimaatslim bosbeheer zullen deze veelal in gemengde vorm voorkomen. Deze bossen, gericht op het produceren van hout, dragen ook bij aanzienlijk bij aan het vastleggen van CO2. De soorten gericht op productie van kwaliteitshout kennen een relatief hoge bijgroei en leggen hierdoor jaarlijks veel CO2 vast. Naast de CO2 opgeslagen in het bos zelf, wordt de CO2 in het geoogst hout langdurig vastgelegd in de keten. Aangezien er gestuurd wordt op hout van hoge kwaliteit kan het geoogst hout ook hoogwaardig ingezet worden. Bijvoorbeeld in de bouw of voor de productie van meubels. Hierdoor blijft de CO2 in dit hout tot wel 100 jaar, of zelfs langer, vastgelegd in de keten. Middels cascadering kan dit zelfs nog verlengd worden.
|
Zomereik, grove den, esdoorn, douglas, lariks
|
8,6
|
6
|
|
Bos met productiefunctie op zavel- en kleigrond
|
Bossen waar gericht beheer wordt uitgevoerd met het doel om kwaliteitshout te leveren. Hierbij wordt wel rekening gehouden met andere functies die het bos te beiden heeft, maar er wordt actief gestuurd op houtproductie. Deze kunnen zowel uit loof- als naadhoutsoorten bestaan. Hierbij kan gedacht worden aan eik, populier, esdoorn, grove den, lariks en douglas. Vanuit het oogpunt van klimaatslim bosbeheer zullen deze veelal in gemengde vorm voorkomen. Deze bossen, gericht op het produceren van hout, dragen ook bij aanzienlijk bij aan het vastleggen van CO2. De soorten gericht op productie van kwaliteitshout kennen een relatief hoge bijgroei en leggen hierdoor jaarlijks veel CO2 vast. Naast de CO2 opgeslagen in het bos zelf, wordt de CO2 in het geoogst hout langdurig vastgelegd in de keten. Aangezien er gestuurd wordt op hout van hoge kwaliteit kan het geoogst hout ook hoogwaardig ingezet worden. Bijvoorbeeld in de bouw of voor de productie van meubels. Hierdoor blijft de CO2 in dit hout tot wel 100 jaar, of zelfs langer, vastgelegd in de keten. Middels cascadering kan dit zelfs nog verlengd worden.
|
Eik, beuk, esdoorn, populier, grove den, douglas, lariks
|
10,1
|
6
|
|
Hakhout- of geriefhoutbosjes
|
Hakhoutbosjes of geriefhoutbosjes zijn vrij liggende elementen in het landschap. Een hakhoutbosje werd vroeger aangeplant voor brandhout, als hout voor bezems en hekken en deed dienst als windkering.
Hakhout bestaat uit boomvormers van de soorten es, els, eik en wilg. Als struikvormers kunnen meidoorn, hazelaar, sleedoorn, wilg, Gelderse roos en veldesdoorn worden gebruikt.
|
Els, eik, berk, wilg, hazelaar, veldesdoorn
|
1,2
|
6
|
|
Kleine bosjes
|
Deze kleine bosjes, vaak niet groter dan 500 m2, zijn vaak zeer divers. Ze bestaan uit bomen en struiken die veelal vruchtdragend zijn. Hierdoor hebben ze een grote aantrekkingskracht voor bijvoorbeeld vogels en andere fauna.
|
Lijsterbes, kers, eik, linde, els, meidoorn, sleedoorn, hazelaar, hondsroos
|
8,2
|
9
|
|
Korte-omloop-bossen
|
Korte omloopbossen bestaan uit teelt in bosverband van bomensoorten met snelle groei in relatief korte omlopen. Veelal wordt de oogst ingezet als houtige biomassa voor de opwekking van energie.
|
Wilg, populier, els
|
2,3
|
6
|
|
Moerasbos op veengrond
|
Gevarieerde bossen, onder invloed van de hoge waterstand, bestaande uit els, berk en wilg met een rijke ondergroei van bijvoorbeeld zwarte bes, grote zegges en moerasvaren. Dit bostype komt voor in beekdalen, laagveen en hoogveen.
|
Els, berk, wilg
|
5,7
|
10
|
|
Multifunctioneel bos op veengrond
|
Bos waar ingezet wordt op de verschillende (maatschappelijke) functies; ecologie/natuur, recreatie en houtoogst. Alle functies zijn min of meer evenredig vertegenwoordigd. Bijbehorende bosgemeenschappen: berkenbroekbos, vochtig berken-zomereikenbos, elzen-eikenbos.
|
Berk, vuilboom, wilg, lijsterbes, zomereik, els, (beuk, es, grove den)
|
6,6
|
7
|
|
Multifunctioneel bos op zandgrond
|
Bos waar ingezet wordt op de verschillende (maatschappelijke) functies; ecologie/natuur, recreatie en houtoogst. Alle functies zijn min of meer evenredig vertegenwoordigd. Bijbehorende bosgemeenschappen: droog berken-zomereikenbos, vochtig berken-zomereikenbos, vochtig wintereiken-beukenbos, elzen-eikenbos.
|
Berk, vuilboom, wilg, lijsterbes, zomereik, els, beuk, es, grove den, haagbeuk, esdoorn
|
8,2
|
7
|
|
Multifunctioneel bos op zavel- en kleigrond
|
Bos waar ingezet wordt op de verschillende (maatschappelijke) functies; ecologie/natuur, recreatie en houtoogst. Alle functies zijn min of meer evenredig vertegenwoordigd. Bijbehorende bosgemeenschappen: gewoon eiken-haagbeukenbos, droog essen-iepenbos, elzenrijk essen-iepenbos.
|
Eik, haagbeuk, beuk, kers, linde, esdoorn, els, hazelaar, lijsterbes, es, wilg, populier, vogelkers
|
11,2
|
7
|
|
Natuurbos op veengrond
|
Bos waar de nadruk vooral op natuur ligt. Beheer en houtoogst zijn minimaal. De natuur krijgt vrij spel waardoor bos een volledige ontwikkeling volledig kan doorlopen, van juveniele- tot aftakelingsfase. Hierdoor ontstaat een hoge ecologische waarde. Bijbehorende bosgemeenschappen: berkenbroekbos, vochtig berken-zomereikenbos, elzen-eikenbos.
|
Berk, vuilboom, wilg, lijsterbes, zomereik, els, (beuk, es, grove den)
|
5,4
|
10
|
|
Natuurbos op zandgrond
|
Bos waar de nadruk vooral op natuur ligt. Beheer en houtoogst zijn minimaal. De natuur krijgt vrij spel waardoor bos een volledige ontwikkeling volledig kan doorlopen, van juveniele- tot aftakelingsfase. Hierdoor ontstaat een hoge ecologische waarde. Bijbehorende bosgemeenschappen: droog berken-zomereikenbos, vochtig berken-zomereikenbos, vochtig wintereiken-beukenbos, elzen-eikenbos.
|
Berk, vuilboom, wilg, lijsterbes, zomereik, els, beuk, es, grove den, haagbeuk, esdoorn
|
6,9
|
10
|
|
Natuurbos op zavel- en kleigrond
|
Bos waar de nadruk vooral op natuur ligt. Beheer en houtoogst zijn minimaal. De natuur krijgt vrij spel waardoor bos een volledige ontwikkeling volledig kan doorlopen, van juveniele- tot aftakelingsfase. Hierdoor ontstaat een hoge ecologische waarde. Bijbehorende bosgemeenschappen: gewoon eiken-haagbeukenbos, droog essen-iepenbos, elzenrijk essen-iepenbos.
|
Eik, haagbeuk, beuk, kers, linde, esdoorn, els, hazelaar, lijsterbes, es, wilg, populier, vogelkers
|
9,4
|
10
|
|
Struweel/ struweelhaag
|
Vegetatie die hoofdzakelijk bestaat uit struiken, met een maximale lengte tot circa 5 meter. Kan als mantel aangeplant worden aan de rand van het bos om een natuurlijke transitie in het landschap te creëren.
Hiernaast is het vanuit de landschappelijke inpassing op sommige plekken wenselijk om voor struweel te kiezen in plaats van opgaand bos omwille van openheid, zichtlijnen, (cultuur)historie of klimaatomstandigheden. Het struweel kan zowel uit lijnbeplantingen bestaan als vlaksgewijs. In tegenstelling tot bos komt dit beplantingstype vaak tot bloei of vruchtzetting.
|
Meidoorn, sleedoorn, wilg, wilde liguster, vuilboom, hazelaar, hondsroos, lijsterbes.
|
1,4
|
6
|
|
Voetnoot: De biodiversiteitsscore per beplantingstype is bepaald aan de hand van een gemiddelde score voor boomsoortgebonden biodiversiteit voor de drie meest karakteristieke boomsoorten voor het beplantingstype (zie ook tabel 3.1), een score voor de structuur van het beplantingstype (1 = nauwelijks diversiteit in structuur, 2= gemiddelde structuurdiversiteit, 3= veel structuurdiversiteit) en een score voor de zeldzaamheid van het habitattype in de Groningen/Nederland (1 = niet zeldzaam, 3 = zeer zeldzaam).
Bron: Probos
|
2.2
Dorps- en stadsbossen
|
Tabel 2.2
Beplantingstypen programmalijn Dorps- en stadsbossen
|
|
Beplantings-type
|
Beschrijving
|
Karakteristieke boomsoorten
|
CO2-
vastlegging (ton /ha/jaar)
|
Biodiversiteit-score *
|
|
Boomweide op veengrond
|
Een boomweide bestaat uit op regelmatige afstand van elkaar geplante bomen met een ondergroei van grassen. Het kronendak is in principe niet gesloten. Een boomweide bestaat traditioneel meestal slechts uit één soort van eenzelfde leeftijd. Vanuit een klimaatslim oogpunt is het echter wenselijk soorten of klonen te combineren. De horizontale en verticale structuur van de beplanting is erg eenvormig. Boomhoogte, vorm, stam-en kroondiameter zijn voor elk exemplaar nagenoeg gelijk. In de ondergroei staan grassen als gestreepte witbol, engels raaigras en ruw beemdgras. Rond de stammen kunnen kruiden die in de halfschaduw groeien staan zoals dagkoekoeksbloem en fluitenkruid.De bomen van een boomweide worden beheerd als solitaire bomen (jaarlijks inspecteren en eens in de vijf jaar snoeien).
Door rond de bomen niet te vaak te maaien, ontstaat hier een hogere vegetatie, waar rupsen en andere kleine ongewervelde kunnen overleven.
|
Populier, eik, els
|
3,1
|
4
|
|
Boomweide op zandgrond
|
Een boomweide bestaat uit op regelmatige afstand van elkaar geplante bomen met een ondergroei van grassen. Het kronendak is in principe niet gesloten. Een boomweide bestaat traditioneel meestal slechts uit één soort van eenzelfde leeftijd. Vanuit een klimaatslim oogpunt is het echter wenselijk soorten of klonen te combineren. De horizontale en verticale structuur van de beplanting is erg eenvormig. Boomhoogte, vorm, stam-en kroondiameter zijn voor elk exemplaar nagenoeg gelijk. In de ondergroei staan grassen als gestreepte witbol, engels raaigras en ruw beemdgras. Rond de stammen kunnen kruiden die in de halfschaduw groeien staan zoals dagkoekoeksbloem en fluitenkruid. De bomen van een boomweide worden beheerd als solitaire bomen (jaarlijks inspecteren en eens in de vijf jaar snoeien). Door rond de bomen niet te vaak te maaien, ontstaat hier een hogere vegetatie, waar rupsen en andere kleine ongewervelde kunnen overleven.
|
Populier, wilg, eik, els, es, iep, linde, beuk
|
4,1
|
4
|
|
Boomweide op zavel- en kleigrond
|
Een boomweide bestaat uit op regelmatige afstand van elkaar geplante bomen met een ondergroei van grassen. Het kronendak is in principe niet gesloten. Een boomweide bestaat traditioneel meestal slechts uit één soort van eenzelfde leeftijd. Vanuit een klimaatslim oogpunt is het echter wenselijk soorten of klonen te combineren. De horizontale en verticale structuur van de beplanting is erg eenvormig. Boomhoogte, vorm, stam-en kroondiameter zijn voor elk exemplaar nagenoeg gelijk. In de ondergroei staan grassen als gestreepte witbol, engels raaigras en ruw beemdgras. Rond de stammen kunnen kruiden die in de halfschaduw groeien staan zoals dagkoekoeksbloem en fluitenkruid. De bomen van een boomweide worden beheerd als solitaire bomen (jaarlijks inspecteren en eens in de vijf jaar snoeien). Door rond de bomen niet te vaak te maaien, ontstaat hier een hogere vegetatie, waar rupsen en andere kleine ongewervelde kunnen overleven.
|
Beuk, es, iep, linde, populier, eik, wilg, els
|
5,2
|
4
|
|
Dorps- en stadbossen met accent natuur op veengrond
|
Bossen nabij dorpen en steden waar minimaal beheer plaatsvindt. De natuur kan hier grotendeels haar gang gaan. Afhankelijk van het bodemtype worden bosgemeenschappen aangeplant die hier van nature voorkomen. Er wordt dus (vrijwel) uitsluitend met inheemse soorten gewerkt. Hiernaast vertegenwoordigen zowel de individuele soorten als het bos in het algemeen een hoge ecologische waarde. Op termijn zijn alle stadia van bosontwikkeling aanwezig en is er veel aandacht voor dood hout. Houtproductie speelt een minimale rol en recreatieve voorzieningen zijn in beperkte mate aanwezig. De focus ligt op biodiversiteit. Bijbehorende bosgemeenschappen: berkenbroekbos, vochtig berken-zomereikenbos, elzen-eikenbos
|
Berk, vuilboom, wilg, lijsterbes, zomereik, els, (beuk, es, grove den)
|
5,4
|
9
|
|
Dorps- en stadbossen met accent natuur op zandgrond
|
Bossen nabij dorpen en steden waar minimaal beheer plaatsvindt. De natuur kan hier grotendeels haar gang gaan. Afhankelijk van het bodemtype worden bosgemeenschappen aangeplant die hier van nature voorkomen. Er wordt dus (vrijwel) uitsluitend met inheemse soorten gewerkt. Hiernaast vertegenwoordigen zowel de individuele soorten als het bos in het algemeen een hoge ecologische waarde. Op termijn zijn alle stadia van bosontwikkeling aanwezig en is er veel aandacht voor dood hout. Houtproductie speelt een minimale rol en recreatieve voorzieningen zijn in beperkte mate aanwezig. De focus ligt op biodiversiteit. Bijbehorende bosgemeenschappen: droog berken-zomereikenbos, vochtig berken-zomereikenbos, vochtig wintereiken-beukenbos, elzen-eikenbos.
|
Berk, vuilboom, wilg, lijsterbes, zomereik, els, beuk, es, grove den, haagbeuk, esdoorn
|
6,9
|
9
|
|
Dorps- en stadbossen met accent natuur op zavel- en kleigrond
|
Bossen nabij dorpen en steden waar minimaal beheer plaatsvindt. De natuur kan hier grotendeels haar gang gaan. Afhankelijk van het bodemtype worden bosgemeenschappen aangeplant die hier van nature voorkomen. Er wordt dus (vrijwel) uitsluitend met inheemse soorten gewerkt. Hiernaast vertegenwoordigen zowel de individuele soorten als het bos in het algemeen een hoge ecologische waarde. Op termijn zijn alle stadia van bosontwikkeling aanwezig en is er veel aandacht voor dood hout. Houtproductie speelt een minimale rol en recreatieve voorzieningen zijn in beperkte mate aanwezig. De focus ligt op biodiversiteit. Bijbehorende bosgemeenschappen: gewoon eiken-haagbeukenbos, droog essen-iepenbos, elzenrijk essen-iepenbos.
|
Eik, haagbeuk, beuk, kers, linde, esdoorn, els, hazelaar, lijsterbes, es, wilg, populier, vogelkers
|
9,4
|
9
|
|
Dorps- en stadbossen met accent recreatie op veengrond
|
Bossen nabij dorpen en steden, voornamelijk gericht op recreatie. De aanwezige natuurfuncties zorgen voor een maximale natuurbeleving. Recreatieve aspecten als wandel- en fietspaden voeren de boventoon. Hiernaast is er aandacht voor cultureel erfgoed. Ook natuureducatie is een van de peilers waarop ingezet wordt. Afhankelijk van het bodemtype worden bepaalde bostypen aangeplant. Bijbehorende bosgemeenschappen: berkenbroekbos, vochtig berken-zomereikenbos, elzen-eikenbos.
|
Berk, vuilboom, wilg, lijsterbes, zomereik, els, (beuk, es, grove den)
|
6,6
|
7
|
|
Dorps- en stadbossen met accent recreatie op zandgrond
|
Bossen nabij dorpen en steden, voornamelijk gericht op recreatie. De aanwezige natuurfuncties zorgen voor een maximale natuurbeleving. Recreatieve aspecten als wandel- en fietspaden voeren de boventoon. Hiernaast is er aandacht voor cultureel erfgoed. Ook natuureducatie is een van de pijlers waarop ingezet wordt. Afhankelijk van het bodemtype worden bepaalde bostypen aangeplant. Bijbehorende bosgemeenschappen: droog berken-zomereikenbos, vochtig berken-zomereikenbos, vochtig wintereiken-beukenbos, elzen-eikenbos.
|
Berk, vuilboom, wilg, lijsterbes, zomereik, els, beuk, es, grove den, haagbeuk, esdoorn
|
8,2
|
7
|
|
Dorps- en stadbossen met accent recreatie op zavel- en kleigrond
|
Bossen nabij dorpen en steden, voornamelijk gericht op recreatie. De aanwezige natuurfuncties zorgen voor een maximale natuurbeleving. Recreatieve aspecten als wandel- en fietspaden voeren de boventoon. Hiernaast is er aandacht voor cultureel erfgoed. Ook natuureducatie is een van de pijlers waarop ingezet wordt. Afhankelijk van het bodemtype worden bepaalde bostypen aangeplant. Bijbehorende bosgemeenschappen: gewoon eiken-haagbeukenbos, droog essen-iepenbos, elzenrijk essen-iepenbos.
|
Eik, haagbeuk, beuk, kers, linde, esdoorn, els, hazelaar, lijsterbes, es, wilg, populier, vogelkers
|
11,2
|
7
|
|
Hakhout- of geriefhoutbosjes
|
Hakhoutbosjes of geriefhoutbosjes zijn vrij liggende elementen in het landschap. Een hakhoutbosje werd vroeger aangeplant voor brandhout, als hout voor bezems en hekken en deed dienst als windkering.
Hakhout bestaat uit boomvormers van de soorten es, els, eik en wilg. Als struikvormers kunnen meidoorn, hazelaar, sleedoorn, wilg, Gelderse roos en veldesdoorn worden gebruikt.
|
Els, eik, berk, wilg, hazelaar, veldesdoorn
|
1,2
|
6
|
|
Kleine bosjes
|
Deze kleine bosjes, vaak niet groter dan 500 m2, zijn vaak zeer divers. Ze bestaan uit bomen en struiken die veelal vruchtdragend zijn. Hierdoor hebben ze een grote aantrekkingskracht voor bijvoorbeeld vogels en andere fauna.
|
Lijsterbes, kers, eik, linde, els, meidoorn, sleedoorn, hazelaar, hondsroos
|
8,2
|
9
|
|
Korte omloop bossen
|
Korte omloopbossen bestaan uit teelt in bosverband van bomensoorten met snelle groei in relatief korte omlopen. Veelal wordt de oogst ingezet als houtige biomassa voor de opwekking van energie.
|
Wilg, populier, els
|
2,3
|
6
|
|
Multifunctionele dorps- en stadsbossen op veengrond
|
Bossen nabij dorpen en steden waarbij zowel ecologische en recreatieve functie van het bos als de functie van houtproductie (evenredig) vertegenwoordigd worden. Middels (intensief) geïntegreerd bosbeheer worden de verschillende functies van het bos benut.
|
Berk, vuilboom, wilg, lijsterbes, zomereik, els, (beuk, es, grove den)
|
6,6
|
7
|
|
Multifunctionele dorps- en stadsbossen op zandgrond
|
Bossen nabij dorpen en steden waarbij zowel ecologische en recreatieve functie van het bos als de functie van houtproductie (evenredig) vertegenwoordigd worden.
|
Berk, vuilboom, wilg, lijsterbes, zomereik, els, beuk, es, grove den, haagbeuk, esdoorn
|
8,2
|
7
|
|
Multifunctionele dorps- en stadsbossen op zavel- en kleigrond
|
Bossen nabij dorpen en steden waarbij zowel ecologische en recreatieve functie van het bos als de functie van houtproductie (evenredig) vertegenwoordigd worden. Middels (intensief) geïntegreerd bosbeheer worden de verschillende functies van het bos benut.
|
Eik, haagbeuk, beuk, kers, linde, esdoorn, els, es, wilg, populier,
|
11,2
|
7
|
|
Voetnoot: De biodiversiteitsscore per beplantingstype is bepaald aan de hand van een gemiddelde score voor boomsoortgebonden biodiversiteit voor de drie meest karakteristieke boomsoorten voor het beplantingstype (zie ook tabel 3.1), een score voor de structuur van het beplantingstype (1 = nauwelijks diversiteit in structuur, 2= gemiddelde structuurdiversiteit, 3= veel structuurdiversiteit) en een score voor de zeldzaamheid van het habitattype in de Groningen/Nederland (1 = niet zeldzaam, 3 = zeer zeldzaam).
Bron: Probos
|
2.3
Agroforestry en voedselbossen
|
Tabel 2.3
Beplantingstypen programmalijn Agroforestry en voedselbossen
|
|
Beplantings-type
|
Beschrijving
|
Karakteristieke boomsoorten
|
CO2-
vastlegging (ton /ha/jaar)
|
Biodiversiteit-score *
|
|
Voedselbossen
|
Bossen nabij dorpen en steden waar natuur gecombineerd wordt met duurzame voedselproductie. Er worden voornamelijk (inheemse) vruchtdragende boom-en stuiksoorten aangeplant. Hierdoor ontstaat een divers systeem waarbij zowel op een natuurlijke manier voedsel wordt geproduceerd, CO2 wordt vastgelegd én een hoge biodiversiteitswaarde kent. Aangezien het bos zich dichtbij dorpen of steden bevindt heeft het ook een bepaalde recreatieve waarde.
|
Walnoot, kastanje, linde, lijsterbes, appel, kers, eik, hazelaar, mispel, cornus
|
4,1
|
6
|
|
Boomweide op veengrond
|
Een boomweide bestaat uit op regelmatige afstand van elkaar geplante bomen met een ondergroei van grassen. Het kronendak is in principe niet gesloten. Een boomweide bestaat traditioneel meestal slechts uit één soort van eenzelfde leeftijd. Vanuit een klimaatslim oogpunt is het echter wenselijk soorten of klonen te combineren. De horizontale en verticale structuur van de beplanting is erg eenvormig. Boomhoogte, vorm, stam-en kroondiameter zijn voor elk exemplaar nagenoeg gelijk. In de ondergroei staan grassen als gestreepte witbol, engels raaigras en ruw beemdgras. Rond de stammen kunnen kruiden die in de halfschaduw groeien staan zoals dagkoekoeksbloem en fluitenkruid. De bomen van een boomweide worden beheerd als solitaire bomen (jaarlijks inspecteren en eens in de vijf jaar snoeien). Door rond de bomen niet te vaak te maaien, ontstaat hier een hogere vegetatie, waar rupsen en andere kleine ongewervelde kunnen overleven.
|
Populier, eik, els
|
3,1
|
4
|
|
Boomweide op zandgrond
|
Een boomweide bestaat uit op regelmatige afstand van elkaar geplante bomen met een ondergroei van grassen. Het kronendak is in principe niet gesloten. Een boomweide bestaat traditioneel meestal slechts uit één soort van eenzelfde leeftijd. Vanuit een klimaatslim oogpunt is het echter wenselijk soorten of klonen te combineren. De horizontale en verticale structuur van de beplanting is erg eenvormig. Boomhoogte, vorm, stam-en kroondiameter zijn voor elk exemplaar nagenoeg gelijk. In de ondergroei staan grassen als gestreepte witbol, engels raaigras en ruw beemdgras. Rond de stammen kunnen kruiden die in de halfschaduw groeien staan zoals dagkoekoeksbloem en fluitenkruid. De bomen van een boomweide worden beheerd als solitaire bomen (jaarlijks inspecteren en eens in de vijf jaar snoeien). Door rond de bomen niet te vaak te maaien, ontstaat hier een hogere vegetatie, waar rupsen en andere kleine ongewervelde kunnen overleven.
|
Populier, wilg, eik, els, es, iep, linde, beuk
|
4,1
|
4
|
|
Boomweide op zavel- en kleigrond
|
Een boomweide bestaat uit op regelmatige afstand van elkaar geplante bomen met een ondergroei van grassen. Het kronendak is in principe niet gesloten. Een boomweide bestaat traditioneel meestal slechts uit één soort van eenzelfde leeftijd. Vanuit een klimaatslim oogpunt is het echter wenselijk soorten of klonen te combineren. De horizontale en verticale structuur van de beplanting is erg eenvormig. Boomhoogte, vorm, stam-en kroondiameter zijn voor elk exemplaar nagenoeg gelijk. In de ondergroei staan grassen als gestreepte witbol, engels raaigras en ruw beemdgras. Rond de stammen kunnen kruiden die in de halfschaduw groeien staan zoals dagkoekoeksbloem en fluitenkruid. De bomen van een boomweide worden beheerd als solitaire bomen (jaarlijks inspecteren en eens in de vijf jaar snoeien). Door rond de bomen niet te vaak te maaien, ontstaat hier een hogere vegetatie, waar rupsen en andere kleine ongewervelde kunnen overleven.
|
Beuk, es, iep, linde, populier, eik, wilg, els
|
5,2
|
4
|
|
Boomweide op zandgrond
|
Een boomweide bestaat uit op regelmatige afstand van elkaar geplante bomen met een ondergroei van grassen. Het kronendak is in principe niet gesloten. Een boomweide bestaat traditioneel meestal slechts uit één soort van eenzelfde leeftijd. Vanuit een klimaatslim oogpunt is het echter wenselijk soorten of klonen te combineren. De horizontale en verticale structuur van de beplanting is erg eenvormig. Boomhoogte, vorm, stam-en kroondiameter zijn voor elk exemplaar nagenoeg gelijk. In de ondergroei staan grassen als gestreepte witbol, engels raaigras en ruw beemdgras. Rond de stammen kunnen kruiden die in de halfschaduw groeien staan zoals dagkoekoeksbloem en fluitenkruid. De bomen van een boomweide worden beheerd als solitaire bomen (jaarlijks inspecteren en eens in de vijf jaar snoeien). Door rond de bomen niet te vaak te maaien, ontstaat hier een hogere vegetatie, waar rupsen en andere kleine ongewervelde kunnen overleven.
|
Populier, wilg, eik, els, es, iep, linde, beuk
|
4,1
|
4
|
|
Boomweide op zavel- en kleigrond
|
Een boomweide bestaat uit op regelmatige afstand van elkaar geplante bomen met een ondergroei van grassen. Het kronendak is in principe niet gesloten. Een boomweide bestaat traditioneel meestal slechts uit één soort van eenzelfde leeftijd. Vanuit een klimaatslim oogpunt is het echter wenselijk soorten of klonen te combineren. De horizontale en verticale structuur van de beplanting is erg eenvormig. Boomhoogte, vorm, stam-en kroondiameter zijn voor elk exemplaar nagenoeg gelijk. In de ondergroei staan grassen als gestreepte witbol, engels raaigras en ruw beemdgras. Rond de stammen kunnen kruiden die in de halfschaduw groeien staan zoals dagkoekoeksbloem en fluitenkruid. De bomen van een boomweide worden beheerd als solitaire bomen (jaarlijks inspecteren en eens in de vijf jaar snoeien). Door rond de bomen niet te vaak te maaien, ontstaat hier een hogere vegetatie, waar rupsen en andere kleine ongewervelde kunnen overleven.
|
Beuk, es, iep, linde, populier, eik, wilg, els
|
5,2
|
4
|
|
Houtsingels en - wallen
|
Een brede landschappelijk waardevolle afscheiding, vaak ook tussen weilanden, die bestaat uit bomen en struiken. Een houtsingel is een lijnvormig landschapselement van 4 tot maximaal 20 meter breed. Houtsingels lijken veel op houtwallen. Bij een houtwal is er sprake van een opgeworpen wal, waar de beplanting op staat. Voor aanplant van houtsingels en -wallen wordt vaak 3-jarig bosplantsoen gebruikt met een maat van 60-80cm in hoogte. De te beplanten oppervlakte wordt vaak bewerkt middels frezen. Een plantafstand van 1,5x1,5m wordt geadviseerd, waarbij boomvormers in het midden aangeplant worden. Indien meerdere soorten worden aangeplant is het wenselijk om soorten in groepen van minstens 5-7 stuks aan te planten om te voorkomen dat langzaam groeiende soorten worden overgroeid door snel groeiende soorten. Bij aanplant wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van streekeigen plant-materiaal.
|
Els, eik, meidoorn, lijsterbes, wilg, hazelaar, krent
|
8,2
|
7
|
|
Bomenrij op veengrond
|
Een rij of laan bestaande uit een of meerdere rijen bomen aan één of beide zijden van de weg, kanaal, wijk of maar. Traditioneel bestaat de laan of rij slechts uit één soort van dezelfde leeftijd. Bij aanplant wordt vaak gekozen voor laanbomen met een minimale omtrek van 10-12cm. De bomen staan 5-8 meter uit elkaar waardoor de individuele bomen in staat zijn zich volledig vrij groeiend te ontwikkelen met een natuurlijke kroonvorm. Indien de rij of laan dicht op de weg geplaats wordt aanbevolen de beplanting op te snoeien. Dit maakt het maaien tevens gemakkelijker.
|
Populier, wilg, eik, els
|
4,5
|
5
|
|
Bomenrij op zandgrond
|
Een rij of laan bestaande uit een of meerdere rijen bomen aan één of beide zijden van de weg, kanaal, wijk of maar. Traditioneel bestaat de laan of rij slechts uit één soort van dezelfde leeftijd. Bij aanplant wordt vaak gekozen voor laanbomen met een minimale omtrek van 10-12cm. De bomen staan 5-8 meter uit elkaar waardoor de individuele bomen in staat zijn zich volledig vrij groeiend te ontwikkelen met een natuurlijke kroonvorm. Indien de rij of laan dicht op de weg geplaats wordt aanbevolen de beplanting op te snoeien. Dit maakt het maaien tevens gemakkelijker.
|
Populier, wilg, eik, els, es, iep, linde, beuk, walnoot, kastanje
|
6,0
|
5
|
|
Bomenrij op zavel- en kleigrond
|
Een rij of laan bestaande uit een of meerdere rijen bomen aan één of beide zijden van de weg, kanaal, wijk of maar. Traditioneel bestaat de laan of rij slechts uit één soort van dezelfde leeftijd. Bij aanplant wordt vaak gekozen voor laanbomen met een minimale omtrek van 10-12cm. De bomen staan 5-8 meter uit elkaar waardoor de individuele bomen in staat zijn zich volledig vrij groeiend te ontwikkelen met een natuurlijke kroonvorm. Indien de rij of laan dicht op de weg geplaats wordt aanbevolen de beplanting op te snoeien. Dit maakt het maaien tevens gemakkelijker.
|
Beuk, es, iep, linde, populier, eik, wilg, els, walnoot, kastanje
|
7,5
|
5
|
|
Voetnoot: De biodiversiteitsscore per beplantingstype is bepaald aan de hand van een gemiddelde score voor boomsoortgebonden biodiversiteit voor de drie meest karakteristieke boomsoorten voor het beplantingstype (zie ook tabel 3.1), een score voor de structuur van het beplantingstype (1 = nauwelijks diversiteit in structuur, 2= gemiddelde structuurdiversiteit, 3= veel structuurdiversiteit) en een score voor de zeldzaamheid van het habitattype in de Groningen/Nederland (1 = niet zeldzaam, 3 = zeer zeldzaam).
Bron: Probos
|
2.4
Lijnvormige beplantingen
|
Tabel 2.4
Beplantingstypen programmalijn Lijnvormige beplantingen
|
|
Beplantings-type
|
Beschrijving
|
Karakteristieke boomsoorten
|
CO2-
vastlegging (ton /ha/jaar)
|
Biodiversiteit-score *
|
|
Bomenrij of -laan op veengrond
|
Een rij of laan bestaande uit een of meerdere rijen bomen aan één of beide zijden van de weg, kanaal, wijk of maar. Traditioneel bestaat de laan of rij slechts uit één soort van dezelfde leeftijd. Bij aanplant wordt vaak gekozen voor laanbomen met een minimale omtrek van 10-12cm. De bomen staan 5-8 meter uit elkaar waardoor de individuele bomen in staat zijn zich volledig vrij groeiend te ontwikkelen met een natuurlijke kroonvorm. Indien de rij of laan dicht op de weg geplaats wordt aanbevolen de beplanting op te snoeien. Dit maakt het maaien tevens gemakkelijker.
|
Populier, wilg, eik, els
|
4,5
|
5
|
|
Bomenrij of -laan op zandgrond
|
Een rij of laan bestaande uit een of meerdere rijen bomen aan één of beide zijden van de weg, kanaal, wijk of maar. Traditioneel bestaat de laan of rij slechts uit één soort van dezelfde leeftijd. Bij aanplant wordt vaak gekozen voor laanbomen met een minimale omtrek van 10-12cm. De bomen staan 5-8 meter uit elkaar waardoor de individuele bomen in staat zijn zich volledig vrij groeiend te ontwikkelen met een natuurlijke kroonvorm. Indien de rij of laan dicht op de weg geplaats wordt aanbevolen de beplanting op te snoeien. Dit maakt het maaien tevens gemakkelijker.
|
Populier, wilg, eik, els, es, iep, linde, beuk, walnoot, kastanje
|
6,0
|
5
|
|
Bomenrij of -laan op zavel- en kleigrond
|
Een rij of laan bestaande uit een of meerdere rijen bomen aan één of beide zijden van de weg, kanaal, wijk of maar. Traditioneel bestaat de laan of rij slechts uit één soort van dezelfde leeftijd. Bij aanplant wordt vaak gekozen voor laanbomen met een minimale omtrek van 10-12cm. De bomen staan 5-8 meter uit elkaar waardoor de individuele bomen in staat zijn zich volledig vrij groeiend te ontwikkelen met een natuurlijke kroonvorm. Indien de rij of laan dicht op de weg geplaats wordt aanbevolen de beplanting op te snoeien. Dit maakt het maaien tevens gemakkelijker.
|
Beuk, es, iep, linde, populier, eik, wilg, els, walnoot, kastanje
|
7,5
|
5
|
|
Houtsingels en - wallen
|
Een brede landschappelijk waardevolle afscheiding, vaak ook tussen weilanden, die bestaat uit bomen en struiken. Een houtsingel is een lijnvormig landschapselement van 4 tot maximaal 20 meter breed. Houtsingels lijken veel op houtwallen. Bij een houtwal is er sprake van een opgeworpen wal, waar de beplanting op staat. Voor aanplant van houtsingels en -wallen wordt vaak 3-jarig bosplantsoen gebruikt met een maat van 60-80cm in hoogte. De te beplanten oppervlakte wordt vaak bewerkt middels frezen. Een plantafstand van 1,5x1,5m wordt geadviseerd, waarbij boomvormers in het midden aangeplant worden. Indien meerdere soorten worden aangeplant is het wenselijk om soorten in groepen van minstens 5-7 stuks aan te planten om te voorkomen dat langzaam groeiende soorten worden overgroeid door snel groeiende soorten. Bij aanplant wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van streekeigen plantmateriaal.
|
Els, eik, meidoorn, lijsterbes, wilg, hazelaar, krent
|
8,2
|
7
|
|
Knip- en Scheerheg
|
Een knip- of scheerheg is een lijnvormig landschapselement, met aaneengesloten begroeiing van inheemse struiken, dat regelmatig wordt geknipt of geschoren. Bij aanplant wordt gekozen voor 3-jarig bosplantsoen (60-100cm), met 4 stuks op één strekkende meter. Afhankelijk van de soort, vorm, functie en eisen die aan de heg gesteld worden, wordt er 2 a 3 keer per jaar geknipt of geschoren.
|
Meidoorn, Veldesdoorn, Liguster, (haag)beuk
|
0,5
|
3
|
|
Struweel/struweelhaag
|
Een struweelhaag is een lijnvormig landschapselement met een aaneengesloten opgaande begroeiing van inheemse, overwegend doornachtige, struiken, die vrij uit mogen groeien. Zo ontstaat een weelderige haag in tegenstelling tot een geknipte haag. Een struweelhaag bestaat vaak uit soorten als meidoorn, sleedoorn en hondsroos. Voor aanplant wordt gebruik gemaakt van 3-jarig bosplantsoen (60-100cm). De te beplanten strook dient gefreesd te worden (alternatief is het graven van een plantsleuf). De haag wordt aangeplant in een enkele rij met 2 struiken per strekkende meter. Ook hier kan ervoor gekozen worden de haag vrijuit te laten groeien, of periodiek (tussen 6 a 15 jaar) af te zetten.
|
Meidoorn, sleedoorn, wilg, wilde liguster, vuilboom, hazelaar, hondsroos, lijsterbes.
|
1,4
|
6
|
|
Knotbomen
|
Een knotboom is een boom die regelmatig geknot wordt op een bepaalde hoogte. Meestal gebeurt dit op zo’n 2 meter stamhoogte. Door het regelmatig terugsnoeien ontstaat er na verloop van tijd op de stam een knoestige ‘knot’. Deze knotbomen worden vaak in een lijn aangeplant. Van ouder werden deze bomen gebruikt als grensafscheiding en houtleveranciers. De knotboom levert tenen (de uitlopers) die voor verschillende doeleinden gebruikt worden. Knotbomen zijn één van de meest karakteristieke landschapselementen in het Nederlandse landschap.
|
Els, wilg, populier, kastanje
|
2,8
|
5
|
|
Voetnoot: De biodiversiteitsscore per beplantingstype is bepaald aan de hand van een gemiddelde score voor boomsoortgebonden biodiversiteit voor de drie meest karakteristieke boomsoorten voor het beplantingstype (zie ook tabel 3.1), een score voor de structuur van het beplantingstype (1 = nauwelijks diversiteit in structuur, 2= gemiddelde structuurdiversiteit, 3= veel structuurdiversiteit) en een score voor de zeldzaamheid van het habitattype in de Groningen/Nederland (1 = niet zeldzaam, 3 = zeer zeldzaam).
Bron: Probos
|
2.5
Erven
|
Tabel 2.5
Beplantingstypen programmalijn Erven
|
|
Beplantings-type
|
Beschrijving
|
Karakteristieke boomsoorten
|
CO2-
vastlegging (ton /ha/jaar)
|
Biodiversiteit-score *
|
|
Bomenrij of -laan op veengrond
|
Een rij of laan bestaande uit een of meerdere rijen bomen aan één of beide zijden van de weg, kanaal, wijk of maar. Traditioneel bestaat de laan of rij slechts uit één soort van dezelfde leeftijd. Bij aanplant wordt vaak gekozen voor laanbomen met een minimale omtrek van 10-12cm. De bomen staan 5-8 meter uit elkaar waardoor de individuele bomen in staat zijn zich volledig vrij groeiend te ontwikkelen met een natuurlijke kroonvorm. Indien de rij of laan dicht op de weg geplaats wordt aanbevolen de beplanting op te snoeien. Dit maakt het maaien tevens gemakkelijker.
|
Populier, wilg, eik, els
|
4,5
|
5
|
|
Bomenrij of -laan op zandgrond
|
Een rij of laan bestaande uit een of meerdere rijen bomen aan één of beide zijden van de weg, kanaal, wijk of maar. Traditioneel bestaat de laan of rij slechts uit één soort van dezelfde leeftijd. Bij aanplant wordt vaak gekozen voor laanbomen met een minimale omtrek van 10-12cm. De bomen staan 5-8 meter uit elkaar waardoor de individuele bomen in staat zijn zich volledig vrij groeiend te ontwikkelen met een natuurlijke kroonvorm. Indien de rij of laan dicht op de weg geplaats wordt aanbevolen de beplanting op te snoeien. Dit maakt het maaien tevens gemakkelijker.
|
Populier, wilg, eik, els, es, iep, linde, beuk, walnoot, kastanje
|
6,0
|
5
|
|
Bomenrij of -laan op zavel- en kleigrond
|
Een rij of laan bestaande uit een of meerdere rijen bomen aan één of beide zijden van de weg, kanaal, wijk of maar. Traditioneel bestaat de laan of rij slechts uit één soort van dezelfde leeftijd. Bij aanplant wordt vaak gekozen voor laanbomen met een minimale omtrek van 10-12cm. De bomen staan 5-8 meter uit elkaar waardoor de individuele bomen in staat zijn zich volledig vrij groeiend te ontwikkelen met een natuurlijke kroonvorm. Indien de rij of laan dicht op de weg geplaats wordt aanbevolen de beplanting op te snoeien. Dit maakt het maaien tevens gemakkelijker.
|
Beuk, es, iep, linde, populier, eik, wilg, els, walnoot, kastanje
|
7,5
|
5
|
|
Knip- en Scheerheg
|
Een knip- of scheerheg is een lijnvormig landschapselement, met aaneengesloten begroeiing van inheemse struiken, dat regelmatig wordt geknipt of geschoren. Bij aanplant wordt gekozen voor 3-jarig bosplantsoen (60-100cm), met 4 stuks op één strekkende meter. Afhankelijk van de soort, vorm, functie en eisen die aan de heg gesteld worden, wordt er 2 a 3 keer per jaar geknipt of geschoren.
|
Meidoorn, Veldesdoorn, Liguster, (haag)beuk
|
0,5
|
3
|
|
Struweel/struweelhaag
|
Een struweelhaag is een lijnvormig landschapselement met een aaneengesloten opgaande begroeiing van inheemse, overwegend doornachtige, struiken, die vrij uit mogen groeien. Zo ontstaat een weelderige haag in tegenstelling tot een geknipte haag. Een struweelhaag bestaat vaak uit soorten als meidoorn, sleedoorn en hondsroos. Voor aanplant wordt gebruik gemaakt van 3-jarig bosplantsoen (60-100cm). De te beplanten strook dient gefreesd te worden (alternatief is het graven van een plantsleuf). De haag wordt aangeplant in een enkele rij met 2 struiken per strekkende meter. Ook hier kan ervoor gekozen worden de haag vrijuit te laten groeien, of periodiek (tussen 6 a 15 jaar) af te zetten.
|
Meidoorn, sleedoorn, wilg, wilde liguster, vuilboom, hazelaar, hondsroos, lijsterbes.
|
1,4
|
6
|
|
Knotbomen
|
Een knotboom is een boom die regelmatig geknot wordt op een bepaalde hoogte. Meestal gebeurt dit op zo’n 2 meter stamhoogte. Door het regelmatig terugsnoeien ontstaat er na verloop van tijd op de stam een knoestige ‘knot’. Deze knotbomen worden vaak in een lijn aangeplant. Van ouder werden deze bomen gebruikt als grensafscheiding en houtleveranciers. De knotboom levert tenen (de uitlopers) die voor verschillende doeleinden gebruikt worden. Knotbomen zijn één van de meest karakteristieke landschapselementen in het Nederlandse landschap.
|
Els, wilg, populier, kastanje
|
2,8
|
5
|
|
Kleine bosjes
|
Deze kleine bosjes, vaak niet groter dan 500 m2, zijn vaak zeer divers. Ze bestaan uit bomen en struiken die veelal vruchtdragend zijn. Hierdoor hebben ze een grote aantrekkingskracht voor bijvoorbeeld vogels en andere fauna.
|
Lijsterbes, kers, eik, linde, els, meidoorn, sleedoorn, hazelaar, hondsroos
|
8,2
|
9
|
|
Solitaire bomen
|
Solitaire bomen zijn, in tegenstelling tot bomen die in een bos staan, in staat zich volledig vrij groeiend te ontwikkelen met een natuurlijke kroonvorm en zijn daarom kenmerkende elementen in het landschap.
|
Uiteenlopend afhankelijk van bodemtype
|
12,9
|
4
|
|
Voetnoot: De biodiversiteitsscore per beplantingstype is bepaald aan de hand van een gemiddelde score voor boomsoortgebonden biodiversiteit voor de drie meest karakteristieke boomsoorten voor het beplantingstype (zie ook tabel 3.1), een score voor de structuur van het beplantingstype (1 = nauwelijks diversiteit in structuur, 2= gemiddelde structuurdiversiteit, 3= veel structuurdiversiteit) en een score voor de zeldzaamheid van het habitattype in de Groningen/Nederland (1 = niet zeldzaam, 3 = zeer zeldzaam).
Bron: Probos
|
2.6
Bedrijventerreinen
|
Tabel 2.6
Beplantingstypen programmalijn Bedrijventerrein
|
|
Beplantings-type
|
Beschrijving
|
Karakteristieke boomsoorten
|
CO2-
vastlegging (ton /ha/jaar)
|
Biodiversiteit-score *
|
|
Bomenrij of -laan op veengrond
|
Een rij of laan bestaande uit een of meerdere rijen bomen aan één of beide zijden van de weg, kanaal, wijk of maar. Traditioneel bestaat de laan of rij slechts uit één soort van dezelfde leeftijd. Bij aanplant wordt vaak gekozen voor laanbomen met een minimale omtrek van 10-12cm. De bomen staan 5-8 meter uit elkaar waardoor de individuele bomen in staat zijn zich volledig vrij groeiend te ontwikkelen met een natuurlijke kroonvorm. Indien de rij of laan dicht op de weg geplaats wordt aanbevolen de beplanting op te snoeien. Dit maakt het maaien tevens gemakkelijker.
|
Populier, wilg, eik, els
|
4,5
|
5
|
|
Bomenrij of -laan op zandgrond
|
Een rij of laan bestaande uit een of meerdere rijen bomen aan één of beide zijden van de weg, kanaal, wijk of maar. Traditioneel bestaat de laan of rij slechts uit één soort van dezelfde leeftijd. Bij aanplant wordt vaak gekozen voor laanbomen met een minimale omtrek van 10-12cm. De bomen staan 5-8 meter uit elkaar waardoor de individuele bomen in staat zijn zich volledig vrij groeiend te ontwikkelen met een natuurlijke kroonvorm. Indien de rij of laan dicht op de weg geplaats wordt aanbevolen de beplanting op te snoeien. Dit maakt het maaien tevens gemakkelijker.
|
Populier, wilg, eik, els, es, iep, linde, beuk, walnoot, kastanje
|
6,0
|
5
|
|
Bomenrij of -laan op zavel- en kleigrond
|
Een rij of laan bestaande uit een of meerdere rijen bomen aan één of beide zijden van de weg, kanaal, wijk of maar. Traditioneel bestaat de laan of rij slechts uit één soort van dezelfde leeftijd. Bij aanplant wordt vaak gekozen voor laanbomen met een minimale omtrek van 10-12cm. De bomen staan 5-8 meter uit elkaar waardoor de individuele bomen in staat zijn zich volledig vrij groeiend te ontwikkelen met een natuurlijke kroonvorm. Indien de rij of laan dicht op de weg geplaats wordt aanbevolen de beplanting op te snoeien. Dit maakt het maaien tevens gemakkelijker.
|
Beuk, es, iep, linde, populier, eik, wilg, els, walnoot, kastanje
|
7,5
|
5
|
|
Knip- en Scheerheg
|
Een knip- of scheerheg is een lijnvormig landschapselement, met aaneengesloten begroeiing van inheemse struiken, dat regelmatig wordt geknipt of geschoren. Bij aanplant wordt gekozen voor 3-jarig bosplantsoen (60-100cm), met 4 stuks op één strekkende meter. Afhankelijk van de soort, vorm, functie en eisen die aan de heg gesteld worden, wordt er 2 a 3 keer per jaar geknipt of geschoren.
|
Meidoorn, Veldesdoorn, Liguster, (haag)beuk
|
0,5
|
3
|
|
Struweel/struweelhaag
|
Een struweelhaag is een lijnvormig landschapselement met een aaneengesloten opgaande begroeiing van inheemse, overwegend doornachtige, struiken, die vrij uit mogen groeien. Zo ontstaat een weelderige haag in tegenstelling tot een geknipte haag. Een struweelhaag bestaat vaak uit soorten als meidoorn, sleedoorn en hondsroos. Voor aanplant wordt gebruik gemaakt van 3-jarig bosplantsoen (60-100cm). De te beplanten strook dient gefreesd te worden (alternatief is het graven van een plantsleuf). De haag wordt aangeplant in een enkele rij met 2 struiken per strekkende meter. Ook hier kan ervoor gekozen worden de haag vrijuit te laten groeien, of periodiek (tussen 6 a 15 jaar) af te zetten.
|
Meidoorn, sleedoorn, wilg, wilde liguster, vuilboom, hazelaar, hondsroos, lijsterbes.
|
1,4
|
6
|
|
Knotbomen
|
Een knotboom is een boom die regelmatig geknot wordt op een bepaalde hoogte. Meestal gebeurt dit op zo’n 2 meter stamhoogte. Door het regelmatig terugsnoeien ontstaat er na verloop van tijd op de stam een knoestige ‘knot’. Deze knotbomen worden vaak in een lijn aangeplant. Van ouder werden deze bomen gebruikt als grensafscheiding en houtleveranciers. De knotboom levert tenen (de uitlopers) die voor verschillende doeleinden gebruikt worden. Knotbomen zijn één van de meest karakteristieke landschapselementen in het Nederlandse landschap.
|
Els, wilg, populier, kastanje
|
2,8
|
5
|
|
Solitaire bomen
|
Solitaire bomen zijn, in tegenstelling tot bomen die in een bos staan, in staat zich volledig vrij groeiend te ontwikkelen met een natuurlijke kroonvorm en zijn daarom kenmerkende elementen in het landschap.
|
Uiteenlopend afhankelijk van bodemtype
|
12,9
|
4
|
|
Voetnoot: De biodiversiteitsscore per beplantingstype is bepaald aan de hand van een gemiddelde score voor boomsoortgebonden biodiversiteit voor de drie meest karakteristieke boomsoorten voor het beplantingstype (zie ook tabel 3.1), een score voor de structuur van het beplantingstype (1 = nauwelijks diversiteit in structuur, 2= gemiddelde structuurdiversiteit, 3= veel structuurdiversiteit) en een score voor de zeldzaamheid van het habitattype in de Groningen/Nederland (1 = niet zeldzaam, 3 = zeer zeldzaam).
Bron: Probos
|
3
Boomsoorten Programma Bos en Hout
In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de boomsoorten die bij de beplantingstypen voor de programmalijnen zijn genoemd, met hun biodiversiteitsscore. De biodiversiteitswaarde van de boomsoorten is bepaald met behulp van de boomsoortgebonden biodiversiteitsoverzichten uit het Praktijkboek Bosbeheer2.
|
Tabel 3.1
Boomsoorten uit de programmalijnen, met hun biodiversiteitsscore. De score is bepaald met behulp van de biodiversiteitsindex uit de boomsoortgebonden biodiverisiteitsoverzichten uit het Praktijkboek Bosbeheer. Voor het verkrijgen van een score is de breedte aan biodiversiteitsindex-waarden in vieren gedeeld. Soorten met een biodiveristeitsindex van 0,37 of lager kregen een score
1. Soorten met een biodiversiteitsindex van 0,38 t/m 0,50 kregen een score 2. Index 0,51 t/m 0,62 is score 3 en index 0,63 t/m 0,75 is score 4. Voor soorten die niet in de overzichten in het Praktijkboek voorkwamen is de score van een vergelijkbare soort aangehouden.
|
|
Boomsoort
|
Biodiversiteitsindex
|
Biodiversiteitsscore
|
|
Appel
|
0,4
|
2
|
|
Berk
|
0,62
|
3
|
|
Beuk
|
0,65
|
4
|
|
Den
|
0,51
|
3
|
|
Douglas
|
als zilverspar
|
1
|
|
Eik
|
0,73
|
4
|
|
Els
|
0,57
|
3
|
|
Es
|
0,49
|
2
|
|
Esdoorn
|
0,5
|
2
|
|
Fijnspar
|
0,41
|
2
|
|
Haagbeuk
|
0,33
|
1
|
|
Hazelaar
|
0,33
|
1
|
|
Hondsroos
|
als meidoorn
|
2
|
|
Iep
|
0,4
|
2
|
|
Kornoelje
|
als meidoorn
|
2
|
|
Krentenboompje
|
als lijsterbes
|
3
|
|
Lariks
|
0,28
|
1
|
|
Lijsterbes
|
0,56
|
3
|
|
Linde
|
0,45
|
2
|
|
Meidoorn
|
0,44
|
2
|
|
Mispel
|
als appel
|
1
|
|
Populier
|
0,53
|
3
|
|
Sleedoorn
|
als kers
|
4
|
|
Tamme kastanje
|
als hazelaar
|
1
|
|
Veldesdoorn
|
als esdoorn
|
2
|
|
Vogelkers
|
als kers
|
4
|
|
Vuilboom
|
als lijsterbes
|
3
|
|
Walnoot
|
als appel
|
1
|
|
Wilde liguster
|
als lijsterbes
|
3
|
|
Wilg
|
0,74
|
4
|
|
Zilverspar
|
0,25
|
1
|
|
Zoete kers
|
0,65
|
4
|
|
Bron: Probos
|