Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland houdende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023

Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland van 10 februari 2026, kenmerk 637991 , houdende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023.

 

Gedeputeerde staten van Zeeland,

  • -

    overwegende dat het Rijk geld beschikbaar heeft gesteld aan provincies om gemeenten te ondersteunen bij het realiseren van alternatieve verblijfplaatsen voor vleermuizen en bij het opstellen en uitvoeren van soortenmanagementplannen;

  • -

    gelet op artikel 7 van de Algemene subsidieverordening Zeeland 2023;

besluiten vast te stellen de navolgende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023:

Artikel I  

Onder vernummering van hoofdstuk 45 tot hoofdstuk 46, de paragrafen 45.1 en 45.2 tot paragrafen 46.1 en 46.2 en de artikelen 45.1.1 en 45.2.1 tot artikelen 46.1.1 en 46.2.1, wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

 

Hoofdstuk 45 Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie voor soortenbescherming

 

§ 45.1 Alternatieve verblijfplaatsen

 

Artikel 45.1.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

alternatieve verblijfplaats: een plaats die geschikt is voor verblijf door beschermde soorten vleermuizen en ingericht is ter vervanging van een ander verblijfplaats van deze diersoort, die door verduurzaming van een gebouw ongeschikt is geworden of zal worden;

compensatieplan: plan ten behoeve van de NVI of plan dat onderdeel uitmaakt van een pre-soortenmanagementplan;

kosten derden: kosten die op factuur aantoonbaar aan derden verschuldigd zijn en die direct ten behoeve van de subsidiabele activiteit worden gemaakt;

NVI: wijze van natuurvriendelijk isoleren, ter voorbereiding op het pre-soortenmanagementplan;

pre-soortenmanagementplan: plan zoals bedoeld in artikel 3.11 van de Beleidsregels Natuurbescherming 2022 Zeeland, op basis waarvan een gemeente een gebiedsgerichte omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteiten kan aanvragen.

 

Artikel 45.1.2 Aanvrager

Een subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door gemeenten gelegen in de provincie Zeeland.

 

Artikel 45.1.3 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor het plaatsen van alternatieve verblijfplaatsen.

 

Artikel 45.1.4 Weigeringsgronden

Onverminderd artikel 1.2.1, tweede lid, wordt subsidie geweigerd indien:

  • a.

    aan de aanvrager reeds tweemaal een subsidie is verstrekt op grond van deze paragraaf;

  • b.

    de activiteiten zijn gestart voor 1 januari 2024.

Artikel 45.1.5 Subsidievereisten

Om voor een subsidie als bedoeld in artikel 45.1.3 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    de subsidiabele activiteit vindt plaats in Zeeland;

  • b.

    de alternatieve verblijfplaatsen zullen worden geplaatst op de locaties die zijn opgenomen in het compensatieplan, dan wel in een onderbouwde aanvulling op dat plan.

Artikel 45.1.6 Aanvraag

  • 1.

    De aanvraag wordt bij gedeputeerde staten ingediend door gebruik te maken van een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier subsidie alternatieve verblijfplaatsen.

  • 2.

    Onverminderd artikel 1.4.2, tweede lid, bevat de aanvraag in elk geval:

    • a.

      een realistische planning waaruit blijkt dat de realisatie van de alternatieve verblijfplaats uiterlijk 31 december 2030 gereed kan zijn;

    • b.

      een kaart en beknopte beschrijving van de locaties waar de alternatieve verblijfplaatsen gerealiseerd gaan worden;

    • c.

      een offerte van de beoogde kosten.

Artikel 45.1.7 Subsidiabele kosten

  • 1.

    Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen in aanmerking voor een subsidie:

    • a.

      materiaalkosten van de alternatieve verblijfplaats;

    • b.

      kosten derden voor het plaatsen van de alternatieve verblijfplaats;

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid, komen kosten gemaakt voor 1 januari 2024 niet in aanmerking voor subsidie.

Artikel 45.1.8 Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 45.1.3 bedraagt 100% van de subsidiabele kosten.

 

Artikel 45.1.9 Openstelling en subsidieplafond

  • 1.

    Subsidieaanvragen worden ingediend van 23 februari 2026 tot en met 1 november 2026.

  • 2.

    Gedeputeerde Staten stellen voor de openstellingsperiode, genoemd in het eerste lid, het totale subsidieplafond vast op € 613.952, waarbij per gemeente de volgende deelplafonds gelden:

    • a.

      Gemeente Borsele: € 48.637;

    • b.

      Gemeente Goes: € 36.654;

    • c.

      Gemeente Hulst: € 65.554;

    • d.

      Gemeente Kapelle: € 19.032;

    • e.

      Gemeente Middelburg: € 24.671;

    • f.

      Gemeente Reimerswaal: € 33.129;

    • g.

      Gemeente Terneuzen: € 82.471;

    • h.

      Gemeente Tholen: € 37.359;

    • i.

      Gemeente Veere: € 51.456;

    • j.

      Gemeente Vlissingen: € 20.442;

    • k.

      Gemeente Schouwen-Duiveland: € 85.996;

    • l.

      Gemeente Noord-Beveland: € 25.376;

    • m.

      Gemeente Sluis: € 83.176.

  • 3.

    Het subsidieplafond wordt verdeeld overeenkomstig het tweede lid.

Artikel 45.1.10 Verplichtingen en verantwoording

  • 1.

    Onverminderd het bepaalde in § 1.6 is de subsidieontvanger verplicht:

    • a.

      binnen twee maanden na subsidieverlening de activiteit te starten;

    • b.

      de activiteit af te ronden voor 31 december 2030;

    • c.

      de alternatieve verblijfplaatsen te plaatsen op de locaties die in het compensatieplan, of in de onderbouwde aanvulling op dat plan, zijn opgenomen.

  • 2.

    Bij de aanvraag tot subsidievaststelling toont de subsidieontvanger aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat de verplichtingen zijn nagekomen door middel van:

    • a.

      een GIS-kaart waarop de ligging van de alternatieve verblijfplaats staat aangegeven;

    • b.

      verslaglegging conform de vereisten van de Regeling informatieverstrekking sisa, met gebruikmaking van de toepasselijke sisa-bijlage.

§ 45.2 Soortenmanagementplannen

 

Artikel 45.2.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

gebiedsgerichte omgevingsvergunning: omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de Omgevingswet voor verschillende activiteiten binnen een plangebied, zijnde een substantieel deel van een gemeente, waarbij maatregelen worden genomen die de staat van instandhouding van beschermde soorten versterken;

kosten derden: kosten die op factuur aantoonbaar en aan derden verschuldigd zijn en die direct voor de subsidiabele activiteit worden gemaakt;

soortenmanagementplan: plan gericht op het verbeteren van de staat van instandhouding van soorten vleermuizen en vogels binnen een gemeente en ter onderbouwing van een aanvraag om een gebiedsgerichte omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteiten.

 

Artikel 45.2.2 Aanvrager

Een subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door gemeenten gelegen in de provincie Zeeland.

 

Artikel 45.2.3 Subsidiabele activiteiten

Een subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten gericht op:

  • a.

    het voorbereiden of opstellen van een soortenmanagementplan;

  • b.

    het implementeren van een soortenmanagementplan;

  • c.

    het monitoren van een soortenmanagementplan; of

  • d.

    een combinatie van onderdeel a tot en met c.

Artikel 45.2.4 Weigeringsgronden

Onverminderd artikel 1.2.1, tweede lid, wordt subsidie geweigerd indien:

  • a.

    de activiteiten zijn gestart voor 1 januari 2024;

  • b.

    aan de aanvrager reeds eerder een subsidie is verstrekt op grond van deze paragraaf.

Artikel 45.2.5 Subsidievereisten

  • 1.

    Om voor een subsidie als bedoeld in artikel 45.2.3, onder a, in aanmerking te komen, wordt voldaan aan het vereiste dat het soortenmanagementplan:

    • a.

      uiterlijk 31 december 2030 gereed kan zijn;

    • b.

      tot doel heeft de staat van instandhouding te verbeteren van de beschermde soorten vleermuizen en vogels die voorkomen in het plangebied en die beïnvloed worden door in het soortenmanagementplan te beschrijven activiteiten;

    • c.

      ten minste betrekking heeft op de beschermde soorten vleermuizen en vogels die gebruik maken van particuliere woningen die geïsoleerd zullen gaan worden;

    • d.

      wordt gebaseerd op een gebiedsdekkend ecologisch onderzoek van het plangebied;

    • e.

      resulteert in een gebiedsgerichte omgevingsvergunning waarvan derden gebruik mogen maken.

  • 2.

    Om voor een subsidie voor een activiteit als bedoeld in artikel 45.2.3, onder b, in aanmerking te komen, wordt voldaan aan het vereiste dat de activiteit gericht is op de uitvoering van het soortenmanagementplan binnen de gemeentelijke organisatie.

  • 3.

    Om voor een subsidie voor een activiteit als bedoeld in artikel 45.2.3, onder c, in aanmerking te komen, wordt voldaan aan het vereiste dat de activiteit is gericht op het monitoren van:

    • a.

      de trend van populaties beschermde soorten vleermuizen en vogels; en

    • b.

      de functionaliteit van gerealiseerde alternatieve verblijfplaatsen voor beschermde soorten vleermuizen en vogels; of

    • c.

      een combinatie van de onderdelen a en b.

Artikel 45.2.6 Aanvraag

  • 1.

    De aanvraag wordt bij gedeputeerde staten ingediend door gebruik te maken van een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier subsidie soortenmanagementplan.

  • 2.

    Onverminderd artikel 1.4.2, tweede lid, bevat de aanvraag een projectplan waarin in elk geval is opgenomen:

    • a.

      voor een activiteit als bedoeld in artikel 45.2.3, onder a:

      • 1°.

        een offerte voor activiteiten gericht op het voorbereiden of het opstellen van een soortenmanagementplan;

      • 2°.

        een kaart met topografische ondergrond met een schaal van ten hoogste 1:10.000 waarop het plangebied is aangegeven en een beknopte beschrijving van het plangebied is opgenomen;

      • 3°.

        een realistische planning waaruit blijkt dat het soortenmanagementplan uiterlijk 31 december 2030 gereed kan zijn;

    • b.

      voor activiteiten als bedoeld in artikel 45.2.3, onder b of c:

      • 1°.

        een offerte voor die activiteiten;

      • 2°.

        een beknopte beschrijving van de wijze van implementeren of monitoren van het soortenmanagementplan;

    • c.

      op welke wijze wordt voldaan aan de overige vereisten in deze paragraaf.

Artikel 45.2.7 Subsidiabele kosten

  • 1.

    Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, komen kosten derden in aanmerking voor een subsidie.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid komen kosten voor activiteiten die voor 1 januari 2024 zijn gestart, niet in aanmerking voor subsidie.

Artikel 45.2.8 Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten.

 

Artikel 45.2.9 Openstelling en subsidieplafond

  • 1.

    Subsidieaanvragen worden ingediend van 23 februari 2026 tot en met 1 november 2028.

  • 2.

    Gedeputeerde Staten stellen voor de openstellingsperiode, genoemd in het eerste lid, het totale subsidieplafond vast op € 2.122.784, waarbij per gemeente de volgende deelplafonds gelden:

    • a.

      Gemeente Borsele: € 138.193

    • b.

      Gemeente Goes: € 160.630

    • c.

      Gemeente Hulst: € 166.006

    • d.

      Gemeente Kapelle: € 93.551

    • e.

      Gemeente Middelburg: € 219.919

    • f.

      Gemeente Reimerswaal: € 123.624

    • g.

      Gemeente Terneuzen: € 277.415

    • h.

      Gemeente Tholen: € 138.115

    • i.

      Gemeente Veere: € 155.566

    • j.

      Gemeente Vlissingen: € 207.687

    • k.

      Gemeente Schouwen-Duiveland: € 185.639

    • l.

      Gemeente Noord-Beveland: € 89.967

    • m.

      Gemeente Sluis: € 166.473

  • 3.

    Het subsidieplafond wordt verdeeld overeenkomstig het tweede lid.

Artikel 45.2.10 Verplichtingen en verantwoording

  • 1.

    Onverminderd het bepaalde in § 1.6 is de subsidieontvanger verplicht:

    • a.

      de activiteit af te ronden voor 31 december 2030;

    • b.

      op verzoek van gedeputeerde staten medewerking te verlenen aan de evaluatie van de doeltreffendheid en doelmatigheid van de activiteiten;

    • c.

      de ecologische gegevens die in het kader van het soortenmanagementplan zijn verzameld door of in opdracht van de gemeente, in te voeren in de Nationale Databank Flora en Fauna.

  • 2.

    Bij de aanvraag tot subsidievaststelling toont de subsidieontvanger aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat de verplichtingen zijn nagekomen door middel van:

    • a.

      een activiteitenverslag;

    • b.

      verslaglegging conform de vereisten van de Regeling informatieverstrekking sisa.

Artikel II  

Na de toelichting op hoofdstuk 38, wordt een toelichting toegevoegd, luidende:

 

[De bovenstaande tekst bevat een kennelijke verschrijving. Hier wordt bedoeld: Na de toelichting op hoofdstuk 44, wordt een toelichting toegevoegd, luidende:].

 

Toelichting op hoofdstuk 45 Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie soortenbescherming

I Algemeen

 

Inleiding

Omdat niet alle gemeenten op korte termijn kunnen starten met het onderzoek dat nodig is voor het opstellen van een soortenmanagementplan (verder: SMP), is ter overbrugging op 15 mei 2024 de landelijke “korte termijn aanpak natuurvriendelijk isoleren” gestart. Bij het isoleren van woningen is een risico voor beschermde diersoorten die hun verblijfplaats hebben in deze woningen. Met name vleermuissoorten die gebouwen bewonen, zijn hier gevoelig voor. Onderdeel van de landelijke korte termijn aanpak is daarom de compensatie van mogelijk te verliezen kraamverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, de laatvlieger, de baardvleermuis en de gewone grootoorvleermuis. Deze compensatieopgave ligt bij gemeenten.

Met paragraaf 1 van deze subsidieregeling wil de provincie gemeenten financieel ondersteunen bij het realiseren van alternatieve verblijfplaatsen. Daarbij is ervoor gekozen om een subsidie enkel beschikbaar te stellen ten behoeve van het behoud van de essentiële functies (kraamverblijven en massawinterverblijven) binnen het leefgebied van vleermuispopulaties. De subsidies op grond van paragraaf 2 moeten het opstellen en implementeren van SMP’s versnellen.

De middelen voor deze subsidie zijn afkomstig uit de ministeriële Regeling specifieke uitkering versnelling natuurinclusief isoleren.

 

Juridisch kader

Dit hoofdstuk maakt onderdeel uit van het Asb 2023. Dat betekent dat bij subsidieverstrekking ook de algemene bepalingen in hoofdstuk 1 van het Asb 2023 en de Algemene subsidieverordening Zeeland 2023 (Asv) van toepassing zijn. De bepalingen van Asv en hoofdstuk 1 Asb 2023 gelden in aanvulling op het onderhavige hoofdstuk. Zo bevat § 1.3 van de Asb 2023 een aantal bepalingen over subsidiabele kosten en § 1.4 een aantal vereisten waar de aanvraag aan moet voldoen. § 1.6 bevat een aantal verplichtingen die de subsidieontvanger in acht moet nemen, waaronder de meldingsplicht indien hij verwacht de activiteiten niet (geheel) te zullen verrichten of niet (geheel) aan zijn verplichtingen te zullen voldoen.

 

II Artikelsgewijs

 

Artikel 45.1.4 Weigeringsgronden

Op grond van het onderhavige hoofdstuk kan elke gemeente maximaal twee subsidieaanvragen doen. Een volgende aanvraag zal niet in behandeling worden genomen. In totaal mogen de twee aanvragen niet het subsidieplafond overschrijden dat voor de betreffende gemeente genoemd wordt in artikel 45.1.9. Ook wordt een aanvraag geweigerd indien de uitvoering van de activiteiten al is gestart vóór 1 januari 2024.

 

Artikel 45.1.5 Subsidievereisten

De locaties van de alternatieve verblijfplaatsen zijn opgenomen in de compensatieplannen die zijn opgesteld. In principe moeten de gemeenten dit compensatieplan volgen. Afwijking is slechts mogelijk als dit goed gemotiveerd wordt. De alternatieve nieuwe locatie moet opgenomen zijn in het kaartje dat wordt aangeleverd bij de subsidieaanvraag.

 

Artikel 45.1.6 Aanvraag

De ministeriële regeling schrijft voor dat de activiteiten uiterlijk eind 2030 moeten zijn afgerond. Om die reden moet de subsidieaanvrager op voorhand laten zien aan de hand van een haalbare planning dat de activiteiten voor die datum kunnen worden afgerond.

 

Artikel 45.1.7 Subsidiabele kosten

Alleen materiaalkosten en kosten derden komen in aanmerking voor een subsidie. Personeelskosten van de gemeenten zelf komen niet in aanmerking voor een subsidie.

 

Artikel 45.1.9 Openstelling en subsidieplafond

De deelplafonds per gemeente zijn vastgesteld op basis van de binnen de betreffende gemeente aan te leggen alternatieve verblijfplaatsen. Dit is uitgerekend aan de hand van de compensatieopgave die de gemeenten hebben.

 

Artikel 45.1.10 Verplichtingen en verantwoording

De gemeenten leggen verantwoording af overeenkomstig de Sisa-regeling. Daarnaast verstrekken zij bij de aanvraag tot vaststelling het bewijs dat de prestatie is geleverd door een GIS-kaart aan te leveren waarop de locaties staan aangegeven waar de verblijfplaatsen zijn geplaatst.

 

Artikel 45.2.4 Weigeringsgronden

Er wordt geen subsidie verstrekt voor activiteiten die zijn gestart voor 1 januari 2024 (zie onderdeel a). Onderdeel b maakt duidelijk dat gemeenten slechts eenmaal een subsidie kunnen ontvangen op grond van deze paragraaf. Een tweede subsidieaanvraag wordt geweigerd.

 

Artikel 45.2.5 Subsidievereisten

Het eerste lid heeft betrekking op het voorbereiden en opstellen van een soortenmanagementplan (SMP).

De beoordeling of gedeputeerde staten op basis van het opgestelde SMP een gebiedsgerichte omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteiten aan een gemeente kunnen verlenen, is een separate beoordeling op grond van de Omgevingswet en het Besluit kwaliteitseisen leefomgeving.

De vereisten voor het implementeren en het monitoren van het soortenmanagementplan, zijn opgenomen in het tweede en derde lid.

 

Artikel 45.2.7 Subsidiabele kosten

De subsidie wordt alleen verstrekt voor kosten derden. Kosten derden is in de begripsbepalingen gedefinieerd als: kosten die op factuur aantoonbaar en aan derden verschuldigd zijn en die direct voor de subsidiabele activiteit worden gemaakt. Een bijdrage in de kosten bedraagt 100% van de kosten en is mogelijk tot het voor de aanvrager geldende maximumbedrag genoemd in artikel 45.2.9. Op grond van hoofdstuk 1 komen compensabele en verrekenbare btw niet in aanmerking voor een bijdrage (zie artikel 1.3.1, tweede lid Asb).

 

Artikel 45.2.10 Verplichtingen en verantwoording

Bij de aanvraag tot vaststelling dient een activiteitenverslag te worden aangeleverd. Hierin geeft de subsidieontvanger aan of het SMP is opgesteld en of het voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid. Dit geeft overigens geen garantie dat op basis van het SMP ook daadwerkelijk een gebiedsgerichte vergunning voor flora- en fauna-activiteiten kan worden verleend. Dit vergt een separate beoordeling door gedeputeerde staten op grond van de Omgevingswet en het Besluit kwaliteitseisen leefomgeving.

Artikel III  

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst.

Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van de provincie Zeeland in de vergadering van 10 februari 2026.

H.M. de Jonge, voorzitter

Drs. M.C.J. Franken, secretaris

Naar boven