Provinciaal blad van Noord-Brabant
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noord-Brabant | Provinciaal blad 2026, 2376 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noord-Brabant | Provinciaal blad 2026, 2376 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 27 januari 2026 tot stimulering van biodiversiteit en verbetering van de ecologische kwaliteit van de leefomgeving (Subsidieregeling biodiversiteit en leefomgeving Noord-Brabant)
[Een deel van de tekst van deze bekendmaking is overeenkomstig artikel 7 lid 2 Bekendmakingswet bekendgemaakt en hier beschikbaar: Bijlage 2 behorende bij de artikelen 1.1 en 2.1 van de Subsidieregeling biodiversiteit en leefomgeving Noord-Brabant en Bijlage 3 behorende bij de artikelen 1.1 en 2.1 van de Subsidieregeling biodiversiteit en leefomgeving Noord-Brabant.]
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,
Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
Overwegende dat het wenselijk is de bestaande Subsidieregeling natuur Noord-Brabant te herstructureren in twee nieuwe subsidieregelingen;
Overwegende dat GS als onderdeel van deze herstructurering een Subsidieregeling biodiversiteit en leefomgeving Noord-Brabant wensen vast te stellen, gericht op het versterken van biodiversiteit buiten Natura 2000-gebieden en op het verbeteren van de ecologische kwaliteit van de leefomgeving;
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Asv : Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
bijdrage in natura: uren, zaken of diensten die aantoonbaar om niet zijn ingebracht door een derde;
bosrevitalisering: maatregelen gericht op het herstel en de verbetering van de bodemkwaliteit en op het bijsturen van de boomsoortensamenstelling en bosstructuur;
geopackage: bestand dat een database vormt voor geografische informatie;
hydrologisch onderzoek: onderzoek naar de kwantitatieve en kwalitatieve eigenschappen en processen van het grond- en oppervlaktewatersysteem, met als doel inzicht te verkrijgen voor hydrologisch systeemherstel en het tegengaan van verdroging;
indirecte kosten: kosten die niet rechtstreeks aan de kostendrager kunnen worden toegerekend;
LESA: landschapsecologische systeemanalyse, een methode om inzicht te krijgen in het ontstaan en het huidige functioneren van een natuurgebied of beheertype vanuit historisch, fysisch-geografisch, hydrologisch en ecologisch perspectief;
maatregelenkaart: Maatregelenkaart voor Biodiversiteit en Leefgebieden in Noord-Brabant, opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling;
prioritaire soorten: plant- of diersoorten, opgenomen in bijlage 3 bij deze regeling;
toelichting maatregelenkaart: toelichting op de maatregelenkaart, opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling.
Deze paragraaf heeft als doel het stimuleren van maatregelen gericht op het behoud en herstel van prioritaire soorten en hun leefgebieden in de provincie Noord-Brabant.
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 1.5 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op het behoud en herstel van prioritaire soorten en hun leefgebieden, door het uitvoeren van maatregelen:
Subsidie wordt geweigerd indien:
het project geheel of gedeeltelijk behoort tot de wettelijke taken of verplichtingen van de subsidieaanvrager, met uitzondering van een herplantplicht of andere verplicht gestelde natuurcompensatie, voor zover deze verplichting rechtstreeks verband houdt met het vellen van houtopstanden binnen het project;
Artikel 1.8 Subsidiabele kosten
Indien de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onder a, b, c of e, arbeids- of personeelsuren van de subsidieaanvrager betreffen, past de subsidieaanvrager de berekeningswijze, op basis van een forfaitair uurtarief als bedoeld in de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant toe en hanteert voor het forfaitaire uurtarief een bedrag van:
Artikel 1.9 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 1.8 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:
kosten die verband houden met de uitvoering van wettelijke taken of verplichtingen van de subsidieaanvrager, met uitzondering van aanplantkosten buiten het projectgebied die voortvloeien uit een herplantplicht of andere verplicht gestelde natuurcompensatie, voor zover deze verplichting rechtstreeks verband houdt met het vellen van houtopstanden binnen het project;
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode, genoemd in artikel 1.10, eerste lid, vast op:
Artikel 1.14 Verplichtingen van de subsidieontvanger
Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder b, kan de subsidieontvanger uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal een jaar.
Bij subsidies van € 125.000 en hoger toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
Gedeputeerde Staten zenden in 2028 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en doeltreffendheid van deze paragraaf in de praktijk.
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
bosrevitalisering: maatregelen gericht op het herstel en de verbetering van de bodemkwaliteit en op het bijsturen van de boomsoortensamenstelling en bosstructuur;
geopackage: bestand dat een database vormt voor geografische informatie;
maatregelenkaart: Maatregelenkaart voor Biodiversiteit en Leefgebieden in Noord-Brabant, opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling;
prioritaire soorten: soorten, opgenomen in bijlage 3 bij deze regeling;
rode lijst: nationale lijst van verdwenen, ernstig bedreigde, bedreigde, kwetsbare en gevoelige dier- en plantensoorten, waaraan bijzondere aandacht moet worden besteed voor de instandhouding, als bijlage opgenomen bij het Besluit Rode lijsten flora en fauna;
toelichting maatregelenkaart: toelichting op de maatregelenkaart, opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling.
Deze paragraaf heeft tot doel het ondersteunen van onderzoek dat bijdraagt aan het behoud en herstel van prioritaire soorten en hun leefgebieden in de provincie Noord-Brabant.
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 2.5 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op het behoud en herstel van prioritaire soorten en hun leefgebieden, door het uitvoeren van onderzoek.
Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
Artikel 2.8 Subsidiabele kosten
Indien de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onder a, arbeids- of personeelsuren van de subsidieaanvrager betreffen, past de subsidieaanvrager de berekeningswijze op basis van een forfaitair uurtarief als bedoeld in de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant toe en hanteert daarbij een uurtarief van:
Artikel 2.9 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 2.8 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode, genoemd in artikel 2.10, eerste lid, vast op € 300.000.
Artikel 2.14 Verplichtingen van de subsidieontvanger
Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder b, kan de subsidieontvanger uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal een jaar.
De subsidieontvanger toont bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
Artikel 2.17 Subsidievaststelling
Gedeputeerde Staten stellen subsidies op aanvraag vast op grond van artikel 21, negende lid, van de Asv.
Gedeputeerde Staten zenden in 2028 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en doeltreffendheid van deze paragraaf in de praktijk.
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
aanpassen van een faunavoorziening: wijzigen van een bestaande faunavoorziening met het doel de werking daarvan te verbeteren of deze geschikt te maken voor een andere faunasoort;
Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
ecologische verbindingszone: ecologische verbindingszone als bedoeld in bijlage I van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;
faunavoorziening: voorziening bij een gemeentelijke weg die is bedoeld om de negatieve gevolgen van de weg voor de fauna zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken;
herstel faunavoorziening: in zodanige staat brengen van een bestaande faunavoorziening dat deze gedurende ten minste tien jaar in stand kan worden gehouden;
ontsnippering: aanleg, aanpassing of herstel van faunavoorzieningen bij gemeentelijke wegen met als doel het opheffen van de barrièrewerking van deze wegen voor fauna.
Deze paragraaf heeft tot doel het ondersteunen van projecten die bijdragen aan het verminderen van de barrièrewerking van gemeentelijke wegen voor fauna in de provincie Noord-Brabant.
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 3.5 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op ontsnippering door middel van:
Artikel 3.8 Subsidiabele kosten
Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
kosten derden voor het opstellen en uitwerken van een projectplan als bedoeld in artikel 3.9, tweede lid, waaronder uitsluitend worden verstaan kosten voor advies-, ontwerp-, teken- en berekeningswerkzaamheden, gemaakt voorafgaand aan de uitvoering van het project, tot een maximaal uurtarief van € 99 per uur, vermeerderd met eventuele niet-verrekenbare of niet-compensabele btw, en tot een maximum van 15% van de totale subsidiabele kosten.
Artikel 3.9 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 3.8 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode, genoemd in artikel 3.10, eerste lid, vast op € 720.000.
De hoogte van de subsidie bedraagt 75% van de subsidiabele kosten, tot een maximum per faunavoorziening van € 75.000.
Artikel 3.14 Verplichtingen van de subsidieontvanger
Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder b, kan de subsidieontvanger uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal twee jaar.
Bij subsidies van € 125.000 en hoger toont de subsidieontvanger op grond van artikel 22, dertiende lid, van de Asv, bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van:
Gedeputeerde Staten zenden in 2028 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en doeltreffendheid van deze paragraaf in de praktijk.
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
aanval: aanval waarbij één of meer landbouwhuisdieren zijn gedood of verwond, en waarbij BIJ12 heeft vastgesteld dat schade door een wolf niet kan worden uitgesloten;
Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EU) 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector (PbEU 2013, L 352) dan wel in Verordening (EU) 2023/2831 van de Europese Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU L 2023/2831);
diergezondheidswetgeving: Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (PbEU 2016 L84/1);
faunaschade preventiekit, module wolven: door BIJ12 gepubliceerd overzicht van preventieve maatregelen ter voorkoming en beperking van schade door wolven, waaronder uitgangspunten voor vaste en verplaatsbare wolfwerende afrasteringen;
identificatie- en registratiesysteem van dieren: door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland beheerd systeem voor de identificatie en registratie van dieren, waarin iedere Nederlandse landbouwhuisdierenhouder met een uniek bedrijfsnummer (UBN) is opgenomen;
landbouwhuisdieren: bedrijfsmatig of hobbymatig gehouden schapen, geiten, paardachtigen, runderen, varkens, alpaca’s en lama’s die zijn opgenomen in het identificatie- en registratiesysteem van dieren, of die zijn geregistreerd op grond van de diergezondheidswetgeving, met uitzondering van grote wilde of semi-wilde grazers die in sociaal kuddeverband leven in natuurgebieden;
urgentie: een situatie waarin binnen een periode van zeven dagen, gerekend vanaf de dag waarop het eerste landbouwhuisdier is gedood of verwond, binnen dezelfde gemeente of in een aangrenzende gemeente sprake is van ten minste twee afzonderlijke aanvallen op landbouwhuisdieren op verschillende dagen.
Deze paragraaf heeft als doel het stimuleren van preventieve maatregelen die gericht zijn op het voorkomen en beperken van schade door wolven aan landbouwhuisdieren in de provincie Noord-Brabant, zowel binnen het gebied dat is weergegeven op de kaart in bijlage 5 bij deze regeling, als – in geval van urgentie – daarbuiten.
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 4.5 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op vermindering of voorkoming van schade aan landbouwhuisdieren binnen het gebied dat is weergegeven op de kaart opgenomen in bijlage 5 bij deze regeling, of – in geval van urgentie – daarbuiten, in de vorm van:
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 4.5 voor de periode, genoemd in artikel 4.9, eerste lid, vast op € 100.000.
De hoogte van de subsidie voor projecten als bedoeld in artikel 4.5, onder a, bedraagt in totaal maximaal € 20.000 en bestaat uit:
€ 3,40 per strekkende meter vaste wolfwerende afrastering, met een maximum van € 680 per dier voor paardachtigen en runderen en € 114 per dier voor andere soorten, waarbij voor het totale aantal dieren wordt uitgegaan van het gemiddeld aantal landbouwhuisdieren dat wordt ingezet op het terrein waarop de maatregelen worden of zijn uitgevoerd.
De hoogte van de subsidie voor projecten als bedoeld in artikel 4.5, onder c, bedraagt in totaal maximaal € 20.000 en bestaat uit 50% van de subsidiebedragen voor vaste afrasteringen als bedoeld in het eerste lid, respectievelijk 50% van de subsidiebedragen voor verplaatsbare afrasteringen als bedoeld in het tweede lid.
Artikel 4.14 Subsidievaststelling
Gedeputeerde Staten stellen de subsidie direct vast op grond van artikel 20, eerste lid, onder a, van de Asv.
Gedeputeerde Staten zenden in 2026 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze regeling in de praktijk.
Op subsidieaanvragen als bedoeld in paragrafen 4, 9, 11 en 15 van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze regeling, blijft de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant, zoals die luidde de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, van toepassing.
Deze regeling zal in het Provinciaal Blad worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 2 en 3 bij deze regeling, die op grond van artikel 7, tweede lid, van de Bekendmakingswet bekend wordt gemaakt.
’s-Hertogenbosch, 27 januari 2026
Gedeputeerde Staten voornoemd,
de voorzitter,
mr. I.R. Adema
de secretaris,
drs. G.H.E. Derks MPA
BIJLAGE 1 behorende bij de artikelen 1.1 en 2.1 van de Subsidieregeling biodiversiteit en leefomgeving Noord-Brabant
Maatregelenkaart voor biodiversiteit en leefgebieden in Noord-Brabant
De Maatregelenkaart Biodiversiteit en Leefgebieden in Noord-Brabant, bestaat uit de onderstaande kaartlagen:
Maatregelen landschaps- en systeemniveau
Maatregelkaart - Maatregelen overige
Maatregelkaart – Maatregelen binnen PAS-gebieden
Maatregelkaart – gebiedsindelingen
Deze kaart kan digitaal worden geraadpleegd op het Loket (www.brabant.nl).
BIJLAGE 2 behorende bij de artikelen 1.1 en 2.1 van de Subsidieregeling biodiversiteit en leefomgeving Noord-Brabant
Deze bijlage wordt overeenkomstig artikel 7, tweede lid, van de Bekendmakingswet digitaal bekend gemaakt en is raadpleegbaar via onderstaande link.
Bijlage 2 behorende bij de artikelen 1.1 en 2.1 van de Subsidieregeling biodiversiteit en leefomgeving Noord-Brabant
BIJLAGE 3 behorende bij de artikelen 1.1 en 2.1 van de Subsidieregeling biodiversiteit en leefomgeving Noord-Brabant
Deze bijlage wordt overeenkomstig artikel 7, tweede lid, van de Bekendmakingswet digitaal bekend gemaakt en is raadpleegbaar via onderstaande link.
Bijlage 3 behorende bij de artikelen 1.1 en 2.1 van de Subsidieregeling biodiversiteit en leefomgeving Noord-Brabant
BIJLAGE 4 behorende bij artikel 3.7, tweede lid, onder a, van de Subsidieregeling biodiversiteit en leefomgeving Noord-Brabant
Deze kaart kan digitaal worden geraadpleegd op het Loket (Externe link:www.brabant.nl)
BIJLAGE 5 behorende bij de artikelen 4.2, 4.5, 4.6, onder b, 4.7, eerste lid, onder b en tweede lid, onder a en b en 4.13, onder a en b, van de Subsidieregeling biodiversiteit en leefomgeving Noord-Brabant
Toelichting behorende bij de Subsidieregeling biodiversiteit en leefomgeving Noord-Brabant
1. Aanleiding en doel van de regeling
De provincie Noord-Brabant beschikt sinds langere tijd over de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant. Deze regeling omvat een breed palet aan subsidies op het terrein van natuur, biodiversiteit en leefgebieden. In de loop der jaren is deze regeling inhoudelijk uitgebreid en aangepast, waardoor een complex geheel aan paragrafen en thema’s is ontstaan.
Tegelijkertijd is het provinciale natuurbeleid steeds verder uitgekristalliseerd langs twee hoofdlijnen:
Om de subsidieregelgeving beter te laten aansluiten bij deze onderscheiden beleidsdoelen, hebben Gedeputeerde Staten besloten de bestaande Subsidieregeling natuur Noord-Brabant te herstructureren. Daarbij wordt gewerkt met twee nieuwe, overzichtelijke regelingen:
Met de voorliggende regeling wordt uitvoering gegeven aan de tweede lijn, biodiversiteit en leefomgeving. Hierbij worden relevante paragrafen en thema’s uit de voormalige Subsidieregeling natuur Noord-Brabant ondergebracht in een nieuwe, thematisch samenhangende regeling. Sommige onderdelen worden overgeheveld naar de nieuwe regeling, andere vervallen of worden tijdelijk gehandhaafd zolang hiervoor een lopend aanvraag- of uitvoeringstraject bestaat of nog niet duidelijk is hoe het verder gaat.
Doel van deze regeling is om, in aansluiting op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant, duidelijke, uitvoerbare en doelgerichte subsidie-instrumenten te bieden die bijdragen aan:
Deze subsidieregeling is vastgesteld op grond van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant (Asv). Dit betekent dat een aantal aspecten van de verstrekking van subsidies niet in de subsidieregeling zijn vastgelegd, maar in de Asv. In de Asv staat onder meer wat de termijnen zijn voor het nemen van een beslissing op een aanvraag en ook bevat de Asv algemene verplichtingen voor de subsidieontvanger, zoals de meldingsplicht in geval van het niet, niet tijdig of niet geheel verrichten van de activiteiten of het nakomen van de verplichtingen. Daarnaast hebben Gedeputeerde Staten in de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant (Ras) nog diverse algemene bepalingen met betrekking tot subsidie vastgelegd. Ook de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat algemene bepalingen die onverkort van toepassing zijn op subsidies die worden verstrekt op grond van deze subsidieregeling.
Voor een goed begrip van deze subsidieregeling is dus bestudering van de Awb en de Asv in combinatie met de Ras noodzakelijk.
§ 1 Biodiversiteit en leefgebieden; uitvoering
Deze paragraaf richt zich op concrete uitvoeringsprojecten die bijdragen aan het behoud en herstel van prioritaire soorten en hun leefgebieden, in steden, agrarische landschappen, en overige gebieden.
De regeling maakt gebruik van een maatregelenkaart en een bijbehorende toelichting maatregelenkaart, waarin de soorten en maatregelen zijn uitgewerkt. Alleen maatregelen die op de kaart of in de toelichting zijn opgenomen, komen in aanmerking, om zo de middelen te richten op prioritaire doelen en de afwegingsruimte transparant te houden.
Er gelden minimale en maximale subsidiebedragen om de uitvoerbaarheid te waarborgen en de administratieve last te beperken. De subsidiabele kosten zijn afgebakend (o.a. uitvoeringskosten, onderzoek, indirecte kosten, kilometervergoedingen, aanplant bij velling) en er is voorzien in een uniforme systematiek voor uurtarieven en vergoedingen.
Er is specifiek in beeld welke maatregelen getroffen moeten worden per leefgebied, deze zijn opgenomen in vastgestelde leefgebiedsplannen en op kaart aangeduid. Andere dan de beschreven maatregelen komen niet voor steun in aanmerking.
Doordat de activiteiten en maatregelen specifiek in beeld zijn, kan vastgesteld worden dat voor deze paragraaf geen sprake is van economische activiteiten, maar van natuurbeheer- en behoud.
Daar waar mogelijk kruis subsidiëring kan zijn met andere economische activiteiten van de aanvrager, is gezorgd voor een gescheiden boekhouding. Eventuele economische opbrengsten van het project moeten direct ten goede komen aan het project. Zij worden dus feitelijk in mindering gebracht op de gemaakte kosten.
§ 2 Biodiversiteit en leefgebieden; onderzoek
Deze paragraaf richt zich op onderzoeksprojecten ten behoeve van prioritaire soorten en leefgebieden. Het gaat om projecten die bijdragen aan kennisontwikkeling, aansluiten bij de doelen van de maatregelenkaart en de toelichting maatregelenkaart, en aantoonbaar nieuwe kennis opleveren.
De doelgroep en kostenstructuur sluiten aan bij de uitvoeringsparagraaf, maar hier wordt gekozen voor een subsidiehoogte van 100% tot een bepaald maximum, passend bij de aard van onderzoeksprojecten (waar doorgaans minder ruimte is voor cofinanciering uit directe opbrengsten).
Er is specifiek in beeld welke maatregelen getroffen moeten worden per leefgebied, deze zijn opgenomen in vastgestelde leefgebiedsplannen en op kaart aangeduid. Andere dan de beschreven maatregelen komen niet voor steun in aanmerking.
Doordat de activiteiten en maatregelen specifiek in beeld zijn, kan vastgesteld worden dat voor deze paragraaf geen sprake is van economische activiteiten, maar van onderzoek gericht op natuurbeheer- en behoud.
Daar waar mogelijk kruis subsidiëring kan zijn met andere economische activiteiten van de aanvrager, is gezorgd voor een gescheiden boekhouding. Eventuele economische opbrengsten van het project moeten direct ten goede komen aan het project. Zij worden dus feitelijk in mindering gebracht op de gemaakte kosten.
§ 3 Aanleg faunavoorzieningen gemeentewegen
Deze paragraaf ondersteunt projecten van gemeenten en waterschappen gericht op ontsnippering: het verminderen van de barrièrewerking van gemeentelijke wegen voor fauna.
Subsidiabel zijn de aanleg van nieuwe faunavoorzieningen, de aanpassing van bestaande voorzieningen, en het herstel van voorzieningen.
De regeling sluit aan bij bestaande beleidsinstrumenten, zoals de ecologische verbindingszones en de Knelpuntenkaart ontsnippering. Er wordt tevens verwezen naar de Leidraad Faunavoorzieningen bij Infrastructuur, zodat de kwaliteit en effectiviteit van de voorzieningen worden geborgd.
De subsidie bedraagt een percentage van de subsidiabele kosten, met een maximum per voorziening, om een efficiënte inzet van middelen te stimuleren.
Het betreft hier activiteiten gekoppeld aan infrastructuur verricht door mede overheden. Door deze directe koppeling behoren de activiteiten tot de wettelijke taak van deze medeoverheden en is geen sprake van staatssteun.
§ 4 Preventieve maatregelen wolvenschade
Sinds de eerste waarnemingen van wolven in Noord-Brabant in 2019 komt het dier met regelmaat in de provincie voor. Aanvallen op landbouwhuisdieren brengen schade en onzekerheid met zich mee voor veehouders. Om schade te voorkomen kunnen preventieve maatregelen worden genomen. Deze subsidieregeling biedt houders van landbouwhuisdieren en terreinbeheerders een financiële ondersteuning bij het treffen van dergelijke maatregelen.
De subsidieregeling bouwt voort op de in 2022 opengestelde regeling en voorziet in een tegemoetkoming in de kosten voor vaste en verplaatsbare wolfwerende afrasteringen en voor het wolfwerend maken van bestaande afrasteringen. De technische eisen sluiten aan bij de faunaschade preventiekit, module wolven, van BIJ12. Hiermee wordt geborgd dat de voorzieningen voldoen aan actuele inzichten over effectieve preventie.
De regeling kent een vast aangewezen gebied waar preventieve maatregelen structureel noodzakelijk worden geacht. Daarnaast is voorzien in een urgentiebepaling, die het mogelijk maakt om subsidie te verlenen buiten dit gebied wanneer zich binnen korte tijd meerdere aanvallen voordoen in dezelfde of een aangrenzende gemeente. Op deze manier kan snel worden ingespeeld op acute risico’s.
Om te borgen dat de subsidie doelmatig wordt besteed, gelden voorwaarden voor onder andere de inzet en het onderhoud van de voorzieningen, het aantonen van het aantal landbouwhuisdieren en de minimale omvang van diergroepen bij specifieke maatregelen. De subsidie wordt verstrekt via vaste bedragen en valt onder de Europese regels voor de-minimissteun.
Met deze regeling wordt beoogd houders van landbouwhuisdieren en terreinbeheerders te ondersteunen bij het treffen van effectieve preventieve maatregelen, zodat schade door wolven zoveel mogelijk kan worden beperkt.
De subsidieontvanger en activiteiten kunnen economisch van aard zijn, zodat sprake kan zijn van staatssteun. Daarom wordt gebruik gemaakt van de deminimis verordening.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-2376.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.