Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 2 februari 2026 om buitengewoon opsporingsambtenaren Domein II, aan te wijzen als toezichthouders voor het uitoefenen van toezicht bij of krachtens het bepaalde in de Omgevingswet en de Omgevingsverordening Noord-Brabant over activiteiten die de natuur betreffen

Gelet op:

 

  • -

    Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • -

    Artikel 18.6 Omgevingswet;

Overwegende dat:

 

  • -

    Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant bevoegd gezag zijn voor toezicht en handhaving van de bij of krachtens de Omgevingswet en Omgevingsverordening Noord-Brabant gestelde regels omtrent de bescherming van natuur, flora en fauna, houtopstanden en bijzondere gebieden;

  • -

    Het voor een doelmatige uitvoering van dit toezicht en deze handhaving en van het Convenant “Groene Handhaving Noord-Brabant 2021”, wenselijk is dat buitengewoon opsporingsambtenaren bij diverse organisaties in Noord-Brabant, werkzaam in Domein II (Milieu, welzijn en infrastructuur), worden aangewezen als toezichthouder;

  • -

    De aanwijzing betrekking heeft op buitengewoon opsporingsambtenaren, die niet werkzaam zijn bij of namens de provincie Noord-Brabant, maar wel binnen het grondgebied van de provincie Noord-Brabant, die beschikken over een geldige akte van opsporingsbevoegdheid voor Domein II als bedoeld in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering en over de vereiste kennis en ervaring op het terrein van natuurtoezicht;

Besluiten:

Artikel 1 Aanwijzing

De buitengewoon opsporingsambtenaren, werkzaam in Domein II in de zin van artikel 142, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering, die in dienst zijn bij organisaties in Noord-Brabant, aan te wijzen, enkel en alleen voor zover de bevoegdheden vallen binnen de taakomschrijving van de buitengewoon opsporingsambtenaar, als toezichthouder in de zin van artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht, belast met het toezicht op de naleving van de bij en krachtens de Omgevingswet en Omgevingsverordening Noord-Brabant gestelde regels ter bescherming van natuur, flora en fauna, houtopstanden en bijzondere gebieden, voor zover Gedeputeerde Staten het bevoegd gezag zijn voor de handhaving.

Artikel 2 Werkingsgebied

De toezichthouder is bevoegd binnen het grondgebied van de provincie Noord-Brabant.

Artikel 3 Bevoegdheden

De toezichthouder beschikt over de bevoegdheden, bedoeld in afdeling of Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 4 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dag van bekendmaking in het Provinciaal Blad.

’s-Hertogenbosch, 2 februari 2026

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter,

mr. I.R. Adema

de secretaris,

drs. G.H.E. Derks MPA

Toelichting  

Recent heeft de minister van Justitie en Veiligheid (hierna: JenV), kenbaar gemaakt dat op basis van de Omgevingswet, buitengewoon opsporingsambtenaren, werkzaam in Domein II (Milieu, welzijn en infrastructuur), in de zin van artikel 142, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering (hierna: boa’s) alleen handhavend mogen optreden bij overtredingen van natuurwetgeving indien zij door Gedeputeerde Staten zijn aangewezen als toezichthouder. Tot 1 januari 2024 was deze bevoegdheid geregeld door de minister op grond van artikel 7.1 van de Wet natuurbescherming. Deze provinciale aanwijzing voorziet in de benodigde bevoegdheid. De bevoegdheid voor het handhaven op overtredingen van activiteiten die de natuur betreffen speelt ook een rol in de toetsing door de minister van JenV van aanvragen van boa-werkgevers voor het gebruik van geweldsmiddelen door de zogeheten groene boa’s. De aanwijzing beoogt geen verruiming maar wel behoud van bevoegdheden van boa’s zoals die bestond op grond van de Wet natuurbescherming. De werkgever van de boa bepaalt of gebruik gemaakt wordt van deze aanwijzing. Alleen wanneer handhaving van activiteiten die de natuur betreffen is opgenomen in de taakomschrijving, is de boa bevoegd om mede op basis van deze aanwijzing handhavend op te treden bij die activiteiten.

Naar boven