Provinciaal blad van Noord-Brabant
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noord-Brabant | Provinciaal blad 2026, 2132 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noord-Brabant | Provinciaal blad 2026, 2132 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 27 januari 2026 tot wijziging van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant in verband met het actualiseren van paragrafen 1, 3, 5, 10, 14, 16 en 17 en het intrekken van uitgewerkte paragrafen (Negenendertigste wijziging Subsidieregeling natuur Noord-Brabant)
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;
Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
Overwegende dat wijziging van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant noodzakelijk is ter actualisering en verduidelijking van de regeling, in het bijzonder ten aanzien van paragraaf 1 (termijnverlenging bij onvoorziene omstandigheden), paragraaf 3 (vaststelling aanvraagtijdvak en technische aanpassingen), paragraaf 5 (verduidelijking van begrippen en vereisten), paragraaf 10 (introductie van een subsidiekader voor bosrevitalisering en hydrologische maatregelen binnen het Natuurnetwerk Brabant en buiten Natura 2000-gebieden), paragraaf 14 (termijnverlenging bij onvoorziene omstandigheden), paragraaf 16 (ophoging subsidieplafond) en paragraaf 17 (actualisering en termijnverlenging bij onvoorziene omstandigheden), alsmede ter doorvoering van enkele overige technische aanpassingen ten behoeve van een juridisch juiste en uitvoerbare regeling;
Artikel I Wijziging Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
De Subsidieregeling natuur Noord-Brabant wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 1.13, tweede en derde lid, komen te luiden:
Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder c, kan de subsidieontvanger uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal één jaar.
Indien de veldcheck of herhalingsmeetronde, bedoeld in bijlage 9 bij deze regeling, wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, of bedoeld in het tweede lid, kan de subsidieontvanger uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging van de termijn voor het afronden van de veldcheck of herhalingsmeetronde met maximaal vier jaar.
Artikel 3.1 wordt als volgt gewijzigd:
Onder i wordt het begrip “groenblauwe mantel” vervangen door “groenblauwe mantel: gebieden die zijn aangewezen en begrensd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, die een belangrijke nevenfunctie voor natuur en water hebben en overwegend grenzen aan het Natuurnetwerk Brabant en ecologische verbindingszones of deze verbinden;”
Onder k wordt het begrip “Natuur Netwerk Brabant” vervangen door “Natuurnetwerk Brabant: samenhangend netwerk van natuurgebieden, dat van nationaal en internationaal belang is en het veiligstellen van ecosystemen als doel heeft, en is aangewezen en begrensd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant;"
In artikel 3.2 wordt in de aanhef na “Subsidie” ingevoegd “op grond van deze paragraaf".
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 3.5, onderdelen a, b en c, komen te luiden:
Artikel 3.6 wordt als volgt gewijzigd:
Het derde lid, onder e, komt te luiden:
in de poel worden geen invasieve uitheemse water- of oeverplanten aangeplant die zijn opgenomen op de Unielijst, bedoeld in Verordening (EU) 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten (PbEU 2014, L 317);
Artikel 3.8, onder c, komt te luiden:
Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 3.9, onder f, door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 3.10, onder f, door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
Artikel 3.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder a of b, kan de subsidieontvanger uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal één jaar.
Artikel 3.15 Bevoorschotting en betaling
In artikel 3.16 wordt “2019” vervangen door “2028".
Artikel 5.1 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 5.6 wordt als volgt gewijzigd.
Paragrafen 6, 7, 8 en 12 vervallen.
Artikel 10.1 wordt als volgt gewijzigd.
In de alfabetische volgorde wordt ingevoegd het begrip “bodemonderzoek: onderzoek om te bepalen welke bodemverbeteraars in welke samenstelling nodig zijn ten behoeve van bosrevitalisering, inzicht gevend in pH (NaCl)-waarde, de basenverzadiging, CEC en Al/Ca-ratio (aluminium-calcium ratio) van de bodem;"
In de alfabetische volgorde wordt ingevoegd het begrip “bodemverbeteraars: stoffen of materialen die aan de bodem worden toegevoegd met als doel de bodemkwaliteit te verbeteren, in het bijzonder door het vergroten van de buffercapaciteit en het verbeteren van de beschikbaarheid van nutriënten en mineralen;”
Het begrip “hydrologisch onderzoek” wordt vervangen door “hydrologisch onderzoek: onderzoek naar de kwantitatieve en kwalitatieve eigenschappen en processen van het grond- en oppervlaktewatersysteem, met als doel inzicht te verkrijgen voor hydrologisch systeemherstel en het tegengaan van verdroging;”
Artikel 10.4 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de ontwikkeling of instandhouding van gezonde en toekomstbestendige bossen, bestaande uit:
Artikel 10.5 Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd indien:
Artikel 10.6 Subsidievereisten bosrevitalisering en hydrologische maatregelen
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 10.4, onder a en b, in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
Onder vernummering van de artikelen 10.7 tot en met 10.16 tot artikelen 10.9 tot en met 10.18, worden twee artikelen ingevoegd, luidende:
Artikel 10.7 Aanvullende subsidievereisten bosrevitalisering
Onverminderd artikel 10.6 wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 10.4, onder a, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten:
indien het project plaatsvindt in een landschap met oude boskernen, houtwallen en heggen, zoals aangegeven op de kaart Groen Erfgoed van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, opgenomen in bijlage 8a bij deze regeling, mag uitsluitend worden aangeplant met soorten die zijn vermeld in bijlage 8b bij deze regeling, tenzij hiervan gemotiveerd wordt afgeweken;
indien het project plaatsvindt buiten een landschap met oude boskernen, houtwallen en heggen, zoals aangegeven op de kaart Groen Erfgoed van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, opgenomen in bijlage 8a van deze regeling, mag uitsluitend worden aangeplant met soorten die zijn vermeld in bijlage 8c bij deze regeling, tenzij hiervan gemotiveerd wordt afgeweken.
Artikel 10.8 Aanvullende subsidievereisten hydrologisch onderzoek
Onverminderd artikel 10.6, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 10.4, onder b, in aanmerking te komen, voldaan aan het vereiste dat de hydrologische onderbouwing van het project is afgestemd met het waterschap, hetgeen blijkt uit een verklaring van het waterschap.
Artikel 10.9 (nieuw) komt te luiden:
Artikel 10.9 Subsidiabele kosten
Voor de berekening van subsidiabele uurtarieven van arbeids- en personeelsuren van de subsidieaanvrager, past de subsidieaanvrager, met uitzondering van gemeenten, de berekeningssystematiek genoemd in artikel 1.4, eerste lid, onder c, van de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant toe en hanteert daarbij een uurtarief van:
Indien de subsidieontvanger beschikt over een geldige goedkeuring van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voor het gebruik van de Integrale Kostensystematiek, kan hij — in afwijking van het derde lid — de berekeningswijze toepassen als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, onderdeel a, en artikel 1.5 van de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant. In dat geval mag de subsidieontvanger deze systematiek en de daaruit voortvloeiende jaarlijkse uurtarieven hanteren.
Artikel 10.10 (nieuw) komt te luiden:
Artikel 10.10 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 10.9 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:
Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 10.11(nieuw), onder c, door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
Artikel 10.12 (nieuw) wordt als volgt gewijzigd.
Artikel 10.13 (nieuw) komt te luiden:
De hoogte van de subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 1.000.000.
Artikel 10.14 (nieuw) komt te luiden:
Artikel 10.15 (nieuw), eerste lid, komt te luiden:
Artikel 10.16 (nieuw), eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 10.17 (nieuw), eerste lid, wordt “80%” vervangen door “100%".
In artikel 10.18 (nieuw) wordt “2023” vervangen door “2029".
In artikel 16.10, onder b, wordt “€ 4.000.000” vervangen door “€ 4.162.380".
In artikel 14.6, eerste lid, onder g, en in het tweede lid, onder c, wordt “31 december 2027” vervangen door “30 maart 2028”.
Artikel 14.17 wordt als volgt gewijzigd.
Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in de beschikking tot subsidieverlening, kan de subsidieontvanger uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal één jaar.
In artikel 14.17a wordt “In afwijking van artikel 14.17, onder a,” vervangen door “In afwijking van artikel 14.17, eerste lid, onder a, en het tweede lid, “.
Artikel 17.1 wordt als volgt gewijzigd.
Artikel 17.6 wordt als volgt gewijzigd.
Artikel 17.12, vierde en vijfde lid, komen te luiden:
Artikel 17.14 wordt als volgt gewijzigd.
Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in de beschikking tot subsidieverlening, kan de subsidieontvanger uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal één jaar.
Na artikel 17.14 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 17.14a Uitzondering verplichtingen subsidieontvanger
In afwijking van artikel 17.14, eerste lid, onder a, en het tweede lid, rondt de subsidieontvanger aan wie voor 1 december 2024 subsidie op basis van deze paragraaf is verstrekt het project uiterlijk 30 maart 2026 af.
Bijlage 4 behorende bij de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant wordt vervangen door bijlage 1 bij deze regeling.
Bijlage 4b behorende bij de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant wordt vervangen door bijlage 2 bij deze regeling.
In het opschrift van bijlage 7 en bijlage 8 vervalt “10.6, 10.7,”.
Na bijlage 8 behorende bij de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant worden bijlagen 3, 4, 5 en 6 bij deze regeling ingevoegd.
In bijlage 14 behorende bij de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant wordt onder de kaart ingevoegd “Deze kaart kan digitaal worden geraadpleegd op het Loket (www.brabant.nl).”.
Na bijlage 18 behorende bij de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant wordt bijlage 7 bij deze regeling ingevoegd.
Bijlage 20 behorende bij de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant wordt vervangen door bijlage 8 bij deze regeling.
Op subsidieaanvragen die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze regeling, blijft de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant, zoals die luidde de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, van toepassing. Met uitzondering van artikel I, onder A, dat ook van toepassing is op subsidieaanvragen die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze regeling.
’s-Hertogenbosch, 27 januari 2026
Gedeputeerde Staten voornoemd,
de voorzitter,
mr. I.R. Adema
de secretaris,
drs. G.H.E. Derks MPA
Bijlage 1 behorende bij artikel I, onder OO, van de Negenendertigste wijziging Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
Bijlage 4 behorende bij artikel 3.7 van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
Lumpsum bedragen voor de aanleg van beplantingen, het plaatsen van rasters en de aanleg van poelen en natuuroevers
BIJLAGE 2 behorende bij artikel I, onder PP, van de Negenendertigste wijziging Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
Bijlage 4b, behorende bij artikel 5.6, onder c en k, van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
A. Verplichte onderdelen projectplan voedselbossen
Het projectplan, bedoeld in artikel 5.6, onderdeel k, omvat ten minste de volgende documenten en informatie:
B. Vereisten kroonbomen en kroonlaag
Tabel B1 – Minimumeisen kroonbomen per omvang van het voedselbos
Tabel B2 – Handreiking keuzelijst kroonbomen
Deze lijst is richtinggevend; afwijkingen worden in vooroverleg besproken en in het ontwerp onderbouwd.
Tabel B3 – Handreiking keuzelijst pioniersbomen
In aanvulling op de definitie van voedselbos in artikel 5.1 omvat het voedselbos waarvoor subsidie wordt aangevraagd minimaal de basisopbouw van een bos-ecosysteem. Deze basis wordt in de eerste vijf jaar gerealiseerd en bestaat uit:
Het voedselbos voldoet aan de volgende minimumeisen:
Tabel C1 – Minimumeisen oppervlakte en soorten
Toelichting (niet normatief): Voedselbossen met een rijke aanplant van pionierssoorten ontwikkelen aantoonbaar sneller een stabiele bodemstructuur en een robuuste bosopbouw. Afhankelijk van ontwerp en bodemtype kan het raadzaam zijn meer pioniers aan te planten.
Indien een ontwerp afwijkt van de handreikingen in tabellen B2 en B3 of indien alternatieve soorten worden voorgesteld, wordt dit vooraf besproken in een vooroverleg met de provincie.
Alle keuzes worden vervolgens zichtbaar gemaakt in het definitieve ontwerp én onderbouwd in het projectplan conform artikel 5.6, onderdeel k.
BIJLAGE 3 behorende bij artikel I, onder RR, van de Negenendertigste wijziging Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
BIJLAGE 8a behorende bij artikel 10.7, onder c en d, van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
De kaartlaag ‘Landschap met oude boskernen, houtwallen en heggen’ van de kaart Groen Erfgoed van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE)
Deze kaart kan digitaal worden geraadpleegd op het Loket (www.brabant.nl) en via de website https://rce.webgis.nl/nl/map/groen-erfgoed.
BIJLAGE 4 behorende bij artikel I, onder RR, van de Negenendertigste wijziging Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
BIJLAGE 8b behorende bij artikel 10.7, onder c, van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
NB. Kies voor gecertificeerd autochtoon plantsoen (voorzien van een NAK-certificaat).
BIJLAGE 5 behorende bij artikel I, onder RR, van de Negenendertigste wijziging Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
BIJLAGE 8c behorende bij artikel 10.7, onder d, van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
BIJLAGE 6 behorende bij artikel I, onder RR, van de Negenendertigste wijziging Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
BIJLAGE 8d behorende bij artikel 10.15, eerste lid, onder d, van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
BIJLAGE 7 behorende bij artikel I, onder TT, van de Negenendertigste wijziging Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
BIJLAGE 18a behorende bij artikel 17.6, eerste lid, onder e, van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
Lijst van inheemse boom- en struiksoorten van de provincie Noord-Brabant
BIJLAGE 8 behorende bij artikel I, onder UU, van de Negenendertigste wijziging Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
Bijlage 20 behorende bij artikel 17.7, eerste lid, onder a, onder 1°, van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
De regioprijs per hectare bedraagt voor geheel Noord-Brabant: € 108.990.
De regioprijs is gebaseerd op door het Kadaster berekende kengetallen betreffende de agrarische grondmarkt in Noord-Brabant.
De regioprijs is als volgt berekend. Per landbouwgebied zijn door het Kadaster de bruikbare agrarische transacties uit de twee voorafgaande gehele kalenderjaren gegroepeerd. De berekende kengetallen beslaan de periode 01-01-2023 t/m 31-12-2024. Verder is door het Kadaster per landbouwgebied voor deze agrarische transacties een statistische spreiding uitgevoerd voor de grondprijs op basis van het totaal verhandelde oppervlak.
Toelichting behorende bij de Negenendertigste wijziging van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
De Subsidieregeling natuur Noord-Brabant omvat een breed palet aan subsidies op het terrein van natuur, biodiversiteit en leefgebieden. In de loop der jaren is deze regeling inhoudelijk uitgebreid en aangepast, waardoor een complex geheel aan paragrafen en thema’s is ontstaan.
Om de subsidieregelgeving beter te laten aansluiten bij deze onderscheiden beleidsdoelen, hebben Gedeputeerde Staten besloten de bestaande Subsidieregeling natuur Noord-Brabant te herstructureren. Daarbij wordt gewerkt met twee nieuwe, overzichtelijke regelingen:
Een aantal paragrafen van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant is daarmee komen te vervallen.
Dit wijzigingsbesluit heeft betrekking op de paragrafen die in de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant zijn gehandhaafd.
De onderdelen van deze regeling zijn getoetst op staatssteun. Voor paragraaf 1 en 3 is bij de uitvoering van de subsidiabele activiteiten geen sprake van economische activiteiten bij de ontvangers van steun en daarom geen sprake van staatssteun. Voor paragraaf 5, 10 en 17 wel. Daar is gekozen voor een passende staatssteunoplossing afhankelijk van de activiteiten, soort vergoeding en subsidieontvanger.
Paragraaf 10: artikel 53 uit de Algemene groepsvrijstellingsverordening, steun voor natuur erfgoed
Paragraaf 17: steun onder de Catalogus groen blauwe diensten
Artikel I, onder A (artikel 1.13)
Aangezien op dit moment nog niet duidelijk is of, en zo ja wanneer, een nieuw aanvraagtijdvak voor deze paragraaf zal worden vastgesteld, wordt paragraaf 1 in deze wijzigingsronde niet overgeheveld naar de Subsidieregeling biodiversiteit en leefomgeving Noord-Brabant. De wijziging beperkt zich daarom tot een verduidelijking van artikel 1.13, tweede en derde lid.
In de praktijk bestond onduidelijkheid over de reikwijdte van deze leden, met name over de mogelijkheid tot verlenging van de termijn voor het afronden van het project, de veldcheck en de herhalingsmeetronde. Met de nieuwe formulering wordt expliciet vastgelegd in welke situaties Gedeputeerde Staten een verlenging van deze termijnen kunnen toestaan.
Het tweede lid regelt dat, wanneer een project als geheel door onvoorziene omstandigheden niet binnen de in het eerste lid, onderdeel c, genoemde termijn kan worden afgerond, eenmalig een verlenging van maximaal één jaar kan worden verleend. Deze voorziening is bedoeld om beperkte vertragingen in de uitvoering op te vangen.
Het derde lid bevat een afzonderlijke regeling voor de afronding van de veldcheck en de herhalingsmeetronde, zoals bedoeld in bijlage 9 (monitoring venherstel). Voor deze monitoringsactiviteiten geldt dat zij sterk afhankelijk zijn van ecologische en seizoensgebonden omstandigheden, waardoor vertragingen kunnen ontstaan die niet altijd binnen de reguliere projecttermijn — inclusief een eventuele verlenging op grond van het tweede lid — kunnen worden opgevangen. Daarom wordt voor deze onderdelen een ruimere verlengingsmogelijkheid geboden van maximaal vier jaar.
Het derde lid kan ook toepassing vinden in situaties waarin het project reeds op grond van het tweede lid met maximaal één jaar is verlengd. Indien de afronding van de veldcheck of de herhalingsmeetronde vervolgens alsnog niet mogelijk blijkt door onvoorziene omstandigheden, kan aanvullend een verlenging van maximaal vier jaar worden verleend. Hiermee wordt voorkomen dat het project formeel moet worden afgesloten terwijl een zorgvuldige monitoring nog niet kan worden voltooid.
Artikel I, onder B tot en met M (paragraaf 3)
Aangezien op dit moment nog niet duidelijk is of, en zo ja op welke wijze, paragraaf 3 in de toekomst zal worden ondergebracht binnen het provinciale subsidie-instrumentarium, wordt deze paragraaf in deze wijzigingsronde niet overgeheveld naar de Subsidieregeling biodiversiteit en leefomgeving Noord-Brabant. Ook bestaat nog de mogelijkheid dat paragraaf 3 op een later moment wordt geïntegreerd in de STILA-regeling, dan wel dat zij voorlopig onderdeel blijft van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant. Zolang hierover geen beleidsmatige duidelijkheid bestaat, wordt overplaatsing niet wenselijk geacht.
De wijzigingen in deze wijzigingsronde beperken zich daarom tot het vaststellen van een nieuw aanvraagtijdvak en enkele technische aanpassingen die nodig zijn voor een correcte toepassing van de paragraaf. Deze aanpassingen betreffen onder meer het actualiseren van formuleringen in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, alsmede het bijwerken van de tarieventabel, opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling.
Met deze beperkte wijzigingen wordt bereikt dat paragraaf 3 voor het nieuwe aanvraagtijdvak op een juridisch juiste en praktisch toepasbare wijze kan worden voortgezet, in afwachting van een definitieve keuze over de toekomstige positionering van deze paragraaf binnen het provinciale subsidiekader.
Artikel I, onder N, O en PP (paragraaf 5)
Met deze onderdelen is paragraaf 5 van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant op enkele onderdelen technisch aangepast. Aanleiding hiervoor is de behoefte om bepaalde begrippen en onderlinge verwijzingen binnen paragraaf 5 te verduidelijken. De wijzigingen hebben geen inhoudelijke gevolgen voor de bestaande subsidiemogelijkheden of subsidiecriteria. Het betreft uitsluitend tekstuele en systematische verbeteringen.
In de praktijk bleek met name het subsidiecriterium g uit artikel 5.6 – dat vereiste dat het project wordt uitgevoerd op grond gelegen buiten de locaties voor agrarische zoekgebieden en leefgebieden voor weidevogels in open grasland als aangeduid in het Natuurbeheerplan niet voldoende duidelijk was. Door het opnemen van een begripsbepaling van “open grasland” wordt verduidelijkt waar deze gebieden kunnen worden geraadpleegd. De begripsbepaling verwijst naar de daarvoor aangewezen webpagina waarop de kaartlagen behorende bij het Natuurbeheerplan openbaar beschikbaar zijn.
Daarnaast wordt de onderlinge samenhang tussen de subsidievereisten en aanvraagvereisten, en artikel 5.6 en bijlage 4b, tekstueel aangescherpt. Dit dient uitsluitend om de leesbaarheid en interpretatie te verbeteren. Het beoordelingskader verandert inhoudelijk niet.
Artikel I, onder Q tot en met EE (Paragraaf 10)
Met deze onderdelen wordt paragraaf 10 van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant gewijzigd. Er bestaat behoefte aan een instrument om bosrevitalisering, inclusief hydrologisch herstel, te kunnen financieren in bossen buiten Natura 2000-gebieden maar binnen het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Voor bossen binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden biedt paragraaf 1 van de nieuwe Subsidieregeling Natura 2000 Noord-Brabant reeds de mogelijkheid om dergelijke maatregelen te subsidiëren. Buiten Natura 2000 ontbrak echter een passende grondslag, terwijl ook daar een duidelijke opgave ligt om bestaande bossen te versterken en te herstellen.
De subsidiemogelijkheden uit deze gewijzigde paragraaf worden gefinancierd uit de middelen die het Rijk aan de provincies heeft verstrekt op grond van de Regeling provinciale maatregelen landelijk gebied (Rpml). Deze middelen zijn bedoeld ter ondersteuning van de gebiedsgerichte aanpak van provincies voor natuur, stikstof, water en klimaat. Een specifiek deel hiervan is geoormerkt voor bosrevitalisering, waarbij hydrologisch herstel een essentieel onderdeel vormt om de vitaliteit van bos- en watersystemen te versterken.
Bosrevitalisering en hydrologisch herstel zijn cruciaal voor het realiseren van vitale, robuuste en toekomstbestendige bossen, evenals voor het ontwikkelen van droogteresistente (grond)watersystemen. Gezonde bossen leveren een breed palet aan ecosysteemdiensten, waaronder het versterken van biodiversiteit, het opslaan van koolstof, het verbeteren van de waterhuishouding, het bevorderen van recreatiemogelijkheden en het versterken van natuurbrandbeheersing.
Met deze maatregelen wordt uitvoering gegeven aan meerdere provinciale en nationale beleidskaders, waaronder het Actieplan Brabantse Bomen 2.0, de Droogteagenda 2040, Brabant Openhouden, het Klimaatakkoord en de landelijke Bossenstrategie. De voorgestelde wijzigingen sluiten daarmee naadloos aan bij de bredere opgaven en ambities op het gebied van natuur, klimaatadaptatie en waterbeheer.
Artikel I, onder R (artikel 10.4)
Op grond van dit artikel kan subsidie worden verstrekt voor projecten die zijn gericht op de ontwikkeling of instandhouding van gezonde en toekomstbestendige bossen. De paragraaf maakt twee typen activiteiten subsidiabel:
Een combinatie van bosrevitalisering en hydrologische maatregelen is mogelijk en in de praktijk vaak wenselijk, omdat beide maatregelpakketten elkaar versterken bij het verbeteren van de vitaliteit en toekomstbestendigheid van bossen.
Artikel I, onder T (Artikel 10.6)
De projectlocatie of projectlocaties moeten binnen het Natuurnetwerk Brabant (NNB) liggen en buiten Natura 2000-gebieden. Hiermee wordt voorkomen dat sprake kan zijn van stapeling van subsidies, aangezien voor bosrevitalisering en hydrologisch herstel binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden reeds subsidiemogelijkheden bestaan op grond van paragraaf 1 van de Subsidieregeling Natura 2000 Noord-Brabant.
Artikel I, onder GG, HH en II (artikelen 14.6, 14.17 en 14.17a)
Met deze wijziging zijn de termijnen voor het afronden van projecten en onderzoeken op grond van § 14 Versnelling herstel stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden aangepast.
In artikel 14.6, eerste lid, onder g, en tweede lid, onder c, wordt de datum waarop projecten respectievelijk onderzoeken uiterlijk moeten kunnen worden afgerond, gewijzigd van 31 december 2027 naar 30 maart 2028. Hiermee wordt aangesloten bij de aangepaste afrondingstermijn voor projecten als opgenomen in artikel 14.17, eerste lid, onder a, en wordt de onderlinge samenhang binnen de regeling geborgd.
Artikel 14.17 is gewijzigd door de bestaande tekst te vernummeren tot eerste lid. In het eerste lid, onder a, wordt de uiterste datum voor afronding van het project gewijzigd in 30 maart 2028. Daarnaast wordt een tweede lid toegevoegd waarin is bepaald dat de subsidieontvanger, indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet binnen de in de beschikking tot subsidieverlening genoemde termijn kan worden afgerond, een gemotiveerd verzoek tot verlenging kan indienen bij Gedeputeerde Staten. Deze verlenging kan ten hoogste één jaar bedragen en dient uiterlijk de dag voorafgaand aan het verstrijken van de termijn te worden aangevraagd. Met deze bepaling wordt voorzien in de mogelijkheid om in uitzonderlijke situaties maatwerk toe te passen.
Artikel 14.17a is gewijzigd om te verduidelijken dat de in artikel 14.17, tweede lid, opgenomen mogelijkheid tot verlenging niet van toepassing is op subsidieontvangers aan wie vóór 1 december 2024 subsidie is verstrekt op grond van deze paragraaf. Voor deze subsidieontvangers blijft de afwijkende afrondingstermijn onverkort van toepassing.
Artikel I, onder KK en TT (bijlage 18a)
Bij de inrichting van natuurbos is het van belang dat niet alleen inheems plantmateriaal wordt toegepast, maar dat bij voorkeur wordt gekozen voor autochtone bomen en struiken. Autochtoon plantmateriaal heeft een wilde genetische achtergrond en bestaat uit afstammelingen van bomen en struiken die zich na de laatste ijstijd op natuurlijke wijze in Nederland hebben gevestigd.
Het gebruik van autochtoon plantmateriaal is niet alleen van betekenis voor de natuurwaarde van de betreffende boom- of struiksoort zelf, maar ook voor de bredere biodiversiteit. Elke boom- en struiksoort vormt de basis van een specifiek voedselweb, waarin inheemse insecten, schimmels, vogels en andere soorten een rol spelen. Deze onderlinge samenhang is het resultaat van een langdurig proces van co-evolutie, waarin soorten genetisch en ecologisch op elkaar zijn afgestemd.
Wanneer bomen of struiken van dezelfde soort maar met een andere genetische herkomst worden aangeplant, kan dit evenwicht worden verstoord. Dit leidt doorgaans tot een vermindering van de soortenrijkdom en een verarming van het ecosysteem.
Daarnaast beschikken autochtone bomen en struiken, mede door een zorgvuldig opgezet systeem van herkomstselectie en vermeerdering, over een relatief brede genetische basis. Hierdoor is natuurbos dat is ingericht met autochtoon plantmateriaal beter bestand tegen toekomstige uitdagingen, zoals klimaatverandering en het optreden van (nieuwe) ziekten en plagen.
Artikel I, onder MM en NN (artikelen 17.14 en 17.14a)
Artikel 17.14 is gewijzigd door de bestaande tekst te vernummeren tot eerste lid. Hiermee wordt ruimte gecreëerd voor het opnemen van een aanvullende bepaling.
Aan artikel 17.14 is een tweede lid toegevoegd, waarin is bepaald dat de subsidieontvanger in geval van onvoorziene omstandigheden een gemotiveerd verzoek kan indienen tot verlenging van de uitvoeringstermijn van het project. Deze verlenging kan ten hoogste één jaar bedragen en dient uiterlijk op de dag voorafgaand aan het verstrijken van de in de beschikking tot subsidieverlening genoemde termijn te worden aangevraagd. Met deze wijziging wordt voorzien in de mogelijkheid om in uitzonderlijke situaties maatwerk toe te passen, zonder afbreuk te doen aan de uitgangspunten en de beheersbaarheid van de regeling.
Met de invoeging van artikel 17.14a is een uitzondering opgenomen op de in artikel 17.14 vastgelegde verplichtingen voor een afgebakende groep subsidieontvangers. Voor subsidieontvangers aan wie vóór 1 december 2024 subsidie op grond van deze paragraaf is verstrekt, geldt een afwijkende afrondingstermijn. Deze subsidieontvangers ronden het project uiterlijk op 30 maart 2026 af. Door expliciet te bepalen dat wordt afgeweken van zowel artikel 17.14, eerste lid, onder a, als het tweede lid, wordt verduidelijkt dat voor deze groep geen gebruik kan worden gemaakt van de verlengingsmogelijkheid. Hiermee wordt aangesloten bij de voorwaarden waaronder deze subsidies zijn verleend en bij de destijds geldende uitvoeringstermijnen. De afgebakende groep subsidieontvangers wordt met deze wijziging niet in een nadeliger positie gebracht, maar behoudt de termijnen die bij de subsidieverlening van toepassing waren. Daarmee wordt voorkomen dat bestaande subsidieverleningen worden gewijzigd of dat afbreuk wordt gedaan aan gewekte verwachtingen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-2132.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.