Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 27 januari 2026 tot wijziging van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant in verband met het actualiseren van paragrafen 1, 3, 5, 10, 14, 16 en 17 en het intrekken van uitgewerkte paragrafen (Negenendertigste wijziging Subsidieregeling natuur Noord-Brabant)

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;

 

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

 

Overwegende dat wijziging van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant noodzakelijk is ter actualisering en verduidelijking van de regeling, in het bijzonder ten aanzien van paragraaf 1 (termijnverlenging bij onvoorziene omstandigheden), paragraaf 3 (vaststelling aanvraagtijdvak en technische aanpassingen), paragraaf 5 (verduidelijking van begrippen en vereisten), paragraaf 10 (introductie van een subsidiekader voor bosrevitalisering en hydrologische maatregelen binnen het Natuurnetwerk Brabant en buiten Natura 2000-gebieden), paragraaf 14 (termijnverlenging bij onvoorziene omstandigheden), paragraaf 16 (ophoging subsidieplafond) en paragraaf 17 (actualisering en termijnverlenging bij onvoorziene omstandigheden), alsmede ter doorvoering van enkele overige technische aanpassingen ten behoeve van een juridisch juiste en uitvoerbare regeling;

 

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Artikel I Wijziging Subsidieregeling natuur Noord-Brabant

De Subsidieregeling natuur Noord-Brabant wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

Artikel 1.13, tweede en derde lid, komen te luiden:

  • 2.

    Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder c, kan de subsidieontvanger uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal één jaar.

  • 3.

    Indien de veldcheck of herhalingsmeetronde, bedoeld in bijlage 9 bij deze regeling, wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, of bedoeld in het tweede lid, kan de subsidieontvanger uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging van de termijn voor het afronden van de veldcheck of herhalingsmeetronde met maximaal vier jaar.

B.

Artikel 3.1 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Onder g wordt het begrip “ecologische verbindingszone” vervangen door “ecologische verbindingszone: ecologische verbindingszone als bedoeld in bijlage I van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;”

  • 2.

    Onder h wordt het begrip “erf” vervangen door “erf: geheel aan gronden dat behoort bij een gebouw en dat in functioneel opzicht is ingericht ten dienste van dat gebouw, zoals aangeduid in het omgevingsplan;”

  • 3.

    Onder i wordt het begrip “groenblauwe mantel” vervangen door “groenblauwe mantel: gebieden die zijn aangewezen en begrensd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, die een belangrijke nevenfunctie voor natuur en water hebben en overwegend grenzen aan het Natuurnetwerk Brabant en ecologische verbindingszones of deze verbinden;”

  • 4.

    Onder k wordt het begrip “Natuur Netwerk Brabant” vervangen door “Natuurnetwerk Brabant: samenhangend netwerk van natuurgebieden, dat van nationaal en internationaal belang is en het veiligstellen van ecosystemen als doel heeft, en is aangewezen en begrensd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant;"

C.

In artikel 3.2 wordt in de aanhef na “Subsidie” ingevoegd “op grond van deze paragraaf".

 

D.

Artikel 3.3 komt te luiden:

Artikel 3.3 Subsidievorm

Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.

 

E.

Artikel 3.5, onderdelen a, b en c, komen te luiden:

  • a.

    reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de uitvoering van het project;

  • b.

    het project geheel of gedeeltelijk behoort tot de wettelijke taken of verplichtingen van de subsidieaanvrager;

  • c.

    voor het project reeds subsidie of een bijdrage is verstrekt.

F.

Artikel 3.6 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het eerste lid, onder b, komt te luiden:

    • b.

      het project wordt uitgevoerd:

      • 1°.

        buiten de bebouwde kom op grond, waarop overeenkomstig het geldende omgevingsplan, de functie natuur of agrarisch rust; of

      • 2°.

        binnen de bebouwde kom op grond, waarop overeenkomstig het geldende omgevingsplan, de functie agrarisch rust;

  • 2.

    In het eerste lid, onder c, wordt “Natuur Netwerk Brabant” vervangen door “Natuurnetwerk Brabant”.

  • 3.

    Het derde lid, onder e, komt te luiden:

    • e.

      in de poel worden geen invasieve uitheemse water- of oeverplanten aangeplant die zijn opgenomen op de Unielijst, bedoeld in Verordening (EU) 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten (PbEU 2014, L 317);

G.

Artikel 3.8, onder c, komt te luiden:

  • c.

    kosten die verband houden met de uitvoering van wettelijke taken of verplichtingen van de subsidieaanvrager;

H.

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 3.9, onder f, door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • g.

    11 februari 2026 tot en met 14 oktober 2026.

I.

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 3.10, onder f, door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • g.

    € 400.000 voor de periode, genoemd in artikel 3.9, onder g.

J.

Artikel 3.12 komt te luiden:

Artikel 3.12 Verdelingswijze

  • 1.

    Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2.

    Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3.

    Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.

  • 4.

    De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen worden gerangschikt op volgorde van trekking en de eerst getrokken aanvraag als eerstvolgende in aanmerking komt voor subsidie en de laatst getrokken aanvraag als laatste.

  • 5.

    De subsidie wordt verdeeld over aanvragen die:

    • a.

      opeenvolgend zijn in de rangschikking; en

    • b.

      die volledig gehonoreerd kunnen worden.

K.

Artikel 3.13 komt te luiden:

Artikel 3.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1.

    De subsidieontvanger:

    • a.

      rondt het project, bedoeld in artikel 3.4, onder a, en indien van toepassing in combinatie met een project als bedoeld in artikel 3.4, onder c, af binnen een jaar na verlening van de subsidie;

    • b.

      rondt het project, bedoeld in artikel 3.4, onder b, en indien van toepassing in combinatie met een project als bedoeld in artikel 3.4, onder c, af binnen twee jaar na verlening van de subsidie;

    • c.

      overlegt bij subsidies van € 25.000 en hoger jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt;

    • d.

      houdt ingevolge artikel 7, eerste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening een administratie bij van de gerealiseerde kosten en bewaart de daarbij behorende bewijsstukken voor een periode van tien jaar na vaststelling van de subsidie;

    • e.

      laat eventuele opbrengsten van economische activiteiten van het project ten goede komen aan het project;

    • f.

      houdt het project, in aanvulling op artikel 16, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant, tenminste 10 jaar na vaststelling van de subsidie in stand.

  • 2.

    Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder a of b, kan de subsidieontvanger uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal één jaar.

L.

Artikel 3.15 komt te luiden:

Artikel 3.15 Bevoorschotting en betaling

  • 1.

    Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag.

  • 2.

    Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt in een keer betaald.

M.

In artikel 3.16 wordt “2019” vervangen door “2028".

 

N.

Artikel 5.1 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In het begrip NNB wordt “Natuur Netwerk Brabant” vervangen door “Natuurnetwerk Brabant”.

  • 2.

    Het begrip “Natuurbeheerplan” wordt vervangen door “Natuurbeheerplan: plan als bedoeld in bijlage I van de Omgevingsverordening Noord-Brabant”;

  • 3.

    In artikel 5.1 wordt in de alfabetische volgorde ingevoegd het begrip: “open grasland: open grasland, te raadplegen via de website: https://arcg.is/1CmSKP;”

O.

Artikel 5.6 wordt als volgt gewijzigd.

  • 1.

    Onderdeel c komt te luiden:

    • c.

      het project voldoet aan de vereisten opgenomen in bijlage 4b, onder sub B en sub C, bij deze regeling;

  • 2.

    Onderdeel g komt te luiden:

    • g.

      het project wordt uitgevoerd op grond die niet is gelegen binnen de in het Natuurbeheerplan aangeduide agrarische leefgebied/zoekgebieden voor open grasland;

  • 3.

    Onderdeel k komt te luiden:

    • k.

      aan het project ligt een projectplan ten grondslag waarin in ieder geval is opgenomen:

      • 1°.

        op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf;

      • 2°.

        de verplichte onderdelen bedoeld in onderdeel A van bijlage 4b,

      • 3°.

        een sluitende en realistische begroting;

      • 4°.

        een beschrijving van de wijze waarop de instandhouding van het voedselbos wordt gewaarborgd gedurende 5 jaar na de afronding van het project;

      • 5°.

        een onderbouwing van de maatregelen ter beheersing van natuurbranden indien het project wordt uitgevoerd in of binnen een straal van een kilometer van een of meer van de in bijlage 14 bij deze regeling bedoelde natuurgebieden;

      • 6°.

        een volledig ingevulde en ondertekende de-minimisverklaring.

P.

Paragrafen 6, 7, 8 en 12 vervallen.

 

Q.

Artikel 10.1 wordt als volgt gewijzigd.

  • 1.

    In de alfabetische volgorde wordt ingevoegd het begrip “agrarische onderneming: onderneming die actief is in de primaire landbouwproductie of de verwerking of afzet van landbouwproducten;”

  • 2.

    In de alfabetische volgorde wordt ingevoegd het begrip “bodemonderzoek: onderzoek om te bepalen welke bodemverbeteraars in welke samenstelling nodig zijn ten behoeve van bosrevitalisering, inzicht gevend in pH (NaCl)-waarde, de basenverzadiging, CEC en Al/Ca-ratio (aluminium-calcium ratio) van de bodem;"

  • 3.

    In de alfabetische volgorde wordt ingevoegd het begrip “bodemverbeteraars: stoffen of materialen die aan de bodem worden toegevoegd met als doel de bodemkwaliteit te verbeteren, in het bijzonder door het vergroten van de buffercapaciteit en het verbeteren van de beschikbaarheid van nutriënten en mineralen;”

  • 4.

    Het begrip “bossen op arme zandgronden” wordt vervangen door “bossen op arme zandgronden: bossen aangeduid als natuurtypen N01.04, N15 en N16.03, als opgenomen in de Index Natuur en Landschap;”

  • 5.

    Het begrip “bossen op rijke zandgronden” wordt vervangen door “bossen op rijke zandgronden: bossen aangeduid als natuurtypen N01.03, N14 en N16.04, als opgenomen in de index Natuur en Landschap;”

  • 6.

    Het begrip “bosrevitalisering” wordt vervangen door “bosrevitalisering: maatregelen gericht op het herstel en de verbetering van de bodemkwaliteit en op het bijsturen van de boomsoortensamenstelling en bosstructuur;”

  • 7.

    Het begrip “extensieve omvorming” wordt vervangen door “extensieve omvorming: het in relatief lage dichtheid vervangende boomsoorten of struiksoorten aanbrengen;”

  • 8.

    Het begrip “file geodatabase” vervalt.

  • 9.

    In de alfabetische volgorde wordt ingevoegd het begrip “geopackage: bestand dat een database vormt voor geografische informatie;”

  • 10.

    Het begrip “hydrologisch onderzoek” wordt vervangen door “hydrologisch onderzoek: onderzoek naar de kwantitatieve en kwalitatieve eigenschappen en processen van het grond- en oppervlaktewatersysteem, met als doel inzicht te verkrijgen voor hydrologisch systeemherstel en het tegengaan van verdroging;”

  • 11.

    Het begrip “Index Natuur en Landschap” wordt vervangen door “Index Natuur en Landschap: index die inzicht biedt in de ontwikkeling van de natuur- en landschapskwaliteit, te raadplegen via de website: https://www.bij12.nl/onderwerp/natuursubsidies/index-natuur-en-landschap/;”

  • 12.

    Het begrip “intensieve omvorming” wordt vervangen door “intensieve omvorming: het in relatief hoge dichtheid vervangende boomsoorten of struiksoorten aanbrengen;”

  • 13.

    In de alfabetische volgorde wordt ingevoegd het begrip “kalk: bodemverbeteraar bestaande uit fijngemalen calcium- of magnesiumcarbonaat, toegepast als snelwerkende bufferende stof ter verbetering van de zuurgraad en basenverzadiging van de bodem;”

  • 14.

    Het begrip “kostenregeling” vervalt.

  • 15.

    Het begrip “LESA” wordt vervangen door “LESA: landschapsecologische systeemanalyse: methode om inzicht te krijgen in het ontstaan en het huidige functioneren van een natuurgebied of beheertype vanuit historisch, fysisch-geografisch, hydrologisch en ecologisch perspectief;”

  • 16.

    Het begrip “Maatregelenkaart” vervalt.

  • 17.

    In de alfabetische volgorde wordt ingevoegd het begrip “Natura 2000-gebied: gebied als bedoeld in bijlage 1 bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;”

  • 18.

    Het begrip “NNB” wordt vervangen door “NNB: Natuurnetwerk Brabant, zijnde een samenhangend netwerk van natuurgebieden, dat van nationaal en internationaal belang is en het veiligstellen van ecosystemen als doel heeft, en is aangewezen en begrensd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant;”

  • 19.

    Het begrip “prioritaire soorten” vervalt.

  • 20.

    Het begrip “rode lijst” vervalt.

  • 21.

    In de alfabetische volgorde wordt ingevoegd het begrip “schelpengruis: bodemverbeteraar bestaande uit fijngemalen schelpen, toegepast als snelwerkende bufferende stof ter verbetering van de zuurgraad en basenverzadiging van de bodem;”

  • 22.

    Het begrip “standaard omvorming” wordt vervangen door “standaard omvorming: het in standaard dichtheid vervangende boomsoorten of struiksoorten aanbrengen:”

  • 23.

    Het begrip “steenmeel” wordt vervangen door “steenmeel: bodemverbeteraar bestaande uit fijngemalen gesteente, toegepast als langzaam werkende bufferende stof en als bron van nutriënten, ter verbetering van de zuurgraad, basenverzadiging, nutriëntenbeschikbaarheid en bodemstructuur van de bodem;”

  • 24.

    Het begrip “Toelichting Maatregelenkaart” vervalt.

R.

Artikel 10.4 komt te luiden:

Artikel 10.4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de ontwikkeling of instandhouding van gezonde en toekomstbestendige bossen, bestaande uit:

  • a.

    bosrevitalisering;

  • b.

    hydrologische maatregelen.

S.

Artikel 10.5 komt te luiden:

Artikel 10.5 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

    de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 25.000;

  • b.

    de aangevraagde subsidie € 1.000.000 of meer bedraagt;

  • c.

    de subsidieaanvrager een agrarische onderneming is;

  • d.

    voor het project reeds subsidie of een bijdrage is verstrekt op grond van deze of een andere provinciale regeling;

  • e.

    het project gericht is op verwerving, functiewijziging, pachtvrij of erfpachtvrij maken of beheer van gronden;

  • f.

    ten aanzien van de subsidieaanvrager een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • g.

    de subsidieaanvrager een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 2, onder 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

T.

Artikel 10.6 komt te luiden:

Artikel 10.6 Subsidievereisten bosrevitalisering en hydrologische maatregelen

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 10.4, onder a en b, in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    het project wordt uitgevoerd in het NNB en buiten Natura 2000-gebied in de provincie Noord-Brabant, blijkend uit een kaart van de projectlocatie of de projectlocaties;

  • b.

    het project is gericht op de ontwikkeling of instandhouding van gezonde en toekomstbestendige bossen, bestaande uit:

    • 1°.

      bosrevitalisering;

    • 2°.

      hydrologische maatregelen;

  • c.

    de subsidieaanvrager heeft zeggenschap over de grond doormiddel van eigendom of schriftelijke toestemming van de eigenaar voor het uitvoeren van het project, blijkend uit een eigendomsverklaring of ander bewijsstuk;

  • d.

    het project kan uiterlijk 31 december 2028 worden afgerond, blijkend uit een realistische planning;

  • e.

    aan het project ligt een projectplan ten grondslag waarin in ieder geval is opgenomen:

    • a.

      op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in dit artikel;

    • b.

      een sluitende en realistische begroting;

    • c.

      een realistische planning;

    • d.

      een beschrijving van de in de projectperiode uit te voeren maatregelen, inclusief een overzicht van de indicatieve oppervlakte in hectare waarop ieder type maatregel wordt toegepast;

    • e.

      één geopackage met de beoogde locatie van de maatregelen of onderzoeken, opgesteld op basis van de in het subsidieloket beschikbaar gestelde template geodatabase, ten behoeve van invoer in het registratiesysteem GIS-subsidies natuur Noord-Brabant.

U.

Onder vernummering van de artikelen 10.7 tot en met 10.16 tot artikelen 10.9 tot en met 10.18, worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 10.7 Aanvullende subsidievereisten bosrevitalisering

Onverminderd artikel 10.6 wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 10.4, onder a, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    indien het project gericht is op bossen op arme zandgronden worden de volgende omvormingsmethoden toegepast:

    • 1°.

      5% per hectare voor intensieve omvorming;

    • 2°.

      45% per hectare voor standaard omvorming;

    • 3°.

      40% per hectare voor extensieve omvorming;

    • 4°.

      10% per hectare voor omvorming tot een OAD netwerk;

    • 5°.

      een behandeling van maximaal 90% van het projectgebied met bodemverbeteraars, waarbij de te behandelen oppervlakte en de samenstelling van kalk, schelpengruis en steenmeel en dosering van de toe te passen bodemverbeteraars in overeenstemming zijn met de uitkomsten van het bodemonderzoek;

  • b.

    indien het project gericht is op bossen op rijke zandgronden worden de volgende omvormingsmethoden toegepast:

    • 1°.

      0% per hectare voor intensieve omvorming;

    • 2°.

      50% per hectare voor standaard omvorming;

    • 3°.

      40% per hectare voor extensieve omvorming;

    • 4°.

      10% per hectare voor omvorming tot een OAD netwerk;

  • c.

    indien het project plaatsvindt in een landschap met oude boskernen, houtwallen en heggen, zoals aangegeven op de kaart Groen Erfgoed van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, opgenomen in bijlage 8a bij deze regeling, mag uitsluitend worden aangeplant met soorten die zijn vermeld in bijlage 8b bij deze regeling, tenzij hiervan gemotiveerd wordt afgeweken;

  • d.

    indien het project plaatsvindt buiten een landschap met oude boskernen, houtwallen en heggen, zoals aangegeven op de kaart Groen Erfgoed van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, opgenomen in bijlage 8a van deze regeling, mag uitsluitend worden aangeplant met soorten die zijn vermeld in bijlage 8c bij deze regeling, tenzij hiervan gemotiveerd wordt afgeweken.

Artikel 10.8 Aanvullende subsidievereisten hydrologisch onderzoek

Onverminderd artikel 10.6, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 10.4, onder b, in aanmerking te komen, voldaan aan het vereiste dat de hydrologische onderbouwing van het project is afgestemd met het waterschap, hetgeen blijkt uit een verklaring van het waterschap.

 

V.

Artikel 10.9 (nieuw) komt te luiden:

Artikel 10.9 Subsidiabele kosten

  • 1.

    Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

    • a.

      kosten die direct verband houden met de uitvoering van het project;

    • b.

      voorbereidingskosten die zijn gemaakt vanaf 1 januari 2025;

    • c.

      kosten voor onderzoek voor de voorbereiding of uitvoering van maatregelen, gemaakt vanaf 1 januari 2025, voor:

      • 1°.

        bodemonderzoek;

      • 2°.

        hydrologisch onderzoek;

      • 3°.

        LESA-onderzoek;

      • 4°.

        archeologisch onderzoek;

      • 5°.

        onderzoek naar niet-gesprongen explosieven;

    • d.

      kosten voor communicatie over de uitvoering van het project;

    • e.

      legeskosten;

    • f.

      kosten van mitigerende maatregelen ter voorkoming van schade als gevolg van vernattingsmaatregelen;

    • g.

      kosten voor stelposten, reserveringen of onvoorziene uitgaven tot een maximum van 10% van de totale subsidiabele kosten;

    • h.

      kosten derden op uurbasis ten behoeve van het project tot een maximum van € 99 per uur, vermeerderd met eventuele niet-verrekenbare of niet-compensabele btw.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid, onder a, zijn de kosten die direct verband houden met de uitvoering van projecten als bedoeld in artikel 10.4, onder a, subsidiabel:

    • a.

      tot een maximum van € 2.640 per hectare voor de omvorming van bossen op arme zandgronden;

    • b.

      tot een maximum van € 3.200 per hectare voor het toedienen van bodemverbeteraars;

    • c.

      tot een maximum van € 1.860 per hectare voor de omvorming van bossen op rijke zandgronden.

  • 3.

    Voor de berekening van subsidiabele uurtarieven van arbeids- en personeelsuren van de subsidieaanvrager, past de subsidieaanvrager, met uitzondering van gemeenten, de berekeningssystematiek genoemd in artikel 1.4, eerste lid, onder c, van de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant toe en hanteert daarbij een uurtarief van:

    • a.

      € 70 voor werkzaamheden op MBO-niveau;

    • b.

      € 100 voor werkzaamheden op HBO-niveau;

    • c.

      € 120 voor werkzaamheden op WO-niveau.

  • 4.

    Indien de subsidieontvanger beschikt over een geldige goedkeuring van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voor het gebruik van de Integrale Kostensystematiek, kan hij — in afwijking van het derde lid — de berekeningswijze toepassen als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, onderdeel a, en artikel 1.5 van de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant. In dat geval mag de subsidieontvanger deze systematiek en de daaruit voortvloeiende jaarlijkse uurtarieven hanteren.

W.

Artikel 10.10 (nieuw) komt te luiden:

Artikel 10.10 Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 10.9 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten voor de aanschaf en afschrijvingskosten van machines;

  • b.

    kosten die zijn gemaakt voor 1 januari 2025;

  • c.

    kosten waarvoor reeds subsidie of een bijdrage is verstrekt;

  • d.

    kosten voor onderhoud of andere reguliere taken van de aanvrager;

  • e.

    kosten die verband houden met de uitvoering van wettelijke taken of verplichtingen van de subsidieaanvrager;

  • f.

    kosten voor monitoring.

X.

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 10.11(nieuw), onder c, door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • d.

    1 april 2026 tot en met 12 november 2026.

Y.

Artikel 10.12 (nieuw) wordt als volgt gewijzigd.

  • 1.

    Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 10.12, onder c, door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

    • d.

      € 4.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 10.11, onder d.

  • 2.

    De zinsnede “in artikel 10.9” wordt telkens vervangen door “in artikel 10.11".

Z.

Artikel 10.13 (nieuw) komt te luiden:

Artikel 10.13 Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 1.000.000.

 

AA.

Artikel 10.14 (nieuw) komt te luiden:

Artikel 10.14 Verdelingswijze

  • 1.

    Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2.

    Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3.

    Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.

  • 4.

    De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen worden gerangschikt op volgorde van trekking en de eerst getrokken aanvraag als eerstvolgende in aanmerking komt voor subsidie en de laatst getrokken aanvraag als laatste.

  • 5.

    De subsidie wordt verdeeld over aanvragen die:

    • a.

      opeenvolgend zijn in de rangschikking; en

    • b.

      die volledig gehonoreerd kunnen worden.

BB.

Artikel 10.15 (nieuw), eerste lid, komt te luiden:

  • 1.

    De subsidieontvanger:

    • a.

      start het project binnen vier maanden na verlening van de subsidie;

    • b.

      rondt het project uiterlijk 31 december 2028 af;

    • c.

      maakt op de projectlocatie(s) geen gebruik van kunstmest, drijfmest of bestrijdingsmiddelen;

    • d.

      past bij aanplant geen soorten toe die zijn vermeld in bijlage 8d van deze regeling of in bijlage Vc bij artikel 3.67 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

    • e.

      overlegt jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, meer dan twaalf maanden bedraagt;

    • f.

      overlegt één geopackage met de exacte locatie van de maatregelen en eventuele onderzoeken, opgesteld op basis van de in het subsidieloket beschikbaar gestelde template geodatabase, ten behoeve van invoer in het registratiesysteem GIS-subsidies natuur Noord-Brabant;

    • g.

      houdt ingevolge artikel 7, eerste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening een administratie bij van de gerealiseerde kosten en bewaart de daarbij behorende bewijsstukken voor een periode van tien jaar na vaststelling van de subsidie;

    • h.

      laat eventuele opbrengsten van economische activiteiten van het project ten goede komen aan het project.

CC.

Artikel 10.16 (nieuw), eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Onderdeel b komt te luiden:

    • b.

      bewijsstukken die duidelijk, gespecificeerd en actueel zijn als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, waaruit de gerealiseerde kosten blijken;

  • 2.

    Er wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

    • c.

      indien sprake is van economische activiteiten, een overzicht van de wijze waarop de opbrengsten, bedoeld in artikel 10.15, eerste lid, onder h, ten goede zijn gekomen aan het project.

DD.

In artikel 10.17 (nieuw), eerste lid, wordt “80%” vervangen door “100%".

 

EE.

In artikel 10.18 (nieuw) wordt “2023” vervangen door “2029".

 

FF.

In artikel 16.10, onder b, wordt “€ 4.000.000” vervangen door “€ 4.162.380".

 

GG.

In artikel 14.6, eerste lid, onder g, en in het tweede lid, onder c, wordt “31 december 2027” vervangen door “30 maart 2028”.

 

HH.

Artikel 14.17 wordt als volgt gewijzigd.

  • 1.

    Voor de bestaande tekst wordt de aanduiding “1.” geplaatst.

  • 2.

    In het eerste lid, onder a, wordt “31 december 2027” vervangen door “30 maart 2028”.

  • 3.

    Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

    • 2.

      Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in de beschikking tot subsidieverlening, kan de subsidieontvanger uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal één jaar.

II.

In artikel 14.17a wordt “In afwijking van artikel 14.17, onder a,” vervangen door “In afwijking van artikel 14.17, eerste lid, onder a, en het tweede lid, “.

 

JJ.

Artikel 17.1 wordt als volgt gewijzigd.

  • 1.

    Het begrip “EVZ” wordt vervangen door “EVZ: ecologische verbindingszone als bedoeld in bijlage I van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;”

  • 2.

    Het begrip “file geodatabase” vervalt.

  • 3.

    In de alfabetische volgorde wordt ingevoegd het begrip “geopackage: bestand dat een database vormt voor geografische informatie;”

  • 4.

    Het begrip “Nederlandse rassenlijst bomen" vervalt.

KK.

Artikel 17.6 wordt als volgt gewijzigd.

  • 1.

    Het eerste lid, onder e, komt te luiden:

    • e.

      indien het de inrichting als natuurbos betreft, wordt voor ten minste 95% uitsluitend gebruik gemaakt van soorten die zijn opgenomen in bijlage 18a bij deze regeling;

  • 2.

    Het eerste lid, onderdeel j, onder 5°, komt te luiden:

    • 5°.

      één geopackage met de beoogde locatie van de maatregelen en eventuele onderzoeken, opgesteld op basis van de in het subsidieloket beschikbaar gestelde template geodatabase, ten behoeve van invoer in het registratiesysteem GIS-subsidies natuur Noord-Brabant;

  • 3.

    Het tweede lid, onder c, komt te luiden:

    • c.

      indien het project gericht is op verwerving of functiewijzing van een perceel dat in eigendom is van een gemeente, overlegt de subsidieaanvrager een verklaring van de desbetreffende gemeente dat deze de inkomsten uit de verkochte grond of functiewijzing voor 50% investeert in groene doelen.

LL.

Artikel 17.12, vierde en vijfde lid, komen te luiden:

  • 4.

    De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen worden gerangschikt op volgorde van trekking en de eerst getrokken aanvraag als eerstvolgende in aanmerking komt voor subsidie en de laatst getrokken aanvraag als laatste.

  • 5.

    De subsidie wordt verdeeld over aanvragen die:

    • a.

      opeenvolgend zijn in de rangschikking; en

    • b.

      die volledig gehonoreerd kunnen worden.

MM.

Artikel 17.14 wordt als volgt gewijzigd.

  • 1.

    Voor de bestaande tekst wordt de aanduiding “1.” geplaatst.

  • 2.

    Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

    • 2.

      Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in de beschikking tot subsidieverlening, kan de subsidieontvanger uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal één jaar.

NN.

Na artikel 17.14 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 17.14a Uitzondering verplichtingen subsidieontvanger

In afwijking van artikel 17.14, eerste lid, onder a, en het tweede lid, rondt de subsidieontvanger aan wie voor 1 december 2024 subsidie op basis van deze paragraaf is verstrekt het project uiterlijk 30 maart 2026 af.

 

OO.

Bijlage 4 behorende bij de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant wordt vervangen door bijlage 1 bij deze regeling.

 

PP.

Bijlage 4b behorende bij de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant wordt vervangen door bijlage 2 bij deze regeling.

 

QQ.

In het opschrift van bijlage 7 en bijlage 8 vervalt “10.6, 10.7,”.

 

RR.

Na bijlage 8 behorende bij de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant worden bijlagen 3, 4, 5 en 6 bij deze regeling ingevoegd.

 

SS.

In bijlage 14 behorende bij de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant wordt onder de kaart ingevoegd “Deze kaart kan digitaal worden geraadpleegd op het Loket (www.brabant.nl).”.

 

TT.

Na bijlage 18 behorende bij de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant wordt bijlage 7 bij deze regeling ingevoegd.

 

UU.

Bijlage 20 behorende bij de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant wordt vervangen door bijlage 8 bij deze regeling.

Artikel II Overgangsrecht

Op subsidieaanvragen die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze regeling, blijft de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant, zoals die luidde de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, van toepassing. Met uitzondering van artikel I, onder A, dat ook van toepassing is op subsidieaanvragen die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze regeling.

Artikel III Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

’s-Hertogenbosch, 27 januari 2026

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter,

mr. I.R. Adema

de secretaris,

drs. G.H.E. Derks MPA

Bijlage 1 behorende bij artikel I, onder OO, van de Negenendertigste wijziging Subsidieregeling natuur Noord-Brabant

 

Bijlage 4 behorende bij artikel 3.7 van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant

 

Lumpsum bedragen voor de aanleg van beplantingen, het plaatsen van rasters en de aanleg van poelen en natuuroevers

 

Onderdeel

Eenheid

Bedrag per eenheid inclusief BTW

Bedrag per eenheid exclusief BTW

Aanleg beplantingen en plaatsen rasters

aanplant bosplantsoen; conventioneel geteeld en nl-herkomst (excl. dijktaluds)

stuks

€ 2,97

€ 2,59

aanplant bosplantsoen; conventioneel geteeld en nl-herkomst op dijktaluds

stuks

€ 3,69

€ 3,21

aanplant hoogstamfruitbomen

stuks

€ 114,29

€ 99,89

aanplant laanbomen

stuks

€ 114,29

€ 99,89

aanplant knotwilgenstek/ populieren 10-12 /veren 200-250 cm

stuks

€ 15,06

€ 12,80

plaatsen rundveeraster; onbehandelde palen van duurzaam hout op 4 meter afstand en minimaal 2 puntdraden

meter

€ 7,60

€ 6,28

plaatsen elektrisch rundveeraster; onbehandelde palen van duurzaam hout op 10 meter afstand en minimaal 2 draden

meter

€ 5,47

€ 4,52

plaatsen schapenraster; onbehandelde palen van duurzaam hout op 3 meter afstand en zwaar gelijkmatig ursusgaas van 100 cm hoogte

meter

€ 16,38

€ 13,54

plaatsen boomkorf; type schaap

stuks

€ 30,00

€ 24,79

plaatsen boomkorf; type rund

stuks

€ 82,91

€ 68,52

verplaatsen van bestaand rundveeraster

meter

€ 3,97

€ 3,29

verplaatsen van bestaand schapenraster

meter

€ 7,31

€ 6,04

 

Aanleg poelen en natuuroevers

ontgraven poel en verwerken vrijkomende grond

m3

€ 10,53

€ 8,70

ontgraven bouwvoor en verwerken van vrijkomende grond t.b.v. ontwikkeling schraalland

m3

€ 5,51

€ 4,55

ontgraven natuuroever en verwerken vrijkomende grond

m3

€ 10,53

€ 8,70

BIJLAGE 2 behorende bij artikel I, onder PP, van de Negenendertigste wijziging Subsidieregeling natuur Noord-Brabant

 

Bijlage 4b, behorende bij artikel 5.6, onder c en k, van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant

 

Vereisten voedselbos

 

A. Verplichte onderdelen projectplan voedselbossen

Het projectplan, bedoeld in artikel 5.6, onderdeel k, omvat ten minste de volgende documenten en informatie:

  • 1.

    Ontwerp

    Het ontwerp bevat ten minste:

    • een leesbare kaart op schaal minimaal 1:1500, met daarop:

      • perceelsgrenzen;

      • zones en vegetatielagen;

      • ligging van wegen, watergangen en andere relevante structuren;

    • aanduiding van alle vegetatielagen inclusief:

      • kroonlaag;

      • lagere bomenlaag;

      • struiklaag;

      • windhagen;

      • ecologische hagen;

    • aansluiting op het beplantingsplan en de plantlijst.

  • 2.

    Beplantingsplan

    Het beplantingsplan bevat:

    • de ligging van alle te planten soorten;

    • een fasering voor de eerste 5 jaar;

    • een onderbouwing van de keuzes voor kroonbomen, pioniersbomen en overige lagen;

    • aantallen per soort, passend bij de normen in deze bijlage.

  • 3.

    Plantlijst

    De plantlijst bevat ten minste:

    • Nederlandse soortnaam;

    • aantal stuks per soort;

    • verwachte groeihoogte;

    • toewijzing aan vegetatielaag of type haag;

    • verwijzing naar tabellen B1, B2 en B3 waar relevant.

  • 4.

    Planning en betrokken partijen

    • een planning met concrete data voor de eerste 5 jaar;

    • beschrijving van verantwoordelijkheden van eigenaren, uitvoerders en overige betrokken partijen.

B. Vereisten kroonbomen en kroonlaag

  • 1.

    Hoogte en levensduur

    • Kroonbomen bereiken op de specifieke standplaats naar verwachting minimaal 10 meter hoogte.

    • Minimaal de helft van de kroonbomen betreft soorten met een levensverwachting van minimaal 100 jaar.

  • 2.

    Blijvend karakter

    • Kroonbomen vormen de blijvende structuur van het voedselbos en worden niet kort gehouden voor oogstdoeleinden.

    • Fruitbomen worden in beginsel niet als kroonboom aangemerkt (met enkele uitzonderingen, afhankelijk van soort en groeivorm).

    • Winterlinde en Toona sinensis (Chinese mahonie / uiensoepboom) gelden niet als kroonboom, omdat deze doorgaans kort worden gehouden voor oogst.

  • 3.

    Combinatie met pioniersbomen

    • Iedere kroonboom wordt aangeplant in combinatie met minimaal één pioniersboom uit tabel B3, ter bevordering van groei, bodemontwikkeling en bescherming.

    • Pioniers worden na circa 10 jaar gefaseerd verwijderd indien nodig voor de kroonontwikkeling.

  • 4.

    Differentiatie naar oppervlakte

    Minima per hectare en per omvangscategorie zijn uitgewerkt in tabel B1.

Tabel B1 – Minimumeisen kroonbomen per omvang van het voedselbos

 

Omvang voedselbos

Min. aantal kroonbomen/ha

Min. soorten kroonbomen

Min. stuks per soort

Min. langlevende kroonbomen/ha (>100 jaar)

Min. soorten langlevend

1–<2 ha

35

4

2

17

2

2–<3 ha

35

6

2

17

3

3–<4 ha

35

8

2

17

3

4–<5 ha

35

8

2

17

4

≥5 ha

35

10

2

17

4

 

Tabel B2 – Handreiking keuzelijst kroonbomen

Deze lijst is richtinggevend; afwijkingen worden in vooroverleg besproken en in het ontwerp onderbouwd.

 

Boomvormers op standplaats locatie >10m.

Wetenschappelijke naam

Nederlandse naam

Voorwaarde

Acer saccharum

Suikeresdoorn

geen witte esdoorn of zilveresdoorn

Araucaria araucana

Slangenden

Carya illinoinensis

Pecannoot

Carya illinoinensis x laciniosa

Hican

Carya illinoinensis x ovata

Hican

Carya laciniosa

Koningsnoot

Carya ovata

Hickory bitternoot

Carya ovata x cordiformis

Hickory hybride

Carya ovata x laciniosa

Hickory hybride

Castanea mollissima

Chinese kastanje

Castanea mollissima x sativa

Kastanje hybride

Castanea sativa

Tamme kastanje

Castanea sativa x crenata

Tamme kastanje

Corylus x colurnoides

Trazel

Crataegus tanacetifolia

Fruit meidoorn

Ginkgo biloba

Ginkgo

Gleditsia triacanthos

Valse christusboom

Juglans ailanthifolia

Japanse walnoot (hartnoot)

Juglans cinerea

Witte walnoot

Juglans nigra

Zwarte walnoot

Juglans regia

Walnoot

Morus nigra

Zwarte moerbei

Pinus koraiensis

Koreaanse den

Prunus avium

Zoete kers

op onderstam Limburgse Boskriek of F12.1

Prunus domestica

Pruim

wilde soort

Pyrus communis

Peer

op onderstam Pyrus communis of Kirchensaller

Quercus ilex

Steeneik

Sophora japonica

Honingboom

Sassafras spp.

Sassafras

Sorbus domestica

Peervormige lijsterbes

Sorbopyrus auricularis

Peerlijsterbes

Ziziphus jujuba

Chinese dadelboom

 

Tabel B3 – Handreiking keuzelijst pioniersbomen

 

Wetenschappelijke naam

Nederlandse naam

Acer campestre

Veldesdoorn

Acer pseudoplatanus

Gewone esdoorn

Acer saccharinum

Zilveresdoorn

Aesculus hippocastanum

Paardenkastanje

Alnus cordata

Italiaanse els

Alnus glutinosa

Zwarte els

Alnus incana

Witte els

Betula pendula

Ruwe berk

Betula pubescens

Zachte berk

Carpinus betulus

Haagbeuk

Fagus sylvatica

Gewone beuk

Fraxinus excelsior

Gewone es

Malus sylvestris

Wilde appel

Populus nigra

Zwarte populier

Populus tremula

Ratelpopulier

Prunus padus

Vogelkers

Quercus petreae

Wintereik

Quercus robur

Zomereik

Rhamnus frangula

Sporkehout

Salix alba

Schietwilg

Salix caprea

Boswilg

Salix fragilis

Kraakwilg

Sorbus aucuparia

Wilde lijsterbes

Tilia cordata

Winterlinde

Tilia platyphyllos

Zomerlinde

Ulmus laevis

Fladderiep

 

C. Minimumeisen voedselbos

In aanvulling op de definitie van voedselbos in artikel 5.1 omvat het voedselbos waarvoor subsidie wordt aangevraagd minimaal de basisopbouw van een bos-ecosysteem. Deze basis wordt in de eerste vijf jaar gerealiseerd en bestaat uit:

  • een kroonlaag met blijvende kroonbomen;

  • een lagere bomenlaag;

  • een struiklaag;

  • één of meerdere windhagen;

  • één of meerdere ecologische hagen;

  • een laag van pioniersbomen.

Het voedselbos voldoet aan de volgende minimumeisen:

  • 1.

    Aaneengesloten oppervlakte

    • Minimaal 1 hectare aaneengesloten.

  • 2.

    Soortenrijkdom

    • Minimaal 50 unieke productieve soorten in de lagen van kroonbomen, lagere bomen en struiken samen.

    • De telling tussen soorten vindt plaats op basis van taxonomische indeling (cultivars/rassen tellen niet als aparte soorten).

  • 3.

    Plantdichtheid blijvende beplanting

    • Minimaal 700 blijvende planten per hectare (kroonbomen, lagere bomen en struiken).

    • Windhagen, ecologische hagen en pioniersbomen tellen niet mee voor deze norm.

  • 4.

    Pioniersbomen

    • Minimaal 250 pioniersbomen per hectare, geselecteerd uit tabel B3.

    • Pioniersbomen vervullen een systeemondersteunende functie en worden na circa 10 jaar, waar nodig, gefaseerd verwijderd om ruimte te maken voor de blijvende kroonlaag.

  • 5.

    Hagen

    • Minimaal één windhaag per perceel, aangelegd als gesloten haag op eigen terrein, bestaande uit bladverliezende soorten.

    • Minimaal één ecologische haag per perceel, bestaande uit minimaal 10 inheemse soorten en aangelegd met minimaal 100 meter haag per hectare.

Tabel C1 – Minimumeisen oppervlakte en soorten

 

Vereiste

Minimum

Aantal soorten kroonbomen, lagere bomen, struiken

50 soorten

Aantal planten/ha (blijvend)

700 stuks

Aantal soorten ecologische haag

10 soorten

Minimale lengte ecologische haag

100 m/ha

Pioniersbomen

250 stuks/ha

 

Toelichting (niet normatief): Voedselbossen met een rijke aanplant van pionierssoorten ontwikkelen aantoonbaar sneller een stabiele bodemstructuur en een robuuste bosopbouw. Afhankelijk van ontwerp en bodemtype kan het raadzaam zijn meer pioniers aan te planten.

 

D. Vooroverleg en maatwerk

Indien een ontwerp afwijkt van de handreikingen in tabellen B2 en B3 of indien alternatieve soorten worden voorgesteld, wordt dit vooraf besproken in een vooroverleg met de provincie.

Alle keuzes worden vervolgens zichtbaar gemaakt in het definitieve ontwerp én onderbouwd in het projectplan conform artikel 5.6, onderdeel k.

BIJLAGE 3 behorende bij artikel I, onder RR, van de Negenendertigste wijziging Subsidieregeling natuur Noord-Brabant

 

BIJLAGE 8a behorende bij artikel 10.7, onder c en d, van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant

 

De kaartlaag ‘Landschap met oude boskernen, houtwallen en heggen’ van de kaart Groen Erfgoed van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE)

 

Deze kaart kan digitaal worden geraadpleegd op het Loket (www.brabant.nl) en via de website https://rce.webgis.nl/nl/map/groen-erfgoed.

BIJLAGE 4 behorende bij artikel I, onder RR, van de Negenendertigste wijziging Subsidieregeling natuur Noord-Brabant

 

BIJLAGE 8b behorende bij artikel 10.7, onder c, van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant

 

NB. Kies voor gecertificeerd autochtoon plantsoen (voorzien van een NAK-certificaat).

 

Nederlandse Naam

Wetenschappelijke naam

Bittere wilg subsp. lambertiana

Salix purpurea subsp. lambertiana

Boswilg

Salix caprea

Eenstijlige meidoorn

Crataegus monogyna

Fladderiep

Ulmus laevis

Gaspeldoorn

Ulex europaeus

Gelderse roos

Viburnum opulus

Geoorde wilg

Salix aurita

Gewone es

Fraxinus excelsior

Gewone vlier

Sambucus nigra

Gewone vogelkers

Prunus padus subsp. padus

Haagbeuk

Carpinus betulus

Heggenroos

Rosa corymbifera

Hondsroos

Rosa canina

Jeneverbes

Juniperus communis

Ratelpopulier

Populus tremula

Rode kornoelje subsp.sanguinea

Cornus sanguinea

Ruwe berk

Betula pendula

Schietwilg

Salix alba

Sleedoorn

Prunus spinosa

Sporkehout

Frangula alnus

Tweestijlige meidoorn

Crataegus laevigata

Wilde gagel

Myrica gale

Wilde hazelaar

Corylus avellana

Wilde kamperfoelie

Lonicera periclymenum

Wilde kardinaalsmuts

Euonymus europaeus

Wilde lijsterbes

Sorbus aucuparia

Wilde zwarte bes

Ribes nigrum

Zachte berk

Betula pubescens

Zomereik

Quercus robur

Zwarte els

Alnus glutinosa

Zwarte populier

Populus nigra

BIJLAGE 5 behorende bij artikel I, onder RR, van de Negenendertigste wijziging Subsidieregeling natuur Noord-Brabant

 

BIJLAGE 8c behorende bij artikel 10.7, onder d, van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant

 

Nederlandse Naam

Wetenschappelijke naam

Beuk

Fagus sylvatica

Bittere wilg

Salix purpurea

Boswilg

Salix caprea

Eenstijlige meidoorn

Crataegus monogyna

Europese vogelkers

Prunus padus

Fladderiep

Ulmus laevis

Gelderse roos

Viburnum opulus

Gele kornoelje

Cornus mas

Geoorde wilg

Salix aurita

Gewone es

Fraxinus excelsior

Gewone esdoorn

Acer pseudoplatanus

Gewone vlier

Sambucus nigra

Gewone walnoot

Juglans regia

Grauwe wilg

Salix cinerea

Grove den

Pinus sylvestris

Haagbeuk

Carpinus betulus

Hazelaar

Corylus avellana

Hulst

Ilex aquifolium

Kraakwilg

Salix fragilis

Ratelpopulier

Populus tremula

Rode kornoelje

Cornus sanguinea

Ruwe berk

Betula pendula

Schietwilg

Salix alba

Sleedoorn

Prunus spinosa

Sporkehout

Frangula alnus

Tamme kastanje

Castanea sativa

Taxus

Taxus baccata

Trosvlier

Sambucus racemosa

Tweestijlige meidoorn

Crataegus laevigata

Veldesdoorn

Acer campestre

Wegedoorn

Rhamnus cathartica

Wilde appel

Malus sylvestris

Wilde kardinaalsmuts

Euonymus europaeus

Wilde kers

Prunus avium

Wilde lijsterbes

Sorbus aucuparia

Wilde peer

Pyrus pyraster

Wintereik

Quercus petraea

Winterlinde

Tilia cordata

Witte abeel

Populus alba

Zachte berk

Betula pubescens

Zomereik

Quercus robur

Zomerlinde

Tilia platyphyllos

Zwarte abeel

Populus nigra

Zwarte den

Pinus nigra

Zwarte els

Alnus glutinosa

Zwarte walnoot

Juglans nigra

BIJLAGE 6 behorende bij artikel I, onder RR, van de Negenendertigste wijziging Subsidieregeling natuur Noord-Brabant

 

BIJLAGE 8d behorende bij artikel 10.15, eerste lid, onder d, van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant

 

Water- en oeverplanten

Nederlandse Naam

Wetenschappelijke naam

Alligatorkruid

Alternanthera philoxeroides

Egeria

Egeria densa

Grote kroosvaren

Azolla filiculoides

Grote vlotvaren

Salvinia molesta

Grote waternavel

Hydrocotyle ranunculoides

Hydrilla

Hydrilla verticillata

Kleine waterteunisbloem

Ludwigia peploides

Moeraslantaarn

Lysichiton americanus

Ongelijkbladig vederkruid

Myriophyllum heterophyllum

Parelvederkruid

Myriophyllum aquaticum

Smalle waterpest

Elodea nuttallii

Smalle theeplant

Gymnocoronis spilanthoides

Verspreidbladige waterpest

Lagarosiphon major

Watercrassula

Crassula helmsii

Waterhyacint

Eichhornia crassipes

Watersla

Pistia stratiotes

Waterteunisbloem

Ludwigia grandiflora

Waterwaaier

Cabomba caroliniana

Schijngenadekruid

Lindernia dubia

 

Terrestrische planten

Nederlandse Naam

Wetenschappelijke naam

Afghaanse duizendknoop

Persicaria wallichii

Alsemambrosia

Ambrosia artemisiifolia

Amerikaans bezemgras

Andropogon virginicus

Amerikaanse eik

Quercus rubra

Amerikaanse tulpenboom

Liriodendron tulipifera

Amerikaanse vogelkers

Prunus serotina

Anna Paulownaboom

Paulownia tomentosa

Aziatische duizendknopen

Fallopia spp.

Ballonrank

Cardiospermum grandiflorum

Bont springzaag

Impatiens edgeworthii

Canadese kornoelje

Cornus sericea

Chinese struikklaver

Lespedeza cuneata

Chinese tulpenboom

Liriodendron chinese

Driedelige ambrosia

Ambrosia trifida

Dwergmispels

Cotoneaster spp.

Fraai lampenpoetsergras

Pennisetum setaceum

Gestekelde duizendknoop

Persicaria perfoliata

Gewone gunnera

Gunnera tinctoria

Grijs kronkelsteeltje

Campylopus introflexus

Hartbladige els

Alnus cordata

Hemelboom

Ailanthus altissima

Hoog pampagras

Cortaderia jubata

Japanse klimvaren

Lygodium japonicum

Japans steltgras

Microstegium vimineum

Klein springzaad

Impatiens parviflora

Kudzu

Pueraria montana var. Lobata

Laurierkers

Prunus laurocerasus

Mesquite

Prosopis juliflora

Oosterse hop

Humulus scandens

Oranje springzaad

Impatiens capensis

Pennsylvaanse es

Fraxinus pennsylvanica

Perzische berenklauw

Heracleum persicum

Reuzenbalsemien

Impatiens glandulifera

Reuzenberenklauw

Heracleum mantegazzianum

Rimpelroos

Rosa rugosa

Robinia

Robinia pseudoacacia

Roze rimpelgras

Ehrharta calycina

Schijnambrosia

Parthenium hysterophorus

Sosnowsky's berenklauw

Heracleum sosnowskyi

Struikaster

Baccharis halimifolia

Talgboom

Triadica sebifera

Trosbosbes

Vaccinium corymbosum

Tweekleurig springzaad

Impatiens balfourii

Westelijke hemlockspar

Tsuga heterophylla

Weymouthden

Pinus strobus

Wilgacacia

Acacia saligna

Zandambrosia

Ambrosia psilostachya

Zijdeplant

Asclepias syriaca

 

BIJLAGE 7 behorende bij artikel I, onder TT, van de Negenendertigste wijziging Subsidieregeling natuur Noord-Brabant

 

BIJLAGE 18a behorende bij artikel 17.6, eerste lid, onder e, van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant

 

Lijst van inheemse boom- en struiksoorten van de provincie Noord-Brabant

 

Nederlandse Naam

Latijnse naam

Veldesdoorn

Acer campestre

Gewone esdoorn

Acer pseudoplatanus

Zwarte els

Alnus glutinosa

Ruwe berk

Betula pendula

Zachte berk

Betula pubescens

Haagbeuk

Carpinus betulus

Tamme kastanje

Castanea sativa

Gele kornoelje

Cornus mas

Rode kornoelje

Cornus sanguinea

Hazelaar

Corylus avellana

Tweestijlige meidoorn

Crataegus laevigata

Eenstijlige meidoorn

Crataegus monogyna

Wilde kardinaalsmuts

Euonymus europaeus

Beuk

Fagus sylvatica

Sporkehout

Frangula alnus

Es

Fraxinus excelsior

Hulst

Ilex aquifolium

Zwarte walnoot

Juglans nigra

Wilde appel

Malus sylvestris

Wilde peer

Pinus sylvestris

Witte abeel

Populus alba

Zwarte abeel

Populus nigra

Ratelpopulier

Populus tremula

Wilde kers

Prunus avium

Europese vogelkers

Prunus padus

Sleedoorn

Prunus spinosa

Wintereik

Quercus petraea

Zomereik

Quercus robur

Wegedoorn

Rhamnus cathartica

Schietwilg

Salix alba

Geoorde wilg

Salix aurita

Boswilg

Salix caprea

Grauwe wilg

Salix cinerea

Bittere wilg

Salix purpurea

Kraakwilg

Salix fragilis

Gewone vlier

Sambucus nigra

Trosvlier

Sambucus racemosa

Wilde lijsterbes

Sorbus aucuparia

Taxus

Taxus baccata

Winterlinde

Tilia cordata

Zomerlinde

Tilia platyphyllos

Fladderiep

Ulmus laevis

Gelderse roos

Viburnum opulus

BIJLAGE 8 behorende bij artikel I, onder UU, van de Negenendertigste wijziging Subsidieregeling natuur Noord-Brabant

 

Bijlage 20 behorende bij artikel 17.7, eerste lid, onder a, onder 1°, van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant

 

Regioprijs per hectare

 

De regioprijs per hectare bedraagt voor geheel Noord-Brabant: € 108.990.

 

De regioprijs is gebaseerd op door het Kadaster berekende kengetallen betreffende de agrarische grondmarkt in Noord-Brabant.

 

De regioprijs is als volgt berekend. Per landbouwgebied zijn door het Kadaster de bruikbare agrarische transacties uit de twee voorafgaande gehele kalenderjaren gegroepeerd. De berekende kengetallen beslaan de periode 01-01-2023 t/m 31-12-2024. Verder is door het Kadaster per landbouwgebied voor deze agrarische transacties een statistische spreiding uitgevoerd voor de grondprijs op basis van het totaal verhandelde oppervlak.

 

Toelichting behorende bij de Negenendertigste wijziging van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant

I. Algemeen

 

De Subsidieregeling natuur Noord-Brabant omvat een breed palet aan subsidies op het terrein van natuur, biodiversiteit en leefgebieden. In de loop der jaren is deze regeling inhoudelijk uitgebreid en aangepast, waardoor een complex geheel aan paragrafen en thema’s is ontstaan.

Om de subsidieregelgeving beter te laten aansluiten bij deze onderscheiden beleidsdoelen, hebben Gedeputeerde Staten besloten de bestaande Subsidieregeling natuur Noord-Brabant te herstructureren. Daarbij wordt gewerkt met twee nieuwe, overzichtelijke regelingen:

  • de Subsidieregeling Natura 2000 Noord-Brabant, gericht op instandhouding en verbetering van soorten en habitats in Natura 2000-gebieden; en

  • de Subsidieregeling biodiversiteit en leefomgeving Noord-Brabant, gericht op het versterken van biodiversiteit en het verbeteren van de ecologische kwaliteit van de leefomgeving buiten Natura 2000-gebieden.

Een aantal paragrafen van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant is daarmee komen te vervallen.

Dit wijzigingsbesluit heeft betrekking op de paragrafen die in de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant zijn gehandhaafd.

 

Staatssteun

De onderdelen van deze regeling zijn getoetst op staatssteun. Voor paragraaf 1 en 3 is bij de uitvoering van de subsidiabele activiteiten geen sprake van economische activiteiten bij de ontvangers van steun en daarom geen sprake van staatssteun. Voor paragraaf 5, 10 en 17 wel. Daar is gekozen voor een passende staatssteunoplossing afhankelijk van de activiteiten, soort vergoeding en subsidieontvanger.

Paragraaf 5: de-minimis steun

Paragraaf 10: artikel 53 uit de Algemene groepsvrijstellingsverordening, steun voor natuur erfgoed

Paragraaf 17: steun onder de Catalogus groen blauwe diensten

 

II. Artikelsgewijs

 

Artikel I, onder A (artikel 1.13)

Aangezien op dit moment nog niet duidelijk is of, en zo ja wanneer, een nieuw aanvraagtijdvak voor deze paragraaf zal worden vastgesteld, wordt paragraaf 1 in deze wijzigingsronde niet overgeheveld naar de Subsidieregeling biodiversiteit en leefomgeving Noord-Brabant. De wijziging beperkt zich daarom tot een verduidelijking van artikel 1.13, tweede en derde lid.

 

In de praktijk bestond onduidelijkheid over de reikwijdte van deze leden, met name over de mogelijkheid tot verlenging van de termijn voor het afronden van het project, de veldcheck en de herhalingsmeetronde. Met de nieuwe formulering wordt expliciet vastgelegd in welke situaties Gedeputeerde Staten een verlenging van deze termijnen kunnen toestaan.

 

Het tweede lid regelt dat, wanneer een project als geheel door onvoorziene omstandigheden niet binnen de in het eerste lid, onderdeel c, genoemde termijn kan worden afgerond, eenmalig een verlenging van maximaal één jaar kan worden verleend. Deze voorziening is bedoeld om beperkte vertragingen in de uitvoering op te vangen.

 

Het derde lid bevat een afzonderlijke regeling voor de afronding van de veldcheck en de herhalingsmeetronde, zoals bedoeld in bijlage 9 (monitoring venherstel). Voor deze monitoringsactiviteiten geldt dat zij sterk afhankelijk zijn van ecologische en seizoensgebonden omstandigheden, waardoor vertragingen kunnen ontstaan die niet altijd binnen de reguliere projecttermijn — inclusief een eventuele verlenging op grond van het tweede lid — kunnen worden opgevangen. Daarom wordt voor deze onderdelen een ruimere verlengingsmogelijkheid geboden van maximaal vier jaar.

 

Het derde lid kan ook toepassing vinden in situaties waarin het project reeds op grond van het tweede lid met maximaal één jaar is verlengd. Indien de afronding van de veldcheck of de herhalingsmeetronde vervolgens alsnog niet mogelijk blijkt door onvoorziene omstandigheden, kan aanvullend een verlenging van maximaal vier jaar worden verleend. Hiermee wordt voorkomen dat het project formeel moet worden afgesloten terwijl een zorgvuldige monitoring nog niet kan worden voltooid.

 

Artikel I, onder B tot en met M (paragraaf 3)

Aangezien op dit moment nog niet duidelijk is of, en zo ja op welke wijze, paragraaf 3 in de toekomst zal worden ondergebracht binnen het provinciale subsidie-instrumentarium, wordt deze paragraaf in deze wijzigingsronde niet overgeheveld naar de Subsidieregeling biodiversiteit en leefomgeving Noord-Brabant. Ook bestaat nog de mogelijkheid dat paragraaf 3 op een later moment wordt geïntegreerd in de STILA-regeling, dan wel dat zij voorlopig onderdeel blijft van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant. Zolang hierover geen beleidsmatige duidelijkheid bestaat, wordt overplaatsing niet wenselijk geacht.

 

De wijzigingen in deze wijzigingsronde beperken zich daarom tot het vaststellen van een nieuw aanvraagtijdvak en enkele technische aanpassingen die nodig zijn voor een correcte toepassing van de paragraaf. Deze aanpassingen betreffen onder meer het actualiseren van formuleringen in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, alsmede het bijwerken van de tarieventabel, opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling.

 

Met deze beperkte wijzigingen wordt bereikt dat paragraaf 3 voor het nieuwe aanvraagtijdvak op een juridisch juiste en praktisch toepasbare wijze kan worden voortgezet, in afwachting van een definitieve keuze over de toekomstige positionering van deze paragraaf binnen het provinciale subsidiekader.

 

Artikel I, onder N, O en PP (paragraaf 5)

Met deze onderdelen is paragraaf 5 van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant op enkele onderdelen technisch aangepast. Aanleiding hiervoor is de behoefte om bepaalde begrippen en onderlinge verwijzingen binnen paragraaf 5 te verduidelijken. De wijzigingen hebben geen inhoudelijke gevolgen voor de bestaande subsidiemogelijkheden of subsidiecriteria. Het betreft uitsluitend tekstuele en systematische verbeteringen.

 

In de praktijk bleek met name het subsidiecriterium g uit artikel 5.6 – dat vereiste dat het project wordt uitgevoerd op grond gelegen buiten de locaties voor agrarische zoekgebieden en leefgebieden voor weidevogels in open grasland als aangeduid in het Natuurbeheerplan niet voldoende duidelijk was. Door het opnemen van een begripsbepaling van “open grasland” wordt verduidelijkt waar deze gebieden kunnen worden geraadpleegd. De begripsbepaling verwijst naar de daarvoor aangewezen webpagina waarop de kaartlagen behorende bij het Natuurbeheerplan openbaar beschikbaar zijn.

 

Daarnaast wordt de onderlinge samenhang tussen de subsidievereisten en aanvraagvereisten, en artikel 5.6 en bijlage 4b, tekstueel aangescherpt. Dit dient uitsluitend om de leesbaarheid en interpretatie te verbeteren. Het beoordelingskader verandert inhoudelijk niet.

 

Artikel I, onder Q tot en met EE (Paragraaf 10)

Met deze onderdelen wordt paragraaf 10 van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant gewijzigd. Er bestaat behoefte aan een instrument om bosrevitalisering, inclusief hydrologisch herstel, te kunnen financieren in bossen buiten Natura 2000-gebieden maar binnen het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Voor bossen binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden biedt paragraaf 1 van de nieuwe Subsidieregeling Natura 2000 Noord-Brabant reeds de mogelijkheid om dergelijke maatregelen te subsidiëren. Buiten Natura 2000 ontbrak echter een passende grondslag, terwijl ook daar een duidelijke opgave ligt om bestaande bossen te versterken en te herstellen.

 

De subsidiemogelijkheden uit deze gewijzigde paragraaf worden gefinancierd uit de middelen die het Rijk aan de provincies heeft verstrekt op grond van de Regeling provinciale maatregelen landelijk gebied (Rpml). Deze middelen zijn bedoeld ter ondersteuning van de gebiedsgerichte aanpak van provincies voor natuur, stikstof, water en klimaat. Een specifiek deel hiervan is geoormerkt voor bosrevitalisering, waarbij hydrologisch herstel een essentieel onderdeel vormt om de vitaliteit van bos- en watersystemen te versterken.

 

Bosrevitalisering en hydrologisch herstel zijn cruciaal voor het realiseren van vitale, robuuste en toekomstbestendige bossen, evenals voor het ontwikkelen van droogteresistente (grond)watersystemen. Gezonde bossen leveren een breed palet aan ecosysteemdiensten, waaronder het versterken van biodiversiteit, het opslaan van koolstof, het verbeteren van de waterhuishouding, het bevorderen van recreatiemogelijkheden en het versterken van natuurbrandbeheersing.

 

Met deze maatregelen wordt uitvoering gegeven aan meerdere provinciale en nationale beleidskaders, waaronder het Actieplan Brabantse Bomen 2.0, de Droogteagenda 2040, Brabant Openhouden, het Klimaatakkoord en de landelijke Bossenstrategie. De voorgestelde wijzigingen sluiten daarmee naadloos aan bij de bredere opgaven en ambities op het gebied van natuur, klimaatadaptatie en waterbeheer.

 

Artikel I, onder R (artikel 10.4)

Op grond van dit artikel kan subsidie worden verstrekt voor projecten die zijn gericht op de ontwikkeling of instandhouding van gezonde en toekomstbestendige bossen. De paragraaf maakt twee typen activiteiten subsidiabel:

 

  • ▪︎

    Bosrevitalisering; maatregelen gericht op het herstel en de verbetering van de bodemkwaliteit en op het bijsturen van de boomsoortensamenstelling en bosstructuur. Bosrevitalisering kan verschillende vormen omvatten, waaronder:

    • maatregelen ter verbetering van de bodemkwaliteit, zoals bij bossen op arme zandgronden, indien uit bodemonderzoek blijkt dat dit noodzakelijk is;

    • bosomvorming en andere maatregelen die bijdragen aan een meer veerkrachtige boomsoortensamenstelling en een robuustere bosstructuur.

  • ▪︎

    Hydrologische maatregelen

    Hydrologische maatregelen zijn subsidiabel indien zij bijdragen aan de ontwikkeling of instandhouding van vitale bossen en aan een robuust en klimaatbestendig (grond)watersysteem. Deze maatregelen kunnen zowel zelfstandig worden uitgevoerd als in combinatie met bosrevitalisering.

Een combinatie van bosrevitalisering en hydrologische maatregelen is mogelijk en in de praktijk vaak wenselijk, omdat beide maatregelpakketten elkaar versterken bij het verbeteren van de vitaliteit en toekomstbestendigheid van bossen.

 

Artikel I, onder T (Artikel 10.6)

De projectlocatie of projectlocaties moeten binnen het Natuurnetwerk Brabant (NNB) liggen en buiten Natura 2000-gebieden. Hiermee wordt voorkomen dat sprake kan zijn van stapeling van subsidies, aangezien voor bosrevitalisering en hydrologisch herstel binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden reeds subsidiemogelijkheden bestaan op grond van paragraaf 1 van de Subsidieregeling Natura 2000 Noord-Brabant.

 

Artikel I, onder GG, HH en II (artikelen 14.6, 14.17 en 14.17a)

Met deze wijziging zijn de termijnen voor het afronden van projecten en onderzoeken op grond van § 14 Versnelling herstel stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden aangepast.

 

In artikel 14.6, eerste lid, onder g, en tweede lid, onder c, wordt de datum waarop projecten respectievelijk onderzoeken uiterlijk moeten kunnen worden afgerond, gewijzigd van 31 december 2027 naar 30 maart 2028. Hiermee wordt aangesloten bij de aangepaste afrondingstermijn voor projecten als opgenomen in artikel 14.17, eerste lid, onder a, en wordt de onderlinge samenhang binnen de regeling geborgd.

 

Artikel 14.17 is gewijzigd door de bestaande tekst te vernummeren tot eerste lid. In het eerste lid, onder a, wordt de uiterste datum voor afronding van het project gewijzigd in 30 maart 2028. Daarnaast wordt een tweede lid toegevoegd waarin is bepaald dat de subsidieontvanger, indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet binnen de in de beschikking tot subsidieverlening genoemde termijn kan worden afgerond, een gemotiveerd verzoek tot verlenging kan indienen bij Gedeputeerde Staten. Deze verlenging kan ten hoogste één jaar bedragen en dient uiterlijk de dag voorafgaand aan het verstrijken van de termijn te worden aangevraagd. Met deze bepaling wordt voorzien in de mogelijkheid om in uitzonderlijke situaties maatwerk toe te passen.

 

Artikel 14.17a is gewijzigd om te verduidelijken dat de in artikel 14.17, tweede lid, opgenomen mogelijkheid tot verlenging niet van toepassing is op subsidieontvangers aan wie vóór 1 december 2024 subsidie is verstrekt op grond van deze paragraaf. Voor deze subsidieontvangers blijft de afwijkende afrondingstermijn onverkort van toepassing.

 

Artikel I, onder KK en TT (bijlage 18a)

Bij de inrichting van natuurbos is het van belang dat niet alleen inheems plantmateriaal wordt toegepast, maar dat bij voorkeur wordt gekozen voor autochtone bomen en struiken. Autochtoon plantmateriaal heeft een wilde genetische achtergrond en bestaat uit afstammelingen van bomen en struiken die zich na de laatste ijstijd op natuurlijke wijze in Nederland hebben gevestigd.

 

Het gebruik van autochtoon plantmateriaal is niet alleen van betekenis voor de natuurwaarde van de betreffende boom- of struiksoort zelf, maar ook voor de bredere biodiversiteit. Elke boom- en struiksoort vormt de basis van een specifiek voedselweb, waarin inheemse insecten, schimmels, vogels en andere soorten een rol spelen. Deze onderlinge samenhang is het resultaat van een langdurig proces van co-evolutie, waarin soorten genetisch en ecologisch op elkaar zijn afgestemd.

 

Wanneer bomen of struiken van dezelfde soort maar met een andere genetische herkomst worden aangeplant, kan dit evenwicht worden verstoord. Dit leidt doorgaans tot een vermindering van de soortenrijkdom en een verarming van het ecosysteem.

 

Daarnaast beschikken autochtone bomen en struiken, mede door een zorgvuldig opgezet systeem van herkomstselectie en vermeerdering, over een relatief brede genetische basis. Hierdoor is natuurbos dat is ingericht met autochtoon plantmateriaal beter bestand tegen toekomstige uitdagingen, zoals klimaatverandering en het optreden van (nieuwe) ziekten en plagen.

 

Artikel I, onder MM en NN (artikelen 17.14 en 17.14a)

Artikel 17.14 is gewijzigd door de bestaande tekst te vernummeren tot eerste lid. Hiermee wordt ruimte gecreëerd voor het opnemen van een aanvullende bepaling.

Aan artikel 17.14 is een tweede lid toegevoegd, waarin is bepaald dat de subsidieontvanger in geval van onvoorziene omstandigheden een gemotiveerd verzoek kan indienen tot verlenging van de uitvoeringstermijn van het project. Deze verlenging kan ten hoogste één jaar bedragen en dient uiterlijk op de dag voorafgaand aan het verstrijken van de in de beschikking tot subsidieverlening genoemde termijn te worden aangevraagd. Met deze wijziging wordt voorzien in de mogelijkheid om in uitzonderlijke situaties maatwerk toe te passen, zonder afbreuk te doen aan de uitgangspunten en de beheersbaarheid van de regeling.

 

Met de invoeging van artikel 17.14a is een uitzondering opgenomen op de in artikel 17.14 vastgelegde verplichtingen voor een afgebakende groep subsidieontvangers. Voor subsidieontvangers aan wie vóór 1 december 2024 subsidie op grond van deze paragraaf is verstrekt, geldt een afwijkende afrondingstermijn. Deze subsidieontvangers ronden het project uiterlijk op 30 maart 2026 af. Door expliciet te bepalen dat wordt afgeweken van zowel artikel 17.14, eerste lid, onder a, als het tweede lid, wordt verduidelijkt dat voor deze groep geen gebruik kan worden gemaakt van de verlengingsmogelijkheid. Hiermee wordt aangesloten bij de voorwaarden waaronder deze subsidies zijn verleend en bij de destijds geldende uitvoeringstermijnen. De afgebakende groep subsidieontvangers wordt met deze wijziging niet in een nadeliger positie gebracht, maar behoudt de termijnen die bij de subsidieverlening van toepassing waren. Daarmee wordt voorkomen dat bestaande subsidieverleningen worden gewijzigd of dat afbreuk wordt gedaan aan gewekte verwachtingen.

 

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

 

de voorzitter,

mr. I.R. Adema

 

de secretaris,

drs. G.H.E. Derks MPA

Naar boven