Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland houdende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023

Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland van 3 februari 2026, nummer 784149, houdende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023.

 

Gedeputeerde staten van Zeeland,

  • -

    overwegende dat voor verstrekking van subsidie voor restauratie rijksmonumenten bijzondere bepalingen in hoofdstuk 5 van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023 zijn opgenomen;

  • -

    overwegende dat in deze bijzondere bepalingen periodiek wijzigingen worden aangebracht om knelpunten in de uitvoering op te lossen en gewenste beleidswijzigingen te implementeren;

  • -

    gelet op artikel 7 van de Algemene subsidieverordening Zeeland 2023;

besluiten vast te stellen het navolgende:

Artikel I  

Hoofdstuk 5 van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023 wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

Artikel 5.1.1, onderdeel d, komt te luiden:

  • d.

    restauratie: het verrichten van die werkzaamheden, de normale instandhouding te boven gaand, die voor het herstel van een rijksmonument noodzakelijk zijn, en die sober en doelmatig zijn;

B.

Artikel 5.2.3, tweede lid, komt te luiden:

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie maximaal 30% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 500.000, indien de aanvrager een overheidsorganisatie is.

C.

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 5.3.1, tweede lid, onderdeel d, door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • e.

    voor zover de te subsidiëren restauratiewerkzaamheden naar het oordeel van gedeputeerde staten niet sober en doelmatig zijn.

D.

Artikel 5.5.2 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het tweede lid, onderdeel e komt te luiden:

    • e.

      een meerjarenonderhoudsplan waaruit blijkt dat het reguliere onderhoud voor zes jaar na afronding van de restauratie is gewaarborgd;

  • 2.

    Het tweede lid, onderdeel g komt te luiden:

    • g.

      een door een onafhankelijk deskundige opgestelde bouwhistorische verkenning met waardestelling, uitgevoerd conform de Uitvoeringsrichtlijn Bouwhistorisch onderzoek met waardestelling (URL 2007) van de Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg;

  • 3.

    Na het vierde lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

    • 5.

      Indien de aanvrager de mate van goed onderhoud gepleegd aan het rijksmonument in de afgelopen vier jaar wil aantonen, bevat de aanvraag daarnaast inspectierapporten van de afgelopen vier jaar en/of een meerjarenonderhoudsplan dat de afgelopen vier jaar beslaat.

E.

In artikel 5.5.3, eerste lid, wordt ‘tiende werkdag’ vervangen door ‘vijftiende werkdag’.

 

F.

Artikel 5.6.2 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het eerste lid komt te luiden:

    • 1.

      Indien de subsidieaanvragen die voldoen aan de subsidievereisten en waarop geen weigeringsgronden van toepassing zijn het vastgestelde subsidieplafond te boven gaan, maken gedeputeerde staten voor het bepalen van de volgorde van behandeling een rangschikking van de aanvragen door middel van het toekennen van punten op basis van de volgende criteria:

      • a.

        de bouwkundige urgentie van het rijksmonument of het zelfstandig onderdeel hiervan: maximaal 30 punten;

      • b.

        de mate van goed onderhoud gepleegd aan het rijksmonument in de afgelopen vier jaar: maximaal 30 punten;

      • c.

        de mate van cofinanciering: maximaal 25 punten;

      • d.

        of de aanvraag bijdraagt aan prioritaire provinciale beleidsdoelstellingen, namelijk instandhouding van kerkgebouwen, agrarisch erfgoed en industrieel erfgoed: 15 punten;

      • e.

        of bij de aanvraag een onherroepelijke omgevingsvergunning voor de uitvoering van de restauratie dan wel een bewijsstuk waaruit blijkt dat een omgevingsvergunning niet is vereist, is overgelegd: 5 punten.

  • 2.

    Het vierde lid komt te luiden:

    • 4.

      De volgorde van gelijk geplaatste subsidieaanvragen wordt als volgt bepaald wanneer subsidieverlening voor die aanvragen zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond:

      • -

        prioriteit wordt gegeven aan een aanvraag die het beste scoort op het criterium, genoemd in het eerste lid, onderdeel e;

      • -

        in het geval dat nog steeds sprake is van een gelijke score, wordt prioriteit gegeven aan een aanvraag die het beste scoort op het criterium, genoemd in het eerste lid, onderdeel b;

      • -

        in het geval dat nog steeds sprake is van een gelijke score, wordt prioriteit gegeven aan een aanvraag die het beste scoort op het criterium, genoemd in het eerste lid, onderdeel a;

      • -

        in het geval dat nog steeds sprake is van een gelijke score, wordt prioriteit gegeven aan een aanvraag die het beste scoort op het criterium, genoemd in het eerste lid, onderdeel c;

      • -

        in het geval dat nog steeds sprake is van een gelijke score, wordt prioriteit gegeven aan een aanvraag die het beste scoort op het criterium, genoemd in het eerste lid, onderdeel d.

Artikel II  

De toelichting op hoofdstuk 5 van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023 komt te luiden:

 

Toelichting op hoofdstuk 5 Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie voor restauratie rijksmonumenten

 

Artikel 5.1.1

Onderdeel b.

Voor de kwaliteitsrichtlijnen en normen van het College van Deskundigen Restauratiekwaliteit van de Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg, wordt verwezen naar: https://stichtingerm.nl/kennis-richtlijnen

 

Onderdeel e. onder 3˚.

Voor het standaard begrotingsmodel van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, wordt verwezen naar:

https://www.cultureelerfgoed.nl/documenten/2024/01/01/begrotingsmodellen-instandhoudingssubsidie

(Begrotingsmodel gebouwd rijksmonument 1 begroting)

 

Artikel 5.3.1

Lid 2

 

Onderdeel e.

Subsidie kan uitsluitend worden verleend voor werkzaamheden die strekken tot de restauratie van een rijksmonument of een zelfstandig onderdeel daarvan. Deze werkzaamheden dienen sober, doelmatig en technisch noodzakelijk te zijn en primair gericht op maximaal behoud van monumentale waarden. Onder sober en doelmatig wordt verstaan dat de werkzaamheden gericht zijn op het voorkomen van verval en vervolgschade, dat zij op een vakkundige wijze worden uitgevoerd en dat het uitgangspunt wordt gehanteerd dat behoud vóór herstel gaat, herstel vóór vervanging en vervanging vóór reconstructie. Het reconstrueren van monumenten of monumentale onderdelen is in beginsel niet subsidiabel.

Indien vervanging van onderdelen materiaal - of technisch noodzakelijk blijkt, dienen de nieuwe onderdelen in materiaal, vorm, detaillering, uitvoering, afwerking en kwaliteit zoveel mogelijk overeen te komen met de te vervangen onderdelen.

De noodzaak en doelmatigheid van het plan worden beoordeeld aan de hand van de bevindingen in het inspectierapport en de daarbij behorende detailfoto’s van de gebreken, in samenhang met de in de aanvraag opgenomen werkzaamheden. De in het inspectierapport als meest urgent aangemerkte werkzaamheden dienen in beginsel in het plan te zijn opgenomen. Indien subsidie wordt aangevraagd voor andere werkzaamheden dan de meest urgente, dient dit in de aanvraag gemotiveerd te worden onderbouwd. Om het plan als doelmatig te kunnen aanmerken, verklaart de eigenaar dat niet in het plan opgenomen urgente werkzaamheden alsnog binnen de in het inspectierapport aangegeven termijn worden uitgevoerd.

 

Artikel 5.6.2

Lid 1

Onder a.

Bij de bouwkundige urgentie (max. 30 punten) gaat het om de bouwtechnische staat waarin het rijksmonument of het zelfstandig onderdeel zich vóór aanvang van de werkzaamheden bevindt. Hoe slechter de bouwtechnische staat, hoe hoger wordt gescoord. De waardering vindt plaats overeenkomstig de volgende scoretabel én zal door middel van een schouw ter plaatste gecontroleerd worden:

 

Bouwtechnische staat

Score

Slecht

30 punten

Matig

20 punten

Redelijk

10 punten

Goed

0 punten

 

Onder b.

Bij de mate van goed onderhoud gepleegd in de afgelopen 4 jaar (max. 30 punten) gaat het om de vaststelling in hoeverre de eigenaar zijn of haar monument goed heeft onderhouden in de afgelopen 4 jaar. Dit is opgedeeld in: goed onderhoud aan het gehele monument/goed onderhoud aan een gedeelte van het monument/niet of nauwelijks goed onderhoud. De waardering vindt plaats overeenkomstig de volgende scoretabel. De bewijslast ligt bij de aanvrager. Goed onderhoud kan worden aangetoond aan de hand van inspectierapporten van de afgelopen 4 jaar en/of een meerjarenonderhoudsplan van de afgelopen 4 jaar. Dit criterium wordt aanvullend gecontroleerd door middel van een schouw ter plaatse.

 

Mate van goed onderhoud gepleegd in de afgelopen 4 jaar

Score

Goed onderhoud aan het gehele monument

30 punten

Goed onderhoud aan een gedeelte van het monument

15 punten

Niet of nauwelijks goed onderhoud

0 punten

 

Onder c.

Met het criterium mate van cofinanciering (max. 25 punten) wordt beoogd subsidieaanvragers te stimuleren tot een hoger cofinancieringspercentage.

 

Mate van cofinanciering

Score

Voor cofinanciering tot en met 30%

0 punten

Voor cofinanciering van meer dan 30% maar minder dan of gelijk aan 40%

5 punten

Voor cofinanciering van meer dan 40% maar minder dan of gelijk aan 50%

10 punten

Voor cofinanciering van meer dan 50% maar minder dan of gelijk aan 60%

15 punten

Voor cofinanciering van meer dan 60% maar minder dan of gelijk aan 70%

20 punten

Voor cofinanciering van meer dan 70%

25 punten

 

Let op, het in de aanvraag voor subsidie opgenomen percentage van cofinanciering heeft zijn doorwerking als bij beoordeling van de begroting de subsidiabele restauratiekosten lager uitvallen.

 

Rekenvoorbeeld

Aanvrager heeft een percentage cofinanciering aangegeven van 50%. In de aanvraag voor subsidie zijn de kosten voor restauratie geraamd op € 260.000. Op basis hiervan wordt een subsidie gevraagd van € 130.000 en moet de aanvrager € 130.000 zelf financieren.

Bij de beoordeling van de begroting wordt berekend dat van de geraamde restauratiekosten een bedrag van € 200.000 subsidiabel is. Op basis hiervan ontvangt de aanvrager een subsidie van € 100.000 (50% van € 200.000). Aanvrager moet dus € 100.000 van de subsidiabele restauratiekosten zelf financieren, alsmede de niet subsidiabel geachte kosten (in dit voorbeeld € 60.000).

 

Onder d.

Bij de verdeling van punten wordt prioriteit gegeven aan de instandhouding van kerken, agrarisch erfgoed en industrieel erfgoed. Het gaat hierbij om de oorspronkelijke functie zoals aangegeven in het Rijksmonumentenregister. Bedoeld worden rijksmonumenten met de hoofdcategorie ‘Religieuze gebouwen’ èn de subcategorie ‘Kerk en kerkonderdeel’, en rijksmonumenten in de hoofdcategorie ‘Boerderijen, molens en bedrijven’. Rijksmonumenten in deze categorieën kunnen 15 punten extra scoren.

 

Onder e.

Bij de verdeling van punten wordt prioriteit gegeven aan de restauraties die het restauratieplan reeds hebben afgestemd met de betrokken partijen en daarop hun goedkeuring hebben ontvangen, wat blijkt uit het hebben van een onherroepelijke omgevingsvergunning dan wel een bewijsstuk waaruit blijkt dat een omgevingsvergunning niet is vereist voor de betreffende restauratie van het rijksmonument. Aanvragers die een onherroepelijke vergunning, dan wel een bewijsstuk waaruit blijkt dat een omgevingsvergunning niet is vereist, meesturen kunnen 5 extra punten scoren.

 

Artikel 5.8.1

Lid 2

Op schriftelijk gemotiveerd verzoek van de aanvrager, kunnen gedeputeerde staten in individuele gevallen afwijken van het bepaalde in het eerste lid, aanhef en onder d, e en f. In het geval van het eerste lid, onder d en e, kunnen gedeputeerde staten afwijken wanneer de aanvrager uitstel nodig heeft door overmacht, wanneer er bijvoorbeeld vertraging ontstaat door het langer moeten wachten op een onherroepelijke omgevingsvergunning of door andere vertragende factoren gedurende de restauratie. In het geval van het eerste lid, onder f, kunnen gedeputeerde staten afwijken wanneer de aanvrager het rijksmonument niet heeft verzekerd tegen in ieder geval schade als gevolg van brand, storm en bliksem, vanwege bijvoorbeeld gemoedsbezwaar. Er kan in dat geval om nadere bewijsstukken worden gevraagd.

Artikel III  

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst.

Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van 3 februari 2026.

H.M. de Jonge, voorzitter

Drs. M.C.J. Franken, secretaris

Naar boven