Provinciaal blad van Groningen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Groningen | Provinciaal blad 2026, 1895 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Groningen | Provinciaal blad 2026, 1895 | beleidsregel |
Beleidsregel nadeelcompensatie aanpassing kabels & leidingen provincie Groningen 2026
GEDEPUTEERDE STATEN VAN DE PROVINCIE GRONINGEN
De artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 158, eerste lid, onder a, van de Provinciewet
Vast te stellen “beleidsregel nadeelcompensatie aanpassing kabels & leidingen provincie Groningen 2026”
Beleidsregel nadeelcompensatie aanpassing kabels & leidingen provincie Groningen 2026
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Titel 1.1 Definities en reikwijdte
De hiernavolgende begrippen worden in deze beleidsregel aangehaald met een hoofdletter en worden in de hierna vermelde betekenis gebruikt.
Hoofdstuk 2 Recht op schadevergoeding
Titel 2.2 Kostentechnische bepalingen
Artikel 6 Aanpassingsvoorwaarde
Een Aanpassing wordt altijd op basis van een technisch adequaat alternatief tegen de maatschappelijk laagste kosten gerealiseerd.
Titel 2.3. Wijze van vaststelling van de schade
Bij het bepalen van de hoogte van schadevergoeding wordt 100% vergoed van alle kosten als bedoeld in artikel 7, indien het Aanpassingsverzoek bekend gemaakt is binnen vijf jaren na het van kracht worden van een Vergunning of Toestemming voor een Kabel of Leiding waarop het Aanpassingsverzoek ziet en er geen sprake is van Actieve risicoaanvaarding.
Bij het bepalen van de hoogte van de schadevergoeding voor zover deze betrekking heeft op een Buitenleiding gelegen op grond van een zakelijk recht of een gedoogplicht ex Belemmeringenwet Privaatrecht, komen alle kosten zoals bedoeld in artikel 7 voor vergoeding in aanmerking, tenzij sprake is van een situatie als bedoeld in lid 3.
Bij het bepalen van de hoogte van de schadevergoeding voor zover deze betrekking heeft op een Buitenleiding waarbij sprake is van een Technisch versleten kabel of leiding, of een Buitenleiding met een Technische levensduur van 100 jaar en ouder geldt een aftrek nieuw voor oud zoals bedoeld in artikel 10.
Groningen, 27 januari 2026
Gedeputeerde Staten van Groningen:
Leo Wenneger, plaatsvervangend voorzitter
Hans Schrikkema, secretaris
De provincie wil met enige regelmaat werkzaamheden uitvoeren als gevolg van bijvoorbeeld nieuwe infrastructurele werken. Hierbij krijgt zij te maken met aanwezige kabels en leidingen. Deze kabels en leidingen moeten in veel gevallen worden aangepast, waardoor de leidingbeheerder schade lijdt. Voor zover de leidingen binnen het beheergebied van de provincie liggen, vindt de schade-afwikkeling in beginsel plaats op basis van het in wet en jurisprudentie gevormde leerstuk van schadevergoeding bij rechtmatige overheidsdaad. In die gevallen gaat aan de aanpassing een intrekking van de aan de desbetreffende leidingbeheerder verleende (publiekrechtelijke) vergunning vooraf.
Bij de verleggingen buiten het beheersgebied is in eerste instantie de juridische titel, op basis waarvan de leiding ter plaatse ligt, de toetssteen. Vaak zal het gaan om een opstalrecht voor de leidingbeheerder of een gedoogplicht (uit hoofde van de Belemmeringenwet Privaatrecht). Daarnaast kan het voorkomen, dat de leidingbeheerder met de grondeigenaar een zogenoemde obligatoire overeenkomst heeft gesloten dan wel anderszins van deze toestemming heeft verkregen voor het hebben van de leiding in diens grond. Een louter formele toepassing van regels van het onteigeningsrecht zou vermoedelijk meebrengen, dat in de laatstbedoelde gevallen bij gedwongen verlegging geen adequate vergoeding tot stand zou komen.
De provincie meent, dat recht zou moet worden gedaan aan de positie van de leidingbeheerders, die immers even zeer als de provincie een publiek belang dienen.
Dat was destijds de reden om de beleidsregel "Nadeelcompensatieregeling verleggen kabels en leidingen provincie Groningen 2006" vast te stellen. Deze beleidsregel uit 2006 is gewijzigd in 2013.
Inmiddels zijn een aantal onderdelen rechtstreeks geregeld in de Algemene wet bestuursrecht zoals de titel 4.4 bestuursrechtelijke geldschulden en titel 4.5 Nadeelcompensatie. De beleidsregel "Nadeelcompensatieregeling verleggen kabels en leidingen provincie Groningen 2006" moet aangepast worden aan hetgeen rechtstreeks geregeld is in de Awb. Ook bleek de beleidsregel op onderdelen onduidelijk.
Met de onderliggende beleidsregel beoogd gedeputeerde staten een eenduidige en duidelijke formule toe te passen, waarin de provincie een reëel deel van de verleggingskosten voor haar rekening neemt. Hierbij moet wel duidelijk zijn dat er sprake is van een publiek belang. Een kabel of leiding krijgt pas betekenis in het publiek belang als de overheid een publiek werk uitvoert en de kabel of leiding daardoor moet worden verlegd of aangepast. De leiding “deelt dan mee” in het publiek belang van het project.
De in dit artikel genoemde begripsomschrijvingen spreken grotendeels voor zich. Waar nodig is hieronder een nadere toelichting gegeven.
Aanpassing: in beginsel vallen alle werkzaamheden aan (de ligging van) in gebruik zijnde kabels en leidingen onder de werking van deze beleidsregel, mits de werkzaamheden zijn gericht op het mogelijk maken van de uitvoering van infrastructurele werken die de provincie beoogt en daarmee bovendien in direct causaal verband staan.
Schade als gevolg van een verzoek van provinciewege om over te gaan tot opruiming van definitief buiten gebruik gestelde kabels en leidingen gelegen binnen provinciaal (vaar)weggebied, komt niet voor vergoeding in aanmerking.
Immers wordt in een dergelijk verzoek gewezen op de opruimplicht die de houder van de vergunning heeft.
Schade. Het begrip schade wordt vaak geassocieerd met een privaatrechtelijke handeling die onrechtmatig zou zijn. In het wetvoorstel inhoudende Titel 4.5 Nadeelcompensatie van de Awb , wordt het woord "schade" gebruikt. Ook op het gebied van ruimtelijke ordening kennen we de term planschade. In het bestuursrecht wordt echter ook nog vaak gesproken over nadeel. Om de uniformiteit en leesbaarheid in de beleidsregel te behouden is ervoor gekozen in de beleidsregel te spreken over schade.
Deze beleidsregel heeft uitsluitend betrekking op de rechtmatige uitoefening van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid van de provincie in verband met werkzaamheden in infrastructuur. In sommige gevallen zal de provincie ter uitvoering van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid of taak privaatrechtelijke handelingen verrichten, bijvoorbeeld het minnelijk verwerven van gronden van derden. Als gevolg hiervan kan reeds een recht op schadevergoeding ontstaan dat verband houdt met aanpassing van een kabel of leiding. Hoewel een dergelijke handeling mogelijk niet kan worden gezien als een schadeoorzaak waarop artikel 3:4 lid 2 van toepassing is, wordt deze situatie wel beschouwd in deze beleidsregel.
De Provincie meent, dat onvoldoende recht zou worden gedaan aan de positie van de leidingbeheerders daar waar het gaat om de privaatrechtelijke aspecten. Zij is van mening dat de Provincie als ook de leidingbeheerders een publiek belang dienen. Ook om die reden is er aanleiding een adequate vergoedingstructuur in te voeren. Deze beleidsregel beoogt ook hierin tegemoet te komen. Adequaat wil in dit geval zeggen een formule, waarin de overheid een reëel deel van de verleggingskosten voor haar rekening neemt. Voorwaarde daarbij is, dat het hiervoor genoemde publiek belang van de leidingen wordt erkend of geacht wordt te zijn erkend.
Deze beleidsregel is niet van toepassing op schade als gevolg van aanpassingen van kabels die vallen onder de werking van de Telecommunicatiewet. Voor de kostenverdeling van dergelijke aanpassingen wordt verwezen naar artikel 5.8 van de Telecommunicatiewet, het betreft dwingend recht en heeft voorrang boven provinciale beleidsregels
Indien een kabel of leiding is aangelegd in strijd met de voor die kabel of leiding verleende vergunning, ligt de kabel of leiding daar in beginsel onrechtmatig. De leidingbeheerder moet (in theorie althans) op aanzegging van de eigenaar of beheerder van de grond op eigen kosten worden aangepast of verwijderd. In dat geval blijft de schade voor de leidingbeheerder.
In sommige gevallen is geen vergunning verleend, maar kan er wel van worden uit gegaan dat er expliciete toestemming bestaat namens de provincie voor de kabel of leiding. In de praktijk komt het voor dat gronden worden verworven waarin reeds een kabel of leiding is gelegen die in eerste instantie niet verlegd hoeft te worden. In dat geval kan de leidingbeheerder niet altijd worden verweten dat deze geen nieuwe vergunning bij de provincie heeft aangevraagd. In dergelijke gevallen wordt een vergunning ‘verondersteld’ en is de kabel of leiding niet onrechtmatig in provinciaal beheergebied aanwezig.
De hoogte van de vergoeding wordt gecorrigeerd als zich door de aanpassing een kwantificeerbare voordeeltoerekening voordoet doordat de capaciteit van de kabel of leiding toeneemt, de leiding meer druk kan verdragen (verhoging van de drukklasse), een evident verkeerde ligging wordt opgeheven, constructiefouten worden opgeheven, een foutieve keuze van leidingmaterialen wordt opgeheven voor zover deze de technische levensduur significant zou kunnen beïnvloeden, er sprake is van achterstallig onderhoud eveneens gepaard gaand met een significante verkorting van de technische levensduur of er sprake is van een noodzakelijke reconstructie van oudere opstallen.
Artikel 6 Aanpassingsvoorwaarde
Dit artikel legt de grondslag voor de manier waarop aanpassingen moeten plaatsvinden:
Maatschappelijk laagste kosten: er wordt gekozen voor de oplossing die, vanuit het perspectief van de samenleving, de minste kosten met zich meebrengt. Dit betekent dat niet alleen de directe kosten voor de beheerder worden meegewogen, maar ook de bredere maatschappelijke effecten (zoals hinder, duurzaamheid, efficiënt gebruik van ruimte).
De aanpassingsvoorwaarde heeft directe gevolgen voor de compensatieregeling:
Beperking van kostenvergoeding: alleen de kosten die noodzakelijk zijn voor een technisch adequaat en maatschappelijk doelmatig alternatief komen in aanmerking voor compensatie.
Voorkomen van overcompensatie: dure of luxe oplossingen die niet noodzakelijk zijn, worden uitgesloten.
Stimulans tot samenwerking: zowel de overheid als de netbeheerder moeten zoeken naar de meest efficiënte oplossing, waardoor belangen van beide partijen worden geborgd.
Dit artikel kent een limitatieve opsomming van alle kosten die op grond van een aanpassingsverzoek vergoed kunnen worden. De aard van de leiding is bepalend voor de soort kosten die voor vergoeding in aanmerking komen.
Kosten van civieltechnische, bouwkundige en installatietechnische werkzaamheden zijn bijvoorbeeld werkputten en ondersteuningen.
Bij constructieve en bijzondere voorzieningen die nodig zijn in verband met de aanraking van het infrastructuurwerk moet gedacht worden aan overkluizingen en mantelbuizen.
Alle tijdelijke voorzieningen van fysieke aard die nodig zijn tijdens de bouw vallen onder de uitvoeringskosten. Onder tijdelijke voorzieningen van fysieke aard worden alle tijdelijke fysieke leidingverbindingen verstaan die de aanvrager moet laten aanleggen en later buiten bedrijf moet laten stellen. Deze kosten houden nauw verband met de noodzakelijke continuïteit van het bedrijfsproces van de aanvrager. Het betreffen voorzieningen die worden opgeheven zodra de definitieve verlegging is gerealiseerd. De kosten die een aannemer moet maken om de leiding uit de grond te halen vallen onder uitvoeringskosten. Ook het opslaan in hanteerbare stukken en het transport op de bouwlocatie zijn uitvoeringskosten.
Kosten van ontwerp en begeleiding
Voor de kosten van ontwerp en begeleiding wordt aangesloten bij de RVOI-2001 (Regeling van de verhouding tussen opdrachtgever en adviserend ingenieursbureau, zoals uitgegeven door het Koninklijk Instituut van Ingenieurs). Ingevolge artikel 26 van die regeling kunnen de werkzaamheden worden onderscheiden die zijn opgesomd onder deze kostencomponent.
Onder materiaalkosten worden in elk geval verstaan kosten van leidingcomponenten, kosten van elektrotechnische, werktuigbouwkundige en civieltechnische materialen, evenals kosten van bouwmaterialen, evenals kosten van bouwmaterialen bestemd voor gebouwen waarin delen van leidingsystemen worden ondergebracht. Transportkosten en stortkosten van vrijgekomen leidingen vanaf de bouwlocatie naar een afvalstortplaats of afvalverwerkingslocatie behoren niet tot de materiaalkosten(hierbij is in aanmerking genomen dat deze kosten bij vervanging van de leiding op eigen initiatief ook ten laste komen van de kabel of leidingbeheerder). De materiaalkosten van constructieve en/of bijzondere voorzieningen die worden veroorzaakt door eisen van derden (en niet door de provincie) vallen onder de materiaalkosten. De kosten van het transport van materialen naar de bouwplaats dienen wel te worden begrepen onder het begrip "materiaalkosten". Bij de definiëring van het begrip "materiaalkosten" is uitgegaan van de gedachte dat in beginsel die materiaalkosten voor rekening van de leidingbeheerder komen, die - het infrawerk waarvoor moet worden verlegd, weggedacht - hoe dan ook gemaakt hadden moeten worden.
Kosten van het uit en in bedrijf stellen van de kabel of leiding
Onder kosten van het uit en in bedrijf stellen vallen kosten van tijdelijke voorzieningen van operationele aard, zoals extra kosten van personele aard t.b.v. bedrijfsvoering en hulpmiddelen voor die bedrijfsvoering zoals watertanks, gasflessen en noodaggregaten. Ook een stoppeloperatie valt onder kosten van uit- en inbedrijf stellen.
Het artikel creëert een beschermingsperiode van vijf jaar waarin leidingbeheerders aanspraak hebben op volledige compensatie. Dit voorkomt dat zij kort na aanleg op basis van een vergunning onevenredig worden belast met hoge verleggingskosten, tenzij er sprake is van risico-aanvaarding (artikel 9). Dit sluit aan bij het gelijkheidsbeginsel (égalité devant les charges publiques): lasten die voortvloeien uit een overheidshandeling worden niet eenzijdig bij een private partij gelegd. Het artikel waarborgt rechtszekerheid: leidingbeheerders weten dat zij gedurende vijf jaar volledig gecompenseerd worden.
Lid 1. Dit artikel vormt een beperking op artikel 8. Het bepaalt dat, ongeacht de vijfjaarsregel, geen vergoeding wordt verstrekt wanneer sprake is van risicoaanvaarding.
Risicoaanvaarding doet zich voor wanneer een leidingbeheerder bij het verkrijgen van de vergunning of toestemming redelijkerwijs had kunnen voorzien dat een aanpassing binnen afzienbare tijd noodzakelijk zou zijn.
De leiding wordt aangelegd terwijl al bekend is dat er een groot infrastructureel project gepland staat op dezelfde locatie. De beheerder kiest bewust voor een tracé dat evident tijdelijk of onzeker is.
Lid 2.Schade als gevolg van een verzoek van provinciewege om over te gaan tot opruiming van definitief buiten gebruik gestelde kabels en leidingen gelegen binnen provinciaal (vaar)weggebied, komt niet voor vergoeding in aanmerking. Immers wordt in een dergelijk verzoek gewezen op de opruimplicht die de houder van de vergunning heeft.
Artikel 10 Aftrek nieuw voor oud
'Er wordt een aftrek nieuw voor oud toegepast indien sprake is van kenbaar technisch versleten kabels of leidingen. Een aftrek nieuw voor oud vindt plaats op basis van een contante waardeberekening waarbij wordt uitgegaan van de technische levensduur van de betreffende kabel of leiding. Indien delen van een zelfstandige eenheid vervangen moeten worden, wordt voor de berekening uitgegaan van de integrale kosten van de vervanging van de gehele zelfstandige eenheid onder toerekening van een evenredig deel van de kosten aan het te vervangen onderdeel. De technische levensduur van een aantal soorten kabels en leidingen os bepaald in de begripsbepalingen. Leidingen met een technische levensduur van 100 jaar en ouder worden niet geacht aan veroudering onderhevig te zijn: voor het bepalen van de hoogte van de kosten voor het verleggen van dergelijke leidingen geldt geen aftrek nieuw voor oud.
De hoogte van de kosten van een verlegging wordt voorts gecorrigeerd als zich door de verlegging een kwantificeerbare voordeeltoerekening zoasld bedoed in artikel 4.
Bij een reconstructie van oudere opstallen kan afhankelijk van de situatie een correctie nieuw voor oud worden toegepast conform de relevante bepalingen van de onteigeningswet, waarbij dan een eventuele vergroting van de functionaliteit eveneens in mindering gebracht kan worden op de vergoeding'.
Artikel 11 Langsliggende leidingen
Van toepassing is een lineaire aftrek waarbij na tien jaren na verlening van de toestemming of vergunning geen recht op nadeelcompensatie bestaat bij aanpassingen vanwege werkzaamheden aan droge infrastructuur en na twintig jaar vanwege werkzaamheden aan natte infrastructuur. De achterliggende ratio is dat het normaal maatschappelijke risico toeneemt, naarmate de liggingsduur of de leeftijd van de vergunning vordert. De leeftijd wordt berekend vanaf de datum van inwerkingtreding van de vergunning tot en met de dag van toezending of uitreiking van het aanpassingsverzoek, waarbij niet voor elke dag een lager vergoedingspercentage wordt toegekend maar een lager percentage eerst van toepassing is na verloop van een heel jaar.
Door een ‘aftrek maatschappelijk risico’ toe te passen bij langsliggende leidingen wordt een gangbare praktijk gecodificeerd die wordt toegepast door bestuursorganen op verschillende bestuursniveaus. Een voorzienbaarheidsperiode van tien jaren respectievelijk twintig jaren is billijk voor infrastructuur in beheer van provincies. Wijzigingen in de droge infrastructuur komen vaker voor dan veranderingen of aanpassingen van natte infrastructurele werken. Met het oog daarop is het redelijk het tijdstip, waarop het normaal maatschappelijk risico voor de gevolgen van een wijziging in de droge infrastructuur voor rekening van een vergunninghouder behoort te komen, bij droge infrastructuur op een eerder moment te fixeren dan bij natte infrastructuur.
Artikel 12 Kruisende leidingen
Evenals bij langsliggende leidingen wordt bij kruisende leidingen onder dezelfde motivering onderscheidt gemaakt in droge infrastructuur en natte infrastructurele werken.
In dit artikel is bepaald dat de hoogte van de vergoeding bij kruisende leidingen bepaald wordt aan de hand van de werkelijke verleggingskosten waarvan de kosten van ontwerp en begeleiding en uitvoering wel voor vergoeding in aanmerking komen en de materiaalkosten en de kosten van in en uit bedrijf stellen niet. De achterliggende ratio bij het gemaakte onderscheid tussen langsliggende en kruisende leidingen is dat bij kruisende leidingen er geen bewuste keuze is gemaakt door de aanlegger om ‘mee te liften’ met de provinciale infrastructuur.
Daarom wordt er een langere vergoedingsperiode aangehouden bij kruisende leidingen dan bij langsliggende leidingen.
Daar waar een aanvrager bij langsliggende leidingen in droge infrastructuur tot 10 jaar in aanmerking kan komen voor een vergoeding is dat bij kruisende leidingen in droge infrastructuur 20 jaar. Ook wijkt de 100% vergoeding bij kruisende leidingen in droge infrastructuur 5 jaar af van de langsliggende leidingen in droge infrastructuur.
In het geval van natte infrastructuur mag verwacht worden dat hier niet zo snel een wijziging zal plaatsvinden. Daarom wordt er een langere vergoedingsperiode aangehouden bij kruisende leidingen in natte infrastructuur dan bij droge kruisende leidingen in droge infrastructuur.
Daar waar een aanvrager bij een kruisende leiding in droge infrastructuur tot 20 jaar in aanmerking kan komen voor een vergoeding is dat bij kruisende leidingen in natte infrastructuur 30 jaar. Ook wijkt de 100% vergoeding bij kruisende leidingen natte infrastructuur 5 jaar af van de kruisende leiding natte infrastructuur.
Bij één en dezelfde aanpassing kan zich de situatie voordoen dat een enkele aan te passen kabel of leiding bestaat uit zowel een kruisend, een langsliggend als een buiten beheergebied liggend gedeelte.
Voor de bepaling van de hoogte van de vergoeding voor het kruisende en het langsliggende gedeelte binnen het beheergebied van de provincie moet gekeken worden naar het doel van de ligging van de kabel of leiding in het gehele infrastructuurwerk.
Is de aanraking geschied met het oog om langs te gaan liggen of juist met het oog om te kruisen?
Is er sprake van een leiding die gedeeltelijk kruist en gedeeltelijk langs ligt met het doel om langs te liggen dan moet de vergoeding voor de verlegging van de gehele leiding bepaald worden aan de hand van de systematiek voor het langs liggen. Mutatis mutandis geldt dit ook voor kruisende leidingen. Is het doel van de ligging van de leiding niet eenduidig te bepalen dan dient in het kader van een dergelijke combiverlegging de vergoeding bepaald te worden aan de hand van de vergoedingssystematiek die voor het desbetreffende stuk leiding geldt.
Dit leidt ertoe dat in de praktijk voor wat betreft de schadevergoeding zo’n combiverlegging als het ware opgeknipt wordt in stukken langsliggende en kruisende leidingen.
De hoogte van de vergoeding wordt dan voor het stuk of de stukken langsliggende c.q. kruisende leiding bepaald aan de hand van de artikelen 11 en 12.
Wanneer sprake is van een verlegging van een leiding die zowel binnen het beheergebied van de provincie ligt (een kruisende of een langsliggende leiding) als buiten het beheergebied ligt (een buitenleiding) dan dient sowieso de vergoeding voor een dergelijke verlegging opgeknipt te worden in een gedeelte voor binnen het beheergebied van de provincie en een gedeelte voor buiten het beheergebied van de provincie. Hierbij dient vooraf beoordeeld te worden wat nog tot kruisende leiding behoort. In sommige gevallen ligt dit deel van de kruisende leiding buiten het beheergebied. Zie hiervoor bijlage 3.
Materiaalkosten en de kosten van het in en uit bedrijf stellen behoren bij kruisende leidingen tot het normale maatschappelijke risico en komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Wanneer de leidingbeheerder eigenaar is van de grond waarin de aan te passen leiding ligt, of ten behoeve van de aan te passen leiding een zakelijk recht (bijvoorbeeld een recht van opstal of erfdienstbaarheid) of een gedoogplicht op grond van de Belemmeringenwet Privaatrecht is gevestigd, kan ingevolge het onteigeningsrecht aanspraak worden gemaakt op volledige schadeloosstelling.
Voor kabels en leidingen die buiten het provinciale beheergebied liggen en waarvoor geen recht als bedoeld in het eerste lid geldt, zijn publiekrechtelijke regels niet rechtstreeks van toepassing indien aanpassing noodzakelijk wordt vanwege werken aan provinciale infrastructuur. Deze kabels en leidingen liggen immers zonder provinciale vergunning. Indien de provincie zou overgaan tot onteigening van de betreffende gronden, zou een strikte toepassing van het onteigeningsrecht ertoe kunnen leiden dat de kabel- of leidingbeheerder geen vergoeding ontvangt voor de verleggingskosten. Om te voorkomen dat de beheerder hierdoor een onevenredige last draagt, wordt in de beleidsregel bepaald dat de kosten van ontwerp, begeleiding en uitvoering in ieder geval worden vergoed. Daarmee wordt een reëel en billijk deel van de schade gecompenseerd.
Aanpassingen waarbij de hoogte van het te verwachten bedrag aan nadeelcompensatie vóór uitvoering van de aanpassingen wordt berekend op minder dan €50.000,-, zullen in beginsel op basis van een vaste prijs worden verrekend. Op deze manier blijven de administratieve lasten beperkt omdat nacalculatie van de werkelijke kosten achterwege kan blijven. Indien één van de partijen van mening is dat toepassing van een vaste prijs in een concreet geval niet wenselijk is, bijvoorbeeld omdat er een grote mate van onzekerheid gemoeid is met de kosten van de aanpassing, dan zal de hoogte van nadeelcompensatie alsnog op nacalculatiebasis berekend worden.
Aanpassingen waarbij de hoogte van het te verwachten bedrag aan nadeelcompensatie vóór uitvoering van de aanpassingen wordt berekend op meer dan €50.000,-, kunnen op basis van een vaste prijs worden verrekend mits beide partijen dit voorafgaand aan de uitvoering van de aanpassing nadrukkelijk overeenkomen, bijvoorbeeld in een Projectovereenstemming. Op deze manier blijven de administratieve lasten beperkt omdat nacalculatie van de werkelijke kosten achterwege kan blijven
Indien gedeputeerde staten behoefte hebben aan advies, kan de aanvraag aan een onafhankelijk adviseur worden voorgelegd en houden bij het besluit op de aanvraag dan rekening met het uitgebrachte advies van deze deskundige. In eenvoudige gevallen kunnen gedeputeerde staten direct een besluit nemen en kan het vragen van een onafhankelijk advies achterwege blijven. Het uitgebrachte advies vormt in beginsel de basis voor het te nemen besluit, maar de provincie kan gemotiveerd afwijken van het advies.
Bijlage 1 Overzicht technische levensduur
Het onderstaande overzicht is niet uitputtend zodat de technische levensduur van een kabel of leiding die niet in dit overzicht is opgenomen naar redelijkheid en billijkheid bepaald dient te worden.
Steeds vaker komt het voor dat zinkers worden vervangen door gestuurde boringen.
Deze leidingen (aangelegd via een gestuurde boring) worden veelal aangesloten op de bestaande infrastructuur. In sommige gevallen worden deze pas aangesloten op het bestaande netwerk in het buitenbeheergebied. In die gevallen is het ongewenst de leiding op te splitsen in een kruisende leiding en een buitenleiding. Het betreft slechts één leiding die via een gestuurde boring de zinker vervangt. Met deze beoordeling wordt beoogd de kosten te beperken en de leiding zo kort mogelijk te houden om deze zo snel mogelijk op de bestaande infrastructuur aan te sluiten.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-1895.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.