Provinciaal blad van Noord-Brabant
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noord-Brabant | Provinciaal blad 2026, 1798 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noord-Brabant | Provinciaal blad 2026, 1798 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 27 januari 2026 tot stimulering van de instandhouding van soorten en habitats in Natura 2000-gebieden (Subsidieregeling Natura 2000 Noord-Brabant)
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;
Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
Overwegende dat het wenselijk is de bestaande Subsidieregeling natuur Noord-Brabant te herstructureren in twee nieuwe subsidieregelingen;
Overwegende dat Gedeputeerde Staten als onderdeel van deze herstructurering een Subsidieregeling Natura 2000 Noord-Brabant wensen vast te stellen, gericht op instandhouding van soorten en habitats in Natura 2000-gebieden;
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
drukfactoren: factoren die een of meer van de benodigde (a)biotische omgevingscondities van een soort of soortencomplex uit balans brengen;
gebiedsanalyse: analyse van een stikstofgevoelig Natura-2000 gebied, waarin maatregelen zijn opgenomen die voorkomen dat de kwaliteit van habitattypen en leefgebieden van soorten verslechterd of niet verder achteruit gaat;
geopackage: bestand dat een database vormt voor geografische informatie;
habitattypen en soorten: natuurlijke habitats, habitats van soorten en de dier- en plantensoorten die op grond van de Vogel- en habitatrichtlijn worden beschermd;
kosten derden: kosten die op factuur aantoonbaar en aan derden verschuldigd zijn en die direct voor de subsidiabele activiteit worden gemaakt;
mitigerende maatregelen: maatregelen in de context van Natura 2000 die worden ondernomen om de negatieve effecten van een plan of project op een Natura-2000 gebied te voorkomen, verminderen of beperken;
Natura 2000: Natura 2000 als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;
monitoring: proces van het volgen, observeren en evalueren van bepaalde activiteiten of gegevens;
Natura 2000-beheerplan: plan als bedoeld in artikel 3.8, derde lid, van de Omgevingswet;
Natura 2000-gebied: gebied als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;
Natura 2000-maatregelen: maatregelen om de instandhoudingsdoelstellingen te behalen, zoals beschreven in het Natura 2000-beheerplan, te onderscheiden in cyclische maatregelen die terugkerend worden uitgevoerd, en natuurherstelmaatregelen die over het algemeen eenmalig worden genomen;
Natuurbeheerplan: plan als bedoeld in bijlage I van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;
OGOR: optimaal grond- en oppervlaktewaterregime;
Regionaal Water en Bodem Programma: programma voor het water- en bodembeleid van de provincie Noord-Brabant voor de periode 2022-2027, vastgesteld door Provinciale Staten op 3 december 2021, afgekort RWP;
Vogel- en Habitatrichtlijn: richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PbEU 2010 L 20) en richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEU 1992 L 206).
Deze paragraaf heeft als doel het stimuleren van de instandhouding van soorten en habitats in Natura 2000-gebieden in de provincie Noord-Brabant.
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 1.5 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op:
Onverminderd het eerste lid wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 1.5, onder a tot en met c, in aanmerking te komen, bij projecten voor verdrogingsbestrijding voldaan aan het vereiste dat het project is gericht op het bereiken van het OGOR dat nodig is voor de bescherming en instandhouding van habitattypen en soorten.
Artikel 1.8 Subsidiabele kosten
Voor de berekening van subsidiabele uurtarieven van arbeids- en personeelsuren van de subsidieaanvrager past de subsidieaanvrager de berekeningswijze op basis van een forfaitair uurtarief als bedoeld in de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant toe en hanteert daarbij een uurtarief van:
Als de subsidieaanvrager beschikt over een geldende goedkeuring van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voor het hanteren van de zogenaamde Integrale Kosten Systematiek, kan de subsidieontvanger, in afwijking van het tweede lid, de berekeningswijze op basis van integrale kosten als bedoeld in de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant toepassen en deze systematiek en de uit deze systematiek voortvloeiende jaarlijkse uurtarieven hanteren.
Artikel 1.9 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 1.8 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode, genoemd in artikel 1.10, eerste lid, vast op:
Artikel 1.14 Verplichtingen van de subsidieontvanger
Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, kan de subsidieontvanger uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal twee jaar.
Gedeputeerde Staten zenden in 2029 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze paragraaf in de praktijk.
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
agrarische onderneming: onderneming actief in de primaire landbouwproductie of de verwerking of afzet van landbouwproducten;
algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
ambitiekaart: kaart als bedoeld in bijlage I van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;
Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
bestaande natuur: bestaande natuur als aangeduid in het Natuurbeheerplan;
bodemonderzoek: onderzoek om te bepalen welke bodemverbeteraars in welke samenstelling nodig zijn ten behoeve van bosrevitalisering, inzicht gevend in pH (NaCl)-waarde, de basenverzadiging, CEC en Al/Ca-ratio (aluminium-calcium ratio) van de bodem;
bodemverbeteraars: stoffen of materialen die aan de bodem worden toegevoegd met als doel de bodemkwaliteit te verbeteren, in het bijzonder door het vergroten van de buffercapaciteit en het verbeteren van de beschikbaarheid van nutriënten en mineralen;
bossen op arme zandgronden: bossen aangeduid als natuurtypen N01.04, N15 en N16.03, als opgenomen in de Index Natuur en Landschap;
bossen op rijke zandgronden: bossen aangeduid als natuurtypen N01.03, N14 en N16.04, als opgenomen in de index Natuur en Landschap;
bosrevitalisering: maatregelen gericht op het herstel en de verbetering van de bodemkwaliteit en op het bijsturen van de boomsoortensamenstelling en bosstructuur;
EVZ: ecologische verbindingszone als bedoeld in bijlage I van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;
extensieve omvorming: het in relatief lage dichtheid vervangende boomsoorten of struiksoorten aanbrengen;
geopackage: bestand dat een database vormt voor geografische informatie;
habitattypen en soorten: natuurlijke habitats, habitats van soorten en de dier- en plantensoorten die op grond van de Vogel- en habitatrichtlijn worden beschermd;
Index natuur en landschap: index die inzicht biedt in de ontwikkeling van de natuur- en landschapskwaliteit, te raadplegen via de website: Externe link:https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/index-natuur-en-landschap/;
intensieve omvorming: het in relatief hoge dichtheid vervangende boomsoorten of struiksoorten aanbrengen;
kalk: bodemverbeteraar bestaande uit fijngemalen calcium- of magnesiumcarbonaat, toegepast als snelwerkende bufferende stof ter verbetering van de zuurgraad en basenverzadiging van de bodem;
kosten derden: kosten die op factuur aantoonbaar en aan derden verschuldigd zijn en die direct voor de subsidiabele activiteit worden gemaakt;
KRW: Kaderrichtlijn Water, richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEU 2000, L 327);
landbouwgroepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 2472/2022 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2022, L 327);
LESA: landschapsecologische systeemanalyse, een methode om inzicht te krijgen in het ontstaan en het huidige functioneren van een natuurgebied of beheertype vanuit historisch, fysisch-geografisch, hydrologisch en ecologisch perspectief;
MKB-onderneming: kleine, middelgrote of micro-onderneming als bedoeld in bijlage I bij de landbouwgroepsvrijstellingsverordening;
Natura 2000-beheerplan: plan als bedoeld in artikel 3.8, derde lid, van de Omgevingswet;
Natura 2000-gebied: gebied als bedoeld in bijlage 1 bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;
Natura 2000-maatregelen: maatregelen om de instandhoudingsdoelstellingen te behalen, zoals beschreven in het Natura 2000-beheerplan;
Natuurbeheerplan: plan als bedoeld in bijlage I van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;
Natuurpact: tussen het Rijk en de provincies op 18 september 2013 gesloten Natuurpact ontwikkeling en beheer van de natuur in Nederland, waarin de ambities en financiering van het natuurbeleid zijn vastgelegd voor de periode tot en met 2027 (Kamerstukken II 2013/14, 33 576, nr. 6);
niet-productieve investeringen: investeringen die niet leiden tot een aanzienlijke stijging van de waarde of de rentabiliteit van een agrarische onderneming;
NNB: Natuurnetwerk Brabant, zijnde een samenhangend netwerk van natuurgebieden, dat van nationaal en internationaal belang is en het veiligstellen van ecosystemen als doel heeft, en is aangewezen en begrensd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant;
OAD-netwerk: netwerk van oude, aftakelende en dode bomen;
OGOR: optimaal grond- en oppervlaktewaterregime;
schelpengruis: bodemverbeteraar bestaande uit fijngemalen schelpen, toegepast als snelwerkende bufferende stof ter verbetering van de zuurgraad en basenverzadiging van de bodem;
standaard omvorming: het in standaard dichtheid vervangende boomsoorten of struiksoorten aanbrengen;
steenmeel: bodemverbeteraar bestaande uit fijngemalen gesteente, toegepast als langzaam werkende bufferende stof en als bron van nutriënten, ter verbetering van de zuurgraad, basenverzadiging, nutriëntenbeschikbaarheid en bodemstructuur van de bodem;
Vogel- en Habitatrichtlijn: richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PbEU 2010 L 20) en richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEU 1992 L 206);
Waterbeheerplan: plan of programma vastgesteld door het waterschap op grond van de Waterwet of de Omgevingswet met daarin de doelstellingen voor de periode 2022-2027 voor het waterschap en de wijze waarop aan die doelstellingen invulling wordt gegeven.
Deze paragraaf heeft als doel het stimuleren van projecten gericht op het versneld versterken of verbeteren van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden of stikstofgevoelige habitattypen of soorten.
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 2.5 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op het versterken of verbeteren van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden of stikstofgevoelige habitattypen of soorten door:
Artikel 2.7 Algemene subsidievereisten
Artikel 2.8 Aanvullende vereisten bosrevitalisering
Onverminderd artikel 2.7, eerste lid, wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.5, onder a, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten:
indien het project plaatsvindt in een landschap met oude boskernen, houtwallen en heggen, zoals aangegeven op de kaart Groen Erfgoed van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling, mag uitsluitend worden aangeplant met soorten die zijn vermeld in bijlage 3 bij deze regeling;
indien het project plaatsvindt buiten een landschap met oude boskernen, houtwallen en heggen, zoals aangegeven op de kaart Groen Erfgoed van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, opgenomen in bijlage 2 van deze regeling, mag uitsluitend worden aangeplant met soorten die zijn vermeld in bijlage 4 bij deze regeling.
Artikel 2.9 Aanvullende vereisten hydrologische maatregelen
Onverminderd artikel 2.7, eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.5, onder c, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten:
Artikel 2.10 Subsidiabele kosten
In afwijking van het eerste lid, onder a, zijn kosten voor de uitvoering van projecten als bedoeld in artikel 2.5, onder a, subsidiabel:
Voor de berekening van subsidiabele uurtarieven van arbeids- en personeelsuren van de subsidieaanvrager, anders dan een gemeente, past de subsidieaanvrager de berekeningswijze op basis van een forfaitair uurtarief als bedoeld in de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant toe en hanteert daarbij een uurtarief van:
Als de subsidieontvanger beschikt over een geldende goedkeuring van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voor het hanteren van de zogenaamde Integrale Kosten Systematiek, kan de subsidieontvanger, in afwijking van het derde lid, de berekeningswijze op basis van integrale kosten als bedoeld in de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant toepassen en de uit deze systematiek voortvloeiende jaarlijkse uurtarieven hanteren.
Artikel 2.11 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 2.10 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:
Artikel 2.12 Vereisten subsidieaanvraag
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode, genoemd in artikel 2.12, eerste lid, vast op € 11.000.000.
Artikel 2.16 Verplichtingen van de subsidieontvanger
houdt bij subsidies tot € 125.000 ingevolge artikel 7, eerste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening of artikel 7, eerste lid, van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening, een administratie bij van gerealiseerde kosten en bewaart de daarbij behorende bewijsstukken voor een periode van tien jaar na vaststelling van de subsidie;
Bij subsidies van € 125.000 en hoger toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
De stukken, bedoeld in het tweede lid, onder d en e, zijn gestaafd met bewijsstukken die duidelijk, gespecificeerd en actueel zijn en waaruit de gerealiseerde kosten blijken, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en artikel 7, eerste lid, van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening.
Artikel 2.19 Subsidievaststelling
Bij subsidies tot € 125.000 stellen Gedeputeerde Staten, ingevolge artikel 7, eerste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en artikel 7, eerste lid, van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening, de subsidie op aanvraag vast op grond van artikel 21, negende lid, van de Asv, op basis van prestaties en de gerealiseerde kosten.
Bij subsidies van € 125.000 en hoger stellen Gedeputeerde Staten ingevolge artikel 7, eerste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en artikel 7, eerste lid van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening, de subsidie op aanvraag vast op grond van artikel 22, twaalfde lid, van de Asv, op basis van prestaties en de gerealiseerde kosten.
Gedeputeerde Staten zenden in 2029 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze paragraaf in de praktijk.
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
apparaatskosten: interne loonkosten en kosten derden die specifiek zijn gemaakt voor de regievoering voor het provinciaal uitvoeringsprogramma;
Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
GGA: groenblauwe gebiedsgerichte aanpak, aan de hand waarvan de provincie samen met partners werkt aan de opgaves op het gebied van klimaat, natuur, water en bodem en tegelijkertijd aan het creëren van een duurzaam perspectief voor de Brabantse landbouw in de schil rondom de natuurgebieden;
GGA-team: team waarin medewerkers van de provincie en partners het gebiedsproces organiseren en begeleiden en dat per gebied varieert qua samenstelling en grootte, afhankelijk van de belangen en opgaven in het betreffende gebied;
kosten derden: kosten die op factuur aantoonbaar en aan derden verschuldigd zijn en die direct voor de subsidiabele activiteit worden gemaakt;
Natura 2000: Natura 2000 als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;
Natura 2000-gebied: gebied als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;
provinciaal uitvoeringsprogramma: programma van de provincie Noord-Brabant ter uitvoering van het landelijk programma natuur, waarin staat aangegeven hoe gebiedsgericht invulling wordt gegeven aan het realiseren van de condities, die nodig zijn voor een landelijk gunstige staat van instandhouding op de locaties, waar bij aanvang van het programma sprake is van een te hoge stikstofdepositie voor stikstofgevoelige soorten en habitats;
regievoering voor het provinciaal uitvoeringsprogramma: activiteiten als bedoeld in artikel 3.7, onder a.
Deze paragraaf heeft als doel het stimuleren van regievoering binnen het GGA, aan de hand waarvan de provincie samen met partners werkt aan de opgaves op het gebied van klimaat, natuur, water en bodem en tegelijkertijd aan het creëren van een duurzaam perspectief voor de landbouw in de schil rondom de natuurgebieden in de provincie Noord-Brabant.
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 3.5 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten gericht op regievoering voor het provinciaal uitvoeringsprogramma binnen de GGA.
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.5 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
Artikel 3.8 Subsidiabele kosten
Voor de berekening van subsidiabele uurtarieven van arbeids- en personeelsuren van de subsidieaanvrager past de subsidieaanvrager de berekeningswijze op basis van een forfaitair uurtarief als bedoeld in de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant toe en hanteert daarbij een uurtarief van:
Artikel 3.9 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 3.8 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode, genoemd in artikel 3.10, eerste lid, vast op € 3.600.000.
Artikel 3.14 Verplichtingen van de subsidieontvanger
De subsidieontvanger rondt de activiteiten uiterlijk 31 december 2027 af.
Gedeputeerde Staten zenden in 2028 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze paragraaf in de praktijk.
Op subsidieaanvragen als bedoeld in paragrafen 2, 14 en 16 van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze regeling, blijft de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant, zoals die luidde de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, van toepassing.
’s-Hertogenbosch, 27 januari 2026
Gedeputeerde Staten voornoemd,
de voorzitter,
mr. I.R. Adema
de secretaris,
drs. G.H.E. Derks MPA
Bijlage 1 behorende bij artikel 2.7 eerste lid onder c en f, van de Subsidieregeling Natura 2000 Noord-Brabant
Bijlage 2 behorende bij artikel 2.8 onder e en f, van de Subsidieregeling Natura 2000 Noord-Brabant
De kaartlaag ‘Landschap met oude boskernen, houtwallen en heggen’ van de kaart ‘Groen Erfgoed’ van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE), tevens digitaal raadpleegbaar:
Bijlage 3 behorende bij artikel 2.8 onder e, van de Subsidieregeling Natura 2000 Noord-Brabant
Lijst van inheemse boom- en struiksoorten van de provincie Noord-Brabant.
NB. Kies voor gecertificeerd autochtoon plantsoen (voorzien van een NAK-certificaat).
Bijlage 6 behorende bij artikel 3.7 onder b, van de Subsidieregeling Natura 2000 Noord-Brabant
Stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden met GGA-teams:
Toelichting behorende bij de Subsidieregeling Natura 2000 Noord-Brabant
Aanleiding en doel van de regeling
De provincie Noord-Brabant beschikt sinds langere tijd over de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant. Deze regeling omvat een breed palet aan subsidies op het terrein van natuur, biodiversiteit en leefgebieden. In de loop der jaren is deze regeling inhoudelijk uitgebreid en aangepast, waardoor een complex geheel aan paragrafen en thema’s is ontstaan.
Tegelijkertijd is het provinciale natuurbeleid steeds verder uitgekristalliseerd langs twee hoofdlijnen:
Om de subsidieregelgeving beter te laten aansluiten bij deze onderscheiden beleidsdoelen, hebben Gedeputeerde Staten besloten de bestaande Subsidieregeling natuur Noord-Brabant te herstructureren. Daarbij wordt gewerkt met twee nieuwe, overzichtelijke regelingen:
Met de voorliggende regeling wordt uitvoering gegeven aan de eerste lijn: Natura 2000 Noord-Brabant. Hierbij worden relevante paragrafen en thema’s uit de voormalige Subsidieregeling natuur Noord-Brabant ondergebracht in een nieuwe, thematisch samenhangende regeling. Sommige onderdelen worden overgeheveld naar de nieuwe regeling, andere vervallen of blijven vooralsnog gehandhaafd zolang hiervoor een lopend aanvraag- of uitvoeringstraject bestaat of nog niet duidelijk is hoe het verder gaat.
Doel van deze regeling is om, in aansluiting op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant, duidelijke, uitvoerbare en doelgerichte subsidie-instrumenten te bieden die gericht zijn op instandhouding van soorten en habitats in Natura 2000-gebieden gelegen in Noord-Brabant.
Deze subsidieregeling is vastgesteld op grond van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant (Asv). Dit betekent dat een aantal aspecten van de verstrekking van subsidies niet in de subsidieregeling zijn vastgelegd, maar in de Asv. In de Asv staat onder meer wat de termijnen zijn voor het nemen van een beslissing op een aanvraag en ook bevat de Asv algemene verplichtingen voor de subsidieontvanger, zoals de meldingsplicht in geval van het niet, niet tijdig of niet geheel verrichten van de activiteiten of het nakomen van de verplichtingen. Daarnaast hebben Gedeputeerde Staten in de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant (Ras) nog diverse algemene bepalingen met betrekking tot subsidie vastgelegd. Ook de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat algemene bepalingen die onverkort van toepassing zijn op subsidies die worden verstrekt op grond van deze subsidieregeling.
Voor een goed begrip van deze subsidieregeling is dus bestudering van de Awb en de Asv in combinatie met de Ras noodzakelijk.
Op grond van deze subsidieregeling wordt op onderdelen staatssteun verstrekt aan ondernemingen. Om die reden wordt de regeling kennisgegeven onder artikel 53 van de algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV) en artikel 14 van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening (LGVV).
Hieronder wordt per paragraaf nog nader op het aspect staatssteun ingegaan.
Paragraaf 1 Instandhouding Natura 2000
Natura 2000 is een Europees netwerk van natuurgebieden. In Brabant liggen 21 Natura 2000-gebieden. Met maatregelen in de natuur moet worden gezorgd dat de instandhoudingsdoelstellingen worden behaald zodat dat de kwaliteit en de omvang van de gebieden niet achteruit gaat.
Paragraaf 1 richt zich op het behouden (en niet laten verslechteren) van de natuurkwaliteit in Natura 2000-gebieden en het daarmee ondersteunen van maatregelen die bijdragen aan de instandhoudingsdoelen. De provincie stelt subsidie beschikbaar voor noodzakelijke beheermaatregelen (cyclisch/terugkerend), natuurherstel- en inrichtingsactiviteiten, evenals voor onderzoek dat uit beheerplannen of gebiedsanalyses voortkomt. Alleen partijen die zeggenschap over de betreffende gronden hebben of toestemming van de eigenaar kunnen aantonen, komen in aanmerking. De regeling vergoedt doorgaans de volledige subsidiabele kosten binnen vastgestelde plafonds en vereist dat projecten aansluiten bij provinciaal vastgestelde doelen en binnen de gestelde termijn worden uitgevoerd.
Artikel 53 AGVV biedt een vrijstelling voor steun aan niet-agrarische ondernemingen voor maatregelen ter bescherming of herstel van door een lidstaat formeel erkend natuurerfgoed. De Natura 2000-gebieden zijn (destijds) door de minister op grond van de Wet natuurbescherming aangewezen als beschermd natuurgebied en tevens door Provinciale Staten in de Omgevingsverordening Noord-Brabant aangewezen en begrensd als Natuurnetwerk Brabant. De maatregelen in deze regeling dienen ter bescherming of herstel van deze Natura 2000-gebieden.
Als gezegd richt deze paragraaf zich op het behouden (en niet laten verslechteren) van de natuurkwaliteit in Natura 2000-gebieden en het daarmee ondersteunen van maatregelen die bijdragen aan de instandhoudingsdoelen. Het betreft daarom natuurgronden en geen agrarische gronden. Mocht een agrarische onderneming een aanvraag indienen, zal hij voor die gronden geen landbouwactiviteiten uitoefenen, maar natuurbeheer en voor die gronden dus ook niet als agrariër worden aangemerkt. In die gevallen kan ook daarvoor gebruik van artikel 53 AGVV worden gemaakt.
Om te voldoen aan de vereisten die gesteld worden in deze vrijstellingsverordening, zijn er enkele (deels van de Asv afwijkende) specifieke bepalingen opgenomen voor wat betreft de maximale hoogte van de subsidie, de financiële gezondheid van het bedrijf, de niet-subsidiabele kosten en de financiële verantwoording achteraf.
Paragraaf 2 Versnelling herstel stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden
Deze paragraaf is een van de instrumenten die worden ingezet om een versnelling en intensivering teweeg te brengen in het herstel van de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, zoals vastgelegd in de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (1 juli 2021).
De paragraaf biedt projectsubsidies voor maatregelen zoals boscompensatie en kwaliteitsverbetering van natuur, mits deze inspelen op de ecologische kwetsbaarheid van stikstofgevoelige habitattypen of soorten.
Artikel 53 AGVV biedt een vrijstelling voor steun aan niet-agrarische ondernemingen voor maatregelen ter bescherming of herstel van door een lidstaat formeel erkend natuurerfgoed. De Natura 2000-gebieden zijn destijds door de minister op grond van de Wet natuurbescherming aangewezen als beschermd natuurgebied en tevens door Provinciale Staten in de Omgevingsverordening Noord-Brabant aangewezen en begrensd als Natuurnetwerk Brabant. De maatregelen in deze regeling dienen ter bescherming of herstel van deze Natura 2000-gebieden.
Voor agrarische ondernemingen wordt gebruik gemaakt van de vrijstelling onder artikel 14, derde lid, LGVV voor investeringen die verband houden met specifieke milieu- en klimaat gerelateerde doelstellingen, waaronder het tot staan brengen en ombuigen van biodiversiteitsverlies, versterken van ecosysteemdiensten en in stand houden van habitats en landschappen.
Om te voldoen aan de vereisten die gesteld worden in deze vrijstellingsverordeningen, zijn er enkele (deels van de Asv afwijkende) specifieke bepalingen opgenomen voor wat betreft de maximale hoogte van de subsidie, de financiële gezondheid van het bedrijf, de niet-subsidiabele kosten en de financiële verantwoording achteraf.
Paragraaf 3 Regievoering GGA landelijk programma natuur
Deze paragraaf voorziet in de subsidiëring van apparaatskosten die partners van de provincie moeten maken teneinde regie te kunnen voeren binnen de gebiedsgerichte processen. Een aantal Brabantse partners die intensief betrokken zijn bij het vormgeven van de gebiedsgerichte aanpak, kan op grond van genoemde specifieke uitkering van het Rijk, aanspraak maken op zogenaamde ‘apparaatskosten’. De regeling is uitsluitend bedoeld voor niet-overheden die deelnemen aan een of meer GGA-teams. Dit kunnen organisaties of particulieren zijn.
Subsidiëring op grond van deze paragraaf brengt geen staatssteun met zich mee. De activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend zijn immers slechts ondersteunende activiteiten aan het gebiedsproces dat nodig is voor realisatie van het provinciaal uitvoeringsprogramma. Deze activiteiten bestaan niet uit het aanbieden van een dienst (of goederen) op de markt. Aangezien er geen sprake is van economische activiteiten, is er geen sprake van staatssteun.
Paragraaf 1 Instandhouding Natura 2000
Artikel 1.5 Subsidiabele activiteiten
Subsidiëring is alleen mogelijk voor projectgebonden maatregelen in niet-stikstofgevoelige N2000-gebieden. Dit valt dan uiteen in:
Expliciet is de mogelijkheid geboden voor het uitvoeren van natuurherstel-maatregelen ter voorkoming van drukfactoren in Natura-2000 gebieden. Dit hangt samen met het feit dat de subsidies op grond van paragraaf 2 naar het rijk verantwoord moeten worden en dat daarbij expliciet moet worden ingegaan in hoeverre de op grond van paragraaf 2 gesubsidieerde activiteiten hebben geleid tot vermindering van drukfactoren op de natuur. Maatregelen ter voorkoming van drukfactoren vallen daar echter buiten.
Ook is subsidiëring mogelijk van onderzoek voor behoud en herstel van Natura 2000-gebieden dat niet specifiek gekoppeld is aan een projectsubsidie maar wel tegemoet komt aan een Brabant specifieke onderzoeksvraag voor herstel van de Natura 2000-gebieden.
De weigeringsgronden in dit artikel komen in aanvulling op de weigeringsgronden uit artikel 4:25 en 4:35 Awb en de weigeringsgronden uit artikel 8 van de Asv.
Ingevolge artikel 8 Asv wordt de subsidie o.a. geweigerd indien de aangevraagde subsidie niet in voldoende mate in het algemeen provinciaal belang wordt geacht of de activiteiten van de aanvrager niet gericht zijn op de provincie Noord-Brabant.
Artikel 1.9 Niet subsidiabele kosten
Kosten voor regulier beheer en onderhoud zijn niet subsidiabel. Hiervoor kan subsidie worden aangevraagd op grond van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016. Op grond van deze paragraaf kan uitsluitend het extra benodigde cyclische beheer en onderhoud, dat nodig is voor N2000-habitats en soorten binnen N2000 gebieden, worden gesubsidieerd.
Artikel 1.10, tweede lid, Subsidievereisten
Aanvragers van subsidie kunnen hier aangeven van welke bestaande monitoring gebruik gemaakt gaat worden om de maatregelen te volgen. Daarnaast kunnen ze zelf natuurlijk ook een check op de uitvoering hebben van maatregelen.
Paragraaf 2 Versnelling herstel stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden
De weigeringsgronden in dit artikel komen in aanvulling op de weigeringsgronden uit artikel 4:25 en 4:35 Awb en de weigeringsgronden uit artikel 8 van de Asv.
Ingevolge artikel 8 Asv wordt de subsidie o.a. geweigerd indien de aangevraagde subsidie niet in voldoende mate in het algemeen provinciaal belang wordt geacht of de activiteiten van de aanvrager niet gericht zijn op de provincie Noord-Brabant.
Vanwege de staatssteunregels mag de uitvoering van een project niet zijn begonnen voordat de aanvraag voor een subsidie is ingediend. Het ‘stimulerend effect’ van de subsidie zou dan ontbreken. Juridisch bindende toezeggingen tot uitvoering dan wel andere onomkeerbare handelingen, worden beschouwd als uitvoering. Zuiver voorbereidende handelingen daarentegen zijn wél toegestaan. De kosten daarvan zijn subsidiabel voor zover gemaakt na 1 januari 2024 (artikel 2.10, eerste lid, onder b).
Projecten gericht op verwerving, functiewijziging, afkoop van pacht of erfpacht, of beheer van grond ten behoeve van natuur, vallen reeds onder het Natuurpact en worden uit dien hoofde gesubsidieerd via de Subsidieregeling realisering Natuurnetwerk Noord-Brabant en de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016.
De paragraaf staat alleen open voor agrariërs indien deze MKB-onderneming zijn. Of dit het geval is wordt bepaald door de Europese staatssteunregels. Een onderneming is MKB-onderneming indien er minder dan 250 personen werkzaam zijn en de jaaromzet beneden de 50 miljoen EUR blijft dan wel het jaarlijks balanstotaal beneden de 43 miljoen EUR blijft.
Deze weigeringsgronden komen voort uit de Europese vrijstellingsverordeningen. Daarin staat omschreven wanneer sprake is van ‘financiële moeilijkheden’. De aanvrager dient bij zijn subsidieaanvraag te verklaren dat hij niet in moeilijkheden verkeert en er tegen hem geen bevel tot terugvordering openstaat.
Artikel 2.7, eerste lid, Algemene subsidievereisten
Projecten die strijdig zijn met natuur- of waterdoelstellingen worden niet gesubsidieerd. Daarbij wordt gedacht aan strijdigheid met bijv. Natura 2000-beheerplannen, het Natuurbeheerplan, het provinciaal milieu- en waterplan, het Deltaplan Hoge Zandgronden en de verdrogingsaanpak binnen de Visie klimaatadaptatie.
In de tabel in bijlage 1 zijn drukfactoren opgenomen per Natura 2000-gebied welke in de aanvraag om een specifieke uitkering, op grond van de Regeling specifieke uitkering Programma Natuur 2e fase, die de provincie bij het Ministerie van LVVN heeft ingediend, zijn opgenomen.
De tabel is opgenomen om subsidieaanvragen duiding te geven aan de focus van de opdracht van het landelijk programma natuur.
Artikel 2.8 Aanvullende vereisten bosrevitalisering
In deze onderdelen is een onderscheid gemaakt tussen bossen op arme zandgronden en bossen op rijke zandgronden voor wat betreft de wijze waarop de revitalisering plaats moet vinden. Voor deze verschillende typen zandgronden geldt een andere verhouding tussen de hieronder getypeerde omvormingsmethodes.
Intensieve omvorming: meestal realisatie van door rijkstrooiselsoorten gedomineerd bos binnen 10 à 20 jaar. Dit vraagt hoge plantdichtheden, een intensieve jeugdverzorging en ook een goede wildbescherming. Vaak wordt intensieve omvorming alleen daar toegepast waar ook een snelle omvorming te verwachten is (goede vochtvoorziening en/of basenverzadiging > 25% of in combinatie met bodemverbeteraars basenverzadiging >12%). Deze omvorming bestaat met name uit:
Standaard omvorming: meestal realisatie binnen 40 jaar van bos met 10 -25% bedekking met rijkstrooiselsoorten en natuurlijke verjonging van rijkstrooiselsoorten. Doel is tevens bodemverbetering door betere menging en structuurvariatie binnen het bos. De omvorming bestaat met name uit:
Extensieve omvorming: meestal gericht op het bevorderen van de menging en bosstructuur en het bevorderen van het aandeel boom- en struiksoorten met mild strooisel, die geen hoge eisen aan de groeiplaats stellen. Eventueel kunnen ook enkele zaadbomen van rijkstrooiselsoorten worden ingebracht. De omvorming bestaat met name uit:
Omvorming tot OAD-netwerk: de richtlijn voor dood hout is meestal 10% in multifunctioneel bos. De omvorming bestaat met name uit:
Artikel 2.9 Aanvullende vereisten hydrologische maatregelen
Uitgesloten van subsidie zijn maatregelen die onderdeel zijn van het pakket KRW-maatregelen, zoals opgenomen in de waterbeheerplannen van de waterschappen (onder de Omgevingswet: waterbeheerprogramma’s). Deze maatregelen worden beschouwd als ‘reguliere maatregelen’, met andersoortige financieringsafspraken. Wel subsidiabel zijn hydrologische maatregelen die een plus zijn op deze KRW-maatregelen en die tevens een versnelling teweeg brengen in het herstel van stikstofgevoelige Natura2000-gebieden.
Activiteiten gericht op het optimaal grond- en oppervlaktewaterregime (OGOR) dragen bij aan:
Artikel 2.10, eerste lid, Subsidiabele kosten
Wat in het kader van de maatregelen onder deze paragraaf aanvullend op bestaande monitoring, nog aan monitoring dient plaats te vinden, zal per maatregel verschillen. Om die reden zullen eventuele monitoringverplichtingen nog in een subsidiebeschikking of in aanvullende overeenkomsten worden beschreven. Vooralsnog zijn alleen de kosten voor inrichting van de monitoring subsidiabel gesteld.
Schade door vernattingsmaatregelen kan ontstaan door grondwaterstijging en door toename van inundatie vanuit het oppervlaktewater, bijvoorbeeld omdat de beekbedding omhoog wordt gebracht.
De staatssteunregels sluiten productieve investeringen van agrariërs uit. Dat betekent dat alleen investeringen die niet leiden tot een ‘aanzienlijke stijging van de waarde of de rentabiliteit van het bedrijf’ voor subsidie in aanmerking komen.
De arbeids- en personeelsuren van gemeentes zijn alleen subsidiabel als zij besteed worden aan extra werkzaamheden en deze bovendien specifiek voor dit project moeten worden gemaakt. Dat betekent dat uren die besteed worden aan reguliere werkzaamheden die toch al uitgevoerd zouden moeten worden, niet gesubsidieerd worden.
Artikel 2.15, vijfde lid, Verdelingswijze
Het weigeren van subsidie bij het bereiken van het subsidieplafond is een verplichte weigeringsgrond. Het is niet wenselijk om opeenvolgende subsidies met een lager subsidiebedrag te weigeren op het moment dat met het verstrekken van een subsidie voor een in de rangorde hogere aanvraag voor een hoger subsidiebedrag het subsidieplafond bereikt zou worden. Dat betekent dat indien een aanvraag niet kan worden gehonoreerd omdat het subsidieplafond ontoereikend is, een opeenvolgende aanvraag die wel past binnen het subsidieplafond wel gehonoreerd kan worden.
Artikel 2.16 Verplichtingen van de subsidieontvanger
Deze verplichting voor niet-agrarische ondernemingen vloeit voort uit de algemene groepsvrijstellingsverordening. Door voor te schrijven dat de onderneming eventuele opbrengsten opnieuw in natuurherstel of -beheer moet steken, is het toegestaan de steunintensiteit te bepalen op 100%.
eerste, tweede en derde lid, onder c
Bij afronding van het project dient één geopackage te worden aangeleverd. Zodat duidelijk wordt waar welke maatregelen exact zijn uitgevoerd.
Artikel 2.19 Vaststelling subsidies tot €125.000
De vaststelling van subsidies vindt plaats op basis van gerealiseerde, werkelijke kosten. De staatssteunregels verplichten daartoe. Voor subsidies tot € 125.000 wordt om die reden afgeweken van de Asv. Voor subsidies vanaf € 125.000 wordt de Asv gevolgd.
Paragraaf 3 Regievoering GGA landelijk programma natuur
De doelgroep betreft organisaties en particulieren die actief deelnemen aan de overleggen van de gebiedsgerichte aanpak. Dit zijn naast de TBO’s (Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en Brabants Landschap), de verenigingen die in het gebiedsproces het belang van een bepaalde groep vertegenwoordigen (ZLTO, Brabants particulier grondbezit, de Bosgroep en de gezamenlijke agrarische collectieven), maar ook gemeenten en waterschappen.
Artikel 3.5 Subsidiabele activiteiten
Op grond van de Regeling specifieke uitkering Programma Natuur 2e fase is aan de provincie Noord-Brabant een specifieke uitkering verleend. Deze kan worden ingezet voor het herstel van stikstofgevoelige natuurgebieden en stikstofgevoelige habitats en soorten. De provincies stellen daarvoor een uitvoeringsprogramma op. De met het opstellen van dat uitvoeringsprogramma samenhangende apparaatskosten worden eveneens uit deze specifieke uitkering bekostigd.
De weigeringsgronden in dit artikel komen in aanvulling op de weigeringsgronden uit artikel 4:25 en 4:35 Awb en de weigeringsgronden uit artikel 8 van de Asv.
Ingevolge artikel 8 Asv wordt de subsidie o.a. geweigerd indien de aangevraagde subsidie niet in voldoende mate in het algemeen provinciaal belang wordt geacht of de activiteiten van de aanvrager niet gericht zijn op de provincie Noord-Brabant.
Artikel 3.7, Subsidievereisten
Van de subsidieontvanger wordt een actieve deelname verwacht aan een of meerdere gebiedsteams. Organisaties die slechts agendalid zijn, komen niet in aanmerking voor subsidie.
De in dit onderdeel opgenomen activiteiten die in aanmerking komen voor subsidie, betreffen slechts de gebiedsgerichte maatregelen. Maatregelen die door individuele initiatiefnemers kunnen worden getroffen zonder dat daar overleg in de GGA-teams voor nodig is, kunnen op grond van paragraaf 1
van deze subsidieregeling worden ingediend. Eventuele voorbereidingskosten (voor bijvoorbeeld het uitwerken van een plan) of onderzoekskosten kunnen ook onder die paragraaf worden aangevraagd.
Om een specifieke uitkering te kunnen aanvragen op grond van de Regeling specifieke uitkering Programma Natuur 2e fase, is het nodig op hoofdlijnen een pakket maatregelen te formuleren per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied. Dit bereidt de provincie in samenspraak met haar partners voor. Het overleg dat daarmee gemoeid is, is subsidiabel.
Gedeputeerde Staten hechten er belang aan dat alle stakeholders in een gebied voldoende betrokken zijn bij de uitwerking van de plannen. Om die reden komt het overleg dat organisaties met hun achterban moeten voeren, in aanmerking voor subsidie.
Niet voor alle stikstofgevoelige N2000-gebieden geldt dat het gebiedsproces dusdanig complex is, dat de apparaatskosten voor regievoering voor subsidie in aanmerking moeten komen. In de bijlage is een lijst weergegeven van de gebieden waarvoor de deelnemers aan de GGA-teams subsidie kunnen aanvragen.
Artikel 3.9 Niet subsidiabele kosten
Kosten die direct samenhangen met specifieke maatregelen, worden niet aangemerkt als apparaatskosten. Deze kosten zijn onder voorwaarden wel subsidiabel op grond van paragraaf 2 van deze subsidieregeling.
Het betreft dan bijvoorbeeld kosten voor planvoorbereiding, uitvoering en begeleiding van uitvoeringsmaatregelen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-1798.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.