Provinciaal blad van Fryslân
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2026, 17511 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2026, 17511 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Gedeputeerde Staten van Fryslân,
gelet op artikel 1.3, vierde lid, van de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2022;
de provincie lokale ideeën wil honoreren die, in samenwerking met gemeenten en de inwoners, bijdragen aan het behoud en de, versterking van voorzieningen in dorpen, zodat de leefomgeving vitaal en toekomstbestendig blijft;
er een toenemende urgentie ligt bij het in stand houden van basisvoorzieningen in het landelijk gebied, waar het draagvlak onder druk staat en voorzieningen verdwijnen, en waar nieuwe oplossingen vaak kleinschalig, dynamisch, complex én afhankelijk zijn van lokaal initiatief en draagvlak;
het combineren van functies binnen voorzieningen en het delen van voorzieningen tussen meerdere dorpen kansen biedt om het voorzieningenniveau op peil te houden, efficiënt gebruik te maken van beschikbare middelen en tegelijkertijd de sociale samenhang en leefbaarheid te versterken;
de beleidsbrief leefberens (2025), gezien de demografische ontwikkeling in Fryslân, als doel stelt om sociale ontmoetingsplekken en basisvoorzieiningen in het landelijk gebied te behouden;
lokale initiatieven en lokaal draagvlak een belangrijke bijdrage leveren aan duurzame oplossingen die aansluiten bij de behoeften van inwoners en bij de aard, schaal en het karakter van Fryslân;
voor het stimuleren van het gesprek en de samenwerking tussen de inwoners, dorpen onderling en gemeenten over toekomstbestendige voorzieningen, de systematiek van de dorpsontwikkelingsmaatschappij (DOM) zich heeft bewezen als een effectieve aanpak;
de inzet van de DOM-methode wenselijk wordt geacht om te komen tot integrale en uitvoerbare plannen gericht op het combineren en delen van voorzieningen, en daarmee bij te dragen aan een leefbaar en veerkrachtig platteland;
de verdere uitrol van DOM’s over geheel Fryslân en het mogelijk maken van de daadwerkelijke uitvoeringsplannen, zoals beschreven in het bestuursakkoord “Oparbeidzje foar Fryslân” (2023-2027) en de beleidsbrief Leefberens, wenselijk is;
Artikel 6 Subsidiabele activiteiten
Gedeputeerde staten verstrekken subsidie voor een via een DOM op te stellen integraal plan.
Artikel 12 Subsidiabele activiteiten
Gedeputeerde staten verstrekken subsidie voor de uitvoering van concrete projecten uit de integrale plannen uitgewerkt met de DOM-methode.
Artikel 13 Toetsingscriteria (weigeringsgronden)
Om op grond van deze regeling voor een subsidie in aanmerking te komen, wordt in elk geval voldaan aan de volgende criteria:
Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen die even hoog zijn gerangschikt, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door gedeputeerde staten, waarbij van doorslaggevende aard is de evenredige geografische verdeling van DOM-projecten over Fryslân.
Artikel 17 Verplichtingen van de subsidieontvanger
Onverminderd de voorwaarden en verplichtingen in paragraaf 2.4 van de Asv en paragraaf 2.4 UAsv, wordt in ieder geval de volgende verplichtingen aan de subsidieontvanger opgelegd:
Leeuwarden, 6 oktober 2026
Gedeputeerde Staten van Fryslân,
Drs. A.A. M. Brok, voorzitter
Drs. ing. J.J. Algra, secretaris
Met deze subsidieregeling worden twee verschillende soorten subsidie verstrekt. Een zogeheten prestatiesubsidie (paragraaf 2) en een kostensubsidie (paragraaf 3).
Met de uitrol van Dorpsontwikkelingsmaatschappijen is binnen de provincie Fryslân de afgelopen jaren ruime ervaring opgedaan. De Dorpsontwikkelingsmaatschappijen hebben hun nut bewezen en verdere uitrol wordt wenselijk geacht. Vanuit de ervaringen in de afgelopen jaren is duidelijk wat de kosten zijn voor het opzetten van een Dorpsontwikkelingsmaatschappij. Er dient namelijk in ieder geval een DOM-denker aangesteld te worden. Gelet hierop wordt de subsidieverstrekking hiervoor op een laagdrempelige manier vormgegeven. Er wordt een vast subsidiebedrag gekoppeld aan de activiteit. Subsidieaanvragers hoeven alleen op activiteitenniveau aan te geven hoe hun plannen eruit zien. Naar kosten wordt op dit punt niet gekeken.
De DOM fase 2 is een nieuw onderdeel waarvoor subsidie verstrekt wordt. Er wordt ook de mogelijkheid geboden voor uiteenlopende projecten subsidie te vragen. Op voorhand is niet duidelijk wat de projecten zullen zijn en wat de kosten daarvoor zijn. Gelet hierop wordt de subsidieverstrekking gekoppeld aan de kosten van het project.
Veel van de begrippen in dit artikel komen voort uit DOM | De slimme methode. DOM is een initiatief van de provincie Fryslân en is onder meer uitgewerkt op de website: wijzijndom.frl.
Een belangrijk onderdeel van de methode is de onafhankelijke verbinder, de DOM-denker genoemd. Gemeenten kunnen een bestaande DOM-denker kiezen of een DOM-denker aandragen.
De DOM-denker moet voldoen aan aan de volgende voorwaarden en competenties.
Bovendien heeft hij/zij bepaalde competenties:
Op grond van artikel 4:23, derde lid, van de Awb is de subsidietitel van de Awb niet van toepassing op financiële middelen die wordt verstrekt op grond van een wettelijk voorschrift dat uitsluitend voorziet in verstrekking aan rechtspersonen die krachtens publiekrecht zijn ingesteld. Deze subsidieregeling is zo’n wettelijk voorschrift, omdat deze alleen toegankelijk is voor gemeenten. De subsidietitel is daardoor niet van toepassing. Omdat veel bepalingen in de subsidietitel van de Awb regelend van aard zijn wordt er in deze regeling voor gekozen om deze wel weer van toepassing te verklaren. Zou dit niet gedaan worden, dan zou alles in deze subsidieregeling geregeld moeten worden. Met het oog op artikel 4.1, tweede lid van de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2022 wordt hier verder duidelijk gemaakt dat zowel deze verordening als de Uitvoeringsregeling Asv Fryslân 2022 van toepassing zijn. Eindconclusie: alle nationale en provinciale subsidieregels gelden. Een keuze voor een bekend systeem en proces.
De concrete prestatie waar subsidie voor gevraagd kan worden is het opstellen van een integraal plan via een DOM. Doordat het via een DOM dient te gaan, moet gewerkt worden volgens de DOM-methode en met een onafhankelijk DOM-denker. Hiermee is voor de provincie geborgd dat de opgeleverde plannen gedragen worden door alle mogelijke partijen en tot stand zijn gekomen op de gewenste manier. Het kan hierbij gaan om een al bestaande DOM of een nog te ontwikkelen DOM.
Artikel 6 moet in samenhang met artikel 8 gelezen worden. Daaruit volgt dat er een prestatiesubsidie verstrekt wordt op grond van paragraaf 2. Een prestatiesubsidie is een subsidie in de vorm van een forfaitair te verstrekken geldbedrag voor het realiseren van een specifieke gesubsidieerde prestatie of activiteit.
De aanvrager mag uiteindelijk zelf bepalen waar het prestatiesubsidiebedrag aan uitgegeven wordt, zolang de prestatie maar wordt geleverd. De forfaitaire bedragen in deze regeling zijn zo vastgesteld dat zij kostendekkend zijn voor de gemeente. Dit geldt voor het uitvoeren van de te subsidiëren activiteit: het via een DOM opstellen van een integraal plan. De kosten zitten met name in het optuigen van de DOM (en het daarin werken volgens de DOM-methode en met een onafhankelijke DOM-denker). Tegelijkertijd zijn de bedragen niet hoger dan de werkelijke kosten. De prestatiesubsidie leidt dus niet tot extra inkomsten bovenop de kosten die nodig zijn om de activiteit uit te voeren. Op basis van de ervaringen met de voorgaande DOM-subsidieregelingen hebben wij vast kunnen stellen dat tenminste een bedrag van € 20.000,- nodig is om de subsidiabele activiteit te realiseren.
Omdat de subsidie een prestatiesubsidie betreft, wordt er geen subsidie verstrekt voor specifieke kosten voor het uitvoeren van de activiteit, zoals bij een ‘kostensubsidie’ het geval is. Hierdoor wordt bij de beoordeling van aanvragen niet getoetst op de aanwezigheid van subsidiabele en niet-subsidiabele kosten voor het uitvoeren van de activiteit, en spelen de artikelen hierover in met name de Uitvoeringsregeling Asv provincie Fryslân 2022 geen rol bij de beoordeling van aanvragen.
Er mag voor hetzelfde project niet al een provinciale subsidie zijn verleend. Een subsidieaanvraag voor een dergelijk project wordt geweigerd. Deze weigeringsgrond geldt nadrukkelijk niet voor een ander initiatief van dezelfde aanvrager. Dus een tweede of derde aanvraag van een gemeente voor een DOM in een ander deel van de gemeente kan gehonoreerd worden.
Daarnaast kan het voorkomen dat onder voorgaande subsidieregelingen al eens een DOM is ontwikkeld en wellicht ook al een plan bedacht. Hiervoor kan niet alsnog subsidie worden gekregen. Bij een bestaande DOM kan het wel voorkomen dat de plannen worden doorontwikkeld of dat er een tweede fase wordt geïniteerd. In dat geval kan voor die 2e fase, indien aan de overige voorwaarden van de regeling wordt voldaan wel in aanmerking voor subsidie worden gekomen. Die ‘doorontwikkeling’ of ‘2e fase’ wordt aangemerkt als een ander (nieuw) project in de zin van de subsidieregeling.
Subsidie wordt op een afwijkende manier verdeeld. Er wordt zowel gekeken naar moment van binnenkomst van de aanvraag, als naar de regionale spreiding van de aanvragen.
De subsidieaanvragen worden eerst op volgorde van binnenkomst van aanvraag gelegd. Vervolgens wordt gekeken of er meerdere aanvragen van dezelfde gemeente tussen zitten. Deze worden, als er eerste aanvragen van andere gemeenten later zijn ingediend dan de tweede aanvraag van een andere gemeente, naar achteren geplaatst.
In feite ontstaan hierdoor meerdere rangschikkingen. Eén rangschikking, op volgorde van binnenkomst, van eerste aanvragen van gemeenten. En volgende rangschikkingen op basis van binnenkomst van volgende aanvragen van gemeenten. De rangschikking met eerste aanvragen wordt eerst volledig afgehandeld, daarna wordt pas gekeken naar de volgende rangschikking.
Subsidieontvangers moeten door deze kernverplichtingen volgens de DOM werken.
Gemeenten dienen minimaal een co-financiering van 50% in te brengen. Waar deze financiering vandaan komt, uit eigen middelen of door andere partijen beschikbaar gestelde middelen, doet er niet toe. De provincie legt maximaal de overgebleven 50% aan middelen bij middels deze subsidie. En zoveel minder als nodig is.
Er wordt door de provincie Fryslân een intern, ambtelijk, beoordelingsteam samengesteld die de aanvragen zal beoordelen.
In het tweede lid zijn de beoordelingscriteria genoemd, die hieronder verder uitgewerkt worden, en is aangegeven hoe de rangschikking tot stand komt. Bij het beoordelen van de aanvragen kunnen slechts de expliciet benoemde scores gegeven worden. Dat zijn bij de eerste twee beoordelingscriteria 0, 5, 10 en 15 en bij het laatste criterium 0, 5 en 10.
Aansluiting bij ambities: maximaal 15 punten
10: sluit goed aan bij ambities
De regeling is gericht op het vergroten van de leefbaarheid in dorpen op het platteland door het toekomstbestendig maken van voorzieningen. Daarbij ligt de nadruk op het combineren van functies binnen voorzieningen en het delen van voorzieningen tussen meerdere dorpen, zodat het draagvlak wordt versterkt en voorzieningen behouden kunnen blijven.
Lokale initiatieven en samenwerking tussen de mienskip, dorpen en gemeenten vormen hierbij een belangrijke basis. Ontwikkelingen op het gebied van wonen kunnen, mits goed verbonden met voorzieningen, bijdragen aan het versterken en bestendigen van het draagvlak voor deze voorzieningen en daarmee aan de leefbaarheid.
Integraliteit en toekomstbestendigheid plan: maximaal 15 punten
0: onvoldoende integraliteit en toekomstbestendigheid
5: voldoende integraliteit en toekomstbestendigheid
10: integraliteit en toekomstbestendigheid plan is goed
15: integraliteit en toekomstbestendigheid plan is uitstekend
Het voorzieningenniveau en de leefbaarheid in dorpen staan onder druk, waardoor opgaven vaak complex zijn en vragen om maatwerk en samenwerking tussen mienskip en gemeente. Deze opgaven vragen om een integrale benadering waarin voorzieningen, wonen, mobiliteit en de fysieke en sociale leefomgeving met elkaar worden verbonden. Door het combineren van functies binnen voorzieningen en het delen van voorzieningen tussen dorpen kunnen verschillende uitdagingen en kansen in samenhang worden opgepakt. Op deze wijze kunnen verschillende opgaven en kansen in samenhang worden verbonden, zodat integrale oplossingen ontstaan die bijdragen aan een leefbaar en toekomstbestendig platteland.
Uitvoerbaarheid en co-financiering: maximaal 10 punten
0: onvoldoende meerwaarde en mate van uitvoerbaarheid
5: voldoende meerwaarde en mate van uitvoerbaarheid
10: grote meerwaarde en hoge mate van uitvoerbaarheid
Toelichting: De provincie vindt het belangrijk dat haar bijdrage leidt tot een vliegwiel van investeringen. Een hoger percentage van cofinanciering door gemeenten en derden leidt op dit onderdeel tot een hogere puntentoekenning. De regeling is bij uitstek geschikt voor projecten waarbij opgaven en kansen in samenhang worden verbonden, zodat integrale oplossingen ontstaan die bijdragen aan een leefbaar en toekomstbestendig platteland. Ook is het van belang dat het project realistisch gezien uitvoerbaar is.
In afwijking van artikel 2.11, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Asv provincie Fryslân 2022 kan meer dan 80% van de subsidie ambtshalve bevoorschot worden. De subsidies op grond van paragraaf 3 hebben een gemiddeld risicoprofiel. Dit in combinatie met de doelgroep van de subsidie, gemeenten, maakt dat er meer vertrouwen gegeven kan worden vooraf en dus ook meer bevoorschot kan worden.
Dit artikel gaat in op de verantwoording en vaststelling van de subsidie in paragraaf 3. Expliciet is in het artikel aandacht besteed aan de wijze van verantwoorden. Daarnaast is bepaald dat het algemene uitgangspunt zoals dat staat in artikel 3.4 UAsv geldt voor de wijze van vaststellen, of anders gezegd berekenen van de subsidie bij vaststelling. Daaruit blijkt dat bij de berekening van de vast te stellen subsidie een naar rato berekening wordt toegepast. Gevolg hiervan is dat bij vaststelling hetzelfde percentage subsidie wordt gegeven voor de werkelijke kosten als bij de verlening voor de begrote kosten. Dit betekent dat de eigen inbreng van de gemeenten procentueel hetzelfde blijft en de subsidie van de provincie ook. Vanwege de mogelijkheid om meer punten te halen bij het inhoudelijke criterium ‘uitvoerbaarheid en co-financiering' als een hogere (procentuele) co-financiering wordt ingebracht bij de aanvraag en verlening wordt hieraan bij de vaststelling vastgehouden.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-17511.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.